CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsplan Spanningen Radicalisering en Extremisme 3

Raadscommissie Algemene Zaken 6 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Voortgangsbrief en informatiebeeld programma Radicalisering en Extremisme (VN2025-014636)6.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

15 oktober 2024

Uitvoeringsplan extremisme

spanningen,

Programma radicalisering en extremisme Openbare Orde en Veiligheid

radicalisering

en

Inhoud 1. 2.

Inleiding .................................................................................................................................... 4 De opgave ................................................................................................................................. 4 2.1 Risico’s van radicalisering en extremisme ............................................................................. 4 2.2 Intimidatie en bedreiging ..................................................................................................... 5 2.3 Spanningen en vertrouwen onder druk................................................................................. 6

3.

De aanpak ................................................................................................................................ 6 3.1 3.2 3.3 3.4

4.

Radicaliserende individuen ................................................................................................... 7 Slachtoffers .......................................................................................................................... 7 Democratische veerkracht.................................................................................................... 8 Vier actielijnen...................................................................................................................... 8

Radicalisering tegengaan vanuit sociaal domein ....................................................................... 9 4.1 Waarom ............................................................................................................................... 9 4.2 Wat willen we bereiken? ..................................................................................................... 10 4.3 Hoe doen we dat? ............................................................................................................... 10

5.

Verminderen van het risico op gewelddadig extremistisch gedrag ........................................... 11 5.1 5.2 5.3

6.

Waarom .............................................................................................................................. 11 Wat willen we bereiken? ......................................................................................................11 Hoe doen we dat? ............................................................................................................... 12

Ondersteunen van slachtoffers ............................................................................................... 12 6.1 Waarom ............................................................................................................................. 12 6.2 Wat willen we bereiken? ......................................................................................................13 6.3 Hoe doen we dat? ................................................................................................................13

7.

Versterken van de democratische veerkracht ...........................................................................13 7.1 7.2 7.3

8.

Waarom ..............................................................................................................................13 Wat willen we bereiken? ..................................................................................................... 14 Hoe doen we dat? ............................................................................................................... 14

Steunpunt: voorportaal van het programma ............................................................................15 8.1 Doel van het Steunpunt .......................................................................................................15 8.2 Hoe werkt het Steunpunt?...................................................................................................15 8.3 Welke uitgangspunten hanteert het Steunpunt? .................................................................15

9.

Randvoorwaarden ................................................................................................................... 16 9.1 9.2 9.3 9.4

10.

Kennis ................................................................................................................................ 16 Informatiepositie ................................................................................................................ 16 Privacy................................................................................................................................ 16 Monitoren, evalueren en bijstellen ...................................................................................... 17 Tot slot ................................................................................................................................ 17

3

1. Inleiding Voor u ligt het uitvoeringsplan van het programma Radicalisering en Extremisme van de gemeente Amsterdam. Om in te kunnen spelen op de veranderende aard van radicalisering en extremisme en de impact ervan op Amsterdam is het beleid van het programma Radicalisering en Extremisme (vanaf hier: programma) van de gemeente Amsterdam eind 2023 gewijzigd. Hiermee kunnen we beter aansluiten en inspelen op de actuele maatschappelijke opgave. In dit uitvoeringsplan is het nieuwe beleid vertaald naar concrete actielijnen en activiteiten waarmee het programma aan deze opgave werkt. Dit uitvoeringsplan is primair gericht aan het bestuur van de gemeente Amsterdam en is een nadere uitwerking van het beleid. Op basis van het uitvoeringsplan brengen we het bestuur jaarlijks op de hoogte van de actuele ontwikkelingen en de geboekte resultaten. Daarnaast geeft het uitvoeringsplan interne en externe partners een beeld van de doelen en activiteiten van het programma. Het uitvoeringsplan heeft geen specifieke looptijd. Het is een antwoord op de opgave van spanningen, radicalisering en extremisme zoals die op dit moment bestaat. We monitoren die opgave regelmatig, onder andere door het jaarlijkse informatiebeeld.1 Als de opgave dusdanig verandert dat herijking van het programma nodig is, leggen we dit via nieuwe beleidsvoorstellen aan de raad voor.

Dit uitvoeringsplan beschrijft: - De opgave van radicalisering en extremisme; de problemen en risico’s die ontstaan door radicalisering en extremisme, maar ook de maatschappelijke context van spanningen en wantrouwen waarin die problemen en risico’s ontstaan. - De aanpak in vier actielijnen; de wijze waarop we de opgave willen aanpakken. - Per actielijn waarom we die actielijn uitvoeren, wat we willen bereiken en welke activiteiten we daarvoor uitvoeren. - De randvoorwaarden die nodig zijn om het werk goed te kunnen uitvoeren.

2. De opgave Het programma richt zich op het beperken van de negatieve gevolgen van spanningen, radicalisering en extremisme in Amsterdam. We richten ons op het tegengaan van extremistisch gedrag en het beschermen van de grondrechtelijke vrijheden van Amsterdammers. Hieronder schetsen we de opgave die we zien in Amsterdam en de context daarvan.

2.1

Risico’s van radicalisering en extremisme

Een klein deel van de Amsterdammers radicaliseert en gaat als gevolg daarvan mogelijk over tot extremistisch geweld of beperkt anderen in hun vrijheden. De Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD) definieert radicalisering als: “de groei naar extremisme en een (persoonlijk) proces waarin sprake is van een groeiende bereidheid om diepingrijpende veranderingen in de 1

Het informatie beeld wordt jaarlijks opgesteld en beschrijft de trends en fenomenen op het gebied van radicalisering, extremisme en polarisatie en hoe die Amsterdam raken.

4

samenleving na te streven of deze te ondersteunen”. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) heeft hier aan toegevoegd dat “deze toenemende bereidheid kan leiden tot gedrag dat andere mensen diep kwetst of in hun vrijheid raakt, kan aanleiding zijn voor individuen of groepen om zich af te keren van de samenleving en kan leiden tot het gebruik van geweld.” De NCTV identificeert verschillende extremistische ideologische stromingen, die we in Amsterdam terugzien.2 Het betreft vooral islamitisch extremisme, rechtsextremisme en anti-institutioneel extremisme, al zijn er ook voorbeelden van links-extremisme en extremisme gericht op een specifiek onderwerp. Daarbij valt op dat er regelmatig sprake is van zogenaamde knip-en-plak narratieven; individuen die combinaties van elementen van verschillende extremistische ideologieën en complottheorieën bij elkaar brengen. De narratieven zijn continu in ontwikkeling. En, mede als gevolg van het online aanbod van extremistische inhoud en de online wervingsstrategieën van extremistische groeperingen, veranderen radicaliseringsprocessen ook snel. Het feit dat dit in de online wereld plaatsvindt, zorgt er voor dat het vaak buiten het beeld van de omgeving en van gemeente en partners in het sociaal domein plaatsvindt.

De verschillende extremistische stromingen leiden in Amsterdam tot verschillende vormen van extremistisch gedrag. Onderdeel van elk extremistisch narratief is, in meer of mindere mate, dat geweld gerechtvaardigd is om de extremistische idealen te bereiken. Daardoor ontstaat het risico dat geradicaliseerde personen geweld gebruiken om hun idealen te realiseren. Dit doet zich bij een klein deel van de Amsterdammers voor. Dergelijk geweld kan een grote impact hebben op de samenleving. Daarnaast bestaat het risico dat extremistische groepen en personen het extremistische gedachtegoed normaliseren. Extremisten propageren een sterk wij-zij denken, vijanddenken en verspreiden denkbeelden die ‘de ander’ dehumaniseren. Deze denkbeelden kunnen leiden tot intolerantie naar minderheden en de inperking van de vrijheden van anderen. Deze normalisering kan de drempel om tot geweld over te gaan, of anderen te beperken in hun rechten en vrijheden, verlagen.

2.2

Intimidatie en bedreiging

Ook als er geen sprake is van extremistisch geweld kan extremisme een grote impact hebben. Bijvoorbeeld wanneer publieke figuren zich mengen in het maatschappelijke debat en daarop het mikpunt worden van verbaal geweld, veelal online. Of wanneer personen met een publieke functie door grote groepen gezien worden als ‘vijanden van het volk’ en daarom hun werk niet goed meer kunnen doen. Dit kan tal van beroepsgroepen raken, van journalisten en wetenschappers tot politici en bestuurders. Het gaat veelal om groepen die een prominente rol spelen in de democratische rechtsorde. Bedreiging en intimidatie kan fysiek of verbaal zijn en vindt soms in de echte wereld, maar steeds vaker online plaats, waar het massale vorm aan kan nemen. Soms ontstaat vermenging van on- en offline, bijvoorbeeld bij doxing.3

2

Zie het meest actuele Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland van de NCTV (Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland Juni 2024 | Publicatie | Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (nctv.nl)) 3 Het zonder toestemming persoonlijke informatie online openbaar maken zoals naam, adres, werkgegevens of financiële informatie.

5

Intimidatie en bedreiging komen niet alleen voort uit extremistische ideologieën, maar ook uit buitenlandse inmenging. We spreken van buitenlandse inmenging wanneer er sprake is van ervaren intimidatie en/of bedreiging van een persoon of organisatie in Amsterdam, vanuit het land van herkomst of door de diaspora in Nederland, wegens diens politieke en/of maatschappelijke opvattingen of om iemand te bewegen iets te doen in het belang van het land van herkomst. Deze praktijken spelen zich vaak af buiten het blikveld van de overheid en hebben, naast de negatieve impact op de personen die het raakt, een ondermijnend effect op de democratische rechtsorde in Amsterdam.

2.3

Spanningen en vertrouwen onder druk

Radicalisering, extremisme en buitenlandse inmenging vinden plaats in maatschappelijke context waarin spanningen tussen groepen bestaan en waarin het vertrouwen in de overheid onder druk staat. Ingrijpende gebeurtenissen in binnen- en buitenland hebben hun weerslag op de stad en vergroten de tegenstellingen tussen Amsterdammers. Tegenstellingen over gevoelige onderwerpen leiden tot spanningen tussen groepen. Dit hoeft geen probleem te zijn, spanningen en tegenstellingen tussen groepen in de samenleving horen bij een vrije en democratische samenleving. Grondige meningsverschillen over tal van onderwerpen en strijd over welke kant het op moet in de samenleving zijn het wezen van een politiek geëngageerde stad. Tegelijkertijd zien we dat spanningen en tegenstellingen kunnen leiden tot maatschappelijke onrust, incidenten en uiteindelijk ook radicalisering en extremisme. Online media spelen hierin een grote rol: Amsterdammers ontmoeten online gelijkgestemden en kunnen beïnvloed worden door desinformatie of nepnieuws. Wat online wordt gedeeld, gebeurt veel buiten het zicht van de sociale omgeving, scholen of professionals. Desinformatie en nepnieuws versterken de tegenstellingen. Het vertrouwen van burgers in de overheid en de democratische instituties staat onder druk.

Dit zien we bijvoorbeeld aan de lage opkomst bij verkiezingen, de verharding van discussies in de media, vooral sociale media, en de toename van demonstraties en activisme die uiting geven van een sterk wantrouwen naar de overheid. Kritiek op de overheid past bij een gezonde democratie en bij Amsterdam, zolang daar op een democratische wijze uiting aan wordt gegeven. We maken ons zorgen over Amsterdammers bij wie het wantrouwen zo groot is, dat zij dreigen af te haken, zich geen onderdeel meer voelen van de samenleving en zich actief – en soms zelfs met geweld – gaan verzetten tegen de overheid en de samenleving. Een groeiende groep personen stelt dat de Nederlandse wet- en regelgeving niet op hun van toepassing is en verklaart zich soeverein. Ondanks dat hier lang niet altijd een geweldsrisico van uit gaat is er op de lange termijn wel sprake van ondermijning van de democratie als deze door grote groepen mensen als niet legitiem wordt ervaren. Bovendien brengen zij zichzelf en hun naaste omgeving in grote problemen.

3. De aanpak Het aanpakken van bovengenoemde vraagstukken vraagt een inspanning van de hele samenleving, van de politiek, van de instituties van de democratische rechtsorde, van maatschappelijke organisaties en van diverse overheidsorganisaties, zowel nationaal als lokaal. De lokale overheid speelt een belangrijke rol. De lokale overheid staat dicht bij de samenleving en haar inwoners, werkt 6

aan verbinding en sociale cohesie en ondersteunt inwoners op diverse manieren. Daarnaast heeft de lokale overheid een spilfunctie tussen het veiligheids- en sociaal domein. Het programma radicalisering en extremisme gebruikt die kwaliteiten en capaciteiten van de gemeente Amsterdam voor de vraagstukken die hierboven geschetst zijn. Enerzijds zorgen we dat de gemeentelijke organisatie en haar partners geëquipeerd zijn. Anderzijds voegen we daar zo nodig zelf activiteiten en interventies aan toe. De vraagstukken van spanningen, radicalisering en extremisme spelen op verschillende niveaus en zijn verschillend van aard. Ze vragen daarom om een gediversifieerde en tegelijkertijd integrale aanpak. Die aanpak moet zich richten op drie doelgroepen: - radicaliserende individuen, - slachtoffers van extremisme en buitenlandse inmenging, - de veerkracht van de samenleving tegen extremisme.

3.1

Radicaliserende individuen

Radicalisering is een complex, individueel proces dat door veel verschillende factoren wordt bepaald. Daardoor is elk radicaliseringsproces anders. De uitkomst van het proces staat niet van tevoren vast. Slechts een zeer kleine minderheid radicaliseert dusdanig dat zij daadwerkelijk geweld gebruiken om hun idealen te verwezenlijken. Ook komt het vaak voor dat mensen een tijdje radicaliseren, om hier vervolgens weer van terug te komen. Het is belangrijk om te benadrukken dat het alleen hebben van radicale ideeën over hoe de samenleving er uit zou moeten zien niet problematisch is. Sterker, dit hoort bij een sterke democratie en een vrije samenleving. Vaak genoeg is gebleken dat radicale ideeën de drijvende krachten achter maatschappelijke vernieuwing zijn. Tegelijkertijd kunnen mensen die extremistische ideologieën aanhangen, ook zonder zelf geweld te gebruiken, een gevaar voor zichzelf of voor de samenleving worden. Bijvoorbeeld door zich buiten het overheidsgezag te willen plaatsen of door vormen van niet-gewelddadig extremisme, zoals systematisch haatzaaien of doelbewust desinformatie verspreiden.

Dit spanningsveld maakt het uitermate belangrijk om voor elk radicaliserend individu een aanpak op maat te maken die proportioneel en legitiem is: - Voor geradicaliseerde individuen die een risico op geweld vormen is een aanpak nodig die gericht is op het verminderen van dit risico. Dat moet een stevige aanpak zijn op het snijvlak van veiligheid en zorg. - Voor radicaliserende individuen die geen risico op geweld vormen is een aanpak vanuit het sociaal domein nodig. Dit voorkomt dat zij ten onrechte als een veiligheidsrisico worden gezien. Met de juiste benadering en ondersteuning kunnen professionals in het sociaal domein een belangrijke rol spelen in het voorkomen van verdere radicalisering.

3.2

Slachtoffers

Slachtoffers van extremisme en van buitenlandse inmenging verdienen de aandacht en de ondersteuning van de lokale overheid. Deze Amsterdammers worden ernstig beperkt in hun grondrechten en vrijheden. Mensen worden voorzichtiger in hun uitingen, voelen zich onveilig en machteloos. Het gaat vaak om mensen die een rol spelen in de democratische rechtstaat, waardoor dit ook de democratische rechtsorde raakt. Daarnaast heeft de intimidatie en bedreiging niet alleen 7

een effect op het slachtoffer, maar ook op anderen, doordat zij mogelijk aan zelfcensuur doen om te voorkomen in dezelfde positie terecht te komen. De gemeente Amsterdam vindt dat onacceptabel. De gemeente streeft ernaar dat iedereen in Amsterdam vrij is om te zijn wie je wilt en om eigen keuzes te maken. Echter, het is lang niet altijd mogelijk om de daders van de intimidatie en bedreigingen aan te pakken. Dit gedrag vindt vaak online plaats, door anonieme actoren, en is lang niet altijd strafrechtelijk te vervolgen. Bij buitenlandse inmenging speelt ook nog mee dat daders in het buitenland verblijven en/of steun ondervinden van een buitenlandse statelijke actor. Om de vrijheid en grondrechten van Amsterdammers die met deze fenomenen te maken krijgen toch zo veel mogelijk te waarborgen, moeten zij de juiste ondersteuning krijgen. Dat vermindert de impact van de bedreiging en intimidatie.

3.3

Democratische veerkracht

Radicalisering, extremisme en buitenlandse inmenging gedijen in een context van spanningen in de samenleving en wantrouwen richting overheid. Om radicalisering, extremisme en buitenlandse inmenging duurzaam aan te pakken is het nodig om in te zetten op het versterken van individuen en de samenleving. Om te voorkomen dat tegenstellingen en spanningen leiden tot incidenten en extremisme, is het van belang te investeren in de democratische veerkracht van Amsterdammers. Tot op heden heeft de aanpak voor preventie van radicalisering een focus gehad op het wegnemen van risicofactoren die kunnen leiden tot extremisme. Recent onderzoek4 laat zien dat het belangrijk is om in te zetten op de beschermende factoren en te voorkomen dat preventieve aanpakken een stigmatiserende werking hebben op groepen. Als stad kiezen we daarom voor een positieve insteek, door te focussen op democratische veerkracht van Amsterdammers. Wij definiëren democratische veerkracht als het vermogen om ‘terug te veren’ na lastige gebeurtenissen of uitdagingen, gebruikmakend van handelingswijzen die passen bij de democratische rechtsorde5.

3.4

Vier actielijnen

Op basis van bovenstaande overwegingen komen we tot een aanpak die bestaat uit vier actielijnen: 1. Tegengaan van radicalisering via het sociaal domein. Deze actielijn is gericht op radicaliserende individuen, die (nog) geen risico op geweld vormen. We zetten het sociaal domein in om te voorkomen dat mensen vanwege hun radicale ideeën in de problemen komen, hun band met de overheid onder druk komt te staan en ze mogelijk radicaliseren richting extremisme. We equiperen professionals om radicalisering vroegtijdig te signaleren en om de juiste benadering te kiezen en adequate ondersteuning te bieden. 2. Verminderen van het risico op extremistisch geweld. Deze actielijn is gericht op radicaliserende individuen, bij wie wel een risico op geweld uitgaat. Bij deze individuen streven we naar het verminderen van dat risico. We zetten de integrale persoonsgerichte aanpak radicalisering in.

4 Sieckelinck en Gielen (2020): veerkracht bevorderen onder opgroeiende jongeren, inzetten op beschermende factoren. 5 Expertisecentrum Sociale Stabiliteit (2023): voorkomen radicalisering door versterken veerkracht

8

3. Ondersteunen van slachtoffers. Om de impact van extremisme en buitenlandse inmenging te minimaliseren, zorgen we voor adequate ondersteuning van de slachtoffers. Daarmee beschermen we zoveel mogelijk hun grondrechten en vrijheden. 4. Versterken van de democratische veerkracht. Deze actielijn is gericht op het versterken van de veerkracht van individuen en de samenleving. Om een barrière tegen extremistische ideologieën en tegen incidenten door ingrijpende gebeurtenissen in binnen- en buitenland op te werpen, versterken we de democratische veerkracht. In een democratisch veerkrachtige stad worden ingrijpende gebeurtenissen in binnen- en buitenland op een democratische manier verwerkt en leiden spanningen tussen groepen of tussen burgers en de overheid niet tot incidenten of onveiligheid. In de volgende hoofdstukken werken we deze actielijnen verder uit. We bespreken steeds de overwegingen bij de actielijn, wat we willen bereiken en hoe we dat doen.

4. Radicalisering tegengaan vanuit sociaal domein 4.1

Waarom

Het is mogelijk het proces van radicalisering te keren: vooral als in een vroegtijdig stadium signalen worden opgepikt en als de persoon op de juiste manier benaderd wordt en adequate ondersteuning krijgt. Personen die afglijden of dreigen te radicaliseren komen vaak op enig moment in aanraking met professionals. Bijvoorbeeld omdat ze ondersteuning krijgen of opvallend gedrag vertonen op straat, op school, bij een sportclub of op werk. Denk aan een mentor op school, een schuldhulpverlener, een wijkagent, een klantbegeleider van de gemeente of een jeugdzorgmedewerker. Zij zijn in de beste positie om signalen vroegtijdig op te merken. Bovendien

9

hebben zij vanuit hun professionele relatie met deze personen, en hun professionele vaardigheden, de beste papieren om in contact te blijven en ondersteuning te bieden. Door zoveel mogelijk vanuit het sociaal domein te werken, voorkomen we ook dat mensen onterecht worden gezien en benaderd als een veiligheidsrisico. Professionals in het sociaal domein dragen door hun reguliere werk bij aan het tegengaan van radicalisering. Tegelijkertijd is dit voor veel professionals een moeilijke taak. Professionals hebben specifieke kennis nodig om radicalisering te signaleren en specifieke vaardigheden om op de juiste manier met personen met extreme idealen om te gaan. Door het snel veranderende extremistische landschap zijn kennis en vaardigheden weer snel achterhaald, door verloop van personeel verdwijnt kennis uit organisaties.

4.2

Wat willen we bereiken?

Het programma streeft ernaar dat professionals in het sociaal domein radicalisering in een vroegtijdig stadium signaleren en dat zij in staat zijn om daar op een juiste manier naar te handelen. We willen bereiken dat: - personen die radicaliseren in een zo vroeg mogelijk stadium opgemerkt worden en de begeleiding krijgen die ze nodig hebben, - professionals eventuele radicalisering tijdig opmerken, weten hoe zij er mee om kunnen gaan, zich gesteund weten in dit complexe werk en advies krijgen wanneer dat nodig is, - de relevante organisaties in het sociaal domein aandacht blijven hebben voor het onderwerp radicalisering, extremisme en spanningen, ook als het bijvoorbeeld minder in het nieuws is, - professionals samenwerken en ervaringen uitwisselen.

4.3

Hoe doen we dat?

We werken nauw samen met organisaties en professionals uit het sociaal- en veiligheidsdomein die in contact staan met Amsterdammers en radicalisering kunnen tegenkomen. Dit netwerk onderhouden we door te investeren in samenwerking en de structurele uitwisseling van ervaringen. Om een onnodig stempel van ‘geradicaliseerd’ te voorkomen, streven we ernaar professionals te adviseren zonder dat zij persoonsgegevens hoeven te delen. We nemen het niet over, tenzij er daadwerkelijk een veiligheidsrisico uitgaat van de persoon in kwestie (zie hoofdstuk 5). Concreet: - We bieden verschillende kennisactiviteiten aan, zoals masterclasses, workshops of trainingen. - We maken kennisproducten over specifieke fenomenen en over praktische vaardigheden die nodig zijn om met een fenomeen om te gaan. - We onderhouden een netwerk van aandachtsfunctionarissen die fungeren als eerste aanspreekpunt voor hun collega’s, en die de aandacht voor het thema vergroten binnen hun organisatie. - We onderhouden een gesprekspoule met de specifieke vaardigheden die nodig zijn om in gesprek te gaan met personen die zich afkeren van de overheid. - We bieden vrijblijvend ondersteuning en advies aan professionals, via het Steunpunt Radicalisering. Ook als er geen sprake is van een veiligheidsrisico, maar er bijvoorbeeld vragen zijn over het bespreken van moeilijke onderwerpen in de klas of spanningen in een wijk.

- We zorgen voor warme doorverwijzing naar ander aanbod en betrekken experts of partners als de situatie daarom vraagt. Zolang het nodig is staan we naast de professional en bieden we ondersteuning en advies. 10

5. Verminderen van het risico op gewelddadig extremistisch gedrag 5.1

Waarom

Individuen waar een risico op geweld van uit gaat, vragen om een andere benadering. We zetten daarbij in op disengagement. Disengagement houdt in dat personen, ook als zij het radicale gedachtegoed nog aanhangen, inzien dat geweld nooit een legitiem middel is om hun idealen te bewerkstelligen en dat er alternatieven zijn om hun idealen in deze samenleving na te streven. Het doel is dus niet dat zij per se de onderliggende waarden, attitudes en opvattingen veranderen of het radicale gedachtengoed afzweren. We weten dat er risicofactoren zijn die de kans vergroten dat een geradicaliseerd persoon geweld gebruikt en beschermende factoren die deze kans juist verkleinen. We zetten daarom in op het wegnemen van die risicofactoren en het versterken van de beschermende factoren: - Individuen die ervaren dat ze in beeld zijn, zullen minder snel overgaan tot geweld. Radicaliserende personen opereren juist vaak in de anonimiteit. Om het risico op geweld bij een persoon te verminderen helpt het daarom het individu uit de anonimiteit te halen. - Individuen die ervaren dat hun gedrag begrensd wordt, zullen minder snel overgaan tot geweld. Door bij elke vorm van extremistisch en/of wetsoverschrijdend gedrag op te treden, wordt een duidelijke grens gesteld en vermindert het risico op ernstiger extremistisch gedrag.

- Individuen die een goede plek in de samenleving hebben en een goed toekomstperspectief, zijn minder snel geneigd om over te gaan tot geweld. Denk daarbij aan huisvesting, een goede dagbesteding zoals scholing of werk en daarbij behorend inkomen, zorg en begeleiding en een stevige en ondersteunende sociale omgeving. De combinatie van risico- en beschermende factoren is voor elk individu anders. Daarom is voor elke radicaliserende persoon een aanpak op maat nodig en moeten verschillende partijen met elkaar samenwerken om tot een optimale mix van interventies te komen voor het individu. Voor die aanpak is veel specialistische expertise nodig, bijvoorbeeld over extremistische stromingen en extremistische gedragingen en over hoe om te gaan met geradicaliseerde personen en invloed op hen uit te oefenen.

5.2

Wat willen we bereiken?

We willen voor elke radicaliserende persoon die een risico op geweld vormt een op maat gemaakte aanpak realiseren. Met daarin de juiste mix van interventies om het risico op geweld te verminderen. In die integrale Persoonsgerichte Aanpak Radicalisering (iPGA-R) streven we naar: - het uit de anonimiteit halen van de persoon, - een goede plek in de samenleving en een toekomstperspectief, - het begrenzen van het extremistische gedrag. De iPGA-R draagt daarmee bij aan het verminderen van het risico op extremistisch geweld.

11

5.3

Hoe doen we dat?

Bij de uitvoering van de iPGA-R werken de kernpartners van de iPGA-R nauw samen. De kernpartners zijn de gemeente (OOV, WPI en GGD), politie, het Openbaar Ministerie, de Reclassering Nederland en de Raad voor de Kinderbescherming. Concreet: - Na een melding bij het Steunpunt maken we met de partners een risico-inschatting op basis van de beschikbare informatie. Bij iedere casus kijken we zowel naar de risicofactoren als de beschermende factoren. - Indien we een risico op geweld zien, wijzen we één regisseur toe die verantwoordelijk is voor het plan van aanpak en de coördinatie van de uitvoering. In het plan van aanpak staan het doel van de aanpak gericht op deze persoon en de te nemen stappen beschreven. - In het plan van aanpak komen de benodigde interventies terug op de verschillende leefgebieden. Denk aan inzet op praktische of psychische hulp, het realiseren van een zinvolle tijdsbesteding of het creëren van maatschappelijk perspectief. Tevens zijn er meer dringende maatregelen vanuit het straf- of bestuursrecht mogelijk, zoals gebiedsverboden of contactverboden. - We kijken gedurende het proces van regie zowel naar zorg als veiligheid. Periodiek beoordeelt de regisseur of de aanpak en interventies het gewenste effect hebben. - We kijken voortdurend of er nog steeds sprake is van een risico op geweld vanuit extremistisch gedachtegoed.

Omdat een persoonsgerichte aanpak ingrijpt in het leven en de privacy van een persoon is het van belang dat we steeds beargumenteren waarom iemand is opgenomen in de iPGA-R. We besteden daarbij veel aandacht aan de expertise en vaardigheden die nodig zijn om deze aanpak goed uit te voeren. De betrokken functionarissen, zoals leden van de weegploeg en de regisseurs, volgen trainingen, bespreken casussen en hebben intervisie.

6.Ondersteunen van slachtoffers 6.1

Waarom

Burgers die slachtoffer worden van bedreiging en intimidatie vanuit extremistisch gedachtengoed of buitenlandse inmenging, ontvangen niet altijd de benodigde steun en/of ervaren gebrek aan perspectief om er aan te ontkomen. We vinden het van belang dat deze slachtoffers er niet alleen voor staan en zich veilig kunnen voelen in de stad. Door deze ondersteuning te bieden, kan de impact van intimidatie en bedreigingen beperkt worden. Daarnaast kan publieke aandacht voor dit soort situaties en publieke veroordeling van het gedrag bijdragen aan het voorkomen dat dit gedrag genormaliseerd wordt. Slachtoffers van intimidatie en bedreiging komen met diverse organisaties in aanraking. Het is van belang dat deze organisaties zich bewust zijn van deze problematiek. Zodat zij de problematiek signaleren, in staat zijn de benodigde ondersteuning te bieden of door te verwijzen naar de juiste ondersteuning. Bij buitenlandse inmenging gelden nog een paar aandachtspunten: 12

-

-

6.2

Slachtoffers durven dikwijls niet naar de politie te gaan, uit angst voor de gevolgen voor familie en vrienden in het land van herkomst, of omdat zij de politie niet vertrouwen. Het is niet altijd duidelijk wie slachtoffer is. Zeker bij spanningen tussen groepen als gevolg van een conflict in het buitenland kan slachtofferschap en daderschap dicht bij elkaar liggen en is het ingewikkeld om dat onderscheid goed te maken. Inmenging vanuit het buitenland en de beoordeling daarvan is bestuurlijk en diplomatiek gevoelig.

Wat willen we bereiken?

We streven ernaar om de impact van het extremistische gedrag of de buitenlandse inmenging te minimaliseren, en om de vrijheden en grondrechten van de slachtoffers zoveel mogelijk te waarborgen. Het programma wil bereiken dat: - slachtoffers van intimidatie en bedreiging zich gesteund, ondersteund en gehoord / gezien voelen, - organisaties die mogelijk met slachtoffers van intimidatie en bedreiging te maken hebben, zich bewust zijn van dit probleem. Tevens zijn zij geëquipeerd om signalen op te vangen, ondersteuning te bieden en waar nodig door te verwijzen, - duidelijk blijkt dat alle vormen van bedreiging en intimidatie onacceptabel zijn, zodat de impact van dit gedrag op de democratische rechtsorde beperkt wordt.

6.3

Hoe doen we dat?

In de periode 2024/2025 experimenteren we met een pilot om slachtoffers van extremisme en vanuit buitenlandse inmenging te ondersteunen. Bij een positieve evaluatie maken we het een vast onderdeel van het programma. We werken langs de volgende lijnen: - We zoeken de samenwerking op met organisaties die een signalerende rol kunnen hebben en organiseren voorlichtingen. We zorgen voor een heldere verwijsstructuur. - Indien een professional signaleert dat er sprake is van een slachtoffer, adviseren we over vervolgstappen. - Samen met gespecialiseerde partners bieden we ondersteuning aan slachtoffers toegespitst op hun situatie en behoefte.. Voorbeelden van ondersteuning zijn hulp bij aangifte of maatregelen nemen om het veiligheidsgevoel te vergroten. Andere voorbeelden kunnen zijn: hulp bieden bij mogelijke mentale gevolgen of normeren vanuit bestuurders. - We brengen specifieke situaties en het fenomeen voor het voetlicht door er publiek aandacht voor te vragen.

7. Versterken van de democratische veerkracht 7.1

Waarom

Democratische veerkracht fungeert als barrière voor polarisatie, radicalisering en extremisme. Democratische veerkracht voorkomt dat extremistische ideologieën voet aan de grond krijgen en dat extremistische ideeën genormaliseerd worden. En democratische veerkracht gaat tegen dat ingrijpende gebeurtenissen in binnen- en buitenland tot incidenten leiden.

13

Veerkrachtige burgers weten hoe ze hun zorgen of ongenoegen kunnen uiten binnen de kaders van de democratische rechtsorde/met democratische middelen. Ze kunnen impactvolle gebeurtenissen verwerken zonder dat dit leidt tot incidenten. Veerkrachtige groepen en gemeenschappen ondersteunen individuen daarin op een positieve manier. Samenwerking en interactie tussen groepen en gemeenschappen ondersteunt dit. Om de democratische veerkracht te versterken is het cruciaal dat we weten wat er leeft en speelt in gemeenschappen. Dat maakt dat we op tijd kunnen inspelen op spanningen, onrust of crises. Daarnaast is het van belang dat er wordt ingezet op verbinding tussen individuen en groepen. Hoe meer verbinding, hoe minder spanningen tussen groepen.

7.2

Wat willen we bereiken?

De hierboven beschreven opgave vraagt om een brede strategie op verschillende terreinen. We willen het volgende bereiken: - dat we goed op de hoogte zijn van de sentimenten en spanningen in de stad, zodat we kunnen voorkomen dat dit leidt tot onrust of incidenten, - dat de democratische vaardigheden en veerkracht van Amsterdamse burgers en hun omgeving verbetert, - dat Amsterdammers - ondanks hun verschillende opvattingen en achtergronden - elkaar blijven ontmoeten, en ook over moeilijke onderwerpen in gesprek blijven. We kiezen geen kant, maar richten ons op de emoties en sentimenten in de stad.

7.3

Hoe doen we dat?

We investeren in democratische waarden, in het erkennen van emoties en angsten, in het stimuleren van veilige ruimtes voor ontmoeting en wrijving, in positieve identiteitsvorming en mediawijsheid onder jongeren en staan in nauw contact met gemeenschappen, organisaties en professionals in de stad. Hiermee versterken we de democratische veerkracht van de stad en zijn we beter in staat bestaande en toekomstige crises het hoofd te bieden. In elk stadsdeel maken we, op basis van een analyse van de opgave in het stadsdeel, een specifieke aanpak gemaakt. In die aanpakken komen de volgende elementen terug: 1. We staan in contact met gemeenschappen en lokale professionals. We zoeken voortdurend contact en voeren dialoog. We onderhouden dit netwerk actief, door niet alleen bij spanningen, maar ook op feestelijke en andere momenten aanwezig en beschikbaar te zijn. 2. We spelen in op spanningen en zetten in op het voorkomen van incidenten en onveiligheid. Bij grote spanningen die tot maatschappelijke onrust leiden, activeren we Draaiboek Vrede.6 3. We ondersteunen professionals bij het herkennen van spanningen, onrust en radicalisering, het versterken van beschermende factoren en stimuleren samenwerking 4. We stimuleren democratisch burgerschap, weerbaar opvoeden en weerbaarheid tegen desinformatie.

Zo ontplooien we activiteiten gericht op weerbaarheid en positieve identiteitsvorming of democratisch burgerschap. Ook bieden we projecten op scholen aan, gericht op democratische burgerschapsvorming en weerbaarheid tegen desinformatie van jongeren. 5. We stimuleren verbinding, ontmoeting en dialoog. We stimuleren of creëren veilige ruimtes voor ontmoeting en wrijving tussen Amsterdammers, groepen en gemeenschappen over thema’s die

6

Een instrument van de Driehoek , waarmee bij maatschappelijke spanningen proactief signalen uit de stad worden opgehaald. Hiermee beheersen we risico’s op openbare ordeverstoringen of geweld.

14

spelen in de stad. We stimuleren verbindende initiatieven. We kiezen daarbij geen kant, maar richten ons op de emoties en sentimenten in de stad.

8.Steunpunt: voorportaal van het programma 8.1

Doel van het Steunpunt

Het Steunpunt functioneert als het voorportaal van het programma radicalisering en extremisme. Iedereen die vragen of zorgen heeft over spanningen, radicalisering en extremisme kan bij het Steunpunt terecht. Vanuit het Steunpunt voeren we de verschillende actielijnen die hierboven zijn toegelicht uit. Het Steunpunt richt zich vooral op professionals in het sociaal domein. Deze professionals spelen een cruciale rol in het tegengaan van radicalisering, spanningen en buitenlandse inmenging. Zij lopen in hun dagelijkse praktijk aan tegen signalen van radicaliserende individuen, van spanningen of van slachtoffers. Zij spelen dus een belangrijke signalerende rol. Hiernaast spelen ze een belangrijke rol in het tegengaan van radicalisering, spanningen en de gevolgen van buitenlandse inmenging, door op de juiste manier te handelen bij zorgen of signalen. Tegelijkertijd kan het omgaan met extreme uitingen en het duiden van zorgen of signalen voor een professional zonder de juiste expertise lastig zijn. Thema’s als radicalisering of buitenlandse inmenging zijn complex en gevoelig, waardoor het voor een professional die dit tegenkomt prettig is als een expert kan meedenken. Om ervoor te zorgen dat professionals met zorgen of vragen over een van de thema’s uit dit uitvoeringsplan er niet alleen voor staan en hulp krijgen, hebben we een Steunpunt.

8.2

Hoe werkt het Steunpunt?

Het Steunpunt is het voorportaal waar alle vragen en signalen binnenkomen. Deze duiden we middels een vaste werkwijze door het programmateam, waarna we de melder van advies voorzien. Tevens fungeert het Steunpunt als kennis- en expertisecentrum waarvan uit we kennisactiviteiten en op maat gemaakt trainingsaanbod aanbieden. - Het Steunpunt biedt laagdrempelige ondersteuning en advies aan professionals bij alle vragen, zorgen, signalen of bij een kennisbehoefte. Dit vraag om maatwerk omdat geen enkele vraag of situatie hetzelfde is. - We bieden handvatten om te handelen. - We duiden alle meldingen van mogelijke radicalisering zorgvuldig en geleiden eventueel door naar de iPGA-R.

8.3

Welke uitgangspunten hanteert het Steunpunt?

Het Steunpunt is het middel om kennis en informatie te delen met professionals die werkzaam zijn in Amsterdam, hun te voorzien van advies, ondersteuning of doorverwijzing naar partnerorganisaties en signalen te duiden en te verzamelen. Achter dit middel zitten een aantal overtuigingen die richting geven aan de uitvoering: Concreet:

15

-

-

-

Om de actielijnen in dit uitvoeringsplan goed uit te voeren is het essentieel dat we herkenbaar, vindbaar en bereikbaar zijn voor al die professionals en partners waarmee we samen werken aan de opgave. We werken continu aan de bekendheid van het Steunpunt middels voorlichtingen zodat professionals hun vragen, zorgen of signalen delen met het Steunpunt voor ondersteuning, duiding en advies Door de behoefte van professionals centraal te stellen in de ondersteuning, bieden we maatwerk. We kijken breed naar wat een persoon, professional of de situatie nodig heeft en maken per situatie of casus een afweging over onze rol en de vorm van ondersteuning. Bij elke vraag volgen we een vastgestelde werkwijze. In een interdisciplinair triage overleg bespreken we signalen (anoniem), geven we duiding en stellen we een vervolgadvies op. Met het Steunpunt zorgen we ervoor dat we op één plek alle informatie verzamelen waardoor we het beleid continu kunnen bijsturen als de situatie daar om vraagt. We hebben een netwerk van professionals, organisaties en experts waar we naar kunnen doorverwijzen.

9.Randvoorwaarden Voor goede uitvoering van bovengenoemde actielijnen en het Steunpunt, is een aantal randvoorwaarden noodzakelijk.

9.1

Kennis

De eerste randvoorwaarde is kennis van de fenomenen waar we ons op richten, in brede zin én specifiek over de verschijningsvormen in Amsterdam. Om situaties juist te kunnen inschatten en professionals van goed advies te voorzien moet het programma op de hoogte zijn van de relevante trends en ontwikkelingen op het gebied van spanningen, radicalisering en extremisme binnen en buiten Amsterdam. We volgen en benutten landelijke en internationale kennis – vanuit wetenschappers en experts, landelijke partners en andere gemeenten – over de thema’s waarin we werken.

9.2

Informatiepositie

We baseren de werkzaamheden op het informatiebeeld dat we ieder jaar opstellen. Het programma verzamelt op structurele wijze beschikbare informatie over spanningen, radicalisering en extremisme en brengt daar orde en duiding in aan. We combineren cijfermatige informatie met kwalitatieve (‘zachte’) informatie en maken gebruik van verschillende bronnen. We halen informatie op uit de stad, zowel doorlopend als op vaste peilmomenten, zodat we trends kunnen signaleren en kunnen inspelen op behoeften van professionals. Ons eigen netwerk van professionals in de stad is een belangrijke bron van informatie voor het jaarlijkse informatiebeeld en het stedelijke beleid. Naast de doorlopende contacten met het netwerk voeren we iedere twee jaar een vragenlijstonderzoek uit.

9.3

Privacy

Bij de uitvoering van het programma verwerken we persoonsgegevens. We doen dat zorgvuldig en alleen als het echt nodig is. Onze werkwijze is ontwikkeld in overleg met een privacyjurist. Wanneer er een melding binnenkomt bij het Steunpunt, ondersteunen we zo lang mogelijk de professional die de melding doet, zonder persoonsgegevens uit te wisselen. Echter, wanneer de iPGA-R in beeld komt delen we logischerwijs persoonsgegevens. Voor de gegevensuitwisseling in de iPGA-R is een data privacy impact assessment (DPIA) uitgevoerd en een convenant opgesteld. We houden ons aan de 16

wettelijk gestelde termijnen voor het bewaren van persoonsgegevens. Het spreekt voor zich dat het programma binnen haar bevoegdheden blijft, en dus niet doet aan opsporing of heimelijk onderzoek naar personen.

9.4

Monitoren, evalueren en bijstellen

We monitoren en evalueren elk van de programmaonderdelen zodat we kritisch kunnen kijken naar het eigen handelen, het beleid verbeteren en verantwoording afleggen. We organiseren kritiek en tegenspraak van buiten, door advies in te winnen bij externe experts en eventueel een externe evaluatie te laten uitvoeren. Zo geeft de jaarmonitor iPGA-R inzicht in de kenmerken van de personen in regie, de voortgang op de casuïstiek en de meldingen en adviesvragen die zijn binnengekomen bij het Steunpunt Radicalisering.

10. Tot slot Spanningen, radicalisering en extremisme bedreigen de democratische rechtsorde en daarmee onze vrije samenleving. Ze staan haaks op het type samenleving die we in Amsterdam willen. In dit uitvoeringsplan hebben we vier actielijnen beschreven waarmee we de diverse opgaves van spanningen, radicalisering en extremisme willen aanpakken. Met deze actielijnen kunnen we een belangrijke rol spelen in het weerbaar maken van de stad tegen spanningen, radicalisering en extremisme. We zetten onze kennis, expertise en netwerk in om met de juiste partners de stad veerkrachtiger en bestand tegen ingrijpende gebeurtenissen te maken. We helpen professionals omgaan met ingewikkelde situaties en helpen hen de juiste manier te vinden om met Amsterdammers in gesprek te blijven. We verminderen het risico op extremistisch geweld, maar hebben ook aandacht voor slachtoffers. Zo dragen we bij aan een stad waarin onze vrijheid en democratische waarden worden beschermd.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16162544/1