CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Voortgangsrapportage GSA 2021

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 7 april 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Rapportage Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam (ZD2021-017243)6.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam

Resultaten 2021 Vervolgprogramma 2022

Gemeente Amsterdam Projectmanagementbureau (PMB) Opdrachtgever: Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ) Januari 2022

Projectteam Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam Gedelegeerd opdrachtgever: Uitvoerend opdrachtgever: Projectmanager: Bouwmanager: Assistent-bouwmanager:

Sonja Pol Ron Karssing Anneke Loeve Edwin Dijkhuis Wesley Doest Wiro Boomstra

Contact:

info@gezondescholen.amsterdam.nl

2

Inhoudsopgave Samenvatting ...............................................................................4 1

Inleiding.................................................................................7 1.1 1.2 1.3

2

Ambitie en uitgangspunten......................................................7 Programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam.................8 COVID-19 en ventilatie.............................................................8

Resultaten 2021 .....................................................................9

3 Vervolgprogramma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2021 - 2022 .................................................................................10 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Uitvoeringsprogramma 2022 .................................................10 Uitgangspunten .....................................................................11 Tijdelijke huisvesting/ strategische voorraad .........................11 Weesp ...................................................................................11

Financiën .............................................................................12 4.1 4.2

Overzicht budget Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam ......12 Investeringsraming vervolgprogramma GSA 2020 -2022 ........12

Bijlage 1 Uitgangspunten en organisatie .....................................13 Doel..................................................................................................13 Prioriteitscategorieën .......................................................................13 Maatregelen.....................................................................................13 Cofinanciering ..................................................................................14 Opbouw investeringsbudget.............................................................14 Stappenplan uitvoering ....................................................................14 Project- en uitvoeringsorganisatie ....................................................15 Raamcontracten ...............................................................................16 Onderhoud .......................................................................................16 Gezonde luchtkwaliteit vs. klimaatbeheersing ..................................16 3

Bijlage 2: Resultaten Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 20152021 ...........................................................................................18 Uitvoering schoolgebouwen GSA 2015 - 2019 ...................................18 Toets Gezonde Schoolgebouwen ......................................................18 Conclusies na uitvoering 2015-2021..................................................19

Samenvatting Voor u ligt de voortgangsrapportage Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2021 en een voorstel voor het vervolgprogramma 2022. Deze rapportage geeft een overzicht van:  Resultaten tot en met 2021  Vervolgprogramma voor 2022

schoolbestuur bestaat. Voor schoolgebouwen in een fijnstofzone worden fijnstofmaatregelen (filters) uitgevoerd. 1 Het uitgangspunt is om alle deelnemende scholen te laten voldoen aan de normen voor gezonde schoolgebouwen zoals beschreven in het Programma van Eisen Frisse Scholen. Voor GSA wordt een norm gehanteerd van Frisse Scholen klasse B (klasse C bij een bestaande installatie).2

Ambitie Doel programma Het programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam (GSA) is in 2015 gestart om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen in de gemeente Amsterdam les krijgen in een gezonde leeromgeving met voldoende frisse en gezonde lucht (= laag CO2-gehalte en bescherming tegen fijnstof). De gemeente investeert daarom samen met de schoolbesturen in goede ventilatiesystemen in klaslokalen van het primair onderwijs (PO), speciaal onderwijs (SO) en voortgezet onderwijs (VO). Schoolbesturen melden hun scholen aan voor deelname aan het programma en committeren zich aan cofinanciering en onderhoudsverplichting als de maatregelen zijn gerealiseerd. Deelname is niet verplicht maar wordt wel sterk gestimuleerd door de gemeente. Naast de aanpak van het binnenklimaat worden ook verduurzamingsmaatregelen toegepast. De verduurzamingmaatregelen zijn beter voor het milieu en bieden de oplossing voor de stijgende energiekosten en onderhoudskosten aan de ventilatie-units in de schoolgebouwen, waardoor een exploitatieneutraal resultaat voor het

4

De oorspronkelijke ambitie van het programma GSA was om tussen 2015 en 2018 het binnenklimaat gezond te maken op 1113 scholen voor PO/SO/VO, met als prioriteit het PO en SO in een fijnstofzone. Het ging hierbij om scholen gebouwd voor 2015, omdat scholen gebouwd vanaf 2015 standaard worden voorzien van een balansventilatiesysteem. Tijdens de uitvoering van het programma bleek al snel dat ook P(S)O en VO-scholen buiten de fijnstofzones in aanmerking kwamen voor verbetering van de luchtkwaliteit in hun lokalen. Begin 2020 heeft het college besloten tot voortzetting van het programma GSA in 2020-2022, met als primaire focus het verbeteren van de luchtkwaliteit in het VO en daarnaast het verbeteren van luchtkwaliteit in die gebouwen in het PO/SO die eerder niet deel hebben genomen aan het programma.

Fijnstofzone = schoolgebouwen in een straal van 300 meter van de snelweg of 50 meter van een drukke verkeersstraat waar meer dan 10.000 gemotoriseerde voertuigen per etmaal passeren 2Het Programma van Eisen Frisse Scholen (2015) is een publicatie van de Rijksdienst van Ondernemend Nederland in opdracht van het Min. van Binnenlandse Zaken en Koningrelaties. Voor ieder thema zijn 3 ambitieniveaus opgesteld waaraan (prestatie)eisen gekoppeld zijn. Klasse A = zeer goed, klasse B = goed en klasse C =acceptabel. Klasse C is het basisniveau, gebaseerd op wet- en regelgeving zoals deze in het Bouwbesluit 2012 van kracht waren. 3 20 PO-scholen in 2015, 30 in 2016, 2017 en 2018 en 1 pilot VO 1

Vervolgprogramma 2020 - 2022 Begin 2020 was de inschatting dat bij afronding van het programma ongeveer 84% van de PO/SO-scholen en circa 67 % van de VO-scholen die aan het begin van het programma in aanmerking kwamen voor deelname zouden zijn voorzien van een gezond binnenklimaat. Overige scholen namen om uiteenlopende redenen geen deel aan het programma. Door de nadien optredende COVID-19 problematiek is het belang van luchtkwaliteit in scholen extra in de belangstelling gekomen. Het ministerie van OCW stelde in 2020 dat ventilatie in scholen aan het bouwbesluit van 2012 dient te voldoen. Landelijk werd scholen verzocht opnieuw een inventarisatie te doen. Sinds 1 januari 2021 stelt het Rijk een subsidie, de Specifieke Uitkering Ventilatie In Scholen (SUVIS) beschikbaar voor maatregelen betreffende ventilatie. Met deze subsidie wordt per school maximaal 30% van de kosten voor ventilatie- en samenhangende maatregelen gedekt. De noodzaak om opnieuw C O2 metingen op de scholen uit te laten voeren en het aanbod van de SUVIS-regeling heeft bij sommige Amsterdamse scholen geleid tot een heroverweging van een eerder besluit om niet deel te nemen aan GSA. Aan het eind van 2019 was de verwachting dat bij het eind van het programma in 2020 121 scholen in het PO en VO zouden zijn van een gezond binnenklimaat.

In de loop van 2020 en 2021 hebben zich echter meer scholen aangemeld dan verwacht, waarmee eind 2022 143 scholen zijn voorzien van een gezond binnenklimaat.

Stand programma per eind 2021

5

In 2021 is begonnen met het treffen van maatregelen bij 19 PO/SO en 13 VOscholen. De werkzaamheden zijn in 2021 bij 5 PO/SO en 5 VO-scholen afgerond, 4 PO/SO-scholen zijn afgevallen wegens redenen als andere prioriteiten of het krijgen van vervangende nieuwbouw. Uitvoering van de overige 10 PO/ SO en 8 VO-scholen schuift door naar 2022. De voorbereiding van de werkzaamheden is complex doordat een deel van deze scholen monumenten zijn en dat er momenteel een materialentekort bestaat vanwege COVID-19. Om de maatregelen uit te kunnen voeren in scholen die in monumentale gebouwen zijn gehuisvest, is het veelal nodig eerst een vergunningprocedure te doorlopen. Naast de voornoemde scholen zijn momenteel over nog 12 PO/SO-scholen en 2 VO-scholen gesprekken gaande ter voorbereiding op deelname aan GSA in 2022. Het betreft scholen die zich eerder om uiteenlopende redenen niet eerder hadden aangemeld voor deelname, scholen die eerder zijn aangemeld voor deelname maar zich om redenen als voortzetting van het gebouw of op handen zijnde renovatie hebben teruggetrokken.

Financiering Het programma is gebaseerd op cofinanciering: 80% van de investeringskosten zijn voor de gemeente, 20% voor de scholen (voor PO/SO geldt hierbij een maximum van € 50.000 en voor VO een maximum van € 4.400 per leslokaal). Voor het vervolgprogramma GSA 2020-2022 is €15,4 miljoen beschikbaar gesteld door de gemeenteraad van het totale investeringsbudget van € 44,28 miljoen. De totale verwachte investeringskosten inclusief bijdrage schoolbestuur voor 2020 – 2022 zijn circa € 20,98 miljoen (dit is € 8,13 miljoen t/m nov. 2021

en prognose restant € 12,85 miljoen, waarvan de ingeschatte kosten van 7 scholen voor 50% zijn meegenomen i.v.m. onzekere deelname) wat een potentieel tekort geeft van € 5,57 miljoen. Voor scholen die deelnemen aan GSA en die hiervoor in aanmerking komen, is SUVIS aangevraagd. Wanneer SUVIS wordt toegekend wordt per school de investering verminderd met het subsidiebedrag. Het overgebleven bedrag wordt verrekend volgens de bestaande 80%/ 20% GSA-regeling. Inmiddels is voor 35 schoolgebouwen SUVIS (deelname 2021 en 2022) aangevraagd en beschikt. Voor de overige 8 scholen is een aanvraag ingediend. Naar verwachting levert dit een bedrag van totaal € 5,6 miljoen op, waarmee het eerdergenoemde tekort van € 5,57 miljoen kan worden gedekt. De globale raming heeft een onzekerheidsmarge van plus of min € 1,5 miljoen (10%). Nadat de kosten voor deelnemende scholen zijn geraamd en is bepaald hoeveel van de potentiescholen daadwerkelijk deel zullen nemen aan het programma en de kosten hiervoor geraamd zijn, kan worden vastgesteld of het budget toereikend is. Indien het budget niet toereikend is zal de noodzaak van een verdere uitbreiding van het programma inzichtelijk worden gemaakt.

Resultaten uitvoering 2015- 2021 In de periode 2015-2021 is het binnenklimaat in 96 PO/SO en 15 VO-scholen verbeterd. Met de scholen die bij aanvang van het programma al aan de norm voldeden, de scholen die de afgelopen periode (of binnenkort) een renovatie of vervangende nieuwbouw krijgen en de gebouwen die vervallen als onderwijsgebouw, voldoet circa 85% van de PO/SO-scholen en circa 75% van de VO-scholen aan de in GSA gehanteerde norm. Met het totaalprogramma GSA is naar verwachting in 2022 het binnenklimaat in bijna 143 Amsterdamse schoolgebouwen verbeterd. De 6

gemeente Amsterdam loopt met dit programma voorop in Nederland als het gaat om luchtkwaliteit in schoolgebouwen.

1 Inleiding 1.1

Ambitie en uitgangspunten

Het programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam is in 2015 opgezet om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk kinderen in de gemeente Amsterdam les krijgen in een gezonde leeromgeving met voldoende frisse lucht (= laag C O2-gehalte). Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een gezond binnenklimaat bijdraagt bij aan de prestaties van zowel kinderen als leerkrachten en leidt tot minder gezondheidsklachten. De gemeente investeert daarom samen met de schoolbesturen in goede ventilatiesystemen in klaslokalen van het primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs. Het uitgangspunt is om alle scholen te laten voldoen aan de normen voor gezonde schoolgebouwen zoals beschreven in het Programma van Eisen Frisse Scholen. Daarbij wordt de landelijke norm voor Frisse Scholen klasse B gehanteerd (bij nieuwe installatie en klasse C bij bestaande installatie)4. Naast de aanpak van het binnenklimaat worden ook verduurzamingsmaatregelen toegepast, met als doel een energie- en exploitatieneutraal resultaat voor het schoolbestuur. De verduurzamingmaatregelen zijn beter voor het milieu en bieden de 4 Het Programma van Eisen Frisse Scholen (2015) is een publicatie van de Rijksdienst van

Ondernemend Nederland in opdracht van het Min. van Buitenlandse Zaken. Voor ieder thema zijn 3 ambitieniveaus opgesteld waaraan (prestatie)eisen gekoppeld zijn. Klasse A = zeer goed, klasse B = goed en klasse C =acceptabel. Klasse C is het basisniveau, gebaseerd op wet- en regelgeving zoals deze in het Bouwbesluit 2012 van kracht waren.

7

oplossing voor de stijgende energiekosten en onderhoudskosten aan de ventilatie-units in de schoolgebouwen. Voor schoolgebouwen in de fijnstofzone (schoolgebouwen in een straal van 300 meter van de snelweg of 50 meter vanaf een drukke verkeersstraat waar meer dan 10.000 gemotoriseerde voertuigen per etmaal passeren) worden fijnstofmaatregelen (filters) uitgevoerd. In 2015 heeft het college het Plan Gezonde Schoolgebouwen vastgesteld. Hierin is opgenomen om 111 schoolgebouwen PO/SO/VO waarvan 2 pilot VO te realiseren in 2015 – 2018. De prioriteit lag vanaf het begin van het programma bij PO en SO en scholen in de fijnstofzone. Op 15 december 2015 is het Uitvoeringsplan 2016 – 2018 vastgesteld waarin is uitgegaan van de aanpak van 30 schoolgebouwen per jaar. Deze uitgangspunten zijn nog steeds van kracht. Begin 2020 is de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van het programma en is een prognose gegeven over de uitvoering in 2020 - 2022. In de huidige voortgangsrapportage wordt een overzicht gegeven van:  

Behaalde resultaten in 2021 Vervolgprogramma in de periode 2022

In vergelijking met andere grote steden in Nederland loopt Amsterdam met het programma Gezonde Schoolgebouwen voorop wat betreft de aanpak van de luchtkwaliteit binnen (bestaande) gebouwen. In steden als Rotterdam, Utrecht en Den Haag worden nieuwe gebouwen conform de norm Frisse Scholen gebouwd en wordt bij voorkeur niet gebouwd langs drukke wegen. Bij bestaande bouw richt men zich vooral op verduurzaming van scholen in algemene zin. Een programma zoals GSA dat zich volledig richt op verbetering van luchtkwaliteit in klaslokalen is uniek in Nederland.

1.2

Programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam

De scope van het programma GSA 2015-2018 bestond oorspronkelijk uit 111 schoolgebouwen, voornamelijk PO en 2 VO. Bij aanvang is bepaald dat er ca. 30 schoolgebouwen per jaar uitgevoerd konden worden. Het programma zou daarmee ca. vier jaar duren (2015-2018). Eind 2018 stemde de gemeenteraad in met de inzet van het restantbudget van € 6,4 miljoen om ook de scholen die niet in een fijnstofzone liggen te voorzien van gezonde lucht. Bovendien werd voor het vervolgprogramma GSA 2020 – 2022 een investeringskrediet van € 9 miljoen gereserveerd binnen de Onderwijsbegroting. Hiermee is het mogelijk geworden om met het programma GSA het merendeel van de scholen in het P(S)O en VO in Amsterdam te voorzien van gezonde luchtkwaliteit.

1.3

COVID-19 en ventilatie

Schoolgebouwen die hebben deelgenomen aan het programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam (GSA) zijn uitgerust met een gebalanceerd ventilatiesysteem en voldoen minimaal aan frisse scholen klasse C. Dit is vergelijkbaar met ongeveer 2x het bouwbesluit bestaande bouw 2012, welke door het RIVM wordt geadviseerd voor scholen. Het jaar 2021 stond net als het voorgaande jaar in het teken van Corona. Het RIVM adviseert dat ventilatiesystemen in schoolgebouwen moeten voldoen aan het Bouwbesluit van 2012. Sinds 1 januari 2021 stelt het Rijk de Specifieke Uitkering Ventilatie In Schoolgebouwen (SUVIS) als subsidie

8

beschikbaar. Met deze regeling wordt maximaal 30% van de kosten van ventilatie- en compenserende maatregelen vergoed, voor de scholen waarvan de start van het programma tussen 1 oktober 2020 en 31 augustus 2024 ligt. Voor scholen die meedoen aan het programma GSA wordt deze subsidie aangevraagd. Aanvragen kunnen alleen door de gemeente worden gedaan, niet door het schoolbestuur. Wanneer subsidie wordt toegekend, betekent dit dat van de investeringen betreffende ventilatiemaatregelen maximaal 30% vergoed zal worden vanuit de SUVIS-regeling. Het overgebleven bedrag wordt volgens de standaard 80/20 berekening verrekend. Ondanks deze regeling blijft de gemeente bouwheer bij de uitvoering van de maatregelen. De bezorgdheid van scholen in zowel PO als VO-onderwijs, samen met het aanbod van de SUVIS-subsidie vanuit het Rijk, zorgden voor nog meer interesse in deelname aan het programma, ook vanuit scholen die eerder om uiteenlopende redenen niet aan het programma hadden meegedaan. De gemeente is in gesprek met de betreffende schoolbesturen en uitvoering van een groot aantal schoolgebouwen is in 2021 al gestart of wordt voorbereid voor uitvoering in 2022.

Waar de verwachting eind 2019 nog was dat aan het eind van het programma GSA in 2020 121 scholen zouden mee hebben gedaan, wordt nu verwacht dat eind 2022 (met uitloop naar 2023) 143 zijn voorzien van een nieuw balansventilatiesysteem en daarmee een gezond binnenklimaat.

2 Resultaten 2021

is het werk beter over het hele jaar verdeeld en beperkte zich dit niet tot alleen de schoolvakanties.

De doorlooptijd van een GSA project, van analyse van een gebouw tot en met oplevering is gemiddeld 9 maanden. De uitvoering vindt, afhankelijk van de te nemen maatregelen, in een vakantieperiode plaats waarbij de voorkeur uitgaat naar de zomervakantie. In sommige gevallen kan ervoor worden gekozen, in samenspraak met het schoolbestuur, om na opname de uitvoering uit te stellen tot een volgend uitvoeringsjaar. Dit betekent over het algemeen dat de investeringen die per schoolgebouw worden gedaan over een aantal jaar zijn uitgespreid. Om deze reden is gekozen de resultaten per jaar uit te drukken in aantal op te leveren schoolgebouwen. Het overzicht financiële resultaten is gebundeld in paragraaf 4.1 Overzicht Budget Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam.

Door de Coronacrisis met de vergrote aandacht op ventilatie in schoolgebouwen is de interesse in deelname explosief toegenomen. In 2020 is gestart met de voorbereiding en planning van het vervolgprogramma 2021 – 2022. Van 22 PO/SO en 10 VO-scholen is aanmelding voor deelname onderzocht en/ of zijn de voorbereidingen voor uitvoering gestart.

Sinds de start van het programma GSA in 2015 zijn er 96 PO/SO-scholen van 29 verschillende schoolbesturen voorzien van een nieuw of verbeterd luchtventilatiesysteem. Daarnaast hebben naar aanleiding van de Pilot Voortgezet Onderwijs hebben nog eens 15 VO-scholen van 8 verschillende schoolbesturen meegedaan aan het Programma GSA. Vanaf 2016 is gewerkt conform het raamcontract dat na aanbesteding door de gemeente is afgesloten met 6 verschillende aannemers. Via minicompetities werden de tranches (clusters van aan te passen schoolgebouwen) bepaald. Aannemers konden zich in de loop van het jaar hiervoor inschrijven. Om te kunnen voorzien in de enorme vraag van de komende jaren is in 2021 een afwijkingsaanvraag ingediend waarbij niet wordt gewerkt met mini-competities, maar met een verdeling van het werk over de aannemers in het raamcontract aan het begin van het jaar. Hiermee

9

Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2015 - 2022 GSA 2015-2020 uitgevoerd GSA 2021 uitgevoerd GSA 2021/ 2022 in uitvoering GSA 2021/ 2022 in voorbereiding/ onderzoek Totaal

Aantal schoolgebouwen 91 PO/SO + 10 VO 5 PO/SO + 5 VO 10 PO/SO + 8 VO 12 PO/SO + 2 VO 118 PO/SO + 25 VO

3 Vervolgprogramma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2021 - 2022

deelname aan GSA bovendien een financieel gunstigere regeling voor de scholen omdat zij niet slechts 30% van hun kosten vergoed krijgen, maar dat over de overgebleven 70% van de kosten nog eens 80% vergoeding van de gemeente volgt.

De huidige coalitie heeft in haar coalitieakkoord aangegeven belang te hechten aan een gezonde leeromgeving voor alle leerlingen en leerkrachten: “We blijven investeren in schoolgebouwen met een goede luchtkwaliteit “.

De uitvoering van 10 PO/ SO en 8 VO-schoolgebouwen is doorgeschoven naar 2022. Daarnaast hebben zich nog 12 PO/ SO en 2 VO-scholen gemeld voor deelname. Een deel van deze scholen heeft zich al eerder aangemeld voor het programma GSA, maar heeft zich om redenen als onzekerheid over voortzetting van het gebouw of een op handen zijnde renovatie teruggetrokken. Ook zijn er scholen die eerder hebben deelgenomen aan GSA of waarvan bij eerdere toetsing is gebleken dat werd voldaan aan de Frisse scholen eis. Hoewel deze scholen voldoende ventilatiesystemen hebben, hiermee voldoen aan de frisse scholen eis en dus niet in aanmerking komen voor SUVIS/ opnieuw deelname aan GSA, wordt onderzocht waarom scholen zich (weer) hebben aangemeld, of uitgebreide maatregelen inderdaad nodig zijn of dat het mogelijk gaat om beter afstellen van de huidige systemen of juist uitvoeren van onderhoud.

De concrete ambitie is om het binnenklimaat ook in alle resterende PO/SO en VO-schoolgebouwen te verbeteren. Om deze ambitie te realiseren is het programma Gezonde Schoolgebouwen 2020-2022 voorbereid, met als primaire focus het verbeteren van de luchtkwaliteit in het restant van de scholen in het PO/SO en VO.

3.1

Uitvoeringsprogramma 2022

Na instemming van de gemeenteraad in 2018 met het vervolgprogramma is begonnen met het onderzoek naar welke VO-scholen deel willen nemen en welke PO/SO-scholen die eerder niet hebben meegedaan aan het programma alsnog deel willen nemen. Dit onderzoek is nog in volle gang en mede door de COVID-19 problematiek nog niet voltooid. Vanuit het Rijk hebben de scholen opdracht gekregen C O2 metingen te doen in klaslokalen. Veel scholen die eerder geen deel wilden nemen aan het programma willen dit nu wel, juist vanwege COVID-19. Daarnaast stelt het Rijk de Specifieke Uitkering Ventilatie In Schoolgebouwen (SUVIS) beschikbaar. De gemeente Amsterdam heeft aangegeven deze uitkering aan te vragen voor scholen die deelnemen aan het programma GSA. Dit programma richt zich immers op verbetering van luchtkwaliteit, de speerpunt van de SUVIS. Daarnaast biedt

10

Voor 2022 geldt de volgende uitvoeringsprognose: Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2022 GSA 2021/2022 in uitvoering GSA 2021/ 2022 in voorbereiding/ onderzoek Totaal (prognose)

Aantal schoolgebouwen 10 PO/SO + 8 VO 12 PO/SO + 2 VO 22 PO/SO + 10 VO

3.2

Uitgangspunten

Het vervolgprogramma GSA 2020-2022 wordt, gelet op de positieve resultaten, het draagvlak onder de schoolbesturen en de technische uitvoerbaarheid, uitgevoerd onder dezelfde voorwaarden en uitgangspunten als GSA 2016-2019 zoals benoemd in bijlage, waarbij de focus zowel PO/SO als VO omvat. Dit betekent onder meer dat er sprake is van cofinanciering (80% gemeente - 20% schoolbestuur), met een maximale bijdrage van €50.000 per school voor PO/SO en € 4.400 per lokaal voor VO-scholen. Het betreft hierbij cofinanciering van de kosten na aftrek van toegekende SUVIS.

3.3

Tijdelijke huisvesting/ strategische voorraad

Het programma GSA betrof tot op heden alleen schoolgebouwen in gemeentelijk eigendom. Tot op heden zijn scholen die tijdelijk gehuisvest zijn, in huurpanden danwel gemeentelijke strategische voorraad, niet als geheel meegenomen in de aanpak GSA. Vanwege COVID-19 problematiek heeft zich wel een deel van deze scholen aangemeld. Voor deze en de overige gebouwen wordt nu, mede door de COVID-19 problematiek, onderzocht in hoeverre zij toch in aanmerking komen voor deelname. Voor panden die potentieel deelnemen aan GSA moet een goede afweging worden gemaakt of investering gerechtvaardigd is, daar het ook panden betreft die op de nominatie staan om op korte termijn gesloopt te worden. Voor scholen die naar verwachting binnen 8 jaar uit een schoolgebouw vertrekken dat na deze tijd deel uit blijft maken van de onderwijsvoorraad wordt een specifieke regeling getroffen. Het betreft een kostenverdeling met terugloopregeling, waarbij wanneer de school eerder uit het pand gaat dan bij het begin van de investering gedacht, de school een evenredig deel van de investering terugkrijgt. Wanneer een school kortere tijd dan 8 jaar in een gebouw blijft en het gebouw daarna bovendien niet meer gebruikt 11

wordt als onderwijshuisvesting geldt een andere afspraak. Samen met de school wordt gekeken welke minimale investeringen gedaan kunnen worden om in de tijd dat de school nog in het pand gehuisvest is de luchtkwaliteit toch te kunnen verbeteren.

3.4

Weesp

De gemeente Weesp heeft eind 2020 een regeling vastgesteld over de aanpak van het binnenklimaat van de schoolgebouwen in Weesp. De gemeente Weesp heeft budget beschikbaar gesteld voor de mogelijke maatregelen en heeft aangegeven te willen harmoniseren met het beleid van Amsterdam. Zo is er ook in Weesp sprake van cofinanciering, met als verschil dat de scholen een individuele beschikking krijgen i.p.v. een krediet van waaruit het programma wordt gefinancierd. Vanuit het programma GSA zijn in 2020 nulmetingen uitgevoerd in de schoolgebouwen in Weesp om te toetsen in hoeverre zij al dan niet voldoen aan Frisse Scholen klasse B. Het gaat hierbij om 2 PO en 2 VO scholen. Deze scholen worden in 2021 onder bouwheerschap van de scholen zelf voorzien van een gezond binnenklimaat. Het GSA-team van de gemeente Amsterdam adviseert in het proces en zorgt voor de SUVIS-aanvragen bij het Rijk voor deze scholen.

4 Financiën 4.1

Overzicht budget Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam

Het totale investeringsbudget voor Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2015 -2022 dat door de gemeenteraad ter beschikking is gesteld bedraagt € 44,3 miljoen (exclusief exploitatie, toets Gezonde Schoolgebouwen en Pilot VO). Hiervan is € 15,4 miljoen als restant voor het nieuwe programma GSA 2020-2022 beschikbaar.

4.2

Investeringsraming vervolgprogramma GSA 2020 -2022

De huidige coalitie heeft aangegeven een vervolg te willen geven aan het programma Gezonde Schoolgebouwen 2015-2018, zodat naast de scholen in heet PO/SO ook zoveel mogelijk leerlingen in het voortgezet onderwijs in een gezonde leeromgeving les krijgen. Doel is om het restant budget van circa € 15,4 miljoen voor 2020-2022 in te zetten voor het realiseren van een gezond binnenklimaat van zowel alle resterende VO-schoolgebouwen als ook van de PO-scholen die zich in een eerder stadium om verschillende redenen niet hebben aangemeld maar toch nog mee willen worden meegenomen in het programma. De globaal geraamde investeringskosten voor vervolgprogramma 20202022 bedraagt ca € 20,98 miljoen. Hiervan zijn de investeringskosten € 8,13 miljoen t/m nov. 2021 en de prognose voor het restant bedraagt € 12,85 miljoen, waarvan de ingeschatte kosten van 7 scholen voor 50% is

12

meegenomen i.v.m. onzekere deelname. Dit geeft een tekort van € 5,57 miljoen. Voor alle potentieel deelnemende scholen is echter SUVIS aangevraagd. Bij toekenning van volledige SUVIS van ca € 5,6 miljoen wordt dit tekort volledig afgedekt. De globale raming heeft een onzekerheidsmarge van plus of min € 1,5 miljoen (10%). Nadat de kosten voor deelnemende scholen zijn geraamd en is bepaald hoeveel van de aangemelde scholen daadwerkelijk deel zullen nemen aan het programma en de kosten hiervoor geraamd zijn, kan worden vastgesteld of het budget toereikend is. Indien het budget niet toereikend is zal de noodzaak van een verdere uitbreiding van het programma inzichtelijk worden gemaakt.

Bijlage 1 Uitgangspunten en organisatie Doel Het Programma Gezonde Schoolgebouwen heeft als doel om de luchtkwaliteit in de klaslokalen van PO-, SO- en waar mogelijk VOschoolgebouwen te verbeteren conform Frisse Scholen Klasse B. Het betreft gebouwen van voor 2015 omdat scholen gebouwd sinds 2015 standaard zijn voorzien van een balansventilatiesysteem. Bij schoolgebouwen met een bestaand ventilatiesysteem is de ondergrens Klasse C, tenzij dit systeem als gevolg van achterstallig onderhoud niet voldoet.

3. Schoolgebouwen zonder ventilatiesysteem die niet in een fijnstofzone liggen 4. Schoolgebouwen met ventilatiesysteem dat niet voldoende functioneert om aan Frisse Scholen Klasse C te voldoen en niet in een fijnstofzone liggen.

Maatregelen Het programma bestaat uit verschillende maatregelen: 

Prioriteitscategorieën De eerste prioriteit van het programma ligt bij het verbeteren van het binnenklimaat van klaslokalen. De secundaire prioriteit ligt bij energie. Er is een prioritering vastgesteld op basis van de CO2-concentratie in relatie tot de al dan niet aanwezige ventilatievoorzieningen. Daarbij wordt de hoogste prioriteit gegeven aan scholen die in een fijnstofzone5 liggen. De volgende categorieën zijn vastgesteld: 1. Schoolgebouwen zonder ventilatiesysteem die in een fijnstofzone liggen 2. Schoolgebouwen met ventilatiesysteem die in een fijnstofzone liggen

5 (Fijnstofzone = schoolgebouwen in een straal van 300 meter van de snelweg of 50 meter

van een drukke verkeersstraat waar meer dan 10.000 gemotoriseerde voertuigen per etmaal passeren).

13

Aanpassen, vervangen of nieuw balansventilatiesysteem (luchtbehandeling) in alle leslokalen (dus niet in gangen en andere schoolruimtes) Scholen in een fijnstofzone krijgen maatregelen tegen fijnstof (fijnstoffilters in een centraal of decentraal balansventilatiesysteem) Het verbeteren van de luchtkwaliteit leidt vrijwel altijd tot een toename van de energie- en onderhoudslasten voor een school. Om deze hogere exploitatiekosten te compenseren, worden verduurzamingsmaatregelen getroffen, zoals het plaatsen van zonnepanelen of ledverlichting. Hiermee wordt de ingreep exploitatieneutraal voor het schoolbestuur. Voorafgaand aan het project wordt een energiescan opgesteld om een schoolbestuur inzicht te geven in de verduurzamingsmogelijkheden.

krijgen, indien de school het gebouw binnen 8 jaar verlaat en er weer ruimte komt voor de gemeente om een andere gebruiker aan te wijzen. Scholen in beheer van Gemeentelijk Vastgoed worden ook door gemeente zelf gefinancierd.

Cofinanciering Het onderhoud en beheer van schoolgebouwen valt formeel onder verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Omdat de gemeente Amsterdam het van belang acht dat leerlingen in een gezonde leeromgeving les krijgen, investeert zij in de luchtkwaliteit van de gebouwen. Deelname aan het programma is niet verplicht, maar wordt wel sterk door de gemeente gestimuleerd. Het project wordt daarom uitgevoerd op basis van cofinanciering. De gemeente Amsterdam financiert 80% van het totale investeringsbudget (incl. btw). Schoolbesturen betalen 20% van het totale investeringsbudget. Hierbij is een maximum vastgesteld van € 50.000 per schoolgebouw bij PO en SO en € 4.400 per klaslokaal bij het VO. Voor scholen die op termijn worden verlaten, maar toch voor langere tijd in gebruik zijn, kan de gemeente een uitzondering maken en beslissen om gedeeltelijk of volledig zelf de financiering op zich te nemen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer een school gebruikt wordt als wissellocatie. In dit geval kan ervoor worden gekozen de scholen een gedeelte van de kosten te laten betalen, naar rato van het aantal jaren dat zij nog gebruik maken van het gebouw. De gemeente Amsterdam (OJZ) kan bijvoorbeeld een aflopende garantstelling aanbieden op basis van 8 jaar (12,5% per jaar) exclusief voor een gebouw. Het schoolbestuur kan de bijdrage terugbetaald

14

Totale investering minimaal nodig voor klasse B/ C Gemeente Schoolbestuur  80%  20% (Max) Maatregelen lucht, licht (PvE), € 50.000, - per schoolgebouw (PO/ SO) verduurzamingsmaatregelen t.b.v. of € 4.400, - per lokaal (VO) exploitatieresultaat= 0, voorbereidingskosten en BTW  Aanvullende wensen Budget afhankelijk van maatregelen

Opbouw investeringsbudget De benodigde investeringen zijn gebaseerd op de ingrepen die nodig zijn om Klasse B (of ondergrens Klasse C) en een neutraal exploitatieresultaat te behalen. Het investeringsbudget is opgebouwd uit de bouwkosten, voorbereidingskosten, btw en onvoorziene kosten. De voorbereidingskosten zijn gebaseerd op een vast percentage van het totale investeringsbudget voor alle schoolgebouwen. In geval van asbestsanering neemt de gemeente deze kosten op zich. Indien een schoolbestuur extra wensen heeft ten aanzien van bijvoorbeeld verduurzamingsmaatregelen, koeling of inrichting, zijn deze meerkosten voor het schoolbestuur.

Stappenplan uitvoering

Project- en uitvoeringsorganisatie

Deelname aan het programma is niet verplicht en gebeurt door aanmelding door het schoolbestuur bij de gemeente. Schoolbesturen van alle scholen die niet voldoen aan het Scholen Klasse B eis, worden door de gemeente benaderd als zij op basis van de C O2-meetresultaten in aanmerking komen voor deelname. Naar aanleiding van de in 2020 door de scholenzelf uitgevoerde metingen meldden zich ook een aantal scholen zelf aan. De schoolbesturen tekenen eerst een intentieverklaring, waarna onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden voor de betreffende school. Op basis hiervan wordt een definitief besluit genomen over deelname en worden alle afspraken vastgesteld in een afsprakenbrief. Na ondertekening van de afsprakenbrief is deelname van het schoolbestuur definitief en zijn ook de financiële afspraken vastgelegd. Er is in dit project sprake van een intensieve samenwerking met de schoolbesturen. De doorlooptijd van het project (analyse gebouw t/m oplevering) is gemiddeld 9 maanden. De uitvoering vindt, afhankelijk van de te nemen maatregelen, in een vakantieperiode plaats waarbij de voorkeur uitgaat naar de zomervakantie. De verschillende procesfasen worden met een beslisdocument afgesloten. Alle fasen van het project zijn schematisch weergegeven in onderstaand overzicht.

Het Programma Gezonde Schoolgebouwen wordt uitgevoerd onder bestuurlijk opdrachtgeverschap van de wethouder Onderwijs en ambtelijk opdrachtgeverschap van de directie Onderwijs, Jeugd en Zorg (OJZ). In 2015 is een projectorganisatie opgericht voor de uitvoering van het programma. De projectorganisatie is nog steeds opgebouwd volgens dezelfde structuur.

15

Raamcontracten Om de GSA-maatregelen tot uitvoering te brengen werkt de gemeente sinds 2016 met een raamovereenkomst met aannemers (verlengd in 2019 en opnieuw afgesloten voor de periode 2020 – 2022) wat zorgt voor zowel tempo als continuïteit in uitvoering. Deze raamovereenkomst voorziet in mini-competities om de zogenaamde tranches op te dragen aan de aannemer die de beste aanbieding doet. Gezien de grotere belangstelling voor deelname door scholen in 2021-2022 mede in verband met het belang van goede ventilatie in schoolgebouwen door de COVID19-problematiek en het aanbod van SUVIS door het Rijk, is besloten om tot een alternatieve werkverdeling te komen. In overleg met de aannemers is een verdeling gemaakt in het werkpakket, waardoor zij efficiënter kunnen werken, door bijvoorbeeld uitvoering niet te beperken tot de zomervakantie. Dit maakt het voor de gemeente mogelijk om voor alle scholen het gehele jaar door een aannemer beschikbaar te hebben.

onderhoudsbedrijf. Het schoolbestuur is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van de ventilatiesystemen na oplevering. Zij is vrij om te kiezen bij welke gecertificeerde onderhoudspartij zij het onderhoud uitbesteedt. Een contract mag ook uit meerdere opeenvolgende kortere contracten bestaan, maar er moet sprake zijn van 10 jaar aansluitend onderhoud. Alle schoolgebouwen worden na deelname voorzien van een monitoringssysteem (CO2 -meter) in klaslokalen. Scholen hebben hierdoor direct zicht op de luchtkwaliteit in de leslokalen en kunnen hiernaar handelen.

Gezonde luchtkwaliteit vs. klimaatbeheersing

Het onderhoud van de nieuwe ventilatiesystemen is van cruciaal belang voor het in stand houden van een verbeterd binnenklimaat. Als bijvoorbeeld filters niet op tijd worden vervangen heeft dit direct invloed op de luchtkwaliteit. Het onderhoud is daarom onderdeel van de afspraken die de gemeente maakt met de schoolbesturen.

Gedurende het programma is, vooral in de zomer, regelmatig de vraag gesteld of de temperatuurbeheersing in klaslokalen ook onderdeel is van de scope. Het Programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam (GSA) heeft tot doel om klaslokalen van gezonde lucht te voorzien, conform de normen voor Frisse Scholen. Dit betekent dat de lucht in klaslokalen continu wordt ververst waardoor het CO2 -gehalte daalt en het minder benauwd wordt. De verversing van de lucht zorgt ook voor enige verkoeling, maar het is niet vergelijkbaar met airco. Het is wel mogelijk om de luchtbehandelingssystemen te koppelen aan koelingssystemen, maar dit valt buiten de scope van het project. Dit kan als aanvullende wens door de schoolbesturen worden meegegeven bij uitvoering van GSA.

Een gezond schoolgebouw wordt na oplevering overgedragen aan het schoolbestuur. Het eerste jaar na oplevering is de betreffende aannemer verantwoordelijk voor het onderhoud. Het schoolbestuur committeert zich door deelname aan het project aan de afspraak om voor de daaropvolgende 10 jaar een onderhoudscontract af te sluiten bij een gecertificeerd

Een deel van scholen die meedoen of hebben meegedaan aan GSA hebben een centraal balansventilatiesysteem (kasten op het dak) gekregen en hierbij is een koppeling aan koeling over het algemeen eenvoudig in te passen. De frisse lucht die in de scholen wordt geblazen kan dan ook worden gekoeld. Het is aan de schoolbesturen om te investeren in een koelsysteem.

Onderhoud

16

Ook de scholen voorzien van een decentraal balansventilatiesysteem (units in de klaslokalen) kunnen deze uitbreiden met een koelsysteem, maar dit vraagt, vooral bij units die deels onder het plafond uitsteken, meer maatwerk. Overigens is het bij alle scholen met een balansventilatiesysteem (zowel centraal als decentraal) mogelijk om nachtventilatie aan te zetten. Dit betekent dat de lucht in de klaslokalen ook gedurende de nacht voortdurend wordt ververst met buitenlucht. Omdat de buitenlucht ’s nachts ook in warme periodes afkoelt, zijn de lokalen ’s morgens koeler en warmen langzamer op.

17

Bijlage 2: Resultaten Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam 2015-2021 Uitvoering schoolgebouwen GSA 2015 - 2019 Het oorspronkelijke uitvoeringsprogramma GSA 2015-2018 (111 schoolgebouwen) was gebaseerd op alle PO/SO-scholen die op basis van de Toets Gezonde Schoolgebouwen in aanmerking kwamen voor deelname aan het programma en zijn aangemeld door hun schoolbestuur. In de loop van de jaren is het programma regelmatig geactualiseerd en zijn er ook VO-scholen toegevoegd en PO-scholen die op basis van het onderzoek Monitoring Binnenklimaat of de in 2020 door de overheid verplichte metingen voor ventilatie alsnog aan het programma wilden deelnemen. Het was de ambitie om het programma Gezonde Schoolgebouwen in 2018 af te ronden. Eind 2018 bleek er echter een restantbudget te zijn. Dit overschot is grotendeels ontstaan omdat er bij een aantal scholen een kleinere ingreep nodig was dan verwacht, door het toepassen van slimmere en daarmee efficiëntere ontwerpen en/of voordelige aanbestedingsresultaten. De gemeenteraad heeft toen besloten het restbudget aan te vullen met nog eens € 9,- miljoen en dit totaalbedrag aan te wenden om nog meer klaslokalen van een gezond binnenklimaat te voorzien. Er is onderzocht of er alsnog meer PO/SO-scholen in aanmerking kwamen voor deelname.

Scholen die niet eerder op oproepen van de gemeente hebben gereageerd om zich aan te melden zijn opnieuw benaderd met als boodschap dat zij nog een laatste kans hebben om mee te doen.

18

Gezien de huidige omstandigheden rond COVID-19 is de interesse van scholen nog groter dan verwacht. Tijdens de uitvoering in de periode 2015-2018 bleek dat er bij een aantal scholen een kleinere ingreep nodig was dan verwacht (‘quick win’). Daarnaast zijn er voordelen behaald door het toepassen van slimmere en daarmee efficiëntere ontwerpen en voordelige aanbestedingsresultaten. De totale verwachte investeringen voor de budgetjaren 2015 – 2018 bleken hierdoor lager dan verwacht. Hierdoor ontstond een restantbudget waarmee het mogelijk bleek om nog meer klaslokalen van een gezond binnenklimaat te voorzien. Met een toegekend extra budget in de Najaarsnota 2018 voor het vervolgprogramma Voortgezet Onderwijs is het programma ontstond ruimte voor meer scholen dan oorspronkelijk bedacht.

Toets Gezonde Schoolgebouwen In 2016 is de Toets Gezonde Schoolgebouwen afgenomen, hierover is ook in de laatste voortgangsrapportage (2017) verslag gedaan. Middels een visuele opname en CO2-metingen is inzicht verkregen in de luchtkwaliteit van klaslokalen van 362 schoolgebouwen (262 PO, 30 SO en 70 VO). Deze scholen zijn vervolgens gecategoriseerd volgens de 4 prioriteitscategorieën (zie ook paragraaf 2.2.). Vervolgens is per categorie aangegeven of de school voldoet aan de eisen voor Frisse Scholen klasse B (of C bij bestaande installatie). Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een school niet voldoet:  

Gebouwen liggen in een fijnstofzone en hebben geen speciale maatregelen (F9-filters) tegen fijnstof Gebouwen hebben geen balansventilatiesysteem

Gebouwen hebben wel een balansventilatiesysteem maar voldoen niet aan klasse C van Frisse Scholen De toets resultaten zijn naar alle schoolbesturen gestuurd. Schoolbesturen waarvan (bepaalde) scholen in aanmerking kwamen voor deelname zijn actief benaderd met de vraag of zij deel wilden nemen aan het programma. Uit de toets bleek ook dat er van de schoolgebouwen met een adequaat ventilatiesysteem toch ca. 80 scholen niet voldeden aan de normen voor Klasse B. Deze scholen scoorden klasse D. Om de oorzaak hiervan te achterhalen is in 2017 gestart met het project Monitoring Binnenklimaat uitgevoerd. Daarnaast zijn, naar aanleiding van de toets, alle scholen met een balansventilatiesysteem voortaan voorzien van een CO2-meetset om een niet-functionerend systeem eerder te kunnen signaleren.

Conclusies na uitvoering 2015-2021 Met het programma Gezonde Schoolgebouwen Amsterdam is het mogelijk gemaakt om sinds de start in 2015 bij 96 PO/SO en 15 VO scholen het binnenklimaat te verbeteren. De aanpassingen varieerden van het installeren van volledig nieuwe installaties tot kleine aanpassingen aan bestaande systemen. Het merendeel van de scholen waarbij de luchtkwaliteit niet voldoende was deed mee, voor scholen die niet aan het programma deelnamen waren duidelijke redenen van toepassing als een op handen zijnde verhuizing of renovatie.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11344460/2