CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst RvO

RAAD 2 april 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van het reglement van orde gemeenteraad en raadscommissies Amsterdam (VN2025-002503)4.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was

Wordt

Artikel 1 Begripsomschrijving o. Termijnagenda

Artikel 1 Definities - Actielijst

-

Lange termijnagenda

Reden

Artikel 1 is aangepast aan de aanwijzingen regelgeving waarbij niet langer sprake is van begripsomschrijvingen maar van definities. Verder is de termijnagenda gewijzigd in actielijst. De lange termijnagenda aan de opsomming toegevoegd.

Artikel 4 Het fractievoorzittersoverleg Lid 3:Het fractievoorzittersoverleg is belast met het doen van voorstellen met betrekking tot de agenda van de raadsvergadering en de te volgen procedure ten aanzien van de mondelinge vragen, actualiteiten en interpellatieaanvragen.

Lid 3: Het fractievoorzittersoverleg is belast met het doen van voorstellen met betrekking tot de agenda van de raadsvergadering.

Ter voorkoming dat zowel presidium als fractievoorzittersoverleg over zelfde onderwerpen moeten besluiten, is verwijzing naar mondelinge vragen etc. verwijderd.

Lid 1: Bij elk voorstel aan de raad om een nieuwe wethouder te benoemen onderzoekt de commissie als bedoeld in artikel 6 of de kandidaat-wethouder voldoet aan de eisen uit artikel 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid en 41c, eerste lid van de Gemeentewet.

Toegevoegd is verwijzing naar artikel 6 om te verduidelijken dat het de commissie voor de toelating van nieuwe leden is die het onderzoek uitvoert en niet een raadscommissie.

Artikel 8 Benoeming wethouders Lid 1: Bij elk voorstel aan de raad om een nieuwe wethouder te benoemen onderzoekt de commissie of de kandidaat-wethouder voldoet aan de eisen uit artikel 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid en 41c, eerste lid van de Gemeentewet en de voor het college geldende gedragscode.

1

Was

Wordt

Reden

Lid 3.De commissies zijn onder andere bevoegd tot het houden van hoorzittingen, expertmeetings, inspreekavonden, het afleggen van werkbezoeken, het organiseren van presentaties, rondetafelgesprekken, en het inschakelen van externe deskundigen, als meer dan de helft van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties hierom verzoekt. Lid 4.De commissie organiseert een in het derde lid bedoelde activiteit alleen indien meer dan drie vijfde van het aantal in de raad vertegenwoordigde fracties een door de griffie voorgestelde datum daarvoor binnen een week accepteert.

Lid 3. De commissies zijn onder andere bevoegd tot het houden van hoorzittingen, expertmeetings, inspreekavonden, het afleggen van werkbezoeken, het organiseren van presentaties, rondetafelgesprekken, en het inschakelen van externe deskundigen.

In lid 3 is de voorwaarde geschrapt dat een activiteit pas wordt georganiseerd als meer dan de helft van de in de raad vertegenwoordigde fracties er om verzoeken.

Lid 4. De commissie organiseert een in het derde lid bedoelde activiteit alleen als tenminste vier van de in de raad vertegenwoordigde fracties een door de griffie voorgestelde datum daarvoor binnen een week accepteren.

Lid 4 is in overeenstemming gebracht met de uitkomsten van de evaluatie waarbij de raad heeft uitgesproken dat vier partijen voldoende zijn om een activiteit te organiseren.

Lid 5.Fractiemedewerkers kunnen deelnemen aan de openbare bijeenkomsten die op grond van het derde lid plaatsvinden.

Lid 5: Fractiemedewerkers kunnen deelnemen aan de openbare bijeenkomsten die op grond van het derde lid plaatsvinden.

Artikel 11 Instelling raadscommissies

Lid 6. Voor technische sessies die het college organiseert geldt 0ok het in het vierde lid gestelde vereiste aantal fracties.

Lid 6 is toegevoegd om te bevorderen dat het aantal fracties die op grond van lid 4 toezeggen om aanwezig te zijn ook bij activiteiten die door het college worden georganiseerd, deelnemen.

Lid 3. Op fractievertegenwoordigers zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet en de artikelen 7 en 77 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.

Artikel 77 (indienen discussienota) is toegevoegd aan lid 3 om mogelijk te maken dat ook fractievertegenwoordigers een discussie nota kunnen indienen.

Artikel 12: Benoeming leden raadscommissie Lid 3.Op fractievertegenwoordigers zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet en artikel 7 van dit reglement van overeenkomstige toepassing.

2

Was

Wordt

Reden

Lid 4.Fractievertegenwoordigers ontvangen een schriftelijke bevestiging van hun benoeming.

Lid 4 komt te vervallen.

Lid 4 is in onbruik geraakt.

Artikel 14 komt te vervallen.

Artikel 14 vervalt zodat alle bepalingen die betrekking hebben op deelnemen aan vergadering in artikel 18 worden opgenomen.

Lid 4. Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de commissievoorzitter vervangen door een door de commissie uit zijn midden benoemde plaatsvervangend voorzitter of door een ander raadslid.

Lid 4 is aangepast om de groep van personen die bij verhindering of afwezigheid een commissievoorzitter kunnen vervangen te vergroten. Alle raadsleden kunnen dan een commissievoorzitter vervangen.

Artikel 14: Plaatsvervanging leden raadscommissie Lid 1.In geval van verhindering kan een lid van een commissie zich laten vervangen door een lid van diens fractie of door een fractievertegenwoordiger van dezelfde fractie. Lid 2.De vervanger meldt de vervanging voorafgaand aan de vergadering aan de commissievoorzitter.

Artikel 15: De commissievoorzitter Lid 4.Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt de commissievoorzitter vervangen door een door de commissie uit zijn midden benoemde plaatsvervangend voorzitter of door een voorzitter van een andere commissie.

Artikel 17: Vergaderfrequentie, dag, tijdstip, locatie en taal Lid 1.De vergaderingen van de commissies vinden periodiek op het stadhuis plaats volgens een jaarlijks door het presidium vast te stellen vergaderschema. Lid 2.De commissie vergadert daarnaast zo vaak als de commissievoorzitter dat noodzakelijk acht of de commissie, door ten minste vier fracties waaruit de commissie bestaat schriftelijk en gemotiveerd, bijeengeroepen wordt. 3

Was

Wordt

Reden

Lid 3.In de vergaderingen van de commissies wordt Nederlands gesproken.

Lid 3. De commissie kan afwijken van hetgeen in het eerste en tweede lid is bepaald.

Lid 3 is toegevoegd om mogelijk te maken dat commissies op locatie kunnen vergaderen. Voor de raadsvergaderingen bestond deze mogelijkheid al.

Lid 4: In de vergaderingen van de commissies wordt Nederlands gesproken. Artikel 18: Deelname beraadslaging Lid 1.Per fractie kunnen net zoveel leden van de commissie aan de beraadslaging in de vergadering van een commissie deelnemen als deze fractie zetels in de raad heeft, plus één, met een maximum van vier. Lid 2.In verband met het doen van een voorstel voor de vergaderorde meldt elke fractie ten minste 24 uur vóór aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier welke leden van de commissie bij welk agendapunt naar verwachting het woord zullen voeren. Lid 3.Alleen leden van de raad kunnen aan de beraadslaging in de vergadering van een commissie deelnemen als zij in die commissie geen zitting hebben. Als zij aan de beraadslaging willen deelnemen, melden zij dit voorafgaand aan de vergadering aan de commissievoorzitter. Lid 4.Leden van de raad die geen zitting hebben in een commissie, hebben tijdens hun deelname aan de beraadslaging in de vergadering van die commissie geen stemrecht. 4

Was

Wordt

Reden

Lid 5.In geval van verhindering kan een lid van een commissie zich laten vervangen door een lid van diens fractie of door een fractievertegenwoordiger namens dezelfde fractie. Lid 6.De vervanger meldt de vervanging voorafgaand aan de vergadering aan de commissievoorzitter

Lid 5 is toegevoegd omdat artikel 14 is geschrapt.

Artikel 19: Aanwezigheid burgemeester, collegeleden en ambtenaren

Artikel 19: Aanwezigheid burgemeester, collegeleden, stadsdeelbestuurders en ambtenaren

Stadsdeelbestuurders zijn toegevoegd aan de opsomming.

Lid 1.De burgemeester en de andere leden van het college worden geacht bij de vergaderingen van de commissie aanwezig te zijn voor zover die op hun portefeuille betrekking hebben. Als de burgemeester of een lid van het college de vergadering of een deel daarvan niet kan bijwonen, stelt hij de commissiegriffier daar schriftelijk van in kennis. Dit doet hij uiterlijk binnen twee weken en ten minste vijf dagen vóór de vergadering, onder opgave van redenen. Lid 2.Als de burgemeester of een lid van het college aan de beraadslaging wil deelnemen terwijl hij niet uitgenodigd is of een ambtenaar aan de beraadslaging wil laten deelnemen, dient hij daartoe ten minste vijf dagen vóór de vergadering, schriftelijk een verzoek in bij de commissievoorzitter. De commissievoorzitter beslist zo spoedig mogelijk en in elk geval twee dagen vóór de vergadering op het verzoek.

Lid 1. De burgemeester en de andere leden van het college worden geacht bij de vergaderingen van de commissie aanwezig te zijn voor zover die op hun portefeuille betrekking hebben. Als de burgemeester of een lid van het college de vergadering of een deel daarvan niet kan bijwonen, stelt hij de commissiegriffier daar schriftelijk van in kennis. Dit doet hij zo spoedig mogelijk doch uiterlijk vijf werkdagen voor de vergadering, onder opgave van redenen. Lid 2. Als de burgemeester of een lid van het college aan de beraadslaging wil deelnemen terwijl hij niet uitgenodigd is of een stadsdeelbestuurder of een ambtenaar aan de beraadslaging wil laten deelnemen, dient hij daartoe ten minste achtenveertig uur vóór de vergadering, schriftelijk een verzoek in bij de commissievoorzitter.

In lid 1 is de formulering aangepast van de tekst waarbinnen de burgemeester en/of leden van het college kunnen melden dat zij afwezig zijn.

Lid 6 is toegevoegd omdat artikel 14 is geschrapt.

In lid 2 is de formulering aangepast van de tekst waarbinnen de burgemeester en/of leden van het college kunnen melden dat zij en/of stadsdeelbestuurders en/of ambtenaren aanwezig willen zijn. De termijn waarbinnen zij dat moeten doen is aangepast.

Artikel 21: Oproep, agenda en stukken 5

Was

Wordt

Reden

Lid 1.De commissievoorzitter zendt de leden van de commissie ten minste twee weekenden vóór de vergadering een oproep, onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd wordt een kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Lid 2.De commissievoorzitter doet voor elke vergadering een voorstel voor de agenda. Onderwerpen worden zo veel mogelijk integraal of in samenhang en in één commissie behandeld. Dit voorstel wordt, met de daarbij behorende stukken, tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de commissie in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Lid 3.In uitzondering op het tweede lid worden de stukken waarop op grond van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, in een beveiligde omgeving in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Lid 4.Een raadslid kan verzoeken om de stukken als bedoeld in het voorgaande lid te bespreken met een beroepsmatige deskundige ter advisering. Het verzoek wordt bij de griffier ingediend onder gebruikmaking van een daartoe verstrekt formulier. Het formulier vermeldt in ieder geval de naam en professie van de deskundige, de stukken welke het betreft en aan wie de deskundige advies uitbrengt. Indien de griffier het verzoek toewijst, dient de deskundige een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen 0nder vermelding van de betreffende documenten.

In het geval van twijfel over de geldigheid van het verzoek, beslist het presidium.

6

Was

Wordt

Reden

Lid 5. In afwijking van het eerste lid kan de commissievoorzitter in spoedeisende gevallen een oproep tot een vergadering verzenden, onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Tegelijkertijd wordt een kennisgeving van dag, tijdstip en plaats van de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst. In afwijking van het tweede lid worden de agenda en de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering in het raadsinformatiesysteem geplaatst. Lid 6. De commissievoorzitter kan in bijzondere gevallen de vergadering annuleren.

Lid 5 is toegevoegd zodat commissievoorzitter in spoedeisende gevallen een vergadering kan uitschrijven.

Lid 2. Elk lid van de commissie kan voorstellen doen tot behandeling van onderwerpen die niet op de agenda staan met uitzondering van initiatiefvoorstellen. Deze voorstellen worden tot vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk ingediend bij de commissiegriffier en aan de agenda toegevoegd.

Lid 2 is gewijzigd om te regelen dat verzoeken die tot vijf werkdagen voor de vergadering worden ontvangen, aan de bespreekagenda worden toegevoegd.

Lid 6 ontbrak in RvO.

Artikel 22: Wijziging agenda Lid 1.In spoedeisende gevallen kan de commissievoorzitter, na het verzenden van de agenda, punten aan de agenda toevoegen. De commissievoorzitter deelt dit, zo veel mogelijk één weekend voor de vergadering, aan de leden van de commissie mee en zendt daarbij ook de bijbehorende stukken aan de leden van de commissie toe. Lid 2.Als er aanvragen voor actualiteiten zijn ingediend, wordt dit zo spoedig mogelijk aan de leden van de commissie meegedeeld.

7

Was

Wordt

Reden

Lid 3. Leden kunnen vanaf vier werkdagen voor de vergadering voorstellen doen om onderwerpen te bespreken als actualiteit.

Lid 3 regelt dat onderwerpen alleen als actualiteit kunnen worden behandeld als deze binnen vier werkdagen voor de vergadering worden aangemeld. Lid 4 regelt dat leden tot 48 uur voor de vergadering een onderwerp als actualiteit kunnen aanmelden (i.p.v. de maandag voor de vergadering).

Lid 4. Een actualiteit moet uiterlijk achtenveertig uur voor de vergadering van de commissie schriftelijk bij de commissiegriffier zijn ingediend en een omschrijving van het onderwerp en de reden van spoed bevatten. De commissie beslist bij de vaststelling van de agenda of de actualiteit behandeld wordt. Lid 5.Als er aanvragen voor actualiteiten zijn ingediend, wordt dit zo spoedig mogelijk aan de leden van de commissie meegedeeld. Lid 6. Een actualiteit wordt niet toegestaan wanneer het onderwerp van de actualiteit al op de agenda van de vergadering staat.

Lid 6 is opgenomen om te voorkomen dat op twee momenten in de vergadering over hetzelfde onderwerp wordt gesproken.

Artikel 27: Termijnagenda

Artikel 27: Actielijst

Tekstuele aanpassing

Lid 1.Alle leden van de commissie hebben het recht voorstellen in te dienen voor de termijnagenda. Lid 2.Voorstellen tot wijziging van de termijnagenda worden gemotiveerd en schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. De commissie beslist tijdens de eerstvolgende vergadering over het voorstel.

Lid 1. Alle leden van de commissie hebben het recht voorstellen in te dienen voor de actielijst. Lid 2. Voorstellen tot wijziging van de actielijst worden gemotiveerd en schriftelijk bij de commissiegriffier ingediend. De commissie beslist tijdens de eerstvolgende vergadering over het voorstel.

Tekstuele aanpassing

Lid 1. Een stadsdeelcommissie kan op grond van artikel 36, tweede lid, van de Verordening op de

In lid 1 is verduidelijkt dat een stadsdeelcommissie niet een onderwerp

Tekstuele aanpassing

Artikel 29: Stukken stadsdeelcommissies Lid 1.Een stadsdeelcommissie kan op grond van artikel 36, tweede lid, van de Verordening op de

8

Was

Wordt

Reden

stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 een onderwerp aandragen voor de agenda van de commissie. De stadsdeelcommissie dient daartoe minstens vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk een gemotiveerd verzoek bij de commissiegriffier in. Het presidium kan nadere instructies vaststellen voor het verzoek.

stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022 een advies over een onderwerp aandragen voor de agenda van de commissie. De stadsdeelcommissie dient daartoe minstens vijf werkdagen voor de vergadering schriftelijk een gemotiveerd verzoek bij de commissiegriffier in. Het presidium kan nadere instructies vaststellen voor het verzoek.

op de agenda van de raadcommissie kan zetten, maar dat zij een advies kan aandragen.

Lid 3:Zodra de toegestane spreektijd is verstreken, maakt de commissievoorzitter daar melding van en beëindigt de spreker zijn rede.

Lid 3 is gewijzigd omdat de resterende spreektijd op de microfoons wordt getoond.

Lid 1 De commissievoorzitter roept een spreker tot de orde als die naar zijn mening: a. afwijkt van het onderwerp dat besproken wordt; b. zich beledigend, discriminerend of anderszins onbehoorlijk uitlaat; c. zijn plicht tot geheimhouding schendt; d. instemming betuigt met of aanspoort tot onwettige handelingen; e. namen van ambtenaren of tot persoon herleidbare functies noemt; f. de bepalingen in dit reglement niet naleeft of; g. op een andere manier, op welke wijze dan ook, de orde verstoort.

Aan lid 1 is toegevoegd dat sprekers geen namen van ambtenaren of tot persoon herleidbare functies mogen noemen.

Artikel 34: Spreektijd Lid 3.De commissievoorzitter waarschuwt de spreker, de fractie, de burgemeester of het lid van het college wanneer de toegestane spreektijd ten einde loopt. Zodra de toegestane spreektijd is verstreken, maakt de commissievoorzitter daar melding van en beëindigt de spreker zijn rede. Artikel 35: Handhaving orde en schorsing Lid 1 De commissievoorzitter roept een spreker tot de orde als die naar zijn mening: a. afwijkt van het onderwerp dat besproken wordt; b. zich beledigend, discriminerend of anderszins onbehoorlijk uitlaat; c. zijn plicht tot geheimhouding schendt; d. instemming betuigt met of aanspoort tot onwettige handelingen; e. de bepalingen in dit reglement niet naleeft of; f. op een andere manier, op welke wijze dan ook, de orde verstoort.

9

Was

Wordt

Reden

Artikel 37: Het woord voeren door insprekers

Artikel 37: Inspreekverzoek

Artikel 37 en 37A zijn tekstueel gewijzigd. Daarbij is ter verduidelijking onderscheid gemaakt tussen het verzoek om in te spreken (artikel 37) en het inspreken tijdens de commissievergadering (artikel 37A).

Lid 1.Aan het begin van de vergadering bij het agendapunt Inspreekmoment Publiek kunnen insprekers de gelegenheid krijgen om het woord te voeren. Lid 2.Een verzoek om tijdens de vergadering in te spreken wordt alleen in behandeling genomen als het is ingediend in de periode die start op het moment dat de agenda van de desbetreffende vergadering is gepubliceerd en die 48 uur voor de vergadering eindigt.

Lid 1 Bij het agendapunt Inspreekmoment Publiek kan de commissievoorzitter maximaal 3 insprekers op verzoek de gelegenheid geven het woord te voeren. Lid 2 Het verzoek om in te spreken wordt schriftelijk bij de raadsgriffie ingediend, voorzien van: a. de naam van de inspreker en indien van toepassing namens welke organisatie er wordt gesproken; b. het agendapunt indien van toepassing waarop de inspraak betrekking heeft; c. kennisgeving over het gebruik van een vreemde taal of gebarentaal; Lid 3 Het verzoek wordt alleen in behandeling genomen als het verzoek is ingediend tussen de periode na publicatie van de definitieve agenda voor de betreffende vergadering en uiterlijk 48 uur voor aanvang van die vergadering. Schriftelijke bijdragen kunnen tot 24 uur voor de vergadering worden aangeleverd. Lid 4 De commissievoorzitter wijst het verzoek in ieder geval af als: a. er voor het agendapunt waar het inspreekverzoek zich op richt of een niet geagendeerd onderwerp zich al drie insprekers of organisaties hebben aangemeld; b. de inspreker of organisatie in de vergaderingen van de commissies voorafgaand aan de

Lid 3.Het verzoek moet schriftelijk bij de commissiegriffier worden ingediend, voorzien zijn van de naam van de inspreker of de organisatie en het agendapunt moet zijn vermeld. Als gebruik wordt gemaakt van een vreemde taal of gebarentaal wordt dit eveneens in het verzoek kenbaar gemaakt. Lid 4.De commissievoorzitter beslist of de inspreker het woord kan voeren. Het verzoek wordt in elk geval afgewezen als: a. er zich voor dat agendapunt of voor het inspreken over een onderwerp dat niet is geagendeerd al drie insprekers of organisaties hebben aangemeld;

Aan lid 4 is sub d toegevoegd om te voorkomen dat bij het doorschuiven van onderwerpen insprekers twee keer de mogelijkheid hebben om in te spreken.

10

Was

Wordt

b. de inspreker of de organisatie in de vergaderingen van de commissies voorafgaand aan dezelfde raadsvergadering al in de vergadering van een andere commissie het woord gaat voeren of heeft gevoerd; c. er voor dezelfde organisatie al een andere inspreker het woord gaat voeren of heeft gevoerd.

raadsvergadering al in de vergadering van een andere commissie een ander inspreekverzoek gehonoreerd heeft gekregen; c. voor dezelfde organisatie een andere persoon het woord zal voeren als inspreker; d. de inspreker op persoonlijke titel of namens een organisatie wil inspreken over een onderwerp dat al op een agenda van de commissievergadering heeft gestaan en waarbij het agendapunt niet inhoudelijk is behandeld en is doorgeschoven naar een volgende vergadering, maar de inspreker wel al van de mogelijkheid om in te spreken gebruik heeft gemaakt. Lid 5 Als zich meer dan drie insprekers aanmelden voor dezelfde commissievergadering, worden de drie beschikbare plekken door de commissievoorzitter toegekend op basis van het aantal keer dat een inspreker in de afgelopen zes maanden voorafgaand aan de vergadering bij commissievergaderingen heeft ingesproken, waarbij de insprekers die het minst hebben ingesproken voorrang krijgen.

Lid 5.Indien zich meer insprekers aanmelden dan dat er plek is, worden de beschikbare plekken door de commissievoorzitter toegekend op basis van hoe vaak een inspreker in de afgelopen zes maanden heeft ingesproken, waarbij de insprekers die het minst vaak hebben ingesproken voorrang hebben.

Reden

Lid 6.Insprekers spreken in de Nederlandse taal of in de gebarentaal in. Bij inspreken in de gebarentaal wordt voorzien in een tolk. Alleen onder bijzondere omstandigheden kunnen insprekers in een vreemde taal inspreken als zij zelf zorgen voor een tolk. Als dit niet mogelijk is, spant de gemeente zich in om voor een tolk te zorgen. Lid 7.De insprekers krijgen maximaal drie minuten spreektijd. De commissievoorzitter bepaalt aan de hand van het aantal insprekers en de agendapunten per vergadering de uiteindelijke spreektijd. 11

Was

Wordt

Reden

Artikel 37a: Inbreng door middel van een schriftelijke bijdrage of video-opname

Artikel 37a: Inspreken

Artikel 37 en 37A zijn tekstueel gewijzigd. Daarbij is ter verduidelijking onderscheid gemaakt tussen het verzoek om in te spreken (artikel 37) en het inspreken tijdens de commissievergadering (artikel 37A).

Lid 1.Inbreng is in aanvulling op artikel 37 ook mogelijk door een schriftelijke bijdrage of een videoopname bij de commissiegriffier aan te leveren.

Lid 1 Insprekers spreken in de Nederlandse taal of in de gebarentaal in. Bij inspreken in gebarentaal wordt voorzien in een tolk. Alleen onder bijzondere omstandigheden kunnen insprekers in een vreemde taal inspreken, mits zij zelf zorgen voor een tolk. Als dit niet mogelijk is, spant de gemeente zich in om voor een tolk te zorgen.

Lid 2.De schriftelijke bijdrage of de video-opname wordt na beoordeling door de commissievoorzitter met de overige stukken in het raadsinformatiesysteem geplaatst indien de bijdrage voldoet aan de volgende voorwaarden: a. De schriftelijke bijdrage is uiterlijk 24 uur voor het begin van de vergadering aangeleverd, of in het geval van een video-opname uiterlijk 48 uur; b. De bijdrage is niet in strijd met het bepaalde in artikel 35, eerste lid, van dit reglement;

Lid 2 De insprekers krijgen maximaal drie minuten spreektijd. De commissievoorzitter bepaalt aan de hand van het aantal insprekers en de agendapunten per vergadering de uiteindelijke spreektijd.

Lid 8.Op degenen die op grond van dit artikel zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing. Lid 9.De raadscommissies kunnen aanvullende inspreekmomenten organiseren, bijvoorbeeld door middel van inspreekavonden, tafeltjesavonden of inloopmomenten.

12

Was

Wordt

Reden

c. c. In het geval van een video-opname duurt deze maximaal drie minuten en is het bestand maximaal 200Mb. Lid 3 Op degenen die op grond van artikel 37 zijn toegelaten het woord te voeren, zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing. Lid 4 Inbreng is in aanvulling op artikel 37 ook mogelijk door een schriftelijke bijdrage of een videoopname bij de commissiegriffier aan te leveren. Lid 5 Schriftelijke bijdragen of video-opnamen worden na beoordeling door de commissiegriffier in het raadsinformatiesysteem geplaatst als de bijdrage: a. niet strijdig is met het bepaalde in artikel 35, eerste lid, van dit regelement. b. niet langer dan drie minuten duurt en het bestand niet groter is dan maximaal 200MB. Lid 6 De raadscommissies kunnen aanvullende inspreekmomenten organiseren, bijvoorbeeld door middel van inspreekavonden, tafeltjesavonden of inloopmomenten. Artikel 38: Deelname aan de openbare beraadslaging door anderen Lid 2.Bij de behandeling van rapporten van de ombudsman of de Rekenkamer Amsterdam verleent de commissievoorzitter de ombudsman, respectievelijk de directeur van de Rekenkamer het woord.

Lid 2. Bij de behandeling van rapporten van de ombudsman, de Rekenkamer Amsterdam, de accountant of adviesorganen van de raad verleent de commissievoorzitter respectievelijk de ombudsman, de directeur van de Rekenkamer, de accountant of een medewerker van het adviesorgaan het woord.

In de opsomming is de accountant toegevoegd.

Artikel 40: Notulen besloten vergadering 13

Was

Wordt

Reden

Lid 1.Van een besloten vergadering worden een afzonderlijke uitslagenlijst en afzonderlijke notulen gemaakt. De notulen worden niet openbaar gemaakt, maar in een beveiligde omgeving in het raadsinformatiesysteem geplaatst. De leden van de commissie en de overige personen die het woord hebben gevoerd worden daarvan op de hoogte gesteld.

Lid 1. Van een besloten vergadering worden afzonderlijke notulen gemaakt. De notulen worden niet openbaar gemaakt, maar in een beveiligde omgeving in het raadsinformatiesysteem geplaatst. De leden van de commissie en de overige personen die het woord hebben gevoerd worden daarvan op de hoogte gesteld.

In lid 1 is de afzonderlijke besluitenlijst geschrapt. In de praktijk wordt deze besluitenlijst niet gemaakt.

Lid 3. Ieder lid van de commissie kan een onderwerp dat in de commissie is besproken, met uitzondering van antwoorden op schriftelijke vragen, doorgeleiden naar de agenda van de raad. Het presidium beslist voor welke raadsvergadering het onderwerp wordt geagendeerd.

In lid 3 is “geagendeerd” gewijzigd in “besproken”. Daarmee wordt voorkomen dat een onderwerp dat niet in de raadscommissie is besproken wordt geagendeerd voor een inhoudelijke behandeling.

Lid 3. De stukken waarop op grond van Hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep voor de leden in een beveiligde omgeving in het raadsinformatiesysteem geplaatst.

Lid 3 is gewijzigd omdat geheime stukken niet meer bij de griffie ter inzage liggen.

Lid 2. Op voorstel van de voorzitter, één of meerdere leden van de raad, het presidium, de burgemeester

Aan de opsomming in lid 2 is de burgemeester toegevoegd.

Artikel 41: Het sluiten van de beraadslaging en advisering Lid 3.Ieder lid van de commissie kan een onderwerp dat ter bespreking in de commissie is geagendeerd, met uitzondering van antwoorden op schriftelijke vragen, doorgeleiden naar de agenda van de raad. Het presidium beslist voor welke raadsvergadering het onderwerp wordt geagendeerd.

Artikel 47: Oproep, agenda en stukken Lid 3.De stukken waarop op grond van Hoofdstuk Va van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep voor de leden bij de griffie ter inzage gelegd en in een beveiligde omgeving in het raadsinformatiesysteem geplaatst Artikel 54: Agenda en volgorde van de onderwerpen Lid 2.Op voorstel van de voorzitter, één of meerdere leden van de raad, het presidium of het college

14

Was

Wordt

Reden

kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda worden afgevoerd.

of het college kunnen bij de vaststelling van de agenda onderwerpen van de agenda worden afgevoerd. Lid 3. Na de vaststelling van de agenda, vindt het mondelinge vragenuur plaats, komen de interpellaties en actualiteiten aan de orde, wordt beraadslaagd over de raadsvoordrachten, de stukken die ter kennisname aan de raad zijn voorgelegd en de afronding van de commissieactualiteiten.

Lid 3 is aangepast aan de in de praktijk gehanteerde volgorde van de raadsagenda.

Lid 3.Na de vaststelling van de agenda, vindt het mondelinge vragenuur plaats, komen de interpellaties en actualiteiten aan de orde, wordt beraadslaagd over de onderwerpen die ter besluitvorming aan de raad zijn voorgelegd, komen de stukken aan de orde die ter kennisname aan de raad zijn voorgelegd en tot slot de afronding van commissieactualiteiten.

Artikel 77: Discussienota Lid 1.Ieder lid van een commissie kan een discussienota indienen.

Lid 1. Leden van de raad en leden van het college kunnen een discussienota indienen.

Lid 1 is zodanig gewijzigd dat ook leden van het college een discussienota kunnen indienen.

Lid 2. Een motie wordt alleen in behandeling genomen als deze schriftelijk is ingediend. Bij het indienen wordt gebruik gemaakt van een door het presidium vastgesteld model.

In lid 2 is de voorwaarde geschrapt dat moties zijn ondertekend. Lid 2 wordt daarmee in overeenstemming gebracht met de praktijk in de raad.

Artikel 79: Motie Lid 2.Een motie wordt alleen in behandeling genomen als het schriftelijk is ingediend en ondertekend is. Bij het indienen wordt gebruik gemaakt van een door het presidium vastgesteld model. Artikel 82: Actualiteit Lid 4.Het presidium beslist of de actualiteit behandeld wordt. Een actualiteit komt niet aan de orde als:

Lid 4.Het presidium beslist of de actualiteit behandeld wordt. Een actualiteit komt niet aan de orde als:

15

Was

Wordt

a. er over hetzelfde onderwerp reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken; b. het onderwerp niet onder de bevoegdheid van het college of de burgemeester valt of; c. c. het onderwerp niet een zodanig spoedeisend karakter heeft dat beraadslaging of besluitvorming in een volgende raadsvergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn.

a. er over hetzelfde onderwerp reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken; b. het onderwerp niet onder de bevoegdheid van het college of de burgemeester valt of; c. het onderwerp niet een zodanig spoedeisend karakter heeft dat beraadslaging of besluitvorming in een volgende raadsvergadering overbodig of niet meer aan de orde zou zijn. d. het onderwerp al op de agenda staat van de vergadering waar de actualiteit voor is aangemeld.

Reden

Aan lid 4 is toegevoegd dat een actualiteit wordt geweigerd als het onderwerp van de actualiteit al op de agenda van de raadsvergadering staat.

Artikel 83: Het mondelinge vragenuur Lid 5.Het presidium beslist welke van de vragen mogen worden gesteld. Vragen worden niet gesteld als: a. er over hetzelfde onderwerpv oor de indiening van de mondelinge vraag reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken;

a er over hetzelfde onderwerp voor de indiening van de mondelinge vraag reeds schriftelijke vragen zijn gesteld en de termijn voor beantwoording nog niet is verstreken:

Tekstuele wijziging.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15320610/1