Verantwoordingsrapportage BRO
Tekst van het document
Verantwoordingsrapportage 2020
Basisregistratie Ondergrond
Bronhouder Amsterdam
Datum vaststelling college van B&W:
20 april 2021
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 1 van 17
Inhoudsopgave 1. Basisregistratie Ondergrond 1.1 De bodem in kaart gebracht 1.2 BRO domeinen 1.3 Onderdeel van het stelsel van basisregistraties 1.4 Leeswijzer
2. Bestuurlijke verantwoording 2.1 Overzichtsdiagram 2.2 Verbetermaatregelen
3. Zelfevaluatie 3.1 Borging processen 3.2 Actualiteit 3.3 Volledigheid 3.4 Juistheid
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 2 van 17
1. Basisregistratie Ondergrond 1.1 De bodem in kaart gebracht Het gebruik van bodem- en ondergrondgegevens bij de overheid en particuliere organisaties is de laatste decennia sterk toegenomen, zowel kwalitatief als kwantitatief. Deze gegevens spelen een cruciale rol op uitvoerend niveau, maar zijn ook van belang bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Daarbij valt onder meer te denken aan het inpassen van de gevolgen van klimaatverandering zoals de stijging van de zeewaterspiegel en bodemdaling. Andere voorbeelden zijn het gebruik van informatie in de ruimtelijke ordening, bij ondergronds bouwen, koudewarmteopslag of de opslag van CO2. Met de Basisregistratie Ondergrond (BRO) beoogt de overheid de informatievoorziening sterk te verbeteren door publieke gegevens over de ondergrond op gestandaardiseerde wijze voor zowel de overheid als andere partijen ter beschikking te stellen.
1.2 BRO domeinen De BRO bevat gegevens over geologische en bodemkundige opbouw van de Nederlandse ondergrond. In de komende jaren wordt de BRO stapsgewijs voltooid. Per stap bevat de BRO steeds meer gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond. Deze worden geordend op basis van zogeheten ‘registratieobjecten’. In totaal gaat het om ca. 26 registratieobjecten. De inhoud is voor een deel vastgesteld en voor een deel nog bespreekbaar. Voorbeelden van registratieobjecten zijn de grondwatermonitoringsput of het geotechnisch sondeeronderzoek. Deze registratieobjecten zijn verdeeld over zes domeinen: Grondwatermonitoring Grondwatergebruik Mijnbouwwet Bodem- en grondonderzoek Bodemkwaliteit Modellen Bronhouders: ministeries EZ (diepe) en IenW (ondiepe) ondergrond; Alterra (Bodem Informatie Systeem), voorts RWS, provincies, waterschappen, gemeenten; maar ook Prorail, DSM, en andere overheidsorganen die ondergrondgegevens beheren.
1.3 Onderdeel van het stelsel van basisregistraties De BRO maakt onderdeel uit van het stelsel van basisregistraties. Met dit stelsel verbetert de overheid haar dienstverlening door belangrijke gegevens over onder andere personen, bedrijven, gebouwen en de ondergrond binnen de overheid te delen. De gegevens over de ondergrond worden voortaan op één plek beheerd en beschikbaar gesteld, waarna ze veelvuldig gebruikt kunnen worden. Met de BRO ontstaat er eenduidigheid in opslag en uitwisseling van ondergrondgegevens.
1.4 Leeswijzer De rapportage start met de bestuurlijke verantwoording, waarin op hoofdlijnen de staat van de BRO bij deze bronhouder is beschreven met aandacht voor de tekortkomingen en door te voeren verbetermaatregelen. Vervolgens wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de score op de voor de BRO belangrijke kwaliteitscriteria borging proces, actualiteit, volledigheid en juistheid. Vervolgens worden per kwaliteitscriterium de door te voeren verbetermaatregelen beschreven. In het laatste hoofdstuk is tot slot de zelfevaluatie opgenomen. Hierin wordt rubrieksgewijs per vraag de gemeentelijke beantwoording weergegeven.
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 3 van 17
2. Bestuurlijke verantwoording Organisatie van de BRO Amsterdam De wet op de Basisregistratie Ondergrond is per 1 januari 2018 van kracht geworden. Volgens de wet is het een bestuursorgaan (in het geval van Amsterdam het college van burgemeester en wethouders) verplicht de door de wet aangemerkte onderzoeken aan te leveren bij “Onze Minister”. Momenteel is dat de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en in de praktijk wordt het bronhouderportaal beheerd door TNO. In Amsterdam zijn het ingenieursbureau, Stichting Waternet en sinds 2020 het Havenbedrijf Amsterdam N.V. bevoegd dan wel gemandateerd om deze taken uit te voeren namens het college. Dit is geregeld in het Regelement basisinformatie 2018 van Gemeente Amsterdam, het Bevoegdhedenbesluit van Gemeente Amsterdam, en in de mandaatbesluiten voor Waternet en het Havenbedrijf. Omdat de BRO onderdeel uitmaakt van het stelsel van Basisregistraties ligt de afstemmingsregie bij de afdeling Basisinformatie. Basisinformatie was ook de trekker van de invoering van de BRO in 2018. Hierin is een aantal coördinerende taken ook door Basisinformatie opgepakt. In 2020 heeft het Ingenieursbureau deze taken op tijdelijke basis opgenomen en worden deze in 2021 op structurele basis voortgezet.
Deze verantwoordingsrapportage BRO maakt in 2019 voor het eerst verplicht deel uit van de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). In onderstaande tekst wordt inhoudelijk ingegaan op de verantwoordingsrapportage. De reactie is opgesteld door het ingenieursbureau in afstemming met Waternet en het Havenbedrijf.
Inhoudelijk reactie Als doelstellingen voor 2020 zijn in de rapportage over 2019 genoemd:
De aanstelling van een BRO-coördinator
Implementatie 2de tranche, oriëntatie op de 3de en 4de tranche
Procesbeschrijving actualiseren en toezien op de naleving met specifieke aandacht voor het aspect volledigheid
Capaciteit in lijn brengen met het aanbod van werk
Samenwerking met Weesp vormgeven, vooruitlopend op de bestuurlijke fusie
Onder de aandacht brengen van de lever- en gebruiksplicht van de BRO onder de stakeholders van het proces
Wat was in 2020 hiervan het resultaat? BRO-Coördinator – het ingenieursbureau heeft in 2020 een tijdelijke BRO-Coördinator aangesteld (in 2021 wordt dit structureel gemaakt). Hiermee geeft Amsterdam een stap gezet in het borgen van de BRO. Tweede Tranche - De wet BRO wordt in tranches in gevoerd. In 2020 is de uitvoering van de tweede tranche gestart. Aanvankelijk op 1-1-2020 maar vanwege afstemming met de keten van stakeholders is de verplichting om hieraan te voldoen verplaatst naar 1-4-2020. Uit de tweede tranche zijn voor Amsterdam relevant: de geotechnische boormonsterbeschrijving en geotechnische boormonsteranalyse. De tweede tranche is succesvol geïmplementeerd. Zowel het ingenieursbureau Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 4 van 17
als Waternet hebben enkele van deze registratieobjecten aangeleverd. Implementatie van de tweede tranche ging ook gepaard met het hanteren van de nieuwe normering NEN ISO14688 (deel I en II). Betrokken medewerkers zijn geïnstrueerd hoe de norm toe te passen. In de opdrachtverlening wordt de opdrachtnemer verplicht deze norm te hanteren voor het onderzoek. Procesbeschrijvingen – Naar aanleiding van een terugmelding (een fout ontdekt in de BRO-data) is het terugmeldproces verscherpt. De casus heeft nieuwe inzichten gegeven. Uiteindelijk zorgde een aanpassing in de software van de opdrachtnemer voor een oplossing maar het afstemmingsproces heeft langer geduurd dan de wettelijke termijn van veertien weken die hier voor staat. Er is uitgebreid overleg geweest in deze zaak met alle stakeholders en met name met de landelijke organisatie. Ook daar heeft deze case tot wijzigingen in de procesbeschrijvingen geleid. Capaciteit op orde – Er zijn inmiddels voldoende medewerkers voor een goede uitvoering van de BRO. Ook de back-up is hiermee geborgd. Weesp – de BRO-taken van Weesp zijn op voorlopige basis door het ingenieursbureau en Waternet overgenomen van Weesp. In de praktijk heeft dat nauwelijks effect op de going concern. In 2022 wordt de bestuurlijke fusie tussen Amsterdam en Weesp een feit.
Lever en gebruiksplicht – De leverplicht (en het aanleverproces), specifiek de rol van de opdrachtnemers daar in, is extra onder de aandacht gebracht met een brief van Amsterdam, verspreid via de brancheorganisatie VOTB. Enkele positieve reacties geven aan dat de brief is aangekomen en goed ontvangen. Binnen de Amsterdamse organisatie wordt door medewerkers met BRO-taken scherp in de gaten gehouden of alle relevante onderzoeken ook in de BRO worden geregistreerd. De gebruiksplicht wordt steeds beter verankerd. Het gebruik van informatie over de ondergrond (waar de BRO deel van uitmaakt) is opgenomen in de Omgevingsvisie. Het informatieplatform van de gemeente Amsterdam Data & Informatie heeft sinds 2020 een datadossier Ondergrond waarin de BRO is opgenomen. Ook wordt er geëxperimenteerd met het verankeren van de BRO als standaard dataset bij 3D-visualisaties ten behoeve van de stedelijke ontwikkeling (bv BRO-pilot 3D-model Amstelstad). In het gestandaardiseerde ruimtelijke proces is een ondergrondscan standaard. Tot slot is de ondergrond een essentieel onderdeel van de Methode Integraal Ontwerp Openbare Ruimte die in 2020 is geïntroduceerd en nu wordt uitgerold als standaard. Overall score In onderstaande diagrammen valt te zien hoe door de gemeente over het algemeen wordt gescoord met betrekking tot de verschillende aspecten rond de BRO.
In de rapportage komen de verschillende onderwerpen nog nadrukkelijk aan de orde. Waar relevant worden de verbetermaatregelen vermeld. Onderdeel
Waarde bronhouder Amsterdam
Maximale score
Score percentage
Deelscore Borging proces
60
70
86 %
Deelscore Actualiteit
15
20
75 %
Deelscore Volledigheid
10
20
50 %
Deelscore Juistheid
10
10
100 %
Puntentotaal BRO lijst
95
120
79 %
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 5 van 17
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 6 van 17
Bovenstaande diagrammen dienen de deelscore en de totaalscore van de bronhouder te reflecteren.
Reactie op score Amsterdam scoort overall ruim in 2020 (79%) 10% beter dan 2019 (67%). De norm is gesteld op 60%, dus daar zit Amsterdam ruim boven. De stijging is met name te wijten aan de verbetering van het proces. Overigens neemt Amsterdam ook deel aan de besprekingen over de verbetering van de ENSIA-rapportage zelf. In 2021 komt er een vernieuwde versie. Alleen op het onderdeel volledigheid scoorde Amsterdam in 2020 nog onder de norm. Het effect van de hierboven genoemde verbeteracties wordt pas in 2021 verwacht. Bovendien verschilt dit per gemandateerde organisatie. Bij Waternet ligt de score hoger dan bij het ingenieursbureau. Amsterdam heeft wel een kanttekening bij de uitvoerbaarheid van tijdigheidsnorm. In de praktijk worden onderzoeken bij grotere projecten in cohorten aangeleverd waardoor de aanlevertermijn soms niet realistisch haalbaar is. Het is een grote opgave om deze werkwijze aan te passen ten behoeve van de BRO. Vooralsnog is Amsterdam niet van zins hier zwaar op in te zetten.
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 7 van 17
2.2 Verbetermaatregelen Op basis van de uitgevoerde evaluatie van de BRO heeft ons dagelijks bestuur besloten de volgende verbetermaatregelen door te voeren: Welke maatregelen moeten er het komende Verbetermaatregelen jaar worden doorgevoerd om de kwaliteit van de BRO-administratie te verbeteren? Verbetermaatregelen ten aanzien van Borging proces
In 2021 worden de procesbeschrijvingen en werkinstructies geactualiseerd en wordt aandacht besteed aan de naleving.
Verbetermaatregelen ten aanzien van Actualiteit Ja. Zie i1400.104678 Verbetermaatregelen ten aan zien van Volledigheid
Ja. Zie i1400.104678
Verbetermaatregelen ten aanzien van Juistheid
Ja. Zie i1400.104678
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 8 van 17
3. Zelfevaluatie 3.1 Borging processen
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 9 van 17
Bovenstaande diagrammen tonen hoe de BRO is geborgd in de organisatie. Met onderstaande vragen wordt getoetst of de uitvoering van de Wet BRO structureel geborgd is in de organisatie. Dit moet blijken uit de beschikbare formatiecapaciteit, uit een adequate beschrijving van de administratie organisatie, uit bekendheid bij medewerkers met BRO-gerelateerde activiteiten en de bevoegdheid om deze activiteiten uit te voeren. Is de uitvoering van de Wet BRO structureel geborgd in de organisatie?
Antwoord
1.1 Is er voor de uitvoering van de BROprocessen structureel formatie beschikbaar?
Voor de uitvoering van de BRO-processen wordt capaciteit gedetacheerd op tijdelijke basis
Toelichting op het gegeven antwoord:
Deels structureel, deels tijdelijke inzet.
1.2 Is de vervanging voor de uitvoering van de BRO-processen zodanig geregeld dat de kwaliteit van de registratie is gewaarborgd?
Bij afwezigheid van een functionaris worden BROgerelateerde activiteiten tijdig overgenomen.
Toelichting op het gegeven antwoord:
De BRO-taken zijn bekend en verdeeld onder diverse teams van specialisten
1.3 Zijn de processen die invloed hebben op de kwaliteit van de BRO beschreven?
De organisatie is bezig met het in kaart brengen van de processen en het beschrijven hiervan.
Toelichting op het gegeven antwoord:
Aangezien de BRO en het werken ermee nog in ontwikkeling zijn houdt dat ook in dat de processen deels nog in ontwikkeling zijn. Er zijn beschrijvingen maar deze worden nog geregeld bijgesteld.
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 10 van 17
1.4 Wordt de kwaliteit van de gegevens in de brondocumenten gecontroleerd op basis van vereisten?
Ja
Toelichting op het gegeven antwoord:
Ja, de beschreven processen die invloed hebben op de kwaliteit van de BRO worden nageleefd.
1.5 Zijn de processen die invloed hebben op Ja, de processen die invloed hebben op de kwaliteit de kwaliteit van de BRO opgenomen in de pc- van de BRO zijn opgenomen in de pc-cyclus van de cyclus van de organisatie, zodat periodieke organisatie, zodat periodieke evaluatie plaats gaat evaluatie plaats gaat vinden? vinden. Toelichting op het gegeven antwoord:
De processen zijn onderdeel van de p&c cyclus. Deels (bij Waternet) zijn deze ISO 9001 gecertificeerd.
1.6 Vindt het inwinnen van de objecten van de BRO plaats conform de hiervoor geformuleerde kwaliteitseisen? (Art. 9 en 10 Wet BRO)
Ja, het inwinnen van de objecten van de BRO vindt plaats conform de hiervoor geformuleerde kwaliteitseisen
Toelichting op het gegeven antwoord:
Er wordt getracht om brondocumenten binnen 20 dagen de gegevens aan te leveren, doch de kwaliteitscontrole kan soms even duren. Daarnaast speelt dat het in de praktijk bij grote projecten met veel boringen/sonderingen/putten de onderzoeken in batches worden aangeleverd. Het is dan efficiënter om een hele reeks gelijktijdig te registeren De praktijk schuurt met de wetgeving: dit is een aandachtspunt voor de wetgever.
1.7 Zijn de bevoegdheden en taken van het, in de wet aangewezen, bestuursorgaan overgedragen aan de personen die door de bronhouder met de uitvoering zijn belast?
Ja
Toelichting op het gegeven antwoord:
Dit is geregeld in het bevoegdhedenbesluit van Gemeente Amsterdam en mandaatbesluiten met Waternet en de Haven van Amsterdam.
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 11 van 17
3.2 Actualiteit
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 12 van 17
Bovenstaande diagrammen tonen hoe de bronhouder met het toetselement actualiteit in de organisatie is omgegaan. In het blok actualiteit wordt bezien of de bronhouder in staat is de ontvangen brondocumenten tijdig aan te leveren en teruggestuurde brondocumenten binnen de hiervoor gestelde termijn weer opnieuw aanlevert. Wordt de actualiteit van de BRO in de procesvoering geborgd?
Antwoord
2.1 Is het proces zo ingericht dat alle door de Ja/nee, de organisatie is doende de bronhouder ontvangen brondocumenten tijdig procesinrichting aan te passen zodat tijdige (art. 9 lid 3 Wet BRO) worden doorgeleverd aan doorlevering mogelijk wordt. de minister? Toelichting op het gegeven antwoord:
De processen zijn ingericht op het tijdig aanleveren van het brondocument. Dat wil niet zeggen dat dit in alle gevallen haalbaar is. Zie ons bezwaar bij i1400.104656.
2.2 Is het proces zo ingericht dat de bronhouder Ja teruggestuurde brondocumenten (art. 12 lid 1 Wet BRO) tijdig weer gecorrigeerd aan de minister doet toekomen (art. 12 lid 2 Wet BRO) Toelichting op het gegeven antwoord:
In sommige gevallen zijn wij afhankelijk van ketenpartners (rijk, onderzoeksbureau, softwareleverancier) waardoor het niet mogelijk is de terugmelding tijdig af te handelen.
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 13 van 17
3.3 Volledigheid
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 14 van 17
Bovenstaande diagrammen tonen hoe de bronhouder met het toetselement volledigheid in de organisatie is omgegaan. In dit blok wordt bezien of alle relevante brondocumenten deze bronhouder ter kennis komen en of deze dan ook alle worden geleverd aan de minister (praktisch de LV BRO). Worden alle relevante brondocumenten (art. Antwoord 9 lid 1 Wet BRO) doorgeleverd aan de minister? 3.1 Zijn de processen binnen de organisatie zodanig ingericht dat alle brondocumenten als bedoeld in art. 9 lid 1 Wet BRO ter kennis komen van de bronhouder?
Ja/nee, de organisatie is doende de procesinrichting aan te passen zodat alle BRO brondocumenten hem ter kennis komen.
Toelichting op het gegeven antwoord:
Deels worden gegevens verzameld door de eigen velddienst (m.n. grondwatermonitoring). Daar waar wordt uitbesteed of ingehuurd komen de gegevens terug via de eigen organisatie.
3.2 Zijn de processen binnen de organisatie zodanig ingericht dat alle brondocumenten als bedoeld in art. 9 lid 1 Wet BRO worden doorgeleverd aan de minister?
Ja/nee, de organisatie is doende de procesinrichting aan te passen zodat alle BRO brondocumenten worden doorgeleverd aan de minister.
Toelichting op het gegeven antwoord:
Alle gegevens die ter kennis komen van de bronhouder worden doorgeleverd aan de minister.
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 15 van 17
3.4 Juistheid
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 16 van 17
In dit blok wordt bezien of alle attribuutgegevens van de brondocumenten wel juist zijn overgenomen. Wordt op reguliere wijze kwaliteitsbeheer Antwoord uitgevoerd naar de juistheid van gegevens in de brondocumenten? 4.1 Wordt op reguliere wijze kwaliteitsbeheer uitgevoerd (of is dit expliciet belegd bij een derde partij), naar de juistheid van gegevens in de brondocumenten op basis van de vereisten als beschreven in de catalogi?
Ja
Toelichting op het gegeven antwoord:
Ja. De aangeleverde gegevens worden door daartoe opgeleide werknemers gecontroleerd.
In onderstaand blok wordt de stand van zaken ten aanzien van verbetermaatregelen weergegeven. In de zelfevaluatie ENSIA BRO 2019 heeft u Antwoord één of meer verbetermaatregelen aangekondigd. 1. In hoeverre zijn de aangekondigde verbetermaatregelen inmiddels gerealiseerd?
De verbetermaatregelen zijn grotendeels gerealiseerd
Toelichting op het gegeven antwoord:
De werkprocessen zijn nog niet geheel beschreven.
2. Hebt u voor het aansluiten op de BRO het door De organisatie is reeds aangesloten en heeft de minister voorgestelde stappenplan gevolgd? hiervoor het stappenplan gebruikt (implementatieteam)
Rapportage BRO 2020 - bronhouder Amsterdam - Pagina 17 van 17