Voortgangsrapportage RGP Transitieplan Werven uitgebreid naar heel 2024
Tekst van het document
BESTUURLIJKE VOORTGANGSRAPPORTAGE REGELING GROTE PROJECTEN
Programma Transitie Werven en Overslagpunten Periode: januari 2024 – december 2024 Status: concept
Inhoudsopgave 🡢
Opgave
3
Kernboodschap voortgang 2024
5
🡢 🡢 🡢
Knelpunten schuifplan
🡢
6 🡢
Planning nieuwbouw- en verbouwlocaties
🡢
7 🡢
Planning af te stoten locaties
🡢
8
Plaatje
🡢
Financiën - totaaloverzicht
9
🡢
Knelpunten bouwkosten
10
🡢
Risico Top 5
11
🡢
2
Opgave Transitieplan Werven en Overslagpunten Het Transitieplan Werven en Overslagpunten is vastgesteld in 2020 en heeft tot doel om een efficiencyslag te bewerkstelligen voor de werkzaamheden van de directies Stadswerken, Afval & Reiniging en Toezicht & Handhaving Openbare Ruimte. Naast de efficiency zijn ook slim ruimtegebruik, goed werkgeverschap, verduurzaming en het creëren van ontwikkelruimte voor de stad doelstellingen. Gelijkblijvende exploitatiekosten in de nieuwe situatie vormen het uitgangspunt. Het programma omvat projecten om werven te verbeteren, verplaatsten en samen te voegen. Een aantal locaties waar werven verdwijnen komen beschikbaar voor gebiedsontwikkeling. • In totaal wordt op 14 uitvoeringslocaties verbouwd of nieuw gebouwd: Op 5 locaties nieuwbouw:
Op 8 locaties verbouwing:
- Den Brielstraat - IJburg - Meerkerkdreef - Toetsenbordweg - Volendammerweg
- Jacob Bontiusplaats - Luchtvaartstraat - Meteorenweg - Nieuw Zeelandweg - Rozenburglaan - Schepenbergweg - Stadhuis (souterrain (gereed) - Van Heenvlietlaan (gereed)
• Er worden 14 uitvoeringslocaties afgestoten. • Er worden 4 overslagpunten gerealiseerd voor (bulk)afval en voor materieel. In het zuidwestelijk deel van de stad en op IJburg dienen hiervoor nog locaties gevonden te worden. • Er vinden +/- 25 verhuisbewegingen plaats tussen de locaties.
De Regeling Grote Projecten Het Transitieplan Werven en Overslagpunten maakt onderdeel uit van de Regeling Grote Projecten (voorheen de Regeling Risicovolle Projecten). Dit houdt onder meer in dat het college in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ in de begroting en in het jaarverslag een toelichting geeft op deze projecten. De regeling verplicht tot het maken van bestuurlijke voortgangsrapportages. Deze rapportages zijn steeds vastgesteld door het College van burgemeester en wethouders en samen met een raadsinformatiebrief ter kennisname toegezonden aan de raadsleden en geagendeerd in een raadscommissie. Overzicht van eerder vastgestelde documenten:
Transitieplan Werven en oversslagpunten - vaststelling 13 mei 2020 Basisrapportage, 1e rapportage
- vaststelling in maart 2021
Tweede Voortgangsrapportage 2021-1
- vaststelling in oktober 2021
Derde voortgangsrapportage 2021-2
- vaststelling in mei 2022
Voortgangsrapportage 2022 en 2023
- vaststelling in maart 2024
Deze 5e rapportage heeft betrekking op 2024.
3
Kernboodschap voortgang 2024 Ten opzichte van de voortgang zoals beschreven in de vorige raadsinformatiebrief en de rapportage over 2022 en 2023, laat de rapportage over 2024 zien dat het merendeel van de projecten zich in de ontwerpfase bevindt. In 2024 is er voor alle werflocaties en overslagpunten, met uitzondering van 1 locatie (Luchtvaartstraat), overeenstemming bereikt over de verdeling van mensen en voertuigen. Tevens is er een uniform bouwkundig Programma van Eisen vastgesteld en is de inkoopstrategie gewijzigd, opdat de voortgang bespoedigd kan worden. Eerder werd een project als een geïntegreerd contract aanbesteed en vielen de kosten hoger uit dan geraamd. Uit voorzorg is voor de rest van het programma afgestapt van deze contractvorm. Waar eerder bij de berekeningen van de benodigde investering uitgegaan werd van kengetallen, kon in 2024 op basis van de voornoemde elementen, haalbaarheidsonderzoeken en beschikbare ontwerpen voor alle locaties een nauwkeurigere raming opgesteld worden. Dit leidt tot de constatering dat er opnieuw tekorten bij ongewijzigde voortzetting van het programma worden voorzien. Zonder bijsturing is de huidige inschatting dat het programma afstevent op 14 miljoen euro overschrijding in de uitvoeringsfase. Deze dreigende overschrijdingen zijn gesignaleerd maar hebben zich nog niet voorgedaan. Hier zal in 2025 bestuurlijk in gestuurd worden.
Het was voorzien dat het programma in 2024 afgerond zou worden. Een van de aanleidingen voor de vertraging in de afgelopen vier jaar vormden de wijzigende uitgangspunten binnen het Transitieplan Werven en Overslagpunten. Belangrijkste wijzigingen betroffen de toe te passen bedrijfsvoering en nieuwe externe doelstellingen voor het emissievrij maken van het wagenpark. Zo is een doelstelling van het Transitieplan om te voorzien in ruimte voor laadvoorzieningen bij nieuwbouw voor het elektrisch wagenpark. Er was echter nog niet duidelijk waar, op welke locaties die ruimte moest komen. Bovendien wijzigt het inzicht in hoeveel ruimte er nodig is voor de laadinfrastructuur en voor het geëlektrificeerde wagenpark. Ook leidde de groeiende stad tot operationele aanpassingen met name bij de afvalinzameling. Dat had impact op de ruimtebehoefte bij een aantal werven. Gelet op de samenhang tussen de verschillende locaties werkte de vertraging op een project door op andere projecten. Hierdoor stagneerde de voortgang van het programma als geheel. In 2024 zijn er belangrijke kaders en randvoorwaarden geschapen om alsnog tot uitvoering te kunnen komen; het daadwerkelijk realiseren van de verbouw of nieuwbouw van de locaties en het opleveren van locaties.
Knelpunten schuifplan Binnen het programma Transitieplan Werven en overslagpunten wordt gewerkt met een schuifplan waarin de onderlinge afhankelijkheden tussen de verschillende locaties inzichtelijk wordt. Bij de herijking van het schuifplan samen met de directies die gebruikmaken van de locaties (Afval & Grondstoffen, Stadswerken, Toezicht & Handhaving Openbare Ruimte) zijn drie knelpunten geconstateerd. Voor deze knelpunten wordt momenteel naar oplossingsrichtingen gezocht. De continuïteit van de dienstverlening is daarbij het uitgangspunt. Per eind 2024 zijn van alle knelpunten in het schuifplan alleen nog de volgende 3 overgebleven:
Papaverweg en Henk Sneevlietweg: Beide locaties zijn in 2027 nodig voor gebiedsontwikkeling. Dan is de locatie Toetsenbordweg echter nog niet opgeleverd. Voor de periode dat de locatie Schepenbergweg wordt verbouwd wordt nog gezocht naar uitwijklocaties, omdat de Meerkerkdreef niet voldoende ruimte biedt.
6
Planning nieuwbouw- en verbouwlocaties Status nieuw- en verbouwlocaties eind 2024 In voorbereiding naar “uitvoering”: 1. Bornhout Q2 2025 2. Den Brielstraat Q2 2026 3. Luchtvaartstraat Q3 2025 4. Makerskade Q2 2027 5. Meerkerkdreef Q2 2027 6. Meteorenweg Q2 2025 7. Rozenburglaan Q1 2025 8. Schepenbergweg Q3 2026 9. Toetsenbordweg Q2 2027 10. Volendammerweg Q1 2025 11. Zeelandweg Q3 2025 In uitvoering 1. Bontiusplaats
naar “gereed”: Q2 2025
Gereed 1. Amstel 1 2. Van Heenvlietlaan Deze grafiek laat zien welk deel van de projecten in welke fase zit, gebaseerd op de bijgewerkte planning. Op basis van deze bijgewerkte planning is de verwachte voltooiing van het programma in Q4 2028. Onder de status “In voorbereiding” vallen de definitiefase en de ontwerpfase. Aan het begin van 2024 bevonden nagenoeg alle locaties zich nog in de definitiefase. In de tweede helft van 2024 is voor alle projecten met uitzondering van de locatie Luchtvaartstraat de ontwerpfase gestart.
7
Planning af te stoten locaties Planning af te stoten locatiesedsontwikkeling 2025 Q4 huurbeëindiging 1. Veemarkt 2025 Q4 gebiedsontwikkeling 2. Seineweg 3. Henk Sneevlietweg 2027 Q1 gebiedsontwikkeling 4. Papaverweg 2027 Q3 gebiedsontwikkeling 2027 Q4 blijft in portefeuille 5. Hogendorpstraat 2027 Q4 blijft in portefeuille 6. Pieter Braaijweg 2028 Q3 gebiedsontwikkeling 7. Cruquiusweg
Deze grafiek laat zien welk deel van de locaties wanneer wordt afgestoten, gebaseerd op de bijgewerkte planning.
8
Financiën - Totaaloverzicht De cijfers in de deze rapportage zijn gebaseerd op de kwartaalrapportages die elk kwartaal binnen het programma wordt opgesteld. De kosten hebben betrekking op de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2024. In de kwartaalrapportages worden de stichtingskosten per project separaat in beeld gebracht, uitgesplitst naar: • Bouwkosten • Inrichtingskosten • ICT • Verhuiskosten Over de proceskosten wordt op programmaniveau gerapporteerd, onder ‘Proceskosten algemeen’. De tabel bevat het totaaloverzicht van alle projecten in het Transitieplan Werven. Het budget is afgezet tegen de geprognosticeerde kosten (inclusief de reeds gerealiseerde kosten). Hieruit blijkt op basis van de actuele kostenramingen dat het programma afstevent op een tekort van 14,6 miljoen euro bij einde werk. Van dit voorziene tekort betreft 13,6 miljoen euro een overschrijding op de bouwkosten. De centrale post onvoorzien van 3,7 miljoen euro is hier onderdeel van, omdat deze nog niet is aangesproken. Dat houdt in dat er voor een voorzien tekort van 10 miljoen euro oplossingen gevonden moeten worden.
Raming einde werk
Budget Prijspeil 2024
Prognose + Realisatie
Verschil
Grondkosten
840,000
840,000
817,208
22,792
Bouwkosten
78,503,657
74,103,389
87,7825,84
-13,679,195
ICT
1,651,815
1,572,418
1,752,416
-179,998
Inrichting
3,607,758
3,333,305
3,493.981
-160,676
Verhuiskosten
609,701
581,068
575,258
5.810
Overslagpunten
5,947,669
5,655,611
5,655,611
-
Afvalpunt
2,534,016
2,443,280
3,061,142
-617,862
Stichtingskosten
93,694,616
88,529,071
103,138,200
-14,609,129
983,793
974,004
974,004
-
Proceskosten algemeen
5,208,549
4,856,505
4,856,505
-
Onvoorzien centraal/index
3,695,994
3,695,994
3,695,994
-
103,582,952
98,055,574
112,664,703
-14,609,129
Omschrijving - aantallen in €
BTW
Totaal
Zie volgende pagina
Verzameltabel Budget en prognose uitgaven tot einde werk
9
Knelpunten bouwkosten In de afgelopen rapportageperiode zijn de kostenramingen van alle projecten geactualiseerd en gebaseerd op verder uitgewerkte ontwerpen en minder op kengetallen. Hoewel de nauwkeurigheid en de betrouwbaarheid van de ramingen nu groter is, is dit een momentopname in de ontwerpfase. Een nog beter beeld van de kosten ontstaat na de aanbesteding. De huidige actualisatie heeft meer afwijkingen en (dreigende) overschrijdingen in beeld gebracht. De insteek is om oplossingen te vinden voor de op dit moment voorziene tekorten op de bouwkosten, de belangrijkste hiervan zijn hieronder beschreven. De inspanningen en wijzigingen in de aansturing van het lopende jaar zullen inzicht geven of bij de Voorjaarsnota van 2026 alsnog aanpassingen nodig zijn in de meerjareninvesteringsraming. • Op de locaties Den Brielstraat, Makerskade IJburg en Schepenbergweg is de inpassing van parkeerplaatsen en vervoersbewegingen duurder. • Op de Makerskade IJburg was in de stedenbouwkundige eisen geen rekening gehouden met interne parkeerplaatsen en verkeersbewegingen. • Op de Schepenbergweg was niet gerekend op het bouwen van twee extra verdiepingen en versterking van het parkeerdek. • Op de Den Brielstraat leidden onder andere de verdeling van de opgave over drie kavels en de staat van de kademuren tot hogere kosten.
Op de Den Brielstraat is tevens een bedrag van € 1.200.000, - nodig voor sanering van vervuilde grond. • Er is in totaal 3,9 miljoen euro gereserveerd voor het overkappen van de parkeerplaatsen voor 115 grote inzamelvoertuigen op de locaties Meerkerkdreef, Toetsenbordweg en Nieuw Zeelandweg. Binnen het programma is niet helder vastgelegd welk deel van de parkeerplaatsen overkapt dient te worden. • Er is een post van € 380.000 opgenomen aan hogere kosten voor tijdelijke huisvesting. De Toetsenbordweg vervangt deels de werf die oorspronkelijke op Bornhout zou komen. Bornhout zou echter eerder worden opgeleverd dan de Toetsenbordweg. De medewerkers en vrachtwagens die in mei 2025 van de Jacob Bontiusplaats weg moeten gaan daarom tot 2027 tijdelijk naar de nieuwe locatie Nieuwe Hemweg. • Op de Volendammerweg is het project als een geïntegreerd contract aanbesteed en zijn de kosten hoger uitgevallen dan geraamd. Uit voorzorg is voor de rest van het programma afgestapt van deze contractvorm.
Locatie Omschrijving
Budget Bouwkosten PP 2024
Prognose Einde werk
Resultaat
Amstel 1
2,659,594
2,510,768
148,826
Jacob Bontiusplaats
2,310,294
2,310,294
0
Bornhout
449,514
830,361
-380,847
Den Brielstraat
24,755,802
29,142,215
-4,386,413
Fogostraat
50,000
50,000
-0
Daniel Goedkoopstraat
1,950
1,950
0
Van Heenvlietlaan
681,633
681,633
0
Anton de Komplein
4,310
4,310
-
Luchtvaartstraat
104,856
104,856
-
Makerskade IJburg
6,161,318
9,183,805
-3,022,487
Meerkerkdreef
8,917,997
8,903,616
14,381
Meteorenweg
2,153,778
1,800,609
353,169
Rozenburglaan
524,621
561,851
62.770
Schepenbergweg
1,735,506
6,216,498
-4,480,992
Toetsenbordweg
15,124,586
14,985,104
139,482
Volendammerweg
8,414,044
8,914,044
-500,000
Nieuwe Hemweg
0
80,670
-80,670
Nieuwzeelandweg
53,586
1,600,000
-1,546,414
74,103,389
87,782,584
-13,679,195
10
Risico Top 5 Vanwege geactualiseerde inzichten m.b.t. de inzameling van afval, zijn er 5 i.p.v. 2 werven nodig van waaruit de werkzaamheden van Afval & Grondstoffen plaatsvinden. Deze gewijzigde behoefte heeft geleid tot het daadwerkelijk optreden van de in eerdere rapportages benoemde huisvestingsrisico’s. Daarom is een aangepast plan opgesteld waarvoor bij de Begroting 2024 aanvullend budget is vastgesteld. Na de aanpassing van het Transitieplan is het risicodossier opnieuw geanalyseerd. Het grootste risico, zoals dat ook in eerdere rapportages is benoemd, blijft nog steeds actueel en stata hieronder als eerste genoemd..
1. De programmatische uitgangspunten uit de Businesscase sluiten niet (meer) aan op de ontwikkeling van de organisatie. Er is veel opgelost met de aanpassingen van het oorspronkelijke plan en de uitbreiding van het budget, maar het Transitieplan Werven blijft een programma met veel dynamiek dat nog tot 2027 doorloopt. De betrokken directies Stadswerken, Afval & Grondstoffen en Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte blijven in ontwikkeling waardoor keuzes in scope, bedrijfsvoering (in shifts werken, gebiedsgericht werken, snelladen) en ruimtevraag (aantallen en type werkplekken en voertuigen) kunnen leiden tot nieuwe risico’s. Als concreet voorbeeld kunnen we daar momenteel benoemen: de benodigde ruimte voor het parkeren van het wagenpark wordt groter dan waar nu in voorzien is. Dit komt door brandveiligheidsissues rond het elektrisch wagenpark. 2. Kostenramingen ontwerpen en inschrijvingen aannemers liggen hoger dan waar rekening mee is gehouden in de businesscase. Dit risico is nog steeds actueel, met name omdat in 2024 alle projecten die nog in de initiatieffase zaten naar de ontwerpfase zijn gegaan de aanbestedingen nog in het verschiet liggen.
Voor dit risico zijn diverse oorzaken te benoemen: krapte op de bouwmarkt, lastige lokale marktsituatie, prijsstijgingen of fluctuaties van prijzen van (o.a.) grondstoffen, uitloop van planning t.o.v. de businesscase, achterstallig onderhoud bij te verbouwen locaties. Als dit risico optreedt dan wordt het uitvoeringskrediet overschreden. Ter beheersing van dit risico is in 2024 de aanbestedingsstrategie aangepast. Hierdoor kunnen de ontwerpen separaat van de uitvoering worden aanbesteed en kan er tussentijds worden bijgestuurd en gezocht naar besparingsmogelijkheden. wordt gezocht naar bezuinigingsmogelijkheden. 3. Af te stoten locaties zijn niet op tijd functievrij Dit risico is actueel voor de locaties Papaverweg, Cruquiusweg en Henk Sneevlietweg. Vertraging in de voorbereiding van de verbouwingen leidt tot het later afstoten van deze locaties dan oorspronkelijk afgesproken. Dit heeft consequenties voor de gebiedsontwikkelingen ter plaatse of het leidt tot hogere kosten omdat er tijdelijke huisvesting gerealiseerd moet worden. 4. Het lukt niet om vier overslagpunten aan het water in bedrijf te stellen binnen looptijd en budget programma Dit risico is nog steeds actueel omdat er voor één à twee van de vier punten nog geen geschikte locaties gevonden is.
Als beheersmaatregel wordt een alternatief uitgewerkt waarbij een aantal overslaglocaties niet aan het water komen te liggen. Hiermee neemt het aantal vervoersbewegingen over de weg minder af dan was voorzien. Om op lange termijn over voldoende overslaglocaties te beschikken is waarschijnlijk (bestuurlijke) besluitvorming nodig, afhankelijk van de locatie onderzoeken die in Q3 2025 worden verwacht.
5. De langere doorlooptijd van het programma leidt tot hogere kosten. De beoogde einddatum van eind 2024 is niet gehaald. De verwachting is dat het programma in 2028 kan worden afgerond. De langere doorlooptijd leidt tot hogere organisatiekosten.