CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

VGR 2022-01 PBK sept 2022_themabijlage slimmer met minder - def.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 27 oktober 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de 5e voortgangsrapportage programma Bruggen en Kademuren en bijbehorende raadsbrief (VN2022-028973)14.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

September 2022 (rapportage over periode januari – juni 2022)

Voortgangsrapportage Programma Bruggen en Kademuren September 2022

met themabijlage Slimmer met minder

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Vooraf 2

Programma Bruggen en Kademuren (PBK) van de gemeente Amsterdam rapporteert twee keer per jaar over de voortgang op de opdracht om de 830 verkeersbruggen en circa 208 kilometer kademuren te onder­ zoeken, veilig te houden en waar nodig versneld op orde te krijgen. Vanuit het stadsgebied Weesp zijn er 18 verkeersbruggen, 2,6 kilometer kademuur en 2,3 kilometer damwand aan ons areaal toegevoegd.

P3 Inleiding

In deze vijfde voortgangsrapportage rapporteren we over het eerste half jaar van 2022. We vertellen, zoals gebruikelijk, over de voortgang op de programmadoelen en de sturing- en beheersingsaspecten, met deze keer meer aandacht voor de vernieuwingsprojecten die we voorbereiden en uitvoeren.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Het thema van de bijlage is ‘Slimmer met minder’. Hierin lees je onder andere over innovaties die we op dit moment al toepassen, over

innovaties die we het afgelopen jaar hebben ontwikkeld en getest en over proeftuinen die binnenkort opstarten. Het digitale dashboard van het programma, met een gedetailleerd overzicht van de stand van zaken, is ook dit kwartaal geüpdatet. Je vindt een toelichting en link verderop in deze rapportage. We wensen je veel leesplezier!

P4 Voortgang

P13 Sturing en Beheersing

Programma Bruggen en Kademuren

P19 Continu leren

P21 Dashboard

P22 Het document is navigeerbaar met de verticale navigatiebalk links op de pagina. De foto’s bij de inhoudsopgave van de hoofdstukken (zoals hiernaast) zijn ook aanklikbaar.

Bijlage: Slimmer met minder

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

1. Inleiding 3

Nieuwe fase programma Bruggen en Kademuren

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

De eerste 6 maanden van 2022 is het aantal vernieuwingsprojecten waar we buiten aan werken flink toegenomen: 5 kade- en 2 bruggenprojecten zijn in uitvoering, waarvan we 2 kades na de zomer opleveren, en 1 brug inmiddels weer in gebruik is. Dat is een substantiële toename ten opzichte van de afgelopen jaren. Tegelijkertijd neemt het aantal nieuwe veiligheidsmaatregelen af. Het zwaarte­ punt verschuift: van korte termijn ingrijpen vanuit veiligheid, naar een duurzame lange termijn­ aanpak voor het herstel. Daarbij verbreden we ons repertoire. Naast het tijdelijk versterken van constructies voor een periode van zo’n 10 jaar, of het vernieuwen voor ten minste 100 jaar, bieden niet zichtbare, levensduurverlengende maatregelen – waarbij wordt uitgegaan van minimaal 30 jaar – een goede tussenweg om de totale opgave over de tijd te spreiden en de stad bereikbaar te houden. Ook de manier waarop we de resterende levens­ duur en sterkte van kademuren en bruggen beoordelen maakte een flinke ontwikkeling door. Met input vanuit belastingproeven, technisch (duik) onderzoek, archiefstudies en wetenschappelijke

kennis en expertise worden de toetsingsmodellen voor de risicobeoordeling van de bruggen en kademuren steeds beter. Op basis van deze Amsterdamse risicobeoordeling kademuren (ARK) en bruggen (ARB) kan steeds objectiever en accurater beoordeeld worden of een constructie nog even meekan of dat herstelwerkzaamheden nodig zijn. In deze rapportage en de themabijlage lees je meer over deze voortgang.

Vertaling Amsterdams Akkoord naar programma-aanpak Eind mei presenteerde het college het coalitie­ akkoord. De ambities en kaders hieruit zijn bepalend voor de richting van onze aanpak en het aantal projecten dat we de komende jaren uitvoeren. Het college benadrukt met het akkoord het belang om te blijven investeren in het behoud van de stad, de noodzaak om te standaardiseren en het geven van ruimte aan de uitvoering van projecten. Maar er is beperkte financiële ruimte, zowel voor de programmaorganisatie (het exploitatiebudget) als voor projecten (de investeringsruimte).

Wel geeft het akkoord voldoende aanknopings­ punten om te blijven ontwikkelen. Door de komende jaren in te blijven zetten op slimmer, seriematig werken en een lerende organisatie, beperken we het ontstaan van nieuwe achter­ stalligheid, en zorgt dit voor een stabiele basis om, zodra de financiën het weer toelaten, het achterstallig onderhoud weg te werken. Ook zien we kansen voor verbinding met Aanpak Noord en het verbreden van de PBK Academy, waarmee we maatschappelijke vraagstukken rond werk, participatie en educatie aanpakken. Deze aanpak is juist nu belangrijk, omdat we als stad voor de uitdaging staan om met minder middelen, slimmer en efficiënter onze ambities te bereiken. Tijdens de zomermaanden is hard doorgewerkt aan de vertaling naar een programma-aanpak voor de komende jaren, wat we noemen ‘Slimmer met minder’. In de bij deze voortgangsrapportage behorende raadsbrief vind je de hoofdlijn. Eind dit jaar komen we met een Actieplan en een uitvoerings- en kredietbesluit voor 2023. Ook werken we de programmering voor de komende jaren verder uit.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

2. Voortgang programmadoelen 4

Veilige en functionele bruggen en kademuren Inzicht in de staat van het areaal

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Kademuren De archief- en duikonderzoeken vorderen gestaag. Tot nu toe zijn van circa 90 kilometer kademuur de archieven uitgezocht en opgenomen in het digitale archief van de beheerder, het Amsterdams Inspectieportaal. Eind 2022 verwachten we circa 50 kilometer onderwateronderzoek van de 120 kilometer te onderzoeken kademuren op houten paalfunderingen af te ronden. Onlangs is een nieuwe onderzoeksmethodiek vastgesteld. Samen met partners van de Samen­ werkingsovereenkomsten Ingenieursdiensten (SOK ID) Arcadis, W+B en Antea, hebben we een standaardmethodiek ontwikkeld voor de kwalita­tieve beoordeling van kademuren: de Amsterdamse Risicobeoordeling Kademuren (ARK). De TU Delft, die vanaf het begin betrokken is als onafhankelijke partij om het proces te begeleiden en de systematiek te beoordelen, heeft onlangs de systematiek goedgekeurd. Het is voldoende robuust bevonden en resulteert in eenduidige uitkomsten bij het interpreteren van de data. De komende periode starten we met het toepassen van de kwalitatieve risicobeoordelingen op de

uitkomsten van 180 duikinspecties van kademuren. Hierbij maken we gebruik van de verzamelde archiefgegevens, zoals tekeningen en bestekken, inspectierapporten van de beheerder, digitale scans (multibeam surveys) van de grachtbodem en kade, deformatiemetingen uit monitoring en gegevens van onderwaterinspecties en houtmonsters uit het grote houten palenonderzoek. De uitvoering start na het zomerreces. Het streven is om eind 2022 150 rakken beoordeeld te hebben. Op basis van deze uitkomsten wordt de afweging gemaakt of herstel nodig is. Bruggen Het uitvoeren van de Object Risico Analyses (ORA) van de bruggen op basis van archiefonderzoek, inspecties en duikinspecties loopt volgens plan. Per 1 september staat de teller op 480 bruggen. We verwachten in het eerste kwartaal van 2023 voor alle 830 bruggen in het programma een risicobeoordeling te hebben. Bruggen waar vanuit deze risicobeoordeling meer inzicht over de constructieve staat nodig is, worden nader onderzocht, waarbij ook een herberekening wordt uitgevoerd. Tot nu toe is dit voor 64 bruggen gedaan. Afhankelijk van de behoefte van het programma en andere partners in de stad (zoals groot onderhoud V&OR) worden de komende periode meer bruggen onderzocht.

Op basis van het resultaat van de nadere onderzoeken kan een gefundeerde uitspraak gedaan worden over de restlevensduur van de brug, de noodzaak tot handhaven van veiligheidsmaatregelen, levensduurverlenging of het vernieuwen van de brug.

Bewaken, beperken en versterken Tot eind augustus is bij 97 kademuren en 32 brug­ gen een lastbeperking ingevoerd, en zijn bij 47 kade­­muren en 18 bruggen veiligheids­ constructies geplaatst. Daarnaast worden 23,8 kilometer kade­muren en 107 bruggen gemonitord, net als de panden langs 57 rakken. Hoewel het ook in het afgelopen half jaar nog nodig was om met spoed veiligheidsmaatregelen te treffen, zoals het afsluiten van de Postje van Gerrit Vreelingbrug (brug 351) bij Zunderdorp, en de Marie Thomas Tonnonbrug (brug 2484), blijft dit afnemen. Ook zijn de maatregelen in veel gevallen minder zwaar. Dit is het gevolg van de toenemende kennis over de staat van de bruggen en kademuren, én van het feit dat de slechtste bruggen en kades inmiddels zijn geïdentificeerd en veiliggesteld. Toch blijft de komende jaren een ambulant team nodig om eventuele calamiteiten op te vangen. Het team is daarnaast ook goed inzetbaar voor minder spoedeisend werk. De afname van het aantal veiligheidsconstructies biedt de kans om samen met aannemers de komende tijd extra in te zetten op alternatieve – minder ingrijpende – veiligheidsmaatregelen en levensduurverlenging. Bij succes zullen we hierin opschalen. Marie Thomas Tonnonbrug Bij een inspectie van de Marie Thomas Tonnonbrug zijn begin dit jaar scheuren in het beton aan­ getroffen, die wezen op een constructief probleem.

De brug was daarom, in afwachting van een versterkingsconstructie vanaf 7 februari afgesloten. Op 15 juli is de brug weer in gebruik

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

5

genomen, nadat die is versterkt met een speciale klemconstructie. Met de opening van de brug is de bereikbaarheid van de buurt hersteld. Ook het vaarverkeer maakte direct weer goed gebruik van de vaarweg naar het Twiske, die onder de brug door gaat. Booteigenaren konden de vaarweg tussen februari en juni niet gebruiken vanwege de veiligheid en de tijdelijke voetgangersbrug die de vaarweg stremde.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Waalseilandsgracht Bij de Waalseilandsgracht is 150 meter kade van de Binnenkant versterkt met damwanden. Vanwege de werkzaamheden moesten acht woonarken en hun bewoners tijdelijk verhuizen. De arken lagen een half jaar aan een tijdelijke steiger aan de over­ kant in de gracht. Begin april was het werk aan de kade klaar waren en de nieuwe ligplaatsen gereed, en konden de woonarken terug naar hun oude plek. Aangezien de damwandconstructie blijft staan tot de kade wordt vernieuwd, is met inbreng van buurtbewoners een ontwerp voor de afwerking van de constructie gemaakt. Op verzoek is de veiligheidsconstructie langs de kade zoveel mogelijk vergroend. Op de roosters en de veiligheidsconstructie staan 82 houten planten­ bakken. Het onderhoud van de planten ligt bij de gemeente, maar er is hulp van enkele bewoners die één of meer plantenbakken hebben geadopteerd. Versterken voor langere termijn: levensduurverlenging Ongeveer 50 meter kade van de Binnenkant moet nog worden versterkt, maar daar is te weinig ruimte om een damwandconstructie te plaatsen. De vaarweg zou te smal worden en voor de grote

woonschepen zou te weinig ruimte overblijven om in en uit te kunnen varen. Daarom zijn andere oplossingen bekeken, wederom met inbreng van bewoners. De keuze is gevallen op de methode met groutinjectiepalen, een versterkingsingreep die we eerder toepasten bij de Prinsengracht. Bij groutinjectiepalen wordt grout, een mengsel van water en cement, onder hoge druk in de grond geïnjecteerd. Het grout vermengt zich met de grond, waarna na verharding een cilindervormige paal ontstaat. Een aantal voordelen van deze

methode is onder meer dat er minimale ruimte nodig is op de kade, bomen gespaard kunnen blijven en verzakkings- en andere risico’s kleiner zijn. Ook is de methode trillingsvrij, geluidsarm en is het een langduriger en minder zichtbare oplossing dan een damwandconstructie. De huidige inschatting is dat de levensduur van de kade met deze methode verlengd kan worden met meer dan 50 jaar. Een nadeel is dat deze methode duurder is dan het plaatsen van een damwandconstructie.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

6

Overzicht veiligheidsmaatregelen via het dashboard Een compleet overzicht van de veiligheids­maat­ regelen is te vinden op het online dashboard. In het afgelopen half jaar zijn onder andere de herstelwerkzaamheden aan het Oosterdok/de Prins Hendrikkade, de veiligheidsconstructie aan de Keizersgracht ter hoogte van huisnummer 176-178, de afwerking en vergroening van de steigers aan de Kloveniersburgwal en het herstelwerk in de Riekerhaven opgeleverd.

Een functionerende stad tijdens de opgave Bezoekerscentrum Bruggen en Kademuren Op 12 mei 2022 is een bezoekerscentrum geopend door en met Amsterdamse VMBO-leerlingen aan de Achtergracht 20. Op deze plek is een permanente tentoonstelling ingericht over Amsterdamse bruggen en kademuren. Voor veel Amsterdammers blijft het verhaal van de slechte staat van bruggen en kademuren een onzichtbaar probleem. Op deze plek maken we dat zichtbaar en vertellen we meer over onze aanpak. Het centrum wordt ook gebruikt voor bewonersavonden en is twee dagen per week gereserveerd voor een educatief programma voor schoolklassen. Op woensdag- een vrijdagmiddag openen we de deuren voor publiek.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

In de zomer zijn vanuit het Bezoekerscentrum rondleidingen langs de projecten georganiseerd. De rondleidingen zijn goed bezocht en hoog­ gewaardeerd. Ook werden er vanuit het centrum verschillende activiteiten georganiseerd en was het dit jaar onderdeel van de Open Monumentendag. Bruggen en kademuren behoren immers ook tot het erfgoed van de stad. We promoten het bezoekerscentrum extra onder basis- en middelbare schoolleerlingen. Daarom verschijnt er een bijlage over bruggen en kade­ muren in de Kidsweek in september en is er in het bezoekers­centrum een escaperoom ontwikkeld. Scholen hebben ook de beschikking over een digibordles over bruggen en kademuren. Dit geldt ook voor scholen die geen abonnement op Kidsweek hebben.

Verhalenplatform Omdat we bij veel projecten merken hoe belang­ rijk het is om de stad bij onze opgave te blijven betrekken, werken we aan een online verhalen­ platform. Op deze plek delen we verhalen van het werk aan bruggen en kademuren en bieden we de gelegenheid het gesprek met ons (en elkaar) aan te gaan. Naar verwachting wordt het platform januari 2023 gelanceerd.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Realiseerbare programmering

7

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Vernieuwing kademuren In het voorjaar zijn de 20 kademuurprojecten, waar door uitvoeringsteams aan wordt gewerkt, kritisch tegen het licht gehouden. Enerzijds vanwege de beperkte beschikbare capaciteit en anderzijds, omdat bij een aantal projecten beperkte voortgang was geboekt. Van 6 projecten is geconstateerd dat hier nog onopgeloste vraagstukken liggen die beter door een voorbereidingsteam kunnen worden opgepakt. Bij deze projecten spelen ingewikkelde kwesties, zoals kademuren in privaat eigendom of de aanwezigheid van monumentale bomen, die eerst moeten worden opgelost voordat de voorbereiding van de uitvoering kan worden voortgezet. Dat betekent dat er momenteel 14 projecten in de fase van voorbereiding uit­ voering of in uitvoering zijn. Drie projecten zijn al enige tijd in uitvoering. De 130 meter kademuur bij de Recht Boomssloot is in 2021 opgeleverd. Hier wordt nog aan het maaiveld gewerkt. Ook bij Molen De Otter is de 50 meter kade klaar en wordt nog gewerkt aan de afwerking. Beide projecten ronden we na de zomer af. Aan de Herengracht ter hoogte van huisnummers 1 t/m 103 wordt gewerkt aan de vernieuwing van 278 meter kade. In de themabijlage lees je meer over de methoden die bij dit project worden ingezet om sneller te werken.

Net voor de zomer zijn we gestart met de ver­ nieuwing van de kade aan de Nieuwe Heren­gracht (tussen Rapenburg en de Latjesbrug - 138 meter) en de Jacob Catskade (t.h.v. huisnummers 2-88,

302 meter). Verder worden deze zomer overeen­ komsten gesloten voor de De Ruijterkade Oost (start september 2022) en de drie projecten voor het Innovatiepartnerschap Kademuren (IPK). Aannemerscombinatie Gkracht neemt eind september het rak Singel 280-342 in uitvoering. Aannemerscombinatie Kade 2.020 neemt in oktober het rak Lijnbaansgracht 157-182 in uitvoering. Aannemerscombinatie Koningsgracht neemt het rak Brouwersgracht 101A-137 naar verwachting in november in uitvoering. In dit traject zijn markt­

partijen uitgedaagd om voorstellen te doen waarbij de hinder en de uitvoeringstijd fors worden beperkt. Het afgelopen jaar zijn de ontwerpen gemaakt en voorbereidingen getroffen. Met deze projecten brengen de drie partijen hun innovatie in praktijk. Op de website van de gemeente en in eerdere voortgangsrapportages lees je hier meer over. Vijf andere projecten, Prinsengracht, Kostverloren­ vaart, Leidsekade, Geldersekade en Houtmankade,

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

andere door kritisch te kijken naar eisen die wij als opdrachtgever stellen. Tegelijkertijd moet de programmering aansluiten bij de beschikbare investeringsruimte. Eind van dit jaar komt het college met een nieuwe programmering en een actie­plan, waarin de aanpak en organisatie van de opgave scherper is uitgewerkt.

8

Vernieuwing bruggen

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Walter Süskindbrug De Walter Süskindbrug op de hoek van de Amstel en de Nieuwe Herengracht is dit voorjaar in slechts tweeëneenhalve maand vernieuwd. Het val – het bewegende deel van het brugdek – en de bovenbouw van de brug zijn in februari gede­ monteerd. De nieuwe brug heeft een prefab gebouwd stalen skelet, ingepakt met hout. De brug heeft hetzelfde uiterlijk behouden, maar is beter bedienbaar, voldoet aan de huidige normen en hoeft niet over 50 jaar weer volledig vervangen te worden. Het vervangen van de houten buitenkant volstaat dan. Op 26 april is de brug feestelijk in gebruik genomen. zijn momenteel nog in voorbereiding. Naar verwachting gaan deze projecten in het 1e en 2e kwartaal van 2023 in uitvoering. Werkvoorraad Hoewel het programma hiermee meer kademuren dan ooit vernieuwt en een nieuwe reeks projecten binnen het programma momenteel wordt voor­ bereid, blijkt het in de praktijk lastig om de aan­ nemers van de Samenwerkingsovereenkomst te voorzien van een continue, en bij voorkeur groeiende, stroom werk. Onder andere zaken

als de aanwezigheid van monumentale bomen, woonboten en eisen rondom bereikbaarheid en doorvaarbaarheid maken dat de voorbereiding van projecten vaak complex is. Daarnaast zijn de marktontwikkelingen (stijgende inkoopprijzen en personeelstekorten) een aandachtspunt. Dit zijn terugkerende onderwerpen van gesprek met onze SOK-partners. Samen met hen zijn en worden verschillende acties uitgevoerd om dit te verbeteren. Met de marktpartijen kijken we waar kosten bespaard kunnen worden, onder

Berlagecomplex Het Berlagecomplex aan de Amstel is een rijks­ monument en dateert uit 1932. Onderdeel van het complex zijn de Berlagebrug, de Schollenbrug met aansluitende kademuren, botenloodsen, jachthaven en brugwachtershuisje. Delen van het complex moeten worden gerenoveerd en/of vernieuwd. In afstemming met Stadsregie is een volledige afsluiting van de Berlagebrug gepland in de periode vanaf 24 juli 2023 en moet de brug uiterlijk 10 november 2023 weer beschikbaar zijn.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

9

In de zomer van 2023 wordt gestart met een aantal ingrijpende werkzaamheden waaronder de vervan­ ging van het stalen val van de Berlagebrug en het bewegingswerk. Door de besturing en software te vernieuwen is het in de toekomst mogelijk om deze brug te bedienen via de Centrale Object Bediening. De monumentale onderdelen, waaronder metselwerk, smeedwerk en natuursteen, worden gerenoveerd en waar nodig vernieuwd. Omdat we de route over de brug tijdelijk voor tram- en autoverkeer afslui­ ten, kan het GVB gelijktijdig de tramsporen en de boven­leidingen vernieuwen. Door deze werkzaam­ heden allemaal rond de zomer van 2023 uit te voe­ ren, beperken we de totale overlast voor de buurt.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Bullebak (brug 149) De monumentale Bullebak wordt in zijn geheel vernieuwd. In augustus 2020 zijn de werkzaam­ heden gestart. Na de bouw van de hulpbrug (voor fietsers, voetgangers en de brandweer), de sloop van de oude brug, het bouwen van de kuip en het omleggen van de kabels en leidingen, is dit jaar de opbouw van de nieuwe brug gestart. Deze zomer zijn de brugkelders opgebouwd. De nieuwe kelders zijn van beton, zodat ze weer ruim 100 jaar meekunnen en minder geluidsoverlast geven voor omwonenden. De komende maanden wordt de brug in fasen verder opgebouwd en in gebruik genomen. Fietsers en voetgangers mogen vanaf januari 2023 weer over de nieuwe brug en het overige verkeer vanaf juni 2023, nadat ook het straatwerk en het kabel- en leidingwerk is afgerond. Bijdrage aan projecten buiten PBK Naast de projecten die het programma zelf uitvoert, dragen we ook financieel bij aan het herstel van

Educatie Deze bruggen zetten we, gezien de bijzondere plek, techniek en historie, in voor educatieve projecten. Zo hebben we Amsterdamse VMBO-t leerlingen gevraagd oplossingen te bedenken voor vraagstukken gerelateerd aan de Berlagebrug. Door leerlingen aan een echte opdracht te laten werken inclusief een excursie ter plaatse hopen we scholieren te enthousiasmeren voor de bouw en techniek. Ook de Walter Süskindbrug is onderdeel geweest van een excursie aan VMBO leerlingen, daarnaast starten we samen met de Techcampus Amsterdam een Onderwijsproject voor VMBO-t leerlingen genaamd ‘Toekomst gericht Bouwen’.

bruggen en kademuren die door projectteams buiten PBK worden uitgevoerd, vaak als onderdeel van een groter herinrichtingsproject. Naast bij­ dragen voor de vernieuwing van bruggen binnen de Oranje Loper (dat zijn eigen rapportagecyclus kent), gaat het onder meer om een bijdrage voor de hefbrug Kikkerbilsluis die in januari 2022 is opgeleverd en de vernieuwing van de kademuren van de Da Costakade. Da Costakade In 2017 is stadsdeel West gestart om de openbare ruimte aan de Da Costakade opnieuw in te richten. Kort daarna is een deel van een kademuur ingestort, waarna alle kademuren van de Da Costakade zijn onderzocht. Hieruit is gebleken dat de kades aan vervanging toe zijn, en is besloten om alle kademuren van de Da Costakade met aansluitende

delen van de Jacob van Lennepkade en de Hugo de Grootkade te herstellen. Op 30 juni 2020 is door het college een principebesluit genomen voor de vernieuwing van de ruim 1.600 meter kademuren en de aanliggende openbare ruimte (van gevel tot kade). Bomen Het project bevindt zich op dit moment in de fase van een voorontwerp, om de verschillende mogelijke bouwmethodes voor het vervangen van de kademuren in beeld te brengen. In het projectgebied staan 21 monumentale bomen. Er wordt onderzoek gedaan naar een alternatieve bouwmethode, waarmee mogelijk 13 van deze bomen kunnen worden behouden. Het ontwerp met boombehoud resulteert in extra kosten, maar vooral ook extra voorbereidingstijd, omdat er nog geen beproefde methode is om dit uit te voeren. Omdat het toepassen van een niet beproefde methode risico’s met zich meebrengt, wordt onder­ zocht of een pilot kan worden uitgevoerd om de haalbaarheid van de oplossing aan te tonen. De pilot kan in dat geval versneld (separaat) worden voorbereid, terwijl het project het reguliere proces doorloopt. Woonboten Een andere uitdaging binnen dit project is de hoeveelheid woonboten. Langs de 1,6 kilometer kade liggen ruim 73 woonboten (waarvan 2 gezonken), die gedurende de werkzaamheden verplaatst moeten worden. Een deel van de woon­ boten past niet meer onder de bruggen door.

Daarom wordt bij het verplaatsen van de woon­ boten (deels) gebruik gemaakt van een nog te

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

10

ontwikkelen zinkdok. Hier worden de woonboten in gevaren om ze vervolgens iets te verlagen waardoor ze onder de bruggen doorkunnen. Voor het verplaatsen van de woonboten worden 26 wisselplekken ingericht op 7 wissellocaties in Stadsdeel West. Voor elke woonboot wordt een verplaatsingsovereenkomst opgesteld, waarbij we gebruikmaken van de protocollen die samen met woonboot-verenigingen zijn opgesteld en op 1 maart 2022 door het college zijn vastgesteld.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Voor het project (inclusief het inrichten van de wissellocaties en het verplaatsen van de woon­ boten) is een grote hoeveelheid (omgevings-, ligplaats- en kap-) vergunningen nodig, waarbij rekening moet worden gehouden met bezwaar- en beroepsprocedures. De uitvoeringsfasering wordt momenteel op hoofdlijnen uitgewerkt, waarna we een globale planning vaststellen. In het Definitief Ontwerp wordt deze planning nader uitgewerkt. Na vaststelling van het Voorlopig Ontwerp van de kademuren worden ook bewonersbijeenkomsten georganiseerd over de inrichting van de openbare ruimte.

Optimaliseren en innoveren Living labs en Proeftuinen In 2021 zijn de eerste proeftuinen in uitvoering gegaan voor levensduurverlenging, toetsing, monitoring en sensoring, en vernieuwing. Dit jaar zijn daar weer een aantal proeftuinen bijgekomen en afgerond.

Proeftuin Amstelkwartier Om te beantwoorden hoeveel gewicht een Amsterdamse kade daadwerkelijk aankan, is een proefbelasting uitgevoerd op een kademuur in het Amstelkwartier. In september 2021 begonnen de eerste activiteiten voor de proefbelasting. Na voorbereidende werkzaamheden was de eerst uitgevoerde proef op 21 februari een feit. De proeven zijn bedacht en uitgewerkt vanuit het AMS Institute. Tijdens de proef zijn ook innovatieve meettechnieken getest, die de deformaties tijdens

de proef konden volgen. Inmiddels wordt de meetdata samen met collega’s van AMS/TU Delft geanalyseerd. Met deze opgehaalde data wordt een verbeterde rekenmethode ontwikkeld om de kademuren in de binnenstad te kunnen toetsen op veiligheid en de restlevensduur te bepalen. Naar verwachting duurt het proces om tot deze rekenmethode te komen nog zo’n 1 tot 1,5 jaar. Deze proefbelasting was de derde in een serie van praktijkproeven met houten paalfunderingen.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

11

Eerdere belastingproeven met houten palen vonden plaats in 2019 en 2020 in het Amstelkwartier 2e fase en in 2020 onder brug 30 en brug 41 in de Vijzelstraat, waar de oude funderingspalen tot bezwijken werden gebracht. Ook de proeftuinen Honingbeer (een nieuwe techniek om een kade te versterken) en Verdichtingsproef zijn uitgevoerd en worden nu geanalyseerd en geëvalueerd. De proeftuin Grondradar gaat binnenkort van start.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Levensduurverlengende maatregelen Onder levensduurverlengende maatregelen worden ingrepen verstaan die minimaal 30 jaar levensduur toevoegen aan een constructie, voordat vernieuwing of grootschalige renovatie noodzakelijk wordt. We zoeken naar maatregelen waarbij de functie van de constructie behouden blijft, dus waar we terugleggen wat er lag. Daarnaast is het uitgangspunt dat de cultuurhistorische waarde behouden blijft; de oplossing moet niet zichtbaar zijn en de werkzaamheden moeten binnen een tijdsbestek van circa 3 maanden na het besluit uitgevoerd kunnen worden. Levensduurverlengende maatregelen zijn al op meerdere plekken in de stad uitgevoerd, waar de constructieve staat van een brug of kade geen acuut veiligheidsrisico vormt, maar er tegelijkertijd wordt vastgesteld dat er niet gewacht kan worden op het in de programmering opgenomen moment van vernieuwing. Levensduurverlengende maatregelen zijn op de korte termijn goedkoper dan sloop/

nieuwbouw, en vormen een duurzamere (minder materiaalgebruik en langere levensduur) en minder in het oog springende oplossing dan het plaatsen van damwanden. Ook zijn dergelijke maatregelen minder ingrijpend voor de bereikbaarheid van de stad dan het afsluiten of beperken van constructies voor (bepaalde soorten) verkeer. Zowel vanwege de slechtere financiële situatie, als vanwege de kansen om de opgave hiermee over de tijd te spreiden, zetten we de komende jaren nog meer in op levensduurverlengende maatregelen. Tegelijkertijd blijven we werken aan seriematig herstel. Hiermee proberen we, ondanks de druk op financiële midde­ len, het oplopen van het achterstallig onder­houd zoveel mogelijk te beperken, en zodra de financiën het weer toelaten versneld de achterstand weer in te lopen. In de themabijlage lees je hier meer over. PBK Academy Om de fysieke opgave van de stad te kunnen realiseren hebben we de volgende generatie hard nodig. De interesse in de bouw- en technische sector neemt nog altijd af bij de jeugd. Hierdoor is er minder instroom in technische opleidingen en is de uitstroom onvoldoende om aan de huidige en toekomstige arbeidsvraag te voldoen. De inves­ teringsagenda van PBK kijkt 20 jaar vooruit. Dat maakt dat het loont om te investeren in leren, stages en begeleiding.

Samen met directie Economische Zaken, Onderwijs, Werk Participatie en Inkomen, Programma Duurzame Stad, Duurzame Banen, marktpartijen en kennisinstellingen werken we

aan de opgave om zowel jongeren – van basis tot middelbaar beroepsonderwijs – als zij-instromers te enthousiasmeren voor een opleiding en beroep in deze sectoren. Verschillende partners in het sociaal domein zijn hier al mee bezig. Daarom onderzoeken we samen waar de kansen liggen, waar overlap is en waar we elkaar kunnen versterken. Bijvoorbeeld met het aanbieden van stages, gastcolleges, excur­ sies, praktijkmiddagen en het ontwikkelen van oriëntatie­programma’s door opdrachtnemers en eigen organisatie. Amsterdam Light Festival Afgelopen periode heeft de meerjarige samen­ werking met het Amsterdam Light Festival (ALF) meer vorm gekregen. Voor een van de circa 25 kunstwerken wordt er samengewerkt met boven­­bouwleerlingen van het primair onderwijs (PO) uit heel Amsterdam. In de educatieprojecten ontwikkelen de leerlingen creatieve en technische vaardigheden door zelf kunst te maken die te zien is in het officiële festival. Een ander initiatief om jongeren te enthousiasmeren voor een opleiding en baan in de techniek is een pilot met workshops over bruggen en kademuren voor basisscholen. Vanuit de PBK Academy is een programma opgesteld voor Amsterdamse basis­ scholen waarin we 4 workshops aanbieden. De PBK Academy wordt hierin ondersteund door een kennismakelaar die werkt in opdracht van directie Onderwijs en Economische Zaken.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

3. Sturing en beheersing 12

Met het nieuwe coalitieakkoord ‘Amsterdams Akkoord’ (2023 t/m 2026) zijn er structurele middelen voor het programma vrijgespeeld. Binnen het programma zijn de middelen onder te verdelen naar programmakosten (exploitatie) en investeringen (vernieuwingsopgaven). Het exploitatiebudget voor 2022 bedraagt € 65,4 miljoen. De middelen zijn bestemd voor uitgaven voor onder meer de veiligheidsmaatregelen, onderzoeken, monitoring, handhaving en omgevingsmanagement. Deze middelen worden gedekt uit de reserve Achterstallig Onderhoud.

Vanaf 2023 is structureel € 25 miljoen beschikbaar gesteld voor de programmakosten. Dit is minder dan het programma de afgelopen jaren heeft besteed (jaarlijks circa € 60 miljoen). Zoals we ook in eerdere Voortgangsrapportages hebben aangegeven, is het streven dat de benodigde middelen voor de ‘brandweerorganisatie’ vanaf 2023 afgebouwd worden. De beoogde afbouw is nu sneller en omvangrijker dan voorzien (afbouw naar € 45 miljoen per jaar). De afbouw is deels mogelijk omdat de benodigde onderzoeken naar de technische staat van bruggen en kademuren eind 2022 grotendeels zullen zijn afgerond. Dit is exclusief de duikonderzoeken naar de status van kademuren. We voorzien dat het benodigde budget voor de programmakosten nog naar € 30 miljoen

zal moeten worden opgehoogd, om de komende jaren op een verantwoorde manier door te gaan. Hiervoor hielden we rekening met de in de Begroting 2022 voor het jaar 2023 € 12 miljoen inciden­teel beschikbaar gestelde middelen. Om tot een sluitend bestedingsvoorstel voor het Stedelijk Mobiliteitsfonds te komen, wordt bij de Begroting 2023 voorgesteld het bedrag bij te stellen tot € 4,5 miljoen. Naast de €8 miljoen onderuitputting van 2022 moet er voor 2025 en 2026 nog €7,5 miljoen beschikbaar gesteld worden om ook voor die jaren uit te komen op €30 miljoen. De vernieuwingsopgaven betreffen de investeringen die we doen om de bruggen en kademuren te herstellen. Daarnaast leveren we een financiële

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

(Bedragen in miljoenen)

Portefeuille

Begroting 2022

Realisatie 2022

Prognose 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1: Directie

2,9

0,9

2,7

–

–

–

–

2: Omgeving

4,1

1,7

3,7

–

–

–

–

3: Sturing en Beheersing

11,5

5,3

9,2

–

–

–

–

4: Veiligheid, Kennis en Advies wv. Preventie & Interventie

38,8 13,4

13,2 5,0

35,1 12,4

– –

– –

– –

– –

5: Programmering, Markt en Versnelling

7,8

2,8

6,4

–

–

–

–

6: Vernieuwsopgave

0,3

0,3

0,3

–

–

–

–

Totaal

65,4

24,4

57,4

30,0

30,0

27,5

25,0

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

13

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

bijdrage voor herstelwerkzaamheden aan bruggen en kademuren die buiten het programma worden uitgevoerd, zoals de Oranje Loper. De investeringen worden grotendeels gedekt vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds, waarin het college in 2019 € 300 miljoen en bij de Begroting 2022 aanvullend € 126,5 miljoen (waarvan € 85,0 miljoen voor de bruggen van de Oranje loper) voor bruggen en kademuren heeft gereserveerd. Op basis van de beschikbare middelen van het nieuwe coalitieakkoord en de Begroting 2023 wordt de programmering aange­ past. We houden daarbij rekening met een te inves­teren bedrag van € 83 miljoen per jaar, waar we eerder uitgingen van € 150 miljoen per jaar. De € 83 miljoen is het bedrag dat we (gemiddeld) minimaal per jaar nodig hebben. Zowel voor reeds aangegane verplichtingen van lopende projecten en om te kunnen blijven inzetten op slimmer, seriematig werken en een lerende organisatie. Als de beschikbare middelen voor investeringen onder dit bedrag uitkomen, dan komt de stabiele basis in gevaar om in de toekomst het achterstallig onderhoud in te lopen, en zal het niet lukken de toename van het achterstallig onderhoud zoveel mogelijk te beperken.

Programmakosten (exploitatie) De raad heeft in de vorige coalitieperiode voor het programma € 206 miljoen beschikbaar gesteld, waarvan nog € 65,4 miljoen resteert voor het jaar 2022. In onderstaande tabel is het budget onderverdeeld in de verschillende portefeuilles binnen het programma. Op basis van de uitputting van het eerste half jaar wordt

de prognose bijgesteld. De effecten hiervan worden meegenomen in de Najaarsnota 2022 van de gemeente Amsterdam. De middelen van het programma verlopen via de reserve Achterstallig Onderhoud. De lagere prognose voor 2022 zorgt daarom voor een lagere onttrekking aan de reserve, waardoor een deel van deze incidentele middelen beschikbaar blijven voor het programma in komende jaren. In het eerste half jaar bedragen de totale uitgaven € 24,4 miljoen, een uitputting van 37% van het jaarbudget 2022. De uitgaven zijn exclusief reeds aangegane verplichtingen en facturen die nog onderweg zijn. Op basis van budgethouder­ gesprekken is halverwege het jaar een prognose gemaakt van de verwachte uitgaven voor 2022 die uitkomt op € 57,4 miljoen. De afwijking van de uitgaven ten opzichte van het jaarbudget en de prognose voor 2021 worden hieronder verder toegelicht. Uitgaven 2022 De realisatie van € 24,4 miljoen halverwege het jaar, blijft ongeveer € 8 miljoen achter op het (half) jaarbudget van 2022 van € 32,7 miljoen (jaarbudget van € 65,4 miljoen). Dit komt vooral door: • Lagere lasten van € 2,6 miljoen voor onderzoeken in het kader van toetsen constructieve veiligheid van bruggen en kademuren. De kosten zijn vooral lager doordat een groot deel van de werkzaamheden pas in het tweede half jaar plaatsvinden.

Daarnaast is de (externe) capaciteit voor de duikonderzoeken bij kademuren beperkt en is de verwachting dat die kosten lager uitvallen dan vooraf is begroot.

• Lagere lasten van € 1,7 miljoen voor preventie en interventiemaatregelen doordat een groot deel van de uitvoeringskosten pas in het tweede half jaar volgt. Het blijft lastig om vooraf te plannen welke preventie en interventiemaatregelen gedurende het jaar nodig zijn. • Lagere lasten van € 1,0 miljoen voor program­ mering, markt en versnelling, vooral doordat de verwachte inzet van ingenieurs­diensten uitblijft. • Lagere lasten van € 1,0 miljoen voor innovaties en ontwikkelingen. Dit komt vooral doordat de verwachte uitgaven voor living labs en proef­ tuinen wel al zijn verplicht (en gestart), maar pas in de tweede helft van het jaar worden gefactureerd. • Lagere lasten van € 1,7 miljoen voor diverse onderdelen binnen het programma, zoals monitoring, besluit veiligheid, programma­ beheersing, directie, communicatie en strate­ gisch omgevingsmanagement. De kosten vallen om uiteenlopende redenen lager uit, van bijvoorbeeld het niet kunnen invullen van vacatures tot het maar één keer in rekening krijgen van bepaalde kosten. Prognose 2022 Op basis van de analyse van de resultaten van het eerste halfjaar en de verwachtingen voor het tweede half jaar is de prognose bijgesteld. We verwachten dat de uitgaven dit jaar uit komen op € 57,4 miljoen, ongeveer € 8,0 miljoen lager dan de huidige begroting.

De prognose is vooral lager door: • Minder uitgaven van € 2,3 miljoen voor sturing en beheersing, inclusief bouwen met informatie. Dit komt vooral doordat er minder personeel

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

14

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

beschikbaar is en mede daardoor onze applica­ ties minder doorontwikkelen (circa € 1,3 miljoen). Daarnaast hebben we een lagere personele inzet dan verwacht, mede vanwege vacatures, voor de verschillende projectbeheersingsaspecten (totaal € 1,0 miljoen). • Minder uitgaven voor onderzoeken van onge­ veer € 1,4 miljoen in het kader van toetsen constructieve veiligheid van bruggen. We verwachten dat onder meer de duikonderzoeken dit jaar niet worden afgerond. Mede daardoor zijn de kosten in het eerste half jaar ook lager uitgevallen. • Minder uitgaven voor preventie en interventie­ maatregelen van € 1,0 miljoen. Dit komt vooral doordat er minder maatregelen nodig zijn, dan vooraf werd ingeschat. • Minder uitgaven voor besluit veiligheid van € 0,8 miljoen, doordat er aanzienlijk minder lastbeperkende activiteiten uitgevoerd hoeven te worden, vanwege een sterke afname in de werkvoorraad. • Minder uitgave voor programmering, markt en versnelling van € 0,8 miljoen, omdat we verwachten dat de lagere inzet van ingenieurs­ diensten niet meer zal worden ingelopen. • Minder uitgaven van € 1,7 miljoen voor diverse onderdelen binnen het programma zoals, innovatie en ontwikkeling, procesontwikkeling, communicatie, programmering en directie. Om uiteenlopende redenen verwachten we dat de kosten lager zullen uitvallen dan vooraf begroot.

De prognose gebruiken we om de begroting in de Najaarsnota 2022 bij te stellen, inclusief bijbehorende reservemutatie. Hierbij worden

zowel de kosten als de onttrekking aan de reserve Achterstallig Onderhoud verlaagd, waardoor dit geen effect heeft op het saldo van de gemeente. De middelen blijven in de reserve beschikbaar voor toekomstige kosten van het programma. Op basis van het coalitieakkoord voor 2023-2026 is het programma bezig om invulling te geven aan de beoogde afbouw naar circa € 30 miljoen per jaar. Rekening houdend met de structureel vanuit het coalitieakkoord per jaar beschikbaar gestelde middelen (€ 25 miljoen per jaar), de incidenteel voor 2023 beschikbare middelen (€ 4,5 miljoen) en de onderbesteding 2022 (€ 8 miljoen), resulteert momenteel een tekort van € 7,5 miljoen voor 2023-2026. Dit knelpunt zal worden betrokken bij de Voorjaarsnota 2023.

Investeringen Het programma Bruggen en Kademuren had de opdracht binnen enkele jaren een uitvoerings­ organisatie op te bouwen die ten minste de ver­ nieuwing van acht bruggen en twee kilo­meter kademuren per jaar aan kan. De raad heeft in de vorige coalitieperiode circa € 450 miljoen beschik­ baar gesteld, waarvan in 2022 voor € 46 miljoen aan kredieten is toegekend. Het programmakrediet is voor zowel voorbereidings­kredieten voor alleen het jaar 2022, als voor uitvoeringskredieten voor pro­ jecten die al in uitvoering gaan en een meerjarige financiering behoeven. Het nieuwe coalitieakkoord heeft ook invloed op onze investeringen. Op basis van de beschikbare

middelen wordt een nieuwe programmering opgesteld waarin we het streven van de ver­ nieuwing van acht bruggen en twee kilometer kademuren per jaar naar beneden bijstellen. In onderstaand overzicht zijn de verwachte (begrote) investeringsuitgaven opgenomen en voor 2022 afgezet tegen de gerealiseerde kosten van 2022, voor zover deze nu bekend zijn. De nadere invulling voor de meerjarige investeringen volgt op basis van de nieuwe programmering, die de komende maanden wordt uitgewerkt, en eind 2022 zal worden aangeboden. In de regel ‘overige’ is ook de kredietruimte opgenomen voor projecten die nog in voorbereiding zijn en op basis van een aangepaste programmering worden toegewezen aan de verschillende kademuren en bruggen. Uitgaven 2022 De totale investeringen van € 36,4 miljoen halver­ wege het jaar blijven achter op de begroting van € 122,2 miljoen (totaal 2022). Dit komt zowel doordat er minder is uitgegeven binnen de brugen kadeprojecten van het programma zelf, als door lagere bijdragen en daardoor achterblijvende uitgaven voor brug- en kadeprojecten die buiten het programma worden uitgevoerd (onder andere de bruggen van de Oranje Loper en Da Costakade). Op basis van een analyse is de prognose voor 2022 naar beneden bijgesteld met € 18 miljoen, vooral voor de bruggen (€ 7,9 miljoen) en kademuren (€ 7,8 miljoen). Hieronder volgt een nadere toelichting.

Bruggen De totale uitgaven van de vernieuwing bruggen van € 5,2 miljoen is lager dan begroot. Dit is een

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Vernieuwingsopgave (investeringen)

15

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Begroting 2022

Realisatie 2022

Prognose 2022

Prognose 2023

Prognose 2024

Prognose 2025

Prognose 2026

Bruggen

24,3

5,0

16,3

11,7

5,3

0,1

–

Kademuren

51,9

17,0

44,1

45,0

29,2

–

–

Bijdrageprojecten bruggen (exclusief Oranje Loper)

4,6

0,2

2,9

1,0

1,0

–

–

Bijdragenprojecten kademuren

12,2

2,6

12,2

7,2

2,8

2,7

–

Overige

1,3

0

0,9

26,8

44,7

80,2

83,0

Totaal exclusief Oranje Loper

94,3

25,0

76,4

91,7

83,0

83,0

83,0

Bijdrage bruggen Oranje Loper

27,9

11,4

27,9

46,4

51,5

32,7

–

Totaal inclusief Oranje Loper

122,2

36,4

104,3

138,1

134,5

115,7

83,0

van de aanleidingen dat de prognose voor 2022 naar € 16,3 miljoen wordt bijgesteld. De uitgaven voor een aantal lopende projecten, zoals de Walter Süskindbrug, de Bullebakbrug en de Berlagebrug zijn lager dan begroot (circa € 4 miljoen), maar de verwachting is dat de uitvoeringskosten voor de Berlagebrug en de Bullebakbrug in de tweede helft van het jaar hoger uitvallen. Daarnaast is de Walter Süskindbrug op 18 april 2022 opgeleverd en zijn de kosten € 1,9 miljoen lager uitgevallen door een voordelig aanbestedingsresultaat.

Kademuren De totale prognose van de vernieuwing kademuren wordt naar beneden bijgesteld naar € 44,1 miljoen. Dit is € 7,8 miljoen lager dan het aangevraagde budget 2022 (€ 51,9 miljoen). De verwachte uitgaven schuiven voor een deel door naar volgend jaar. Daarnaast verwachten we het tweede half jaar hogere kosten, doordat voor een aantal projecten de opdracht in het tweede kwartaal is verstrekt en de uitvoering in de komende maanden zal starten. Dit geldt onder meer voor de kadeprojecten Nieuwe Herengracht, Lijnbaansgracht, Jacob Catskade, Singel en de De Ruijterkade.

De uitgaven voor de voorbereiding van de 18 bruggen, die in 2025/2026 zouden worden vervangen, liggen lager dan begroot (circa € 2 miljoen). Dit komt vooral doordat de conditione­ rings­fase voor deze bruggen vertraging op heeft gelopen. Op basis van het nieuwe coalitieakkoord heroverwegen we in hoeverre deze 18 bruggen geprogrammeerd blijven.

We merken dat de prijzen voor kademuurherstel hoger uitvallen dan vooraf geraamd. Dit komt onder meer door de prijsstijgingen op materialen, maar ook door andere inzichten in de verwachte inzet vanuit onze SOK-partners. Door onderhandelingen over vooral de prijs uit contracten starten de projecten pas later dan vooraf was ingeschat.

Daarnaast blijven de aanwezigheid van monumen­ tale bomen en woonboten zorgen voor vertraging in onze programmering. We zijn in over­leg met onze SOK-partners om te onderzoeken op welke manieren we de kostprijs per strekkende meter kademuur kunnen verlagen. Bijdrageprojecten Het programma levert een bijdrage aan ruim 10 brug- en kademuur projecten, die worden uitge­ voerd door projectteams buiten ons programma. De uitgaven van de bijdrageprojecten van € 14,3 miljoen (inclusief de Oranje Loper) zijn lager dan begroot (totaal € 44,7 miljoen). Deze kosten verschuiven deels naar de toekomst. Daarnaast is de prognose met € 1,7 miljoen naar beneden bijgesteld naar € 43,0 miljoen. De uitgaven zijn vooral relatief lager voor de bijdrage aan de bruggen van de Oranje Loper (circa € 2,6 miljoen lager op half jaar basis). Het is nog wat vroeg om definitief te zeggen of de kosten

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

16

hoger of lager zullen uitvallen. De verwachting is dat de kosten in het tweede half jaar wel hoger zijn, vooral omdat er een aantal grotere verplichtingen zijn aangegaan voor het functievrij maken van het maaiveld, voor de start van brug 108 en voor de hulpbruggen. Daarnaast zijn de uitgaven voor het project de Da Costakade relatief laag in het eerste half jaar (circa € 1,6 miljoen lager). In de tweede helft van dit jaar volgen activiteiten voor een geotechnisch onderzoek, een proefsleuvenonderzoek en het voorsteken van de bomen en start de fase van het opstellen van het definitief ontwerp, waardoor de prognose voor 2022 ongewijzigd blijft.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Andere bijdrageprojecten waarvan de kosten in het eerste half jaar lager uitvallen betreffen de Kikkerbilsluis, de Bullebaksluis en de Entree. Meerjarige prognose investeringen (2023-2026) In de tabel is het meerjarige investeringenbeeld naar beneden bijgesteld. Op basis van de beschik­ bare middelen voor investeringen (vanuit het coalitieakkoord) wordt de programmering van het herstellen van bruggen en kademuren aangepast op basis van een nieuwe prioritering. De middelen voor het programma zijn jaarlijks circa € 83 miljoen. In de eerste jaren is een (groot) deel hiervan al in­ gezet voor projecten die inmiddels in uitvoering zijn (en meerjarig doorlopen). In de tabel is zicht­baar welk deel dan nog, op basis van een nieuwe prio­ ritering, verdeeld zal moeten worden (in de regel overige). Overigens is de € 83 miljoen exclusief de middelen die eerder zijn toegekend voor (de bijdrage aan) de bruggen van de Oranje Loper.

Op basis van de nieuwe programmering gaan we ook de benodigde personele capaciteit voor het programma bijstellen. Doordat er minder middelen beschikbaar zijn, en daardoor minder projecten kunnen worden uitgevoerd, verwachten we dat de capaciteit voor deze projecten volledig op sterkte zal zijn. Andere aandachtspunten die voor vertraging van onze programmering kunnen leiden, blijven het verplaatsen van woonboten en de aanwezigheid van monumentale bomen.

Waternet om tot gemeenschappelijk gedragen oplossingen te komen. Inmiddels is besloten gezamenlijk een waterplan op te stellen.

Periodiek worden de risico’s en beheersmaatregelen herijkt aan de hand van risicosessies op programma-, taakveld- en projectniveau. Op basis daarvan zijn vijf toprisico’s gedefinieerd, die een negatieve impact kunnen hebben op het behalen van de programmadoelstellingen.

Risico: Er is niet voldoende en geschikte capaciteit beschikbaar Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en een vacaturestop bij het Ingenieursbureau, is er onvol­ doende geschikt personeel beschikbaar om invul­ling te geven aan de benodigde vacatures. Ook wordt er onvoldoende geanticipeerd op het vertrek van personeel. Dit zet druk op het behalen van planningen, op de beoogde kwaliteit en leidt tot overbelasting van werknemers, met uitval tot gevolg. De urgentie van de opgave en de personele bezetting dienen aan te sluiten op elkaar. Daarnaast moet het PBK gebruik maken van de goede naam bij werving van medewerkers. De huidige herijking van de nieuwe financiële kaders biedt ook kansen om het aantal vacatures in te perken.

Risico: Watervergunningen worden niet verleend door Waternet. Door de hoeveelheid geplande vernieuwings­ projecten en het groeiend aantal veiligheids­ maatregelen bestaat er een risico dat voldoende doorstroming of wateropslag in het boezemgebied wordt belemmerd. Ook bestaat de kans dat vanuit nautisch perspectief, in verband met belemmering van de vaarweg, geen akkoord wordt gegeven op de voor de realisatie benodigde vergunningen. Dit kan voor vertraging in de uitvoering zorgen en op termijn kan dit ertoe leiden dat een her­ ziening van de programmering nodig is. Ook innovatieve oplossingsruimte kan worden beperkt. Op directieniveau vindt afstemming plaats met

Risico: Programma Bruggen en Kademuren krijgt onvoldoende budget en in nabije toekomst wordt niet opgeschaald De verslechterde financiële situatie van de gemeente en het grote aantal opgaven waar Amsterdam voor staat, dwingen ertoe dat er scherpe en stevige keuzes worden gemaakt. Alhoewel het college heeft aangegeven te blijven investeren in het herstel van kades en bruggen, bestaat er een risico dat het programma onvol­ doende budget krijgt om in de toekomst alsnog het achterstallig onderhoud weg te kunnen werken. Bij ontbreken van voldoende financiële middelen op de lange termijn kunnen de ambities en programmadoelen onder druk komen te staan,

Programmarisico’s

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Planning Het team van planningsadviseurs werkt continu aan het leveren en adviseren van de benodigde sturingsinformatie. De afgelopen periode is hard gewerkt aan de betrouwbaarheid en de kwaliteit van de planning, met name van de herstelketen (voorheen vernieuwingsketen). Hierdoor zullen we steeds beter in staat zijn om keuzes te maken zowel op taakveldniveau, als programmabreed. Ook helpt dit in de samenwerking tussen verschil­ lende taakvelden en stakeholders in de keten. Een gedeeld inzicht in de keten gebaseerd op dezelfde brondata bevordert de voortgang en het besluitvormingsproces binnen het programma.

17

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

met daardoor mogelijk een toename van onveilige situaties in de stad. Ook zal het om een toenemend aantal veiligheidsconstructies vragen, waardoor de bereikbaarheid en leefbaarheid van de stad verslechteren. Naar aanleiding van het Amsterdams Akkoord zetten we nu tijdelijk een stap terug, maar blijven we investeren in het herstel van de bruggen en kademuren. Het is noodzaak deze periode zo kort mogelijk te houden zodat de achterstalligheid niet te veel oploopt. Risico: De contractuele afspraken met marktpartijen worden niet nagekomen De beoogde samenwerking met de markt komt moeizaam op gang, waardoor de gewenste versnelling achterblijft. Het programma en het Ingenieursbureau staan nog niet gesteld voor de nieuwe manier van samenwerken met de

marktpartijen. Enerzijds lukt het niet voldoende meters kademuur te programmeren, binnen de gestelde kaders en randvoorwaarden ten aanzien van boombehoud, water doorstroming, bereikbaarheid over land en water, technische onderbouwing, aanwezigheid woonboten en dergelijke. Anderzijds vallen aanbestedingen binnen de nadere overeenkomsten hoger uit dan verwacht. Het aantal projecten dat wordt opgedragen is hierdoor lager dan eerder besproken. Marktpartijen binnen de Samenwerkingsovereenkomsten kunnen over­ gaan tot het indienen van claims wanneer PBK het afgesproken werk niet kan leveren. Met de marktpartijen vinden hierover constructieve gesprekken plaats. De mogelijkheid wordt verkend om in een aantal projecten de nieuwe samen­ werking gezamenlijk te oefenen.

Het directieteam werkt met een Mijlpalenplan. In de eerste helft van 2022 zijn de volgende mijlpalen behaald: • Gestart met een gestructureerde aanpak van de herstelketen; • Gestart met de voorbereidingen van de IPKprojecten. Een aantal belangrijke mijlpalen uit het Mijlpalen­ plan voor het programma voor het tweede half jaar 2022 zijn: • De impact van het coalitieakkoord op het programma wordt inzichtelijk gemaakt. Dit zal input zijn voor een herijking van de programmering en het vaststellen van het uitvoeringsprogramma t/m 2028; • De eerste projectkaarten vernieuwing 2025-2026 worden opgeleverd.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Informatie

18

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

I-domein De eerste helft van 2022 is hard gewerkt aan het vormen van de digitaliseringsstrategie van een tweetal cockpits van het I-domein. De cockpits zijn ingericht naar de opgaven voor de stad Amsterdam. De cockpit Beheer Openbare Ruimte (BOR) richt zich op het beheer van de bestaande stad, de cockpit Stedelijke Ontwikkelingen en Beheer (SO&B) richt zich op inrichting en beheer van de nieuwe stad. Er ligt een uitdaging om de afhankelijkheden tussen de opgaven te sturen vanuit o.a. de volgende directies (SW, IB, V&OR, PBK). PBK heeft in beide cockpits bijdragen geleverd. De digitalisering strategieën zijn afgerond en zullen ter vaststelling worden voorgelegd aan het GMT R&E. Van specifieke naar generieke applicaties De ontwikkeling om eigen ontwikkelde applicaties los te laten en te ontwikkelen naar generieke, in de civiele keten te gebruiken applicaties kent meerdere aanleidingen. Enkele hiervan zijn de uitgevoerde kwaliteitstoets op de BMIapplicaties, kosten efficiëntie, de keten-gedachte, het opgavegericht werken, gemeente brede implementatie ADW3.0 en office 365 en data gedreven assetmanagement. Dit betekent dat informatiemanagement met de civiele partners in overleg is hoe en wanneer de door BMI ontwikkelde functionaliteiten kunnen worden overgenomen.

Onafhankelijk advies aanpak informatiemanagement Als invulling van een van de interne aanbevelingen van de directiebeoordeling van PBK is, in samen­ werking met directie V&OR-Stedelijk beheer,

opdracht gegeven aan een externe om een onaf­ hankelijk advies te geven over de aanpak van PBK voor al deze ontwikkelingen. Dit advies wordt in augustus 2022 verwacht. Werkgroep applicatie assetmanagement en DMS In juni is een werkgroep met vertegenwoordigers van V&OR, stadswerken (SW) en PBK gestart met een verkenning naar een generieke applicatie voor (data gedreven) assetmanagement en een data manage­ mentsysteem (DMS). Adviezen vanuit de werkgroep worden in het derde kwartaal van 2022 verwacht. Overzicht data en documentatie assets Binnen het programma ontstond de behoefte en het initiatief om inzicht en overzicht in aanwezige data en documentatie van assets te krijgen. Dit zijn we aan het coördineren.

Organisatie In het programma werkten aan het begin van 2022 375 medewerkers (249 fte) vanuit verschillende directies samen aan de opgave. 74% van de capaciteit (vast en inhuur) was geleverd door het Ingenieursbureau. In juni 2022 steeg het aantal medewerkers naar 426 (263 fte). Het aantal vacatures daalde van 90 (70 fte) naar 70 vacatures, (55 fte) in de eerste helft van 2022. Het programma heeft de voorkeur om medewerkers in te huren die bij de gemeente Amsterdam in vaste dienst zijn, omdat dit zorgt voor kennisbehoud, continuïteit en lagere kosten. Door de krapte op de arbeidsmarkt kan hier niet aan worden voldaan

en daarom moet er ingehuurd worden. Eind tweede kwartaal was 27,5% van de bezetting van het programma ingehuurd. Dit is een beperkte daling van het percentage van 30% aan het begin van 2022. 44% van de inhuur in het programma bestaat uit ZZP’ers. Het Ingenieursbureau levert 71% van alle inge­ huurde capaciteit in het programma. Het Ingenieurs­ bureau kon vanwege een vacaturestop geen nieuwe vacatures vervullen voor het programma. Het is nu alleen mogelijk om vervangingsvacatures via Ingenieursbureau te vervullen. Deze nieuwe regeling maakt het uitdagend voor het programma om aan de capaciteit te voldoen voor haar opgave. Samenwerking Het programma heeft last (gehad) van de corona­ crisis met gevolgen voor de nieuwe collega’s met betrekking tot onder andere de samenwerking, samenhang in de teams en de onduidelijkheden over verantwoordelijkheden. In het eerste kwartaal van 2022 zijn er twee medewerkers aangetrokken om de capaciteit en cultuur binnen het programma te bevorderen. In de eerste helft van 2022 zijn een inwerkprogramma, een buddysysteem voor nieu­ we medewerkers en een smoelenboek ontwikkeld. Daarnaast is een capaciteitsaanvraagproces ontwik­ keld dat in september binnen het programma van start gaat. Ook zijn er 2 introductiedagen en op­ volgsessies voor de nieuwe medewerkers georgani­ seerd.

We zijn bezig om voor de belang­rijkste rollen een duidelijke rolbeschrijving op te stellen waarin de werkzaamheden en verant­woordelijkheden worden vastgelegd. Hiermee zijn de onderlinge verhoudin­ gen van rollen binnen het programma duidelijker.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

4. Continu leren Evalueren en tegenspraak 19

In de afgelopen periode zijn twee evaluaties afgerond, namelijk de samenwerking in het project Recht Boomssloot en de voorbereidingsfase van het project Waalseilandsgracht. Beiden hebben geleid tot inzichten in de zaken die goed georga­ niseerd zijn, maar ook tot zaken die verbete­ring behoeven. De evaluatierapportages zijn uitge­ breid besproken in de PBK-organisatie en het organisatie-overstijgende veiligheidsoverleg. Een aantal aanbevelingen is omgezet naar actiepunten waarvan de voortgangsstatus wordt gemonitord.

Voortgangsrapportage Bruggen en Kademuren

Belangrijke conclusies uit de gehouden evaluaties zijn onder andere: • De toegevoegde waarde van de bouwteam­ contractvorm om samenwerking te faciliteren, waarbij beide partijen zich verantwoordelijk voelen voor zowel het ontwerp als de uitvoering daarvan; • Het grote belang van continuïteit in de bezetting en bemensing van projectteams; • De synergie in tijd, geld en vermindering van hinder van integrale aanbesteding van beide kadezijden vooral bij smallere grachten, aanhechtingen bruggen en/of maaiveld; • Meer aandacht en alertheid voor veiligheid en veiligheidscultuur, zowel bij de gemeente als aannemers (noot: intern veiligheidsladder­ certificeringsproces ingezet); 1

• Verder in Nederland met succes en tevredenheid toegepaste efficiëntere/effectievere technische oplossingen zijn voor Amsterdam niet altijd acceptabel/bespreekbaar; • Het belang van differentie van zowel projecten als daaraan verbonden projectteams op basis van (omgevings)technische complexiteits- en risicobepaling naar uitvoeringsstandaarden; • Het niet tijdig onderkennen van de mogelijke gevolgen van langjarig gebrek aan handhaving. Vooral bij woonbootverplaatsingen en de nood­ zakelijke betrokkenheid van de voor handhaving verantwoordelijk dienst en ook het destijds ontbreken van inhoudelijke juridische expertise binnen het woonbotenteam in oprichting. • Het destijds nog onvoldoende tijdig en duidelijk vastleggen van afspraken met bewoners, alsmede het ontbreken van een geïntegreerd en toegankelijk systeem daarvoor. Daarbij zijn initieel ook resultaatsverplichtingen aangegaan waar inspanningsverplichtingen meer op hun plaats zouden zijn geweest. (Noot; inmiddels geadresseerd) • De nadelige invloed van het op dat moment nog ontbreken van een vastgesteld diensten­ aanbod tegemoetkoming (woonboot)bewoners en een verplaatsingsprotocol incl. vrijheids­ graden/mandaat handeling (Strategische) Omgevingsmanagementteams.1

Kwaliteitsborging De ontwikkeling van het kwaliteitsmanagement­ systeem (KMS) vordert gestaag. In het programma

wordt hard gewerkt aan het opstellen of actuali­ seren van procesbeschrijvingen en werkinstructies, waarvan inmiddels een groot deel is afgerond. Vanaf het 3e kwartaal komt daarbij aanvullende aandacht voor de overstijgende ketenprocessen van het programma en de interne themateams (zoals woonboten of water en groen). Het KMS wordt ingebed in de kennisbasis-structuur van het Ingenieursbureau (IB), waardoor een uniforme en integrale aanpak vanuit IB en PBK mogelijk is. In juni is er door het directieteam tijdens de half­ jaarlijkse “Directiebeoordeling” stilgestaan bij “hoe doen we het” en gereflecteerd op het functione­ ren van het programma in brede zin. Een aantal hieruit voortgekomen acties zijn onder meer het opstellen van een handboek Beheerste herstel­ keten om te komen tot een planmatigere aanpak en meer duidelijkheid daarover, her­verdeling van de capaciteit van de herstelketen en meer aandacht voor en communicatie over levensduurverlenging. Evenals meer aandacht voor implementatie van de aanbevelingen door onder meer aandacht voor cultuuraspecten, auditeren en monitoring van de voortgang van verander- en verbeterinitiatieven. Daarnaast komt er een geconsolideerd overzicht van alle verander- en verbeterinitiatieven binnen het programma en wordt gewerkt aan een systema­ tiek voor prioritering van de initiatieven die aansluit bij de programma­doelstellingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11942292/1