Verslag rondetafelconferentie 25 april 2022
Tekst van het document
Rondetafel conferentie in de zaak F. v.d. L. op 25 april 2022 op kantoor van de Ombudsman Metropool Amsterdam Deelnemers: Ombudsman Metropool Amsterdam onderzoeker Ombudsman Metropool Amsterdam medewerker Ombudsman Metropool Amsterdam projectleider IPGA Radicalisering gemeente Amsterdam teamleider Afdeling Beleid en Strategie OM juridisch adviseur Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid manager Geschilbeslechting SIS gemeente Amsterdam medewerker Geschilbeslechting SIS gemeente Amsterdam manager Klachtenteam Sociaal gemeente Amsterdam manager Specialistisch Maatwerkteam WPI gemeente Amsterdam medewerker Specialistisch Maatwerkteam WPI gemeente Amsterdam medewerker Specialistisch Maatwerkteam WPI gemeente Amsterdam klachtencoördinator Politie Amsterdam onderzoeker Nationale Ombudsman onderzoeker Nationale Ombudsman CIO OOV & AcVZ gemeente Amsterdam stafjurist Politie eenheid Amsterdam advocaat Juridische Zaken gemeente Amsterdam
Aanleiding In deze zaak, waar zeer veel organisaties en bestuursorganen bij betrokken zijn, had de ombudsman al eerder twee ronde tafelconferenties georganiseerd. Naar aanleiding daarvan werd de ombudsman benaderd door de stafjurist van de Politie met nieuwe en aanvullende informatie en het verzoek gezamenlijk een derde rondetafelconferentie te organiseren. Door corona en het uitvallen van de medewerker van de Politie met wie de ombudsman de organisatie op zich had genomen is de organisatie volledig bij de ombudsman terecht gekomen. Dit riep bij de ombudsman wel de volgende vraag op: “Hoe kan het dat in een kwestie die zoveel impact heeft op zowel de burger als op de medewerkers van alle organisaties/bestuursorganen dat daar niet de noodzaak is gevoeld om met zijn allen rond de tafel te gaan zitten”. Op deze vraag is geen helder antwoord gekomen op 25 april. De ombudsman ziet hier wel een aandacht/leerpunt voor de betrokkenen. Beknopt verslag en waarnemingen ombudsman De ombudsman begint het overleg met de opmerking dat we niet bijeengekomen zijn om een oordeel te geven over elkaars handelswijze. De kwestie speelt niet alleen al jaren maar is ook bijzonder gecompliceerd en behelst ook een meer algemeen thema: “Hoe ga je als overheid om met politiek activisme?”.
De ombudsman vroeg de deelnemers om de eigen rol/die van de eigen organisatie met de kennis van nu en vanuit het perspectief van de burger –welke impact heeft dit alles op hem (gehad) – te bekijken. Deze opzet is niet volledig geslaagd, er bestond toch de neiging om het eigen handelen te uit te leggen en te rechtvaardigen. Met andere woorden vanuit het eigen perspectief te beoordelen en verklaringen daarvoor uit het handelen en de psyche van F. v.d. L. aan te dragen. De ombudsman heeft begrip voor deze zienswijze en dus de uitleg, de vragen die beantwoord moeten worden gaan verder. Namelijk: “Hoe handelen we vanuit goed bestuur?” “Wat zijn daarbij, behalve wet- en regelgeving, de kernwaarden? “. Met andere woorden: “Doen we het goede”. Een voorbeeld hiervan is het volgende: Betrokkene is indertijd opgenomen in de radicaliseringsaanpak van de gemeente. Het is lastig om volledig duidelijk te krijgen hoe dit precies gegaan is. Wel is duidelijk dat de betrokken organisaties het niet eens waren over het feit of betrokkene voldeed aan het profiel om opgenomen te worden. De gemeente Amsterdam liet weten dat dit ook op verzoek van betrokkenen zelf is gebeurd en dat dit met de kennis van nu niet gebeurd zou zijn.
Niet alleen is betrokkene zelf hierover een andere mening toegedaan en stelt hij dat hij indertijd om hulp heeft gevraagd, maar de vraag die deze gang van zaken ook oproept is of er voldoende rekening is gehouden met en uitleg gegeven aan hem over de mogelijke consequenties van deze opname? Met andere woorden: “Hebben we het goede gedaan? en daaruit voorvloeiend “Als deze handelswijze onevenredig veel –negatieve- consequenties voor betrokkene heeft gehad, is de overheid dan op enige wijze genoegdoening verschuldigd aan betrokkene”?”. Denk daarbij aan de door hem gedane aansprakelijkheidstellingen. Diverse deelnemers gaven aan dat deze zaak ook veel, en vaak ook negatieve, impact op en gevolgen voor medewerkers heeft gehad, tot ziekmeldingen aan toe. We zien dan ook dat de zaak steeds verder escaleert en verhardt.
De ombudsman vraagt dan ook om na te denken over de vraag wat er gedaan kan worden om te de-escaleren en te waken voor “het triggeren" van betrokkene? Dat vraagt bijvoorbeeld dat de overheid zich niet alleen houdt aan wet- en regelgeving door tijdig goed gemotiveerde besluiten op aanvragen te nemen, klachten tijdig en procedureel juist afhandelt –de ombudsman heeft geconstateerd dat het hier nog wel eens misgaat en dat klachten worden behandeld zonder dat betrokkene gehoord wordt, zelfs niet nadat hij daarop aandringt, maar ook dat op een meer creatieve wijze wordt omgegaan met al zijn verzoeken, aanvragen, klachten, bezwaren en beroepszaken. Wat zou kunnen helpen is het maken van duidelijke, tweezijdige, afspraken met betrokkene en die ook naleven. Waarbij oog gehouden zou moeten worden met de mogelijkheden van betrokkenen en organisatie/medewerker. Ook zou versnippering tegen gegaan kunnen worden en de zaak waar mogelijk via een contactpersoon laten verlopen. Dit vraagt ook om openheid naar betrokkene en naar elkaar. Zo wordt er niet alleen gewerkt aan oplossingen voor betrokkene maar ook voor de medewerkers. De ombudsman beveelt de organisaties en bestuursorganen aan de zaak daar waar mogelijk in open overleg met elkaar en betrokkene op te pakken.
De ombudsman zal een terugkoppeling aan hem geven waarbij we ook zullen vragen wat hij nodig heeft van de overheid om tot een gezamenlijke aanpak/herstel van vertrouwen te komen zonder dat verwacht/verlangd wordt dat hij zijn activisme zal opgeven.
Einde verslag