CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel Verordening Amsterdam

RAAD 15 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 (VN2025-005865)13.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de uitvoerder van de hulp en ontvanger van het budget een ouder is van de jeugdige voor wie het pgb is verstrekt. 4. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die ondersteuning, conform

Kwaliteitsverbeteringen voor de inzet van Pgb’s

Toegevoegd om rolvermenging te voorkomen en vervangt oude lid 5

Vernummering

Verordening Amsterdam 3. Ondersteuning kan niet worden geboden door iemand vanuit het sociaal netwerk als die, conform het afwegingskader voor een verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. 4. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het persoonsgebonden budget. 5. Beheer van het Pgb is niet toegestaan door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de Pgbhouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend.

het afwegingskader voor verantwoorde werktoedeling op basis van het Kwaliteitskader Jeugd, geboden moet worden door een geregistreerde professional. 5. Het college kent geen vrij besteedbaar bedrag toe vanuit het persoonsgebonden budget. 5. Beheer van het Pgb is niet toegestaan door de persoon of organisatie die ook de ondersteuning levert aan de Pgbhouder, tenzij hiervoor door het college toestemming is verleend. Artikel 3.16 Pgb-vaardigheid 1. Om aan de voorwaarden voor pgb-vaardigheid te voldoen dient de beoogd budgethouder, al dan niet met hulp vanuit het sociaal netwerk of, indien van toepassing, een budgetbeheerder in ieder geval: a. een duidelijk beeld te hebben van de hulpvraag; b. op de hoogte te zijn van de regels en verplichtingen die horen bij het pgb of deze zelf (online) weten te vinden; c. in staat te zijn om een overzichtelijke pgb-administratie bij te houden; d. voldoende vaardig te zijn om te communiceren met de gemeenten, de SVB en de zorgverleners; e. in staat te zijn zelfstandig te handelen en onafhankelijk voor een zorgverlener te kiezen; f. in staat te zijn om afspraken te maken en vast te leggen en om dit te verantwoorden aan het college; g. in staat te zijn om te beoordelen en te beargumenteren of de geleverde zorg passend en kwalitatief goed is; h.

in staat te zijn de inzet van zorgverleners te coördineren, waardoor de zorg door kan gaan, ook bij verlof en ziekte;

Vernummering Vervalt, is opgenomen in nieuwe lid 3

Toegevoegd om de kwaliteit van het pgb te waarborgen

Verordening Amsterdam i. j. Paragraaf 6 Nieuwe feiten en omstandigheden

in staat te zijn om als werk- of opdrachtgever de zorgverleners aan te sturen en aan te spreken op hun functioneren; en voldoende kennis te hebben over het werk- of opdrachtgeverschap of deze kennis weten te vinden.

Paragraaf 6 Besluit, herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik

Wijziging titel

Artikel 3.17 Inhoud en geldigheidsduur besluit 1. In het besluit tot toekenning van aanvullende jeugdhulp wordt in ieder geval vastgelegd: a. dat er een individuele voorziening wordt verstrekt in natura; b. op welke hulpvragen en/of beoogde resultaten zoals verwoord in het integraal plan de individuele voorziening is gericht; c. in geval van een persoonsgebonden budget de hoogte van het budget en hoe dit is berekend. 2. Het besluit tot toekennen van aanvullende jeugdhulp wordt afgegeven: a. als het gaat om zorg in natura, met een geldigheidsduur tot het moment waarop de betrokken jeugdhulpaanbieder de jeugdhulp heeft beëindigd en het college hiervan op de hoogte heeft gesteld; b. als het gaat om een persoonsgebonden budget: met een in het besluit vastgestelde geldigheidsduur. 3. Het besluit kan ingetrokken worden, wanneer de jeugdhulpaanbieder niet binnen zes maanden na het afgeven van het besluit gestart is met de zorg of als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de

Toegevoegd om de verordening volledig te maken, stond voorheen in de nadere regels.

Verordening Amsterdam bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 4. Het lokale team bepaalt in overleg met de ouders en jeugdige de ingangsdatum van het besluit Artikel 3.13 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering 1. Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een besluit aangaande een individuele voorziening. 2. Het college kan een besluit aangaande een individuele voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget, of; e.

de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.

Artikel 3.18 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering

Vernummering

2. Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet is het college bevoegd om een besluit met betrekking tot een individuele voorziening te herzien dan wel in te trekken, indien het college vaststelt dat: a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget zijn aangewezen; c. de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget niet meer toereikend is te achten; d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden budget, of; e. de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het daarmee samenhangende persoonsgebonden

Toevoeging grondslag wet

Verordening Amsterdam

3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a heeft ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. 4. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 3.14 Bestrijding oneigenlijk gebruik en misbruik 1. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Het college wijst personen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij de wet, dan wel bij deze verordening, ten aanzien van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk gebruik van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening. 3. Het college kan nadere regels vaststellen over de bevoegdheden van de toezichthouder. 4.

Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele

budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd. 3. Als het college een besluit op grond van het tweede lid, onder a heeft herzien dan wel ingetrokken, kan het college geheel of gedeeltelijk de geldswaarde terugvorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget. 4. Een beslissing tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het persoonsgebonden budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Tekstuele aanpassing

Is generiek opgenomen in artikel 3.17, lid 3

Artikel 3.19 Voorkomen en bestrijding misbruik, oneigenlijk en ondoelmatig gebruik 1. Het college informeert de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of persoonsgebonden budget zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de krachtens deze verordening verstrekte individuele voorzieningen. 2. Het college wijst personen aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens artikel 2.9 van de wet dan wel bij deze verordening, ten aanzien van de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een individuele voorziening of een persoonsgebonden budget, alsmede van misbruik of oneigenlijk en ondoelmatig gebruik van het bepaalde bij de wet, dan wel deze verordening.

Vernummering en verduidelijking van titel Tekstuele aanpassing

4. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van individuele

Is opgenomen in 3.20

Tekstuele aanpassing: toevoegen ondoelmatig

Verordening Amsterdam voorzieningen in natura en Pgb met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan.

Artikel 3.15 Opschorting betaling uit het pgb 1. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor ten hoogste dertien weken, als er ten aanzien van de persoon aan wie het pgb is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4, eerste lid, onder a, d of e van de wet.

voorzieningen in natura en Pgb met het oog op de beoordeling van de recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 3.20 Controles 1. Om misbruik en oneigenlijk gebruik van de krachtens deze verordening verstrekte individuele voorzieningen te voorkomen, controleert het college – al dan niet steekproefsgewijs – de rechtmatigheid van de verstrekte individuele voorziening en de besteding van het pgb. 2. Het college is gerechtigd tot het uitvoeren van formele en materiële controles en fraudeonderzoek. Het college kan nadere regels opstellen met betrekking tot de wijze waarop aan deze controles en dit onderzoek vorm wordt gegeven. 3. Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen. 4. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaat-sturing en accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties. 5. Het college draagt zorg voor een meldpunt waar signalen over oneigenlijk gebruik en fraude kunnen worden gemeld in het kader van uitvoering van de wet.

Toegevoegd i.v.m. rechtmatigheid van besteding middelen.

Artikel 3.21 Opschorting betaling uit het pgb

Vernummering

Verordening Amsterdam 2. Indien de jeugdige langer dan twee maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet kan het college de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname. 3. Het college stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid. Hoofdstuk 4 Afstemming met andere voorzieningen Artikel 4.1 Overgang naar volwassenheid 1. Het college draagt zorg dat voor jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken en ook na hun 18e jaar een ondersteuningsvraag hebben tijdig afstemming plaatsvindt welke andere voorzieningen benodigd zijn. 2. In het geval er sprake is van verlengende jeugdhulp vindt de afstemming op latere leeftijd, maar altijd tijdig plaats. 3. Het college draagt zorg dat het lokale team zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder een andere voorziening valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Artikel 4.2 Afstemming gezondheidszorg 1.

Het college draagt zorg dat wanneer het lokale team een besluit neemt over de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, het besluit voldoet aan de eisen die daaraan gesteld worden door de zorgverzekeraars. 2. Het college draagt zorg dat het lokale team zich in de gevallen bedoeld in het eerste lid de jeugdige en zijn

Hoofdstuk 4 Afstemming met andere voorzieningen Artikel 4.1 Overgang naar volwassenheid 1. Het college draagt zorg dat voor jeugdigen die de leeftijd van 18 jaar bereiken en die ook na hun 18e jaar een hulpvraag hebben tijdig, doch uiterlijk zes maanden voor hun 18de levensjaar afstemming plaatsvindt welke andere voorzieningen benodigd zijn.

Artikel 4.2 Afstemming gezondheidszorg 1. Het college draagt zorg dat wanneer het lokale team van oordeel is dat de inzet van zorg die vanaf de 18e verjaardag valt onder het basispakket van de Zorgverzekeringswet en er de reële verwachting is dat deze zorg na de 18e verjaardag van de jeugdige door zal lopen, rekening wordt gehouden met de eisen die gesteld worden door de zorgverzekeraars.

Tekstuele aanpassing

Tekstuele aanpassing. Het besluit wordt dan niet door het college genomen.

Verordening Amsterdam ouders wijst op de consequenties dat deze zorg vanaf de 18e verjaardag van de jeugdige onder de Zorgverzekeringswet valt, en zich inspant voor de continuïteit van de zorg indien noodzakelijk. Artikel 4.3 Afstemming langdurige zorg 1. Het college draagt zorg dat het lokale team de jeugdige en/of zijn ouders ondersteunt richting het Centraal Indicatieorgaan Zorg, indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking kan komen voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg. 2. Indien de jeugdige en/of zijn ouders weigeren mee te werken aan het verkrijgen van een besluit van het Centraal Indicatieorgaan Zorg, is het college niet gehouden een individuele voorziening toe te kennen op grond van deze verordening. Artikel 4.4 Afstemming voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Het college draagt zorg dat alle locaties voor kinderopvang, peuterspeelzaalwerk, primair en voortgezet onderwijs, en middelbaar beroepsonderwijs een contactpersoon hebben bij een van de Ouder- en Kindteams in de stad. 2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in het eerste lid genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren. 3. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken worden vastgelegd in het integraal plan van de jeugdige en zijn ouders.

Artikel 4.5 Afstemming maatschappelijke ondersteuning 1. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de lokale teams en de buurtteams, indien een jeugdige en/of zijn ouders naast jeugdhulpvoorzieningen ook in

Verordening Amsterdam aanmerking komen voor voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. 2. Het college draagt zorg dat wanneer de begeleiding van een jeugdige na het achttiende jaar voortgezet moet worden onder de Wet maatschappelijke ondersteuning, de continuïteit gewaarborgd wordt en het lokale team een besluit hiertoe zo nodig (mede)voorbereidt. Artikel 4.6 Afstemming werk en inkomen Het college draagt zorg dat de lokale teams en de gecertificeerde instellingen, in afstemming met de buurtteams, financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, armoedevoorzieningen, en het kindpakket – te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen. Artikel 4.7 Afstemming wonen 1. Wanneer de woonsituatie de juiste jeugdhulp voor de jeugdige en/of zijn ouders in de weg staat of wanneer het gezin in die mate overlast veroorzaakt of schulden heeft dat een gedwongen verhuizing noodzakelijk is, kan de procesmanager MPG bij de directie Wonen namens de cliënt(en) een aanvraag doen voor de MPG-urgentie. 2.

Het college draagt zorg voor de begeleiding wanneer een in het eerste lid bedoelde gezin een woning toegewezen krijgt en maakt hiervoor een Integraal Traject Plan (ITP) oftewel persoonlijk begeleidingsplan.

Artikel 4.7 Afstemming wonen 1. Wanneer de woonsituatie de juiste jeugdhulp voor de jeugdige en/of zijn ouders in de weg staat of wanneer het gezin in die mate overlast veroorzaakt of schulden heeft dat een gedwongen verhuizing noodzakelijk is, kan de procesmanager MPG bij de directie Wonen namens de cliënt(en) een aanvraag doen voor de MPG-urgentie. 2. Het college draagt zorg voor de begeleiding wanneer een in het eerste lid bedoelde gezin een woning toegewezen krijgt en maakt hiervoor een Integraal Traject Plan (ITP) oftewel persoonlijk begeleidingsplan.

Aanpassing omdat dit niet op basis van de Jeugdwet plaatsvindt.

Hoofdstuk 5 Waarborging verhouding prijs-kwaliteit

Hoofdstuk 5 Waarborging verhouding prijs-kwaliteit en zorgcontinuïteit Artikel 5.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Aangepast aan de Wet Maatschappelijk verantwoord ondernemen Jeugdwet & Wmo 2015

Artikel 5.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen

Verordening Amsterdam 1. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, intensieve vrijwillige zorg of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. de aard en omvang van de te verrichten taken; b. de voor de sector toepasselijke Cao-schalen in relatie tot de zwaarte van de functies; c. een redelijke toeslag voor overheadskosten; d. een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg, en; e. kosten voor bijscholing van het personeel.

1. Het college houdt in het belang van een goede prijskwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp, intensieve vrijwillige zorg of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, in ieder geval rekening met: a. kosten van beroepskrachten (cliëntgebonden en nietcliëntgebonden); b. cliëntgebonden kosten anders dan van beroepskrachten; c. overheadkosten, en; d. kosten voor indexering.

Hoofdstuk 6 Beleidsparticipatie Artikel 6.1 Jeugdplatform 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen actief bij de voorbereiding van het beleid betreffende de wet. 2. Het college voorziet daartoe in de ondersteuning van Jeugdplatform Amsterdam dat de belangen van

Hoofdstuk 6 Beleidsparticipatie Artikel 6.1 Jeugdplatform 1. Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente en belanghebbende natuurlijke- en rechtspersonen actief bij de voorbereiding van het beleid betreffende de wet.

2. Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in het eerste lid. 3. Het college waarborgt dat bij de inkoop van jeugdhulp rekening wordt gehouden met zorgvuldigheidseisen die de continuïteit en beschikbaarheid van zorg ten goede komen.

Tekstuele aanpassing

Verordening Amsterdam ingezetenen en cliënten en hun vertegenwoordigers behartigt. Artikel 6.2 Stedelijke adviesgroep jeugd 1. Het college stelt een adviesgroep binnen het Jeugdplatform Amsterdam in op de wijze voorzien in artikel 84 Gemeentewet, die belast wordt met de taak gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen over het gemeentelijk jeugdbeleid. 2. Bij de instelling van de in het eerste lid bedoelde adviesgroep wordt door het college een reglement vastgesteld en voorzien in de benodigde ondersteuning om haar taken uit te voeren. Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 7.1 Overgangsbepaling De rechten en verplichtingen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening gelden met betrekking tot een individuele voorziening waarvoor op grond van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam een besluit is afgegeven, blijven gelden gedurende de looptijd van het besluit, dan wel tot het moment dat er op basis van een gewijzigde ondersteuningsbehoefte na 1 januari 2021 een nieuw besluit wordt genomen op grond van deze verordening.

1. Het college stelt een adviescommissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet in binnen het Jeugdplatform Amsterdam, die gevraagd en ongevraagd advies uit kan brengen over het gemeentelijk jeugdbeleid. 2. Bij de instelling van de in het eerste lid bedoelde adviescommissie wordt door het college een reglement vastgesteld en voorzien in de benodigde ondersteuning om haar taken uit te voeren.

Tekstuele aanpassing

Artikel 7.1 Overgangsbepaling 1. De Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 wordt ingetrokken. 2. Een jeugdige of zijn ouder(s) houdt recht op een lopende voorziening, verstrekt op grond van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt wordt ingetrokken, herzien (met uitzondering van de herziening naar aanleiding van het wijzigen van de tarieven als bedoeld in artikel 7.4 van deze verordening) of beëindigd. 3. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. 4. Bezwaarschriften gericht tegen besluiten die zijn genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden behandeld op grond van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, zoals deze luidde onmiddellijk

Bepalingen n.a.v. nieuwe verordening opgenomen.

Verordening Amsterdam voorafgaand aan het tijdstip waarop deze verordening in werking treedt. 5. Het college is bevoegd een besluit, dat is genomen op grond van Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021 te herzien: a. op de gronden, vermeld in artikel 3.14 van de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021; b. indien uit een door het college uitgevoerd heronderzoek blijkt dat er met toepassing van de ten tijde van het onderzoek geldende verordening een afwijkend besluit zou zijn genomen; c. indien de cliënt wenst te veranderen van aanbieder of van verstrekkingsvorm; d. indien de jeugdhulpaanbieder niet langer gecontracteerd is door het college. 6. Het college heeft de bevoegdheid om een pgb dat is verstrekt onder de Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021, terug te vorderen op de in deze verordening genoemde gronden. Artikel 7.2 Hardheidsclausule Het college is bevoegd, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere en onvoorziene hardheid leidt, ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouders af te wijken van deze verordening, indien daar zeer dringende redenen voor zijn. Artikel 7.3 Evaluatie Het college zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening en de nadere regels in de praktijk.

Het college zendt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk.

Aangepast omdat nadere regels vervallen.

Verordening Amsterdam 7.4 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2025 en werkt ten aanzien van artikel 3.14 eerste en tweede lid terug tot en met 1 januari 2025.

Deze nieuwe verordening gaat in op de dag na bekendmaking.

Artikel 7.4 Intrekking oude verordening De Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2018 wordt ingetrokken.

Artikel 7.4 Intrekking oude verordening De Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2018 wordt ingetrokken.

Vervalt

Artikel 7.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de zorg voor de jeugd Amsterdam 2021.

Artikel 7.5 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp Amsterdam 2025

Aangepast aan nieuwe citeertitel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15544155/1