CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Visiebrief Jeugd pdf.pdf

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 19 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief Visiebrief Jeugd (VN2024-007392)7.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Aan: Datum: Portefeuille(s) : Portefeuillehouder(s): Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 5 april 2024 Jeugd(zorg) Marjolein Moorman OJZ bestuurszaken.ojz@amsterdam.nl

Onderwerp:

Visiebrief Jeugdzorg

Geachte leden van de gemeenteraad, Iedereen wil dat onze kinderen en jongeren zo goed mogelijk met gelijke kansen kunnen opgroeien en zich vrij en veilig kunnen ontwikkelen. Soms gaat dat niet vanzelf en is extra ondersteuning nodig. Deze hulp wordt in allerlei vormen geboden door veel verschillende hulpverleners in het jeugdstelsel. Al decennia praten we in Nederland over vernieuwing en verbetering van dit jeugdstelsel. Precies 50 jaar geleden, in maart 1974 presenteerde de commissie Mik een rapport dat geldt als het ‘officiële’ beginpunt van het denken over het jeugdstelsel als één geheel dat beter moet aansluiten bij de leefwereld van cliënten.1 Sindsdien zijn vele hervormingen aangekondigd, telkens met het doel om het jeugdstelsel te verbeteren, waarbij steevast dezelfde doelen werden benoemd, die in de praktijk niet werden bereikt. In deze wetenschap schrijf ik u deze visiebrief waarin ik u wil schetsen hoe naar mijn mening de sturing op het jeugdbeleid moet plaatsvinden. Met gepaste bescheidenheid en tegelijk met een grote ambitie. Bescheidenheid, omdat ik me realiseer dat dit niet de eerste visie is op het jeugdbeleid die wordt gepresenteerd. Verandering is vaker geprobeerd, maar de praktijk blijkt weerbarstig.

Ambitie omdat onze jongeren en gezinnen het verdienen dat we het echt anders gaan doen en we ons er dus niet bij moeten neerleggen dat onze inzet nu nog niet oplevert wat we ervan mogen verwachten. Sinds ik als wethouder verantwoordelijk ben voor de Jeugdzorg heb ik gezien dat het in de jeugdzorg zeker niet ontbreekt aan de goede wil, expertise, inzet of motivatie van medewerkers om het goede te doen voor onze jongeren en gezinnen, maar dat zij hun werk moeten doen in een steeds complexere omgeving. En dat de problemen waar we mee te maken krijgen in de jeugdzorg niet alleen in en door de jeugdzorg kunnen worden opgelost. Er zal een meer fundamentele omslag in stelsel en samenleving moeten plaatsvinden, hetgeen een lange adem vergt en betrokkenheid van velen. Ik dank alle ervaringsdeskundigen, professionals, onderzoekers 1

Nederlands Jeugdinstituut, de geschiedenis van het jeugdstelsel, www.nji.nl/impact-maken-metjeugdbeleid/geschiedenis-jeugdstelsel

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 2 van 16

en bestuurders die hebben bijgedragen aan het opstellen van deze visiebrief voor hun onmisbare aandeel hierin. Alleen in gezamenlijkheid kunnen we komende jaren de koers vormgeven die in deze brief uiteen wordt gezet. Waar staan we nu? Sinds mei 2022 ben ik als wethouder verantwoordelijk voor de jeugdzorg in onze stad. Samen met onze partners heeft de gemeente de afgelopen tijd verschillende stappen gezet. Na de grote operatie van de decentralisatie in 2015, zijn we momenteel bezig met de implementatie van opnieuw een hervorming in de jeugdzorg als gevolg van de vorig jaar landelijk vastgestelde Hervormingsagenda Jeugd en Gezin. Dit doen we samen met onze jeugdzorgpartners aan de hand van onze Amsterdamse Ontwikkelagenda. De gebiedsgerichte organisatie van de aanvullende jeugdhulp staat in de steigers en er zijn afgelopen jaar nieuwe contracten gesloten met het Ouderen kindteam (OKT) en de aanbieders van de Enkelvoudige Aanvullende Jeugdhulp en de Aanvullende Preventieve Opvoed- en Opgroeiondersteuning (APOO).2 Ondertussen werken we in alle delen van de stad hard aan het implementeren van de werkwijze van Blijvend Veilig. Al deze ontwikkelingen vinden plaats terwijl het mentale welzijn van jongeren steeds meer onder druk komt te staan.

Recente cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (2023)3 laten een forse toename zien van het aantal jongeren dat aangeeft last te hebben van psychische klachten (16%), depressie (12%) en slaapproblemen (22%). Ook in kwartaalonderzoek van het RIVM (2023)4 komt een forse toename van mentale problemen onder jongeren naar voren. Van de jongeren had 35% mentale klachten in de 4 weken voor de meting. Maar liefst 17% van de jongeren gaf zelfs aan in de afgelopen 3 maanden wel eens of vaker aan zelfdoding te hebben gedacht. Ouders lijkt opvoeden ook steeds meer moeite te kosten. In een peiling van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (2021) geeft meer dan de helft van de ouders aan dat de draaglast van de opvoeding de draagkracht overstijgt. Prestatiedruk, toenemende individualisering en nadruk op eigen verantwoordelijkheid, grotere complexiteit van de samenleving en afnemende bestaanszekerheid (o.a. op het gebied van financiën, wonen en klimaat) worden regelmatig genoemd als belangrijke verklarende factoren voor de verslechtering van het mentale welzijn van jongeren. Tegelijkertijd wijzen de onderzoekers er ook op dat het bespreekbaar maken van mentale problemen is verbeterd, waardoor jongeren zich mogelijk vrijer voelen mentale klachten te melden en hulp te zoeken.

Bovendien wijzen zij erop dat een psychische klacht niet automatisch tot een probleem hoeft te verworden als er op de juiste wijze mee wordt omgegaan.5 Volgens het Nederlands Jeugdinstituut(NJI) krijgt in Nederland inmiddels 1 op de 7 kinderen een vorm van

2

Aanvullende jeugdhulp is de nieuwe term voor specialistische jeugdhulp (HSJH en ESJH). Deze term wordt gebruikt om duidelijk te maken dat deze aanvullend is aan de jeugdhulp die het OKT biedt en om de beweging aansluitend aan het gezin uitdrukking te geven. 3 Centraal Bureau voor de Statistiek: Meer slaapproblemen en psychische klachten onder jongeren (2023) 4 RIVM. Kwartaalonderzoek mentale gezondheid jongeren (2023) 5 Nederlands Jeugdinstituut, Tom van Yperen, Katy Hofstede, Rutger Hageraats, Ans van de Maat. Andere Kijk op Groeiend Jeugdzorggebruik (2023)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 3 van 16

jeugdzorg en dat roept grote vragen op over wat voor taak we de jeugdhulp toedelen. Als gevolg van de stijging van vraag naar hulp zien we de kosten van de jeugdzorg, de wachtlijsten en de druk op de jeugdzorgmedewerkers toenemen. Ook de jeugdzorg kampt met personeelsschaarste in een krappe arbeidsmarkt. De druk op medewerkers in de jeugdzorg, die met passie en betrokkenheid hun werk doen, is enorm. Niet alleen in toenemende hoeveelheid en zwaarte van problemen die zij moeten oplossen, maar ook in de emotionele belasting die dat met zich meebrengt.

Nog meer jeugdzorg? Ondanks de verzwarende omstandigheden in de jeugdzorg heb ik met bewondering gezien en ervaren hoe jeugdzorgmedewerkers in de stad alles uit de kast trekken om kinderen, jongeren en gezinnen te helpen. De toenemende druk op het stelsel roept echter wel de vraag op of en hoelang dit nog houdbaar is; ook nu we constateren dat alle extra inzet van jeugdzorg (nog) niet heeft geleid tot meer welbevinden van onze jeugd. Is een zich steeds verder uitbreidend jeugdzorgstelsel dan wel het juiste antwoord op de maatschappelijke oorzaken die de vraag doen toenemen? Het NJI geeft hier in het essay ‘Een andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik’ (2023) een helder antwoord op: “Nee”.6 Volgens het NJI is de inzet van jeugdzorg steeds meer een noodgreep geworden die het daadwerkelijke probleem niet oplost: het is een extra vangnet voor het maatschappelijke vangnet dat kapot is. Het antwoord op de crisis in de jeugdzorg ligt volgens het NJI niet in het bieden van meer jeugdzorg, maar in een brede maatschappelijke discussie over waarden, pedagogische verantwoordelijkheid en het participeren van kinderen en jongeren in het vinden van oplossingen voor deze vraagstukken. Dit geeft kinderen perspectief op een betekenisvol leven. Of zoals orthopedagoog dr. Tom van Yperen het stelt in zijn Mulock Houwerlezing: “Kinderen en jongeren hebben het recht op goede jeugdzorg.

En ze hebben het recht om die jeugdzorg minder nodig te hebben.”7 Een ander antwoord op deze vraag komt van dr. Sharon Stellaard. Zij is begin 2023 gepromoveerd met het proefschrift Boemerangbeleid.8 Haar heldere analyse van veertig jaar beleidshervormingen Passend Onderwijs en Jeugdzorg laat zien dat, ondanks de vele hervormingen die elkaar in een steeds sneller tempo opvolgen, het jeugdzorgbeleid in de kern onveranderd is gebleven. Het doel is onverminderd om aanbod te genereren dat aansluit op de behoefte van jeugdigen en meer samenhang te brengen in het gefragmenteerde aanbod. Dit doel is echter door geen enkele hervorming daadwerkelijk gerealiseerd. Integendeel: bij elke hervorming bleef de jeugdzorgsector uitdijen, bleven de wachtlijsten groeien en werd het aanbod nog meer versnipperd. De overheid reageerde hierop telkens weer met een nieuwe beleidshervorming om de onbedoelde gevolgen van de vorige hervorming teniet te doen, maar 6

Nederlands Jeugdinstituut, Tom van Yperen, Katy Hofstede, Rutger Hageraats, Ans van de Maat. Andere Kijk op Groeiend Jeugdzorggebruik (2023) 7 Tom van Yperen. Kan de jeugdzorg veranderen? Een hoopvolle kijk op de toekomst van het werkveld. Mulock Houwer-lezing (2023) 8 Sharon Stellaard. Boemerangbeleid. Over aanhoudende kritiek in passend onderwijs- en jeugdzorgbeleid (2023)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 4 van 16

kwam daarmee niet dichter in de buurt van het initiële doel. Daarbij ontstond bovendien de tragiek dat bij elke inspanning om het beleid inclusiever en meer passend te maken, er juist meer exclusie ontstond. Er kwam steeds meer aanbod, waardoor steeds meer jongeren apart werden gezet en individueel werden behandeld. Een ontwikkeling bovendien waardoor bovengemiddeld veel kinderen en jongeren uit kwetsbare sociaaleconomische omstandigheden in (gesloten) jeugdzorg of speciaal onderwijs zijn beland. Stellaard roept op tot bezinning en vraagt ons de tijd te nemen om diepgaand de patronen waarin we gevangen zitten te doorgronden, omdat een nieuwe hervorming anders precies tot hetzelfde gaat leiden als we eerder hebben gezien. Historie De jeugdzorg is een complex stelsel waarin ontwikkelingen en stelselwijzigingen elkaar razendsnel opvolgen. Die ontwikkelingen gaan ver terug. Zo werd in de jaren negentig Bureau Jeugdzorg opgericht. Bureau Jeugdzorg moest een aanmeldpunt zijn voor kinderen, jongeren en opvoeders, waar zij hun vragen konden stellen. Bureau Jeugdzorg zou die zoveel mogelijk zelf oppakken. Als er meer gespecialiseerde jeugdzorg nodig was, coördineerde Bureau Jeugdzorg dit.

Doordat er vanuit verschillende hoeken bezwaren waren tegen deze vorm van Bureau Jeugdzorg, werden er allerlei zijpaadjes gecreëerd en kon de organisatie niet volgens de oorspronkelijke bedoeling haar werk doen. Rond 2011 stuurde het toenmalige kabinet aan op een nieuwe transformatie van het jeugdstelsel. Doelen waren onder andere meer inzet op de kracht van sociale netwerken, minder problematiseren van kinderen, meer samenhangend preventief jeugdbeleid en meer samenhangende ondersteuning van gezinnen. Om de samenhang in het stelsel te bevorderen, kwam de jeugdzorg in 2015 bij de gemeenten terecht, de ‘decentralisatie’. Dit alles werd verankerd in de Jeugdwet. De decentralisatie ging gepaard met een bezuiniging op de jeugdzorg. Veel gemeenten hadden nog geen duidelijke visie op jeugdzorg en preventie en zetten vooral in op continuïteit van de zorg. Onder aanbieders ontstond veel gedoe en er kwam te weinig samenwerking tot stand, en zo kwam de echte transformatie onvoldoende van de grond. 9 Daarom is sinds 2021 gewerkt aan opnieuw een nieuwe hervorming van de jeugdzorg. In 2023 is overeenstemming bereikt over deze hervormingsagenda tussen Rijk, gemeenten, cliënten, professionals en aanbieders.

Houvast voor een nieuwe werkwijze Het NJI en Stellaard roepen dus allebei op om de ontwikkelingen in het jeugdstelsel in een bredere context te bekijken en niet zonder een heldere visie op de ontwikkeling van het jeugdstelsel te beginnen aan een nieuwe hervorming ervan. Deze oproep kunnen we niet los zien van de afspraken die vorig jaar zijn gemaakt tussen Rijk, gemeenten, aanbieders, cliënten en professionals in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd en Gezin en van onze eigen Amsterdamse Ontwikkelagenda. Het is hoopgevend dat de verschillende partijen elkaar in deze afspraken hebben gevonden, maar de eerlijkheid gebied tevens te zeggen dat de hervormingsagenda en ontwikkelagenda opnieuw herkenbare kenmerken van boemerangbeleid vertonen. Als we niet oppassen en tijdig bijsturen, zullen deze patronen er wederom voor zorgen

9

Tom van Yperen. Kan de jeugdzorg veranderen? Een hoopvolle kijk op de toekomst van het werkveld. Mulock Houwer-lezing (2023)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 5 van 16

dat we niet bereiken wat we al zo lang beogen: echt aansluiten op de behoefte van jongeren en gezinnen en niemand uitsluiten. Als we de patronen bekijken van de afgelopen decennia jeugdhulp en passend onderwijs, zijn de eerste voorzichtige, maar duidelijke conclusies dat we de opgebouwde deskundigheid met betrekking tot de grote variëteit en neurodiversiteit van volwassenen, kinderen en jongeren, hebben ondergebracht in aparte voorzieningen en individuele trajecten. We zetten daarmee deze kennis niet altijd in daar waar kinderen zich bevinden – de school, de buurt en het gezin – maar middels het speciaal onderwijs, kinderdagcentra en ggz-behandelingen en dus apart van de school, de buurt en het gezin. Ook hebben we het zo georganiseerd dat die zorg voor elk individueel kind moet worden aangevraagd, als een aparte voorziening voor dat kind of die jongere. Het traject om tot die aanvraag te komen is zo ingewikkeld dat je een boel vaardigheden nodig hebt om een aanvraag te kunnen doen en een verwijzing te krijgen. Dat zorgt ervoor dat mensen die hun hulpvraag minder goed kunnen verwoorden, moeilijker aanspraak op hulp kunnen maken.

Hoe veranderen we deze patronen? Als we willen dat de jeugdzorg écht werkt voor diegenen die die hulp écht nodig hebben en het tegelijk een houdbaar stelsel blijft, kunnen we niet zonder een gedeeld waardenkader met duidelijke uitgangspunten die door iedereen in het jeugdstelsel en daaromheen worden onderschreven. Uitgangspunten die ondubbelzinnig richting geven aan een gezamenlijke werkwijze in het jeugdstelsel in brede zin, van kraamzorg tot vervolgonderwijs. Een jeugdstelsel waarin we elkaar durven aanspreken, van en met elkaar leren, eerlijk en transparant zijn over onze handelswijze en flexibel zijn in ons aanpassingsvermogen om te doen wat nodig is voor jeugd en gezin. Een jeugdstelsel dat deskundigheid en kennis biedt op de plekken waar kinderen, jongeren en gezinnen zijn: in de wijk, vrijetijdsbesteding, sportvereniging, op het kinderdagverblijf, op school of bij naschoolse activiteiten. Zodat we in de basis de omstandigheden organiseren die voor alle kinderen goed zijn. In deze visiebrief formuleer ik welke uitgangspunten in mijn ogen ten grondslag dienen te liggen aan de realisatie van een jeugdstelsel dat écht werkt. Een visie die voortkomt uit een grote hoeveelheid werkbezoeken, uitgebreide literatuurstudie en vele gesprekken met jongeren, ouders, (ervarings)deskundigen, professionals en wetenschappers.

Deze brief is geen beleidsplan of uitvoeringsplan, zoals u gewend bent, maar een middel om gezamenlijk het gesprek te blijven voeren over, en richting te geven aan, de wijze waarop we de komende tijd de juiste stappen kunnen zetten om de jeugdzorg te verbeteren. Deze verbeteringen kan de gemeente niet alleen afdwingen of doorvoeren en kunnen ook niet van vandaag op morgen worden gerealiseerd. Ze zijn afhankelijk van een goede samenwerking met onze maatschappelijke partners, niet alleen binnen de jeugdzorg, maar bijvoorbeeld ook in de maatschappelijke dienstverlening, onderwijs, volwassenenzorg en verder. Ze kunnen bovendien niet los worden gezien van bredere ontwikkelingen in de samenleving, bijvoorbeeld op het gebied van bestaanszekerheid. Het zal dan ook niet eenvoudig zijn om de gewenste werkwijze te realiseren en het zal veel tijd, inspanning en uithoudingsvermogen van eenieder kosten om de daarvoor benodigde cultuuromslag te laten

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 6 van 16

plaatsvinden. Met deze visiebrief hoop ik gedurende dat proces houvast te bieden, zodat we steeds voor ogen houden wat we gezamenlijk willen realiseren. Omdat zo’n ontwikkeling alleen succesvol kan zijn als deze gezamenlijk plaatsvindt, is deze visiebrief uitgebreid besproken en afgestemd met het Jeugdplatform Amsterdam, deskundigen en vertegenwoordigers van de verschillende partners. Het belang van kinderen eerst In Amsterdam streven we ernaar dat alle kinderen die in onze stad wonen zich thuis voelen en alle kansen krijgen om zich zo goed mogelijk te kunnen ontwikkelen. Het welzijn van onze kinderen staat voorop en iedereen hoort erbij. Dat is geen nieuwe visie, dat vinden we al heel lang. Helaas zien we echter een tegengestelde ontwikkeling in onze samenleving. De norm waar kinderen aan moeten voldoen wordt steeds strakker bijgesteld. Als een kind bijvoorbeeld wat drukker is dan gemiddeld, dan wordt al snel aangegeven dat er sprake is van een ‘speciale behoefte’. En daar hebben we in de afgelopen decennia een woud aan speciale voorzieningen voor gemaakt. We hebben steeds meer gedifferentieerde voorzieningen, speciale scholen, speciale kinderopvang en individuele jeugdhulptrajecten georganiseerd. We plaatsen kinderen in vakjes, hokjes, diagnosticeren hen met afwijkingen ten opzichte van het ‘normale’.

Geven ze niet alleen een diagnostisch label (dyslectisch, ADHD, autistisch, lastig opvoedbaar, moeilijk leerbaar, verstandelijk beperkt, getraumatiseerd, eetstoornis, kwetsbaar) maar plakken daar onbewust vaak ook een moreel label op (anders, niet normaal, afwijkend, problematisch). Vervolgens krijgen veel kinderen en jongeren met zo’n label een jeugdhulp- of speciaal onderwijsvoorziening die ‘speciaal voor hen’ gemaakt is. En die, hoe hard en betrokken de hulpverleners daarin ook werken, niet altijd de beste oplossing is. De kunst is om onze blik om te draaien: kinderen niet behandelen om hen binnen het systeem te laten passen of anders daarbuiten te plaatsen, maar kijken hoe we ze zo goed mogelijk binnen hun eigen omgeving steun, ruimte en deskundigheid kunnen bieden om veilig op te groeien en onderwijs te krijgen. Daarvoor is het nodig om de norm te verleggen van een steeds kleiner wordend geaccepteerd gemiddelde naar de ruime realiteit van diversiteit. Juist een grote variatie tussen kinderen en de situatie waarin ze opgroeien zou normaal moeten worden gevonden. Bovendien kan er gedurende het leven van alles gebeuren waardoor het even iets anders loopt dan verwacht, zonder dat dat meteen een bedreigend probleem voor de ontwikkeling is of hoeft te zijn.

Een diagnose moet erop gericht zijn om beter te snappen wat een kind nodig heeft en hoe daarop te anticiperen, en niet om een kind te kwalificeren als afwijkend van de norm en daarmee uit te sluiten. We hebben een ommekeer nodig in ons denken om de steeds verder uitdijende hoeveelheid speciale voorzieningen, scholen, kinderopvang en jeugdhulp waarmee steeds meer kinderen apart worden geplaatst, een halt toe te roepen. We moeten toe naar een situatie waarin de deskundigheid die we in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld, aanwezig is waar kinderen zijn – op school, opvang of de sportclub – zodat dat de plekken worden waar álle kinderen goed gedijen, zonder dat een deel van hen daarvoor naar een ‘speciale’ (en dus aparte) voorziening moet.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 7 van 16

Dit betekent ook dat we anders moeten kijken en omgaan met problemen die ouders belemmeren om hun kinderen een veilige omgeving te bieden. Te vaak zien we dat kinderen in de jeugdzorg terechtkomen, terwijl de oorzaak van het probleem niet bij de kinderen ligt, maar in hun omgeving. Als we niet de kinderen centraal zetten bij de hulp aan de omgeving, blijft jeugdzorg een noodgreep, zoals het NJI stelt. Vanuit die gedachte doet de Raad voor Volksgezondheid verscheidene aanbevelingen waaronder het systematischer toepassen van de kindcheck in de volwassen-ggz. 10 Een beslissing in de wijze van behandeling van ouders kan heel anders uitpakken als ook het belang van kinderen wordt meegewogen. Denk bijvoorbeeld ook aan de succesvolle ervaringen die zijn opgedaan in de rechtspraak, waar gezinsadvocaten bij complexe scheidingen voorkomen dat ouders eindeloos tegen elkaar blijven procederen waardoor het welzijn van hun kinderen ernstig wordt geschaad. Het belang van kinderen eerst stellen, kan ook van grote waarde zijn bij beslissingen over de inzet van maatschappelijke ondersteuning.

Is het echt zinvol om bij veel stress in een huishouden de kinderen te behandelen, onder toezicht te stellen en soms zelfs uit huis te plaatsen? Of is het wellicht zinvoller, effectiever en zelfs minder beschadigend voor kinderen als we eerst kijken of de stress in het huishouden kan worden verminderd met praktische ondersteuning, zoals extra huishoudelijke hulp of financiële ondersteuning van de ouders? Het belang van kinderen en jongeren zou altijd voorop moeten staan in onze beleids- en uitvoeringsbeslissingen in het gehele maatschappelijke domein. Dat betekent dat we bij het maken van afwegingen altijd nadenken wat de impact daarvan is op het leven van kinderen en jongeren en ons niet laten leiden door institutionele of individuele belangen. Met zo’n ‘belang van kinderen eerst’-benadering kom je verrassend vaak tot hele andere inzichten en oplossingen. Als zo’n benadering bijvoorbeeld was gehanteerd tijdens de coronacrisis, dan was waarschijnlijk nooit besloten om de scholen te sluiten met grote gevolgen voor het welzijn van kinderen tot de dag van vandaag.

Kerngegevens Jeugdzorg Amsterdam In de preventie en jeugdzorg in Amsterdam gaat jaarlijks circa 400 miljoen euro om (begroting 2024, uitgezonderd sociale basis). In 2022 werden 34.350 kinderen en gezinnen met (preventieve) jeugdhulp geholpen door het Ouder- en Kindteam. 2.900 gezinnen zijn ondersteund door het gezinsmanagement (jeugdbescherming en jeugdreclassering) van de Gecertificeerde Instellingen, 18.530 kinderen en jongeren ontvingen aanvullende jeugdhulp.11 Op dit moment zijn er naar schatting tussen de 800 en 1.000 kinderen die wachten op een vorm van aanvullende jeugdhulp. De verhouding tussen kosten en bereik verschilt naar de aard van de zorg, zoals duidelijk wordt uit onderstaande figuur uit Jeugdzorg in beeld Amsterdam, met cijfers uit 2021:

10 11

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving: Kinderen uit de knel (2023) Gemeente Amsterdam, Integrale Monitor Jeugd cijfers (2022)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 8 van 16

Ook landelijk zien we ook een grote stijging van het gebruik van jeugdzorg. Afgelopen jaar kreeg 14 % van de kinderen een vorm van jeugdzorg. Dat is bijna 1 op de 7. Ruim twintig jaar geleden was dat nog 1 op de 27. Hoewel de cijfers niet helemaal vergelijkbaar zijn, omdat het aanbod in de jeugdzorg de afgelopen jaren ook is veranderd als gevolg van nieuwe inzichten en ontwikkelingen, laat deze trend ook zien dat ervoor steeds meer jongeren een vorm van jeugdzorg nodig wordt geacht, waarvan je je kan afvragen of je dit wel op deze wijze moet organiseren.

12

12

Nederlands Jeugdinstituut, Tom van Yperen, Katy Hofstede, Rutger Hageraats, Ans van de Maat: Andere Kijk op Groeiend Jeugdzorggebruik (2023)

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 9 van 16

Zo blijkt bij jongens in de leeftijd van 8 tot 12 jaar het jeugdzorggebruik ruim 22% te zijn, meer dan 1 op de 5. We weten uit studies dat het omgaan met zogeheten ‘lastig gedrag’ in deze leeftijd een van de meest voorkomende zorgpunten van ouders en leerkrachten is. Het stijgend jeugdzorggebruik lijkt erop te wijzen dat deze vraagstukken de jeugdzorg in worden getrokken of geduwd, terwijl we ons moeten afvragen of jeugdzorg wel het juiste antwoord is als het zoveel kinderen betreft. Moeten we kinderen individueel behandelen om in het systeem te passen of is het systeem wellicht te weinig tolerant geworden en moeten we vooral daar de verandering in aanbrengen? Ook bij een andere groep is het jeugdzorggebruik hoog; bij meisjes ouder dan 12 krijgt inmiddels 1 op de 6 zorg. Deze cijfers komen overeen met studies die laten zien dat mentale problemen bij jongeren – en met name bij meisjes – flink aan het toenemen zijn.13 Ook in Amsterdam zien we een vergelijkbare stijging van het gebruik van jeugdzorg. De groei in de jeugdzorg wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de ambulante zorg (individuele hulp thuis of op school) die in ruim twintig jaar explosief is toegenomen.14 Met name bij de lichtere hulpvormen laat een nadere analyse zien dat er een stijging in gebruik heeft plaatsgevonden bij kinderen uit meer welvarende gezinnen.15

16

Uitgangspunten voor een ‘belang van kinderen eerst’-aanpak Hoe zorgen we ervoor dat we werken aan zorg voor de jeugd die de basis van opgroeien versterkt en waarin het belang van kinderen eerst de norm wordt? Alleen als we duidelijk definiëren welke 13

Tom van Yperen. Kan de jeugdzorg veranderen? Een hoopvolle kijk op de toekomst van het werkveld. Mulock Houwer-lezing (2023) 14 Nederlands Jeugdinstituut, Tom van Yperen, Katy Hofstede, Rutger Hageraats, Ans van de Maat: Andere Kijk op Groeiend Jeugdzorggebruik (2023) 15 Onderzoek gemeente Amsterdam (2023) waarin zorggebruikgegevens 2019 en 2022 op huishoudenniveau gekoppeld zijn aan inkomensgegevens CBS 16 CBS Beleidsinformatie Jeugd

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 10 van 16

uitgangspunten ons handelen zouden moeten bepalen, zoals het Nederlands Jeugdinstituut bepleit, kunnen we komen tot hervormingen die écht werken. Dat lukt niet in een keer, maar zal stap voor stap moeten leiden tot een nieuwe werkwijze in houding en gedrag bij onze jeugdzorgpartners, maar ook bij alle andere betrokkenen bij opgroeiende kinderen in de stad: ouders, kinderopvang, onderwijs, sociale basis, buurtteams, volwassen GGZ en zo verder. Hieronder noem ik zeven uitgangspunten die wat mij betreft als leidraad zouden moeten fungeren bij de noodzakelijke omslag. De uitgangspunten laten zien dat voor verandering niet alleen een andere werkwijze noodzakelijk is, maar ook een andere denkwijze. Alleen als we ook bereid zijn onze vaste denkpatronen los te laten, kan een fundamentele verandering ontstaan. 1. Maak niet van alles een individueel probleem We vragen niet het kind te veranderen, maar we veranderen de omgeving zodat deze geschikt is voor een diverse populatie kinderen en jongeren. Kinderen en jongeren horen erbij, in de buurt, op school en op de kinderopvang. Veel van wat we vroeger gezamenlijk binnen collectieve voorzieningen en de samenleving oplosten, is omgezet naar individuele hulp. Het systeem om ondersteuning en hulp te krijgen, hebben we tegenwoordig zo georganiseerd dat hulp wordt gegeven op basis van een hulpvraag of diagnose van een individueel kind.

Daarmee wordt het probleem van dat individuele kind, in plaats van het probleem van het systeem dat het kind moet opvangen. Daar komt bij dat de maatschappelijke druk op ouders en kinderen om zo goed mogelijk te presteren, zorgt voor problemen en stress en een grote focus op het wegnemen van zogenaamde belemmeringen bij individuele kinderen. Maar als zoveel kinderen en jongeren kampen met dezelfde klachten en zoveel kinderen buiten het ‘normale’ systeem vallen, dan moeten we kijken naar de omstandigheden en het systeem waarin zij opgroeien en daar iets aan doen, in plaats van ons (alleen maar) te richten op het kind zelf. Het gaat om het bespreekbaar maken van mentale klachten en het samen met ouders en leerkrachten op zoek gaan naar manieren om gedrag te zien en te begrijpen. Dit betekent veel meer nadruk op het versterken van collectieve voorzieningen, zoals vrijetijdsbesteding, kinderopvang en onderwijs, die het fundament vormen in het leven van jongeren, zodat we daar met elkaar in staat zijn een omgeving te creëren die voor alle kinderen goed, veilig, rustig en stimulerend werkt. 2. Accepteer Accepteer dat niet iedereen hetzelfde is, dat mensen en kinderen van elkaar verschillen en dat kinderen behoeftes hebben die kunnen verschillen van elkaar, zonder dat we deze verschillen bestempelen als afwijkingen, stoornissen of foute opvoeding.

Accepteer – als ouder, betrokkene en ook als professional – dat iemand anders is dan jij, andere normen en waarden en een andere gebruiksaanwijzing heeft en niet per sé hoeft te worden ‘gerepareerd’. We moeten een veel ruimere marge hanteren van wat we ‘normaal’ noemen. Binnen die ruime marge hebben sommige kinderen een specifieke deskundige behandeling nodig en die gaan we zo dichtbij mogelijk in het dagelijks leven organiseren. Bij accepteren hoort ook accepteren dat het leven, opgroeien en opvoeden, tegenslag en ongelukkige tijden kent en dat dat niet iets is dat direct opgelost moet of kan worden met een diagnose en interventie, maar dat we gezamenlijk leren om te gaan met ongeluk, pijn en negatieve gevoelens. Dat we ons

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 11 van 16

bovendien realiseren dat geluksdruk, druk om te presteren en overal het maximale uit te moeten halen, kan leiden tot dit soort negatieve gevoelens bij kinderen en jongeren. We moeten dan niet het symptoom bestrijden, maar de oorzaak en dus de ervaren druk. Bij accepteren hoort ook de erkenning dat sommige problemen ontzettend complex zijn en dat niet altijd een pasklare oplossing voor handen is. 3. Maak ervaren problemen dragelijker en minder overheersend in het dagelijks leven. Alle hulp die we bieden, richten we op het stabiliseren of verbeteren van het dagelijks leven en veerkracht van ouders en kinderen. Samen zoeken we naar oplossingen die werken om het leven zoveel mogelijk door te laten gaan, met ondersteuning die erop gericht is dat problemen minder overheersend worden in het dagelijks leven en ouders worden geholpen om ouders te kunnen zijn. Dat betekent dat we ondersteuning inzetten om zoveel mogelijk door te laten gaan wat belangrijk is in het leven: school, bewegen, zelfontplooiing, talentontwikkeling en ontmoeting. Dat is de beste vorm van zorg. We denken en handelen daarbij vanuit de oplossingen die kinderen, jongeren, gezinnen zelf zien zitten en waar zij zelf aan kunnen bijdragen. We kijken breed: naar inkomensproblemen, woonproblemen en obstakels bij het runnen van het huishouden.

Deze kunnen enorm stressverhogend werken voor ouders waardoor het opvoeden van hun kinderen onder grote druk komt te staan. Verlichting van die problemen moet op de eerste plaats komen. Daarbij is het uitgangspunt niet dat problemen allemaal opgelost moeten worden, maar wel dat er voldoende steun is om ze dragelijk te maken. 4. Ben ervan en blijf erbij Voor kinderen en gezinnen zijn professionele nabijheid en betrokkenheid van hulpverleners, docenten en iedereen die bij gezinnen is betrokken enorm belangrijk. ‘Ik ben ervan en blijf erbij’, zodat het gezin en de jongere zich echt geholpen voelen en er geen estafette ontstaat, waarbij iedereen steeds weer overdraagt aan een ander. Het lukt professionals bij complexe problemen soms niet genoeg om dat ook echt te doen. Dat heeft ook te maken met hoe we ons zorgsysteem hebben ingericht. Elke hulpverlener werkt binnen een bepaalde opdracht met regels over wat wel en niet mag worden gedaan. We hebben een systeem gemaakt dat alle soorten hulp en ondersteuning heeft onderverdeeld in aparte specialisaties met een specifieke opdracht, protocollen en regels. Zo ontstaan situaties waarbij er binnen een gezin soms tientallen hulpverleners aan het werk zijn. Dat is niet de schuld van de professionals die met veel inzet het juiste proberen te doen, maar een gevolg van de inrichting van dat systeem.

Professionals moeten de ruimte krijgen en ook nemen om erbij te blijven en ervan te zijn, zonder dat kinderen en gezinnen van het kastje naar de muur worden gestuurd. Dat vraagt ruimte van beleidsmakers, leidinggevenden en toezichthouders om buiten de eigen taakopdracht iets te kunnen doen. En het vergt sowieso een goede onderlinge samenwerking waarin samen verantwoordelijk zijn en bijdragen essentieel zijn. Het betekent ook dat niemand zomaar loslaat en overdraagt, zonder zeker te weten dat dat in het belang is van jongeren en gezinnen.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 12 van 16

5. Werk samen vanuit onderling vertrouwen Hulp aan een gezin werkt alleen goed als alle betrokken professionals bij het gezin, of het nu gaat om ondersteuning bij financiën, wonen, Wmo, ondersteuning voor ouders met een licht verstandelijke beperking, volwassen-ggz, onderwijs, buurtteam, jeugdhulp of jeugdgezondheidszorg, nauw samenwerken. Samenwerken kan alleen slagen als onderling vertrouwen tussen de verschillende partners, gemeente en professionals vooropstaat en als we in gezamenlijkheid sturen op de beweging die we willen maken. Alleen dan krijgen we knelpunten en mogelijkheden boven tafel en kunnen we werken aan verbetering. Dit vraagt van de gemeente een eenduidige sturingsfilosofie waarin we gezamenlijk, in vertrouwen met onze uitvoerende partners, sturen op de beweging die we moeten maken. 6. Investeer ongelijk voor gelijke kansen Omdat niet iedereen dezelfde sociaaleconomische uitgangspositie heeft, is het nodig om ongelijk te investeren om gelijke kansen op noodzakelijke ondersteuning te bieden. Dat betekent dat we zorgen voor meer voorzieningen in de scholen en wijken in de stad waar meer problemen zijn. Er zijn bijvoorbeeld gezinnen die meer ondersteuning nodig hebben en er zijn complexe situaties waar hulp eerder nodig is, omdat er verdere ondersteuningsbronnen missen.

We kiezen ervoor onze middelen extra in te zetten bij die gezinnen in de meest kwetsbare gebieden. We richten alles erop om juist de kinderen en jongeren die te maken hebben met zware, complexe problemen en gezinnen waar veiligheid onder druk staat te ondersteunen met op maat samengestelde jeugdhulp. 7. Betrek jongeren en hun ouders actief Bij het bedenken wat helpt en welke hulp, ondersteuning of actie nodig is en bij het uitvoeren daarvan worden ouders en jongeren echt betrokken. Nog te vaak voelen zij zich buitenspel staan of hebben ze het gevoel dat zij niet mee mogen denken over hun behandeling. Uiteraard kan en zal dit niet de intentie zijn. Daarom moeten we beter voelen, begrijpen en blijven onderzoeken waarom te vaak de tijd niet genomen kan worden om met jongeren en ouders beslissingen te nemen, zodat we ons keuzes en gedrag leren aan te passen. Dit geldt ook zeker voor het maken van beleid. Daarin nemen we bijvoorbeeld altijd het advies van het Jeugdplatform Amsterdam mee en laten dit cliëntperspectief leidend zijn.

Groot denken, klein doen Het realiseren van voornoemde uitgangspunten zal een lange adem vergen en kan niet alleen binnen het jeugddomein worden gerealiseerd. Duidelijk is dat de problemen in de jeugdzorg niet kunnen worden opgelost met nog meer jeugdzorg. Als de geschetste visie niet ook buiten het jeugddomein wordt omarmd, zal de druk op het jeugddomein alleen maar toenemen. Het is daarom zaak dat deze visie zo breed mogelijk wordt uitgedragen en opgepakt door maatschappelijke partners, terwijl we binnen het jeugddomein beginnen om de noodzakelijke aanpassingen te maken. Het is de kunst om steeds groot te blijven denken vanuit de genoemde visie en uitgangspunten en daaraan vast te blijven houden, terwijl we ondertussen de daarvoor noodzakelijke stappen zetten. In deze paragraaf belicht ik een aantal belangrijke

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 13 van 16

stappen die we zetten om de organisatie van jeugdhulp en ondersteuning aan jeugd en gezin aan te passen in lijn met hiervoor genoemde uitgangspunten. Een belangrijke beweging die we momenteel aan het maken zijn, is het opzetten van de gebiedsgerichte organisatie die tot doel heeft om het brede kijken en handelen, gezamenlijk ‘ervan zijn’ en ondersteuning in het dagelijks leven van kinderen en gezinnen mogelijk te maken. Daarbij organiseren we de expertise voor opvoeden en opgroeien op de plekken waar ouders en kinderen zijn. Deze inzet op het stelsel kan niet los worden gezien van onze inzet op het gebied van bestaanszekerheid middels bijvoorbeeld de agenda bestaanszekerheid. Via al deze wegen proberen we onze gezinnen te ondersteunen waar mogelijk Onze werkwijze gaat uit van het principe ‘thuis-nabij’, waarbij ondersteuning wordt georganiseerd nabij de thuissituatie. Hierin vormen het Ouder- en Kindteam (inclusief de jeugdgezondheidszorg) en het Buurtteam de spil en zij hebben de gezamenlijke opdracht om samen op te trekken in gezinnen. Het OKT en het Buurtteam werken in de wijk en op school en halen daar waar nodig expertise, ondersteuning en aanvullende hulp van partners erbij. Ook signaleren zij met partners in de wijk veelvoorkomende problematieken en bieden zij groepsgerichte ondersteuning.

Er worden wijk- en schoolanalyses gemaakt om gezamenlijk te bepalen waar ondersteuning nodig is en welke ondersteuning dat is. Het OKT en Buurtteam zijn aanwezig op plekken waar kinderen dagelijks zijn, zoals op school en bij jongerenwerk. Op de familiescholen in kwetsbare buurten wordt de inzet van het OKT en het Buurtteam geïntensiveerd. De professionals die aanvullende jeugdhulp uitvoeren, werken in de stadsdelen. Deze medewerkers ontwikkelen een werkwijze met het OKT, de Gecertificeerde Instellingen en het buurtteam om gezinnen brede ondersteuning te kunnen bieden en die ondersteuning goed op elkaar af te stemmen. Dit doen ze op de plek waar gezinnen en kinderen te vinden zijn: in de buurt, op de kinderopvang en op scholen. Er wordt ingezet op het betrekken van andere oplossingen dan individuele hulp, zoals sport, informele netwerken en vrijetijdsbesteding. Binnen de werkwijze wordt het betrekken van school, leerkrachten, huisarts, leerplicht, jongerenwerk en kinderopvang verder uitgebouwd. In de gebiedsgerichte samenwerking bereiden de aanbieders van aanvullende jeugdhulp zich samen met de gemeente voor om in de loop van 2024 de aanmeldingen voor aanvullende jeugdhulp op één punt per stadsdeel te kunnen ontvangen. Hierdoor ontstaat een eenduidig beeld van de kinderen en gezinnen die wachten op hulp.

De gezinnen en kinderen die complexe (veiligheids)problemen ervaren en die het meeste baat hebben bij jeugdhulp worden het eerst geholpen. Er wordt breed gekeken welke andere ondersteuning helpend is. Ook wordt er voor lichtere vragen gezocht naar andere oplossingen buiten de jeugdhulp, zodat de middelen die er zijn, ingezet worden bij de gezinnen die prioriteit zijn. Bij deze gebiedsgerichte aanmelding hoort de Aanpak Wachtenden, waarbij negen miljoen wordt ingezet voor het mogelijk maken van creatieve oplossingen, zowel binnen als buiten de reguliere

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 14 van 16

jeugdhulp. Deze middelen zetten we twee jaar lang in, waarbij we leren van de oplossingen die werken om deze structureel om te zetten in beleid. Het gaat bijvoorbeeld om het inzetten van huishoudelijke ondersteuning naast, of zelfs in plaats van, jeugdhulp, of het aanpassen van een gezinswoning. De Amsterdamse Maatwerk Methode17 wordt ingezet in het gebiedsgericht werken en de Aanpak Wachtenden. Ook de keten voor jeugd- en gezinsbescherming wordt veel eenvoudiger gemaakt door de beweging naar Blijvend Veilig. De professionals van Blijvend Veilig vormen een specialistische ‘schil’ die expertise kan toevoegen. Lokale teams kunnen de veiligheidsexperts vragen hen te helpen in gezinnen en huishoudens die zij begeleiden en waar complexe veiligheidsproblematiek speelt. Het doel is om gezinnen te ondersteunen met veel minder verschillende gezichten en ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk overgangen zijn. We zijn eind 2023 gestart in stadsdeel Noord en zullen deze nieuwe manier van werken tussen de verschillende organisaties stapsgewijs invoeren. Deze beweging en het gebiedsgericht werken van de aanbieders van aanvullende jeugdhulp en OKT moeten naar elkaar toegroeien om goed samen op te kunnen trekken in gezinnen.

De coalitie Jeugd en Gezin van Amsterdam Vitaal en Gezond, waar we als gemeente onderdeel van zijn, committeert zich de komende jaren aan het versterken van de preventie ten behoeve van jeugd, ouders en gezinnen. De coalitie maakt zich daarbij hard voor het ‘belang van kinderen eerst’ bij beleidsvorming, landelijk en regionaal. De focus ligt onder meer op het versterken van het dagelijks leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren en het breed kijken naar de context waarin kinderen opgroeien. Professionals krijgen meer tijd en ruimte om samen te werken en zo de juiste ondersteuning te bieden; collectief waar mogelijk, individueel waar nodig. Ingegeven vanuit het programma Gezonde en Kansrijke Start hebben we in Amsterdam steeds meer aandacht voor het belang van de eerste 1000 dagen van een mensenleven. Hierdoor wordt het ‘belang van kinderen eerst’ centraal gezet vanaf het allerjongste kind en al vanaf de baarmoeder. De gezondheid van een kind voor, tijdens en na de geboorte is een belangrijke voorspeller van fysieke en mentale gezondheid later in het leven. Door eerder ondersteuning te bieden aan gezinnen in kwetsbare omstandigheden, voorkomen we problemen op latere leeftijd en leveren we een bijdrage aan het doorbreken van generationele overdracht van problemen.

Vanuit het programma Gezonde en Kansrijke Start werken we eraan dat al vanaf de zwangerschap van ouders in kwetsbare omstandigheden nauw wordt samengewerkt tussen verloskundigen, geboortezorg in de ziekenhuizen, kraamzorg, het OKT inclusief de Jeugdgezondheidszorg en buurtteams. We werken aan vereenvoudiging en vertrouwen met de aanbieders van aanvullende jeugdhulp met een taakgerichte lumpsumbekostiging, zodat zij de ruimte krijgen voor hun opdracht om hun ondersteuning en hulp anders vorm te geven, innovaties in te zetten en de hulp meer collectief te organiseren. Zij gaan ook, voordat er een verwijzing is, meedenken en meedoen met het OKT, de gezinsmanagers en de huisartsen. Samen met hen buigen we ons over financiële vraagstukken, 17

Raadsinformatiebrief Eindevaluatie maatwerk 15 maart 2022

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 15 van 16

maar we ruimen vooral tijd in voor het gesprek over de inhoud. In 2024 zetten we een monitor op om naast cliëntaantallen te gaan volgen wat de gebiedsgerichte en brede ondersteuning aan gezinnen oplevert en of we erin slagen de meest kwetsbare gezinnen te prioriteren. Het aantal aanbieders is sterk teruggebracht om samenwerking en partnerschap stevig neer te zetten, samen te kunnen ontwikkelen en te sturen op de inzet van jeugdhulp. We bereiden ons voor om vanaf 2027 de volledige aanvullende jeugdhulp te kunnen contracteren met partners die in nauwe samenwerking met elkaar en de gemeente de verantwoordelijkheid voor, en de doorontwikkeling van, de aanvullende jeugdhulp kunnen dragen. In de ambitieagenda passend onderwijs en jeugdhulp in verbinding met bestaanszekerheid: ‘Bouwen aan inclusieve (voor)schoolgemeenschappen vanuit een stevige pedagogische basis’, zijn de meerjarige afspraken verwerkt die we maken tussen onze onderwijspartners en jeugd. De agenda is opgesteld met de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs in samenspraak met het OKT, de kinderopvang en de kernpartners jeugd. Binnen de ambitieagenda bundelen we onze krachten om ervoor te zorgen dat meer kinderen onderwijs kunnen volgen in hun eigen omgeving en in een reguliere setting. Ook gaan we verwijzingen vanuit het reguliere onderwijs naar het (voortgezet) speciaal onderwijs zoveel mogelijk tegen.

U ontvangt de ambitieagenda ter kennisname voor de raadscommissie van mei 2024. Hierin vindt u meerdere maatregelen die nauw aansluiten op deze visiebrief, zoals bijvoorbeeld de aanpak gericht op het verminderen van de wachtlijsten voor het jonge kind. De ondersteuning van jonge kinderen met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand kent lange wachtlijsten. Er worden steeds meer kinderen aangemeld voor aparte opvang, kinderdagcentra en speciaal onderwijs. Dit is een beweging die we met zorgvuldige stappen proberen te keren. We voegen de deskundigheid van de aanbieders van aanvullende hulp toe aan kinderopvang, voorscholen en scholen om kinderen daar te kunnen houden, begeleiden en zich te laten ontwikkelen. Hieraan wordt gewerkt door het OKT, drie aanbieders van aanvullende hulp (MOC ’t Kabouterhuis, Cordaan en Philadelphia), het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs, kinderopvang en de gemeente. Ook noem ik hier graag de inzet op de uitbreiding van de familiescholen en de inzet op brede expertise netwerken in en om school. Hier gaat het niet om het versterken van jeugdzorg, maar om het versterken van de school als belangrijke plek binnen de gemeenschap, waar nauw wordt samengewerkt met ouders en waar ouders hulp en advies kunnen vinden.

Dit kan gaan om opvoedondersteuning, doorgeleiding naar talentontwikkeling of armoederegelingen en gebeurt bijvoorbeeld door extra inzet van het OKT of Buurtteam op de scholen. Maar ook tussen scholen wordt kennis gedeeld en nauw samengewerkt, bijvoorbeeld door vanuit het speciaal onderwijs kennis over te dragen naar het regulier onderwijs. Hoe nu verder? In deze brief heb ik u meegenomen in de visie die ik heb op het jeugdstelsel en het opgroeien van onze kinderen en heb ik aangegeven welke stappen we in het jeugd- en onderwijsstelsel aan het zetten zijn. Dat zijn slechts eerste stappen want ons uiteindelijke doel is ambitieus: Wij streven naar een samenleving waar geen kind meer wordt buitengesloten, elk kind erbij hoort en veilig en

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief Pagina 16 van 16

vrij kan opgroeien in de eigen thuisomgeving. Elk van de ontwikkelingen die komende jaren zullen plaatsvinden, moeten in dat licht worden beoordeeld. Daarvoor zijn niet alleen aanpassingen nodig binnen het domein van jeugd, maar zeker ook daarbuiten. Binnen het jeugddomein zijn er slechts een beperkt aantal sturingsmogelijkheden en die concentreren zich bovendien vooral op het oplossen van problemen bij kinderen en jongeren zelf, terwijl de oorzaak van de problemen vaak niet bij kinderen en jongeren ligt. Als we kinderen en jongeren ook het recht willen geven om geen jeugdzorg nodig te hebben, zullen we breder moeten kijken naar maatschappelijke problemen die ontstaan als gevolg van onzekerheid op het gebied van wonen, werk, inkomen, opvoeding en volwassen-ggz. Maar ook naar maatschappelijke trends die de druk op kinderen en jongeren vergroten, zoals ontwikkelingen op het gebied van digitalisering en individualisering. Als we in de samenleving niet breder een visie omarmen waarin we het belang van kinderen vooropzetten, zal de jeugdzorg altijd een vangnet blijven voor onvoldoende functionerend maatschappelijk vangnet. Dan blijft het dweilen met de kraan open. Uiteraard zijn we daarom ook afhankelijk van de door het Rijk geboden financiële en wettelijke kaders om dit alles te realiseren. Momenteel bieden deze kaders helaas nog veel onzekerheid.

Voor jeugdzorg staat bijvoorbeeld nog steeds een bezuiniging van 1,5 miljard ingeboekt vanaf 2027. Bovendien laat de landelijke hervormingsagenda zien dat nog veel werk moet worden verricht om ook andere maatschappelijke domeinen te betrekken bij de zorg voor de jeugd. Alleen als ook buiten de jeugdzorg medeverantwoordelijkheid wordt gevoeld, kan de gewenste omslag worden gemaakt. Dat zal veel uithoudingsvermogen, investering en inzet vragen van velen, maar het is in het belang van het welzijn van onze jeugd dat we deze inspanning met elkaar opbrengen. Ik hoop dat deze visiebrief alle betrokkenen houvast biedt om samen te doen wat nodig is voor de toekomst van onze kinderen. Graag ga ik met u het gesprek aan of u de in deze brief geschetste visie omarmt en wilt bijdragen aan het realiseren daarvan. Dat gesprek zal de komende jaren permanent gevoerd moeten worden, want het is nodig dat we voortdurend blijven leren, monitoren en evalueren of we op de gewenste weg zitten. Alleen als we kritisch bezien of wat we beogen ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd, komen we tot de gewenste omslag waarbij het belang van kinderen altijd voorop komt te staan.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marjolein Moorman Wethouder Onderwijs, Jeugd(zorg), Armoede, coördinatie Maatschappelijke Voorzieningen, Masterplan Zuidoost

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14253624/1