Vonnis kort geding Verdeling afmeerplaatsen passagiersvaart
Tekst van het document
De Gemeente heeft per locatie wel een praktische uitwerking aangekondigd maar die is er nooit gekomen. Kooij c.s. en Blue Boat hebben op de zitting uiteengezet hoe de efficiencynorm voor hen in de praktijk uitpakt. Ze hebben er onder meer op gewezen dat de efficiencynorm geen rekening houdt mt de lengte van de vaartuigen en de ligging van de afmeerplaatsen (die in de Singelgracht bijvoorbeeld achter een bocht liggen), en dat boten midden in de gracht zullen moeten wachten tot een afmeerplaats vrijkomt, wat tot filevorming zal leiden. De manier waarop afmeerplaatsen worden gecreëerd en hoe zij afmeerplaatsen en in feite hun locaties
C/131726932. C/13/ 726943, C/13/727 166 en C/13/729395 17maart2023
44
kunnen verliezen, vinden zij onrechtmatig. De algemene verwachting van de reders (zelfs van de Nieuwe Reders) is dat invoering van deze norm tot chaos op het water zal leiden. Verder is nog een probleem waar de boten van de Klassieke Reders moeten liggen. Kooij c.s. heeft betoogd dat de helft van haar ligplaatsen worden opgeheven om daar nieuwe afmeerplaatsen te maken. Zij vraagt zich af waar zij met al haar boten naartoe moet. De Gemeente heeft nog geen andere locaties aangewezen en de door haar geopperde locatie is nog lang niet zeker, omdat de omgeving zich daartegen verzet. Al met al is er dus veel verzet. De Gemeente stelt op haar beurt dat de efficiencynorm niet onrechtmatig is. 4.3 7. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is efficiënt gebruik van de afmeerplaatsen. De berekening van de capaciteit is gebaseerd op analyses uit de Digitale Gracht. Dat is een systeem waarmee de Gemeente het aantal vaarbewegingen op het water monitort. De berekening is dus niet gebaseerd op een theoretisch model, maar op daadwerkelijke vaarbewegingen. Uit analyses blijkt dat per afmeerplaats vier tot vijf grote vaartuigen per uur gefaciliteerd kunnen worden. waarbij een vaartuig minstens één uur over een rondvaart doet (exclusief op- en afstappen). Met de hantering van een marge gaat het rekenmodel er vanuit dat elk half uur een afvaart kan plaatsvinden.
Bij een rondvaart van één uur kunnen drie grote vaartuigen van één plek gebruik maken. Dit is volgens de Gemeente een redelijk uitgangspunt. Op basis van deze berekening is de efficiencynorm vastgesteld: drie exploitatievergunningen voor passagiersvaartuigen in het segment groot. danwel zes voor het segment klein en middelgroot. waarbij als het aantal aanvragen het aantal beschikbare plekken overstijgt de norm wordt gewijzigd. Het aantal exclusieve afmeerplaatsen is gekoppeld aan het aantal exploitatievergunningen van de reder, die zijn plek behoudt als hij over voldoende vergunningen beschikt. Als er minder exploitatievergunningen zijn dan kan dat tot gevolg hebben voor het aantal exclusieve afmeerplaatsen. Hiermee beoogt de Gemeente efficiënt ruimtegebruik te bewerkstellingen en gelijke kansen te bieden aan alle reders om een exclusieve afmeerplaats te bemachtigen. Dat is in de visie van de Gemeente niet onredelijk en leidt volgens haar niet tot rechtsonzekerheid. Verder kunnen reders bij hun inschrijving aangeven geïnteresseerd te zijn in een cluster van afmeerplaatsen en kunnen zij afmeerplaatsen ruilen. Versnippering door de stad kan daarmee worden voorkomen en deze invulling van de efficiencynorm is daarnaast niet funest voor de bedrijfsvoering, aldus steeds de Gemeente. 4.3 8. De voorzieningenrechter deelt op dit punt de vrees van de reders.
Aannemelijk is dat er problemen ontstaan door ruimtelijke beperkingen en teveel rondvaartboten die vanaf bepaalde afmeerplaatsen moeten afvaren. De efficiencynorm gaat uit van een van bushaltesysteem, waarbij in een vrij kort tijdsbestek moet worden opgestapt, een rondvaart plaatsvindt en moet worden afgestapt. In het busverkeer wordt dit systeem echter aangestuurd vanuit één of twee busmaatschappijen, maar de aansturing van de rondvaarten gebeurt door vele reders, die daarnaast allerlei verschillende voorzieningen hebben. Daarbij is de ruimte in de grachten rond de afmeerplaatsen beperkt. Of het systeem adequaat op basis van de
C/13/726932, C/13/ 726943. C/13/727166 en C/13/729395 17 maart2023
45
juiste gegevens is ontwikkeld en getoetst. is moeilijk te beoordelen. Er is een digitaal systeem met gegevens en er is ook nog een markttoets uitgevoerd, maar of ook uitgebreid is bekeken hoe een en ander in de praktijk uitwerkt is de vraag. De Gemeente heeft op zitting toegelicht dat ‘nautisch is getoetst’, maar zij heeft de resultaten van die toetsing niet in het geding gebracht, en daarmee haar stelling dat de efficiencynorm ook in de praktijk zal voldoen, niet voldoende onderbouwd. De reders Klassieke en Nieuwe zijn daarvan niet overtuigd en zij zijn de ervaringsdeskundigen. —
—
4.39. De voorzieningenrechter deelt ook het standpunt van de reders dat de efficiencynorm niet trarispararit is, omdat de norm, als er te weinig exclusieve afmeerplaatsen zijn, kan wijzigen naar een hoger aantal exploitatievergunningen. nadat de inschrijvingen (verzoeken) al zijn ingediend. Reders weten hierdoor bij hun inschrijving niet waar zij aan toe zijn en het is voor hen qua bedrijfsvoering moeilijk om in te schatten wat er in de toekomst gaat gebeuren. Voor hoeveel afmeerplaatsen gaan de reders in aanmerking komen? Dat de Gemeente communiceert als zij tot wijziging van de norm overgaat, is niet genoeg om de regeling voldoende transparant te maken. Dit ileemt overigens niet weg dat de Gemeente wel beleidsruimte moet worden gegund om er een werkzaam systeem van te kunnen maken. Dus dat er na de inschrijving nog een aanpassing plaatsvindt, is niet altijd in strijd met het transparantiebeginsel. In dit geval is er echter te veel onzekerheid over wat er na de inschrijving gaat gebeuren. Ter zitting hebben de Klassieke Reders het als volgt omschreven niet alleen het aantal exploitatievergunningen waarover een reder beschikt bepaalt op hoeveel afrneerplaatsen aanspraak kan worden gemaakt. maar het aantal exploitatievergunningen in combinatie met de ejficiencynorm die wordt vastgesteld afhankelijk van de vraag van het moment.” 4.40.
Al met al is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Gemeente de efficiencynorm onvoldoende heeft getoetst en dat deze onvoldoende transparant is, en dat de Gemeente deze daarom niet in deze vorm als de belangrijkste steunpilaar van de selectieprocedure kan hanteren. Zij hoeft deze echter niet overboord te gooien. maar zal moeten uittesten hoe de norm in de praktijk kan uitpakken en mogelijk met aanpassingen moeten komen. Beschikkingsbevoegdheid
4.41. De Gemeente heeft betoogd dat het voor het doorlopen van de selectieprocedure niet uitmaakt of de Gemeente daadwerkelijk beschikkingsbevoegd is ten aanzien van de steigers op de te verdelen afmeerplaatsen of dat (bijvoorbeeld) Kooij een opstalrecht heeft verkregen als gevolg van verjaring. In beide gevallen kan (in dit geval) Kooij immers gebruik blijven maken van de huidige plekken, mits zij hiervoor over exploitatievergunningen beschikt. Dit betoog gaat niet op. Ook hiermee lijkt de Gemeente onvoldoende oog te hebben voor het feit dat een rondvaartbedrijfmeer is dan de optelsom van rondvaartenboten. afmeerplaatsen (al dan niet met steigers). ligplaatsen. kassahuisj es. wachtruimtes. toiletvoorzieningen, .
C/13/726932. C/13/ 726943. C/13/727166 en C/13/729395 17 maart 2023
46
laadvoorzieningen, reclame-uitingen etc. en daarmee de gevolgen voor de bedrijfsvoering van de Klassieke Reders. zoals hierboven al geschetst. 4.42. Een kort geding leent zich niet voor een beoordeling ten gronde of de Klassieke Reders door verjaring een opstalrecht of andere zakelijke rechten hebben verkregen op bepaalde opstallen. Het is ook niet nodig om dit nu voorlopig te beoordelen. De onzekerheid of de Gemeente de huur- en gebruiksovereenkomsten rechtsgeldig heeft opgezegd/kan opzeggen. staat immers reeds aan de uitvoering van de Selectieleidraad in de weg. Overige bepalingen in de Selectieleidraad en Model huurovereenkomst
4.43. Alle reders zetten vraagtekens bij bepalingen in de Selectieleidraad en huurovereenkomst. Op grond van artikel 3:14 BW en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur fnoet de Gemeente zich wat betreft de selectieprocedure voor het sluiten van huurovereenkomsten houden aan de beginselen van gelijke behandeling (en eerlijke mededinging). transparantie en proportionaliteit, zodat alle reders die interesse hebben gelijke kansen krijgen. Volgens de reders is de Selectieleidraad op een aantal punten niet transparant of proportioneel en aldus onrechtmatig. 4.44. Niet alle bepalingen waartegen de reders bezwaar maken, zullen worden besproken. Ten eerste omdat. zoals hiervoor is overwogen. de selectieprocedure zoals neergelegd in de Selectieleidraad niet ongewijzigd kan worden voortgezet. Er zal dus waarschijnlijk een nieuwe aangepaste procedure komen. Omdat hierop vooruitlopend een (voorlopig) oordeel over de rechtmatigheid van de (inhoud van de) huidige Selectieleidraad en de Model huurovereenkomst nuttig kan zijn. zal een aantal bepalingen, hierna in algemene zin worden besproken. 4.45. Ten eerste achten alle reders de artikelen 1.4 en 2.3 Selectieleidraad en artikel 3 lid 1 van de huurovereenkomst onrechtmatig. 4.46. De artikelen 1.4 en 2.3 Selectieleidraad zien op de akkoordverklaring van de inschrijver met de Selectieleidraad en bij lagen.
Op zich zijn deze artikelen niet onrechtmatig. Zoals de Gemeente terecht stelt, is het in het kader van de rechtszekerheid van belang dat met de inschrijving de inschrijver zich conformeert aan de inhoud van de stukken. In dit geval zijn de reders het echter niet eens met de wijze waarop de selectieprocedure is vormgegeven en willen zij daarom niet akkoord gaan met deze bepalingen. Dat is begrijpelijk, maar op zich zijn dergelijke bepalingen aanvaardbaar, omdat deze zijn opgenomen uitgaande van een situatie waarin over de inhoud van de stukken geen discussie meer bestaat, althans draagvlak voor de daarin neergelegde procedure bestaat. 4.47. In artikel 3 lid 1 huurovereenkomst staat dat deze overeenkomst elke andere voorgaande overeenkomst tussen partijen enlof eenzijdig door de Gemeente gegeven (stilzwijgende) toestemming vervangt. Voor de Klassieke Reders is het thans
C/13/726932, C/13/ 726943, CR3/727166 en C/131729395 1 7 maart 2023
47
ondenkbaar dat zij met een dergelijke bepaling kunnen instemmen en komt deze onrechtmatig voor. Deze bepaling is objectief gezien echter acceptabel. met dien verstande dat deze uitsluitend ziet op privaatrechtelijke overeenkomsten. Van de Gemeente kan niet worden verwacht dat zij uiteindelijk een huurovereenkomst sluit die onzekerheid over haar rechtspositie meebrengt. 4.48. De Klassieke Reders hebben terecht bezwaar tegen de bepalingen in de huurovereenkomst waarin de Gemeente zich het recht voorbehoudt de spelregels gedurende de looptijd van de huurovereenkomst te wijzigen of op te zeggen. Het is begrijpelijk dat de toezegging van de Gemeente dat zij de ruime mogelijkheden die de huurovereenkomst biedt voor de aanpassing en opzegging prudent zal gebruiken de Klassieke Reders niet geruststelt. Het is aannemelijk dat deze bepalingen (en met name het samenstel daarvan, zoals de Klassieke Reders betogen. maken dat de reders geen. althans onvoldoende zekerheid aan de huurovereenkomst kunnen ontlenen om hun bedrijf te kunnen (blijven) exploiteren. 4 49 Ook kunnen vragen vorden gesteld bij de dieise bepalingen in de Selectieleidiaad en huurovereenkomst die aanspiakelijkheid ‘van de Gemeente uitsluiten Aandacht verdient voorts de vaststelling van clusters van twee of meer 4.50. exclusieve afmeerplaatsen op de voet van artikel 6.2 Selectieleidraad.
De Nieuwe Reders hebben er bezwaar tegen als de clustering plaatsvindt nadat de verzoeken (inschrijvingen) zijn ingediend. De voorzieningenrechter begrijpt dat bezwaar, in die zin dat deze werkwijze niet heel transparant lijkt. De Nieuwe Reders stellen voorts dat artikel 3.1 van de huurovereenkomst. 4.51. waarin staat dat de huurovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangegaan, in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter ziet dat vooralsnog anders. De huurovereenkomst hoeft niet voor bepaalde tijd te worden afgesloten, omdat de huurovereenkomst wordt ontbonden als de reder niet over voldoende exploitatievergunningen beschikt. Deze koppeling lijkt vooralsnog voldoende om te voorkomen dat (nieuwe) reders geen toegang meer krijgen tot afmeerplaatsen. Wat betekent dit voor de vorderingen? Selectieprocedure 4.52. De Klassieke Reders hebben vrij gedetailleerde vorderingen ingesteld. Deze zijn erop gericht dat de selectieprocedure wordt gestaakt. Zoals uit het voorgaande volgt. kan de selectieprocedure zoals neergelegd in de Selectieleidraad niet worden voortgezet. De eerste vordering van de Nieuwe Reders is daarop gericht. Die vordering zal worden toegewezen (zij het op andere gronden dan de Nieuwe Reders hebben aangevoerd): de Gemeente zal worden verboden om de selectieprocedure
C/13/726932. C/13/ 726943, C/13/727166 en C/13/729395 17 maart2023
48
ongewijzigd voor te zetten. Daaraan zal geen dwangsom worden verbonden omdat ervan uit wordt gegaan dat de Gemeente deze uitspraak nakomt. Dat betekent dat de selectieprocedure in deze vorm niet doorgaat en dat de Klassieke Reders geen belang meer hebben bij hun meer gedetailleerde vorderingen. Ditzelfde geldt voor de vordering van de Nieuwe Reders onder 2. De subsidiaire vorderingen behoeven bij deze uitkomst geen bespreking. Uit het voorgaande volgt tevens dat het door de Nieuwe Reders onder 3 gevorderde gebod om de huurovereenkomst voor een exclusieve afmeerplaats te sluiten voor een termijn van (maximaal) 10 jaar zal worden afgewezen.
Huurvoont’aarden 4.53. Er is in dit stadium geen aanleiding om de vorderingen ten aanzien van de vaststelling van de voorwaarden waaronder de Gemeente de semi-exclusieve afvaartlocaties in huur wil uitgeven toe te wijzen, zoals Lovers en Kooij c.s. hebben gevorderd. Zoals hiervoor is overwogen, moet eerst worden bezien of de Gemeente de huidige overeenkomsten wel rechtsgeldig heeft opgezegd. Hoe nu verder? 4.54. Gelet op het voorgaande kan de selectieprocedure in deze vorm niet worden doorgezet. De Gemeente zal een pas op de plaats moeten maken. De vraag rijst: hoe nu verder? Er zijn twee onzekere factoren. te weten of de Gemeente over de afmeerplaatsen van de Klassieke Reders kan beschikken en de juistheid en effectiviteit van de efficiencynorm. Het is niet waarschijnlijk, tenzij partijen er in onderling overleg uitkomen, dat op 1 maart 2024 voldoende duidelijkheid hierover bestaat. Het is echter in ieders belang dat op een bepaald moment de zaak in beweging komt. Het is niet wenselijk dat er niets gebeurt dat zou onredelijk zijn voor de Nieuwe Reders. Ook deze reders moeten over exclusieve afmeerplaatsen kunnen beschikken, zoals de Gemeente heeft toegezegd.
Met inachtneming van al het voorgaande is het meest praktisch en juridisch aanvaardbaar als de Klassieke Reders voorlopig hun locaties kunnen behouden en gebruiken en dat de nieuwe exclusieve afmeerplaatsen eerlijk worden verdeeld onder de Nieuwe Reders, zoals de Klassieke reders ter zitting ook hebben gesuggereerd. Ter zitting kwam aan de orde dat nog niet duidelijk is hoeveel nieuwe plekken er precies zijn en hoeveel afmeerplaatsen er minder beschikbaar zijn voor de Nieuwe Reders als de afmeerplaatsen van de Klassieke Reders niet in de verdeling worden betrokken. Wel is duidelijk dat dit een relatief klein aantal betreft (de Klassieke Reders zeggen: acht). omdat een groot aantal van die afmeerplaatsen ook via de verdeelprocedure in de Selectieleidraad bij de Klassieke Reders terecht zouden komen. De Nieuwe Reders betogen dat de afmeerplaatsen van de Klassieke reders ‘beter’ zijn dan de nieuwe afmeerplaatsen, omdat deze op betere locaties liggen en voorzieningen hebben. Dit betoog gaat niet op. Alle exclusieve afmeerplaatsen liggen op A+ locaties; de Nieuwe Reders hebben niet (voldoende) gemotiveerd dat deze afmeerplaatsen ‘minder’ zijn in die zin dat daar minder toeristenstromen —
/
C/13/726932, C/13/ 726943. C/13/727 166 en C/13/729395 17 maart2023
49
samenkomen. Dat er op de afmeerplaatsen van de Klassieke Reders voorzieningen zijn (zoals kassahuisjes etc.) is de verdienste van de Klassieke Reders. Zij hebben die voorzieningen in de afgelopen decennia aangebracht. Dat de Nieuwe Reders dat op de nieuwe afmeerplaatsen zelf moeten doen is dan ook niet onredelijk. Ter zitting kwam aan de orde dat voor nieuwe afmeerplaatsen nog de nodige publiekrechtelijke besluiten (aanwij zingsbesluiten en piano logische besluiten) moeten worden genomen. Hopelijk komt daar op korte termijn schot in. 4.5 5. De Gemeente moet de nieuwe afmeerplaatsen volgens een transparante procedure (waarin conform het Didam-arrest alle geïnteresseerde Nieuwe Reders een gelijke kans krijgen om deze te verwerven op basis van voor de inschrijving kenbaar gemaakte objectieve. toetsbare en redelijle selectiecriteria) verdelen onder de Nieuwe Reders. Op deze manier krijgen de Nieuwe Reders binnen afzienbare tijd de beschikking over exclusieve afmeerplaatsen (ook op A+-locaties). Het Didam arrest verzet zich er niet tegen dat de Klassieke Reders niet in aanmerking komen voor deze nieuwe afmeerpiaatsen. nu zij hun bestaande locaties kunnen behouden. De Gemeente kan in overleg met de reders ervoor kiezen een nieuwe verdeelsleutel te kiezen of de huidige efticiencynorm gebruiken. Op deze manier kan de efficiencynorm in de praktijk worden getest.
Tegelijkertijd kan de Gemeente gaan onderhandelen met de Klassieke Reders over de beëindiging van (enkele van) de huur- en gebruiksovereenkomsten. voor zover de Gemeente kan onderbouwen dat de Klassieke Reder de beschikking heeft over teveel afineer- of ligplaatsen in verhouding tot het aantal exploitatievergunningen (enlof 1 igplaatsvergunningen). Ook de Klassieke Reders zullen onder ogen moeten zien dat niet alles bij het oude kan blijven, omdat het aantal exploitatievergunningen waarover zij jaarlijks kunnen beschikken niet steeds hetzelfde zal blijven. De Gemeente moet echter oog hebben voor de belangen en de bedrijfsvoering van de Klassieke Reders en waar nodig bereid zijn om (financiële) compensatie of alternatieve ligplaatsen te bieden. Ook kan de Gemeente gaan onderhandelen met de Klassieke Reders over een redelijke en marktconforme vergoeding voor het gebruik van de afmeerplaatsen (en ligplaatsen) die bij de Klassieke Reders in gebruik blijven. De proceskosten
4.56. De Gemeente zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Lovers. Kooij c.s.. Blue Boat worden voor elk begroot op: dagvaarding € 103.33 griffierecht 676,00 salaris advocaat 1.079.00 1 00 Totaal € 1 .öDö,i. -
-
-
C/13/726932. C/13/ 726943. C/13/727166 en C/13/729395 1 7 maart 2023
50
De kosten aan de zijde van de Nieuwe Reders worden begroot op: dagvaarding € 108,41 griffierecht 676,00 salaris advocaat 1.079,00 Totaal € 1.863,41 -
-
-
5.
De beslissing
De voorzieningenrechter
in alle zaken verbiedt de Gemeente om de selectieprocedure (als vorm gegeven in de 5.1. Selectieleidraad) ongewijzigd voort te zetten. veroordeelt de Gemeente in de proceskosten. aan de zijde van elk van 5.2. Lovers, Kooij c.s. en Blue Boat tot op heden begroot op € 1.858,33, verdordeelt de Gemeente in de proceskosten, aan de zijde van de Nieuwe 5.3. Reders tot op heden begroot op € 1.863.41. te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 dagen na heden. veroordeelt de Gemeente in de ra dit vonnis ontstane kosten, voor elk van 5.4. Lovers. Kooij c.s., Blue Boat en de Nieuwe Reders begroot op € 173,00 voor salaris advocaat, te vermeerderen met € 90.00 en de kosten van het betekeningsexploot ingeval betekening van dit vonnis plaatsvindt. 5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde at
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel. voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix. griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17maart2023.
type: GHF coli: mb