CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt tabel Verordening Amsterdam

RAAD 14 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de verordening Jeugdhulp Amsterdam 2025 (VN2025-005865)13.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verordening Amsterdam Leeswijzer: in de was kolom staat de huidige verordening. In de wordt kolom is opgenomen: - Als er een nieuw of aangepast lid of artikel staat. Deze is dan toegevoegd. - Als er een lid of artikel vervalt. Deze is dan doorgehaald. - Een lid of artikel dat niet wijzigt staan niet in de wordt kolom om zo alleen de wijzigingen inzichtelijk te maken. In de kolom toelichting staat beknopt de reden van de wijziging.

Was

Wordt

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:

Artikel 1.1 Definities

-

-

algemene voorziening: voorziening op grond van de wet die rechtstreeks toegankelijk is zonder toegangsbeoordeling of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling; andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de wet;

Toelichting Begrippen aangepast naar basishulp en aanvullende jeugdhulp omdat deze begrippen worden gehanteerd in het stelsel.

-

aanvullende jeugdhulp: individuele voorzieningen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in artikel 3.1, aanvullend op de algemene voorzieningen;

-

andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet;

Verduidelijking van begrip

-

basishulp: een aanbod van jeugdhulp geboden door het lokaal team zoals beschreven in artikel 2.3; budgetbeheerder: wettelijk vertegenwoordiger van de budgethouder wanneer de budgethouder minderjarig of handelingsonbekwaam is; budgethouder: de persoon die een persoonsgebonden budget ontvangt op grond van de Jeugdwet;

Ter verduidelijking toegevoegd. Toegevoegd in verband met bepaling pgb

-

-

Toegevoegd in verband met bepaling pgb

Verordening Amsterdam -

-

-

-

-

-

-

-

-

buurtteam: een multidisciplinair team voor ondersteuning op het gebied van wonen, welzijn, inkomen, schulden en veiligheid; familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren; individuele voorziening: de op de jeugdige en/of zijn ouders toegesneden voorziening die door het college in natura of bij persoonsgebonden budget wordt verstrekt integraal plan: het document waarin de ondersteuningsbehoeften van de jeugdige en/of zijn ouders zijn vastgelegd samen met de doelen en hoe deze te bereiken en waarin op verschillende levensgebieden de gezinssituatie in kaart gebracht wordt om een effectieve ondersteuning van de jeugdige mogelijk te maken; lokaal team: een team van professionals, zoals bedoeld in artikel 2.2 en 2.4, dat door het college is aangewezen om de gemeentelijke toegang naar de individuele voorzieningen te verzorgen; onderwijszorgarrangement: een gecombineerde inzet van specialistische jeugdhulp en onderwijsondersteuning die geboden wordt in een klassikale setting buiten het reguliere (voortgezet speciaal) onderwijs; ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt; persoonsgebonden budget: het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de

wet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken; procesmanager MPG: door het college aangewezen functionaris met een escalatiebevoegdheid in het kader van de aanpak (overlastgevende) multiprobleemgezinnen;

-

-

-

-

lokaal team: een team van professionals, zoals bedoeld in artikel 2.3 dat door het college is aangewezen om de gemeentelijke toegang naar de algemene en individuele voorzieningen te verzorgen en basishulp aan te bieden; onderwijszorgarrangement: een gecombineerde inzet van specialistische jeugdhulp en onderwijsondersteuning die geboden wordt in een klassikale setting buiten het reguliere (voortgezet speciaal) onderwijs; ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;

Verwijzing aangepast

procesmanager MPG: door het college aangewezen functionaris met een escalatiebevoegdheid in het kader

Vervalt omdat het begrip niet voorkomt in de verordening

Vervalt omdat het begrip niet voorkomt in de verordening Begrip ouders zoals opgenomen in de wet is hier opgenomen. Een pleegouder kent een andere rol en daarmee ook een andere positie in de verordening.

Verordening Amsterdam

-

-

-

professional: een hulpverlener die op grond van de Jeugdwet of Wet publieke gezondheid zorg verleent en in de regel geregistreerd staat in het Kwaliteitsregister Jeugd of het register Beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG); sociale basis: het breed en laagdrempelig aanbod van activiteiten en ondersteuning in de eigen buurt of wijk, om zelfredzaam te zijn, talenten te ontwikkelen en mee te doen in de stad; specialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in artikel 3.1; wet: de Jeugdwet; zorgteam: een multidisciplinair team dat op een schoollocatie verantwoordelijk is voor de zorg richting leerlingen.

Artikel 1.2 Doelgroep 1. De voorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn toegankelijk voor jeugdigen die conform de wet hun woonplaats in Amsterdam hebben en hun ouders. 2. In afwijking van het eerste lid zijn de voorzieningen als geregeld in artikel 2.1 tot en met 2.3 ook toegankelijk voor jeugdigen die niet woonachtig zijn in Amsterdam maar staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling in Amsterdam, en hun ouders.

van de aanpak (overlastgevende) multiprobleemgezinnen

-

specialistische jeugdhulp: individuele voorzieningen voor jeugdhulp, zoals bedoeld in artikel 3.1

2. In afwijking van het eerste lid zijn de voorzieningen als geregeld in artikel 2.2 tot en met 2.4 ook toegankelijk voor jeugdigen die niet woonachtig zijn in Amsterdam maar wel staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling in Amsterdam, en hun ouders.

Vervangen door aanvullende hulp

Vernummering

Verordening Amsterdam Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen

Paragraaf 1 Soorten algemene voorzieningen Artikel 2.1 Sociale basis jeugd 1. Er is een dekkend aanbod vanuit de sociale basis voor jeugdigen in de stad. 2. De sociale basis jeugd is gericht op samenredzaamheid en zelfredzaamheid en ontplooiing van jeugdigen en omvat activiteiten met als doel: a. het vergroten van de zelfredzaamheid en veerkracht; b. een maximale ontwikkeling en gezond en kansrijk opgroeien; c. het maximaal benutten van talenten ter ontplooiing, en; d. meer kansengelijkheid.

Hoofdstuk 2 Algemene voorzieningen Artikel 2.1 Toegang algemene voorzieningen 1. Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek of op basis van een beperkte toegangsbeoordeling. 2. Als een algemene voorziening naar het oordeel van de op grond van de wet bevoegde verwijzer toereikend is om de problemen van de jeugdige en/of zijn ouders op te lossen wordt geen individuele voorziening verleend. Artikel 2.2 Sociale basis jeugd 1. Het college zorgt voor een dekkend aanbod vanuit de sociale basis voor jeugdigen in de stad.

Toegevoegd dat algemene voorzieningen voor alle verwijzingen voorliggend zijn. Dit gaat verder dan in de Jeugdwet is opgenomen, maar past wel bij de Amsterdamse werkwijze van het gebiedsgericht werken. Vernummering Tekstuele aanpassing

Verordening Amsterdam Artikel 2.2 Ouder- en Kindteams en wijkteam 1. Er is een dekkend aanbod van Ouder- en Kindteams in de stad. 2. De Ouder- en Kindteams voeren het basispakket jeugdgezondheidszorg en het Rijksvaccinatieprogramma uit en leveren rond opvoeden en opgroeien: a. op preventie gerichte informatie en activiteiten; b. informatie over het familiegroepsplan en de mogelijkheden tot ondersteuning bij het opstellen ervan; c. deskundig advies aan personen en informele netwerken, die al dan niet beroepsmatig, met jeugdigen werken; d. signalering van, en vraagverheldering en basisdiagnostiek bij hulpvragen van de jeugdige en zijn ouders; e. jeugdhulp bestaande uit opvoed- en opgroeiondersteuning, begeleiding en basiszorg bij psychische klachten en problemen; f. coördinatie van zorg wanneer meerdere hulpverleners betrokken zijn en dit gewenst wordt door de jeugdige of zijn ouders; g. de ondersteuning van gezinnen met complexe problemen op meerdere leefgebieden.

3. De daartoe gemandateerde professional van de Ouder- en Kindteams of het wijkteam neemt namens het college besluiten met betrekking tot het toekennen van specialistische jeugdhulp.

Artikel 2.3 Ouder- en Kindteams 1. Het college zorgt voor een dekkend aanbod van Ouder- en Kindteams in de stad. 2. De Ouder- en Kindteams voeren het basispakket jeugdgezondheidszorg en het Rijksvaccinatieprogramma uit. Daarnaast leveren de Ouder- en Kindteams rond opvoeden en opgroeien: a. op preventie gerichte informatie en activiteiten; b. informatie over het familiegroepsplan en de mogelijkheden tot ondersteuning bij het opstellen ervan; c. ondersteuning bij het opstellen van een plan voor de te bieden ondersteuning en hierop gerichte samenwerking met jeugdige, ouders, hun netwerk en de betrokken netwerkpartners; d. de uitvoering van vraagverheldering, analyse en diagnostiek bij hulpvragen van jeugdigen en ouders; e. de uitvoering van basishulp in de vorm van opvoed- en opgroeiondersteuning, diagnostiek, begeleiding en behandeling bij psychische- en sociaalemotionele klachten en problemen; f. regiehulp aan gezinnen (in afstemming met andere betrokken partijen) die te maken hebben met beperkte zelfredzaamheid en problemen op meerdere leefgebieden (multiproblematiek) en waarbij meerdere hulpverleners betrokken zijn; g. het inschakelen van aanvullende expertise en toeleiden naar passende activiteiten, ondersteuning of aanbod. 3.

De daartoe gemandateerde professional van de Ouder- en Kindteams neemt namens het college besluiten met betrekking tot het toekennen van individuele voorzieningen.

Vernummering Tekstuele aanpassing Toegevoegd dat het OKT basishulp biedt. De gecontracteerde jeugdhulp aanbieders bieden hierop aansluiten aanvullende jeugdhulp. Aangepast aan actuele opdracht OKT.

Tekstuele aanpassing

Verordening Amsterdam Artikel 2.3 Opvoed- en opgroeiondersteuning 1. In aanvulling op het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.1 en 2.2, is er een laagdrempelig aanbod aan opvoed- en opgroeiondersteuning in de stad voor jeugdigen en hun ouders, in groepsverband en individueel. 2. Wanneer het aanbod zoals bedoeld in het eerste lid zich richt op specifieke doelgroepen, beslist de zorgaanbieder in overleg met het lokale team over de toegang. Artikel 2.4 Intensieve vrijwillige zorg 1. Er is een dekkend aanbod van intensieve vrijwillige zorg voor gezinnen waarvan de ouders onvoldoende zorgdragen voor een veilige opvoedingssituatie of meewerken aan de noodzakelijke hulpverlening. 2. De intensieve vrijwillige zorg wordt uitgevoerd door gecertificeerde instellingen of de Ouder- en Kindteams. 3. De gecertificeerde instelling wordt ingezet door de Ouderen Kindteam, het Wijkteam, Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming met instemming van de ouders en schriftelijk bevestigd richting de ouders. 4. De daartoe gemandateerde professional van de uitvoerder van intensieve vrijwillige stelt namens het college vast of er sprake is van een behoefte aan specialistische jeugdhulp. Hoofdstuk 3 Individuele voorzieningen Paragraaf 1 Soorten individuele voorzieningen Artikel 3.1 Specialistische jeugdhulp 1.

In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp. 2. De ondersteuning die geboden wordt vanuit de specialistische jeugdhulp kan bestaan uit:

Artikel 2.4 Opvoed- en opgroeiondersteuning 1. In aanvulling op het aanbod zoals bedoeld in artikel 2.2 en 2.3, zorgt het college voor een laagdrempelig aanbod aan opvoed- en opgroeiondersteuning in de stad voor jeugdigen en hun ouders, in groepsverband en individueel.

Vernummering Tekstuele aanpassing

Artikel 2.5 Intensieve vrijwillige zorg 1. Het college zorgt voor een dekkend aanbod van intensieve vrijwillige zorg voor gezinnen waarvan de ouders onvoldoende zorgdragen voor een veilige opvoedingssituatie of meewerken aan de noodzakelijke hulpverlening.

Vernummering Tekstuele aanpassing

3. De intensieve vrijwillige zorg kan worden ingezet door het lokaal team, Veilig Thuis of de Raad voor de Kinderbescherming met instemming van de ouders.

Lid 3 is een kan – bepaling geworden omdat dit aansluit bij de praktijk. Daarnaast wordt er gesproken over lokaal team. Lid 4 is tekstueel verbeterd.

4. De daartoe gemandateerde professional van de uitvoerder van intensieve vrijwillige zorg is bevoegd om namens het college individuele voorzieningen in te zetten. Artikel 3.1 Aanvullende jeugdhulp 1. In aanvulling op de algemene voorzieningen draagt het college zorg voor de beschikbaarheid van aanvullende jeugdhulp. 2. De ondersteuning die geboden wordt vanuit de aanvullende jeugdhulp kan bestaan uit:

Taal aangepast. Daarnaast is de algemene voorziening de basis en de individuele voorziening hetgeen hierop aanvullend is.

Verordening Amsterdam a. ambulante jeugdhulp, met een lage intensiteit, geboden in het netwerk van de jeugdige of op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; b. daghulp met een lage intensiteit en kortdurend verblijf (logeervoorzieningen) op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; c. ambulante jeugdhulp en daghulp geboden op de locatie van de jeugdhulpaanbieder en ambulante jeugdhulp in het netwerk, met een hoge intensiteit, bij complexe en/of meervoudige problematiek; d. jeugdhulp met verblijf, waaronder pleegzorg, gezinshuizen, residentiële voorzieningen en gesloten jeugdhulp. Artikel 3.2 Dyslexiezorg 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg, bestaande uit: a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige enkelvoudige dyslexie; b. behandeling van ernstige enkelvoudige dyslexie. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de afbakening van de in het eerste lid bedoelde dyslexiezorg en de doelgroep.

a. ambulante jeugdhulp, met een lage intensiteit, geboden in het netwerk van de jeugdige of op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; b. daghulp met een lage intensiteit en kortdurend verblijf (logeervoorzieningen) op de locatie van de jeugdhulpaanbieder; c. ambulante jeugdhulp en daghulp geboden op de locatie van de jeugdhulpaanbieder en ambulante jeugdhulp in het netwerk, met een hoge intensiteit, bij complexe en/of meervoudige problematiek; d. jeugdhulp met verblijf, waaronder pleegzorg, gezinshuizen, residentiële voorzieningen en gesloten jeugdhulp. Artikel 3.2 Dyslexiezorg 1. Het college draagt zorg voor de beschikbaarheid van dyslexiezorg, bestaande uit: a. diagnostiek bij een vermoeden van ernstige dyslexie; b. behandeling van ernstige dyslexie. 2. Een jeugdige komt in aanmerking voor diagnostiek of behandeling van ernstige dyslexie, indien aan de criteria van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling vastgesteld door het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie wordt voldaan, en: a. de jeugdige zeven jaar of ouder is, maar de leeftijd van 13 jaar nog niet heeft bereikt en op het primair onderwijs (basisonderwijs) zit, en; b. de basisschool de stappen doorlopen heeft zoals beschreven in het in het tweede lid genoemde protocol en daarbij is voldaan aan de landelijke criteria voor vergoede dyslexiezorg aan leerlingen met ernstige dyslexie.

Aanpassing komt voort uit het actuele landelijke Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling 3.0. De belangrijkste veranderingen betreffen het vervallen van het criterium ‘enkelvoudigheid’ en de rol van de spellingscores bij de toelating tot de vergoede zorg.

Verordening Amsterdam Artikel 3.3 Vervoer 1. Een vervoersvoorziening wordt – voor zover naar het oordeel van het college noodzakelijk in verband met een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid – alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 2. Uitgangspunt is dat ouder(s) in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor het (regelen van) vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. Het college beoordeelt de reikwijdte van de eigen mogelijkheden conform de afwegingsfactoren genoemd in artikel 3.7. 3. Van een medische noodzaak is sprake wanneer de jeugdige door zijn psychische, lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking niet in staat is om gebruik te maken van alternatieve wijzen van vervoer, ook niet met begeleiding. 4. Van beperkingen in de zelfredzaamheid is sprake wanneer: a. de leeftijd van de jeugdige het niet toelaat zelfstandig te reizen, waarbij wordt aangenomen dat jeugdigen tot en met 8 jaar in ieder geval niet zelfstandig kunnen reizen; b. er genoegzaam is aangetoond dat ouders of andere personen uit het sociaal netwerk niet in staat kunnen worden geacht om zorg te dragen voor de begeleiding en het vervoer; c.

er sprake is van ernstige gedragsproblematiek die het reizen onmogelijk maakt of andere redenen van nietmedische aard die het zelfstandig of onder begeleiding reizen onmogelijk maken. 5. Indien naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waarvoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend op een indicatie waarvoor wel vervoer geïndiceerd moet worden.

Opgenomen n.a.v. de uitspraken van de CRvB dat vervoer in de verordening moet zijn opgenomen. Voorheen stond een tekst met gelijke strekking in de beleidsregels.

Verordening Amsterdam Artikel 3.3 Overige individuele voorzieningen jeugdhulp 1. In aanvulling op het aanbod specialistische jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.1 draagt het college in bijzondere gevallen zorg voor de bekostiging van jeugdhulp die niet geboden wordt door aanbieders van specialistische jeugdhulp die door de gemeente Amsterdam zijn gecontracteerd. 2. De in het vorige lid genoemde jeugdhulp betreft: a. jeugdhulp voor jeugdigen die buiten de regio Amsterdam-Amstelland verblijven maar volgens het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van het college vallen, en voor wie de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders geen passende hulp kunnen organiseren of hulp die voldoende in de nabijheid van de jeugdige geboden kan worden;

Vernummering Specialistische jeugdhulp vervangen door aanvullende jeugdhulp

b. jeugdhulp die geboden wordt door jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie binnen de kaders van de door de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten afgesloten landelijke raamcontracten; c. jeugdigen die hun woonplaatsbeginsel krijgen in Amsterdam en waarvan de continuering van de jeugdhulp door een niet door de gemeente Amsterdam gecontracteerde aanbieder wordt voortgezet; d. jeugdhulp die de rechter heeft opgenomen als verplichting in het vonnis. 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde jeugdhulp.

Artikel 3.4 Overige individuele voorzieningen jeugdhulp 1. In aanvulling op het aanbod aanvullende jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.1 draagt het college in bijzondere gevallen zorg voor de bekostiging van jeugdhulp die niet geboden wordt door aanbieders van aanvullende jeugdhulp die door de gemeente Amsterdam zijn gecontracteerd. 2. De in het vorige lid genoemde jeugdhulp betreft: a. jeugdhulp voor jeugdigen die buiten de regio Amsterdam-Amstelland verblijven maar volgens het woonplaatsbeginsel onder de verantwoordelijkheid van het college vallen, en voor wie de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders aanvullende jeugdhulp geen passende hulp kunnen organiseren of hulp die voldoende in de nabijheid van de jeugdige geboden kan worden; b. jeugdhulp die geboden wordt door jeugdhulpaanbieders met een specialistische functie binnen de kaders van de door de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten afgesloten landelijke raamcontracten; c. jeugdigen die hun woonplaatsbeginsel krijgen in Amsterdam en waarvan de continuering van de jeugdhulp door een niet door de gemeente Amsterdam gecontracteerde aanbieder wordt voortgezet; d. jeugdhulp die de rechter heeft opgenomen als verplichting in een strafrechtelijke beslissing. 3. Het college kan nadere regels stellen over de in dit artikel bedoelde jeugdhulp.

Paragraaf 2. Toegang specialistische jeugdhulp

Paragraaf 2. Inzet van Jeugdhulp

Beschrijving aangepast. Vlag dekt nu meer de lading.

Definitie verduidelijking aanbieder van aanvullende jeugdhulp. Tekstuele aanpassing bij lid 3.

Verordening Amsterdam Artikel 3.5 kwaliteit toeleiding 1. Het college waarborgt een deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en het inzetten van de aangewezen voorziening op grond van deze verordening. 2. Om de in het eerste lid bedoelde deskundigheid te waarborgen draagt het college zorg dat: a. het lokaal team over relevante deskundigheid beschikt met betrekking tot de in artikel 2.1 onder a t/m f van het Besluit Jeugdwet genoemde problematieken; b. het lokaal team beschikt over expertise voor het uitvoeren van diagnostiek ten behoeve van het verhelderen van de hulpvraag; c. het lokaal team bestaat uit een combinatie van in ieder geval de volgende SKJ, BIG of NIP geregistreerde professionals: i. Jeugd- en gezinsprofessional; ii. Jeugdpsycholoog/GZ-psycholoog, orthopedagoog generalist en/of kinder- en jeugdpsycholoog. d. de in het eerste lid bedoelde taken worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde professional die beschikt over de specifieke kennis en vaardigheden behorend bij de hulpvraag; e. het lokaal team houdt zich bij de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde taken aan de professionele standaarden die zijn opgesteld door de beroepsgroep waartoe de professional behoort en met inachtneming van de voor de doelgroep ontwikkelde instrumenten voor oordeels- en besluitvorming; f.

het besluit tot inzet van jeugdhulp genomen wordt door een gemandateerde professional van het lokale team op basis van het gesprek met de jeugdige en/of zijn ouders en overleg met tenminste één andere professional van het lokale team.

Opgenomen n.a.v. de uitspraken van de CRvB dat de kwaliteit toeleiding in de verordening moet zijn opgenomen.

Verordening Amsterdam

Artikel 3.4 Toegangsproces algemeen 1. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische jeugdhulp aanbiedt. 2. Een individuele voorziening voor specialistische jeugdhulp wordt ingezet op grond van het gesprek over de hulpvraag met de jeugdige en/of zijn ouders, zoals bedoeld in artikel 3.5 en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan, zoals bedoeld in artikel 3.9. 3. In afwijking van het gestelde in het vorige lid, kan het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.5, achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van een lokaal team– conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij geen ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden; b. in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 4. In de in het derde lid onderdeel a genoemde gevallen kent het college een individuele voorziening voor jeugdhulp toe op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp.

Artikel 3.4 Toegangsproces algemeen 1. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische jeugdhulp aanbiedt. 2. Een individuele voorziening voor specialistische jeugdhulp wordt ingezet op grond van het gesprek over de hulpvraag met de jeugdige en/of zijn ouders, zoals bedoeld in artikel 3.5 en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan, zoals bedoeld in artikel 3.9. 3. In afwijking van het gestelde in het vorige lid, kan het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.5, achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van een lokaal team– conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel g van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij geen ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden; b. in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van specialistische jeugdhulp geen uitstel duldt. 4. In de in het derde lid onderdeel a genoemde gevallen kent het college een individuele voorziening voor jeugdhulp toe op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van specialistische jeugdhulp.

Verplaatst en aangepast naar nieuwe 3.9 omdat deze bepaling niet op een logische plek stond.

Verordening Amsterdam 5. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van het lokale team - conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij er een ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het signaal van de betrokken jeugdhulpaanbieder dat er een integraal plan is opgesteld en hierin de ondersteuningsbehoeften op de verschillende levensgebieden voldoende in kaart zijn gebracht om een effectieve uitvoering van de jeugdhulp mogelijk te maken. 6. Wanneer een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie de inzet van specialistische jeugdhulp in de vorm van ambulante jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige nodig acht, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het verzoek om een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder voor specialistische jeugdhulp. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdere uitwerking van de criteria voor een individuele voorziening en de methodiek en procedure waarmee de noodzaak tot het bieden van een individuele voorziening wordt vastgesteld. 8. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is de inzet van specialistische jeugdhulp te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels.

5. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van het lokale team - conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet verwezen heeft naar specialistische jeugdhulp waarbij er een ondersteuningsvraag is op meerdere levensgebieden, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het signaal van de betrokken jeugdhulpaanbieder dat er een integraal plan is opgesteld en hierin de ondersteuningsbehoeften op de verschillende levensgebieden voldoende in kaart zijn gebracht om een effectieve uitvoering van de jeugdhulp mogelijk te maken. 6. Wanneer een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie de inzet van specialistische jeugdhulp in de vorm van ambulante jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige nodig acht, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het verzoek om een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder voor specialistische jeugdhulp. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdere uitwerking van de criteria voor een individuele voorziening en de methodiek en procedure waarmee de noodzaak tot het bieden van een individuele voorziening wordt vastgesteld. 8. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is de inzet van specialistische jeugdhulp te heroverwegen en stelt hieromtrent nadere regels.

Verordening Amsterdam Artikel 3.5 Het gesprek en het integraal plan 1. Het lokale team stelt namens het college in een of meerdere gesprek(ken) samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. wat de hulpvraag is en met welke beperkingen en kwaliteiten van de jeugdige en het gezin, op de verschillende leefgebieden, rekening gehouden moet worden om de hulpvraag te beantwoorden, b. wat de jeugdige, zijn ouders en het sociale netwerk zelf kunnen doen om de hulpvraag te beantwoorden, c. wat de mogelijkheden zijn om gebruik te maken van een andere voorziening; d. of en welke ondersteuning nodig is vanuit de algemene voorzieningen, e. of en welke extra ondersteuning nodig is in de vorm van een individuele voorziening, f. op welke wijze de ondersteuning bedoeld onder b, c, d en e wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen; g. wat de doelen (beoogde resultaten) zijn van de ondersteuning.

Artikel 3.6 Het gesprek en het integraal plan 1. Het lokaal team stelt namens het college in een of meerdere gesprekken samen met de jeugdige en/of zijn ouders vast: a. wat de hulpvraag van de jeugdige of zijn ouders is; b. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige, de veiligheid en ontwikkeling van de jeugdige en de gezinssituatie; c. of sprake is van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen. d. Als sprake is van problemen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, dan onderzoekt het college achtereenvolgens: i. welke problemen of stoornissen dat zijn; ii. welke hulp nodig is voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau, gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren; iii. of en in hoeverre de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouders en van het sociale netwerk toereikend zijn om zelf de nodige hulp en ondersteuning te kunnen bieden; iv.

voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn, de mogelijkheden om met de inzet van een algemene voorziening of individuele voorziening te voorzien in de nodige ondersteuning, hulp en zorg; v. hoe bij de bepaling van de aangewezen vorm van jeugdhulp zo goed mogelijk rekening kan worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de

Vernummering Uitgebreider omschreven, in lijn met de jurisprudentie.

Verordening Amsterdam

2. Wanneer uit het gesprek blijkt dat de inzet van specialistische jeugdhulp nodig is, wordt door het lokale team met de te betrekken jeugdhulpaanbieder overleg gevoerd over de in te zetten jeugdhulp. 3. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders reeds een familiegroepsplan opgesteld hebben, vormt dit het uitgangspunt voor het gesprek zoals beschreven in het eerste lid. 4. Het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het eerste lid vast in een integraal plan dat door de gemandateerde professional van het lokale team, de jeugdige en/of zijn ouders ondertekend wordt. 5. In het integraal plan worden afspraken opgenomen over het moment en de wijze waarop de resultaten van het integraal plan met de jeugdige en/of zijn ouders, het lokale team en de jeugdhulpaanbieder besproken worden. 6. Het ondertekende integraal plan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, kan door het lokale team worden opgeslagen in de eigen administratie. 7. Het ondertekende integraal plan wordt, voor zover van toepassing voor een effectieve uitvoering van de specialistische jeugdhulp, door de jeugdige en/of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door het lokale team, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. 8.

Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.

levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en; vi. indien van toepassing, hoe de toekenning van een individuele voorziening zo goed mogelijk kan worden afgestemd op andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen. 2. Wanneer de jeugdige en/of zijn ouders reeds een familiegroepsplan opgesteld hebben, vormt dit het uitgangspunt voor het gesprek zoals beschreven in het eerste lid. 3. Wanneer uit het gesprek blijkt dat de inzet van aanvullende jeugdhulp nodig is, wordt door het lokale team met de te betrekken jeugdhulpaanbieder overleg gevoerd over de in te zetten jeugdhulp. 4. Het lokale team en de jeugdige en/of zijn ouders leggen de zaken genoemd in het eerste lid vast in een integraal plan dat door de gemandateerde professional van het lokale team wordt ondertekend. Het besluit wordt toegevoegd aan het integraal plan.

6. Het ondertekende integraal plan, dan wel de weergave ervan in een gespreksverslag, kan door het lokale team worden opgeslagen in de eigen administratie. 6. Het ondertekende integraal plan wordt, voor zover van toepassing voor een effectieve uitvoering van de aanvullende jeugdhulp, door de jeugdige en/of zijn ouders, of in voorkomende gevallen door het lokale team, gedeeld met de betrokken jeugdhulpaanbieder met inachtneming van de geldende privacyregelgeving. 8. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het gesprek zoals bedoeld in dit artikel gevoerd wordt.

Volgorde aangepast, oude lid 3 Volgorde aangepast. Specialistische jeugdhulp vervangen door aanvullende jeugdhulp Aangepast dat ouders het plan moeten ondertekenen omdat dit vaak een administratieve last is

Lid 6 vervalt omdat dit een overbodige bepaling is Vernummering

Lid 8. vervalt omdat de punten in de verordening zijn opgenomen.

Verordening Amsterdam Artikel 3.7 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen 1. Het college neemt bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen zoals bedoeld in het vorige artikel tot uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouder(s) zelf ligt en dat de hulp die daarvoor nodig is in beginsel ook door hen geleverd kan worden. Dit is ook het geval als sprake is van psychische problemen of stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de artikelen 82 en 247, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Uit het onderzoek kan blijken dat de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de ouder(s) niet toereikend is, bijvoorbeeld omdat sprake is van: a. (een) geobjectiveerde beperking(en) om noodzakelijke hulp te bieden; b. een gebrek aan kennis of vaardigheden om noodzakelijke hulp te bieden; c. het op permanent toezicht aangewezen zijn van de jeugdige ter voorkoming van escalatie of ernstig nadeel en waarvoor geen Wlz-aanspraak bestaat of het op 24 uur per dag zorg in de nabijheid aangewezen zijn van de jeugdige, omdat de jeugdige zelf niet in staat is om op relevante momenten hulp in te roepen om ernstig nadeel voor hem zelf te voorkomen en waarvoor geen Wlz-aanspraak bestaat; d.

overbelasting of dreigende overbelasting, waardoor geen noodzakelijke hulp kan worden verwacht totdat deze belasting of dreigende overbelasting is opgeheven. 2. Bij de beoordeling van de overbelasting bedoeld in het eerste lid onder d, wordt ook vastgesteld welke mogelijkheden de ouder(s) hebben om de overbelasting of

Opgenomen n.a.v. de uitspraken van de CRvB dat eigen mogelijkheden en het probleem oplossend vermogen in de verordening moet zijn opgenomen.

Verordening Amsterdam dreigende overbelasting op te heffen, waarbij redelijkerwijs verwacht mag worden dat de ouder(s) maatschappelijke activiteiten beperken en betaalde arbeid verminderen of anders organiseren om overbelasting of dreigende overbelasting op te heffen. Hierbij houdt het college ook rekening met: a. de behoefte en mogelijkheden van de jeugdige; b. de duur van de inzet; c. de planbaarheid van de hulp; d. de benodigde ondersteuningsintensiteit; e. de samenstelling van het gezin en de woonsituatie; f. de noodzaak van de ouder(s) om in een inkomen te voorzien. Artikel 3.6 Criteria en afwegingsfactoren bij de toekenning 1. Een jeugdige of ouder kan binnen de kaders van de Jeugdwet en deze verordening in aanmerking komen voor een individuele voorziening wanneer door het college of een andere wettelijke verwijzer is vastgesteld dat: a. een individuele voorziening aangewezen is gezien de aard en ernst van de hulpvraag; b. de jeugdige zelf, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving, geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; c. een algemene voorziening niet adequaat is voor de oplossing van de hulpvraag; d. de jeugdige of de ouders geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag volledig te beantwoorden.

Artikel 3.8 Criteria en afwegingsfactoren bij de besluitvorming

Vernummering en aanpassing besluitvorming i.p.v. toekenning omdat dit begrip beter aansluit.

2. De inzet van een individuele voorziening is in beginsel tijdelijk en gericht op herstel en versterking van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of diens ouders.

In dit lid is de tijdelijkheid van de voorziening, zoals ook beoogd door de wetgever, opgenomen als zijnde het uitgangspunt voor de inzet van jeugdhulp.

Verordening Amsterdam

2. Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen voor specialistische jeugdhulp.

3. Het college treft geen individuele voorziening voor zover er naar haar oordeel sprake is van voldoende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen. 4. Een individuele voorziening voor jeugdhulp wordt alleen toegekend als de inzet van de voorziening naar het oordeel van het college doeltreffend geacht kan worden. Om doeltreffend te zijn geldt in ieder geval dat: a. de in te zetten voorziening bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag; b. de in te zetten voorziening behoudens het bepaalde in artikel 2.4 tweede lid sub b van de wet – waar beschikbaar – een bewezen effectieve interventie is. 2. Het college kan nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de algemene criteria zoals genoemd in het eerste lid of ter bepaling van specifieke criteria voor bepaalde individuele voorzieningen voor aanvullende jeugdhulp.

Lid 3 is opgenomen om daarmee de rol en verantwoordelijkheden van ouders te borgen in de gemeentelijke verordening. Doeltreffendheid van voorzieningen is in lid 4 opgenomen, inclusief de kwaliteit van de interventies.

Artikel 3.9 Toegangsproces algemeen 1. In dit artikel en volgende artikelen van paragraaf 2 wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: de jeugdhulpaanbieder in de zin van de wet die specialistische jeugdhulp aanbiedt 1. Een individuele voorziening wordt ingezet op grond van het gesprek over de hulpvraag met de jeugdige en/of zijn ouders, zoals bedoeld in artikel 3.6 en wanneer het gaat om een persoonsgebonden budget, aanvullend op grond van het pgb-plan zoals bedoeld in artikel 3.12. 2. In afwijking van het vorige lid, kan het gesprek, zoals bedoeld in artikel 3.6 achterwege gelaten worden, wanneer: a. de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van het lokaal team– conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet verwezen

Vernummering. Is oude artikel 3.4.

Lid 2 vervalt omdat dit opgenomen is in de verordening.

Vernummering en tekstuele aanpassing. Verwijzing aangepast Vernummering en verwijzing aangepast en tekstuele aanpassing

Verordening Amsterdam

3.

3.

4.

5.

6.

heeft naar aanvullende jeugdhulp waarbij geen hulpvraag is op meerdere levensgebieden; b. in crisissituaties waar de onmiddellijke uitvoering van aanvullende jeugdhulp noodzakelijk is. In de in het tweede lid onderdeel a genoemde gevallen kent het college een individuele voorziening voor jeugdhulp toe op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder van aanvullende jeugdhulp. Wanneer de huisarts, jeugdarts of medisch specialist – niet zijnde een professional van het lokale team - conform artikel 2.6 eerste lid onderdeel e van de wet heeft verwezen naar aanvullende jeugdhulp waarbij er een hulpvraag is op meerdere levensgebieden die de expertise van de aanbieder van aanvullende jeugdhulp overstijgt en deze vraag verband houdt met de jeugdhulpvraag, wordt het lokale team door de jeugdhulpaanbieder betrokken. Als de ouders en/of jeugdige niet willen dat het lokale team betrokken wordt zoals bedoeld in het vorige lid, ondersteunt de aanbieder van aanvullende hulp de ouders en jeugdige bij het organiseren van ondersteuning op de andere levensgebieden om een effectieve uitvoering van de jeugdhulp mogelijk te maken.

Wanneer een zorgteam van een speciaal onderwijslocatie de inzet van aanvullende jeugdhulp in de vorm van ambulante jeugdhulp in het netwerk van de jeugdige nodig acht, wordt de individuele voorziening ingezet op grond van het verzoek om een zorgtoewijzing van de betrokken jeugdhulpaanbieder voor aanvullende jeugdhulp. Het lokale team, de huisarts, de medisch specialist, de jeugdarts of de gemandateerde professional van de gecertificeerde instelling kan, met inachtneming van de geldende privacyregelgeving, expertise betrekken en advies inwinnen van een gecontracteerde aanbieder van

Vervalt omdat deze werkwijze niet juist is.

Vernummering en aangepast aan werkwijze gebiedsknooppunten.

Toegevoegd om werkwijze gebiedsgericht werken te waarborgen

Vernummering. Specialistische jeugdhulp in aanvullende jeugdhulp gewijzigd. Toegevoegd om gebiedsknooppunt/ consultatie en advies te borgen in verwijsproces

Verordening Amsterdam aanvullende jeugdhulp als dit naar het oordeel van die verwijzer noodzakelijk is voor de toeleiding naar jeugdhulp. 7. Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdere uitwerking van de criteria voor een individuele voorziening en de methodiek en procedure waarmee de noodzaak tot het bieden van een individuele voorziening wordt vastgesteld. 8. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is de inzet van jeugdhulp te heroverwegen en kan hieromtrent nadere regels stellen. Paragraaf 3. Toegang dyslexiezorg Artikel 3.7 Toegang dyslexiezorg 1. Het college kent een individuele voorziening voor dyslexiezorg toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie, en behandeling, indien uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige enkelvoudige dyslexie. 2. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van het verzoek tot een zorgtoewijzing van de dyslexieaanbieder na een controle van het leerlingdossier van de basisschool door de poortwachter dyslexiezorg. 3. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de werkwijze van de poortwachter dyslexiezorg en de eisen waaraan het leerlingdossier dient te voldoen. Paragraaf 4.

Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp Artikel 3.8 Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp 1. Het college neemt een besluit tot toekenning van een overige individuele voorziening jeugdhulp: a. op grond van een aanvraag van het lokale team of een andere op grond van de wet daartoe bevoegde

Vervalt omdat dit in de verordening is opgenomen.

Opgenomen bij 3.20

Paragraaf 3. Toegang dyslexiezorg Artikel 3.10 Toegang dyslexiezorg 1. Het college kent een individuele voorziening voor dyslexiezorg toe door middel van een besluit dat toegang geeft tot diagnostiek, om vast te stellen of sprake is van ernstige dyslexie, en behandeling, indien uit de uitgevoerde diagnostiek blijkt dat sprake is van ernstige dyslexie.

Vernummering Aangepast aan nieuwe protocol

Artikel 3.11 Toegang overige individuele voorzieningen jeugdhulp 1. Het college neemt een besluit tot toekenning van een overige individuele voorziening jeugdhulp: a. op grond van een aanvraag van het lokale team of een andere op grond van de wet daartoe bevoegde

Vernummering

Verordening Amsterdam professional, als het gaat om jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.3 tweede lid onderdeel a, c en d; b. op grond van het verzoek tot zorgtoewijzing van een landelijke jeugdhulpaanbieder, als het gaat om jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.3 tweede lid onderdeel b. 2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud en de wijze van indienen van de aanvraag zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. Paragraaf 5 Aanvullende regels persoonsgebonden budget Artikel 3.9 Het pgb-plan 1. Indien de jeugdige en/of zijn ouders zich in het gesprek zoals bedoeld in artikel 3.4 gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door de door gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders niet passend achten, kunnen zij een persoonsgebonden budget aanvragen. 2. De jeugdige en/of zijn ouders dienen hiertoe in aanvulling op het integraal plan een pgb-plan op te stellen waarin is opgenomen: a. de motivatie waarom zorg in natura niet passend en een persoonsgebonden budget gewenst is, b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening, c. de kosten, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief, van de uitvoering, d. de kwalificaties van de uitvoerder.

professional, als het gaat om jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel a, c en d; b. op grond van het verzoek tot zorgtoewijzing van een landelijke jeugdhulpaanbieder, als het gaat om jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, onderdeel b.

Artikel 3.12 Het pgb-plan 1. Indien de jeugdige en/of zijn ouders zich in het gesprek zoals bedoeld in artikel 3.6 gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door de door gemeente gecontracteerde jeugdhulpaanbieders van aanvullende jeugdhulp niet passend achten en een pgb wensen, dan dienen zij hiertoe in aanvulling op het integraal plan een pgb-plan op te stellen. 2. In het plan zoals genoemd in het vorige lid is in ieder geval opgenomen: a. de motivatie waarom zorg in natura niet passend en een persoonsgebonden budget gewenst is; b. de voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening; c. de kosten, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief, van de uitvoering; d. de kwalificaties van de beoogde uitvoerder; e. de motivatie ten aanzien van de pgb-vaardigheid aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 3.16 van deze verordening. 3. Het college beoordeelt of de in te kopen individuele voorziening die de jeugdige en/of zijn ouder(s) met een pgb

Vernummering Definitie verduidelijking aanbieder van aanvullende jeugdhulp

Aangepast i.v.m. jurisprudentie, tweetrapsraket in besluitvorming is niet toegestaan

Toegevoegd i.v.m. kwaliteitsborging pgb

Verordening Amsterdam wensen in te kopen van goede kwaliteit, en dus veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht is. Artikel 3.10 Onderscheid formele en informele hulp 1. Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; c. personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJ-register), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 3.

Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp.

Artikel 3.13 Onderscheid formele en informele hulp 1. Bij het vaststellen van de soort hulp die benodigd is, wordt bij hulp in de vorm van een pgb onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. 2. Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de budgethouder: a. personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden als onderneming staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; b. personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel en ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. 3. Formele hulp wordt altijd geleverd door personen die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet, voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van jeugdhulp. 4.

Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder is er altijd sprake van informele hulp.

Vernummering. Tekstuele aanpassing Tekstuele verbetering

Verduidelijking van voormalig lid 2 sub c.

Vernummering

Verordening Amsterdam 4. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 2 onder a, b of c, is sprake van informele hulp.

5. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in het tweede lid, onder a of b, is sprake van informele hulp.

Vernummering en tekstuele aanpassing

Artikel 3.11 Vaststellen hoogte van persoonsgebonden budget 1. De hoogte van het persoonsgebonden budget wordt berekend aan de hand van het aantal uren, dagdelen of etmalen dat de individuele voorziening nodig is vermenigvuldigd met een vast tarief per ondersteuningsvorm. 2. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen voor formele hulp: a. als het gaat om ambulante hulpverlening: i. voor praktische begeleiding en ondersteuning: € 35,80 per uur; ii. voor specialistische begeleiding: € 65,00 per uur; iii. voor specialistische behandeling: € 93,60 per uur; b. als het gaat om dagbehandeling of –begeleiding in groepsverband: i. voor praktische begeleiding en ondersteuning: € 44,20 per dagdeel; ii. voor specialistische behandeling: €73,80 per dagdeel; c. als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling: i. met lichte begeleiding: € 101,00 per etmaal; ii. met specialistische begeleiding: €198,80 per etmaal; iii. met specialistische behandeling: € 264,40 per etmaal; d. als het gaat om vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden en uitgevoerd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf:

Artikel 3.14 Vaststellen hoogte van het persoonsgebonden budget

Vernummering. Tarieven zijn aangepast n.a.v. het onderzoek van KPMG

2. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen voor formele hulp: a. als het gaat om ambulante hulpverlening: i. voor praktische begeleiding en ondersteuning € 44,16 per uur; ii. voor specialistische begeleiding € 80,16 per uur; iii. voor specialistische behandeling € 115,20 per uur; b. als het gaat om dagbehandeling of – begeleiding in groepsverband: i. voor praktische begeleiding en ondersteuning € 54,48 per dagdeel; ii. voor specialistische behandeling € 90,96 per dagdeel; c. als het gaat om verblijf binnen een jeugdhulpinstelling: i. met lichte begeleiding € 124,32 per etmaal; ii. met specialistische begeleiding € 245,28 per etmaal; iii. met specialistische behandeling € 326,16 per etmaal; d. als het gaat om vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden en uitgevoerd door de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf:

Verordening Amsterdam Postcode afstand plaats verblijf en bestemming Groep Groep rolstoel Individueel C1 C2 C3 C4 C5 C6

0-4 km

5-9 km

10-19 km

2029 km

3039 km

>40 km

C1 C2

C2 C2

C3 C3

C3 C4

C4 C5

C5 C6

C2 €17,60 €24,00 €33,00 €46,20 €64,00 €94,60

C3

C4

C4

C5

C6

Postcode afstand plaats verblijf en bestemming Groep Groep rolstoel Individueel C1 C2 C3 C4 C5 C6

0-4 km

5-9 km

10-19 km

2029 km

3039 km

>40 km

C1 C2

C2 C2

C3 C3

C3 C4

C4 C5

C5 C6

C2 € 21,60 € 29,52 € 40,56 € 56,88 € 78,72 € 116,64

C3

C4

C4

C5

C6

3. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen voor informele hulp: a. voor hulp uit niet zijnde de ondersteuningsvorm ‘logeren niet-professioneel’ geldt een tarief van € 20,00 per uur. b. voor de ondersteuningsvorm ‘logeren informeel’ verleend door een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet verstrekt het college een tegemoetkoming van € 60,per etmaal, met een maximum van € 141,- per kalendermaand. c. als het gaat om vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden:

3. De tarieven op basis waarvan de hoogte van het persoonsgebonden budget berekend wordt, bedragen voor informele hulp: a. voor hulp niet zijnde de ondersteuningsvorm 'logeren niet-professioneel' een tarief van € 20,00 per uur; b. voor de ondersteuningsvorm ‘logeren nietprofessioneel’ verleend door een hulp uit het sociaal netwerk als bedoeld in artikel 8ab van de Regeling Jeugdwet een tegemoetkoming van € 60,- per etmaal, met een maximum van € 141,- per kalendermaand; c. als het gaat om vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden:

Postcode afstand plaats

>40 km Postcode afstand plaats

0-4 km

5-9 km

10-19 km

20-29 km

30-39 km

0-4 km

5-9 km

10-19 km

20-29 km

30-39 km

Juiste benaming van logeren opgenomen.

>40 km

Verordening Amsterdam verblijf en bestemming Informeel vervoer C0 C1 C2 C4

C0

C0

C1

C2

C4

€7,80 €17,60 €24,00 €46,20

verblijf en bestemming Informeel C4 vervoer C0 C1 C2 C4

C0

C0

C1

C2

C4

C4

€7,80 €17,60 €24,00 €46,20 Indexering aangepast zodat dezelfde systematiek wordt gebruikt voor de gecontracteerde jeugdhulp. Afronding aangepast zodat de tarieven ook passend zijn in het systeem van de SVB

5. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

4. De in het tweede lid genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2025 en worden ieder opvolgend kalenderjaar geïndexeerd op basis van de volgende percentages: a. voor 90% op basis van het indexcijfer Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA) voor personele kosten van het voorgaande kalenderjaar van het Centraal Planbureau en gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit, en; b. voor 10% op basis van het prijsindexcijfer particuliere consumptie (PPC) van het voorgaande kalenderjaar van het Centraal Planbureau en gepubliceerd door de Nederlandse Zorgautoriteit. 5. Bovenstaande percentages zijn gebaseerd op de voorlopige index voor het jaar T, gecorrigeerd met het verschil tussen de voorlopige en definitieve index van het jaar T-1. 6. De berekende bedragen worden afgerond op een bedrag dat deelbaar is door 24. 7. Als toepassing is gegeven aan het vierde lid, draagt het college zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaats gestelde bedragen.

Artikel 3.12 Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp

Artikel 3.15 Verstrekken persoonsgebonden budget formele hulp en informele hulp

Vernummering

4. De in het tweede lid genoemde tarieven zijn uitgedrukt in het prijspeil van 2021 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van de ontwikkeling van de consumentenprijsindex die geldt voor het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het desbetreffende kalenderjaar (T-2). De berekende bedragen worden naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,2.

Vernummering en verwijzing aangepast.

Verordening Amsterdam 1. Het college kent een persoonsgebonden budget voor formele hulp enkel toe indien de zorgverlener: a. voldoet aan hetgeen bepaald in artikel 3.10, tweede lid. b. werkt op basis van een hulpverleningsplan; c. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; d. de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; e. een vertrouwenspersoon in staat stelt zijn taak uit te voeren.

2. Het college kent een persoonsgebonden budget voor informele hulp die wordt geleverd vanuit het sociale netwerk enkel toe: a. voor zorg zoals genoemd in artikel 3.1, met uitzondering van daghulp; b. als wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp; c. indien de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale (kwaliteits)criteria:

1. Het college kent een persoonsgebonden budget voor formele hulp enkel toe indien de zorgverlener: a. voldoet aan hetgeen is bepaald in artikel 3.13, tweede en derde lid; b. werkt op basis van een hulpverleningsplan dat is afgestemd met ouders en jeugdige; c. werkt met een systeem voor kwaliteitsbewaking; d. zich zodanig organiseert (en zich voorziet van kwalitatief goed en voldoende personeel) dat verantwoorde hulp kan worden geboden (norm van de verantwoorde werktoedeling); e. voor elk van zijn medewerkers beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG); f. de verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling, de meldplicht calamiteiten en de meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp hanteert; g. beschikt over een klachtencommissie, of in geval van een zzp'er een duidelijke klachtenprocedure ten behoeve van de jeugdige en ouder en deze voldoende kenbaar maakt aan de jeugdige en ouder; en h. een vertrouwenspersoon in de gelegenheid stelt zijn/haar taak uit te oefenen. 2. Het college kent een persoonsgebonden budget voor informele hulp die wordt geleverd vanuit het sociale netwerk enkel toe: a. voor zorg zoals genoemd in artikel 3.1, tweede lid, onder a en b en logeren niet-professioneel; b. als genoegzaam wordt aangetoond waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van formele hulp; c.

als de pgb budgethouder of diens vertegenwoordiger voldoende vaardig is voor het uitvoeren van de taken die behoren bij het persoonsgebonden budget als bedoeld in de zin van artikel 3.16;

Kwaliteitseisen PGB zijn uitgebreid om daarmee de kwaliteit van de hulp te borgen.

Kwaliteitsverbeteringen voor de inzet van Pgb’s

Verordening Amsterdam i.

de zorgverlener beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden; ii. de zorgverlener beschikt over een VOG (behalve als de zorgverlener een ouder is, zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet); iii. de zorgverlener neemt bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling contact op met Veilig Thuis voor advies of het doen van een melding en maakt hierbij bij voorkeur gebruikt van de Meldcode Huiselijk geweld; iv. de zorgverlener meldt calamiteiten direct aan het lokale team; v. de zorgverlener werkt op basis van een plan. d. als de ondersteuning aan de jeugdige of zijn ouders niet leidt tot overbelasting bij de persoon die deze informele hulp verleent.

d. indien de zorg wordt afgestemd op de persoonlijke situatie van degene ten behoeve van wie het pgb wordt ingezet en eventuele andere vormen van hulp of zorg in het gezin; en e. indien de persoon die de informele hulp verleent voldoet aan de volgende minimale criteria: i. de persoon die de informele hulp verleent, beschikt over een geldige verklaring omtrent het gedrag, zoals bedoeld in artikel 4.1.6 van de wet, voor het verlenen van veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte zorg en kan deze desgevraagd overhandigen aan het lokale team, tenzij de persoon die de informele hulp verleent de ouder is van de jeugdige; ii. de persoon die de informele hulp verleent werkt op basis van een plan waarin activiteiten en doelen zijn vastgelegd; iii. de persoon die de informele hulp verleent beschikt over de voor de hulpvraag benodigde competenties, kennis en vaardigheden om verantwoorde hulp te bieden en dit kan aantonen. 3. De uitvoerder van de ondersteuning die met het pgb wordt ingekocht, is niet tevens de wettelijke vertegenwoordiger van de budgethouder noch heeft deze een financiële relatie met de budgethouder, tenzij: a. dit gezien de situatie van de jeugdige, de aard van de ingekochte ondersteuning en de waarborgen waarmee een verantwoorde besteding en verantwoording van het pgb is omgeven, naar het oordeel van het college passend wordt bevonden; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15504778/2