CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitgangspunten en spelregels voor de samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente definitieve versie 14 mei.docx

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 19 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de Participatieverordening gemeente Amsterdam (VN2024-007952)2.538 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afspraken, uitgangspunten en spelregels voor de samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente 14 mei 2024

1. Inleiding Na oproepen vanuit verschillende bewonersorganisaties aan de gemeenteraad en het college is in 2022 en 2023 in Amsterdam de proeftuin buurtplatformrecht uitgevoerd. Doel van de proeftuin was ervaring opdoen om zo te komen tot een structurele samenwerking tussen gemeente en bewonerscollectieven en ondersteuning van de deze collectieven, ook wel buurtplatformen. In deze proeftuin is geëxperimenteerd met het buurtplatform als officiële gesprekspartner en platform voor de gemeente en andere organisaties die actief zijn in de buurt. De platformen geven de buurt daarbij een (soms meervoudige) stem en zijn de verbindende factor tussen verschillende netwerken van bewoners en ondernemers in de buurt. Een gesprekspartner is nadrukkelijk iets anders dan een beslispartner. Besluitvorming is en blijft een taak van de gemeente, platformen willen die taak niet overnemen, wel willen ze in partnerschap samenwerken. De ervaring leert dat planvorming en uitvoering vaak beter worden als de leefwereld niet alleen incidenteel maar structureel aan tafel zit en de gelegenheid heeft zich daarvoor te organiseren op buurtniveau. Legitimiteit Aangezien buurtplatformen geen onderdeel zijn van de beslisdemocratie, is het niet noodzakelijk dat zij representatief zijn.

Buurtplatformen houden zich bezig met participatieve democratie, en hebben als doel om collectief actief te zijn en zoveel mogelijk samenwerking te organiseren tussen de mensen die de handen uit de mouwen steken om de buurt te verbeteren. De legitimiteit van buurtplatformen ligt in het commons-domein1, het samen eigenaarschap nemen en concrete resultaten boeken in de buurt, en niet bij het vertegenwoordigende domein van de representatieve democratie. Wel is cruciaal dat buurtplatformen inclusief werken, en dat het platform laat zien hoe ze dit waarborgen. Buurtplatformen zijn van nature samenwerkingsverbanden op buurtniveau en toegankelijk voor iedereen die dingen doet voor de buurt en kan en wil samenwerken om de buurt te verbeteren. Van proeftuin naar participatieverordening De proeftuin is eind 2023 geëvalueerd (zie aanbiedingsbrief (evaluatie) door coalitie van buurtplatformen, en evaluatieverslag !WOON proeftuin buurtplatformrecht inclusief kennisbank inclusief bijlagen zoals geagendeerd in de commissie SED van 17 april jl). Het college heeft op 30 januari 2024 op basis van deze evaluatie aangegeven platformen als samenwerkingspartner te willen opnemen in de participatieverordening en wil zo recht doen aan de oproep van de buurtplatformen om meerjarig gelijkwaardig partner te zijn van de gemeente.

Gelijkwaardigheid betekent niet dat gemeente en platform dezelfde rol en positie hebben, wel dat zij in partnerschap en onderling vertrouwen werken aan het verbeteren van de buurten. In de verordening is een artikel gewijd aan de definitie van een buurtplatform, en de samenwerkingsafspraken die met de platformen gemaakt worden. Omdat niet alles in een verordening kan worden vastgelegd, leggen we als aanvulling op de verordening een set

1 De term Commons wordt gebruikt voor een

gemeenschappelijk goed dat beheerd wordt door een groep mensen die hierover gezamenlijk afspraken maakt

uitgangspunten en spelregels vast. Hierin staat de werkwijze beschreven zoals die voor alle platformen geldt. In de praktijk van de proeftuin is gebleken dat elk platform anders is en dat een succesvolle samenwerking altijd afhangt van de inzet van zowel gemeente als platform om samen aan goede en passende samenwerkingsafspraken te werken. Toch is er een aantal uitgangspunten die algemeen geldig zijn en op basis waarvan we de komende periode zullen samenwerken. Desgewenst kunnen deze uitgangspunten op een later moment in een kader worden vastgelegd. Voorlopig blijven we samen leren, en zal periodiek gezamenlijk gekeken worden of dit document moet worden aangevuld of aangepast. 2. Uitgangspunten en spelregels om de verordening in de praktijk werkbaar te maken Aanvullend op de tekst en toelichting in de participatieverordening leggen we de volgende uitgangspunten en spelregels vast voor de samenwerking tussen buurtplatformen en gemeente Amsterdam. We kijken daarbij door een positieve bril: hoe kan de gemeente optimaal gebruik maken van de platformen en vice versa? Deze uitgangspunten en spelregels zijn de basis voor de buurtplatformen en de gemeente om tot goede samenwerking te komen. Om dit te ondersteunen, het werken met buurtplatformen verder te ontwikkelen, kennis uit te wisselen en een register van buurtplatformen bij te houden, is een ambtelijk tussenteam actief.

Dit team bestaat uit verschillende ambtenaren die ervaring hebben met het werken met buurtplatformen (vanuit een gebiedsteam, stadsdeel of gebiedsontwikkeling of anderzijds). Ook is er een coalitie van buurtplatformen opgezet. In de coalitie van buurtplatformen zijn alle actieve platformen vertegenwoordigd. De coalitie helpt bij het onderling verbinden van de platformen in een netwerk. Platforms leren van elkaar, en ondersteunen elkaar op allerlei manieren. Samen met het ambtelijke tussenteam wordt gewerkt aan het uitwisselen van kennis en informatie en het versterken van de samenwerking met buurtplatformen. Ook geldt deze coalitie als kweekvijver voor nieuwe platformen. A. Verkrijgen van de status buurtplatform  Elke groep actieve bewoners kan zich bij de gemeente melden om voor hun buurt de status van buurtplatform te verkrijgen (artikel 16, tweede lid, verordening).  Het college van B&W wijst de status toe aan een aspirant-buurtplatform en legt dit besluit ter advisering voor aan de stadsdeelcommissie. Het college kan dit in de praktijk mandateren aan de dagelijks besturen van de stadsdelen/ de bestuurscommissie. Dit doet men op basis van de kenmerken van een buurtplatform zoals genoemd in de verordening in artikel 16, eerste lid. Er worden er geen aanvullende criteria vastgesteld om te bepalen of een netwerk de status van een buurtplatform kan krijgen.

 De buurtgrenzen waar binnen een platform actief is, bepaalt het buurtplatform zelf, deze zijn vanuit buurtlogica gekozen maar kunnen niet overlappen met begrenzingen van andere buurtplatformen. Het buurtplatform maakt altijd duidelijk wat de grenzen zijn van de buurt waarin zij actief is. In principe kan er maar één buurtplatform per buurt actief zijn. Bij meerdere gegadigden, neemt het college hier een besluit over.  De coalitie van buurtplatformen wordt ook gevraagd om een advies te geven aan het college over of een initiatief passend is als buurtplatform. Ook kunnen zij aspirantplatformen begeleiden in hun aanvraag.  Deze status van erkend buurtplatform duurt maximaal drie jaar, waarna opnieuw over die status moet worden besloten (artikel 16, tweede lid, verordening). De duur van de

periode wordt per buurtplatform overeengekomen. De gemeente houdt de actuele status en de reikwijdte (buurtgrenzen) van alle buurtplatformen bij in een openbaar toegankelijk register. B. Samenwerkingsafspraken  De samenwerkingsafspraken zoals beschreven in de verordening in artikel 16, tweede en derde lid, worden opgesteld door in ieder geval de eerste contactpersoon vanuit de gemeente en de eerste contactpersoon vanuit het buurtplatform. Beiden nodigen andere mensen aan tafel uit wanneer dat van toepassing is  Het tussenteam in samenwerking met de coalitie van buurtplatformen zorgt voor een format dat als basis voor de samenwerkingsafspraken kan dienen, en voor voorbeelden van afspraken die gemaakt kunnen worden. Het format biedt een basis, hier kan van afgeweken worden, mits alle in de verordening genoemde punten hierin opgenomen worden.  De samenwerkingsafspraken worden ondertekend door het buurtplatform en de gemeente en zijn gedurende de loopperiode de basis van de samenwerking. De verleende status en de afspraken gelden voor alle relevante afdelingen van de gemeente, en hebben als doel om de samenwerking in de buurt en de koepelfunctie van het buurtplatform te versterken. . C.

Contactpersonen vanuit de gemeente en het platform  Vaak is de gebiedsmakelaar de eerste contactpersoon voor het platform maar dit kan ook iemand anders zijn, bijvoorbeeld een omgevingsmanager of een projectmanager vanuit gebiedsontwikkeling. Afhankelijk van de onderwerpen en de intensiteit van samenwerking, kan er sprake zijn van verschillende contacten en samenwerkingen tussen het platform en de gemeente.  De contactpersonen spannen zich in om i. Een goed contact op te bouwen en samen aan het werk te zijn voor de buurt ii. Relevante informatie zowel gevraagd als proactief te delen iii. Relevante netwerkcontacten te delen iv. Elkaars ambassadeur te zijn en elkaar proberen te versterken v. Te zorgen voor korte communicatielijnen en elkaar niet te verrassen  Van alle betrokken ambtenaren en afdelingen wordt verwacht dat zij het buurtplatform benaderen en betrekken bij projecten en gemeentelijke initiatieven die betrekking hebben op de met het buurtplatform gemaakte afspraken.  De gemeente stimuleert andere wijkpartners (bijvoorbeeld woningcorporaties) om op een vergelijkbare manier samen te werken met de platformen zoals de gemeente dat doet. Dit is niet af te dwingen via de verordening, maar de gemeente kan hier bij haar partners wel op aandringen en actief verwijzen naar het openbare register.

 Het is aan te bevelen om met regelmaat de effectiviteit van het contact te bespreken en elkaar van feedback te voorzien. Wat betreft de gemeente kan dit bijvoorbeeld input zijn voor beoordelingscyclus, of kan het platform een rol spelen bij de werving van een nieuwe contactpersoon, bijvoorbeeld door feedback te geven op het functieprofiel of door plaats te nemen in de adviescommissie. Er wordt hiervoor op basis van de ervaringen op termijn een richtlijn en algemene werkwijze opgesteld door de gemeente in samenwerking met de coalitie van buurtplatformen. D. Eigen manier van werken en organiseren:  Een buurtplatform kan haar manier van werken en organiseren zo inrichten dat ze denkt het maximale resultaat voor de buurt te bewerkstelligen. Ook ondernemers kunnen onderdeel zijn van het buurtplatform. Dit zal altijd in verhouding zijn tot de draag- &

organisatiekracht van een platform. Dat kan anders zijn dan de gemeente zou doen. Bijvoorbeeld: Een platform kan ook aangeven ergens niet over te willen adviseren. Het buurtplatform is open en transparant over hun werkwijze en organisatiestructuur, naar de buurt en naar wijkpartners en de gemeente.

E. Rol buurtplatformen in participatie bij bestaande en nieuwe projecten in de buurt  Buurtplatformen hebben een belangrijke adviesfunctie voor de gemeente, bij het opstarten en uitvoeren van projecten en opstellen van nieuw beleid. Hiervoor is in de participatieverordening afgesproken dat er wordt gewerkt met een participatieplan.  Nieuwe participatieplannen voor projecten die betrekking hebben op de met het buurtplatform gemaakte samenwerkingsafspraken, worden zo veel mogelijk vóór vaststelling ter advisering voorgelegd aan een buurtplatform. Dit geeft een buurtplatform de mogelijkheid om zich uit te spreken over de wijze van participeren in de buurt en de rol die het buurtplatform daarin kan spelen. Het betreft hier alleen de gemeentelijke participatieplannen, niet de plannen van de ontwikkelaars en andere externe partijen, al kan de gemeente dit wel stimuleren.  Over een vastgesteld participatieplan of project wat al in uitvoering is wordt onderling afgestemd welke betrokkenheid van het buurtplatform gewenst en mogelijk is.  Een buurtplatform kan in alle bovenstaande situaties ervoor kiezen om geen advies uit te brengen. F. Subsidiariteitsbeginsel  De gemeente doet niet ongevraagd voor de buurt/het platform wat de buurt/het platform zelf kan doen.  De gemeente stimuleert en activeert en biedt het buurtplatform de ruimte om eigen initiatief te nemen in de buurt. G.

Werkbudget & onafhankelijke ondersteuning 

De status van erkende buurtplatformen heeft als doel betere samenwerking en positionering, daarvoor is een structurele financiële basis van belang om de energie die de buurtplatformen leveren voor de stad ook echt voor de buurten in te kunnen zetten, in plaats van het zoeken naar middelen. Erkende platformen hebben recht op een passend werkbudget. Dit is bedoeld als werkbudget om bijvoorbeeld bijeenkomsten mee te organiseren en communicatie mee te realiseren. De precieze wijze van financiering wordt in 2024 nader uitgewerkt. Hiervoor is vanuit democratisering in de jaren 2024, 2025 en 2026 een basisfinanciering beschikbaar. Dit budget is niet bedoeld en niet toereikend voor initiatieven die het platform organiseert en faciliteert, of de huur van eigen locaties in de buurt. Afhankelijk van de groei van het platform en de opgave van de buurt, kan hier een noodzaak toe zijn. Het tussenteam kan ondersteuning bieden bij het vinden van deze aanvullende financiering voor grotere en groeiende platformen. Het buurtplatformbudget kan ook worden ingezet voor onafhankelijke ondersteuning of de inzet van experts. Ondersteuning ook kan bestaan uit versterking van de organisatiekracht van een buurtplatform. Platformen kunnen hiervoor een aanvraag indienen bij het tussenteam.

Ondersteuning is altijd maatwerk en kan zich bijvoorbeeld richten op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden, of bijvoorbeeld hulp bij

administratieve verplichtingen. De ondersteuning wordt op een transparante wijze ingehuurd conform de regels die de gemeente Amsterdam hiervoor hanteert. H. Samenwerking en escalatie  Bij een sterke samenwerkingsrelaties op gebieds- en projectniveau hoort ook de houding om zoveel mogelijk knelpunten lokaal te agenderen. Deze worden in de regel opgepakt en opgelost via de vaste contacten tussen buurtplatform en gemeente, op dezelfde manier zoals dat ook gebeurt bij signalen en input van actieve buurtbewoners en maatschappelijke initiatieven. Het buurtplatform kan met haar buurtkennis ook een positieve bijdrage leveren aan de ogen en oren-functie van bijvoorbeeld de stadsdeelcommissie.  Om buurtplatformen goed te positioneren wordt met elk platform op stadsdeelniveau minimaal 1x per halfjaar een overleg georganiseerd met het ambtelijk management van het stadsdeel, om de samenwerking goed door te spreken en vraagstukken die spelen op te lossen of te escaleren. Nevendoel is om begrip te krijgen voor elkaars standpunten, positie en (on)mogelijkheden. Deze manier van werken geeft de buurtplatformen ook de positie om de gemeente te voorzien van continue feedback vanuit de leefwereld. Afhankelijk van de inhoud en de context van de knelpunten, kan vervolgens worden geëscaleerd via ambtelijke lijnen of naar het bevoegd bestuursorgaan.

De structuur, vorm en opzet van het overleg is vrij en wordt afhankelijk van de lokale situatie in het stadsdeel (welke buurtplatformen, focus en aantal) en vooral op basis van de wensen van de betrokken platformen ingeregeld.  Bij knelpunten en escalaties op het werken met buurtplatformen (niet zijnde inhoudelijke knelpunten) kan het tussenteam worden ingeschakeld als mediator en facilitator. In uiterste gevallen kan worden geëscaleerd naar het ambtelijk lid van het gemeentelijk management team (GMT) dat verantwoordelijk is voor democratisering en participatie.  De bovenstaande punten betekenen niet dat altijd overal consensus over moet zijn. Zoals eerder gezegd: besluitvorming is en blijft een taak van de gemeente. De intentie is om samen te zoeken naar de beste oplossingen voor de buurt, maar uiteindelijk kan de gemeente een ander besluit nemen dan het platform wenst. Wel gebeurt dit altijd transparant en beargumenteerd. I.

Leren en ontwikkelen  Omdat de samenwerking met buurtplatformen op de voorgestelde wijze nog in de kinderschoenen staat, wordt er elk kwartaal een stedelijke bijeenkomst georganiseerd met zowel platformen als ambtenaren om te bespreken hoe de afspraken in de praktijk uitpakken en om van elkaars praktijken te leren.  Buurtplatformen voeren jaarlijks een peer-to-peer gesprek2 met minimaal één ander buurtplatform. Zo’n gesprek kent verder weinig eisen, maar alleen al zo’n gesprek is een waardevolle gelegenheid voor reflectie, ideeën en kritiek. Ook nemen ze deel aan de coalitie van buurten Amsterdam, versterken ze die en verrijken ze zichzelf met de interactie daarmee.  Wanneer er gedurende de periode diverse signalen van meerdere partijen (van binnen de gemeentelijke organisatie, van wijkpartners of vanuit de buurt) binnenkomen over dat het buurtplatform niet naar behoren en volgens de verordening en de uitgangspunten functioneert, kan in een uiterste geval de status van het buurtplatform

2 Peer-to-peer staat voor een gesprek tussen gelijken, in dit geval een onderling gesprek tussen twee

buurtplatformen, bedoeld om met elkaar te sparren en van elkaar te leren.

tussentijds worden ontnomen (door het bevoegd bestuursorgaan), volgens artikel 16, vijfde en zesde lid, van de verordening. De uitgangspunten en spelregels zijn niet in beton gegoten, deze worden in elk geval jaarlijks geëvalueerd en zo nodig herzien op basis van bovenstaande overleggen en samenwerkingen. Hierbij speelt het tussenteam een coördinerende, organiserende en faciliterende rol.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14252069/1