CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

TSM_rapport_JUNI_2023_definitief.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 14 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief en voortgangsverslag kwartiermakers Slavernijmuseum (VN2023-015876)6.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortgangsverslag juni 2023

Start verzelfstandiging en opbouw museale organisatie

Voorwoord Besluitvorming

Instemming Amsterdamse gemeenteraad met initiatiefvoorstel Een stap naar verdere verkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de raadsleden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA).

Amsterdamse gemeenteraad Start definitiefase: drie kwartiermakers werken de verkenning verder uit tot een inhoudelijke invulling van het museum en een bijpassende locatie.

Werken aan een gezamenlijke verkenning: beoordelingscommissie onder leiding van Kathleen Ferrier buigt zich over veertien plannen en brengt het advies Historisch besef, vruchtbare toekomst uit aan het college van Amsterdam.

Met dit verslag informeren wij u over de voortgang van het project Nationaal Slavernijmuseum. U leest over de ervaringen, inzichten en dilemma’s die onderdeel zijn van het ontwikkelingsproces naar een nationaal slavernijmuseum in Amsterdam.Ontwerp Deze rapportage en geeft ook een samenvatting van de uitkomsten van vergunningentraject de participatiebijeenkomsten, werkbezoeken en vele gesprekken met musea, Participatie instellingen en andere betrokkenen die in de eerste helft en opleveren van 2023 plaatsvonden. producten door kwartiermakers

Al deze en nog te voeren gesprekken zijn essentieel voor de ontwikkeling van een museum over slavernij, cultuur en identiteit in Amsterdam. Een museum dat de veelzijdige, brede verhalen huist én vertelt rondom de trans-Atlantische slavernij en het Indisch-Oceanische slavernijverleden. Een plek voor iedereen, om samen te komen, te leren, te eren en te helen. De tweede helft van 2023 ligt de focus van ons werk op het uitwerken van de opgedane inzichten en een eerste programmering van het museum. Eind 2023 leggen wij een concreet en definitief advies voor aan het college.

e ri

ng

Verkenningsfase: het college geeft, conform advies van de beoordelingscommissie, opdracht aan NiNsee, IZI Solutions en Museum zonder Muren om gezamenlijk de verkenning te doen.

Het politieke klimaat, de maatschappelijke discussies, de excuses namens de regering, maar ook de participatiebijeenkomsten in Nederland en werkbezoeken aan de Verenigde Staten, Suriname en eilanden Sint-Maarten, Sint-Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire en Curaçao (het Caribisch deel van het Koninkrijk), alles wijst erop:

Bouw

Nu is de tijd, laten we die tijd nemen!

m Door lopende program

Overhandiging eindrapport en gezamenlijk advies: de drie partijen overhandigen het eindrapport Met de kracht van de voorouders. De Amsterdamse Kunstraad en Raad voor Cultuur brengen een positief advies uit, waarin o.a. geadviseerd wordt om ook het Nederlands slavernijverleden in Indisch-Oceanië te belichten.

Architectenselectie

Stap voor stap zijn we op weg naar een ‘iconische’ plek die eer doet aan het gedeelde verleden, en hoop en inspiratie biedt voor een gezamenlijke toekomst.

Inrichten museum en tentoonstellingen

Kwartiermakers Nationaal Slavernijmuseum, John Leerdam, Peggy Brandon en David Brandwagt

Opening Nationaal Slavernijmuseum

3

Samenvatting

Tijdens de participatieavonden in Nederland en werkbezoeken aan Suriname en de Caribische eilanden bleek onze voornaamste taak, luisteren en onderzoeken. Luisteren naar de vele aangrijpende verhalen van nazaten van tot slaafgemaakten. Onderzoeken wat er leeft in Nederland en in de voormalige koloniën als het gaat om ons slavernijverleden. Wat is het sentiment, wat is bekend, waar zitten de vraagstukken, waar zit de pijn, welke rollen heeft het museum hierin en wat willen de mensen terugzien, voelen en ervaren? In alle gesprekken is herhaaldelijk de wens en behoefte geuit om het complete verhaal van het slavernijverleden te vertellen, de gruwel en de overwinning, de geleden pijn en de consistente kracht. De rode draad in het museum zou er een van weerbaarheid en trots moeten zijn. Zodat het museum niet alleen een plek is waar men kennis opdoet, maar ook de plek is waar begrip ontstaat, heling begint en trots overheerst. Op Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius, Sint-Maarten en in Suriname heeft men begrip voor het belang van een slavernijmuseum in Nederland, maar is de behoefte aan eigen musea groot. Zij willen direct aangesloten zijn op wat er in het museum in Amsterdam gebeurt. Bijvoorbeeld door in hun eigen museum of dependance hetzelfde programma en dezelfde thema’s te hanteren.

Om dit traject echt samen te bewandelen, is de ontwikkeling van musea ter plekke van belang. Hoe dit vorm krijgt, moet nog besloten worden. Evident is voor ons dat ook dat besluit in samenwerking met de landen tot stand komt. En, dat het proces ernaartoe 4

een gezamenlijk proces is, waarin overleg en tussentijdse terugkoppeling voorop staan. In Suriname en op de Caribische eilanden zijn de eerste figuurlijke stenen gelegd in de vorm van gesprekken, in groepsverband en een-op-een. We hebben geluisterd naar de wensen en hoop van betrokkenen en er is een voorzichtig begin gemaakt met het herstel van vertrouwen. Vertrouwen dat essentieel is voor een goede start van de volgende fase in de ontwikkeling van het museum. Dat nodige vertrouwen is nog voelbaar kwetsbaar. Daarom is het van groot belang dat het eerste bezoek niet het enige bezoek aan de voormalige koloniën is, maar dat er consequent gedetailleerde follow up gegeven wordt en de aangehaalde banden goed onderhouden worden. We willen en moeten het samen doen, dat is één van de voorwaarden voor het succes van het museum.

De opdracht In september 2022 zijn de drie kwartiermakers aangesteld. Gemeente Amsterdam is hun opdrachtgever en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is nauw betrokken op het gebied van financiering en advies. John Leerdam, kwartiermaker maatschappelijk, betrekt met participatiebijeenkomsten in binnen- en buitenland zoveel mogelijk mensen bij de plannen van het museum. Peggy Brandon, kwartiermaker museaal, ontwikkelt in samenwerking met het museale veld het verhaal dat in het museum verteld wordt. David Brandwagt, kwartiermaker fysiek, houdt zich bezig met de randvoorwaarden waaraan het gebouw moet voldoen en de zoektocht naar een geschikte locatie in Amsterdam. Samen met het projectteam werken zij aan een ondernemingsplan voor het slavernijmuseum, waarin aandacht is voor het museale concept, de inhoud, de organisatie, huisvesting en een exploitatieraming hiervan. Daarnaast maken zij een voorstel voor een kenniscentrum over het slavernijverleden. Tot slot brengen zij in het vervolgtraject een advies uit over de locatie van het toekomstige museum en een programma van eisen voor

het gebouw en het park, en een inkoopstrategie voor de selectie van de architect en adviseurs. Om zo breed mogelijk maatschappelijk draagvlak voor het museum te creëren zetten de kwartiermakers de eerste activiteiten en publieke programmering op, met kennisontwikkeling als doel. Hierbij betrekken zij jong, creatief en (inter)nationaal talent. Aspecten van kennisontwikkeling zijn het vergroten van de kennis over het brede Nederlandse slavernijverleden, de samenhang en -werking met andere kennisinstellingen, de wisselwerking met partnerorganisaties en de manier waarop die kennisdeling wordt georganiseerd. Volgens de huidige planning opent het museum op z’n vroegst de deuren begin 2029. Al eerder start de programmering van het museum in het hele Koninkrijk, die doorloopt tot de officiële opening van het fysieke gebouw.

5

Nut en noodzaak van een Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam Het nationaal slavernijmuseum levert een belangrijke bijdrage aan de herkenning en erkenning van de slavernijgeschiedenis van Amsterdam en van Nederland. Anno 2023 is het belang van erkenning van de geschiedenis van tot slaafgemaakten en hun nazaten, en daarmee de urgentie voor en meerwaarde van dit museum, (levens)groot. In het museum leert een breed publiek over de gedeelde slavernijgeschiedenis. De transAtlantische slavernij is het vertrekpunt en het kernverhaal van het museum, maar ook de slavernij in Indisch-Oceanië, de WIC en VOC zijn onderdeel van het verhaal dat eeuwenlang actief onderdeel was van onze geschiedenis en waarvan we nog dagelijks sporen vinden. Het museum is ook een plek voor het eren van de vele voorouders en hun nooit vertelde verhalen. Een plek waar heling kan beginnen. Want juist door dat zware verleden onder ogen te komen, letterlijk en figuurlijk, ontstaat lucht en ruimte voor gedachten over een nieuwe toekomst.

Door in het museum alle kanten en verhalen zo realistisch mogelijk te laten zien, horen en voelen, groeit de kennis van het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de huidige maatschappij. En daarmee groeit begrip en empathie voor de ander en zijn verhaal, en groei je zelf ook. De herkenning en erkenning van het trauma en de gevolgen en doorwerking ervan in de huidige samenleving zijn nodig om de volgende stap te zetten naar een nieuw gezamenlijk verhaal.

Curacao bij Tula monument

7

Een terugblik

Participatiebijeenkomsten en werkbezoeken in binnen- en buitenland De participatiebijeenkomsten en werkbezoeken hebben als doel betrokkenen te informeren en consulteren over de ontwikkeling van het museum, alsook de ideeën over de ontwikkeling van het museale concept en de locatie te toetsen, en een breed maatschappelijk draagvlak te creëren. De participatiereeks startte met onze reis naar het Caribisch deel van het Koninkrijk, te weten Sint-Maarten, Sint-Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire en Curaçao, en Suriname. In die landen zijn de gevolgen van de slavernij voelbaar. Door de bewoners daar te betrekken bij dit initiatief hopen we vertrouwen te herstellen en op te bouwen, en te werken aan een divers en sterk netwerk voor het museum. Belangrijk hierbij is om gehoor te geven aan de herhaaldelijke en dringende vraag vanuit de eilanden en Suriname om regelmatige en consistente tussentijdse terugkoppeling.

Terug van de buitenlandse reis organiseerden we tot nu toe participatiebijeenkomsten in Groningen, Rotterdam, Amsterdam Zuidoost, Utrecht, Middelburg, Amsterdam West en Den Haag. De bijeenkomsten werden drukbezocht, een bevestiging van het nut en de noodzaak van het museum. Ook maakten we een reis naar de Verenigde Staten. Doel van de reis was kennis en inspiratie opdoen en het bouwen aan een internationaal netwerk van diverse culturele en museale organisaties en kennisinstituten die in hun collecties of programma’s aandacht besteden aan het slavernijverleden en de doorwerking hiervan in het heden. Verder spraken we met tientallen musea, organisaties en andere belanghebbenden in binnen- en buitenland over het belang van het museum, de inhoud en programmering ervan en de plek die het inneemt in Amsterdam, Nederland én internationaal.

Peggy Brandon tijdens participatiebijeenkomst Utrecht, foto Isaac Owusu

NB: In de verschillende kaders bij dit hoofdstuk is een eerste, niet thematische selectie gemaakt van tijdens de verschillende bijeenkomsten gehoorde inzichten, opmerkingen en suggesties. Het gaat hier om soms letterlijke antwoorden van deelnemers op de gestelde vragen over het museum, inhoud en locatie, overgenomen uit verschillende gespreksverslagen.

11

Sint-Maarten, Sint-Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire, Curaçao, en Suriname Januari 2023 maakten we samen met ambtelijk opdrachtgever Diana Landveld (afdelingshoofd Diversiteit, directie OJ&Z) een reis van circa 20 dagen naar SintMaarten, Sint-Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire, Curaçao, en Suriname. Daar waar de slavernij hoofdzakelijk plaatsvond en de impact ervan tot op heden zichtbaar en voelbaar is. Tijdens ons bezoek aan de Caribische eilanden en bij de bijeenkomsten op Curaçao ervoeren we aanvankelijk gereserveerdheid bij de gesprekspartners. Pas toen duidelijk werd dat het nationaal slavernijmuseum een Amsterdams initiatief is, dat losstaat van de excuses voor het slavernijverleden van het Nederlandse kabinet, en vooral de gang van zaken daaraan voorafgaand, ontstond er ruimte voor gesprekken. Waardevolle gesprekken met nazaten, bestuurders, kunstenaars en andere belanghebbenden uit alle lagen van de bevolking, met verschillende culturele achtergronden, leeftijden, vanuit verschillende functies en rollen.

Ook hier stelden we de vragen: Welke verwachtingen zijn er in Suriname over het nationaal slavernijmuseum? Wat hoort er wel en wat absoluut niet thuis? Wat wil je in het museum zien en beleven? En is er in Suriname überhaupt belangstelling voor dit Nederlandse initiatief? De antwoorden waren verrassend en verhelderend. De vragen gaven aanleiding om, vaak voor het eerst, vele mooie, pijnlijke en vooral persoonlijke verhalen te delen. Er is een rijkdom aan verhaallijnen voor het museum opgehaald. Dat men zich veilig genoeg voelde om deze verhalen te delen zegt veel over de sfeer bij de verschillende bijeenkomsten en bevestigt de noodzaak van een plek waar alle verhalen berusting vinden. De bijeenkomsten zijn georganiseerd door lokale netwerken op de eilanden en in Suriname. Dankzij de inspanningen van Orga Nice, the Backlot en 94GreenTV namen honderden mensen deel aan de gesprekken.

In Paramaribo hielden we verschillende konmakandra’s, bijeenkomsten, voor meer dan 200 vertegenwoordigers van de Surinaamse samenleving. In een sfeervolle setting spraken we met kunstenaars, cultuurkenners en andere gasten over de invulling van het museum in Amsterdam.

Sint-Eustatius, stenen overblijfselen van ‘slavenpakhuizen’

12

Reacties van gesprekspartners in Sint-Maarten, Sint-Eustatius, Saba, Aruba, Bonaire, Curaçao en Suriname • De naam van het museum zou trots, hoop en toekomst moeten uitdragen. De werktitel Nationaal Slavernijmuseum heeft een negatieve bijsmaak. De slavernij is in het verleden gebeurd, mensen willen door, vooruitkijken. Dat gevoel moet de naam ook geven. • Vertel in het museum over de oorsprong van slavernij, de rol van Nederland hierin en de effecten ervan in de huidige samenleving, op de eilanden en in Nederland. Veel nazaten van tot slaafgemaakten leven onbewust met oude boodschappen, ontstaan in de koloniale tijd. Door er aandacht aan te besteden en erover te praten, begint heling en kan verwerking plaatsvinden. Dat is nodig om defecte patronen, persoonlijk en maatschappelijk, te doorbreken en verder te gaan. • Eer de Afrikaanse cultuur en de voorouders in het museum. Voordat zij tot slaaf gemaakt werden, waren ze een vrij, mentaal en fysiek sterk volk dat in verbinding met de natuur en de spirituele wereld leefde. De vrijheid is ze tijdelijk ontnomen, maar de kracht en verbinding niet. Zet de cultuur,

14

kunst en helden, zoals Tula op Curaçao en Boni, Joli Coeur, in Suriname, in de spotlight. Ze staan voor weerbaarheid en strijdvaardigheid. Eigenschappen die veel nazaten zullen herkennen in zichzelf en hun omgeving. • Laat het museum een interactieve reisbeleving zijn: beginnend in de tijd vóór de slavernij, naar de periode van slavernij, om vervolgens via de postslavernijtijd terecht te komen in het hier en nu met een blik naar de toekomst. • Bied in het museum fysiek ruimte om tot rust te komen, de indrukken en emoties te verwerken, een tuin, een restaurant, een rustruimte. • Laat voorwerpen zien die symbool staan voor de misstanden die zijn gepleegd tijdens de slavernij. Wat werd er gebruikt voor lijfstraffen? Welke lijfstraffen waren er? Laat het zien en ‘voelen’. Dat geldt ook voor voorwerpen die de tot slaafgemaakten gebruikten in hun dagelijks leven. Deel wat daarover bekend is en zo gedetailleerd mogelijk zodat de ervaring realistisch is.

• Gebruik zo veel mogelijke termen of woorden uit het Papiamento of Surinaams, zoals dat toen gesproken werd.

wij met het oog kunnen zien’. Maak het een spirituele ervaring, ook voor hen die zeggen niet spiritueel te zijn.

• Laat in het museum kunst zien die (in opdracht) is gemaakt door nazaten van slaafgemaakten en investeer een deel van de opbrengst in educatie over de slavernijgeschiedenis ter plekke.

• Laat in het museum de mooie, echte verhalen terugkomen die eeuwenlang van mond tot mond zijn doorgegeven. Onderzoek en onderbouw die verhalen en maak ze officieel.

• Benadruk de connectie tussen Nederland en Suriname. De huidige Surinaamse samenleving, de politieke en maatschappelijke omstandigheden, je kunt het allemaal terugbrengen naar het slavernijverleden. Door de banden te benadrukken, erover te leren en te praten, ontstaat begrip en kan heling starten en een, vicieuze cirkel doorbroken worden.

• Zorg dat het museum eigentijds en interactief is, dat er muzieken theatervoorstellingen gehouden kunnen worden en dat alle vormen van storytelling worden gebruikt om de verhalen te vertellen.

• Maak het museum driedimensionaal door het oog, het hoofd en de ziel aan te spreken. Het moet een beleving zijn. Mensen moeten bewust en onbewust voelen ‘er is en gebeurt meer dan wat

• Dit museum is een mooie aanleiding om te laten zien dat de tot nu toe dominante westerse cultuur maar een stukje van de menselijke ontwikkeling is. Het is tijd om die aangenomen dominantie te bevragen. Daarmee kan in het museum een begin gemaakt worden door niet één- maar veelzijdige verhalen te vertellen.

15

Rotterdam, Groningen, Utrecht, Middelburg, Den Haag, Amsterdam Zuidoost en Amsterdam West Na het bezoek aan het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname begon onze reeks participatiebijeenkomsten door heel Nederland over de inhoud en de locatie van het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam. Deze drukbezochte bijeenkomsten organiseren we in samenwerking met lokale partijen, zoals in Rotterdam met stichting Gedeeld Verleden, Gezamenlijke Toekomst, Ik Ben Wij en Productiehuis Flow en in Groningen met stichting Samenwerkingsverband Sociaal Domein.

In deelsessies halen we inhoudelijke ideeën op over de invulling van het museum en de programmering ervan in aanloop naar de opening. Net als op de eilanden en in Suriname duurt het niet lang voordat er tijdens deze sessies persoonlijke, vaak emotionele verhalen worden gedeeld. In veel verhalen, ideeën en inzichten kwamen de volgende thema’s voor: jeugd en educatie, het eigen verhaal, samenwerking en eigenaarschap, bezinning en reflectie.

Reacties van gesprekspartners in Rotterdam, Groningen, Utrecht, Middelburg, Den Haag, Amsterdam Zuidoost en Amsterdam West • Laat in het museum zien wat er voorafgaand aan de slavernij is gebeurd en wat de impact was van de beëindiging in 1863. • Laat in het museum ook zien hoe Nederland verrijkt is door de slavernij, in materiële en immateriële zin en in culturele en multiculturele zin. • Betrek de jeugd in dit verhaal met op hen afgestemde tentoonstellingen, afdelingen, interactieve presentaties. Zorg dat zij het hele verhaal meekrijgen, niet onderdelen, zodat een generatie ontstaat die het bewustzijn van de slavernijgeschiedenis in z’n totaliteit kan doorgeven. • Werk samen met scholen en zorg ervoor dat een bezoek aan of van het museum onderdeel wordt van de lesstof. Werk samen met musea in Suriname,

16

het Caribisch deel van het Koninkrijk en Indonesië. • Schenk in het museum aandacht aan het kolonialisme en de invloed en doorwerking hiervan op mens en maatschappij in het heden. Zo draagt het museum bij aan meer kennis, begrip en bewustzijn van iedere bezoeker. • Schenk in het museum aandacht aan spiritualiteit. Spirituele gebruiken moeten losgetrokken worden van Europees perspectief en als volwaardig getoond worden. • Belicht ook de kant en de verhalen van de slavenhouders, de vele families. Zoals de familie Stork, waarvan het verhaal verteld werd in het Rijksmuseum en Tropenmuseum. Er moet over gepraat worden om de doorwerking ervan te stoppen.

Reacties tijdens het gesprek over de locatie* • Het museum moet voor iedereen in Nederland goed bereikbaar zijn. • Het gebouw moet een internationale uitstraling hebben. • De architectuur van het gebouw moet herkenbaar zijn vanuit verschillende culturen. • Het gebouw moet worden voorzien van moderne faciliteiten. • Het gebouw moet een internationale en authentieke uitstraling hebben. • Het museum moet bij doorgaand water liggen en is omringd zijn door een park. • Het museum moet laagdrempelig zijn en toegankelijk voor iedereen.

• Laat een restaurant met symbolische gerechten vanuit verschillende culturenonderdeel van het museum zijn. • Onderdeel van het museum is een plek om tot rust te komen en indrukken te verwerken. • Het museum moet op een centrale, prominente en ruime plek in Amsterdam komen. • Het museum moet een veilige plek voor iedereen zijn. *NB: Over de voorwaarden waaraan de locatie moet voldoen, is in het voortraject in het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders een advies aan het college uitgebracht. De gemeente heeft een eerste studie verricht met als uitkomst negen potentiële locaties. Deze locaties zijn besproken en aangevuld tijdens de participatiebijeenkomsten in Nederland. Op basis van het totale plaatje brengen we eind 2023 een advies uit voor een voorkeurslocatie.

David Brandwagt tijdens participatiebijeenkomst Rotterdam

19

Korte interviews met deelnemers aan de bijeenkomsten

Gerard, Groningen Ik voel me al mijn hele leven diep verbonden met de Afrikaanse cultuur en de zwarte bevolking. Ik wil dat het verhaal van de slavernij wordt verteld door de nazaten die de verhalen van hun families hebben gehoord. Wereldwijd is er nog zoveel onwetendheid en onbegrip over dit impactvolle verleden. Als ik aan het museum denk, zie ik een slavenschip voor me op ware grootte nagebouwd. Ik stel me zo voor dat je als bezoeker het schip betreedt zoals de tot slaafgemaakten deden en binnen een zo realistisch mogelijke ervaring hebt. Alles is de tot slaafgemaakten afgenomen, naam, identiteit, oorsprong. Dat is een verschrikkelijk onrecht en het werkt tot op heden door. Daarom is het goed als in het museum ervaren verhalenvertellers rondlopen, die de geschiedenis van vóór de slavernij op een goede manier kunnen overbrengen. Het is een proces van jaren, maar we moeten het volbrengen om uiteindelijk de doorwerking op de toekomst te veranderen.

Gerard, Groningen, foto Delana ‘t Zand

20

Pieter, Groningen Mijn ouders komen uit het voormalige Nederlands-Indië. Veel mensen weten niet dat er ook Indische tot slaaf gemaakten waren. Als je het over slavernij hebt, kun je niet voorbijgaan aan kolonialisme. Slavernij was onderdeel van het koloniale systeem. De inheemsen in grote delen van de wereld zijn hiervoor bijna weggevaagd, of het nou Noord of Zuid-Amerika is, het Caribisch gebied of Indisch Oceanië. VOC en WIC hebben vele steden in NL groot gemaakt, waaronder Amsterdam en Groningen. In het museum wil ik verhalen terugzien van de inheemse bevolking wereldwijd. De Arowakken in Suriname of de inheemse volkeren in Indonesië bijvoorbeeld. Hun talen, cultuur en religie zijn verdwenen. Wij als afstammelingen van tot slaaf gemaakten uit verschillende delen van de wereld moeten zeggen: Kom, laten we eerst met elkaar gaan praten, laten we één front vormen. Dan komen we zeker verder.

Pieter, Groningen, privéfoto

23

12

2

9 2

Richmond

1

45

CIRCA 30

90

1

1

1

67 4

3

112

111

63

Den Haag

109

60

1

1

47 35

3

2 30

1

3

60 40 1 190

aantal bezoekers participatiebijeenkomsten

2

In totaal 13 steden bezocht en 1195 bezoekers ontvangen

4

aantal bezochte musea In totaal circa 85 bezocht

aantal bezochte kennis- en onderzoeksinstituten

6 181 2

2

11

(waaronder universiteiten en archieven) In totaal circa 60 bezocht

Overige gesprekken (bestuurders, bedrijven, organisaties etc.): meer dan 350

Overige bezoekersaantallen tijdens optredens/presentaties: meer dan 900

Dit overzicht is zorgvuldig samengesteld. Enkele cijfers zijn bij benadering, daar waar we afhankelijk waren van de registratie door medeorganisatoren.

Redencio en Troy, Rotterdam Wij stammen af van de Marrons en in het museum zien we graag onze cultuur en oorsprong terug. De Marrons waren belangrijke spelers in de geschiedenis van de slavernij. Zij hebben de slavernij niet ondergaan, maar zijn de bossen ingevlucht. Onze bloedlijn is die van strijders en helden, maar toch zie je dat maar weinig terug. Ik wil de positieve dingen terugzien die uit die tijd zijn voortgekomen. We kennen de pijn, die trauma’s dragen we generaties met ons mee. Laat daarom vooral de kracht zien van onze voorouders. De kracht en eenheid van families en tussen stammen, de tradities, religies. Vertel de verhalen van onze vrijheidsstrijders. Geef ze in dit museum een podium. We had diamonds before slavery. Laat dat zien en voelen!

Redencio en Troy, Rotterdam, foto Delana ‘t Zand

26

Sarah, Rotterdam Ik ben Afrikaans, Nigeriaans, en ik heb niet veel kennis van het slavernijverleden, maar wel van kolonisatie. De verhalen in het museum moeten gaan over de mensen vóór de slavernij. Ze waren niet alleen slaven, ze hadden daarvoor al een identiteit. Dit is een van de belangrijkste redenen waarom het museum nooit het nationale slavernijmuseum mag worden genoemd, zelfs niet als projectnaam. Toon en vier de diverse kunstvormen en de andere geweldige Black, Indigenous and People Of Color (BIPOC) kunstenaars, naast Basquiat, die over het hoofd zijn gezien. Toon het verband tussen het Europese kunstwerk dat werd geïnspireerd door de West-Afrikaanse cultuur en kunstenaars. Laat de relatie tussen de Islanders en WestAfrika zien.

Sarah (rechts) met vriendinnen, Rotterdam, foto Delana ‘t Zand

29

De Verenigde Staten April 2023 bezochten we in 11 dagen diverse toonaangevende musea en instellingen in New York, Washington DC, Charlottesville, Richmond en Montgomery, waaronder het City University of New York Africana studies research center, het New York Historical Society, het Schomburg Center for Research in Black Culture, het 911 memorial & museum, Thomas Jefferson’s Monticello en het Black History Museum. De delegatie uit Nederland woonde op uitnodiging van het Rijksmuseum de sluiting van de tentoonstelling Slavery bij en Ten True Stories of Dutch Colonial Slavery in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in New York. Hoogtepunt van deze bijzonder indrukwekkende reis was een meerdaags bezoek aan het Smithsonian National Museum of African American History & Culture (NMAAHC) in Washington D.C., alsook meerdere ontmoetingen met de staf en directie van dit museum. Het grootste en meest recent opgerichte museum over het slavernijverleden en de geschiedenis en cultuur van de AfroAmerikaanse gemeenschap in de VS. Dit museum is een belangrijke inspiratiebron Het Smithsonian National Museum of African American History & Culture (NMAAHC) in Washington D.C., foto David Brandwagt

voor de planvorming van ons eigen Nationaal Slavernijmuseum. Tijdens deze werkreis is ook verkend of de Rijksmuseumtentoonstelling Slavery gebruikt kan worden als onderdeel van de tijdelijke rondreizende programmering van het slavernijmuseum in Amsterdam tot aan de fysieke opening ervan in 2029. We maakten de werkreis naar de Verenigde Staten samen met een vertegenwoordiger van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap en ambtelijk opdrachtgever Max van Engen. Bij het bezoek aan het NMAAHC in Washington D.C. waren wethouder Touria Meliani en directeur Erfgoed & Kunsten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Christianne Mattijssen aanwezig. De reis is georganiseerd in samenwerking met de U.S. Mission van de Verenigde Staten in Nederland en het Nederlandse consulaat in New York. Peggy Brandon bezocht de musea en instellingen in Charlottesville, Richmond en Montgomery zonder bovengenoemd gezelschap.

31

Bezochte locaties in de Verenigde Staten New York

Uitkomsten van de reis naar de Verenigde Staten De reis naar Amerika heeft veel positiefs opgeleverd. We hebben afspraken gemaakt voor bruikleen en kennisoverdracht met het Brooklyn museum, de Schomburg Institute, the museum of African American Heritage and Culture, the museum of the City of New York, Monticello en The Jefferson School. Met een aantal musea is samen met Dutch culture afgesproken in Amsterdam om vervolgstappen te zetten. De bezoeken aan de universiteiten Howard, Cuny

en Georgetown hebben duidelijkheid gegeven over de inhoud van het kenniscentrum en tot afspraken hierover geleid. De State Department heeft ons, net als de Amerikaanse Ambassade in Nederland, hun steun toegezegd voor de inhoudelijke ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum.

9/11 Memorial and Museum

The New Museum

Schomburg Centre

Guggenheim Museum

City University of New York Africana studies research center

The Shed

Japan Society New York Historical Society The Met

Brooklyn Museum Museum of the City of New York City Hewlett Cooper Design Museum Museum of Modern Art (MoMa)

NeueHouse Madison Square

Washington National Museum of Natural History

Martin Luther King Memorial

National Museum of African American History & Culture

Holocaust Memorial

Howard University National Portrait Gallery Native Indian Museum

American Art Museum Hirshhorn Museum and Sculpture Garden Museum of Modern Art Gallery Georgetown University

Charlottesville Jefferson School – African American Heritage Centre

Thomas Jefferson’s Monticello

Montgomery Legacy Museum

University Montgomery Rosa Parks Room

Legacy Monument

Rosa Parks Children’s Wing

Rosa Parks Museum

Montgomery City Walk

Richmond Black History Museum

32

33

Belangrijke inzichten opgedaan tijdens de werkreis naar de Verenigde Staten • In álle bezochte musea is er op een manier aandacht voor het slavernijverleden en de onderdrukking van bevolkingsgroepen. Zo komt en blijft het onderwerp op het netvlies van de bezoekers en bereik je ook hen die er nog niet in geïnteresseerd zijn. • Nederland heeft een grote rol in het slavernijverleden. Groter dan op dit moment is terug te vinden in Nederlandse musea. Het is belangrijk om deze rol in z’n volledigheid te laten zien in het nieuwe museum in Amsterdam. • De tentoonstellingen over de slavernij zijn confronterend. Bezoekers krijgen onbewerkte beelden te zien van heftige gebeurtenissen om de gruwel écht te laten binnenkomen. • De toegang tot alle grote musea is gratis, waardoor het ook echt voor iedereen toegankelijk is.

34

• De bezochte museale gebouwen zijn groot, waardig en monumentaal. De kwaliteit van de musea en de inrichting van de openbare ruimten is zeer hoog. Ze doen eer aan hun inhoud. • Door kennis aan te bieden van het slavernijverleden én van de krachtige Afrikaanse cultuur in al haar vormen, leg je als museum de nadruk op de hoopvolle toekomst. • Door in het museum aandacht te hebben voor het effect en de doorwerking van de slavernij op identiteit draagt bij aan kennis over en daarmee begrip voor en grotere bewustwording van het slavernijverleden. • Door bezoekers mee te nemen op reis, van het verleden, naar het heden en de toekomst, ze te bevragen en de verbanden te laten zien en ervaren, kunnen zij zelf conclusies trekken over recht en onrecht.

The Contemplative Court in the Smithsonian National Museum of African American History & Culture (NMAAHC) in Washington D.C., foto Arjan Braaksma

Vooruitblik

2023 is een belangrijk jaar voor de ontwikkeling van het Nationaal Slavernijmuseum. Het jaar waarin gesprekken worden gevoerd met een groot aantal partijen in binnen- en buitenland en het jaar waarin de participatie over het museum plaatsvindt. Op basis van de door ons verzamelde input en inzichten, presenteren wij eind 2023 ons advies over het museaal concept, de locatie en het gebouw van het Nationaal Slavernijmuseum.

De verschillende onderdelen van het eindadvies zijn: • Museaal ondernemingsplan (waarin o.a. het museumconcept, de organisatie, missie en visie en beoogde doelgroepen van het museum zijn uitgewerkt)

• Bouwkosten, investeringskosten en exploitatiekosten

• Voorstel voor kenniscentrum

• Overall inkoopstrategie voor de selectie van de architect en adviseurs

• Eindadvies voor de voorkeurslocatie

• Voorstel voor tijdelijke programmering

Voorbereiding eindadvies Wij werken aan een gedragen museaal ondernemingsplan en voorstellen over de locatie en de inhoud van het slavernijmuseum. Het doel is gemeente en Rijk een eindadvies voor te leggen over locatie en gebouw, de inhoud van het programma, de financiële exploitatie en de organisatie van het museum. Onderdeel van dit eindadvies is ook de tijdelijke programmering in de aanloop naar de opening van het daadwerkelijke museum. Alle onderdelen die samen het eindadvies vormen komen

• Haalbaarheidsstudie fondsenwerving tot stand in overleg met een groot aantal stakeholders en betrokken experts. Er is en wordt contact gezocht en er worden gesprekken gevoerd met verschillende groepen, zoals expertsessies met een breed netwerk van experts, jong en oud, Koninkrijk brede participatiebijeenkomsten, netwerkbijeenkomsten met verschillende erfgoedinstellingen, internationale werkbezoeken en collegiaal contact met internationale slavernijmusea.

• Verslag van het participatietraject Op basis van deze producten vindt in de eerste helft van 2024 besluitvorming plaats en worden de vervolgstappen genomen. Bijvoorbeeld de verzelfstandiging van het museum, de ontwikkeling van de locatie en het gebouw en de verdere invulling en vorming van het museaal concept.

Vervolg participatie(bijeenkomsten) Om tot een advies te komen, vinden in de tweede helft van dit jaar nog participatiebijeenkomsten plaats in Assen, Zwolle, Maastricht, Eindhoven, Arnhem, Leeuwarden, Almere, Tilburg, Amsterdam Oost en Amsterdam Centrum. Ook zijn wij tijdens Keti Koti en het Kwaku festival aanwezig met informatie over het slavernijmuseum. We gaan daar in gesprek met bezoekers en voorbijgangers.

38

• Programma van eisen voor het gebouw en het park

Aan hen stellen we dezelfde vragen die tijdens de participatiebijeenkomsten worden gesteld. Op deze manier kunnen ook anderen dan deelnemers aan de bijeenkomsten hun mening geven over het toekomstig museum. Verder krijgen geïnteresseerden nog de mogelijkheid digitaal te participeren via een vragenlijst op de website van het project.

amsterdam.nl/slavernijmuseum

39

Ambassadeursnetwerk Om het draagvlak voor het museum te vergroten en vast te houden wordt een ambassadeursnetwerk voorbereid. De ambassadeurs moeten als het ware de pilaren worden waarop het museum rust; dit door – elk vanuit een eigen persoonlijke invalshoek – op aansprekende wijze het verhaal van het museum te vertellen binnen de diverse gemeenschappen. De ambassadeurs zijn een afspiegeling van de samenleving in al haar diversiteit. Daarbij is het belangrijk dat het Caribisch

deel van Nederland en de voormalige overzeese koloniën ook vertegenwoordigd zijn in dit netwerk. Het ambassadeursnetwerk wordt in fasen opgebouwd. Dit voorjaar was een eerste verkennende bijeenkomst over het doel van het netwerk en de mogelijke rol van de ambassadeurs. In het najaar van 2023 wordt een conferentie georganiseerd om potentiële ambassadeurs te betrekken. Tijdens deze bijeenkomst wordt een inspirerende spreker uitgenodigd en worden de eerste ambassadeurs bekend gemaakt.

Relaties onderhouden Een van de belangrijkste uitkomsten van de vele gesprekken en participatiebijeenkomsten in Nederland en tijdens de buitenlandse werkbezoeken is dat alle gesprekspartners behoefte hebben aan feedback. Herhaaldelijk is ons op het hart gedrukt ‘Laat dit bezoek niet het laatste bezoek zijn. Vergeet ons niet en neem ons serieus’. Door consistent alle plannen en ontwikkelingen terug te koppelen aan de gesprekspartners in binnen- en buitenland, groeit vertrouwen en betrokkenheid.

Zowel in 2023 als daarna worden deze relaties onderhouden, verstevigd en uitgebreid. Er is een mooi begin gemaakt met het opbouwen van de rol van het netwerkmuseum dat het slavernijmuseum wil zijn. Om ervoor te zorgen dat het museum ook echt gedragen wordt door verschillende stakeholders, culturele instellingen en musea in binnen- en buitenland, moet verder geïnvesteerd worden in het behouden en uitbreiden van contacten.

John Leerdam tijdens een participatiebijeenkomst Utrecht, foto Isaac Owusu

40

41

Tijdelijke pop up programmering In 2023 start de tijdelijke programmering van het slavernijmuseum. Deze geeft in allerlei vormen uiting aan de gedeelde geschiedenis en brengt het heden en verleden dichter bij elkaar. De verhalen die de pop up programmering vertelt, zijn voor en vooral mét een brede doelgroep gemaakt. Door de programma-activiteiten groeit de zichtbaarheid en de naamsbekendheid van het museum en groeit het museum in haar rol van netwerkmuseum, nog voordat het de fysieke deuren opent in 2029. De tijdelijke programmering krijgt jaarlijks een basisthema en bestaat uit vaste onderdelen: pop up locaties door het land, een reizende digitale database in samenwerking met het Nationaal Archief, een jaarlijks terugkerende programmering rondom Keti Koti en Kwaku, en een webinar met partners uit verschillende doelgroepen om zo de participatie te bevorderen en gezamenlijk de inhoud van het programma van het komende jaar te bepalen.

42

Naast deze vaste onderdelen wordt samen met verschillende partners jaarlijks een wisselende programmering gemaakt in Amsterdam en Europees Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname. In Amsterdam vindt ieder jaar minimaal één activiteit plaats. Een eerste concrete invulling van de tijdelijke programmering in 2023-2024 is het educatieen participatietraject Waarvoor kom jij naar het nationaal Slavernijmuseum? Aan dit project kende De Nederlandse Bank een subsidie toe. Ook begint in 2023 het pop up programma in Amsterdam op enkele locaties. In 2024 krijgt dat een vervolg met een pop up in het Nationaal Archief in Den Haag in samenwerking met het Moluks Museum en andere partners. Door de vele samenwerkingspartners heeft de tijdelijke programmering een nationaal en internationaal bereik, maar behoudt het de focus op Amsterdam.

Waarvoor kom jij naar het Nationaal Slavernijmuseum? Het Nationaal Slavernijmuseum bevraagt basisscholieren en jongeren over wat het museum voor hen relevant maakt. Via projecten op scholen, bij musea en archieven en via digitale toepassingen bereikt het een breed en jong publiek in Nederland en op Curaçao en Aruba. De opgedane kennis wordt verwerkt in de opzet van educatieprogramma’s en het kenniscentrum van het Nationaal Slavernijmuseum. Amsterdamse scholen en landelijke educatieorganisaties gaven aan dat kinderen vanaf de bovenbouw basisonderwijs over het slavernijverleden bevraagd kunnen worden. Dit brengt voor dit educatieproject een focus op de leeftijd van 9 tot 12 jaar en van 12 tot 18 jaar. Het samenwerken met ervaren en gespecialiseerde partnerorganisaties wis hierin belangrijk. Jongeren zijn niet eenvoudig te bereiken en de slavernijgeschiedenis is voor

heel jonge kinderen een ingewikkeld en zwaar onderwerp. Door partners met een focus op educatie aan het traject te verbinden, bereiken we een brede groep kinderen met verschillende achtergronden. Samenwerkingspartners voor dit traject zijn o.a. de Hermitage voor Kinderen, de Nieuwe Kerk, Rode Loper op School, Stichting Leerorkest, Uitgeverij Levendig, Nationaal Archief Den Haag, Kult&Ace en Human Nature Films. De samenwerkingspartners bereiken scholieren lokaal in de regio Amsterdam, maar ze verzamelen ook nationaal en op Curaçao en Aruba de input van kinderen. In totaal verwachten de samenwerkingspartners meer dan 15.000 kinderen en jongeren te bereiken.

43

Communicatie over het toekomstig slavernijmuseum in Amsterdam Alle communicatie over het Nationaal Slavernijmuseum richt zich op een brede groep mensen in binnen- en buitenland die zich mogelijk betrokken voelen bij of interesse hebben in het trans-Atlantische en/of Indisch-Oceanische slavernijverleden. Wij informeren hen over de totstandkoming van de (tijdelijke) programmering van het museum, het onderzoek- en kenniscentrum en het ambassadeursnetwerk, als ook bij de keuze voor de locatie. Zo ontstaat er meer betrokkenheid en wordt het museum straks door zo veel mogelijk mensen in Nederland en ‘overzee’ gedragen.

Participatiebijeenkomst in Suriname

We zetten de volgende communicatiemiddelen en acties in:

Nationaal en internationaal • Website met alle achtergrond- en actuele informatie (in het Nederlands en Engels, en Papiaments/Papiamento). • Nieuwsbrief (in het Nederlands en Engels en Papiaments/Papiamento): digitale nieuwsbrief met update van laatste ontwikkelingen, terugblikken op en aankondigingen van bijeenkomsten, en interviews met deelnemers van de bijeenkomsten. • Mailingen: we verspreiden de uitnodigingen zo breed mogelijk en moedigen genodigden aan uitnodigingen door te sturen binnen hun netwerken. • Persberichten naar media, met als doel de bijeenkomsten te promoten en aandacht te genereren voor het museum.

44

Lokaal • Sleutelfiguren uit relevante gemeenschappen: zij zijn de bruggen naar hun achterban en netwerk. We vragen hen onze boodschappen, bijvoorbeeld via (digitale) flyers en/of whatsappberichten door te sturen. • Interviews kwartiermakers bij (lokale) tv- en radioprogramma’s en schrijvende media, ook in het buiteland.

• Persberichten naar lokale media, met als doel de bijeenkomsten te promoten en aandacht te genereren voor het museum.

• Fysieke gemeentekrant voor alle Amsterdammers: elke editie staan we in de krant met interviews/aankondiging van de bijeenkomsten in Amsterdam.

• AT5-item: item om de bijeenkomsten onder de aandacht te brengen van een • Flyers en posters: op locaties zoals grote groep Amsterdammers via de rubriek bibliotheken, buurthuizen, stadsloketten Amsterdam Informeert en op de website en andere lokale ontmoetingsplekken/of van AT5. tijdens bijeenkomsten die het thema raken.

• Video waarin opgeroepen wordt deel te nemen aan de participatiebijeenkomsten. • Deelname aan inhoudelijke programma’s. • Informatiestand tijdens het Keti Kotien Kwaku festival en eventueel andere relevante events. • Enquête (online en op straat).

45

Start verzelfstandiging en opbouw museale organisatie Instemming Amsterdamse gemeenteraad met initiatiefvoorstel Een stap naar verdere verkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de raadsleden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA).

Besluitvorming Amsterdamse gemeenteraad

Architectenselectie

Start definitiefase: drie kwartiermakers werken de verkenning verder uit tot een inhoudelijke invulling van het museum en een bijpassende locatie.

Ontwerp en vergunningentraject

Werken aan een gezamenlijke verkenning: beoordelingscommissie onder leiding van Kathleen Ferrier buigt zich over veertien plannen en brengt het advies Historisch besef, vruchtbare toekomst uit aan het college van Amsterdam.

e ri

ng

Verkenningsfase: het college geeft, conform advies van de beoordelingscommissie, opdracht aan NiNsee, IZI Solutions en Museum zonder Muren om gezamenlijk de verkenning te doen.

Bouw m Door lopende program

Overhandiging eindrapport en gezamenlijk advies: de drie partijen overhandigen het eindrapport Met de kracht van de voorouders. De Amsterdamse Kunstraad en Raad voor Cultuur brengen een positief advies uit, waarin o.a. geadviseerd wordt om ook het Nederlands slavernijverleden in Indisch-Oceanië te belichten.

Participatie en opleveren producten door kwartiermakers

Inrichten museum en tentoonstellingen

Opening Nationaal Slavernijmuseum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13090713/1