CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-Wordt-lijst Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam

Raadscommissie Algemene Zaken 8 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam (VN2025-005492)3.863 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-Wordt-lijst Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam De belangrijkste inhoudelijke veranderingen met de voorliggende Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam staan in deze 'was-wordt-lijst'. Het gaat om verschillen tussen de Verordening inzake het recht van onderzoek 2002 ten opzichte van de voorliggende Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam. In deze lijst staat dit uitgewerkt op artikelniveau, met verwijzingen naar de betreffende artikelen. Was

Wordt

Reden

Art. 1 1. Een voorstel tot het instellen van een onderzoek zoals bedoeld in art. 155a, eerste lid, van de Gemeentewet, moet schriftelijk worden ingediend. 2. Alvorens te besluiten tot het instellen van een onderzoek als bedoeld in art. 155a, eerste lid, van de Gemeentewet kan de Gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek. 3. De Gemeenteraad kan dit voorbereidend onderzoek opdragen aan een commissie bestaande uit leden uit haar midden. 4. De commissie aan wie het voorbereidend onderzoek is opgedragen, beschikt niet over de bevoegdheden als vermeld in de artikelen 155b, 155c en 155d van de Gemeentewet.

Artikel 1 Definities - College: het college van burgemeester en wethouders; - Enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet; - Raadsenquête: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid van de Gemeentewet. - Onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, die onderzoek doet naar het door het college gevoerde bestuur zoals beschreven in artikel 2 van deze verordening; - Raadsonderzoek: een onderzoek naar het door het college van burgemeester en wethouders gevoerde bestuur of het handelen van de gemeenteraad zelf, ingesteld op grond van artikel 155 Gemeentewet; - Voorbereidingscommissie: een commissie ingesteld op grond van artikel 84 Gemeentewet die tot doel heeft te onderzoeken welk controleinstrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid; - Vergadering: bijeenkomst waarin de enquêtecommissie beraadslaagt, maar niet verhoort;

Enkele definities in de voordracht vereisen nadere toelichting. Volgens de Aanwijzingen Regelgeving Amsterdam moeten deze aan het begin van de verordening worden opgenomen.

Was

Wordt

Reden

- Hoorzitting: bijeenkomst van de enquêtecommissie waarin zij personen hoort op grond van artikel 155c Gemeentewet. Art. 2 1. Indien de Gemeenteraad besluit tot het instellen van een onderzoek als bedoeld in art. 155a, eerste lid, van de Gemeentewet stelt hij een onderzoekscommissie in als bedoeld in art. 155a, derde lid, van de Gemeentewet, bestaande uit vijf leden, van wie de Gemeenteraad een lid aanwijst als voorzitter. 2. Het besluit tot het instellen van een onderzoek omvat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek en een toelichting. Het onderwerp van onderzoek dient betrekking te hebben op een onderdeel of aspect van het door het College of de Burgemeester gevoerde bestuur. 3. De onderzoekscommissie blijft bestaan totdat de Gemeenteraad heeft besloten haar te ontbinden.

Artikel 2 Raadsonderzoek 1. De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer leden een onderzoek instellen. 2. Het besluit tot instellen van een onderzoek bevat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek en een toelichting. Deze omschrijving kan tijdens het onderzoek door de gemeenteraad worden gewijzigd. 3. Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie ex. artikel 84 van de Gemeentewet. 4. Met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 169 en 180 Gemeentewet is niemand verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek. 5. De grondslag voor het onderzoek kan door de gemeenteraad indien nodig gaandeweg het onderzoek worden gewijzigd, al dan niet op voorstel van de onderzoekscommissie, naar een onderzoek op grond van artikel 155a van de Gemeentewet. 6. Alvorens te besluiten een raadsonderzoek te houden, kan de gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek, eveneens op grond van dit artikel.

In de oude verordening bestond enkel de mogelijkheid om – eventueel na een voorbereidend onderzoek – een raadsenquête te houden. In de nieuwe verordening is de optie voor een raadsonderzoek toegevoegd. In veel gevallen blijken de vergaande raadsenquêtebevoegdheden namelijk niet nodig te zijn om alle gewenste informatie verkrijgen en volstaat een raadsonderzoek. Daarnaast kan de raad in een raadsonderzoek naast het handelen van het college ook het eigen handelen onderzoeken.

2

Was

Wordt

Reden

Art. 3 1. Indien, hangende het onderzoek, de onderzoekscommissie van mening is dat de omschrijving van het onderwerp van onderzoek gewijzigd dient te worden, doet zij de Gemeenteraad een voorstel de omschrijving te wijzigen. 2. Omtrent een voorstel beslist de Gemeenteraad zo spoedig mogelijk.

Artikel 3 Voorbereidingscommissie 1. Alvorens te besluiten een raadsenquête te houden op grond van artikel 155a Gemeentewet kan de gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek. 2. De gemeenteraad draagt een voorbereidend onderzoek op aan een voorbereidingscommissie. Dit is een commissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet. De voorbereidingscommissie heeft tot doel te onderzoeken welk controleinstrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid; 3. De voorbereidingscommissie aan wie het voorbereidend onderzoek is opgedragen, beschikt niet over bevoegdheden als vermeld in de artikelen 155b, 155c en 155d van de Gemeentewet. 4. De voorbereidingscommissie heeft tenminste tot doel de gemeenteraad te adviseren over eventuele vervolgstappen na afronding van het voorbereidend onderzoek. De resultaten van het voorbereidend onderzoek worden gedeeld met de gemeenteraad, zodat deze op basis van de bevindingen een gemotiveerd besluit kan nemen over het al dan niet instellen van een raadsenquête.

In de oude verordening regelt artikel 3 hoe het onderwerp van de raadsenquête gewijzigd kan worden; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 2 lid 2.

Verder regelt artikel 2 van de nieuwe verordening dat een voorbereidingscommissie benoemd kan worden om te onderzoeken of een raadsenquête nodig is. De voorbereidingscommissie kan evt. ook de raadsenquête voorbereiden.

Als ervoor wordt gekozen een voorbereidend onderzoek te (laten) verrichten, kan pas een raadsenquête gehouden worden nadat de voorbereidingscommissie de gemeenteraad heeft geadviseerd. Op deze manier wordt de vraag naar de noodzaak en proportionaliteit van een raadsenquête expliciet gemaakt.

3

Was

Wordt

Reden

Art. 4 1. Alvorens te beginnen met het horen van personen bericht de voorzitter van de commissie de Gemeenteraad omtrent de tijd die naar verwachting nodig zal zijn voor het onderzoek. 2. Indien het zich naar het oordeel van de commissie laat aanzien dat het onderzoek niet zal zijn afgerond binnen de daarvoor aangegeven tijd, doet de voorzitter van de commissie daarvan melding aan de Gemeenteraad.

Artikel 4 Enquêtecommissie De enquêtecommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet bestaat uit een even aantal leden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de commissie op een andere wijze samen te stellen.

Artikel 4 van de oude verordening vervalt inhoudelijk.

Art. 5

Artikel 5 Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter

1. De onderzoekscommissie vergadert op door haar te bepalen tijdstippen. 2. De vergaderingen van de onderzoekscommissie vinden alleen doorgang als ten minste drie van de vijf commissieleden aanwezig zijn. 3. De vergaderingen, niet-zijnde hoorzittingen, zijn besloten. 4. Van de vergaderingen wordt een verslag gemaakt, dat niet in de openbaarheid wordt gebracht.

1. De leden van de enquêtecommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering van de enquêtecommissie; b. het handhaven van de orde; c. het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels; d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt.

Artikel 5 van de oude verordening regelt de vergaderingen van de enquêtecommissie; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld vanaf artikel 10.

Art. 6 1. Van het horen van personen als bedoeld in art. 155b, eerste lid, van de Gemeentewet wordt een integraal verslag gemaakt, dat als bijlage bij de bevindingen van de commissie wordt gevoegd.

Artikel 6 Secretaris 1. De gemeenteraad benoemt ter ondersteuning van de voorbereidings- en enquêtecommissie een commissiesecretaris. 2. Bij verhindering of afwezigheid van de commissiesecretaris wordt zijn plaats

In de nieuwe verordening regelt artikel 4 de samenstelling van de enquêtecommissie. Die bestaat uit een even aantal leden om mogelijke politieke besluitvorming binnen de enquêtecommissie te voorkomen (meer gericht op eensgezindheid).

In de nieuwe verordening regelt artikel 5 de bevoegdheden van de voorzitter van de enquêtecommissie.

Artikel 6 van de oude verordening regelt de verslaglegging en het horen van personen; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikelen 13, 14 en 17.

4

Was

Wordt

Reden

2. Het verslag van een verhoor als bedoeld in art. 155c, zesde lid, van de Gemeentewet is vertrouwelijk.

ingenomen door een daartoe door de gemeenteraad aangewezen vervanger.

In de nieuwe verordening regelt artikel 6 de benoeming van de secretaris van de voorbereidings- en enquêtecommissie.

Art. 7 1. De onderzoekscommissie kan, indien dit haar gewenst voorkomt, ter voorbereiding op het horen in beslotenheid informatieve gesprekken voeren. Er bestaat geen verschijningsplicht bij dergelijke gesprekken. 2. De onderzoekscommissie kan ook andere personen als bedoeld in art. 155b, eerste lid, van de Gemeentewet oproepen te worden gehoord, met dien verstande dat deze personen niet verplicht zijn gehoor te geven aan een daartoe strekkende oproep.

Artikel 7 (Ambtelijke) Bijstand 1. De bepalingen omtrent ambtelijke bijstand, zoals genoemd in de Verordening ambtelijke bijstand raadsleden zijn niet van toepassing. 2. De enquêtecommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht.

Artikel 7 van de oude verordening regelt het houden van informatieve gesprekken; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 11.

Art. 8 1. De openbare kennisgeving als bedoeld in art. 155c, vijfde lid, van de Gemeentewet vindt plaats door middel van een mededeling in dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen en via internet. 2. De oproep van de onderzoekscommissie als bedoeld in art. 155d, eerste lid, van de Gemeentewet en als bedoeld in art. 6, tweede lid, van deze verordening gaat in ieder geval vergezeld van het besluit van de Gemeenteraad als bedoeld in art. 155a, tweede lid, en de onderhavige verordening.

Artikel 8 Beraadslagingen 1. De enquêtecommissie beraadslaagt als een lid dat nodig acht. 2. De voorzitter nodigt de leden van de enquêtecommissie uit voor de beraadslagingen en vermeldt daarbij de datum, het tijdstip en de locatie. 3. De enquêtecommissie beraadslaagt achter gesloten deuren.

Artikel 8 van de oude verordening regelt het oproepen van getuigen voor verhoren; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 13.

Art. 9 1. De voorzitter van de onderzoekscommissie regelt de gang van zaken tijdens de hoorzitting. De hoorzitting kan door hem worden geschorst.

Artikel 9 Beëindiging van het lidmaatschap Als het lidmaatschap van een lid van de enquêtecommissie gedurende het onderzoek eindigt, brengt het lid eerst de voorzitter van de

Artikel 9 van de oude verordening regelt de bevoegdheden van de voorzitter van de enquêtecommissie; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 5.

In de nieuwe verordening regelt artikel 7 dat bepalingen m.b.t. ambtelijke bijstand niet van toepassing zijn bij een raadsenquête en dat externe onderzoeksbureaus ingeschakeld kunnen worden.

In de nieuwe verordening regelt artikel 8 de beraadslagingen van de enquêtecommissie.

5

Was

Wordt

2. De voorzitter kan, indien de orde tijdens de zitting dat naar zijn oordeel vereist, een of meer aanwezigen de toegang tot de hoorzitting ontzeggen, de zitting zonder hen voortzetten of de zitting staken.

enquêtecommissie en vervolgens de gemeenteraad zo spoedig mogelijk op de hoogte.

Art. 10 De bevindingen van de onderzoekscommissie worden op schrift gesteld en openbaar gemaakt. Na afloop van het onderzoek of zo dikwijls de onderzoekscommissie het nodig oordeelt dan wel de Gemeenteraad daartoe besluit, doet de onderzoekscommissie van haar verrichtingen verslag aan de Gemeenteraad.

Artikel 10 Uitoefenen bevoegdheden 1. De enquêtecommissie kan de haar verleende bevoegdheden uitoefenen met ingang van de dag waarop het besluit tot het instellen van de enquêtecommissie door de gemeenteraad is genomen en volgens de juiste wijze bekend is gemaakt, totdat de enquêtecommissie door de gemeenteraad dan wel op grond van artikel 18 van deze verordening wordt ontbonden. 2. De enquêtecommissie oefent haar bevoegdheden slechts uit voor zover dat naar het redelijk oordeel van de enquêtecommissie voor de vervulling van haar taak nodig is.

Artikel 10 van de oude verordening regelt de manier waarop de onderzoekscommissie haar bevindingen deelt met de gemeenteraad; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 18.

Artikel 11 Voorgesprekken 1. De enquêtecommissie kan besluiten voorgesprekken te houden met personen, zoals genoemd in artikel 155b, eerste lid van de Gemeentewet. 2. Een getuige of deskundige met wie de enquêtecommissie een voorgesprek voert, is niet ook lid van de enquêtecommissie. 3. Niemand is verplicht tot medewerking aan een voorgesprek.

Artikel 11 van de oude verordening regelt de ambtelijke ondersteuning; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikelen 6 en 7.

Art. 11 1. De Gemeenteraad wijst in overleg met de voorzitter van de commissie een medewerker van de griffie aan als secretaris van de onderzoekscommissie en, afhankelijk van de omvang van het onderzoek, tevens een plaatsvervangend secretaris. 2. De voorzitter van de commissie kan onder opgaaf van redenen om extra ambtelijke ondersteuning verzoeken.

Reden

In de nieuwe verordening regelt artikel 9 de beëindiging van het lidmaatschap van een lid van de enquêtecommissie.

In de nieuwe verordening regelt artikel 10 vanaf en tot welk moment de enquêtecommissie haar bevoegdheden kan uitoefenen. In artikel 10 lid 2 is een proportionaliteitscheck ingebouwd.

In de nieuwe verordening regelt artikel 11 het houden van voorgesprekken. Hierover is in de wet niets geregeld. Artikel 11 zorgt ervoor dat geen verwarring bestaat over wat een voorgesprek is, of

6

Was 3. Omtrent een verzoek als bedoeld in het tweede lid beslist de Gemeenteraad binnen twee weken na de ontvangst daarvan. 4. Indien ambtenaren, belast met de ambtelijke ondersteuning van de onderzoekscommissie, ambtshalve aanwezig zijn bij een besloten hoorzitting als bedoeld in art. 155c, zesde lid, van de Gemeentewet, bewaren zij geheimhouding over hetgeen hun tijdens deze zitting ter kennis komt.

Art. 12 Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening inzake het recht van onderzoek.

Wordt 4. De voorgesprekken worden gevoerd in een besloten vergadering van de enquêtecommissie, met als gevolg dat de leden van de enquêtecommissie geheimhouding bewaren over hetgeen hen tijdens het voorgesprek ter kennis komt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen met betrokkenen. 5. Van het voorgesprek kan een geluidsregistratie en een verslag worden gemaakt. Het vierde lid is hierop mede van toepassing. Artikel 12 Vorderen van schriftelijke informatie 1. Voordat de enquêtecommissie overgaat tot een vordering als bedoeld in artikel 155b Gemeentewet doet zij aan de personen, zoals genoemd in artikel 155b, eerste lid Gemeentewet, een verzoek doen tot het verschaffen van informatie. 2. Een vordering wordt schriftelijk gedaan en wordt aangetekend verzonden of tegen een gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt. 3. Als niet wordt voldaan aan de vordering doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt diegene aan wie de vordering is gericht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de vordering te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het

Reden medewerking verplicht is, of het openbaar is, etc.

Artikel 12 van de oude verordening regelt de citeertitel; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 21. In de nieuwe verordening regelt artikel 12 het vorderen van schriftelijke informatie en de aangifte die wordt gedaan als iemand na een extra oproep nog steeds geen gehoor geeft aan de vordering.

7

Was

Wordt

Reden doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de vordering.

Art. 13 Deze verordening treedt in werking op 7 maart 2002.

Artikel 13 Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor 1. De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op. 2. Binnen vijf werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de verzoektermijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van vijf werkdagen wordt afgeweken. 3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om deze termijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep ook gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van een week wordt afgeweken. 4. In afwijking van het eerste lid kan de enquêtecommissie in de oproep gemotiveerd bepalen dat het verhoor eerder

Artikel 13 van de oude verordening regelt de inwerkingtreding; dit wordt in de nieuwe verordening geregeld in artikel 20. In de nieuwe verordening regelt artikel 13 het oproepen van getuigen en deskundigen: de termijnen, het afwijken van de termijnen en de aangifte die wordt gedaan als iemand geen gehoor geeft aan de oproep.

8

Was

Wordt

Reden

plaatsvindt dan twee weken na verzending van de oproep als: a. naar oordeel van de enquêtecommissie in het belang van de raadsenquête een verhoor op een kortere termijn redelijkerwijs nodig is; of b. de betrokken getuige of deskundige met een kortere termijn instemt. 5. Indien een getuige of deskundige geen gehoor geeft aan de oproep doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene aan wie de oproep is gericht in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de oproep te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de oproep. Artikel 14 Horen onder ede 1. De enquêtecommissie besluit, voordat het eerste getuigenverhoor plaatsvindt, of alle getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte. 2. Voorafgaand aan het verhoor leggen getuigen en deskundigen, mits zo bepaald door de enquêtecommissie, in handen van de voorzitter de eed of de belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen.

Artikel 14 lid 1 en 2 regelt het horen van getuigen onder ede. De enquêtecommissie moet besluiten of de getuigen allemaal onder ede of allemaal niet onder ede worden gehoord. De oude verordening regelde hier niets over.

9

Was

Wordt

Reden

3. Als de enquêtecommissie het vermoeden heeft dat getuigen na het afleggen van de eed niet de waarheid spreken tijdens verhoren dan doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 207 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene die wordt verhoord op de hoogte gebracht van de vermoedens van de enquêtecommissie en in de gelegenheid gesteld alsnog aan de verplichtingen te voldoen door naar waarheid te antwoorden.

Artikel 14 lid 3 regelt dat aangifte wordt gedaan als het vermoeden bestaat dat een getuige niet de waarheid heeft gesproken.

Artikel 15 Toehoorders en pers 1. Toehoorders en pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen een openbare zitting bijwonen. 2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3. De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde verstoren te doen vertrekken. 4. De enquêtecommissie kan, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat in het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen er geen toehoorders en pers worden toegelaten tijdens de verhoren.

Artikel 15 regelt hoe om te gaan met toehoorders en pers bij openbare zittingen. De oude verordening regelde hier niets over.

Lid 4 regelt dat de enquêtecommissie ervoor kan kiezen dat toehoorders en pers niet toegelaten worden, zodat de persoonlijke levenssfeer van getuigen en deskundigen zoveel mogelijk beschermd wordt (afweging in het kader van proportionaliteit).

10

Was

Wordt

Reden

Artikel 16 Geluid- en beeldregistraties 1. De enquêtecommissie bepaalt op welke manier de verhoren openbaar zijn of worden gemaakt. 2. Degenen die tijdens een openbare zitting geluid- en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. 3. De enquêtecommissie kan, in afwijking van het tweede lid, besluiten dat er geen beeldregistraties worden gemaakt, in het kader van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen.

Artikel 16 regelt of en zo ja, op welke manier geluid- en/of beeldregistraties gemaakt worden (afweging in het kader van proportionaliteit). De oude verordening regelde hier niets over.

Artikel 17 Verslaglegging en archivering 1. De enquêtecommissie bepaalt op welke manier verslag wordt gemaakt van de verhoren. 2. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang. 3. Als de enquêtecommissie een schriftelijk verslag maakt van de verhoren dan wordt dat verslag ondertekend door de voorzitter. De enquêtecommissie kan het schriftelijk verslag ter verificatie voorleggen aan een gehoorde getuige of deskundige. 4. De enquêtecommissie draagt zorg voor archivering van de bescheiden van het onderzoek conform de geldende voorschriften voor het bewaren van openbare en geheime stukken.

Artikel 17 regelt hoe verslaglegging plaatsvindt (schriftelijk en/of beeld en/of geluid). De oude verordening regelde alleen iets over schriftelijke verslagen.

Lid 4 regelt dat de enquêtecommissie zorgt voor de archivering van stukken. In de praktijk betekent dit dat de raadsgriffie zorgdraagt voor de archivering. 11

Was

Wordt

Reden

Artikel 18 Afronding onderzoek 1. De enquêtecommissie legt haar bevindingen vast in een openbaar rapport dat zij aan de gemeenteraad voorlegt. 2. Het college krijgt voor de publicatie van het openbare rapport de gelegenheid om het rapport te beoordelen op feitelijke juistheden, het gebruik van vertrouwelijke informatie en de belangen van de gemeente. 3. Nadat de bevindingen van het onderzoek aan gemeenteraad zijn gepresenteerd, is de enquêtecommissie van rechtswege ontbonden. 4. Met ingang van de dag dat de enquêtecommissie wordt ontbonden, gaan over op de gemeenteraad: a. de bescheiden die op verzoek of vordering aan de enquêtecommissie zijn verstrekt; b. de beeld- of geluidsregistratie en verslagen van de voorgesprekken en verhoren; c. de documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad; en d. andere documenten die de enquêtecommissie van belang acht. 5. Het presenteren van de bevindingen van het onderzoek gaat gepaard met een voorstel van de enquêtecommissie over het al dan niet opheffen van de geheimhouding én de termijn van de op te leggen geheimhouding op – onderdelen van - stukken van het

Artikel 18 regelt expliciet de afronding van het onderzoek, zodat bij de enquêtecommissie geen verwarring ontstaat over het moment waarop hun taak erop zit. In de oude verordening was dit summier geregeld in artikel 2 lid 3.

Lid 3 regelt expliciet dat de enquêtecommissie ophoudt te bestaan nadat de resultaten aan de raad zijn gepresenteerd. Lid 4 regelt het overgaan van het onderzoeksdossier op de gemeenteraad. Alle informatie, ook informatie die in bezit is van externe onderzoekers, hoort bij het onderzoeksdossier. Dit lid voorkomt dat informatie waar de gemeenteraad recht op heeft in handen blijft van externe bureaus.

Lid 5 regelt het al dan niet opheffen van de geheimhouding. Dit lid voorkomt dat geheimhouding onnodig (eeuwig) blijft voortbestaan. Het is opgenomen in het 12

Was

Wordt

Reden onderzoeksdossier, zoals genoemd in het voorgaande lid.

kader van de openbaarheid, transparantie en controleerbaarheid van het onderzoek.

Artikel 19 Intrekken oude verordening De Verordening inzake het recht van onderzoek wordt ingetrokken.

Dit artikel regelt de intrekking van de oude verordening.

Artikel 20 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking.

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de nieuwe verordening.

Artikel 21 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Amsterdam.

Dit artikel regelt de citeertitel van de nieuwe verordening.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15471949/1