CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Vluchtelingenmonitor 2025 - toegankelijke pdf

RAAD 18 februari 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief De Amsterdamse inzet voor vluchtelingen en ongedocumenteerden en van de raadsinformatiebrief voortgang programma ongedocumenteerden 2025 VN2026-00090827.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vluchtelingenmonitor 2025 Asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne Onderzoek en Statistiek

In opdracht van: Projectnummer: Auteur: E-mailadres: Bezoekadres: Post:

Programma Migratie, Asiel en Ongedocumenteerden, WPI 250008 Anneloes van Schaik, Marloes de Hoon, Bart Sleutjes, Isabel Orlemans, Maikel Komen, Hetty van Kempen en Idske de Jong a.van.schaik@amsterdam.nl

Telefoon: Website:

President Kennedylaan 923 Postbus 658 1000 AR Amsterdam 020 251 0333 onderzoek.amsterdam.nl

Foto voorzijde:

Tafelbergweg, COA, AZC, fotograaf Edwin van Eis (2025)

Amsterdam, december 2025

Inhoud

Samenvatting

4

Inleiding

9

1 Ontwikkelingen in Nederland

12

1.1 Asielaanvragen 1.2 Asielverlening 1.3 Nareis en gezinshereniging 1.4 Naturalisatie 1.5 Ontheemden onder tijdelijke bescherming

2 Ontwikkelingen in Amsterdam 2.1 Drie groepen nieuwkomers in de periode 2014-2024 2.2 Opvang en huisvesting

3 Demografie van drie groepen nieuwkomers 3.1 Asielzoekers in Amsterdam 3.2 Statushouders in Amsterdam 3.3 Ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam 3.4 Geografische spreiding van drie groepen nieuwkomers

4 Zorggebruik en jeugdhulp 4.1 Verschillende zorgregelingen 4.2 Zorggebruik statushouders 4.3 Ggz-gebruik statushouders in Amsterdam 4.4 Jeugdhulp aan statushouders

5 Inburgering 5.1 Wet Inburgering 2013 en Wet Inburgering 2021 5.2 Inburgering statushouders

6 Onderwijs 6.1 Onderwijs statushouders 6.2 Onderwijs ontheemden uit Oekraïne

7 Werk 7.1 Werk statushouders 7.2 Werk ontheemden uit Oekraïne

12 14 16 17 18

19 19 21

26 26 28 30 32

34 34 35 36 37

39 39 40

44 44 46

49 49 53

8 Bijstand

56

8.1 Bijstand statushouders

56

9 Voornaamste bron van inkomen

59

9.1 Voornaamste bron van inkomen statushouders 9.2 Voornaamste bron van inkomen ontheemden uit Oekraïne

59 61

Bijlage I: Literatuur en bronnen

64

Bijlage II: Technische toelichting

68

Bijlage III: Tabellen met achterliggende cijfers

72

3

Samenvatting In deze editie van de Vluchtelingenmonitor staan drie groepen nieuwkomers in Amsterdam centraal: asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne. Deze nieuwkomers hebben met elkaar gemeen dat zij huis en haard hebben verlaten en internationale bescherming hebben gevraagd. Er zijn ook duidelijke verschillen tussen deze groepen. Deze verschillen zijn zichtbaar in de demografische samenstelling, maar doen zich daarnaast voor op het gebied van rechten, plichten en beleidsregels die op hen van toepassing zijn. In deze rapportage beschrijven we de ontwikkelingen in aantallen asielaanvragen en vergunninghouders in Nederland en Amsterdam in de periode 2015-2024. De meest recente cijfers gaan over de situatie in juli 2024. Ook is er aandacht voor een recente groep nieuwkomers: ontheemden uit Oekraïne. Voor de nieuwkomers woonachtig in Amsterdam bespreken we de demografische achtergrondkenmerken, het zorg- en jeugdhulpgebruik, de inburgering, het volgen van onderwijs, werken, bijstandsgebruik, en tot slot de voornaamste bron van inkomen. Op verschillende punten vergelijken we de positie van nieuwkomers in Amsterdam met die in andere G5-steden of in het land als geheel. De gebruikte data komen uit het ‘asielcohort 2014-2024' van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Dit bestand bevat allerlei demografische en sociaaleconomische kenmerken vanuit verschillende registers van de drie genoemde groepen die vanaf 2014 in Nederland geregistreerd zijn. Asielontwikkelingen in Nederland De komst en aanwezigheid van nieuwkomers in Amsterdam moet worden bezien in het licht van globale, regionale en nationale ontwikkelingen. Ten eerste zijn het grootschalige conflicten en vervolgingen die op bepaalde momenten in de geschiedenis grote aantallen gedwongen migranten voortbrengen. Vervolgens beïnvloedt regionaal, Europees, en nationaal beleid de mogelijkheid om asiel aan te vragen en te krijgen en de locatie en wijze waarop mensen worden opgevangen. Het aantal asielaanvragen in Nederland maakte in de afgelopen tien jaar een golvende beweging. Het conflict in Syrië zorgde voor een piek in 2015, gevolgd door een afname in het aantal nieuwe aanvragen en vervolgens vanaf 2021 weer een toename in het aantal jaarlijkse asielaanvragen in Nederland. In 2024, in deze rapportage het meest recente jaar, lag het aantal asielaanvragen een fractie lager dan in 2021-2023, maar wel nog steeds hoger dan in de voorgaande periode. Sinds 2015 is er sprake van een landelijke toename van het aantal statushouders doordat er meer verblijfsvergunningen zijn verleend.

Daarnaast verblijven sinds de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 ook ontheemden uit Oekraïne in Nederland en nemen ook die aantallen gestaag toe.

4

Demografie van drie groepen nieuwkomers in Amsterdam Op 1 juli 2024 verbleven 2.930 asielzoekers, 7.080 statushouders en 5.930 ontheemden uit Oekraïne in de Amsterdam (zie figuur 1). Net als in de rest van Nederland is in Amsterdam het aantal asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne vanaf 2021 sterk gegroeid. Figuur 1 Drie groepen nieuwkomers in Amsterdam (aantallen, peildatum 1 juli 2018-2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Onder asielzoekers en ontheemden in Amsterdam is vooral de groep mannen groter geworden. Waar asielzoekers in de regel overwegend mannen zijn, is de genderratio onder statushouders gelijker. Dit komt doordat onder statushouders ook nareizigers en gezinsherenigers worden gerekend en dit relatief vaak vrouwen zijn. Onder ontheemden uit Oekraïne vormden vrouwen aanvankelijk juist een meerderheid, maar neemt het aandeel mannen gestaag toe. Voor alle drie de groepen nieuwkomers geldt dat zij gemiddeld genomen relatief jong zijn: ongeveer zeven op de tien zijn jonger dan 36 (voor de gehele Amsterdamse bevolking is dit vijf op de tien). Ook in vergelijking met de overige G5 telt Amsterdam relatief veel nieuwkomers in de leeftijdscategorie 18 tot 35 jaar. Onder asielzoekers en statushouders die in Amsterdam verblijven, zijn tal van nationaliteiten. De grootste groep heeft de Syrische nationaliteit. Dit aandeel (30 procent onder asielzoekers en 34 procent onder statushouders in 2024) is in vergelijking met de overige G5 echter beperkt. In Amsterdam verblijven daarentegen juist relatief vaak nieuwkomers met nationaliteiten die landelijk minder vaak voorkomen. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) vormen historisch gezien een relatief klein deel van de statushouders in Amsterdam. Vooral in 2016 lag dit aandeel laag in vergelijking met landelijk en de overige G5.

Sindsdien zijn in Amsterdam echter verschillende opvangplekken voor deze specifieke doelgroep geopend. Als gevolg hiervan groeit het aandeel amv’s in Amsterdam sterker dan landelijk en in de overige G5.

5

Opvang De Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) is sinds februari 2024 van kracht. In aanloop naar de wet en sinds de invoering daarvan, is het aantal opvangplekken in verschillende gemeenten, waaronder Amsterdam, flink gestegen. Asielzoekers en statushouders verblijven gemiddeld genomen steeds langer in een opvangadres, waaronder reguliere COA-opvang naar ook in toenemende mate noodopvanglocaties van het COA of gemeenten. Dit is deels toe te schrijven aan langere asielprocedures en deels aan de krapte op de woningmarkt die doorstroom naar een zelfstandige woning bemoeilijkt. Zorggebruik Zorggebruik is bekend voor statushouders die zelfstandig in de gemeente verblijven. De mate van zorggebruik geeft o.a. inzicht in of mensen de weg naar de zorg weten te vinden. Van deze groep maakte 90 procent in 2022 gebruik van huisartsenzorg. Ongeveer de helft heeft gebruik gemaakt van farmacie en ziekenhuiszorg. Voor de overige G5-steden zijn deze percentages vergelijkbaar. Wel maakt in Amsterdam een relatief hoog aandeel van de statushouders gebruik van ggz. Daarnaast maakt in Amsterdam, evenals in Utrecht, een relatief hoog aandeel van de jonge statushouders gebruik van jeugdhulp. Jeugdhulp wordt relatief vaker verstrekt aan jongens dan aan meisjes, en vaker aan 0 tot en met 12-jarigen dan aan 12 tot en met 18-jarigen.

Inburgering Statushouders zijn in principe inburgeringsplichtig. Zij worden geacht binnen een vastgestelde termijn de Nederlandse taal op tenminste A2 niveau te beheersen, en te leren over wonen en werken in Nederland. Dit is geregeld binnen de Wet Inburgering, die in vernieuwde vorm (WI2021) op 1 januari 2022 in werking trad. Met deze nieuwe wet kwam de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van inburgeringsplichtigen bij de gemeenten te liggen. Onder de oude wet (WI2013) lag de verantwoordelijkheid voor het regelen en financieren van de inburgering nog bij de inburgeraar zelf. Van de Amsterdamse statushouders die onder de oude wet vielen en tussen 2014 en 2018 een eerste verblijfsvergunning asiel ontvingen, behaalde vooralsnog ruim zes op de tien het inburgeringsexamen. Eén op de vier statushouders die vallen onder WI2013 en woonachtig zijn in Amsterdam kreeg een vrijstelling. In 2024 vallen er iets meer statushouders in Amsterdam onder de oude dan onder de nieuwe inburgeringswet (41 procent onder WI2013 en 37 procent onder WI2021). Daarnaast is aan een significant deel van de statushouders nog geen inburgeringsplicht opgelegd. Dit betreft vooral minderjarigen. Voor de statushouders die onder de nieuwe wet vallen geldt dat hun inburgeringstermijn nog niet verstreken is: we weten dus nog niet welk deel het inburgeringsexamen zal behalen en wel deel zal worden vrijgesteld.

Onderwijs Alle kinderen hebben in Nederland recht op onderwijs. Dus ook de kinderen van asielzoekers, statushouders en ontheemden. Kinderen en jongeren van 12 tot 18 volgen dit onderwijs meestal in internationale schakelklassen (ISK) die voorbereiden op regulier

6

onderwijs. Leerplichtige statushouders en ontheemden uit Oekraïne volgen vrijwel altijd onderwijs. Meerderjarigen moeten lesgeld betalen voor het volgen van onderwijs. Onderwijsvolgende statushouders zitten vaak in het voortgezet onderwijs (vo) of het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Binnen het mbo zijn niveau 1 en 2 het meest gevolgd. Ontheemden uit Oekraïne die onderwijs volgen zitten relatief vaak in het voortgezet of hoger beroepsonderwijs (hbo). Onder deze groep nieuwkomers zijn weinig mbo-registraties bekend. In vergelijking met Nederland volgen zowel jongvolwassen statushouders als jongvolwassen ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam vaker hbo of wo. Onder jongvolwassen statushouders in Amsterdam wordt minder vaak mbo gevolgd dan landelijk. Werk en bijstand In Amsterdam zijn relatief veel statushouders aan het werk, vergeleken met zowel de G5 als het landelijk gemiddelde. In 2023 had in Amsterdam 36 procent van de statushouders betaald werk als werknemer of zelfstandige. Dit is een lichte daling ten opzichte van 2022. Het aandeel statushouders met betaald werk is na deze lichte daling weer op een vergelijkbaar niveau als in 2019, voor de coronacrisis. Van statushouders die drie jaar of langer een verblijfsvergunning hebben, heeft een groter aandeel werk in loondienst dan statushouders die recenter hun eerste verblijfsvergunning verkregen.

Het aandeel statushouders met een bijstandsuitkering ligt relatief laag in Amsterdam. Dat ligt deels aan de hoge arbeidsparticipatie, maar komt ook doordat een groot aandeel van de statushouders in Amsterdam wacht op een zelfstandige woning voordat zij bijstand kunnen aanvragen. Onder ontheemden uit Oekraïne nam het aandeel met betaald werk sterk toe in de jaren 2022 en 2023. In vergelijking tot statushouders werkt een relatief groot deel van deze groep in loondienst. Dit percentage ligt echter wel wat lager dan gemiddeld in Nederland. Ontheemden uit Oekraïne kunnen in de regel geen aanspraak maken op de bijstand. Voornaamste bron van inkomen Van de statushouders tussen de 18 en 66 jaar had in 2023 dertig procent betaald werk, zeven procent was schoolgaand en 46 procent ontving een uitkering. Zeventien procent had geen eigen inkomen. Dit laatste aandeel is toegenomen ten opzichte van 2022. Dit komt deels door de (beperkte) doorstroom van COA-locaties naar zelfstandige huisvesting: zolang statushouders in de opvang verblijven ontvangen zij leefgeld (‘geen inkomen’) en hebben zij nog geen recht op de bijstand. Tegelijkertijd is het aandeel met werk als belangrijkste inkomstenbron gestegen tot 30 procent in 2023. Het aandeel met bijstand, pensioen of een andere uitkering is kleiner geworden.

Onder ontheemden uit Oekraïne is werk voor de meerderheid (55 procent) de belangrijkste inkomstenbron. Onder 18 tot en met 45-jarigen is dit zelfs zes op de tien. De overige ontheemden uit deze groep hebben leefgeld als belangrijkste bron van inkomsten.

7

Figuur 2 Voornaamste bron van inkomen van statushouders in Amsterdam (procenten, leeftijd 18-66, 2019-2023, peildatum 1 juli)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Vergelijking vorige editie In Vluchtelingenmonitor 2024 werden voor het eerst naast de groep statushouders, ook de groepen asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne beschreven, toen tot juli 2023. In de Vluchtelingenmonitor 2025 zien we een vergelijkbaar beeld van de drie groepen nieuwkomers. Er zijn geen grote verschuivingen onder de drie groepen in de stad wat betreft demografische kenmerken en spreiding over de stad. De opvallende daling van het bijstandsgebruik onder statushouders besproken in vorige editie lijkt in 2024 te stabiliseren. Het ggz-gebruik in Amsterdam is toegenomen, net zoals landelijk, vermoedelijk wegens de ingang van het Zorgprestatiemodel, waardoor meer contacten worden geregistreerd. Gegevens over onderwijs konden in deze meest recente monitor worden toegevoegd voor de groep ontheemden uit Oekraïne. In vergelijking met Nederland volgen volwassenen vaker hbo of wo en anders dan bij statushouders zijn bijna geen mbo-registraties bekend onder deze groep. Verder wordt in deze editie aandacht besteed aan het effect van verschillende landelijke ontwikkelingen, zoals de spreidingswet, de langere duur van de asielprocedure, de toename van het aantal amv’s en de ingang van de nieuwe Wet Inburgering, op de situatie in Amsterdam.

8

Inleiding

In 2024 nam wereldwijd het aantal mensen op de vlucht toe, net als de jaren daarvoor. Hierdoor waren er eind 2024 wereldwijd 123 miljoen mensen ontheemd, waarvan het grootste deel binnen het eigen land verbleef (UNHCR, 2025). De meeste ontheemden kwamen vanuit Oekraïne, waar het gewapende conflict met Rusland voortzette, en Soedan, waar door de escalatie van de oorlog daar een derde van de populatie ontheemd raakte. De derde grootste groep vluchtte uit Syrië, waar de situatie na de val van het Assad bewind eind 2024 nog niet stabiel is (UNHCR, 2025). Het doel van deze monitor is om verschillende statistieken bijeen te brengen over nieuwe Amsterdammers die zijn gevlucht wegens conflict of vervolging. Afhankelijk van hun documenten, situatie en wettelijke kaders wordt hen een verblijfsstatus toebedeeld. Iedereen heeft het recht om asiel aan te vragen in Nederland. Aanvragers worden aangemerkt als asielzoekers zolang zij hun aanvraag afwachten. Wanneer een asielvergunning is verleend spreken we van een statushouder. Een derde juridische status, gebaseerd op de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, betreft ontheemden die de Oekraïense nationaliteit hebben of op andere gronden op 23 februari 2022 rechtmatig in Oekraïne verbleven.

In deze monitor bakenen we drie groepen af op basis van hun verblijfsstatus: asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne (zie populatie-afbakening hieronder). Dat gebeurt aan de hand van registergegevens van het CBS. Een belangrijke noot bij dit rapport is dan ook dat het gaat om cijfermatige beschrijvingen over de groepen, en niet om de ervaring van de mensen die tot deze groepen behoren. Noch het perspectief van de groep zelf, noch de interpretatie van andere betrokkenen, zijn meegenomen in dit onderzoek. De statistieken in dit rapport zijn voorzien van context die helpt bij het interpreteren van de resultaten.

Gebruikte begrippen Deze monitor gaat over verschillende groepen Amsterdammers die internationale bescherming hebben gezocht. Om deze groepen te beschrijven, blijven wij zo dicht mogelijk bij de juridische afbakening van verschillende begrippen (O&S, 2025). Slechts een deel van de mensen die een asielvergunning verkrijgt, valt onder het Vluchtelingenverdrag en is daarmee erkend ‘vluchteling’. Vluchtelingen in juridische zin vormen dus slechts een deel van de populatie waar deze monitor over gaat. In de lopende tekst wijken wij daarom af van de in eerdere edities gebruikte term vluchteling en benoemen zoveel mogelijk de specifieke groepen die het betreft. Waar dit niet mogelijk was hebben wij gekozen voor de bredere term nieuwkomer.

9

Tijdsafbakening Voor deze monitor is gebruik gemaakt van het databestand ‘Asielcohort 2014-2024' van het CBS. Vanwege de gebruikte bron worden alleen personen beschreven die na 1 januari 2014 een verblijfsvergunning hebben gekregen (voor de groep statushouders) of naar Nederland zijn gekomen (voor de andere twee groepen). Het grootste deel van de monitor beslaat de periode van 2015 tot halverwege 2024 – peildatum 1 juli 2024 is tot wanneer de meeste gegevens beschikbaar zijn. De gegevens over zorgkosten zijn minder recent. Deze zijn beschikbaar tot en met 2022 in het geval van jeugdhulp tot medio 2023.

Populatie-afbakening Asielzoekers Asielzoekers die op COA-locaties verblijven. Dit zijn personen uit allerlei verschillende landen die een asielaanvraag hebben ingediend en in afwachting zijn van een uitspraak van de Nederlandse Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). Gedurende de aanvraag verblijven zij in de regel in een opvanglocatie van het COA (Centraal Orgaan opvang Asielzoekers). Statushouders Statushouders die in Nederland verblijven op basis van een verblijfsvergunning asiel. Deze groep nieuwkomers heeft op basis van hun verblijfsvergunning dezelfde rechten en plichten als personen met de Nederlandse nationaliteit op bijvoorbeeld de arbeidsmarkt, in de zorg en in het onderwijs. Nieuwkomers die een verblijfsvergunning asiel hebben verkregen via de nareisregeling of in het kader van gezinshereniging worden in deze rapportage ook gerekend tot de groep statushouders. Op het moment dat een nieuwkomer de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, is deze geen statushouder meer en zal daarom in het huidige rapport buiten beschouwing worden gelaten, tenzij anders vermeld. Ontheemden uit Oekraïne Dit zijn personen die vanuit Oekraïne naar Nederland kwamen met het verzoek tot bescherming. Kort na de Russische inval in Oekraïne in april 2022 is de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) geactiveerd.

Dit is een Europese noodregeling die sinds 2001 bestaat en voorziet in onmiddellijke en collectieve bescherming voor een grote groep ontheemden die naar de EU komen en niet in staat zijn terug te keren. Mensen onder tijdelijke bescherming genieten in de hele EU dezelfde rechten. Het gaat onder meer om het recht op verblijf, toegang tot de arbeidsmarkt en huisvesting, medische bijstand, sociale bijstand en toegang tot onderwijs voor kinderen. De huidige nationale wetgeving die de RTB in Nederland regelt is recent verlengd en van kracht tot ten minste 4 maart 2027 (IND, 2025; Europese Raad, 2025). Populatieafbakening Samen vormen asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne niet de volledige populatie van Amsterdammers die het land waar zij eerder verbleven zijn ontvlucht. Naast deze drie groepen verblijven ook mensen zonder geldige verblijfsvergunning in Amsterdam (ook wel ‘ongedocumenteerden’). Hiertoe behoren bijvoorbeeld personen wier asielaanvraag is afgewezen, maar die nog wel in de stad verblijven, bijvoorbeeld omdat zij niet willen of kunnen terugkeren. Hoewel zij mogelijk om soortgelijke redenen naar Nederland en Amsterdam kwamen als de personen die tot de drie genoemde categorieën behoren, blijven zij in dit rapport buiten beschouwing.

10

Leeswijzer In deze rapportage schetsen we eerst een beeld van ontwikkelingen in Nederland die de context vormen waarin de drie groepen in Amsterdam zich bevinden. Vervolgens worden ontwikkelingen van de drie groepen in Amsterdam besproken, alsook ontwikkelingen wat betreft huisvesting en opvang. In hoofdstuk 3 brengen we kenmerken van de drie groepen in Amsterdam in kaart op de meest recente peildatum: 1 juli 2024. Vervolgens wordt ingegaan op specifieke onderwerpen: zorggebruik en jeugdhulp (hoofdstuk 4), inburgering (hoofdstuk 5), onderwijs (hoofdstuk 6), werk (hoofdstuk 7), bijstand (hoofdstuk 8) en verschillende domeinen worden samengenomen in hoofdstuk 9 Voornaamste bron van inkomen. In de bijlage is een technische toelichting te vinden met meer informatie over de methodologische keuzes die zijn gemaakt, alsook een tabellenbijlage met de achterliggende cijfers waarop de figuren en conclusies in dit rapport gebaseerd zijn.

Aantallen ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam Het aantal ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam kan op verschillende bronnen worden gebaseerd. Voor deze monitor baseren wij ons op het Asielcohort van het CBS. Het aantal ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam kan ook worden benaderd met een andere bron, te weten de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP, zie figuur 3). Daarbij valt op dat het aantal ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam vanaf 2023 hoger ligt in de cijfers die we in dit rapport opnemen dan volgens de BRP. Dit is een verschil dat we nog niet goed kunnen verklaren. Het zou kunnen dat in de Vluchtelingenmonitor 2024 en 2025 het aantal ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam overschat wordt. Daardoor zou het aandeel dat onderwijs volgt en het aandeel met betaald werk in Amsterdam worden onderschat. Met de volgende update van het Asielcohort wordt duidelijk of de aantallen uit verschillende bronnen dichter bij elkaar liggen. Figuur 3 Aantal ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam op basis van verschillende bronnen (juli 2022 – oktober 2025)

bron: CBS-microdata: asielcohort; basisregistratie persoonsgegevens / bewerking O&S

11

1 Ontwikkelingen in Nederland

In 2024 lag het aantal asielaanvragen in Nederland lager dan in de twee voorgaande jaren, maar hoger dan in de periode 2016-2021;

De aantallen lagen in 2022 en 2023 iets lager dan in piekjaar 2015. In alle drie de jaren had ongeveer de helft van de asielaanvragers de Syrische nationaliteit;

Asielaanvragen door alleenstaande minderjarige vreemdelingen zijn de afgelopen jaren toegenomen;

Het aantal verleende verblijfsvergunningen is sinds 2020 toegenomen;

Het aandeel nareizigers en gezinsherenigers onder statushouders lag relatief hoog in 2015 en 2016 en bleef sindsdien grofweg gelijk;

Ruim negen op de tien (voormalig) statushouders die in 2015 een verblijfsvergunning kregen en in 2024 in Nederland wonen, hebben de Nederlandse nationaliteit verkregen.

Het aantal ontheemden uit Oekraïne dat in Nederland verblijft nam het sterkst toe in het voorjaar van 2022 en groeit sindsdien gestaag door.

In dit hoofdstuk beschrijven we ontwikkelingen in Nederland op het gebied van asiel en bescherming. Eerst worden ontwikkelingen in asielaanvragen beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op ontwikkelingen in het aantal verblijfsvergunningen asiel die zijn verleend, zowel van eerste aanvragers als via de nareisregeling. Als laatste worden ontwikkelingen met betrekking tot de groep ontheemden uit Oekraïne en de RTB besproken.

1.1 Asielaanvragen Relatief hoog aantal asielaanvragen in 2022-2024, groei in aantal nareisverzoeken Het aantal asielaanvragen maakte in de periode van 2013 tot en met 2024 een golvende beweging. Dit is te zien in figuur 1.1, dat het aantal eerste asielaanvragen per jaar weergeeft. Opvallend is de piek in 2015. In dat jaar vroegen bijna 57 duizend personen asiel aan, wat een verdubbeling was ten opzichte van 2014. Na 2015 volgde een periode met relatief lage aantallen asielaanvragen tot 2021. Sindsdien namen de aantallen weer toe en liggen deze relatief hoog. Net als in 2015 bracht het conflict in Syrië ook in deze recentere jaren de grootste aantallen asielzoekers in Nederland voort. Wanneer een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt toegewezen, kan er binnen de nareisregeling binnen drie maanden gezinshereniging worden aangevraagd door één of meerdere gezinsleden (partner, kind of ouder). Het hoge aantal asielverzoeken in 2015 zorgde voor relatief veel nareisverzoeken in 2016 en 2017. In het algemeen lag het aantal asielaanvragen tussen 2015 en 2021 echter beduidend lager, met het laagste aantal in 2020

12

(17.585). Dit kan in ieder geval ten dele worden toegeschreven aan de coronamaatregelen. Sindsdien groeit naast het aantal eerste asielverzoeken ook het aantal nareisverzoeken. Figuur 1.1 Eerste asielverzoeken in Nederland naar regulier of nareis (aantallen, 2013-2024)

bron: CBS statline / bewerking O&S

In 2024 vroegen ruim 44.000 mensen asiel aan in Nederland. In 32.175 gevallen betrof dit een eerste asielverzoek. Onder hen zijn hoofdzakelijk Syriërs (36 procent), maar in toenemende mate ook mensen met een Turkse (6 procent in 2024) of Irakese nationaliteit (7 procent in 2024, zie figuur 1.2). Sinds 2020 groeit ook de groep Jemenitische aanvragers onder de asielzoekers. Het aandeel asielaanvragen door personen met een (nog) onbekende nationaliteit neemt eveneens toe. Figuur 1.2 Asielaanvragen in Nederland naar nationaliteit (eerste aanvragen, exclusief nareis- en vervolgaanvragen, aantallen, 2013-2024)

bron: CBS statline / bewerking O&S

Asielaanvragen van alleenstaande minderjarige vreemdelingen toegenomen Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (vanaf nu: amv’s) zijn minderjarige nieuwkomers waarvan de ouder(s) of wettelijk voogd(en) niet al in Nederland aanwezig zijn en ook niet met de minderjarige naar Nederland zijn gekomen. In de jaren 2021-2024 is het aantal

13

asielaanvragen door amv’s hoger dan de jaren daarvoor. Dat geldt zowel voor de aantallen (3.935 in 2024) als relatief (12 procent in 2024) (figuur 1.3). Figuur 1.3 Asielaanvragen in Nederland naar wel of niet amv (eerste aanvragen, exclusief nareis- en vervolgaanvragen, aantallen, 2013-2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

1.2 Asielverlening Ook aantal asielverleningen neemt sinds 2020 weer toe In 2024 werden in Nederland 31.120 asielvergunningen verleend, inclusief vergunningen voor nareis en gezinshereniging. Het aantal verleende asielvergunningen nam sterk toe tussen 2013 en 2016, hoofdzakelijk als gevolg van de komst van asielzoekers uit Syrië die in veruit de meeste gevallen asiel verkregen. In 2016 lag het aantal asielvergunningen met ruim 34.000 op het hoogste punt sinds 2010. Na 2017 volgen drie jaren van relatief weinig verleende asielvergunningen, in 2019 waren dit er minder dan 12 duizend. Sinds 2021 ligt het aantal verstrekte vergunningen weer hoger. In de periode 2022-2024 waren dit er jaarlijks ongeveer 30 duizend (figuur 1.4).

14

Figuur 1.4 Verleende asielvergunningen in Nederland per jaar (aantallen, 2010-2024)

bron: CBS statline / bewerking O&S

Grootste groep statushouders heeft Syrische nationaliteit Op 1 juli 2024 stonden in Nederland 138.960 statushouders ingeschreven, inclusief nareis en gezinshereniging. Figuur 1.5 toont voor de jaren 2015-2024 de samenstelling van nationaliteiten van de groep statushouders die in Nederland verblijft. Het gaat hierbij om de eerste nationaliteit zoals het CBS deze in kaart heeft gebracht: meestal de nationaliteit bij aankomst in Nederland. Bij geboorte in Nederland wordt er gesproken van Nederlandse eerste nationaliteit, ook wanneer deze persoon nog niet genaturaliseerd is. Mensen die voor 2014 een verblijfsvergunning verkregen zijn niet meegenomen. Van de statushouders in Nederland had in 2024 52 procent de Syrische nationaliteit. Daarna heeft 9 procent de Eritrese, 8 procent de Turkse, 6 procent de Afghaanse en 6 procent de Jemenitische nationaliteit. Figuur 1.5 Statushouders in Nederland naar eerste nationaliteit (aantallen, vergunningscohorten vanaf 2014, peildatum 1 juli 2015-2024)

15

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Het aandeel statushouders in Nederland met de Syrische nationaliteit ligt in 2024 iets hoger dan in de jaren ervoor, maar vormde ook in 2017 met 66 procent al een ruime meerderheid. De groep met de Eritrese nationaliteit wordt sinds 2020 (toen 21 procent) relatief kleiner. Het aandeel statushouders met de Turkse nationaliteit neemt sinds 2020 juist toe, en sinds 2021 geldt hetzelfde voor statushouders met de Afghaanse en Jemenitische nationaliteit. De categorie ‘overig’ bestaat uit statushouders uit landen die niet afzonderlijk in de figuur zijn opgenomen, alsook statushouders waarvan de nationaliteit onbekend is en statushouders die officieel staatloos zijn verklaard.

1.3 Nareis en gezinshereniging Aandeel nareizigers ongeveer gelijk gebleven: één op de vijf Van alle statushouders in 2024 betrof 39 procent een persoon die een verblijfsvergunning heeft gekregen in het kader van nareis of gezinshereniging. Dit aandeel was in 2015 nog 23 procent en nam na 2016 sterk toe tot 44 procent in 2020. Sindsdien is er sprake van een kleine daling (figuur 1.6). Figuur 1.6 Aandeel nareizigers van alle statushouders in Nederland (procenten, 2015-2024, peildatum 1 juli)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Het aandeel nareizigers ligt op 1 juli 2024 het hoogste onder statushouders met de Syrische nationaliteit (45 procent). Daarna ligt het aandeel nareizigers het hoogste onder statushouders met de Iraakse (39 procent), Eritrese (38 procent) of Jemenitische (38 procent) nationaliteit. Onder Afghaanse (16 procent), Iraanse (17 procent) of Somalische (19 procent) statushouders ligt dit aandeel een stuk lager (figuur 1.7).

16

Figuur 1.7 Aandeel nareizigers van alle statushouders in Nederland naar eerste nationaliteit (procenten, peildatum 1 juli 2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

1.4 Naturalisatie Nieuwkomers aan wie een verblijfsvergunning asiel is toegewezen, kunnen na vijf jaren onafgebroken verblijf in Nederland in aanmerking komen voor naturalisatie, ofwel het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit. In enkele gevallen, bijvoorbeeld wanneer iemand staatloos is of trouwt met een Nederlander, komt een statushouder hier al eerder voor in aanmerking.

Ruim negen op de tien nieuwkomers van cohort 2015 genaturaliseerd Figuur 1.8 geeft per cohort de naturalisatiestatus op 1 juli 2024 weer, onder nieuwkomers die op 1 juli 2024 in Nederland wonen. Een cohort bestaat uit het jaar waarin de eerste asielvergunning is verleend. Van de nieuwkomers die een vergunning kregen in 2015 en in 2024 nog in Nederland woonachtig waren, was op 1 juli 2024 93 procent genaturaliseerd tot Nederlander. Ook van de cohorten 2016 (91 procent), 2017 (87 procent) en 2018 (75 procent) heeft een ruime meerderheid op die peildatum de Nederlandse nationaliteit. Van cohort 2019 is op 1 juli 2024 minder dan de helft genaturaliseerd (48 procent) en bij cohorten 2020 (25 procent) en 2021 (9 procent) ligt dit aandeel nog lager. Van de cohorten 2022, 2023 en 2024 is een zeer kleine groep genaturaliseerd (figuur f30b). Zij komen wegens kort verblijf nog niet aan aanmerking voor naturalisatie.

17

Figuur 1.8 Naturalisatiestatus van nieuwkomers die na 1 januari 2014 een verblijfsvergunning asiel hebben ontvangen naar jaar van eerste vergunning (procenten, peildatum 1 juli 2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

1.5 Ontheemden onder tijdelijke bescherming Aantal ontheemden uit Oekraïne groeit na voorjaar 2022 gestaag door Op 1 juli 2024 waren er 114.950 ontheemden uit Oekraïne in Nederland. De eerste ontheemden kwamen kort na de start van de oorlog in Oekraïne naar Nederland. Sindsdien groeit dit aantal, met de sterkste groei tussen april 2022 (26.710 ontheemden) en juli 2022 (72.330 ontheemden). Vanaf juli 2022 groeit het aantal gestaag door. Van de ontheemden heeft op 1 juli 2024 96 procent de Oekraïense nationaliteit. Op alle peilmomenten heeft een kleine groep een overige nationaliteit (figuur 1.9). Figuur 1.9 Ontheemden uit Oekraïne in Nederland naar eerste nationaliteit (aantallen, april 2022-juli 2024, peildatum 1ste van de maand)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

18

2 Ontwikkelingen in Amsterdam

•

In de jaren 2022-2024 bleef het aantal statushouders in Amsterdam bij benadering constant. De overige twee groepen groeiden. Onder ontheemden uit Oekraïne nam het aantal minderjarige nieuwkomers af;

•

In relatieve zin neemt het aantal mannen onder asielzoekers en onder ontheemden uit Oekraïne sneller toe dan het aantal vrouwen;

•

Het aantal asielzoekers en statushouders dat in een opvanglocatie verblijft is sterk gegroeid in de periode 2022-2024. In de jaren ervoor werden opvangplekken afgeschaald;

•

Nieuwkomers verblijven steeds langer in Amsterdamse opvanglocaties. Dit komt deels doordat de asielprocedures in lengte zijn toegenomen, en deels doordat na toekenning van de verblijfsvergunning vaak nog geen reguliere woning beschikbaar is;

•

Een deel van de groeiende opvangcapaciteit in Amsterdam betreft opvang voor alleenreizende minderjarigen ofwel ‘alleenstaande minderjarige vreemdelingen’.

In dit hoofdstuk worden ontwikkelingen in aantallen, leeftijd en geslacht in Amsterdam in kaart gebracht. Vervolgens wordt de Amsterdamse situatie in het licht van landelijke ontwikkelingen rond huisvesting en opvang beschreven.

2.1 Drie groepen nieuwkomers in de periode 2014-2024 Aantal statushouders in de stad stabiel, asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne toegenomen Figuur 2.1 geeft per groep nieuwkomers het aantal dat op 1 juli van het betreffende jaar stond ingeschreven in de stad. Op 1 juli 2024 verbleven 2.930 asielzoekers, 7.080 statushouders en 5.930 ontheemden uit Oekraïne in de stad. In de figuur is af te lezen dat Amsterdam in toenemende mate een onderkomen biedt aan de nieuwkomers die in dit rapport centraal staan. Met name in de laatste jaren (2022-2024) is het aantal nieuwkomers dat in de stad verblijft aanzienlijk groter dan in de voorgaande jaren sinds 2015. In dezelfde periode is ook het totale aantal inwoners in Amsterdam gegroeid: van 822.270 inwoners in 2015 tot 881.930 in 2022 en 931.750 in 2024. In de periode 2015-2020 was het aantal asielzoekers dat is ingeschreven in de stad laag en constant. Het aantal statushouders laat voor de periode 2015-2020 daarentegen een sterke groei zien. Dit aantal nam in 2015 toe van 2.500 tot 4.000 (O&S, 2022) en groeide daarna een paar jaar gestaag door, waarna het een hoogtepunt bereikte in 2020. Sinds 2021 is het aantal statushouders in de stad redelijk stabiel. Vanaf 2022 worden ook ontheemden uit Oekraïne opgevangen in de stad: dit aantal neemt toe tot 2024. Tegelijkertijd groeide het aantal

19

asielzoekers dat in Amsterdam wordt opgevangen in aanloop naar de spreidingswet. Hierop wordt in de volgende paragraaf nader ingegaan. Figuur 2.1 Drie groepen nieuwkomers in Amsterdam (aantallen, peildatum 1 juli 2018-2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Relatieve stijging van het aantal mannen onder asielzoekers en ontheemden uit Oekraïne De demografische compositie van de drie groepen nieuwkomers is in de loop der jaren verschoven. In figuur 2.2 is voor drie leeftijdscategorieën het aantal mannen en vrouwen per jaar (2018-2024) weergegeven. De verandering in het aantal asielzoekers is per leeftijdscategorie van onder naar boven af te lezen. De toename in aantallen is in alle drie de leeftijdsgroepen terug te zien. Het aantal mannen nam twee keer zoveel toe als het aantal vrouwen, met name in de leeftijden van 18 tot en met 35 jaar. Voor deze verdeling is uitgegaan van het geregistreerd geslacht, wat niet in alle gevallen overeenkomt met de genderidentiteit. Dat geldt voor deze volledige rapportage. Onder statushouders fluctueert het aantal vrouwen in de leeftijd 18- tot en met 35 jaar na 2020 minder sterk dan het aantal mannen. Het aantal mannelijke en vrouwelijke statushouders is ongeveer evenveel gegroeid als je de periode 2015-2018 vergelijkt met de periode 2021-2024. Daarbij nam het aantal statushouders met een leeftijd van 36 of ouder relatief sneller toe, alhoewel deze leeftijdsgroep nog steeds een minderheid vormt van het aantal statushouders in de stad (zie hoofdstuk 3). Onder ontheemden uit Oekraïne nam het aantal minderjarige nieuwkomers in Amsterdam iets af tussen 2022 en 2024.

In de groep van 18 tot en met 66 jaar nam het aantal mannen relatief iets sterker toe dan het aantal vrouwen.

20

Figuur 2.2 Drie groepen nieuwkomers in Amsterdam naar leeftijd en geslacht (aantallen, vanaf 2014 in Nederland of vergunning, peildatum 1 juli 2018-2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

In 2024 zijn nieuwkomers in Amsterdam vooral in de leeftijd 18 tot en met 35 jaar. Asielzoekers en statushouders zijn vaak man, terwijl ontheemden uit Oekraïne vaker vrouw zijn. In hoofdstuk 3 wordt uitgebreider op de demografie van nieuwkomers in Amsterdam in 2024 ingegaan.

2.2 Opvang Amsterdam kende in 2024 één reguliere locatie en meerdere noodopvanglocaties Er zijn twee soorten COA-locaties waar asielzoekers worden opgevangen: reguliere locaties en noodopvanglocaties. Reguliere locaties voldoen aan het Programma van Eisen asielzoekerscentrum van het COA (PvE). In situaties van zeer hoge nood kunnen

21

crisisnoodopvanglocaties, zoals sporthallen worden ingezet. De drie opvangvormen worden hieronder verder toegelicht. Reguliere locaties In Amsterdam zijn drie reguliere locaties ofwel asielzoekerscentra te vinden. De oudste locatie (sinds 2018) staat in Nieuw-West (azc Willinklaan) en heeft plaats voor 700 personen. Hieraan zijn medio 2025 twee reguliere locaties toegevoegd: in West (azc Kabelweg) en Zuidoost (azc Provincialeweg). Deze laatste is het eerste halfjaar nog noodopvanglocatie. Nadat de verbouwing is afgerond wordt voldaan aan het PvE en zal dit een azc zijn. Deze locaties zijn te recent geopend om mee te kunnen nemen in de huidige editie van deze monitor. Er is ook een reguliere locatie specifiek voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s, Tafelbergweg). Noodopvanglocaties Noodopvanglocaties voldoen aan een ander programma van eisen dan het PvE asielzoekerscentrum. Een voorbeeld hiervan is de cruiseferry gelegen in het havengebied (Westerhoofd): dit is met een maximale capaciteit van 1.500 personen de grootste noodopvang. Deze opvangplek biedt bijvoorbeeld geen mogelijkheid om zelfstandig te koken. Amsterdam telt in totaal zeven locaties die geclassificeerd zijn als noodopvanglocaties. Op de Aletta Jacobslaan, de Oude Haagse weg en Westerhoofd worden specifiek meerderjarigen opgevangen. Op de Hogehilweg worden ook gezinnen met kinderen opgevangen.

Nog eens drie locaties, de Wiltzanghlaan, Bloemstraat en Sloterweg, vormen noodopvanglocaties specifiek voor amv’s. Deze laatste was in juli 2024 nog niet geopend en wordt daarom niet meegenomen in deze rapportage. Crisisnoodopvanglocaties Crisisnoodopvanglocaties zijn locaties die als opvang worden ingezet bij incidenten, rampen en crises. Deze tijdelijke opvang wordt niet door het COA, maar door gemeenten en veiligheidsregio’s geregeld. Een dergelijke vorm van crisisnoodopvang wordt in Amsterdam niet ingezet als opvanglocatie voor asielzoekers.

Opvang asielzoekers Nadat asielzoekers zich hebben gemeld bij het aanmeldcentrum in Ter Apel krijgen zij een aantal dagen onderdak in een ‘centrale ontvangstlocatie’ (col) van het COA in Ter Apel of Budel. Na het aanmeldgehoor begint de asielprocedure. De standaard asielprocedure is de Algemene Asielprocedure van 6 of 9 dagen. De Verlengde Asielprocedure lijkt hierop, maar kan een paar maanden of langer duren en wordt ingezet wanneer de Algemene Asielprocedure niet mogelijk is. De Vereenvoudigde asielprocedure wordt ingezet wanneer iemand uit een land komt dat op de lijst staat van veilige landen, EU-burger is, of bescherming heeft in een ander EU/EER-land of Zwitserland. De Vereenvoudigde Asielprocedure is korter en sneller dan de Algemene of Verlengde Asielprocedure (IND, 2025a). Lengte asielprocedure en woningaanbod zorgen voor langere wachttijd In een azc verblijven hoofdzakelijk asielzoekers in afwachting van hun asielprocedure. Die wachttijd is de afgelopen jaren erg toegenomen: van een aantal weken in 2018 tot anderhalf à twee jaar in 2025 (Vluchtelingenwerk, 2025). Daarnaast verblijven in

22

toenemende mate ook nieuwkomers met een verblijfsvergunning in azc’s: deze statushouders zijn in afwachting van een geschikte (sociale huur-) woning. Voor hen leidt het beperkte woningaanbod doorgaans tot beperkte doorstroom en dus langdurig verblijf in een opvanglocatie. Tot slot zijn er nieuwkomers met een afgewezen asielaanvraag die in een azc verblijven. Nadat hun asielverzoek is afgewezen hebben zijn nog maximaal 28 dagen recht op opvang in een azc. Het aantal plekken in azc’s in Nederland is al een aantal jaren ontoereikend. In de jaren van relatief lage instroom is de opvangcapaciteit van het COA verlaagd (COA, 2018). Toen het aantal aanvragen in 2021 weer opliep ontstond al snel een tekort aan plekken dat nog steeds voortduurt. Met de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) die sinds februari 2024 van kracht is, hebben alle gemeenten een wettelijke taak om bij te dragen aan de opvang van asielzoekers. In verschillende gemeenten is het aantal opvangplekken in aanloop naar en sinds de invoering van de wet dan ook flink gestegen, waaronder in Amsterdam. Aantal asielzoekers en statushouders in opvang gegroeid, ook landelijk Figuur 2.3 geeft het aantal asielzoekers en statushouders per type locatie in de jaren 20222024 weer.

Het totaal aantal personen dat wordt opgevangen is in deze periode sterk gestegen: dit geldt landelijk voor zowel de reguliere als de noodopvang. In Amsterdam was er sprake van meer dan een verdubbeling van het aantal personen in opvanglocaties van 1.560 tot 3.990. In Nederland verblijven op 1 juli 2024 66.880 personen in een opvanglocatie van het COA of een gemeente. De sterkste groei betreft noodopvang: het aantal personen dat in een dergelijke opvanglocatie verblijft is van 2022 tot 2024 ongeveer verdrievoudigd. Ook in Amsterdam is het aantal asielzoekers en statushouders dat in een noodopvanglocatie verblijft met factor drie toegenomen. Van een toename in reguliere opvang is in Amsterdam beperkter sprake dan in de rest van het land. In Amsterdam verbleef op 1 juli 2024 82 procent in een noodopvang. Dit is een flink hoger aandeel dan dat landelijk het geval was, namelijk 42 procent (zie tabel 12 en 13 in Bijlage III). Figuur 2.3 Asielzoekers en statushouders verblijvend op COA-locatie in Nederland en Amsterdam naar soort locatie (aantallen, 2022-2024, peildatum 1 juli)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

23

Bijna één op de zeven statushouders in Amsterdam nog in opvang Statushouders worden na vergunningverlening gekoppeld aan een gemeente die hen een woning toewijst. Door krapte op de woningmarkt verblijven statushouders echter in toenemende mate in opvanglocaties. Deze toename begon in Amsterdam later dan landelijk, waar de stijging al vanaf 2019 zichtbaar werd (zie figuur 2.4). In Amsterdam is het aandeel statushouders in een opvanglocatie sinds 2021 vervijfvoudigd tot 15 procent in 2024. Deze mensen wachten op een woning in Amsterdam of ergens anders in het land: mogelijk zijn zij door het COA aan een andere gemeente gekoppeld. In heel Nederland verbleef 13 procent van de statushouders in 2024 in een opvanglocatie. Figuur 2.4 Aandeel statushouders verblijvend op COA-locatie in Amsterdam en Nederland (procenten, 2018-2024, peilmoment 1 juli)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Toename aandeel statushouders dat bij aankomst amv was Amsterdam kent een aantal locaties specifiek voor de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). Amv’s tot en met 14 jaar zonder verblijfsvergunning of met een extra kwetsbaarheid worden opgevangen in een opvanggezin van voogdijorganisatie stichting Nidos. Zij worden niet meegenomen in de huidige rapportage omdat deze groep niet te onderscheiden valt in de gebruikte bron. In figuur 2.5 wordt het aandeel statushouders dat bij aankomst in Nederland amv was door de tijd heen weergegeven. In Nederland was in 2016 7 procent van de statushouders amv, waarna het aandeel amv een aantal jaar wat lager lag (6 procent in 2020). Sinds 2020 is er echter een toename zichtbaar, tot 8 procent in 2024. Dit is deels het gevolg van een toename in het aantal plekken voor amv’s. Doordat er meer aanbod aan plekken is, worden amv’s in recente jaren vaker in Amsterdam geplaatst. Figuur 2.5 Aandeel amv bij aankomst in Nederland van alle statushouders in Amsterdam en Nederland (procenten, 2018-2024, peildatum 1 juli)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

24

In vergelijking met Nederland lag het aandeel amv’s onder de groep statushouders in Amsterdam in 2016 laag (4 procent). In Amsterdam is er echter een duidelijke toename sinds 2020 zichtbaar (8 procent in 2024). De toename is in Amsterdam sterker dan in de rest van Nederland. Hierdoor hebben Nederland en Amsterdam op 1 juli 2024 ongeveer evenveel statushouders die bij aankomst amv waren.

25

3 Demografie van drie groepen nieuwkomers

•

In Amsterdam verbleven in 2024 ongeveer zoveel statushouders en ontheemden uit Oekraïne per 1.000 inwoners in vergelijking met andere gemeenten. Amsterdam kende relatief veel asielzoekers op basis van het bevolkingsaantal;

•

In Amsterdam verbleven relatief veel 18- tot en met 35-jarigen en relatief minder minderjarigen onder alle drie de onderscheiden groepen;

•

Van de asielzoekers is een relatief groot deel man. Van de statushouders is de verdeling gelijker. Bij ontheemden uit Oekraïne zien we een oververtegenwoordiging van vrouwen;

•

Hoewel asielzoekers en statushouders van Syrische afkomst de grootste groep vormen, ligt hun aandeel relatief laag in vergelijking met andere gemeenten in Nederland. Het relatieve aandeel met een overige nationaliteit (asielzoekers) dan wel een Eritrese of overige nationaliteit (statushouders) ligt juist weer wat hoger dan in andere gemeenten;

•

Amsterdam kent relatief veel alleenstaanden onder asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne;

•

Asielzoekers wonen vaak in Westpoort, statushouders in Nieuw-West, Oekraïners in Nieuw-West en Zuid.

In dit hoofdstuk brengen we de demografische samenstelling van de drie groepen nieuwkomers (asielzoekers, statushouders en ontheemden uit Oekraïne) in beeld. Dit doen we aan de hand van de eerste nationaliteit, de leeftijdsgroep, het geslacht en de verblijfssituatie. Hierbij nemen we telkens peilmoment 1 juli 2024. Waar relevant en mogelijk maken we een vergelijking met Nederland en de overige steden die tot de G5 behoren: Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven. Achterliggende cijfers die we voor deze vergelijking gebruiken zijn te vinden in Bijlage III. Vervolgens wordt de spreiding over Amsterdam in kaart gebracht.

3.1 Asielzoekers in Amsterdam Op 1 juli 2024 verbleven 2.930 asielzoekers op een reguliere- of noodlocatie van het COA in Amsterdam. Dat zijn afgerond 3 asielzoekers per 1.000 inwoners. Landelijk is dat aandeel vergelijkbaar, in de overige G5-steden ligt het lager. Aan de hand van figuur 3.1 bespreken we in deze paragraaf enkele demografische kenmerken van asielzoekers die op 1 juli 2024 in Amsterdam staan ingeschreven.

26

Figuur 3.1 Asielzoekers in Amsterdam naar demografische kenmerken (n = 2.930, peildatum 1 juli 2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

60 procent is 18 tot 36 jaar, mannen in elke leeftijdsgroep grote meerderheid Een ruime meerderheid van de asielzoekers in Amsterdam is man (79 procent), 21 procent is vrouw. Mannen vormen in elke leeftijdsgroep een grote meerderheid. Het grootste aandeel is tussen de 18 en 35 jaar (60 procent), gevolgd door de groep 36 tot 66 jaar (28 procent) en minderjarige asielzoekers (10 procent). Het aandeel asielzoekers van 67 jaar en ouder is zeer klein (1 procent). Vergeleken met de andere G5-steden en het landelijke beeld telt Amsterdam relatief veel 18- tot en met 35-jarigen en relatief weinig minderjarige asielzoekers. Vooral in Utrecht, Eindhoven en landelijk zien we een veel hoger aandeel minderjarige asielzoekers. In Rotterdam zijn er geen locaties speciaal voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Daar zien we dan ook relatief weinig minderjarigen in de COA-opvanglocaties. Met de opening van nieuwe locaties specifiek voor amv’s sinds 2023 zal het aantal minderjarige asielzoekers in de stad mogelijk toenemen.

27

De demografische achtergrond van asielzoekers in Amsterdam is wat betreft leeftijd en geslacht vergelijkbaar met asielzoekers die in Den Haag verblijven. Het aandeel mannen is in elke leeftijdscategorie groter in Amsterdam dan in de andere G5-steden. Drie op de tien asielzoekers is Syrisch, landelijk ligt dat aandeel hoger De negen meest voorkomende eerste nationaliteiten van asielzoekers zijn opgenomen in bovenstaande figuur. Asielzoekers met de Syrische nationaliteit (30 procent) vormen de grootste groep. Daarna is de groep van Eritrese komaf het grootst (8 procent), gevolgd door asielzoekers met de Turkse, Jemenitische, Iraanse of Iraakse nationaliteit (alle 5 procent). In Amsterdam is ook de groep met overige nationaliteiten opvallend groot: 35 procent, vergeleken met 28 procent landelijk. Dit zijn behalve de nationaliteiten die niet in het figuur zijn opgenomen, ook asielzoekers die staatloos zijn of waarvan het herkomstland onbekend is. Wat betreft nationaliteiten van asielzoekers komt de situatie in Amsterdam het meest overeen met die in Utrecht. In de andere G5-steden is het relatieve aandeel Syrische asielzoekers veelal groter en het aandeel asielzoekers met een overige nationaliteit kleiner dan in Amsterdam. Hoewel het COA beslist over de plaatsing van asielzoekers, wordt hierbij steeds vaker rekening gehouden met plaatsingsvoorkeuren vanuit de mensen zelf.

Daardoor zien we in toenemende mate dat bepaalde gemeenten een hoger aandeel asielzoekers van een bepaalde nationaliteit toegewezen krijgt, en andere juist minder. De plaatsingsvoorkeuren dienen beargumenteerd te worden door de aanvrager en worden door het COA getoetst op basis van harde en zachte criteria. Een hard criterium is bijvoorbeeld het hebben van een eerstegraads familielid in de desbetreffende gemeente. Een zacht criterium is bijvoorbeeld de aanwezigheid van een gemeenschap die aansluit bij de achtergrondkenmerken van een persoon. Zo zal de aanwezigheid van meerdere personen van een bepaalde nationaliteit in een gemeente ertoe kunnen leiden dat nieuwe asielzoekers van diezelfde nationaliteit vaker daar geplaatst worden. Daarnaast kan het aanbod van specifieke vormen van zorg en ondersteuning ertoe leiden dat asielzoekers van bepaalde nationaliteiten na verloop van tijd geconcentreerd raken in bepaalde gebieden. Asielzoekers in Amsterdam relatief vaak alleenstaand: acht op de tien Een ruime meerderheid van de asielzoekers die in Amsterdam worden opgevangen is alleenstaand (80 procent), dat wil zeggen dat zij in Amsterdam op zichzelf een huishouden vormen. Zeven procent is een kind in een gezin met ouder(s), drie procent betreft een partner in een paar met kinderen en eveneens drie procent een ouder in een eenoudergezin.

Ook in Rotterdam en Den Haag wonen asielzoekers in veruit de meeste gevallen zonder partner, ouders of kinderen. Utrecht en Eindhoven tellen veel minder alleenstaanden onder asielzoekers: daar worden relatief veel gezinnen met kinderen opgevangen. Ook landelijk ligt het aandeel alleenstaanden veel lager, en het aandeel kinderen onder asielzoekers veel hoger dan in Amsterdam. Samenhangend hiermee zien we dan ook verschillen tussen gemeenten in het aanbod van het soort opvanglocaties.

3.2 Statushouders in Amsterdam 28

Op 1 juli 2024 stonden 7.080 statushouders ingeschreven in Amsterdam, dat zijn afgerond 8 statushouders per duizend inwoners. Dit promillage ligt zowel landelijk als in Den Haag en Utrecht even hoog als in Amsterdam. Rotterdam en Eindhoven tellen met afgerond negen op duizend een hoger relatief aandeel statushouders. Aan de hand van figuur 3.2 bespreken we in deze paragraaf enkele demografische kenmerken van statushouders die op 1 juli 2024 in Amsterdam staan ingeschreven. Figuur 3.2 Statushouders in Amsterdam naar demografische kenmerken (n = 7.080, peildatum 1 juli 2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Meer vrouwen onder statushouders dan onder asielzoekers

29

Net zoals voor asielzoekers geldt ook voor statushouders in Amsterdam dat veruit de grootste groep, ruim de helft, in de leeftijdscategorie 18 tot en met 35 valt. Ook onder statushouders is het merendeel man, maar het aandeel vrouwen is hoger binnen de groep statushouders dan binnen de groep asielzoekers. Dit komt doordat onder statushouders in deze cijfers ook nareizigers en gezinsherenigers zijn, waarvan een meerderheid vrouw is. De grootste groep statushouders is tussen de 18 en 35 jaar oud (57 procent), een kwart is tussen de 36 en 66 jaar (25 procent) en 18 procent is minderjarig. Slechts een kleine groep is 67 jaar of ouder (1 procent). Vergeleken met de andere G5-steden en het landelijke beeld telt Amsterdam minder minderjarige statushouders en meer statushouders tussen 18 en 35 jaar oud. Van de Amsterdamse statushouders heeft de grootste groep de Syrische nationaliteit (34 procent), gevolgd door de Eritrese (16 procent), Turkse (9 procent), Jemenitische (8 procent) en Iraanse (6 procent) nationaliteiten. De groep met een overige nationaliteit bedraagt 18 procent. Vergeleken met de andere G5-steden en het landelijke beeld wonen in Amsterdam relatief minder statushouders met de Syrische nationaliteit en relatief meer statushouders met de Eritrese of een overige nationaliteit.

Statushouders in Amsterdam overwegend alleenstaand Van de statushouders verblijvend op een COA-locatie in Amsterdam is een ruime meerderheid alleenstaand (81 procent). Daarnaast betreft 8 procent een kind in een gezin met ouder(s), 4 procent ouder in een eenoudergezin, 4 procent partner in een gezin zonder kinderen en 2 procent partner in een gezin met kinderen. Drie procent betreft een overig gezinslid. Landelijk ligt het aandeel alleenstaande statushouders veel lager dan in Amsterdam (65 procent). Ook in de andere G5-steden ligt het aandeel alleenstaanden lager dan in Amsterdam, vooral in Eindhoven (57 procent). Het aandeel kinderen binnen een gezin ligt in de andere gemeenten ongeveer twee keer zo hoog als in Amsterdam. Statushouders die zelfstandig wonen in Amsterdam vormen minder vaak een eenpersoonshuishouden dan statushouders verblijvend in een opvanglocatie in Amsterdam (63 procent). Landelijk vormen eenpersoonshuishoudens een nog kleiner aandeel van de groep regulier gehuisveste statushouders (44 procent) en zijn er verhoudingsgewijs bijna twee keer zo veel stellen met kinderen regulier gehuisvest (34 procent). Ook in de andere G5-steden ligt het aandeel eenpersoonshuishoudens dat regulier gehuisvest is veel lager, vooral in Utrecht (45 procent) en Rotterdam (49 procent).

3.3 Ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam In Amsterdam worden 5.930 ontheemden uit Oekraïne opgevangen: dat zijn 6 personen op de duizend inwoners net als landelijk. In de overige grote steden varieert dit aandeel van flink lager tot hoger dan het landelijke promillage. Aan de hand van figuur 3.3 bespreken we in deze paragraaf enkele demografische kenmerken van ontheemden uit Oekraïne die op 1 juli 2024 in Amsterdam staan ingeschreven.

30

Figuur 3.3 Ontheemden uit Oekraïne in Amsterdam naar demografische kenmerken (n = 5.930, peildatum 1 juli 2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

Meer vrouwen dan mannen onder ontheemden uit Oekraïne De grootste groep ontheemden uit Oekraïne is 18 tot 35 jaar (44 procent), gevolgd door de groep van 36 tot 66 jaar (36 procent). Van de hele groep is 15 procent minderjarig en 5 procent ouder dan 66 jaar. Hiermee behoren ontheemden uit Oekraïne in vergelijking tot de andere twee groepen nieuwkomers vaker tot de oudere leeftijdsgroepen. Een ander verschil met de overige nieuwkomers is de man/vrouwverhouding. Van de ontheemden uit Oekraïne is 59 procent vrouw; 41 procent is man. Vrouwen vormen in alle leeftijdsgroepen de meerderheid, afgezien van de minderjarigen, waarbij de man/vrouwverhouding gelijk is. In

31

vergelijking met de overige G5-steden ligt in Amsterdam het aandeel 18- tot en met 35jarigen het hoogst en het aandeel minderjarigen juist het laagst. Niet alle ontheemden uit Oekraïne heeft de Oekraïense eerste nationaliteit: 8 procent heeft een andere nationaliteit. In Amsterdam worden iets meer ontheemden met een andere dan de Oekraïense nationaliteit opgevangen, maar de verschillen zijn klein. Het merendeel van de ontheemde uit Oekraïne woont zelfstandig; meer eenpersoonshuishoudens in Amsterdam Van de ontheemden uit Oekraïne verblijft tenminste 40 procent op een van de gemeentelijke opvanglocaties. Wegens de gebruikte methode is dit aandeel ontheemden uit Oekraïne dat op een opvanglocatie verblijft waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke aandeel. Zie de technische toelichting in Bijlage II voor een beschrijving van de methode om te bepalen hoe de verblijfssituatie in dit rapport geschat wordt. Onder de opvanglocaties voor ontheemden uit Oekraïne behoren het voormalige kloostergebouw Convict, een aantal hotels, boten en voormalige schoolpanden. Daarnaast woont 60 procent zelfstandig in de gemeente (zie tabel 30 in Bijlage III). Amsterdam kent relatief een hoog aandeel eenpersoonshuishoudens van opgevangen Oekraïners: 68 procent van de ontheemden uit Oekraïne verblijvend in een opvanglocatie vormt een eenpersoonshuishouden.

Een kleiner deel vormt een (eenouder)gezin met kinderen of een paar zonder kinderen. Het aandeel eenpersoonshuishoudens ligt met 57 procent lager onder zelfstandig wonende Oekraïners. Dit is vergelijkbaar met het landelijke aandeel (56 procent) en verschilt weinig van de andere grote steden.

3.4 Geografische spreiding van drie groepen nieuwkomers Asielzoekers wonen vaak in Westpoort, statushouders in Nieuw-West, Oekraïners in NieuwWest en Zuid De meeste asielzoekers verblijven in Westpoort (figuur 3.4). Hier is de grootste noodopvanglocatie gevestigd, passagiersveerboot MS Galaxy (capaciteit 1.500). Daarna telt Zuidoost de meeste asielzoekers, verspreid over de opvanglocaties A&O Hostel en Tafelbergweg. Daarop volgt Nieuw-West, waar naast AZC Willinklaan ook de opvanglocaties Corendon Hotel, Mercure Hotel en Sloterweg gevestigd zijn. De overige twee opvanglocaties zijn gevestigd in West (WOW-Hostel) en Centrum (Bloemstraat), maar dit gaat om relatief kleinschalige opvang voor amv’s. Aangezien de meeste COA-opvangplekken in Nieuw-West, Zuidoost en West te vinden zijn, verblijven in die stadsdelen ook de meeste statushouders die nog geen zelfstandige huisvesting hebben gevonden. Statushouders die zelfstandig in de gemeente wonen zijn gelijker verspreid over de stadsdelen. Zij wonen het vaakst in Nieuw-West (19 procent) of Noord (18 procent), gevolgd door Oost (16 procent), West (15 procent) en Zuid (12 procent). Zij wonen relatief minder vaak in Centrum (5 procent) en Weesp (3 procent) en helemaal niet in Westpoort.

32

De meeste ontheemden uit Oekraïne die op opvanglocaties verblijven, doen dat in de stadsdelen Nieuw-West (24 procent), Zuid (20 procent) en Noord (19 procent). De ontheemden uit Oekraïne die zelfstandig in de gemeente verblijven zijn meer evenredig verdeeld over de stadsdelen. De grootste aantallen vinden we in Zuid (18 procent), Oost (17 procent) en Nieuw-West (16 procent). Figuur 3.4 Drie groepen nieuwkomers in de stad, naar verblijfssituatie (aantallen, peildatum 1 juli 2024)

bron: CBS-microdata: asielcohort / bewerking O&S

33

4 Zorggebruik en jeugdhulp

•

In Amsterdam maakten in 2022 bijna alle statushouders gebruik van huisartsenzorg. Iets meer dan de helft maakt gebruik van farmacie en van ziekenhuiszorg. Mondzorg die binnen de basisverzekering valt wordt het minst gebruikt. Dit is vergelijkbaar met het zorggebruik in andere G5-steden, maar het is hoger dan het landelijk gemiddelde;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16594222/1