Wijzigingsverordening alcoholoverlastgebied.docx
Tekst van het document
Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:
Gemeenteblad zo snel mogelijk n.v.t. Ja n.v.t n.v.t. n.v.t.
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 in verband met het aanwijzen van het alcoholoverlastgebied tot 1 april 2027. De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 februari 2025, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt als volgt gewijzigd: A De benaming van paragraaf 1 van Hoofdstuk 1 komt te luiden Paragraaf 1 Definities B Artikel 1.1 komt te luiden: Artikel 1.1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond is verbonden of direct of indirect steun vindt in of op de grond bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties; - gebouw: elk bouwwerk dat een voor personen toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; - horecabedrijf: horecazaak en het daarbij behorend terras en andere aanhorigheden; - horecazaak: voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of eetwaren voor directe consumptie worden bereid of verstrekt, lokaliteit waarbij vanuit de gevel tegen vergoeding dranken worden geschonken of
eetwaren voor directe
consumptie worden bereid of verstrekt, voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar tegen vergoeding sisha, waterpijptabak of vergelijkbare genotsmiddelen worden verstrekt; - openbaar water: ieder water dat al dan niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk is; - rechthebbende: de rechthebbende krachtens burgerlijk recht met inbegrip van degene die feitelijke macht uitoefent over een zaak; - reclame: het in het openbaar aanprijzen van of de aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten of namen met het doel een commercieel belang te dienen; - vaartuig: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water, alsmede drijvende werktuigen zoals kranen, werkeilanden, baggermolens, pontons en ander materieel van soortgelijke aard; - voertuig: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, wagens, aanhangwagens en opleggers, met uitzondering van trams en treinen en met uitzondering van kinderwagens, kruiwagens en dergelijke kleine voertuigen; - weg: voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten, alsmede voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en
parkeergebouwen; de voor publiek toegankelijke stegen, pleinen, open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten, veerponten en aanlegplaatsen voor vaartuigen, stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimten toegang geven. C De benaming van artikel 1.1A komt te luiden Art 1.1A Toepasselijkheid Omgevingswet D Artikel 1.5 komt te luiden: Artikel 1.5 Algemene weigeringsgronden 1. Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning of ontheffing weigeren ter bescherming van
het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of de ontheffing is vereist.
2. Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning of ontheffing weigeren als aannemelijk is dat
de feitelijke toestand niet in overeenstemming zal zijn met hetgeen in de aanvraag is vermeld. 3. Het bevoegde bestuursorgaan kan een vergunning of ontheffing weigeren als een door het
bestuursorgaan vastgesteld vergunningenplafond door verlening van de vergunning zou worden overschreden.
2
E De benaming van artikel 1.11 komt te luiden Artikel 1.11 Experimenteerbepaling F De benaming van Paragraaf 1 van hoofdstuk 2 komt te luiden Paragraaf 1 Definities G Artikel 2.1 Komt te luiden Artikel 2.1 Definities - evenement: voor publiek toegankelijk geheel van activiteiten dat plaatsvindt op een openbare plaats, met een openbaar of besloten karakter, uitgezonderd van manifestaties als bedoeld in de Wet Openbare manifestaties, markten als bedoeld in de Marktverordening, optochten en voetbalwedstrijden in het betaald voetbal; - evenementenkalender: het door de burgemeester vastgestelde overzicht van grote evenementen die in een kalenderjaar mogen plaatsvinden; -evenemententerrein: ruimte die in de evenementenvergunning is aangegeven om de activiteiten te laten plaatsvinden en het publiek in staat te stellen daar naar te kijken of aan deel te nemen; - groepsfiets: een door meerdere personen door trapaandrijving voortbewogen fiets waarop, naast de bestuurder, drie of meer personen tegen betaling kunnen plaatsnemen; - groot evenement: evenement met meer dan 2000 bezoekers of een geluidsproductie van meer dan 75 dB(C); - handelaar als bedoeld in de artikelen 2.28 tot en met 2.30: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit ex artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht; - ongeregelde zaken: zaken die wegens hun aard of uitvoering, hun herkomst
of de staat waarin zij verkeren, niet tot de algemeen gangbare zaken kunnen worden gerekend; - samenscholing: het groepsgewijs bij elkaar komen van mensen die een dreigende houding aannemen, kwade bedoelingen hebben of bedreigend overkomen; - verkoopregister: het register dat bestemd is voor het aantekening houden van het verkopen of op andere wijze overdragen van alle gebruikte en ongeregelde zaken door de handelaar. H 2.8A Het alcoholoverlastgebied
3
1. Het gebied in bijlage 2 bij deze verordening wordt aangewezen als alcoholoverlastgebied in verband met ernstige aantasting van de openbare orde, de leefomgeving en de volksgezondheid door het gebruik van alcohol in dat gebied. Deze aanwijzing geldt tot 1 april 2027. 2. De burgemeester kan in het alcoholoverlastgebied; a. de alcoholwetvergunning als bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet weigeren gelet op het geldende alcoholoverlastgebied. b. eisen stellen aan de vergunning en deze beperken tot het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank. c. Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse in inrichtingen verbieden. 3. In het alcoholoverlastgebied worden gelet op de belangen in het eerste lid geen nieuwe Alcoholwetvergunningen verleend, met uitzondering van locaties waar op of na de in bijlage 2 vermelde peildatum sprake was van een geldige Alcoholwetvergunning. 4. In het alcoholoverlastgebied is het op donderdag en zondag van 16:00 tot 03:00 en op vrijdag en zaterdag van 16:00 tot 04:00 verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet: a. zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken; b. zwak-alcoholhoudende drank voor gebruik elders dan ter plaatse aanwezig te hebben; i. zonder dat deze is afgeschermd; ii. zonder dat kenbaar gemaakt wordt dat deze niet verstrekt mag worden; c.
alcoholhoudende drank; i. zichtbaar uit te stallen in de etalage; ii. te promoten door middel van reclame in de etalage, in of rondom de onderneming; d. sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken tenzij deze in een afgesloten tas wordt verstrekt en kenbaar wordt gemaakt dat in de openbare ruimte van het gebied een verbod op alcoholgebruik geldt. 5. Het vierde lid sub b onder i en sub c gelden niet voor slijtlokaliteiten. I Artikel 2.50A komt te luiden: Artikel 2.50A Ter gebruik aanbieden van voertuigen op of aan de weg 1. Het is verboden zonder vergunning voertuigen, met inbegrip van de uitgezonderde voertuigen
genoemd in de begripsbepaling in artikel 1, die op of aan de weg staan ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op voertuigen waarvoor het college
een autodeelvergunning als bedoeld in de Parkeerverordening heeft verleend. 4
3. Het college kan stallingsplaatsen, wegen, weggedeelten of gebieden aanwijzen waar dit verbod
voor het plaatsen en of ter gebruik aanbieden van voertuigen of categorieën van voertuigen als bedoeld in het eerste lid niet geldt. 4. Het college kan de vergunning weigeren of intrekken als het ter gebruik aanbieden
a. gevaar oplevert voor de veiligheid van de gebruikers, verkeersveiligheid of doorstroming van het verkeer; b. hinder veroorzaakt voor het woon- en leefklimaat; c. een nadelige invloed heeft op het milieu; d. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte; e. afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte; f. in strijd wordt gehandeld met het bedrijfsconcept van de vergunninghouder 5. Het college kan nadere regels vaststellen;
a. ten aanzien van de aanvrager, categorie voertuigen, toelatingsvoorwaarden, kwaliteitseisen en exploitatievoorwaarden; b. ten aanzien van een vergunningplafond, maximaal aantal voertuigen en beperkingsgebieden, gelet op de genoemde belangen in lid 3. 6. Als voor een categorie of type voertuig een vergunningplafond geldt, maakt het college een
tijdvak bekend waarbinnen aanvragen moeten worden ingediend. Overstijgt het aantal vergunningaanvragen het vergunningenplafond, dan wordt aan de hand van vooraf door het college vastgestelde criteria bepaald hoe en aan welke aanvrager(s) een vergunning wordt gegund. 7. Als het college als verdeelsystematiek een vergelijkende toets uitvoert, kan het college in
afwijking van artikel 1.4, eerste en tweede lid een langere beslistermijn vaststellen. 8. Als een vergelijkende toets wordt uitgevoerd, dan maken de elementen van het in de
vergunningaanvraag omschreven ‘bedrijfsconcept’, voor zover niet strijdig met de bij of krachtens deze verordening gestelde regels, onderdeel uit van de vergunning indien deze wordt verleend. 9. Het college kan ontheffing verlenen voor het verbod.
J De benaming van Paragraaf 1 van hoofdstuk 3 komt te luiden Paragraaf 1 Definities K Artikel 3.1 komt te luiden Artikel 3.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
5
- alcoholverstrekkend bedrijf: een horecabedrijf waar alcoholhoudende drank voor directe consumptie wordt verstrekt; - alcoholvrij bedrijf: een horecabedrijf waar alcoholvrije drank of eetwaren voor directe consumptie worden verstrekt; - avondzaak: een alcoholverstrekkend horecabedrijf waarvoor de openingstijden gelden zoals vermeld in artikel 3.12 onder b; - bedrijf: horecabedrijven, prostitutiebedrijven, escortbedrijven, seksinrichtingen, sekswinkels, speelgelegenheden en de bedrijfsmatige activiteiten die zijn aangewezen op grond van artikel 2.16A. - bezoekers van een bedrijf: degenen die niet zijn de leden van het gezin of de huishouding van de exploitant alsmede zijn elders wonende bloed- en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad; de personen van wie de aanwezigheid in het bedrijf wegens dringende reden noodzakelijk is; - dagzaak: een alcoholverstrekkend horecabedrijf waarvoor de openingstijden gelden zoals vermeld in artikel 3.12 onder a; - escortbedrijf: een ruimte of plek waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is bemiddeld wordt in prostitutie, die op een andere plaats wordt bedreven dan waar de bemiddeling plaatsvindt; - exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico een bedrijf wordt geëxploiteerd.
- leidinggevende: de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan een bedrijf alsmede de exploitant. - mensenhandel: de strafbare feiten als bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht; - nachtzaak: een alcoholverstrekkend horecabedrijf waarvoor de openingstijden gelden zoals vermeld in artikel 3.12 onder c en dat hoofdzakelijk in gebruik of bestemd is voor het bieden van dansgelegenheid; - prostituee: degene die prostitutie bedrijft; - prostitutie: het zich beschikbaar stellen om tegen vergoeding seksuele handelingen met een ander te verrichten; - prostitutiebedrijf: een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is, gelegenheid wordt gegeven tot prostitutie; - prostitutiehotel: een prostitutiebedrijf waar kamers ter beschikking worden gesteld aan prostituees die hun klanten elders hebben geworven; - raamprostitutiebedrijf: een prostitutiebedrijf waar het werven van klanten gebeurt door prostituees die zichtbaar zijn vanaf de weg; - seksinrichting: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar voorstellingen van erotischepornografische aard worden gegeven.
6
- sekswinkel: een voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar uitsluitend of hoofdzakelijk zaken van erotisch-pornografische aard aan particulieren worden verkocht of verhuurd; - serre: een binnen de besloten ruimte van een horecabedrijf liggend deel dat is gelegen op de weg en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt; - speelgelegenheid: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof het bedrijfsmatig is, de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen waarbij premies, geld of in geld inwisselbare goederen kunnen worden gewonnen en verloren; - terras: een buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecabedrijf dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waartegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen worden verstrekt voor directe consumptie ter plaatse. - weekeinde: de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag.
L De benaming van Paragraaf 1 van hoofdstuk 4 komt te luiden Paragraaf 1 Definities M Artikel 4.1 komt te luiden Artikel 4.1 Definities In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: - parkeren: het laten stilstaan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen; - voertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1.1, met uitzondering van fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen. N Voor artikel 4.20 wordt een artikel ingevoegd luidende 4.19A Definitie weg In deze paragraaf wordt verstaan onder weg de voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden, met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten, alsmede de -al dan niet met enige beperking- voor publiek toegankelijke parkeerterreinen en parkeergebouwen;
7
O Artikel 5.1 komt te luiden Artikel 5.1 Definities - consumentenvuurwerk: vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik; - explosieven: explosieven als bedoeld in artikel 1 onder d van de Wet Explosieven voor Civiel Gebruik; - groenvoorziening: bij de gemeente in onderhoud zijnde groenvoorzieningen zoals parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken, vijvers, bossen, of andere natuurterreinen; - kort aanlijnen: aanlijnen van een dier met een deugdelijke lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, die niet langer is dan 1,50 meter; - muilkorf: een muilkorf die is vervaardigd van stevige kunststof of van stevig leer of van beide stoffen, die door middel van een stevige leren riem rond de hals zodanig is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is en die zodanig is ingericht dat de drager geen mens of dier kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. Artikel II De toelichting van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt gewijzigd naar de tekst zoals deze is opgenomen in wijzigingsbijlage 1.
Artikel III De bijlage twee Algemene Plaatselijke Verordening 2008 wordt gewijzigd naar de kaart zoals deze is opgenomen in wijzigingsbijlage 2. Artikel IV Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in het Gemeenteblad.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 april 2025 De voorzitter Femke Halsema De raadsgriffier Jolien Houtman
8
Toelichting Alcoholoverlastgebied Deze Wijzigingsverordening heeft als doel het geldende alcoholoverlastgebied opnieuw vast te stellen voor de periode 1 april 2025 tot 1 april 2027. Inhoudelijk veranderen de regels niet ten opzichte van hoe zij tot aan 1 april 2025 golden. Wel is het artikel redactioneel verbeterd. Redactionele wijzigingen Nu sprake is van wijziging van de Verordening is van de gelegenheid gebruik gemaakt meteen enkele andere redactionele en technische aanpassingen door te voeren. Artikelen 1.1, 2.1, 3.1, 4.1, 4.19A en 5.1 De artikelen worden hernoemd naar definities en er wordt gebruik gemaakt van streepjes in plaats van letters voor de definities. Dit is in overeenstemming met regels over het formuleren van definitiebepalingen in de Aanwijzingen voor de Regelgeving Amsterdam (ARA). Enkele van de definities zijn verplaatst of redactioneel verbeterd. Verplaatsingen volgen ofwel uit de regels over definities in de ARA, of vinden alvast plaats vooruitlopend op het horecabeleid dat in het laatste kwartaal van 2025 gepland staat in werking te treden. Artikelen 1.1A en 1.1 De artikelen krijgen een passende omschrijving van hun inhoud, zoals ook de rest van de artikelen in de APV dat hebben.
Artikel 1.5 In de algemene weigeringsgronden voor vergunningverlening wordt toegevoegd dat de overschrijding van een vergunningenplafond door verlening een weigeringsgrond oplevert. Op een aantal plaatsen in de APV staat dat het college de mogelijkheid heeft nadere regels op te stellen voor vergunningstelsels. Mocht daarbij sprake zijn van schaarste in het aantal beschikbare vergunningen, dan moet een systematiek worden gegeven over hoe vergunningverdeling plaatsvindt en zal sprake zijn van een vergunningenplafond. Een bestaand voorbeeld daarvan is het aanbieden van voertuigen in de openbare ruimte (deelmobiliteit) waar in nadere regels vergunning. Artikel 2.50A Hernummering van artikelen. Daarnaast stond ten onrechte opgenomen dat in alle gevallen de vergunningen voor twee jaar moeten gelden en er een vergelijkende toets wordt gebruikt als verdeelsystematiek voor de vergunning. Dit is niet overeenkomstig het beleid en is alvast opgeschoond uit de regels. In september 2024 volgt nieuw beleid. Artikel II. In de voorgaande wijzigingsverordening ontbrak het tevens aanpassen van de toelichting van de APV. Deze wijzigingsverordening past dus ook enkele toelichtingen aan in de APV die gericht zijn op eerder gewijzigde artikelen in de wijzigingsverordening van december 2024.
9