Voorstellen van de 6 fracties van de SDC Oost
Tekst van het document
Inbreng D66 - SC Pleno -26 januari 2021 Vernieuwingsmoeheid is geen excuus om slechtste stelsel tot nu toe onveranderd te laten. We laten ons niet beperken door de scenario’s van het onderzoek. We willen doen wat we kunnen tot 2022 (en ook daarna) ter verbetering om de rol van de stadsdelen relevanter en effectiever te maken. Daarmee valt scenario 2 (Raad plus) in het onderzoek af. Met betrekking tot de optimalisatie van het huidig stelsel tot 2022 kunnen wij ons in grote lijnen vinden in de aanbevelingen. Echter de inrichting van een inwonersloket achten wij op dit moment niet opportuun omdat daarmee het huidige stelsel geen rijpingsperiode wordt gegund. Er wordt een participatief instrument toegevoegd, terwijl de representatie als zodanig geen tijd heeft gehad om in te klinken. Dit werkt verwarring en grotere onduidelijkheid in de hand. De frequentie van een overleg van een vertegenwoordiging van de SC met de commissie KDD is te laag als deze slechts jaarlijks zou zijn. Beter is om roulerend steeds twee vertegenwoordigers met spreekrecht naar de verschillende Raadscommissies af te vaardigen en andersom roulerend een vertegenwoordiger van de KDD een keer per twee maanden de SC Pleno te laten bijwonen. Daarnaast is dan een jaarlijks overleg tussen de voltallige Stadsdeelcommissie en de Raadscommissie een voorwaarde voor het streven naar optimalisatie.
Nu dus nog begin 2021 en begin 2022! Onze wensen willen we niet in steen beitelen en ook niet laten begrenzen door de scenario’s van het adviesbureau. We hebben wel twee uitgangspunten: 1. Maak duidelijk onderscheid tussen representatieve democratie via verkiezingen en alternatieve bewonersinitiatieven en participatievormen vanuit burgers. 2. Decentrale representatie op stadsdeelniveau, dichtbij de burger, heeft de voorkeur boven enkel representatie op centraal stadsniveau. Dit betekent voor stadsdelen: - Meer dan alleen recht om te adviseren, bijvoorbeeld moties kunnen indienen en een eigen budget. - Meer ambtelijke ondersteuning voor stadsdelen. - Machtsbalans met het centrale ambtenarenapparaat moet gevonden worden, rekening houdend met efficiëntie, slagkracht en representatie van Amsterdam(mers). - Gemeenteraad benoemt het dagelijks bestuur zodat zij het dagelijks bestuur op de vingers kan tikken. Ook de optie dat de Stadsdeelcommissie weer het DB uit haar eigen midden kiest c.q. kan wegsturen, dient te worden overwogen. We zien weinig heil in het meervoudig democratie-scenario. Daarin worden representatieve en participatieve democratie zodanig door elkaar gehaald, dat er een weinig slagvaardig monstrum wordt gecreëerd.
Het vier keer in een bestuursperiode moeten inwerken van weer nieuw ingelote bewoners is een extra inspanning, die niet van de Stadsdeelcommissie kan worden gevraagd.
Reactie GroenLinks Evaluatie Bestuurlijk Stelsel, Stadsdeelcommissievergadering 26 januari 2021
Wij zijn een voorstander van een sterke lokale democratie, ook op het niveau van het stadsdeel. We vinden het belangrijk dat bewoners, organisaties en ondernemers in Oost actief kunnen bijdragen, zich goed gehoord en vertegenwoordigd weten in het stadsdeel. Het rapport van Necker van Naem doet een aantal concrete suggesties voor verbeteringen op de korte termijn, nog binnen het huidige stelsel (paragraaf 3.1). Over deze suggesties zijn we positief: ze dragen bij aan de toegankelijkheid en transparantie voor bewoners (inwonersloket), aan het functioneren van de SDC (versterken ambtelijke ondersteuning), en versterkt de link tussen het stedelijke en lokale niveau (overige maatregelen). Aan de genoemde suggesties zouden we nog een aandachtspunt willen toevoegen: het vroegtijdig informeren en betrekken van SDC’s bij het maken van plannen en maatregelen die specifiek gericht zijn op (een onderdeel van) het betreffende stadsdeel ook als de verordening daartoe niet verplicht, zodat lokale kennis en inzichten van de SDC hieraan kunnen bijdragen. Waar het de toekomstscenario’s betreft, heeft onze fractie een voorkeur voor scenario 4, het ‘stadsdeelplus’ scenario, aangevuld met thematische en projectmatige participatieve initiatieven (zoals in scenario 5). We zouden de taken van de SDC graag uitgebreid zien, zoals in het stadsdeelplus scenario staat beschreven.
De rol van oren en ogen in de buurt verdient het, dat de leden meer tijd en goede ondersteuning krijgen, en een adequate vergoeding, die niet volledig van deelname aan vergaderingen afhangt. We zijn een sterk voorstander van participatieve initiatieven waarin buurtbewoners actief betrokken worden. Voorbeelden hiervan zijn buurtbudgetten, via loting bewoners laten deelnemen aan de ontwikkeling van specifieke plannen (bijvoorbeeld een herinrichting, een jeugdraad etc.), en meer gebruik maken van digitale deliberatie. Daarvoor zien we een rol naast, samen met en in aanvulling op de SDC, maar niet binnen één stadsdeelcommissie met deels gekozen, deels gelote leden. Voor de samenstelling van de SDC zouden we willen blijven vasthouden aan vertegenwoordiging vanuit politieke partijen, omdat dit voor kiezers herkenbare standpunten en visies biedt. Daarbij zouden we kieslijsten op stadsdeelniveau voorstaan, met DB-ers die uit deze lijsten komen. We hechten wel aan de laagdrempelige gebiedsvergaderingen, met een duidelijke, concrete focus op de wijk, en denken dat daar ook in de volgende periode een vorm voor gevonden kan worden. Voor GroenLinks is het belangrijk om lokale democratie op stadsdeelniveau voort te zetten. Het huidige stelsel is verre van ideaal, en daarom zijn we positief over de voorgestelde verbeteringen.
Dit heeft voor ons de voorkeur boven een nieuwe volledige stelselherziening. Deze voorstellen leiden ertoe dat de SDC nog beter de bewoners van Oost kan vertegenwoordigen en kan bijdragen aan het behouden van de prettige woon-, verblijf- en werkomgevingen.
Reactie op Rapport Evaluatie Bestuurlijk Stelsel 22 januari 2021 Méérbelangen heeft kennis genomen van het rapport en zoals afgesproken in de vergadering van de stadsdeelcommissie wordt hieronder concreet, op een aantal voorstellen uit het rapport gereageerd door een voorkeur uit te spreken, voorzien van korte argumentatie. Het rapport vinden wij qua bevindingen adequaat al moet vastgesteld worden dat vrijwel geen van de bevindingen niet al voorafgaand aan de invoering van dit stelsel in 2018, was te voorspellen en ook voorspeld is. Maar de evaluatie brengt ook aan het licht dat zelfs op punten die niet uit het stelsel zelf voorvloeien maar meer uit een fatsoenlijk gebruik van beschikbare middelen en een luisterend oor voor de inbreng van de bewoners, het centrale bestuur de stadsdeelcommissies zo goed als negeert. Gedoeld wordt op de wijze waarop (niet) wordt omgegaan met de adviezen. Dit past ook geheel bij het beeld dat ook oud ombudsman prof. Brenninkmeijer (geen onbekende voor de gemeente als het om stadsdelen gaat) in Trouw heeft gezegd over het overheidsbestuur, dat is nog steeds regentesk: er is een gesloten politieke cultuur. Dat is hier niet anders: de bewoners en stadsdelen worden als hinderlijk gezien: laat maar praten, wij weten centraal wel wat goed is voor de bevolking.
Met de invoering van het huidige stelsel zijn ook de laatste tanden uit de mond van de lokale democratie getrokken en wij denken dat velen in de gemeente dat wel prima vinden, al zal dat niet hardop gezegd worden. Voor Méérbelangen is wel duidelijk waar het inhoudelijk naar toe moet, wij zijn voor zo veel mogelijk bevoegdheden voor de stadsdelen (subsidiariteitsbeginsel) dat hebben wij ook altijd gezegd. Krijgen de stadsdelen die bevoegdheden niet, dan blijft hun inbreng een wassen neus, dat heeft deze periode wel bewezen. Illustratief hiervoor is wel de wijze waarop wordt omgegaan met de adviezen; zelfs het meest elementair voor de hand liggende, het enkele voegen van de adviezen bij de beslissingen die aan de raad worden voorgelegd, wordt niet in acht genomen. Dit geeft weinig vertrouwen in het voortborduren op het huidige stelsel. Wij zijn er van overtuigd dat als er niet daadwerkelijk bevoegdheden bij de stadsdelen worden belegd, er van een adviserende rol niets terecht zal komen. In die zin blijft het huidige stelsel larderen met de in het rapport voorgestelde maatregelen (elementen van participatieve democratie) ‘spielerei’ met een leuk, experimenteel karakter maar dit zal niet tot grotere invloed van de stadsdelen en hun bewoners leiden.
Deze observaties leiden tot de volgende conclusies ten aanzien van de voorgestelde maatregelen (dus niet de idealitair gewenste maatregelen) in het rapport: Optimalisering huidig stelsel tot 2022 (p. 16 e.v.) De ‘optimalisering’ van het huidige stelsel, laten we graag aan de boven ons gestelden. Een slecht stelsel optimaliseren leidt niet tot een beter stelsel.
Het versterken van de ambtelijke ondersteuning voor de SDC is noodzakelijk. Een een standaard procedure voor de adviezen is vanzelfsprekend en had dus al lang moeten zijn, daar is geen advies van een onderzoeksbureau voor nodig.
1
In het inwonersloket geloven wij niet. Die zullen niet gequipeerd worden zoals zou moeten en daardoor geen rol van betekenis krijgen. Bovendien hebben die lokketten geen zin als met de input van bewoners toch niets of onvoldoende gedaan wordt.
Na 2022 (p. 17 e.v.
Méérbelangen kiest voor het Stadsdeelplus-scenario (p. 22 bestuurlijk rapport), waarbij de bestuurders worden benoemd door de Stadsdeelcommissie. Het moet bijvoorbeeld mogelijk zijn dat bestuurders worden benoemd uit partijen van buiten de coalitie of zelfs partijlozen. Wat bij -niet gewenste handhaving- van het huidige stelsel echt moet veranderen is het systeem waarbij de stadsdeelcommissies meelopen in hetzelfde participatieproces als bewoners. Dit is fnuikend voor de positie van stadsdeelcommissies omdat dit er voor zorgt dat juist de mening van de bewoners wegblijft bij de stadsdeelcommissie en deze zijn taak zo dus niet goed kan vervullen. De stadsdeelcommissie moet veel eerder om advies worden gevraagd/de gelegenheid worden geboden, voorafgaand aan besluitvorming door B&W en/of Raad en voordat een voorstel in een regulier participatietraject wordt gebracht. Voorgestelde ‘elementen van participatieve democratie’ kunnen worden uitgevoerd maar daar is geen stelselwijziging voor nodig. Alles staat of valt met de bereidheid van het bestuur haar eigen visie in voorkomende gevallen opzij te zetten als die participatieve democratie tot een andere keuze leidt. Als die bereidheid er eigenlijk niet is dan leidt dat alleen maar tot ergernis en teleurstelling
En overigens zijn wij van menig dat het verbod op de stadsdelen(deelgemeenten) weer uit de Gemeentewet moet worden geschrapt.
Fractie Méérbelangen Bas van Vliet
2
RAPPORT “EVALUATIE BESTUURLIJK STELSEL AMSTERDAM”. Van Necker van Naem Tilburg University. A. Het Rapport wordt binnenkort besproken in de Stadsdeelcommissie AmsterdamOost. Ter voorbereiding dient deze beschouwing van het PvdA-fractie in de commissie. De PvdA kent het beginsel van het delen van kennis, inkomen en macht. Amsterdam was en is een grote Stad en we zijn altijd voorstander geweest om de macht in de stad te delen met haar bewoners. Het centrale Bestuur doet de hoofdlijnen van beleid en voert de grootstedelijke taken uit. Bijvoorbeeld huisvestingsbeleid en infrastructuur en taken als Politie en Brandweer. De centrale stad delegeert taken en beleid naar wijk en buurtniveau en doet dat ruimhartig en met vertrouwen. Ook in de toekenning van bevoegdheden, taken en middelen. Dicht bij de bewoners kunnen door vertegenwoordigers van politieke partijen en andere gekozen georganiseerde belangenbehartigers beslissingen genomen worden. Vertegenwoordigers kiezen zelf een Dagelijks Bestuur. B. Onze ervaring met het huidige stelsel : er zijn geen bevoegdheden behalve het geven van gevraagd en ongevraagd advies. Er zijn minimale budgetten.Voor commissieleden is er niets om te beslissen. Vleugellam voor bewoners.
Er is een Dagelijks Bestuur dat de belangen van het College verdedigt: Een soort rentmeesters=diplomatie die duidelijk maakt dat de Stad eigenlijk alleen centraal bestuurd wordt. Heel lastig als bewoners echt een punt hebben! Er is verder geen enkele ondersteuning voor de commissie geregeld. De adviezen naar de stad worden nauwelijks serieus genomen en “waaien weg”.
De Commissie van een Stadsdeel met 150.000 inwoners heeft niets te vertellen vergeleken met een aanliggende buurgemeente met minder dan de helft van het aantal inwoners. Hoe gek is dat. De communicatie met Centrale stad is mager en men vraagt steevast inschikkelijkheid vanwege “het grotere beleid”(voorbeelden biomassa en windmolens b.v.). Van een adaptief gemeente bestuur is geen sprake. Denk aan voorgenomen bibliotheek sluitingen en de volkstuin-huurverhogingen. De vereiste positieve bestuursstijl is ook afwezig omdat men het respect voor het huidige bestuursmodel ontbreekt bij bestuurders (Parool 241220).Bewoners zijn zeer sceptisch. C. Inmiddels groeit de stad. De rafelranden verdwijnen schielijk. Er is woningnood en er moet gebouwd worden. De ongebreidelde toeristenstroom moet ingetoomd worden mede voor de leefbaarheid van stad en haar bewoners. Investeringen in de infrastructuur vragen veel aandacht. Corona vraagt ook extra inspanningen voor onderwijs en stadseconomie om maar wat te noemen. Dominant is ook de klimaattransitie die op alle levensterreinen invloed heeft.
Dat doet de vragen stellen: · Is er wel een grootstedelijke en bestuurlijke visie voor de komende 40 a 50 jaar ? · Wat is de betekenis van een Regiobestuur voor de bewoners en voor de Stad? En: volgen er meer uitbreidingen van de stad zoals Weesp? · Moeten we opnieuw gaan denken aan een Groot-Amsterdam.? Volop bestuurlijke vragen en tel daarbij op een vereiste groter Steden-contact in Europa, meer oog voor Brussel en Den Haag etc. dan is een strategisch stadsbestuur dat kan delegeren en stimuleren en niet in ellenlange vergaderingenmet de Gemeenteraad zit, met rijen insprekers, zeker in deze tijd zeer gewenst. D. Deze tijd vraagt ons inziens bij uitstek veel aandacht voor een strategisch denkend en handelend GROOTSTEDELIJK STADSBESTUUR dat WIJK- en BUURTZAKEN stevig kan delegeren en durft te vertrouwen op bewoners en een gekozen bestuur. E. Tegen deze achtergrond kijken we naar de nota. Ondanks dat we de nota wat academisch en relativerend vinden en in haar voorkeursvariant niet sterk onderbouwd willen we hier onze waardering uitspreken omdat we denken dat we
op basis hiervan een beter keuze kunnen maken voor het stelsel vanaf 2022. De buitenlandse oriëntatie waarderen we zeer. Als spiegel komt dit van pas en moeten we dit vaker doen. F. De PvdA fractie kiest voor “cultuur en structuur”. We ondersteunen de voorstellen uit het rapport voor de periode tot maart 2022. Voor de doorontwikkeling van het stelsel na 2022 kiezen we voor het Stadsdeelplusscenario. Het Weesp-model ofwel de model vorige bestuurscommissie met behoud van de kieslijsten per gebied. We denken dat de kennis en ervaring met de bestuurscommissie nog in de genen zit en dat doorschakelen daarnaar beter is dan “weer een nieuw model” Wethouders krijgen ieder afzonderlijk de aandacht en verantwoordelijkheid voor een stadsdeel. G. De PvdA wil zeker ook verder gaan met “de meervoudige democratie”. Om bewoners bij vraagstukken en besluitvorming nader te betrekken. Er zijn ook gelet op de techniek(app’s b.v.) en modellen (loting b.v.)mogelijkheden om de participatie te versterken. Amsterdam is op dat punt al sterk in beweging(o.a. buurtbudget) Een waarschuwing is ook op zijn plaats. Maak de gaarkeuken van de participatie ook niet te groot anders zien bewoners door de bomen het bos niet meer. Hou het overzichtelijk en besteed vooral aandacht aan de “verwerking”van de inspraak en de verantwoording in de besluitvorming. Daar kan Amsterdam zich ook verbeteren.
Fractie PvdA Cynthia Lionahr Vernie Bastiaan Minderhoud Paul Paulusma Amsterdam, 21 januari 2021
SP-Oost reactie op ‘Evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam’. De bestuurscommissies is gevraagd om advies te geven over de nota ‘Evaluatie bestuurlijk stelsel Amsterdam’. De SP-Oost heeft voorgesteld om hier niet op te reageren. Dit is een typisch voorbeeld van een grootstedelijke discussie. Het is onzinnig dat de partijen in de diverse bestuurscommissies moeten adviseren aan de gemeenteraad, waar diezelfde partijen er over moeten besluiten. Deze adviesaanvraag is een goed voorbeeld van het niet-functioneren van de bestuurscommissies en de overbodige vergaderdrukte die Amsterdam in zijn greep houdt. Helaas wilde de meerderheid van de bestuurscommissie Oost wel meedoen met dit bestuurlijk circus. En bij deze daarom onze reactie op de voorstellen die zijn gedaan in het evaluatierapport.
1. Algemeen over de evaluatie Evaluatie bestuurlijk stelsel is beperkt uitgevoerd en eenzijdig. Er is geen aandacht besteed aan de zaken die gewoon praktisch mis zijn gegaan. Het grote verloop van gekozenen. Er is een enorm verloop geweest van mensen in de bestuurscommissies. Hele fracties zijn opgestapt, vooral om het niet-functioneren van de bestuurscommissies. Bij de evaluatie is niet gesproken met die leden die uit de commissies gestapt zijn. Ook is niet gesproken met de vele Amsterdammers die zich destijds verkiesbaar hadden gesteld, maar niet zijn gekozen voor de bestuurscommissie, omdat alle aandacht naar de lijsten van de politieke partijen ging. Dat waren juist gewone Amsterdammers die vier jaar geleden hun nek hebben uitgestoken om het bestuur dichter bij de burgers te brengen. Er had geleerd kunnen worden van hun ervaringen en meningen. Dit rapport over het bestuurlijk stelsel is een mooi vormgegeven rapport, maar niet gebaseerd op een goede evaluatie. Het grootste probleem van de bestuurscommissies is de politieke structuur. Per gebiedsdeel worden alleen de vier grootste lijsten toegestaan. Bewoners die voor de buurt zelf opkomen, maar geen lid zijn van een politieke partij, hebben geen kans tegen de politieke lijsten. Gevolg hiervan is dat zelfde politieke partijen in de stadsdelen moeten adviseren aan hun partijgenoten in de gemeenteraad.
Dit is een hypocriet stelsel. WCeend zegt dat WC-eend het goed doet. 2. De adviesaanvraag In de adviesaanvraag wordt een reactie gevraagd voor maatregelen voor de korte termijn en voor de lange termijn. Advies korte termijn: Wat kan er verbeterd worden aan de bestuurscommissies op de korte termijn? - Op dit moment gaan veel van de adviesaanvragen over grootstedelijke zaken. Adviezen zouden alleen mogen gaan over zaken die direct met de gebieden van de bestuurscommissie te maken hebben. Dus geen adviezen over de Amsterdamse Groenvisie, over Ondergrondse Waterstromen of over het bestuurlijk stelsel. Dat zijn allen grootstedelijke onderwerpen. De partijen van de bestuurscommissies hebben daarvoor hun stedelijke vertegenwoordigers. - Als een advies gaat over één van de gebiedsdelen van een bestuurscommissie dan hebben alleen de leden van dat gebiedsdeel adviesrecht. Bijvoorbeeld in stadsdeel Oost hebben commissieleden die IJburg vertegenwoordigen geen stemrecht over de inrichting van een straat in Oud-Oost. Die vertegenwoordigers van IJburg zijn daarvoor niet gekozen en hebben geen democratisch mandaat. Advies lange termijn Gevraagd wordt een advies over 5 scenario’s: - Scenario 1 komt neer op alles laten zoals het nu is. Dat functioneert gewoon niet en ontneemt bewoners feitelijk inspraak en invloed op hun directe omgeving.
- Scenario 4 en 5 (‘decentraal Stadsdeelplus’ en ‘Decentraal Meervoudige democratie’): komen beiden neer op een terugkeer naar de oude stadsdeelraden of een opgelapt systeem van de huidige bestuurscommissies. Beide constructies hebben hun niet-functioneren bewezen. Centraal in dit niet-
-
functioneren is de politisering: de stadsdelen die advies moeten geven aan hun eigen fracties in de gemeenteraad, die uiteindelijk verantwoordelijk is. Scenario 2 en 3 (Centraal Raadplus en Centraal Online participatie): De voorkeur van de SP gaat uit van een combinatie van deze beide opties. Een sterke, gebiedsgerichte organisatie. Daarbij moet ingezet worden op goede participatie die zich richt op de projecten en besluiten die de bewoners in de buurten aangaat. Hierbij kan heel goed gebruik gemaakt worden van online participatie, maar zeker niet alleen. Er moet goed rekening gehouden worden dat bewoners die niet zo digitaal zijn ook volledig kunnen mee-participeren. Voordeel van deze scenario’s is dat het bestuur voor de burgers van Amsterdam duidelijk is. Dit vooral in vergelijking met zowel de vroegere deelraden als met de bestuurscommissies: daarin werden burgers vooral van het kastje naar de muur gestuurd. En dat werd nog verergerd door de politieke structuur, waarbij de vertegenwoordigers in de stadsdelen niet kritisch durfden te zijn tegen hun eigen vertegenwoordigers in de gemeenteraad. De SP wil dat de participatie meer gericht wordt op buurtgericht werken. De meeste projecten waar bewoners zich bij betrokken voelen hebben met hun directe leefomgeving te maken. En daarbij gaat het niet om politieke keuzes.
Het is wel goed om duidelijke eisen aan een goede participatie te stellen. ‘Buurtmakelaars’ kunnen een herkenbaar aansprekingspunt zijn voor de bewoners bij alle participatie in de buurten. Door het meer richten op gebiedsgericht werken i.p.v. op een extra representatieve structuur kan er veel gebruik gemaakt worden van instrumenten die horen bij de representatieve democratie, dus richten op inwonersparticipatie. Op buurtniveau kan men werk maken van participatiemiddelen en buurtbudgetten. Natuurlijk moet hierbij veel gebruik gemaakt worden van digitale middelen voor inspraak en besluitvorming. Zeker moet het beter mogelijk gemaakt worden voor bewoners om zelf met voorstellen te komen die dan in het gebied en de stad beoordeelt kunnen worden Voordeel is dat de bestuurscommissies verdwijnen en niet klein gemeenteraadje gaan spelen, en tot adviezen komen die, zoals uit de evaluatie blijkt, niet aantoonbaar tot resultaat leiden. En voordeel is dat Amsterdam zich duidelijk presenteert als 1 heldere organisatie met een duidelijk verantwoordelijk bestuur.
Kortom: de SP stelt voor om te leren van het verleden en zeker niet door te gaan met stadsdeelraden of bestuurscommissies. Amsterdam moet juist kiezen om de nadruk te leggen op buurtgericht werken en om bewoners in de buurten zelf zoveel mogelijk direct invloed te laten hebben met wat er in de buurten gebeurt. Er is de laatste jaren zowel in als buiten Amsterdam veel geleerd van diverse vormen van participatie voor bewoners. Daar kan goed gebruik van gemaakt worden. Amsterdam moet weer meer van de Amsterdammers worden. Mark van Dongen Karel van der Weide
Bevindingen VVD-fractie Oost evaluatie bestuurlijk stelsel.
Constaterende dat, Het systeem van de deelraden, bestuurs- en stadsdeelcommissies in de vorige bestuursperioden niet optimaal heeft gewerkt, De aanpassingen die bij de invoering van het huidige stelsel zijn doorgevoerd, onvoldoende effectief blijken, En het rapport, afkomstig van Neckermann van Naem, dit onderstreept,
Komen wij tot de conclusie dat het nu tijd is om echt een keuze te maken.
Óf er wordt gekozen voor één centrale bestuurslaag (de Stopera), uiteraard voldoende geëquipeerd om deze taken succesvol uit te oefenen. Óf er wordt gekozen om de bevoegdheden van de stadsdeelcommissies uit te breiden zodat wij daadwerkelijk iets voor onze buurt kunnen betekenen.
De discussie loopt nog.
Jax van Vliet Frans van Vliet VVD Amsterdam Oost.