TKN 3 - Ruimtelijke Ordening (30) 1. OLO4913847 Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Kruising Anderlechtlaan Oude Haagseweg, Amsterdam Behorende bij een omgevingsvergunning inhoudende de toestemming om af te wijken van een bestemmingplan
Gemeente Amsterdam
Projectnummer: 2020026 Datum: 8 oktober 2020 Versie: Definitief
PartnersRO Julianaplein 8 5211 BC ’s-Hertogenbosch T 073 - 8200 732 E info@partnersro.nl www.partnersro.nl
INHOUDSOPGAVE
2 B E L E I D 2.1 RIJKSBELEID 2.2 PROVINCIAAL BELEID 2.3 GEMEENTELIJK BELEID
8 8 10 12
3 M I L I E U - E N O M G E V I N G S A S P E C T E N 3.1 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE 3.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING 3.3 WET NATUURBESCHERMING 3.4 BODEM 3.5 GELUID 3.6 LUCHTHAVENINDELINGSBESLUIT 3.7 M.E.R. / (MER-BEOORDELING) 3.8 WATER 3.9 EXTERNE VEILIGHEID
1 9 19 19 20 24 24 25 25 25 26
4 U I T V O E R B A A R H E I D 4.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
2 8 28
5 C O N C L U S I E
2 9
1.2 1.3 1.4
LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PROJECT VIGEREND BESTEMMINGSPLAN EN AFWIJKING VAN HET BESTEMMINGSPLAN
BIJLAGEN 1.
Westtangent traject ‘Nieuw Sloten’
2.
TAC-advies, d.d. 28 juni 2017
3.
Bomeneffectanalyse, Cobra adviseurs, d.d. 18 april 2017
4.
Quickscan Natuur, Cobra Groeninzicht, d.d. 26 augustus 2020
5.
Nader onderzoek kleine marterachtigen, Cobra Groeninzicht, d.d. 29 juli 2020
6.
Werkprotocol Flora en Fauna, Cobra Groeninzicht, d.d. 26 augustus 2020
7.
Notitie Bodemkwaliteit HOV Westtangent, d.d. 12 oktober 2017
8.
Onderzochte alternatieven kruising Anderlechtlaan –Oude Haagseweg
1 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
PROJECTBESCHRIJVING
2 2 3 4 5
AANLEIDING
PARTNERSRO |
1 I N L E I D I N G
1.1
1 INLEIDING
1.1
AANLEIDING De huidige OV-verbinding (buslijn 69) tussen Station Sloterdijk en Schiphol functioneert niet optimaal. Ieder jaar komen meer mensen naar de stad en de regio om te wonen, werken en studeren. Om de toename van reizigers te kunnen verwerken, moeten bussen op drukke trajecten beter door kunnen rijden. Doordat bussen niet meer worden gehinderd door ander verkeer kunnen zij beter op elkaar aansluiten en beter op tijd rijden. Om ervoor te zorgen dat de bus minder vertraging oploopt, zijn aanpassingen in de openbare ruimte nodig. De gemeente Amsterdam bereidt hiervoor de aanleg van een hoogwaardige openbaarvervoersverbinding (HOV) voor, genaamd de Westtangent. De HOV Westtangent vormt een nieuwe buslijn tussen station Sloterdijk en Schiphol en voorziet in deze aanpassingen. Voor een groot gedeelte kan de HOV Westtangent worden aangelegd binnen de geldende bestemmingen voor het openbare gebied. Door de herinrichting verschuift echter de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg naar het zuiden, waardoor de verkeersruimte gedeeltelijke binnen de hoofdgroenstructuur van de gemeente Amsterdam komt te liggen. In het geldende bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’ is ter plaatse een groenbestemming opgenomen. Omdat de aanleg van wegen niet past binnen de groenbestemming, is het noodzakelijk een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure te doorlopen.
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing bevat de onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan.
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
2
Figuur 1: Impressie nieuwe HOV Westtangent (bron: Gemeente Amsterdam, mei 2017)
1.2 LIGGING EN BEGRENZING VAN HET PROJECT Het projectlocatie ligt in het zuidwesten van Amsterdam. Ten noorden van de projectlocatie ligt de wijk Nieuw Sloten en de A4 (wegdeel Amsterdam – Sloten). Ten zuidoosten Amsterdam en de Ringvaart van de Haarlemmermeer vormt.
Figuur 2: Ligging projectlocatie (bron: Google Maps, 2020) De wijziging van het wegdeel vindt plaats ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg, namelijk daar waar de verkeersruimte binnen de groenbestemming
PARTNERSRO |
valt.
3 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
ligt de Nieuwemeer, een smal meer dat de verbinding tussen het riviertje de Schinkel in
Figuur 3: Ligging projectlocatie reconstructie wegdeel (bron: Google Maps, 2020)
1.3 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN EN AFWIJKING VAN HET BESTEMMINGSPLAN De planlocatie valt binnen het bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’, vastgesteld door de
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
4
gemeenteraad op 26 juni 2013 en heeft de bestemming ‘Groen - 1’ (zie figuur 4 voor een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan). Daarnaast gelden ter plaatse van de planlocatie twee gebiedsaanduidingen, namelijk ‘Geluidszone – industrie – Schiphol’ en ‘luchtvaartverkeerzone – LIB artikel 2.2.3 (vogels)’.
Figuur 4: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’ (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Volgens de systematiek van het geldende bestemmingsplan zijn de groengebieden die tot de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam en tot de Stadsdeelgroenstructuur behoren, bestemd als ‘Groen – 1’. Naast groenvoorzieningen zijn deze gronden bestemd voor de bescherming en instandhouding van de benoemde groenstructuren, fiets- en voetpaden, fietsparkeervoorzieningen, kunstobjecten, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bruggen en viaducten, steigers, water, oevers, waterhuishoudkundige voorzieningen. De beoogde verkeersruimte ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg past niet binnen de ter plaatse geldende groenbestemming. Om de verkeersruimte aan te kunnen leggen, is het noodzakelijk om af te wijken van het geldende bestemmingsplan. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing behorende bij de omgevingsvergunning ziet enkel toe op de strijdigheid met de bestemming ‘Groen – 1’ ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg.
1.4 PROJECTBESCHRIJVING Bestaande situatie
Figuur 5: Foto met zicht op Oude Haagseweg (bron: Google Streetview, 2020) De projectlocatie is zoals eerder aangegeven onderdeel van de Hoofdgroenstructuur van Amsterdam. De in figuur 5 afgebeelde bushalte met daarbij behorende verharding ligt binnen de groenbestemming, zoals opgenomen in het bestemmingsplan ‘Nieuwe Meer e.o.’. Ter hoogte van de projectlocatie ligt ook een fiets- en voetpad (zie figuur 6).
Figuur 6: Bestaande situatie (bron: Gemeente Amsterdam, tekening d.d. 29 mei 2017)
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
5
PARTNERSRO |
1.4.1
1.4.2
Toekomstige situatie De Westtangent is een nieuwe buslijn tussen station Sloterdijk en Schiphol en zal 8 centrale plekken in Amsterdam Nieuw-West met elkaar verbinden (zie bijlage 1). De West-
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
6
tangent vervangt de huidige buslijn 69. De nieuwe bus is herkenbaar als onderdeel van R-net (Randstad-net) en rijdt volgens de normen voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV).
Figuur 7: Overzicht HOV Westtangent Amsterdam (bron: Gemeente Amsterdam, 2017) Om ervoor te zorgen dat de bus minder vertraging oploopt, zijn aanpassingen in de openbare ruimte nodig. Op sommige delen van de route ligt al een vrije busstrook. Op andere plekken wordt een nieuwe busstrook gecreëerd, eventueel in combinatie met de tram. Op andere delen van de route is een busstrook minder noodzakelijk of niet wenselijk. Daar rijdt de bus mee met het overige verkeer en worden andere verbeteringen doorgevoerd. Op dit moment is ongeveer 15% van de huidige buslijn een busbaan. Wanneer alle werkzaamheden zijn afgerond, is dat ongeveer 40%. Voor de inrichting van de beoogde verkeersruimte ten behoeve van de HOV Westtangent ter hoogte van het trajectdeel ‘Nieuw Sloten’ (zie ook bijlage 1) waar de projectlocatie onderdeel van uitmaakt, worden de volgende aanpassingen aan de infrastructuur gedaan: 1.
Op het kruispunt Plesmanlaan met de Laan van Vlaanderen komen verkeerslichten en een extra rijstrook om rechtsaf te slaan;
2.
Er komen parkeerplaatsen terug op de haltes Maaseikpad;
3.
Tussen het Belgiëplein en het Tervurenpad komt in zuidelijke richting een busstrook langs de bestaande rijbaan van de Anderlechtlaan;
4.
Op de Sloterwegrotonde wordt een extra rijstrook aangelegd voor het verkeer;
5.
Tussen de Sloterweg en de A4, in zuidelijke richting, wordt een extra rijstrook aangelegd voor het verkeer;
6.
Tussen de Oude Haagseweg en de Sloterwegrotonde, in noordelijke richting, komt een aparte busstrook parallel aan de rijbaan;
7.
Het kruispunt Oude Haagseweg en Anderlechtlaan wordt ingericht als T-kruispunt.
Haagseweg (bron: Gemeente Amsterdam, 2017) In figuur 9 is een ontwerptekening opgenomen die weergeeft hoe het kruispunt Oude Haagseweg en Anderlechtlaan als T-kruispunt wordt heringericht.
Figuur 9: Ontwerptekening nieuwe situatie (bron: Gemeente Amsterdam, tekening d.d. 29 mei 2017)
PARTNERSRO |
Figuur 8: Uitsnede aanpassing HOV Westtangent ter hoogte van Anderlechtlaan – Oude
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
7
2 BELEID In dit hoofdstuk wordt het voor dit initiatief relevante beleidskader beschreven. Hieronder wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal en gemeentelijke beleid dat van toepassing is op deze casus.
2.1 RIJKSBELEID 2.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities tot 2040 en de ruimtelijke doelen, belangen en opgaven tot 2028. De SVIR heeft als ondertitel 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig en vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte, de Mobiliteitsaanpak en Randstad 2040. De hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor de middellange termijn (2020/2028) zijn: •
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de
•
Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid,
•
Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en
ruimtelijk-economische structuur van Nederland; waarbij de gebruiker voorop staat; cultuurhistorische waarden behouden zijn. De versterking van de ruimtelijk-economische structuur richt zich voor een groot deel op de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports en greenports. Voor deze gebieden worden gebiedsgerichte programma's opgezet. Voor deze gebieden worden gebiedsgerichte programma’s opgezet. Een veilige leefomgeving blijft ook binnen het nieuwe beleid centraal staan. Daartoe wil het Rijk het milieu verbeteren en ons beschermen tegen geluidsoverlast en externe vei-
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
8
ligheidsrisico's. Maar een veilige leefomgeving bestaat uit meer. Daarom richt het Rijk zich bijvoorbeeld ook op bescherming tegen overstromingen en behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten binnen ons land. In het ruimtelijk domein zullen
PARTNERSRO |
beleid en uitvoering voor een nog groter deel dan voorheen de verantwoordelijkheid worden van provincies en gemeenten. Conclusie Het voorliggende project is in overeenstemming met de SVIR.
2.1.2
Barro Sinds 1 oktober 2012 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van kracht. In het Barro zijn de nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, geborgd. De 13 nationale belangen luiden als volgt: 1.
een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren;
2.
ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie;
3.
ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen;
4.
efficiënt gebruik van de ondergrond;
5.
een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; spoor en vaarwegen;
7.
het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen;
8.
verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's;
9.
ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling;
10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11. ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Conclusie Het project heeft geen betrekking op één van de 13 nationale belangen.
2.1.3
Bro (SER-ladder) In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling beschrijft, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten bestaand stedelijk gebied, bevat het bestemmingsplan een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Een omgevingsvergunning middels uitgebreide afwijkingsprocedure wordt gelijkgesteld met een bestemmingsplan. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan 'een ruimtelijke ontwikkeling van een
bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen' (artikel 1.1.1 lid i Besluit ruimtelijke ordening). Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt, is artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro niet van toepassing. Dit neemt niet weg dat aan de eisen van het eerste lid van artikel 3.1.6 van het Bro dient te worden voldaan. Bij de toets of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dient onder meer beoordeeld te worden of de mogelijk gemaakte ontwikkeling voorziet in een behoefte. De behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling dient met het oog op de uitvoerbaarheid van het plan te zijn onderbouwd. Conclusie Ontwikkelingen zoals een weg en busbaan zijn door de Raad van State niet als stedelijke ontwikkeling aangemerkt. Een nadere beschouwing van het Bro is derhalve niet aan de orde.
9 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg,
PARTNERSRO |
6.
2.2 PROVINCIAAL BELEID 2.2.1
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
10
Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. In deze omgevingsvisie (als opvolger dan de Structuurvisie Noord-Holland 2040) wordt de ambitie geschetst een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau vaste houden. Daarvoor moet een goede balans gezocht worden tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De drie hoofdambities die worden nagestreefd, zijn: 1.
Een gezonde en veilige basiskwaliteit van de leefomgeving, met als doel: a. een klimaatbestendig en waterrobuust Noord-Holland; b. het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving; c. het vergroten van de biodiversiteit in Noord-Holland;
2.
Ruimtelijke ontwikkelingen faciliteren met als doel: a. een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor; b. vraag en aanbod van woon- en werklocaties beter met elkaar in overeenstemming brengen; c. dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden; d. het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie.;
3.
Noord-Holland is als samenleving in 2050 klimaatneutraal en gebaseerd op hernieuwbare energie.
Conclusie Het project levert een bijdrage aan de bereikbaarheidsopgave doordat de infrastructuur wordt verbeterd voor een hoogwaardig, openbaar vervoerssysteem tussen station Sloterdijk en Schiphol.
Provinciale Ruimtelijke Verordening
dening (PRV) in werking getreden. Op 14 januari 2019 is de PRV het laatst gewijzigd. In de PRV hebben Provinciale Staten in het kader van een goede ruimtelijke ordening een aantal algemene regels vastgesteld omtrent de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen over onderwerpen in zowel het landelijke als het bestaand bebouwd gebied van Noord-Holland, inclusief Amsterdam, waar een provinciaal belang mee gemoeid is. De PRV zal binnenkort worden vervangen door de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening NH2020 (paragraaf 2.2.3.) . De ontwerp-omgevingsverordening is inmiddels vastgesteld. Voor de volledigheid is zowel aan de geldende Verordening als aan de Ontwerpverordening getoetst.
11 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
Op 1 mei 2018 is een gewijzigde versie van de (inmiddels) Provinciale Ruimtelijke Veror-
PARTNERSRO |
2.2.2
Figuur 10: Provinciale Ruimtelijke Verordening 2019 (geconsolideerde versie) kaart 4 Ecologie De watergang en de gronden naast de watergang ten zuiden van de Oude Haagseweg zijn aangeduid als Natuurverbinding (lichtgroene strook op figuur 10). Het project grenst aan deze aanduiding, maar komt niet op deze aanduiding te liggen. De regels van artikel uit de PRV zijn daarom niet van toepassing op dit project. Er zijn ook geen effecten te verwachten op de natuurverbinding, omdat op basis van het gemeentelijk beleid sprake is van hoofdgroenstructuur. De afweging met betrekking tot het openbaar belang, de alternatieven en de compensatie is gemaakt in het kader van de gemeentelijke afweging met betrekking tot de hoofdgroenstructuur. Deze afweging is gemaakt aan de hand van advies van de Technische
Advies Commissie Hoofdgroensstructuur (TAC). Dit advies en de afweging is terug te vinden in paragraaf 2.3.1. Conclusie Het project voldoet aan de bepalingen van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
2.2.3
Ontwerp Omgevingsverordening NH2020 Op 14 februari 2020 hebben Gedeputeerde Staten de ontwerp Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie NH2050 (2018) zijn in de Omgevingsverordening Noord-Holland verankerd. De verordening vervangt daarmee alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. Ter plaatse van de planlocatie is volgens kaart 99 behorende bij de omgevingsverordening sprake van een gebied met ‘Wezenlijke kenmerken en waarden Natuurverbinding’. In bijlage 5 van de verordening, onderdeel ‘Znv 2 Groene AS – tussen Amstelland en Spaarnwoude’ is een beschrijving van dit gebied opgenomen. Volgens de omschrijving van deze bijlage wordt de projectlocatie aangemerkt als een onderdeel van de Natuurverbinding. In artikel 6.38 is bepaald dat een ruimtelijk plan ter plaatse van het werkingsgebied natuurverbindingen in ieder geval tot de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden moet strekken. De nieuwe activiteit mag bovendien niet tot een significante aantasting of tot een vermindering van de oppervlakte van het werkingsgebied natuurverbinding leiden.
Van deze bepaling kan worden afgeweken indien er sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten op het werkingsgebied worden gecompenseerd. In paragraaf 2.3.1 staat beschreven dat sprake is van een groot openbaar belang, waardoor deze ingreep noodzakelijk is. De Technische Adviescommissie Groenhoofdstructuur
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
12
(TAC) heeft in 2017 naar dit project gekeken. In het advies staat beschreven dat de negatieve effecten kunnen en zullen worden gecompenseerd. In bijlage 8 is het onder-
PARTNERSRO |
zoek naar de alternatieven genomen. Hieruit blijkt dat er geen reële alternatieven zijn. Conclusie Het project voldoet aan de bepalingen van de Ontwerp Omgevingsverordening. Uit paragraaf 2.3.1 blijkt dat het project aan bovenstaande bepalingen voldoet en bovendien door de Technische Advies Commissie Hoofdgroenstructuur van Amsterdam inpasbaar wordt geacht.
2.3
GEMEENTELIJK BELEID
2.3.1
Structuurvisie Amsterdam 2040 ‘Economisch sterk en Duurzaam’ Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 'Economisch sterk en Duurzaam' (17 februari 2011) legt Amsterdam zichzelf, inclusief de stadsdelen, regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belang-
rijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infravan Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen en efficiënter omgaan met energie en vervoer, zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast. Meer mensen en meer banen in Amsterdam, maar ook in de rest van de metropoolregio, betekent meer mobiliteit. Bij het faciliteren van de behoefte aan mobiliteit ligt de voorkeur bij de vervoersvormen die relatief weinig ruimtebeslag met zich meebrengen: de fiets en het openbaar vervoer. Om hiervoor voldoende ruimte te maken zal een deel van de openbare ruimte moeten worden heringericht.
Hoofdgroenstructuur De hoofdgroenstructuur omvat de minimaal benodigde hoeveelheid groen die Amsterdam wil borgen. Ingrepen in de hoofdgroenstructuur worden op inpasbaarheid beoordeeld door de Technische Adviescommissie hoofdgroenstructuur (TAC). Volgens de Structuurvisie maakt de projectlocatie onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van de gemeente Amsterdam. Ter plaatse van de projectlocatie wordt de hoofdgroenstructuur aangemerkt als ‘Ruigtegebied / struinnatuur’. In figuur 11 worden de
PARTNERSRO |
beoordelingscriteria van ingrepen in dit gebied in vorm van een tabel weergegeven.
13 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
structuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten
Figuur 11: Uitsnede kaart hoofdgroenstructuur (bron: Gemeente Amsterdam, 2017)
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
14
Figuur 12: Beoordelingscriteria ‘Ruigtegebied / struinnatuur’ (bron: Gemeente Amsterdam, 2017) Voor het groentype ‘Ruigtegebied / struinnatuur’ geldt dat deze gebieden niet met andere functies mogen worden opgevuld, anders dan de groenfunctie. Het voorliggende project voorziet in een beperkte ingreep in dit gebied door de aanleg van de verkeersruimte ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg. Hierdoor neemt de verharding in de hoofdgroenstructuur toe. De voorgenomen ingreep in de hoofdgroenstructuur betreft in totaal een oppervlakte van circa 490 m². Een deel hiervan is reeds verhard (zie paragraaf 1.4.1).
Advies Technische Advies Commissie hoofdgroenstructuur (TAC) In 2017 is het voornemen aan de TAC voor advies voorgelegd. De TAC heeft geadviseerd dat de voorgenomen ingreep in de hoofdgroenstructuur onder voorwaarden van aanvullende ecologische maatregelen inpasbaar wordt geacht. De TAC ziet daarbij de noodzakelijkheid van de ingreep waarbij toepassing is gegeven van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Voor het volledige advies wordt verwezen naar bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. De voorwaarde voor de voorgestelde werkzaamheden luidt als volgt:
“Voorwaarde is dat de ecologische structuur op deze locatie wordt versterkt (looprichels vervangen van faunapassage onder de Oude Haagseweg en natuurvriendelijke oever aanleggen langs de Anderlechtlaan zijn hiervan een goede invulling). Wel is het van belang dat een ecoloog hierbij betrokken blijft en dat de uitvoering ervan wordt geborgd in het verdere proces.” Conclusie De beoogde verkeersruimte zorgt voor meer verharding in de hoofdgroenstructuur met groentype ‘Ruigtegebied/struinnatuur’ van de gemeente Amsterdam. De TAC onderschrijft dat de ingreep noodzakelijk is. De TAC heeft positief geadviseerd: de herinrichting van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg wordt onder voorwaarden inpasbaar geacht. Deze voorwaarden worden met dit project nageleefd.
2.3.2
Ecologische visie Bij de behandeling in de Amsterdamse gemeenteraad van de hiervoor genoemde structuurvisie werd een motie aangenomen waarin werd gevraagd om nadere precisering van
Figuur 13 Uitsnede ecologische visie (bron: Gemeente Amsterdam, 2012) De projectlocatie is in de ecologische structuur gelegen. Het beleidsuitgangspunt van de ecologische visie is dat de ecologische hoofdstructuur wordt gerespecteerd, knelpunten worden aangepakt en voor wijzigingen is, vergelijkbaar met de hoofdgroenstructuur, een besluit van de gemeenteraad nodig. Omdat het hier om een incidentele ingreep gaat is een besluit van de gemeenteraad niet nodig. Een besluit van het college van B&W is voldoende. Conclusie De beoogde verkeersruimte zorgt voor meer verharding in de voorgestelde ecologische structuur. De TAC onderschrijft dat de ingreep noodzakelijk is. De TAC heeft positief geadviseerd: de herinrichting van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg wordt onder voorwaarden inpasbaar geacht. Deze voorwaarden worden met dit project nageleefd.
2.3.3
Uitvoeringsagenda Mobiliteit Amsterdam groeit en blijft groeien. Om de stad bereikbaar en veilig te houden en de openbare ruimte toegankelijk en aantrekkelijk, moet de gemeente Amsterdam keuzes maken en maatregelen treffen. In de Mobiliteitsaanpak Amsterdam 2030 (vastgesteld door de raad op 30 september 2015) is een breed pakket aan maatregelen in stelling gebracht, samengevat in de uitvoeringsagenda Mobiliteit. Dit zijn de speerpunten: 1.
Meer ruimte in het centrum •
Autoluwer maken van straten en invoering 30 km p/u gebied;
•
Nieuwe fietsbrug- en veerverbindingen over het IJ en fietsparkeren onder- en bovengronds;
•
Parkeergarages en -plekken ondergronds.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
schouwd als een uitwerking van de structuurvisie.
15
PARTNERSRO |
deze ecologische structuur. Deze ecologische visie is daarvan de invulling en wordt be-
Betere doorstroming op belangrijke routes •
Verbeteringen van het OV;
•
Betere fietsroutes, en fietskruispunten;
•
Meer hoogwaardige voetgangersgebieden;
16
•
Vlotte autoroutes in- en uit de stad;
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
2.
•
Ruimte voor laden- en lossen;
•
Aantrekkelijkere P+R-locaties aan de randen van de stad;
•
Elk vervoersmiddel krijgt de ruimte op geschikte routes.
3.
Verbinden van de binnenstad met de delen daarbuiten •
Het aanleggen van ontbrekende delen van fietsroutes (metropolitane fietsroutes);
•
Het verbeteren van de verbinding met Noord.
Conclusie De Westtangent is een initiatief dat voortkomt uit het plan voor beter openbaar vervoer voor de stadsregio van Amsterdam. De aanleg van de Westtangent is één van de maatregelen uit de Uitvoeringsagenda Mobiliteit van de gemeente Amsterdam. Het voorliggende project geeft daarmee volop uitvoering aan de Uitvoeringsagenda Mobiliteit.
2.3.4
(Inspraakversie) Groenvisie 2050 Amsterdam wil een groene stad zijn, voor nu en voor de generaties daarna. Een leefbare stad voor mens en dier, waar gezondheid, natuur, klimaatadaptatie en sociaal welzijn voorop staan. Om dit te bereiken heeft de gemeente Amsterdam de ‘Groenvisie 2050’ gemaakt. In de Groenvisie wordt een beeld geschetst van Amsterdam als groene stad en hoe de gemeente tussen nu en 2050 Amsterdam verder wil gaan vergroenen. Op dit moment is de Groenvisie nog in concept. De visie heeft tot eind juni 2020 als inspraakversie ter inzage gelegen en zal binnenkort door de raad worden vastgesteld. In de visie voor een groene stad in 2050, wordt Amsterdam leefbaarder en aantrekkelijker. Daar is een stedelijke groene structuur voor nodig. Deze structuur wil de gemeente
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
realiseren door een viertal groene principes: 1.
Zorgen voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen;
2.
Zorgen voor groen dat bijdraagt aan verschillende opgaven;
3.
De stad wordt natuurinclusief aangelegd en beheerd;
4.
Samen aan groen werken;
Voor de korte termijn wordt een Uitvoeringsprogramma Groen opgesteld om deze principes stapsgewijs uit te gaan voeren.
2.3.5
Bomenverordening (2016) Sinds 1 oktober 2016 is de stedelijke bomenverordening van kracht, die in 2014 is vastgesteld door de gemeenteraad. Met behulp van de bomenverordening zorgt de gemeente ervoor dat het volume van het bomenbestand in de stad behouden blijft en dat er zorgvuldig wordt omgegaan met de bomen. Uitgangspunt van de bomenverordening is ‘Kap mits herplant’. Met andere woorden, voor elke gekapte boom moet er een boom terug worden geplant. Als opnieuw planten van een boom bij kap niet mogelijk is of niet gewenst is op de betreffende plek, dan is het mogelijk om ergens anders in de stad te herplanten of de waarde van de gekapte boom wordt in euro’s uitgerekend en gestort in het gemeentelijk herplantfonds.
In het kader van de HOV Westtangent is in 2017 een bomeneffectanalyse (zie bijlage 3) voor het gehele traject van de Westtangent opgesteld. Per deelgebied is onderzocht of haalbaar is. Uit de effectenanalyse wordt geconcludeerd dat: •
519 bomen kunnen worden gehandhaafd;
•
120 bomen kunnen worden gehandhaafd mits..;
•
41 bomen niet kunnen worden gehandhaafd en eventueel verplant;
•
94 bomen niet kunnen worden gehandhaafd en moeten worden gekapt.
Resultaten deelgebied 23 De beoogde verkeersruimte ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg is binnen het onderzochte deelgebied 23 gelegen. Hieronder volgt een overzicht van
PARTNERSRO |
dit deelgebied.
17 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
handhaven dan wel herplanten van in het traject van de Westtangent aanwezige bomen
Figuur 14: Deelgebied 23 bomeneffectanalyse (bron: Bomeneffectanalyse, Cobra adviseurs, 2017) Uit figuur 13 blijkt dat 104 van de 124 bomen in deelgebied 23 kunnen worden behouden. 9 bomen kunnen met een aanpassing worden behouden. 11 bomen kunnen niet worden behouden en dienen te worden verwijderd. De te kappen bomen die in de bomeneffectanalyse uit 2017 zijn opgenomen, zijn allemaal in fase 1 van de HOV Westtangent gekapt. In deze fase van deelgebied 23 worden aanvullend nog 7 bomen gekapt: •
4 bomen van de gemeente Amsterdam. Deze zullen worden gecompenseerd. Deze zijn destijds nog niet in de boom effect analyse opgenomen, omdat deze toen nog niet vergunning plichtig waren gezien hun omvang/grootte (zie onderstaande afbeelding). De kapvergunning is inmiddels verleend (geregistreerd on-
der OLO 5367353). Er wordt nog aan een bomenbalans voor de compensatie van de te kappen bomen gewerkt. •
3 bomen op het Qirion terrein. Deze bomen zijn onderzocht op holten. Er zijn eigendom van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor een eventuele compensatie.
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
18 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
geen nesten/vleermuizen aangetroffen (zie ook paragraaf 3.3). Deze bomen zijn
Figuur 15: Te kappen bomen in eigendom van de gemeente Amsterdam
3 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
waard zijn. Ook landschappelijke of infrastructurele elementen kunnen een archeologische waarde hebben. Deze materiële overblijfselen vormen een onderdeel van onze leefomgeving waarvan het behoud of de ontsluiting op maat gesneden maatregelen vergt. Het archeologisch bodemarchief levert een bijdrage aan de cultuurhistorie van onze stad en maakt de beleving van het verleden bovendien tastbaar. Vanwege het ruimtelijke karakter van het bodemarchief vertoont het archeologisch beleid raakvlakken met dat van de ruimtelijke ordening. Door de invoering van de nieuwe Monumentenwet 1988 in september 2007 is archeologische zorg formeel geïntegreerd in de ruimtelijke ordening. Een essentieel uitgangspunt van de nieuwe wet is dat het erfgoed in de bodem beter wordt beschermd. Dit betekent dat bij ruimtelijke planontwikkeling vroegtijdig rekening wordt gehouden met archeologisch erfgoed. Als behoud in de bodem geen optie is, dan is, voorafgaand aan de bodemverstoring, onderzoek nodig om archeologische overblijfselen te documenteren en de informatie en vondsten te behouden.
Archeologie Het geldende bestemmingsplan schrijft te plaatse van de projectlocatie voor dat een inventariserend veldonderzoek dient te worden overlegd indien de grondroerende werkzaamheden 10.000 m² of meer omvatten én dieper dan 0,5 meter onder peil moeten plaatsvinden. De beoogde werkzaamheden ten behoeve van de wegverharding ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg voorzien in minder m² grondroerende werkzaamheden (490 m²). Hiermee vormt het aspect ‘Archeologie’ geen belemmering voor de beoogde werkzaamheden.
Cultuurhistorie Ter plaatse van de projectlocatie zijn volgens het bestemmingsplan geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Op basis van de kaart ‘Cultuurhistorische waarden’ van Amsterdam worden eveneens geen cultuurhistorische waarden aan de projectlocatie toegewezen. Hiermee vormt het aspect ‘Cultuurhistorie’ geen belemmering voor de beoogde werkzaamheden.
3.2 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING Milieuzonering betreft het hanteren van bepaalde richtafstanden tussen bedrijven en hindergevoelige functies/bestemmingen. Om in deze zonering enige eenheid te brengen heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de brochure "Bedrijven en milieuzonering" (editie 2009) uitgebracht die als richtlijn geldt. De milieubelasting wordt bepaald door verschillende milieuaspecten, zoals gevaar, stof, geur, geluid, verkeer en visueel. Voor elk milieuaspect geldt een aparte minimaal aan te houden richtafstand tussen hinderveroorzakende functie en hindergevoelige functie. Het aspect met de hoogste categorie is maatgevend voor de uiteindelijke minimaal aan te
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
Het archeologisch erfgoed bestaat uit voorwerpen en structuren die in de bodem be-
19
PARTNERSRO |
3.1 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE
houden richtafstand. De richtafstanden variëren van 0 meter (voor categorie 1 bedrijven) tot 1000 meter (voor categorie 6 bedrijven).
behoeve van de kruising ter plaatse van een groenbestemming. Hiermee zijn aspecten in het kader van ‘Bedrijven en milieuzonering’ en verdere toetsing aan de VNG-richtlijn niet
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
20 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
De beoogde werkzaamheden hebben betrekking op het aanbrengen van verharding ten
aan de orde.
3.3 WET NATUURBESCHERMING Voor de bescherming van soorten en gebieden is Wet natuurbescherming (januari 2017) van toepassing. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten zal rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van beschermde plant- en diersoorten op grond van de Wet Natuurbescherming. Indien uit gegevens dan wel uit onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of de activiteit beschadiging of vernieling van voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheid c.q. activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing c.q. vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming. Voor de HOV Westtangent is een Quickscan Natuur uitgevoerd. Hieruit blijkt of nader onderzoek dan wel compenserende maatregelen nodig zijn.
3.3.1
Quickscan Natuur De gemeente Amsterdam heeft in 2020 ten behoeve van de HOV Westtangent een quickscan laten uitvoeren waarbij naar eventuele effecten op de natuur als gevolg van de beoogde ingreep (zie ook bijlage 4) is gekeken. De eerder genoemde bomeneffectanalyse van Cobra adviseurs (bijlage 3) is daarbij als uitgangspunt gehanteerd. Soortenbescherming Uit de Quickscan Natuur blijkt dat in de bomen geen jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. In de bomen kunnen wel broedgevallen aanwezig zijn van bijvoorbeeld duiven of eksters. Broedgevallen zijn beschermd en mogen niet worden verstoord. In de bomen zijn geen mogelijkheden voor vaste verblijfsplaatsen van vleermuizen vastgesteld. In het stadsdeel Nieuw-West is bekend dat gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Watervleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis, Tweekleurige vleermuis en Meervleermuis voorkomen. Bomenrijen kunnen voor deze soorten in meer of mindere mate geleidende structuren vormen, als verbinding tussen hun verblijfplaats en foerageergebied. Op twee locaties wordt een potentieel geleidende structuur onderbroken door de kap van bomen en blijft geen parallelle geleidende structuur behouden. De projectlocatie maakt geen deel uit van een essentiële vliegroute voor vleermuizen. Het verwijderen van de bomen heeft daarom geen onderbreking van een essentiële vliegroute van vleermuizen tot gevolg.
Op basis van de quickscan wordt niet uitgesloten dat egel, vos, verschillende soorten knaagdieren en kleine marterachtigen in en nabij het projectgebied aanwezig kunnen zijn. In het recente verleden zijn in de directe nabijheid van het projectgebied meldingen gedaan van het voorkomen van de wezel. Om te bepalen of er verblijfplaatsen van her-
melijn of wezel worden aangetast met de voorgenomen werkzaamheden, moet een nader onderzoek worden uitgevoerd. Op enkele locaties is de ingreep gepland in gazon of grasvegetaties. Op deze locaties is verwachten. In de directe omgeving, met name in de berm ten zuiden van de Oude Haagseweg, zijn verder bijzondere en voorheen beschermde soorten bekend als bijenorchis, rietorchis, blauwe bremraap, dotterbloem, ruig klokje, aardaker en gewone agrimonie. In de quickscan wordt aangegeven dat aanwezige soorten kunnen worden ingepast in het ontwerp of, om invulling te geven aan de wettelijke zorgplicht, verplant naar een geschikte locatie in de directe omgeving.
Holtenonderzoek bomen Ter plaatse van het Qirion terrein is voor een aantal bomen een holtenonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt dat in twee bomen (boom 1 en boom 3) holten aanwezig zijn. Deze zijn echter niet in gebruik of in gebruik geweest door vleermuizen. In boom 3 is een bewoond nest in een boomholte van de halsbandparkiet aangetroffen. In een andere boom op dit terrein is ook een holte aanwezig (boom 1). Ook deze holte kan in gebruik zijn als nestplaats door halsbandparkiet, maar ook door een holtebroedende soort als groene specht, grote bonte specht, kauw, spreeuw, koolmees, pimpelmees of boomkruiper. In andere bomen binnen het projectgebied zijn geen boom-
PARTNERSRO |
holten aangetroffen.
21 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
over het grootste gedeelte van het traject geen beschermde of zeldzame vegetatie te
Figuur 16: Locatie en boomnummers van drie eerder door Cobra geïnventariseerde bomen op het terrein van Qirion (bron: Quickscan Natuur, Cobra Groeninzicht, 2020) In de Quickscan Natuur (bijlage 4) wordt ten aanzien van de bomen geadviseerd om, indien boom 1 en 3 op het terrein van Qirion worden gekapt, dit uit te voeren vóór 1 maart 2021. Indien de bomen pas daarna worden gekapt, dan is op dat moment een nieuwe inspectie van de boomholten noodzakelijk voordat tot kappen wordt overgegaan. Dit in verband met de (kleine) kans dat vleermuizen de boomholten ontdekken en er alsnog gebruik van gaan maken. Bij de uitvoering van de werkzaamheden zal hier rekening mee worden gehouden. Gebiedsbescherming De grenzen van het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebieden liggen op 7 km afstand (Polder Westzaan, gemeten vanaf station Sloterdijk) en 8 km (Markermeer & IJmeer; gemeten vanaf station Sloterdijk). Tussen de natuurgebieden en het tracé is vrijwel volledig stede-
lijke bebouwing aanwezig. De voorgenomen ingreep ligt buiten de invloedssfeer van een Natura 2000-gebied.
derland (NNN) ligt op 50 meter afstand ten zuiden van de Oude Haagseweg. De voorgenomen ingreep heeft echter geen invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden (zie
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
22 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
De grens van het dichtstbijzijnde gebied dat is begrensd binnen het Natuurnetwerk Ne-
ook paragraaf 2.3.1). Andere gebieden begrensd binnen de NNN liggen op grotere afstand van de projectlocatie en een negatieve invloed op de wezenlijke kenmerken en waarden is niet te verwachten. Het nieuwe tracé kruist of grenst op enkele punten aan de Hoofdgroenstructuur van de gemeente Amsterdam. Dit is het geval bij de bermen beide zijden President Allendelaan, noordelijke berm Plesmanlaan en beide zijden Anderlechtlaan. Op al deze locaties zijn geen ingrepen gepland en heeft de realisatie van de HOV Westtangent geen invloed op de Hoofdgroenstructuur. Op één locatie is het voorgenomen project in de Hoofdgroenstructuur gepland. Het betreft de berm ten zuiden van de Oude Haagseweg binnen de projectlocatie van deze ruimtelijke onderbouwing. De TAC heeft de beoogde ingreep onder voorwaarden inpasbaar geacht (zie ook paragraaf 2.3.1). Aan deze voorwaarden wordt voldaan. Ten slotte wordt geadviseerd om een ecologisch werkprotocol op te stellen waarin maatregelen staan beschreven ten behoeve van de uitvoering, zodat verstoring van beschermde soorten wordt voorkomen en invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplicht en de natuurkansen.
3.3.2
Nader onderzoek kleine marterachtigen Voor de uitvoering van de werkzaamheden van het HOV-tangent kunnen negatieve effecten op kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn op voorhand niet worden uitgesloten (zie Quickscan Natuur in bijlage 4). Hierdoor is nader onderzoek naar genoemde soorten uitgevoerd (bijlage 5). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat van de kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn alleen de wezel op beeld is vastgelegd. Dit betekent dat de aanwezigheid van de wezel in het projectgebied is aangetoond. De aanwezigheid van bunzing en hermelijn in het projectgebied is redelijkerwijs uitgesloten. Het is niet uitgesloten dat voortplantings- en rustplaatsen van de wezel worden beschadigd of vernield met de voorgenomen werkzaamheden. In het kader van de Wet natuurbescherming is dat verboden. Daarom is voor de voorgenomen werkzaamheden een ontheffing van verbodsbepalingen nodig voordat met de werkzaamheden mag worden gestart. Er is in het recente verleden al ontheffing verleend voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van wezel. Deze ontheffing heeft betrekking op het project ‘Watercompensatielocatie Anderlechtlaan, aanleggen natuurvriendelijke oever’, op de westelijke oever van de watergang ten oosten van de Anderlechtlaan. Deze locatie grenst aan het huidige projectlocatie.
Hiervoor wordt een uitbreiding van de reeds verleende ontheffing bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord aangevraagd
3.3.3
Ecologisch werkprotocol In het Werkprotocol flora en fauna (bijlage 6) uit 2020 wordt beschreven op welke wijze de beoogde werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om aan de verplichtingen uit de
Ten aanzien van de beoogde werkzaamheden dienen in ieder geval de volgende maatregelen te worden getroffen: Locatie
Maatregel
Oude Haagseweg
•
Bermen Oude Haagseweg ontzien bij uitvoering werkzaamheden
•
Maatregelen inrichting nieuwe bermen Oude Haagseweg uitvoeren onder begeleiding van een deskundig ecoloog
Qirion-terrein en Oude Haagseweg
Blokken hout in bermen Oude Haagseweg, op oever Qirionterrein
behouden/verplaatsen
naar
definitieve
locatie,
afstemmen met een deskundig ecoloog Oeverzone Oude
Marterhopen aanleggen
Haagseweg, Qirionterrein
Tabel 1: Enkele ecologische maatregelen planlocatie (bron: Werkprotocol flora en fauna, Cobra Groeninzicht, 2020) Verder zijn maatregelen voorgeschreven die voor de gehele HOV-tangent moeten worden getroffen zoals het plaatsen van tijdelijke (bouw)verlichting in overleg met een deskundig ecoloog, uitvoeren van broedgevallencheck door de deskundig ecoloog bij werkzaamheden in of nabij struweel, bomen en oevers. Ook dienen meldingen vrijgestelde soorten bij de Regionale Uitvoeringsdienst Noord-Holland Noord te worden ingediend. Tot slot moet het groen in één richting worden verwijderd, in de richting van het naastgelegen groen en dient het bestaande, te handhaven groen te worden ontzien.
3.3.4
Conclusie Ten aanzien van soortenbescherming kan worden gesteld dat het beoogde project niet leidt tot negatieve effecten. Ten aanzien van gebiedsbescherming wordt geconcludeerd dat de projectlocatie binnen een ecologische hoofdstructuur is gelegen. De ruimtelijke ingreep is echter dusdanig beperkt en van maatschappelijk belang, dat de TAC het project onder voorwaarden inpasbaar heeft geacht. Uiteraard dient te allen tijden de zorgplicht uit de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen en zal de uitvoering in nauw overleg met een deskundig ecoloog plaatsvinden.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
dam te voldoen. Werkzaamheden dienen conform dit protocol te worden uitgevoerd.
23
PARTNERSRO |
Wet natuurbescherming en Gedragscode Flora- en faunawet van de gemeente Amster-
3.4 BODEM Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek te worden verricht naar de bodemgesteldheid in
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
24
het plangebied. Er dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem. Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkeling is dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren door grondverzet (door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Voor het project HOV Westtanggent zijn in het verleden verschillende bodem en verhardingsonderzoeken uitgevoerd. In bijlage 7 van deze ruimtelijke onderbouwing is een notitie opgenomen waarin wordt ingegaan op de bekende gegevens qua kwaliteit van de aanwezige verhardingen en onderliggende bodemlagen. Uit de inventarisatie blijkt dat het uitvoeren van een nader archief onderzoek noodzakelijk is om meer duidelijkheid te verkrijgen over mogelijke bodemverontreinigingen ter plaatse van het tracé HOV Westtangent. Met name voor diepere ontgravingen t.b.v. aanleg riolering zal nader onderzoek worden uitgevoerd (zowel voor diffuse als mobiele verontreiniging). Daarnaast zijn onvoldoende bodemgegevens bekend van de locaties watercompensatie, natuurvriendelijke oevers en slootdemping.
Verwacht wordt dat de bodemkwaliteit van het merendeel van het project tracé HOV Westtangent overeen zal komen met de bodemkwaliteitskaart (<AW), echter vooralsnog dient ook rekening te worden gehouden met het aantreffen van lokale bodemverontreinigingen Voor de uitvoerbaarheid van dit plan geldt dat sprake is van gebruik als ‘verkeersbestemming’. De bodemkwaliteit zal geen belemmering vormen voor dit beoogde gebruik. Wel zal vervolgonderzoek nodig zijn voor de uitvoering van het plan. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
3.5 GELUID Eén van de grondslagen voor de ruimtelijke afweging is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wet geluidhinder bevat geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Op grond van de Wet geluidhinder gelden zones rond geluidbronnen met een grote geluiduitstraling, zoals (spoor)wegen en industrieterreinen. De belangrijkste bestaande geluidzones bevinden zich langs bestaande wegen en spoorwegen, rond grote bestaande industrieterreinen en rondom bestaande luchtvaartterreinen. Ook wijzigingen aan bestaande wegen kunnen invloed hebben op het akoestische klimaat van bestaande geluidsgevoelige bestemmingen. De Wet geluidhinder treedt bij wijzigingen aan bestaande verkeerswegen onder twee voorwaarden in werking: •
het betreft een fysieke wijziging aan de weg
•
door de wijziging is er in het toekomstig maatgevende jaar zonder het treffen van maatregelen een significante toename is van de geluidsbelasting (2 dB toename). Deze laatste voorwaarde geldt per geluidsgevoelige bestemming
Op de projectlocatie is sprake van een fysieke wijziging aan een bestaande weg.
Conclusie In de omgeving zijn geen gevoelige gebouwen en functies aanwezig, waardoor (zonder nader onderzoek) kan worden vastgesteld dat geen sprake is van een significante toe-
3.6 LUCHTHAVENINDELINGSBESLUIT In artikel 8.8, lid 1, van de Wet luchtvaart is bepaald dat onder het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) in acht moet worden genomen. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) onder de Wet luchtvaart en is oorspronkelijk op 31 augustus 2004 in werking getreden. Het bestaat uit de volgende drie onderdelen, die elk iets anders juridisch vastleggen: 1. 2.
Het luchthavengebied; Het beperkingengebied in verband met Vliegveiligheid: •
Regels omtrent de beperking van de maximale hoogte van objecten in verband met de veiligheid van het luchtverkeer;
3.
Het beperkingengebied in verband met Geluid en Externe Veiligheid: •
Regels omtrent de beperking van de bestemming en het gebruik van de grond in verband met het externe veiligheidsrisico vanwege het luchtverkeer;
•
Regels omtrent de beperking van de bestemming en het gebruik van de grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchtverkeer.
Conclusie Voorliggend ruimtelijke onderbouwing maakt geen hoge bebouwing mogelijk. Derhalve ontstaat er geen hinder voor het vliegverkeer en is het niet noodzakelijk om te motiveren op welke wijze rekening gehouden is met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval.
3.7 M.E.R. / (MER-BEOORDELING) De zuidelijke verschuiving van de verkeersruimte ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg is geen activiteit als bedoeld in bijlagen C en D van het Besluit m.e.r. Een (vormvrije) m.e.r. (-beoordeling) wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
3.8 WATER Op grond van artikel 3.1.6 lid b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De voorgenomen ingreep in de hoofdgroenstructuur betreft een oppervlakte van circa 490 m². Deze oppervlakte is in de huidige situatie voor circa 30% verhard en zal in de toekomstige situatie voor circa 70% verhard zijn. Dit betekent per saldo een toename van ongeveer 196 m² aan verharding (huidig 147 m² en nieuw 343 m²). De herinrichting betekent weliswaar een toename van de verharding in de hoofdgroenstructuur, maar per saldo neemt de hoeveelheid groen elders binnen de HOV Westtangent (natuurvriendelijke oever langs de Anderlechtlaan) toe. Daarnaast worden, zoals in paragraaf 2.3.1 al aan
25 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
structie van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg.
PARTNERSRO |
name van de geluidsbelasting. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de recon-
bod kwam, ten zuiden van de Oude Haagseweg de looprichels van de faunapassage vervangen. Verder blijft de bestaande watergang en waterhuishouding ongewijzigd.
26
Vanuit het oogpunt van een goede waterhuishouding zijn er geen belemmeringen ten
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
Conclusie aanzien van de beoogde realisatie van de verkeersruimte ter hoogte van de kruising Anderlechtlaan – Oude Haagseweg.
3.9 EXTERNE VEILIGHEID Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De beoogde ontwikkeling betreft
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
geen kwetsbaar object.
Figuur 17: Uitsnede inventarisatiekaart risicobronnen rondom plangebied (bron: www.risicokaart.nl) Op basis van de risicokaart zijn er drie risicobronnen gevonden. Het gaat om LPG- vulpunt, reservoir en afleverinstallatie aan de Oude Haagseweg. Ten zuiden van de projectlocatie is volgens Artikel 24 van het geldende bestemmingsplan tevens een gasleiding
gelegen. De projectlocatie is niet binnen het invloedsgebied/de veiligheidszone van een van deze bronnen gelegen (zie ook figuur 4). Bovendien zijn de verkeersbestemming en in het bijzonder de HOV geen kwetsbare
plan. Conclusie Externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan
27 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
plan geen relevant thema is en dat externe veiligheid geen beperkingen oplegt aan het
PARTNERSRO |
objecten in het kader van de risicowetgeving. Dit betekent dat externe veiligheid voor dit
4 UITVOERBAARHEID
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
28
4.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Door de herinrichting van de kruising ter hoogte van de Anderlechtlaan – Oude Haagseweg is geen bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. Kostenverhaal via een exploitatieplan of een anterieure overeenkomst is niet vereist. De kosten voor de vergunning en ruimtelijke procedure worden gedekt via de Investeringsagenda Openbaar Vervoer (IA-OV), welke wordt gefinancierd door de Vervoerregio Amsterdam én de Gemeente Amsterdam. De economische uitvoerbaarheid is hiermee verzekerd.
5 CONCLUSIE
het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Zowel het rijk, provinciaal als gemeentelijk beleid verzetten zich niet tegen deze ruimtelijke ingreep. Ondanks dat de beoogde ingreep voor een deel plaatsvindt binnen de ecologische hoofdstructuur, heeft de TAC onder voorwaarden positief geadviseerd. Deze voorwaarden zijn overgenomen in de voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Ook milieutechnisch zijn er geen belemmeringen voor het realiseren van de (beperkte) gewijzigde verkeersruimte.
29 RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
plaatse van de Anderlechtlaan – Oude Haagseweg naar het zuiden te verschuiven aan
PARTNERSRO |
Zoals uit voorgaande hoofdstukken is gebleken, voldoet het initiatief om de kruising ter
Bijlage 1
Westtangent traject ‘Nieuw Sloten’
PARTNERSRO |
PARTNERSRO |
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING WEGRECONSTRUCTIE ANDERLECHTLAAN – OUDE HAAGSEWEG, AMSTERDAM
30
Overzicht aanpassingen infrastructuur HOV Westtangent trajectdeel ‘Nieuw Sloten’ (bron: Gemeente Amsterdam, 2017)
Bomeneffectanalyse (herzien)
774 bomen HOV Westtangent Amsterdam Dossiernummer 300666
Bomeneffectanalyse 774 bomen HOV Westtangent
Colofon
1
Opdrachtgever Gemeente Amsterdam Mevrouw A. Busger Op Vollenbroek Postbus 12693 1100 AR AMSTERDAM
Dossiergegevens Dossiernummer:
300666
Status rapport:
v1.0
Projectteam
Projectverantwoordelijke:
Jos Haverkamp
Specialisten Bomen:
Jos Haverkamp (European Tree Technician) Gerben Houweling (European Tree Technician)
Kwaliteitsmanager:
Dennis Slotboom (European Tree Technician)
Centraal postadres Rechtestraat 12 5455 GE Wilbertoord
1
Contactgegevens
Bedrijfsgegevens
info@Cobra-adviseurs.nl
KvK Eindhoven 17232157
www.Cobra-adviseurs.nl
Btw-nr. NL 8199.70.220.B01
T. 088 – 262 72 00
IBAN NL82 RABO 0153 4125 18
Project 300666 v1.0
Bomeneffectanalyse 774 bomen HOV Westtangent
Samenvatting
1
Cobra adviseurs bv heeft in opdracht van gemeente Amsterdam de bomeneffectanalyse van de HOV Westtangent (ons referentienummer 280200) herzien in verband met een wijziging van de projectgrens en diverse wijzigingen van de voorgenomen plannen. Deze BEA gaat over 774 bomen op het tracé van de HOV Westtangent in Amsterdam. In de directe omgeving van de bomen zijn werkzaamheden gepland vanwege het realiseren van een busbaan. Kwaliteit en toekomstverwachting Er zijn 576 bomen met een normale conditie en 192 bomen met een verminderde, sterk verminderde of zeer slechte conditie. Zes bomen zijn dood. De toekomstverwachting van 610 bomen is meer dan vijftien jaar en van 163 bomen minder dan vijftien jaar. Bij één boom kon de toekomstverwachting niet worden bepaald vanwege een gebrek in de stamvoet. Effectanalyse De voorgenomen plannen hebben op 373 bomen een neutrale invloed. Op 146 bomen is de invloed licht negatief en op 120 bomen negatief. Op 135 bomen hebben de voorgenomen plannen een zeer negatieve invloed. Conclusie ontwerp Door de resultaten van de bomeneffectanalyse en de verplantbaarheid samen te voegen, komen we tot de volgende conclusie: -
519 bomen handhaven;
-
120 bomen handhaven mits…;
-
41 bomen niet handhaven (eventueel verplanten);
-
94 bomen niet handhaven (kappen).
Wat is de monetaire waarde van de bomen? De actuele boomwaarde voor alle bomen totaal bedraagt afgerond € 3.636.000,- (exclusief btw). Nesten Wij hebben bij zeven bomen nesten aangetroffen. Het gaat echter niet om nesten met een jaarrond beschermde status, maar om nesten van vogelsoorten waarvan de nesten alleen beschermd zijn als deze in gebruik zijn. Wij hebben niet gezien of deze nesten momenteel in gebruik zijn.
2
Project 300666 v1.0 18 april 2017
Alternatieven De volgende aanpassingen in het ontwerp of alternatieven voor de uitvoering zijn nodig: •
keuze voor een ander positie van verharding;
•
straatkolken buiten de kroonprojectie aanbrengen;
•
groeiplaatsconstructie aanleggen om wortelgroei mogelijk te houden;
•
aanpassen van het verhardingstype;
•
handmatig graven nabij belangrijke wortels;
•
groeiplaatsverbetering ter compensatie van wortelverlies.
Advies Wij hebben aanbevelingen opgenomen over: •
uit te voeren nader onderzoek;
•
toe te passen boombescherming;
•
uit te voeren toezicht en controle.
Toetsing adviezen Het is noodzakelijk om onze adviezen te laten toetsen door een civiele specialist die bekend is met dit project.
3
Bomeneffectanalyse 774 bomen HOV Westtangent
Inhoud 1
Inleiding
6
2
Situatiebeschrijving
8
3
Onderzoek
13
4
5
3.1
Planvorming
13
3.2
Kwaliteitsbeoordeling bomen
14
3.3
Bodem en beworteling
15
3.3.1
Onderzoekslocaties
15
3.3.2
Bodem
16
3.3.3
Beworteling
16
Effectanalyse
18
4.1
Knelpunten
18
4.2
Gevolgen voor de bomen
20
Verplantbaarheid
21
5.1
Criteria
21
5.2
Onderzoek verplantbaarheid
21
5.3
Conclusie ontwerp
22
5.4
Verplanten
23
6
Boomwaardebepaling
26
7
Natuur
27
8
Conclusie
28
9
Alternatieven
32
10
9.1
Aanpassing werkwijze
32
9.2
Materiaalkeuze
33
9.3
Groeiplaatsconstructie
Advies
33 34
10.1
Aanvullend onderzoek
34
10.2
Boombescherming
34
10.2.1
Boombeschermingsplan
34
10.2.2
Beschermingsmaatregelen
34
10.2.3
Grondwaterverandering
35
10.3
4
1
Toezicht en controle
Project 300666 v1.0 18 april 2017
35
Bijlagen
1
Bijlage 1.
Overzichtstekening met bijzondere bomen en locaties groeiplaatsonderzoeken