Voorgenomen hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022.pdf
Tekst van het document
De afgelopen jaren hebben het college en de stadsdeelbesturen verschillende instrumenten ontwikkeld en toegepast om de interactie tussen bestuur en Amsterdammers beter vorm te geven en participatie beter te organiseren, zoals: - Begrotingstools als West/Oost/Zuid Begroot waar Amsterdammers plannen kunnen indienen. Waarbij de plannen met de meeste stemmen uitgevoerd worden. - Hierop voortbordurend in alle stadsdelen het inzetten van buurtbudgetten voor meer zeggenschap en eigenaarschap van bewoners over hun directe leefomgeving. - Inzet tool Decidim: op de participatieve online traditie bouwen we verder met de tool Decidim. Deze tool wordt nu ingezet als platform ter ondersteuning van de conferentie/ forum Fearless. Bij de doorontwikkeling van online participatief begroten kijken we hoe deze tool nog verder ingezet kan worden bij meningsvorming en participatie/besluitvorming. - Een nieuwe referendumverordening. - Door middel van loting zijn in de ambtswoning van de BM gesprekken gevoerd met 248 Amsterdammers die normaal minder gehoord worden. - Right to Plan: In de Klaprozenbuurt heeft een groep bewoners in cocreatie met de gemeente een ontwerp voor de wijk gemaakt. - Right to Challenge. Onder de naam ‘Wij Zijn Plein ’40-’45 werken bewoners, ondernemers en de gemeente samen als partners aan een andere wijze van afvalinzameling.
- Het Maatschappelijk akkoord en de Maakbanken: Ma.akbanken ontstaan uit de akkoordpunten van Ma.ak020 en de actualiteit in de stad: door een gezamenlijk opgestelde set afspraken, uitgangspunten en voorwaarden worden Amsterdammers beter in staat gesteld samen een duurzaam inclusieve, gezonde, eerlijke, innovatieve en initiatiefrijke stad te maken. Voor de korte termijn wordt gewerkt aan een Amsterdams participatie beleid. Het doel is om bij het organiseren van participatie voor Amsterdammers en maatschappelijke partners aan de 19
voorkant duidelijk afspraken te maken over meedenken – doen en –vormgeven. Het belangrijkste doel van dit beleid is om helderheid te krijgen over de ruimte waarover de participatie plaats vindt. Een belangrijk onderdeel daarvan is dat zo vroeg mogelijk in het besluitvormingstraject bestuurlijk wordt vastgesteld wat de beïnvloedingsruimte is waar de participatie over gaat, en welk niveau van participatie gekozen wordt (informeren, adviseren, co-creatie, meebeslissen). Een tiental Amsterdamse participatietrajecten is geëvalueerd en de uitkomsten en conclusies worden aan de raad aangeboden. 6.
Gebiedsgericht werken
In het evaluatierapport komt naar voren dat in het gebiedsgericht werken stappen zijn gezet maar dat dit versterking behoeft. Het college heeft dit hieraan voorafgaand al geconstateerd en gaat de komende tijd versterkt inzetten op verbetering van de bestuurlijke sturing op het gebiedsgericht werken, inclusief een herijking van het gebiedsgerichte instrumentarium. Hierin wordt ook bekeken hoe de inzet van gemeentelijke capaciteit en budgetten beter aan kunnen sluiten bij de omvang en aard van de opgaven in de gebieden. Dat gebeurt niet altijd efficiënt en effectief. Op sommige onderdelen is sprake van dubbele sturing waar op andere onderdelen sprake is van (te) weinig (integrale) sturing. Ook is niet altijd duidelijk wie het op welke thema’s voor het zeggen heeft. Hierdoor lukt het vaak niet om de integrale opgave centraal te zetten.
Het college wil daarom voor de korte termijn tot een verbeterde inzet op gebiedsgericht werken komen door: - Nieuwe praktijken voor gebiedsgericht werken te ontwikkelen waarbij aantal opgaven onder de loep wordt genomen zoals de drie bestaande masterplannen (Zuidoost, NieuwWest en Centrum) - Stroomlijnen van de verschillende plan- en besluitvormingsprocessen over gebiedsopgaven - Bij de begroting vaststellen van de inzet van de directies voor de focusopgaven van de stadsdelen - Gebiedsgerichte informatievoorziening structureren en ontsluiten op een laag schaalniveau - Verbeteren informatiepositie DB-leden - Beleid, waar relevant, differentiëren naar gebieden. In de (aanloop naar) de nieuwe bestuursperiode zal in beeld worden gebracht welke opgaven in de nieuwe bestuursperiode gebiedsgericht aangepakt moeten worden en deze worden aan de onderhandelaars voor een nieuw college meegegeven. Vanaf de start van het nieuw college kunnen de lessons learned (uit de drie bestaande masterplannen (Zuidoost, Nieuw-West en centrumaanpak) breed worden toegepast. 7.
Vervolgstappen
Het vervolgproces ziet er na het besluit van het college over de hoofdlijnen bestuurlijk stelsel vanaf 2022 als volgt uit: - Inspraak van 9 april – 20 mei, met parallel participatietraject - Bespreken voorgenomen besluit hoofdlijnen met raadscommissie KDD op 28 april - Definitief hoofdlijnenbesluit door college op 1 juni - Bespreking definitief hoofdlijnenbesluit in commissie KDD op 23 juni - Besluit raad over de hoofdlijnen op 7/8 juli 20
-
Uitwerking in verordening na hoofdlijnenbesluit in september
In de voorbereiding op het definitieve hoofdlijnenbesluit zullen de volgende elementen nader uitgewerkt worden: - Keuze uit de twee voorgestelde bestuursmodellen (variant B of D) - Keuze in wijze van benoeming DB . Overigens wordt een nadere uitwerking van voor- en nadelen van benoemd DB vooraf aan de commissie KDD op 28 april aan de commissie voorgelegd - Heldere opdracht, taken en bevoegdheden lokaal bestuur - Nader onderzoek naar mogelijkheden gelote leden stadsdeelcommissie - Financiële gevolgen Daarnaast zal gericht in voorbereiding op de implementatie gewerkt worden aan: - Inrichting verkiezingen - Publiekscommunicatie verkiezingen - Procedures rond inbreng vanuit gebieden (in adviezen en gebiedscyclus) - Gevolgen voor ambtelijke organisatie - Afronding huidige bestuursperiode financieel en juridisch - Overgangsperiode na verkiezingen financieel en juridisch - Onderhoud stelsel na invoering
21