TKN - 19 Water (39) Bijlage 1 - inspraakversie Waterschapsverordening AGV 2021.pdf
Tekst van het document
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Waterschapsverordening Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
Conceptversie mei 2020
1
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Inhoud Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen ............................................................................. 4
Afdeling 1.1 Algemene bepalingen ............................................................................................... 4 Paragraaf 1.1.1 Begripsbepalingen ................................................................................................... 4 Paragraaf 1.1.2 Reikwijdte ................................................................................................................ 4 Paragraaf 1.1.3 Normadressaat ........................................................................................................ 6 Paragraaf 1.1.4 Oogmerken .............................................................................................................. 6 Paragraaf 1.1.5 Specifieke zorgplicht ................................................................................................ 6 Paragraaf 1.1.6 Uitzondering beheeractiviteiten ............................................................................... 6
Hoofdstuk 2
Regels over het watersysteem ............................................................... 8
Afdeling 2.1 Regels over verhard oppervlak en stedelijke uitbreiding ..................................... 8 Paragraaf 2.1.1 Algemene bepalingen .............................................................................................. 8 Paragraaf 2.1.2 Vergunningplicht en compensatie ........................................................................... 9 Afdeling 2.2 Regels over grondwater ............................................................................................ 9 Paragraaf 2.2.1 Algemeen ................................................................................................................. 9 Paragraaf 2.2.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen ............................................................... 10 Afdeling 2.3 Regels over waterkeringen en beschermende gronden ..................................... 12 Paragraaf 2.3.1 Algemeen ............................................................................................................... 12 Paragraaf 2.3.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen waterkerende dijklichamen ................... 13 Paragraaf 2.3.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen half-verholen waterkeringenI ................ 15 Paragraaf 2.3.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen verholen waterkeringen ........................
16 Paragraaf 2.3.5 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beschermende gronden ........................ 16 Afdeling 2.4 Regels over oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden .......................... 17 Paragraaf 2.4.1 Algemeen ............................................................................................................... 17 Paragraaf 2.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen onttrekken/lozen van water aan/op oppervlaktewater 19 Paragraaf 2.4.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen primaire wateren en boezemsystemen 19 Paragraaf 2.4.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen secundaire wateren .............................. 21 Paragraaf 2.4.5 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen in molenbiotopen .................................. 22 Paragraaf 2.4.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen boezemland en bergingsvoorzieningen 22 Afdeling 2.5 Bestuursbevoegdheden .......................................................................................... 22 Paragraaf 2.5.1 Beoordelingsregels ................................................................................................ 22 Paragraaf 2.5.2 Maatwerkvoorschriften........................................................................................... 23 Paragraaf 2.5.2a Leidraad ontwerp en inrichting stedelijke waterinfrastructuur ..............................
24 Paragraaf 2.5.3 Uitvoeringsprogramma onderhoud ........................................................................ 24 Paragraaf 2.5.4 Buitengewone omstandigheden ............................................................................ 24 Paragraaf 2.5.5 Bestuursbevoegdheden binnen de Waterschapsverordening .............................. 25
Hoofdstuk 3
Inhoudelijke regels................................................................................ 28
Afdeling 3.1 Algemene bepalingen ............................................................................................. 28 Paragraaf 3.1.1 Compensatienorm per afwateringsgebied ............................................................. 28 Paragraaf 3.1.2 Algemene indieningsvereisten meldingen / informatieplicht.................................. 28 Afdeling 3.2 Inhoudelijke regels activiteiten .............................................................................. 30 Paragraaf 3.2.1 Grondwater onttrekken en water infiltreren ........................................................... 30 Paragraaf 3.2.2 Wijzigen secundair water ....................................................................................... 32 Paragraaf 3.2.3 Kabels en leidingen ............................................................................................... 33 Paragraaf 3.2.4 Bodemonderzoek verrichten .................................................................................. 40 Paragraaf 3.2.5 Steigers, afmeerpalen en ligplaatsen .................................................................... 41 Paragraaf 3.2.6 Ophogen en ontgraven .......................................................................................... 45 Paragraaf 3.2.7 Activiteiten bij wegen op waterkeringen ................................................................
45 Paragraaf 3.2.8 Beschoeiingen ....................................................................................................... 46
2
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Paragraaf 3.2.9 Werken in verholen waterkering ............................................................................ 47 Paragraaf 3.2.10 Bruggen en dammen ........................................................................................... 48 Paragraaf 3.2.11 Bestrating aanleggen ........................................................................................... 49 Paragraaf 3.2.12 Onttrekken/lozen van water aan of op oppervlaktewateren ................................ 49 Paragraaf 3.2.13 Explosiegevaarlijke stoffen en installaties ........................................................... 50 Paragraaf 3.2.14 Peilafwijkingen ..................................................................................................... 50 Paragraaf 3.2.15 Overige activiteiten in het beperkingengebied van waterkeringen ...................... 51 Paragraaf 3.2.16 Overige activiteiten in het beperkingengebied van oppervlaktewaterlichamen... 53
Hoofdstuk 4
Financiële bepalingen ........................................................................... 55
Afdeling 4.1 Het verzoek tot schadevergoeding ........................................................................ 55 Paragraaf 4.1.1 Het verzoek tot schadevergoeding ........................................................................ 55
Hoofdstuk 5
Toezicht en handhaving ....................................................................... 58
Afdeling 5.1 Toezicht en handhaving .......................................................................................... 58 Paragraaf 5.1.1 Schouw .................................................................................................................. 58
Hoofdstuk 6
Overgangs- en slotbepalingen ............................................................. 59
Afdeling 6.1 Overgangs- en slotbepalingen ............................................................................... 59 Paragraaf 6.1.1 Overgangsbepalingen............................................................................................ 59 Paragraaf 6.1.2 Citeertitel ................................................................................................................ 60
Hoofdstuk 7
Begippenlijst Waterschapsverordening .............................................. 61
Toelichting ....................................................................................................................... 65 Toelichting artikelsgewijs ............................................................................................... 70
3
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Afdeling 1.1
Algemene bepalingen
Paragraaf 1.1.1
Begripsbepalingen
Artikel 1.1.1.1 Begripsbepalingen Hoofdstuk 7 bevat begripsbepalingen voor de toepassing van deze verordening.
Paragraaf 1.1.2
Reikwijdte
Artikel 1.1.2.1 Begrenzing beheergebied De geometrische begrenzing van het beheergebied van het waterschap is opgenomen in het geometrische informatieobject 'beheergebied' in bijlage IV.
Artikel 1.1.2.2 Begrenzing waterstaatswerk Lid 1.1.2.2.1 De geometrische begrenzingen van het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het waterschap en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in de volgende geometrische informatieobjecten in bijlage IV bij deze verordening: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
beperkingengebied met betrekking tot een waterkering; kernzone van een waterkerend dijklichaam; kernzone van een half-verholen waterkering; kernzone van een verholen waterkering; beschermingszone van een waterkerend dijklichaam; beschermingszone van een half-verholen waterkering; beschermingszone van een verholen waterkering; buitenbeschermingszone van een waterkerend dijklichaam; en beschermende gronden.
Lid 1.1.2.2.2 De geometrische begrenzingen van het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het waterschap en de onderdelen daarvan zijn opgenomen in de volgende geometrische informatieobjecten in bijlage IV bij deze verordening: a. b. c. d. e.
beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam; een oppervlaktewaterlichaam van een primair water; een oppervlaktewaterlichaam van een secundair water; beschermingszone van een primair water; en beschermingszone van een secundair water.
Lid 1.1.2.2.3 De geometrische begrenzing van bergingsgebieden is opgenomen in het geometrische informatieobject bergingsgebieden in bijlage IV bij deze verordening.
4
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 1.1.2.3 Waterstaatswerken die niet geometrisch begrensd zijn Lid 1.1.2.3.1 Voor zover de geometrische begrenzing van het beperkingengebied met betrekking tot waterkeringen en de onderdelen daarvan niet vastgesteld zijn in geometrische informatieobjecten, zijn de volgende leden van toepassing. Lid 1.1.2.3.2 De kernzone van een waterkerend dijklichaam wordt begrensd door de binnen- en buitenteen. Lid 1.1.2.3.3 De kernzone heeft een breedte van: a. 5 meter bij een verholen en half-verholen primaire waterkering; of b. 3 meter bij een verholen en half-verholen secundaire en tertiaire waterkering. Lid 1.1.2.3.4 Beschermende gronden hebben, gerekend vanuit de waterlijn, een breedte landinwaarts, van: a. 3 meter als deze bescherming bieden tegen indringing van boezemwater; of b. 10 meter als deze bescherming bieden tegen afkalving door golfslag. Lid 1.1.2.3.5 De beschermings- en buitenbeschermingszone van waterkeringen hebben een breedte overeenkomstig onderstaande tabel of worden berekend op basis van de kerende hoogte (H) en de wijze zoals aangegeven in die tabel. Onder kerende hoogte (H) wordt verstaan: a. voor een directe waterkering: het verschil in waterpeil aan beide zijden van de waterkering; en b. voor een indirecte kering een door het bestuur bepaalde kerende hoogte.
Tabel: afmetingen (buiten)beschermingszones van waterkeringen beschermings- en buitenbeschermingszones van waterkeringen
Primair dijklichaam
Beschermingszone
Beschermingszone
binnendijks
buitendijks
15 x H, *)
50 meter buiten stedelijk
minimaal 25 meter
gebied,
Buitenbeschermingszone 75 meter
25 meter in stedelijk gebied Direct secundair dijklichaam
8 x H,
(inclusief zomerkade)
minimaal 10 meter
20 meter
50 meter
Indirect secundair dijklichaam (compartimentering)
10 x H,
10 x H,
25 meter
minimaal 10 meter
minimaal 10 meter
Tertiair dijklichaam
5 meter
5 meter
10 meter
Compartimentering
6 meter
6 meter
geen buitenbeschermings-
boezemwater Amsterdam Verholen waterkeringen
zone 3 x H (klei)
3 x H (klei)
geen buitenbeschermings-
4 x H (zand)
4 x H (zand)
zone
6 x H (veen)
6 x H (veen)
*) H = kerende hoogte Voor de toepassing van deze tabel worden onder verholen waterkeringen mede half-verholen waterkeringen verstaan
5
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Paragraaf 1.1.3
Normadressaat
Artikel 1.1.3.1 Normadressaat Aan de hoofdstukken 1 tot en met 4 wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Paragraaf 1.1.4
Oogmerken
Artikel 1.1.4.1 Oogmerken algemeen De regels in deze verordening zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; en c. het vervullen van de maatschappelijke functies door watersystemen.
Paragraaf 1.1.5
Specifieke zorgplicht
Artikel 1.1.5.1 Specifieke zorgplicht Lid 1.1.5.1.1 Degene die een wateractiviteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor het watersysteem is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Lid 1.1.5.1.2 Degene die een activiteit met nadelige gevolgen verricht, informeert het bestuur zo spoedig mogelijk over die gevolgen en de maatregelen die diegene gaat treffen of heeft getroffen.
Paragraaf 1.1.6
Uitzondering beheeractiviteiten
Artikel 1.1.6.1 Uitzondering beheeractiviteiten Lid 1.1.6.1.1 De vergunningplichten, meldplichten en informatieplichten in deze verordening zijn niet van toepassingen op activiteiten die het waterschap verricht in de uitoefening van zijn beheer.
6
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Lid 1.1.6.1.2 Het eerste lid is niet van toepassing op activiteiten die het waterschap verricht voor de aanleg of wijziging van waterstaatswerken of voor de uitvoering van planmatig onderhoud aan waterstaatswerken.
7
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Hoofdstuk 2 Regels over het watersysteem Afdeling 2.1 uitbreiding
Regels over verhard oppervlak en stedelijke
Paragraaf 2.1.1
Algemene bepalingen
Artikel 2.1.1.1 Reikwijdte Deze afdeling is van toepassing op het uitbreiden van verhard oppervlak.
Artikel 2.1.1.2 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gericht op de oogmerken, bedoeld in artikel 1.1.4.1, in het bijzonder het zoveel mogelijk waarborgen van: a. het waterbergend vermogen van het afwateringsgebied waarbinnen de activiteit plaatsvindt, met het oog op het behalen van de normen voor wateroverlast; b. een voldoende water aan- en afvoer met het oog op het handhaven van het waterpeil, vastgesteld in het peilbesluit of van het waterpeil dat door het waterschap wordt gehandhaafd; c. een doelmatig onderhoud van oppervlaktewaterlichamen tegen maatschappelijk aanvaardbare lasten; d. de veiligheid tegen overstroming; e. de ecologische toestand van oppervlaktewaterlichamen; en f. een grondwaterstand die geen afbreuk doet aan de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen.
Artikel 2.1.1.3 Specifieke zorgplicht Lid 2.1.1.3.1 Degene die het verhard oppervlak uitbreidt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.1.1.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Lid 2.1.1.3.2 Deze plicht houdt in ieder geval in dat alle passende maatregelen worden genomen om: a. een waterstandsverhoging of afname van het bergend vermogen in het afwateringsgebied te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; b. belemmering van het doelmatige onderhoud en de doelmatige besturing van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; c. achteruitgang van de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; d. een afname van de veiligheid tegen overstroming te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; en
8
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
e. een grondwaterstand die afbreuk doet aan de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
Paragraaf 2.1.2
Vergunningplicht en compensatie
Artikel 2.1.2.1 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Lid 2.1.2.1.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning het verhard oppervlak uit te breiden in en aansluitend op stedelijk en glastuinbouwgebied met meer dan 1.000 m2. Lid 2.1.2.1.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning het verhard oppervlak uit te breiden in de overige delen van het beheergebied met meer dan 5.000 m2.
Artikel 2.1.2.2 Compensatienorm Lid 2.1.2.2.1 De toename van de afvoer van hemelwater vanaf het verhard oppervlak op het watersysteem wordt gecompenseerd door open water met een omvang van minimaal 10% van de uitbreiding van het verhard oppervlak. Lid 2.1.2.2.2 Het eerste lid is niet van toepassing als anders is bepaald in paragraaf 3.1.1.
Artikel 2.1.2.3 Grenzen gebied compensatie Lid 2.1.2.3.1
In de voorschriften van de vergunning worden de grenzen vastgesteld van het gebied waarbinnen de compensatie wordt uitgevoerd. Lid 2.1.2.3.2
De compensatie wordt uitgevoerd met in achtneming van de leidraad, als bedoeld in artikel 2.5.2a.1 Andere maatregelen dan de maatregelen omschreven in de leidraad kunnen worden toegepast, wanneer die andere maatregelen een gelijkwaardig beschermingsniveau hebben als de maatregelen in de leidraad.
Afdeling 2.2
Regels over grondwater
Paragraaf 2.2.1
Algemeen
Artikel 2.2.1.1 Reikwijdte Deze afdeling is van toepassing op activiteiten met betrekking tot grondwater.
9
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.2.1.2 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gericht op de oogmerken, bedoeld in artikel 1.1.4.1, in het bijzonder het zoveel mogelijk waarborgen van: a. de beschikbaarheid van voldoende grondwater van een goede kwaliteit voor een duurzaam gebruik van het water; en b. een grondwaterstand die geen afbreuk doet aan de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen.
Artikel 2.2.1.3 Specifieke zorgplicht Lid 2.2.1.3.1 Degene die een activiteit verricht met betrekking tot grondwater, waarvoor in deze verordening regels zijn gesteld, en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2.1.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Lid 2.2.1.3.2 Die verplichting houdt in ieder geval in dat alle passende maatregelen worden getroffen om: a. uitputting van de grondwatervoorraad te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; b. ongewenste toename van kwel te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; c. een grondwaterstand te handhaven die geen inbreuk maakt op de bij het grondwaterbeheer betrokken belangen; d. een wijziging van de grondwaterstromen en verspreiding van aanwezige verontreiniging of van koudebellen en warmtebellen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; e. doorboring van slecht doorlatende bodemlagen te voorkomen of ongedaan te maken; f. de grondwaterkwaliteit te beschermen; g.
het opbarsten van de waterbodem te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; h. verzilting van zoet grondwater te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken; en i. nadelige invloed te voorkomen op de grondwaterstand die voor het grondgebruik gewenst is.
Paragraaf 2.2.2
Aanwijzing vergunningplichtige gevallen
Artikel 2.2.2.1 Grondwater onttrekken en water infiltreren Lid 2.2.2.1.1 Dit artikel is van toepassing op grondwateronttrekkingen buiten de kernzone en beschermingszone van een waterkerend dijklichaam, buiten de kernzone en beschermingszone van een half-verholen waterkering en buiten een waterkerende constructie.
10
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Lid 2.2.2.1.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken buiten de hogere gronden en op hogere gronden binnen Natura-2000 gebieden en een zone van 100 meter daaromheen als de activiteit wordt uitgevoerd voor: a. een (bron)bemaling, een kortdurende bodemsanering of een pompproef: 1º. met een duur langer dan 6 maanden; en 2º. de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 50 m³ per uur en/of 15.000 m³ per vier weken; b. een langdurige bodemsanering: 1º. met een duur langer dan 3 jaar; en 2º. de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 15 m³ per uur en/of 4.000 m³ per vier weken; en c. beregening en bevloeiing: 1º. met een duur langer dan 6 maanden; en 2º. de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 30 m³ per uur en/of 8.000 m³ per vier weken. Lid 2.2.2.1.3 Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken op hogere gronden buiten Natura-2000 gebieden en een zone van 100 meter daaromheen, als de activiteit wordt uitgevoerd voor: a. een (bron)bemaling, een (korte) bodemsanering of een pompproef: 1º. met een duur langer dan 6 maanden; en 2º. de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 150 m³ per uur en/of 65.000 m³ per vier weken; b. een langdurige bodemsanering: 1º. met een duur langer dan 3 jaar; en 2º.
de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 25 m³ per uur en/of 6.500 m³ per vier weken; en c. beregening en bevloeiing: 1º. met een duur langer dan 6 maanden; en 2º. de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 30 m³ per uur en/of 8.000 m³ per vier weken. Lid 2.2.2.1.4 Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken als de activiteit wordt uitgevoerd: a. voor menselijke consumptie, op het grondgebied van de provincie Utrecht; b. door middel van een constructie volgens het polderprincipe voor het drooghouden van kelders en kruipruimten van woningen en gebouwen, die na 22 december 2009 voor het eerst in werking is; of c. voor permanente grondwateronttrekkingen; d. overige doeleinden dan genoemd in dit artikel, als de te onttrekken hoeveelheid grondwater meer bedraagt dan 10 m3 per uur en/of 4.000 m3 per vier weken.
11
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Afdeling 2.3 gronden
Regels over waterkeringen en beschermende
Paragraaf 2.3.1
Algemeen
Artikel 2.3.1.1 Reikwijdte Deze afdeling is van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot waterkeringen en beschermende gronden.
Artikel 2.3.1.2 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gericht op de oogmerken, bedoeld in artikel 1.1.4.1, in het bijzonder het zoveel mogelijk: a. waarborgen van de goede staat en werking van de waterkering; b. waarborgen van de mogelijkheid van doelmatige inspectie van de staat en werking van de waterkering; en c. in stand houden van het waterkerend vermogen van de waterkering tegen maatschappelijk aanvaardbare lasten.
Artikel 2.3.1.3 Specifieke zorgplicht Lid 2.3.1.3.1 Degene die een activiteit verricht in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkering en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.3.1.2 is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Lid 2.3.1.3.2 Die verplichting houdt in ieder geval in dat alle passende maatregelen worden getroffen om: a. beschadiging van de ter bescherming van de waterkering aanwezige grasmat, beplanting of andersoortige dijkbekleding en oeverbescherming te voorkomen of te beperken; b. erosie van de waterkering te voorkomen of te beperken; c. belemmering van de afwatering van de waterkering te voorkomen of te beperken; d. verstoring van de standvastheid van het grondlichaam van de waterkering te voorkomen of te beperken; e. de toegankelijkheid van de waterkering en een onbelemmerd zicht op de dijkbekleding mogelijk te maken;
12
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
f. de mogelijkheid van uitvoering van onderhoud tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten te waarborgen; en g. te waarborgen dat de waterkerende hoogte van de waterkering in stand blijft. Lid 2.3.1.3.3 Die verplichting houdt in ieder geval ook in dat alle passende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat geen verlaging van de grondwaterstand optreedt in het beperkingengebied met betrekking tot een waterkerend dijklichaam en een half-verholen waterkering.
Paragraaf 2.3.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen waterkerende dijklichamen Artikel 2.3.2.1 Grondwater onttrekken Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in de kernzone en beschermingszone van een waterkerend dijklichaam, als: a. langer dan vier weken per jaar grondwater wordt onttrokken; of b. de hoeveelheid te onttrekken water meer bedraagt dan 3 m³ per uur.
Artikel 2.3.2.2 Kabels en leidingen Lid 2.3.2.2.1 Dit artikel is van toepassing op het aanleggen, hebben, vernieuwen en verwijderen van kabels en leidingen anders dan huisaansluitingen. Lid 2.3.2.2.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een drukleiding aan te leggen, te hebben of te vernieuwen in de kernzone van een waterkerend dijklichaam. Lid 2.3.2.2.3 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding aan te leggen of te vernieuwen in de kernzone van een waterkerend dijklichaam, anders dan met een gestuurde boring. Lid 2.3.2.2.4 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een kabel of leiding te verwijderen uit de kernzone van een waterkerend dijklichaam. Lid 2.3.2.2.5 Het tweede en derde lid gelden niet voor het uitvoeren van een spoedeisende reparatie of voor het maken van een lasgat of proefsleuf.
Artikel 2.3.2.3 Bodemonderzoek Het is verboden zonder omgevingsvergunning een geologisch onderzoek te verrichten door explosieven, binnen een afstand van 500 meter vanuit de teen van een waterkerend dijklichaam;
13
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.3.2.4 Ophogen en ontgraven Lid 2.3.2.4.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning ontgravingen te verrichten in de kernzone of beschermingszone van een waterkerend dijklichaam, tenzij het betreft een tijdelijke ontgraving als onderdeel van een activiteit als bedoeld in paragrafen 3.2.3, 3.2.4., 3.2.7, 3.2.8, 3.2.10, 3.2.11, 3.2.15. Lid 2.3.2.4.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning ontgravingen te verrichten van meer dan 2,00 meter onder het maaiveld in de buitenbeschermingszone van een waterkerend dijklichaam. Lid 2.3.2.4.3 Het is verboden zonder omgevingsvergunning bodem op te hogen met meer dan 0,20 meter grond in de kernzone of beschermingszone van een waterkerend dijklichaam. Lid 2.3.2.4.4 Dit artikel geldt niet voor tijdelijke ontgravingen in de gevallen waarop de artikelen 2.3.2.2, 2.3.2.3, 2.3.2.5, 2.3.2.6, 2.3.2. 8 en 3.2.2.4.9 van toepassing zijn.
Artikel 2.3.2.5 Wegen Lid 2.3.2.5.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen of te verwijderen in de beschermingszone en kernzone van een waterkerend dijklichaam. Lid 2.3.2.5.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een verkeersdrempel, verkeersplateau of verzinkbaar verkeersobstakel te plaatsen, te vervangen of te verwijderen in de kernzone van een waterkerend dijklichaam.
Artikel 2.3.2.6 Bodemenergiesysteem Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemenergiesysteem aan te brengen, te hebben of te verwijderen in de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van een waterkerend dijklichaam.
Artikel 2.3.2.7 Explosiegevaarlijke stoffen of installaties Lid 2.3.2.7.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een tank of drukvat te plaatsen of te vervangen in de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van een waterkerend dijklichaam, als de tank of het drukvat een druk heeft van meer dan 1000 kPa. Lid 2.3.2.7.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een explosiegevaarlijke stof of installatie te plaatsen of te vervangen in de kernzone of beschermingszone van een waterkerend dijklichaam.
14
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.3.2.8 Inlaat Het is verboden zonder omgevingsvergunning een inlaat aan te brengen, te hebben, te vervangen of te verwijderen in de kernzone of beschermingszone van een waterkerend dijklichaam, tenzij het betreft het hebben of vervangen van een inlaat in een peilafwijkingengebied.
Artikel 2.3.2.9 Bouwwerken of andere werken Lid 2.3.2.9.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk of ander werk aan te brengen, te hebben, wijzigen of te verwijderen in de kernzone, beschermingszone of buitenbeschermingszone van een waterkerend dijklichaam, tenzij het betreft: a. het vervangen en verbreden van wegen; b. het plaatsen, vervangen of verwijderen van verkeersvoorzieningen; c. het aanvullen van wegbermen, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet; d. de aanleg, het hebben, vervangen of verwijderen van een beschoeiing in een primair of secundair water; of e. het vervangen van een inlaat in een peilafwijkingengebied. Lid 2.3.2.9.2 Dit artikel geldt niet als de artikelen 2.3.2.1 tot en met 2.3.2.8 van toepassing zijn.
Paragraaf 2.3.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen half-verholen waterkeringen Artikel 2.3.3.1 Grondwater onttrekken Het is verboden zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken in de kernzone en beschermingszone van een half-verholen waterkering, als: a. langer dan vier weken per jaar grondwater wordt onttrokken; of b. de hoeveelheid te onttrekken water meer bedraagt dan 3 m³ per uur. Artikel 2.3.3.2 Ophogen en ontgraven Lid 2.3.3.2.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning ontgravingen te verrichten in de kernzone of beschermingszone van een half-verholen waterkering, tenzij het betreft een tijdelijke ontgraving als onderdeel van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 3.2.3, 3.2.4, 3.2.7, 3.2.8, 3.2.10, 3.2.11, 3.2.15. Lid 2.3.3.2.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem op te hogen met meer dan 0,20 meter grond in de kernzone of beschermingszone van een half-verholen waterkering. Lid 2.3.3.2.3 Dit artikel geldt niet voor tijdelijke ontgravingen in de gevallen waarop de artikelen 2.3.3.3, 2.3.3.4 en 2.3.3.5 van toepassing zijn.
15
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.3.3.3 Wegen Lid 2.3.3.3.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen of te verwijderen in de kernzone en beschermingszone van een half-verholen waterkering. Lid 2.3.3.3.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een verkeersdrempel, verkeersplateau of verzinkbaar verkeersobstakel te plaatsen, te vervangen of te verwijderen in de kernzone van een half-verholen waterkering.
Artikel 2.3.3.4 Bodemenergiesysteem Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemenergiesysteem aan te brengen, te hebben of te verwijderen in de kernzone of beschermingszone van een half-verholen waterkering.
Artikel 2.3.3.5 Bouwwerken of andere werken Lid 2.3.3.5.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk of ander werk aan te brengen, te hebben, wijzigen of te verwijderen in de kernzone of beschermingszone van een half-verholen waterkering, tenzij het een activiteit betreft als bedoeld in de paragrafen 3.2.5 en 3.2.8. Lid 2.3.3.5.2 Dit artikel geldt niet vals de artikelen 2.3.3.1 tot en met 2.3.3.4 van toepassing zijn.
Paragraaf 2.3.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen verholen waterkeringen Artikel 2.3.4.1 Ontgraven Lid 2.3.4.1.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning ontgravingen te verrichten in de kernzone of beschermingszone van een verholen waterkering, tenzij het betreft een tijdelijke ontgraving als onderdeel van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 3.2.3, 3.2.7, 3.2.9, 3.2.10, Lid 2.3.4.1.2 Dit artikel geldt niet voor tijdelijke ontgravingen in de gevallen waarop artikel 2.3.4.3 van toepassing is. Artikel 2.3.4.3 Bodemenergiesysteem Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bodemenergiesysteem aan te brengen, te hebben of te verwijderen in de kernzone of beschermingszone van een verholen waterkering.
Paragraaf 2.3.5 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beschermende gronden
16
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.3.5.1 Ontgraven Lid 2.3.5.1.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning te graven of grond te verwijderen in beschermende gronden, tenzij het een tijdelijke ontgraving betreft als onderdeel van een activiteit als bedoeld in artikel 3.2.3.7 en paragraaf 2.3.8. . Lid 2.3.5.1.2 Dit artikel geldt niet voor tijdelijke ontgravingen in de gevallen waarop de artikel 2.3.5.2 en 2.3.5.3 van toepassing zijn.
Artikel 2.3.5.2 Wegen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een weg aan te leggen of te verwijderen in beschermende gronden.
Artikel 2.3.5.3 Bouwwerken of andere werken Lid 2.3.5.3.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk of ander werk aan te brengen, te hebben, wijzigen of te verwijderen in beschermende gronden, tenzij het betreft: a. het aanleggen, hebben, vernieuwen of verwijderen van kabels of leidingen; b. het aanleggen, hebben, vervangen of verwijderen van steigers of beschoeiingen; of c. het vervangen of verbreden van wegen, het plaatsen, vervangen of verwijderen van verkeersvoorzieningen en het aanvullen van wegbermen, als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994. Lid 2.3.5.3.2 Dit artikel geldt niet als artikelen 2.3.5.1 tot en met 2.3.5.2 van toepassing zijn.
Afdeling 2.4 Regels over oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden Paragraaf 2.4.1
Algemeen
Artikel 2.4.1.1 Reikwijdte Deze afdeling is van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot oppervlaktewaterlichamen en bergingsgebieden.
Artikel 2.4.1.2 Oogmerken Lid 2.4.1.2.1 De regels in deze afdeling over activiteiten in het beperkingengebied met betrekking tot oppervlaktewaterlichamen zijn gericht op de oogmerken, bedoeld in artikel 1.1.4.1, in het bijzonder het zoveel mogelijk:
17
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
a. waarborgen van een onbelemmerde aan- en afvoer van oppervlaktewater; b. waarborgen van het waterbergend vermogen van het oppervlaktewaterlichaam; c. waarborgen van de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam; d. vrijhouden van het oppervlaktewaterlichaam en de onderhoudsstrook van feitelijke belemmeringen voor het uitvoeren van onderhoud en inspectie; e. uitvoeren van het onderhoud tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten; en f. waarborgen van de vervulling van maatschappelijke functies door oppervlaktewaterlichamen. Lid 2.4.1.2.2 De regels in deze afdeling over activiteiten in bergingsgebieden zijn gericht op de oogmerken, bedoeld in artikel 1.1.4.1, in het bijzonder het zoveel mogelijk: a. waarborgen van het waterbergend vermogen van het bergingsgebied; en b. uitvoeren van het onderhoud tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten.
Artikel 2.4.1.3 Specifieke zorgplicht Lid 2.4.1.3.1 Degene die een activiteit verricht in het beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam of in een bergingsgebied en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.4.1.2, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. Lid 2.4.1.3.2 Die verplichting houdt in ieder geval in dat alle passende maatregelen worden getroffen om: a. aantasting van de oever van meren en plassen naar vorm en constructie te voorkomen; b. belemmering van de doorstroming in het stromingsprofiel van de watergang te voorkomen of weg te nemen; c. afname van het bergend of infiltrerend vermogen van waterbergingsvoorzieningen te voorkomen of weg te nemen; d. aantasting van maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit te voorkomen; e. de uitvoering van onderhoud tegen aanvaardbare maatschappelijke lasten te waarborgen; f.
nadelige gevolgen voor de vaarfunctie, voor zover aanwezig, van het water te voorkomen; en g. nadelige invloed op de gewenste grondwaterstand te voorkomen. Lid 2.4.1.3.3 Die verplichting houdt in ieder geval ook in dat in een oppervlaktewaterlichaam alle passende maatregelen worden getroffen om:
18
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
a. aantasting van het profiel van het oppervlaktewaterlichaam naar afmeting, vorm en constructie te voorkomen; b. waterstandverhoging en afname van het bergend vermogen van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen of zo veel mogelijk te beperken; c. nadelige gevolgen voor de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk te voorkomen; en d. belemmeringen in het oppervlaktewaterlichaam voor het uitvoeren van onderhoud te voorkomen. Lid 2.4.1.3.4 Die verplichting houdt in ieder geval ook in dat in bergingsgebieden alle passende maatregelen worden getroffen om afname van het bergend vermogen van bergingsgebieden te voorkomen of weg te nemen. Lid 2.4.1.3.5 Die verplichting houdt in ieder geval ook in dat in beschermingszones alle passende maatregelen worden getroffen om belemmeringen voor het uitvoeren van onderhoud te voorkomen.
Paragraaf 2.4.2 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen onttrekken/lozen van water aan/op oppervlaktewater Artikel 2.4.2.1 Onttrekken en lozen van water aan of op oppervlaktewater Lid 2.4.2.1.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning meer dan 500 m³ water per uur aan te voeren, te lozen, af te voeren of te onttrekken aan of op een boezemwater. Lid 2.4.2.1.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning meer dan 120 m³ water per uur aan te voeren, te lozen, af te voeren of te onttrekken aan of op een primair water, anders dan een boezemwater, of aan of op een secundair water.
Paragraaf 2.4.3 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen primaire wateren en boezemsystemen Artikel 2.4.3.1 Wijzigen primaire wateren Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. een primair water direct of indirect te verbinden met een ander water; b. een primair water geheel of gedeeltelijk te dempen; of c. de vorm, afmeting, constructie of richting van een primair water te wijzigen.
Artikel 2.4.3.2 Steigers en afmeerpalen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een steiger of afmeerpaal aan te brengen, te hebben of te wijzigen in de gebieden op de 'Knelpuntenkaart boezemsysteem'.
19
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.4.3.3 Woonschepen, drijvende inrichtingen en drijvende voorwerpen Lid 2.4.3.3.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning ligplaats te nemen, te meren of te ankeren met een woonschip, drijvende inrichting of drijvend voorwerp of deze objecten te wijzigen of te vervangen in de gebieden op de 'Knelpuntenkaart boezemsysteem'. Lid 2.4.3.3.2
Het is verboden zonder omgevingsvergunning ligplaats te nemen, te meren, te ankeren met een recreatieschip of een recreatieschip te vervangen in een primair water als het recreatieschip: a. ligt in het hoogwaterbemalingsgebied aangegeven op de 'Knelpuntenkaart boezemsysteem'; en b. een lengte heeft van meer dan 6 meter.
Artikel 2.4.3.4 Bruggen en dammen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een brug of dam aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen in, op of boven een primair water en de beschermingszone van een primair water. Artikel 2.4.3.5 Peilafwijkingen Het is verboden zonder omgevingsvergunning buiten een peilafwijkingengebied af te wijken van het peil.
Artikel 2.4.3.6 vervallen Artikel 2.4.3.7 Overhangende bomen, struiken en andersoortige beplantingen Het is verboden zonder omgevingsvergunning overhangende bomen, struiken of andersoortige beplanting aan te brengen of te hebben in, boven of onder een primair water of in de beschermingszone van een primair water.
Artikel 2.4.3.9 Vaste vistuigen in het leggerprofiel Vervallen Artikel 2.4.3.10
Bouwwerken en andere werken
Lid 2.4.3.10.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk of ander werk aan te brengen, te hebben, te wijzigen of te verwijderen in, op, boven of onder een primair water of in de beschermingszone van een primair water, tenzij het betreft: a. het aanleggen, hebben, vernieuwen of verwijderen van een kabel of leiding; b. het aanbrengen, hebben, vervangen of verwijderen van een steiger of afmeerpaal buiten de gebieden op de 'Knelpuntenkaart boezemsysteem'; of c. het aanleggen, hebben, vervangen of verwijderen van een beschoeiing.
20
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Lid 2.4.3.10.2 Dit artikel geldt niet als de artikelen 2.4.3.1 tot en met 2.4.3.9 van toepassing zijn.
Paragraaf 2.4.4 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen secundaire wateren Artikel 2.4.4.1 Wijzigen secundaire wateren Lid 2.4.4.1.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een secundair water: a. direct of indirect in verbinding te brengen met een primair water; en b. geheel of gedeeltelijk te dempen. Lid 2.4.4.1.2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning in de kernzone of beschermingszone van een waterkerend dijklichaam of in de kernzone of beschermingszone van een half-verholen waterkering: a. een secundair water te verbreden; b. een secundair water te verdiepen; of c. het talud van een secundair water te verflauwen.
Artikel 2.4.4.2 Steigers en afmeerpalen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een steiger of afmeerpaal aan te brengen, te hebben of te wijzigen in een secundair water in de gebieden 'Knelpuntengebied boezemsysteem'.
Artikel 2.4.4.3 Bruggen en dammen
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een brug of dam aan te leggen, te wijzigen of te verwijderen in of boven een secundair water in de kernzone of beschermingszone van een waterkerend dijklichaam of in de kernzone of beschermingszone van een half-verholen waterkering.
Artikel 2.4.4.4 Peilafwijkingen Het is verboden zonder omgevingsvergunning buiten een peilafwijkingengebied in een secundair water af te wijken van het peil.
Artikel 2.4.4.5 Bouwwerken en andere werken Lid 2.4.4.5.1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk of ander werk aan te brengen, te hebben, te wijzigen of te verwijderen in, boven of onder een secundair water. Lid 2.4.4.5.2 Dit artikel geldt niet als de artikelen 2.4.4.2 tot en met 2.4.4.4 van toepassing zijn.
21
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Paragraaf 2.4.5 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen in molenbiotopen Artikel 2.4.5.1 Windbemalingsinstallatie Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen een afstand van 200 meter van een windbemalingsinstallatie een gebouw, voorwerp of beplanting met een hoogte van meer dan 4 meter te plaatsen of te hebben.
Paragraaf 2.4.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen boezemland en bergingsvoorzieningen Artikel 2.4.6.1 Onttrekken overstroombaar boezemland Het is verboden zonder omgevingsvergunning door omkading of bedijking overstroombaar boezemland te onttrekken aan het waterbergend oppervlak.
Artikel 2.4.6.2 Bouwen en maaiveld verhogen op overstroombaar boezemland Het is verboden zonder omgevingsvergunning op overstroombaar boezemland te bouwen of het maaiveld te verhogen.
Artikel 2.4.6.3 Overige activiteiten Het is verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten te verrichten in een waterbergingsvoorziening of een bergingsgebied als die nadelige gevolgen hebben voor de goede staat en werking van de waterbergingsvoorziening of voor het bergingsgebied.
Afdeling 2.5
Bestuursbevoegdheden
Paragraaf 2.5.1
Beoordelingsregels
Artikel 2.5.1.1 Beoordelingsregels Lid 2.5.1.1.1 Een omgevingsvergunning wordt verleend als de activiteit verenigbaar is met de belangen bedoeld in de artikelen 2.1.1.2, 2.2.1.2, 2.3.1.2, 2.4.1.2 en de specifieke zorgplicht in de artikelen 2.1.1.3, 2.2.1.3, 2.3.1.3 en 2.4.1.3. Lid 2.5.1.1.2 Een omgevingsvergunning, rekening houdend met de waterbeheerprogramma's, de regionale waterprogramma's, de stroomgebiedsbeheerplannen, de overstromingsrisicobeheerplannen en het nationale waterprogramma, die betrekking hebben op het betreffende KRW-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam, wordt in ieder geval niet verleend als: a. niet wordt voldaan aan de omgevingswaarden, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid,
22
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
2.11, eerste lid, 2.13, eerste lid, 2.14, eerste lid en 2.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, in voorkomend geval in samenhang met de termijn, bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. een goed ecologisch potentieel als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt bereikt, in voorkomend geval in samenhang met de termijn, bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving; en c. een minder strenge doelstelling als bedoeld in artikel 2.17, tweede lid, aanhef en onder d, van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet wordt bereikt. Lid 2.5.1.1.3 Het tweede lid is niet van toepassing: a. voor zover dit betrekking heeft op de omgevingswaarde, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, als het niet voldoen aan de omgevingswaarde wordt veroorzaakt door een buiten Nederland gelegen verontreinigingsbron en toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid, in verbinding met het eerste lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving; b. als het niet voldoen aan een omgevingswaarde of het niet bereiken van een goed ecologisch potentieel of een minder strenge doelstelling het gevolg is van: 1º. nieuwe verandering van de fysieke kenmerken van een KRWoppervlaktewaterlichaam of wijziging in de stad van een grondwaterlichaam; en 2º.
een toepassing die is gegeven aan artikel 2.17, vierde lid, in verbinding met het eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Lid 2.5.1.1.4 Het verlenen van de omgevingsvergunning mag er niet toe leiden dat de doelstelling van het voorkomen van achteruitgang van de chemische en ecologische toestand van een KRWoppervlaktewaterlichaam en van de chemische toestand en kwantitatieve toestand van een grondwaterlichaam, bedoeld in artikel 4.15, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, niet wordt bereikt. Lid 2.5.1.1.5 Het verlenen van een omgevingsvergunning mag er niet toe leiden dat de maatschappelijke lasten van beheer onaanvaardbaar toenemen, tenzij voor de activiteit geen redelijke alternatieven bestaan en er zwaarwegende redenen van openbaar belang aanwezig zijn.
Paragraaf 2.5.2
Maatwerkvoorschriften
Artikel 2.5.2.1 Maatwerkvoorschriften Lid 2.5.2.1.1 In aanvulling op of in afwijking van de specifieke zorgplichten, bedoeld in afdeling 3.2, kunnen met het oog op de belangen, bedoeld in de artikelen 2.1.1.2, 2.2.1.2, 2.3.1.2 en 2.4.1.2 maatwerkvoorschriften worden gesteld. Lid 2.5.2.1.2 Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de afdelingen 2.1 tot en met 2.4 kan worden verbonden.
23
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.5.2.2 Maatwerkvoorschrift aanbrengen afrastering Lid 2.5.2.2.1 Met het oog op de bescherming van het waterstaatswerk tegen aantasting door dieren kan een maatwerkvoorschrift worden opgelegd aan de gerechtigde van een perceel op of nabij een waterstaatswerk voor het aanbrengen van een afrastering. Het maatwerkvoorschrift bevat de plaats en de soort van de afrastering. Lid 2.5.2.2.2 Zonder schriftelijke toestemming wordt de afrastering die door of vanwege het waterschap is geplaatst, niet verwijderd.
Paragraaf 2.5.2a Leidraad ontwerp en inrichting stedelijke waterinfrastructuur Artikel 2.5.2a.1 Het bestuur stelt een leidraad vast voor het ontwerp en de inrichting van het watersysteem, met het oog op het beschermen van de belangen bedoeld in de artikelen 2.1.1.2 en 2.1.1.3.
Paragraaf 2.5.3
Uitvoeringsprogramma onderhoud
Artikel 2.5.3.1 Uitvoeringsprogramma onderhoud Lid 2.5.3.1.1 Voor het systematisch onderhoud van secundaire wateren, met inbegrip van ondersteunende kunstwerken en overige werken en objecten in, langs, boven en onder een oppervlaktewaterlichaam, kan het bestuur een uitvoeringsprogramma vaststellen. Bij de uitvoer van de schouw wordt rekening gehouden met het uitvoeringsprogramma. Lid 2.5.3.1.2 Een uitvoeringsprogramma bevat in ieder geval: a. het gebied waarop het uitvoeringsprogramma betrekking heeft; b. de gewenste regelmaat en wijze van uitvoering van de onderhoudsmaatregelen voor de daarbij aan te geven oppervlaktewaterlichamen, ondersteunende kunstwerken en overige objecten en werken, in langs, boven en onder oppervlaktewaterlichamen; en c. het gewenste profiel van de daarbij aan te geven secundaire watergangen.
Paragraaf 2.5.4
Buitengewone omstandigheden
Artikel 2.5.4.1 Aanwijzing bijzondere omstandigheden Bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet zijn: a. dreiging van waterschaarste of overvloed aan water; b. dreiging van een aanmerkelijke verslechtering van de waterkwaliteit; en c. bedreiging van de goede staat en werking van een waterstaatswerk.
24
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.5.4.2 Algeheel verbod bij calamiteiten Het bestuur kan bij besluit als bedoeld in artikel 19.0 van de Omgevingswet bepalen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet en, zo nodig in afwijking van verleende omgevingsvergunningen, verbieden grondwater te onttrekken, water te infiltreren, water te lozen in een oppervlaktewaterlichaam of water te onttrekken aan een oppervlaktewaterlichaam.
Paragraaf 2.5.5 Bestuursbevoegdheden binnen de Waterschapsverordening Artikel 2.5.5.1 Vrijstelling Lid 2.5.5.1.1 Het bestuur kan voor bepaalde tijd vrijstelling verlenen van de verboden, bedoeld in artikel 2.1.2.1, paragraaf 2.2.2, de paragrafen 2.3.2 tot en met 2.3.5, paragraaf 2.4.2 en de paragrafen 2.4.3 tot en met 2.4.6. Lid 2.5.5.1.2 Aan de vrijstelling kunnen regels worden verbonden met het oog op de belangen, bedoeld in de artikelen 2.1.1.2, 2.2.1.2, 2.3.1.2 en 2.4.1.2 en de artikelen 2.1.1.3, 2.2.1.3, 2.3.1.3 en 2.4.1.3. Lid 2.5.5.1.3 De regels kunnen de verplichting bevatten een activiteit te melden.
Artikel 2.5.5.2 Nadere regels specifieke zorgplichten Lid 2.5.5.2.1 Het bestuur kan nadere regels stellen over de specifieke zorgplichten, bedoeld in de artikelen 2.1.1.3, 2.2.1.3, 2.3.1.3 en 2.4.1.3 voor daarbij aan te wijzen activiteiten, waarvoor in de afdelingen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4 niet reeds een verbod geldt.
Artikel 2.5.5.3 Grenswaarden en regels Lid 2.5.5.3.1 Het bestuur kan grenswaarden en regels vaststellen voor het verrichten van activiteiten binnen daarbij aangewezen gebieden, voor een daarbij aangegeven duur, met het oog op de belangen, bedoeld in artikel 2.4.1.2 en artikel 2.4.1.3 en de doelstellingen en maatregelen in het waterbeheerprogramma. Lid 2.5.5.3.2 Het besluit bevat een motivering waarin in ieder geval wordt ingegaan op: a. de doelstelling van waterbeheer waarvoor de grenswaarden en regels worden vastgesteld; b. de toestand van het onderdeel van het watersysteem waarvoor de grenswaarden en regels worden vastgesteld; en c. de activiteiten die naar verwachting het bereiken van de doelstelling belemmeren.
25
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Lid 2.5.5.3.3 Een omgevingsvergunning voor een activiteit waarvoor een grenswaarde en regels zijn vastgesteld, wordt geweigerd, als de activiteit leidt tot overschrijding van de grenswaarde. Lid 2.5.5.3.4 Bij het vaststellen van grenswaarden en regels laat het bestuur de vrijstellingen, bedoeld in artikel 2.5.5.1, en de nadere regels, bedoeld in artikel 2.5.5.2, voor die activiteiten vervallen voor zover noodzakelijk om tegenstrijdigheid te voorkomen. Lid 2.5.5.3.5 Als voor een activiteit grenswaarden en regels zijn vastgesteld, blijven de maatwerkvoorschriften voor die activiteit buiten toepassing.
Artikel 2.5.5.4 Absoluut verbod Het bestuur kan het verrichten van een activiteit verbieden. Het besluit bevat in ieder geval: a. de activiteiten waarvoor het verbod geldt; b. het gebied waarbinnen het verbod geldt; en c. de duur van het verbod.
Artikel 2.5.5.5 Nadere regels gegevens en bescheiden Lid 2.5.5.5.1 Het bestuur stelt nadere regels over te verstrekken gegevens en bescheiden. Lid 2.5.5.5.2 De nadere regels bevatten in ieder geval de te verstrekken gegevens en bescheiden bij: a. een aanvraag voor een omgevingsvergunning; en b. een melding. Lid 2.5.5.5.3 Het bestuur wijst activiteiten aan waarvoor na uitvoering een revisietekening wordt verstrekt.
Artikel 2.5.5.6 Werkingsgebieden keringen en oppervlaktewaterlichamen Lid 2.5.5.6.1 Het bestuur kan de geometrische begrenzingen wijzigen van de waterstaatswerken en beperkingengebieden, bedoeld in de artikelen 1.1.2.2. Lid 2.5.5.6.2 Het bestuur kan de geometrische begrenzing vaststellen van: a. natuurvriendelijke oevers en overige voorzieningen die zijn aangelegd ter verbetering van de ecologische waterkwaliteit; b. molenbiotopen; c. bebouwde kommen; en d. overstroombaar boezemland.
26
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Artikel 2.5.5.7 Vergunningplicht stedelijke uitbreiding Lid 2.5.5.7.1 Het bestuur stelt de omvang van het oppervlak vast waarboven het verboden is zonder omgevingsvergunning verhard oppervlak uit te breiden. Het bestuur kan daarbij een norm vaststellen voor compensatie van de toename van hemelwaterafvoer in het oppervlaktewatersysteem. Lid 2.5.5.7.3 Het bestuur kan de geometrische begrenzing van het stedelijk gebied en glastuinbouwgebied wijzigen.
27
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Hoofdstuk 3 Inhoudelijke regels Afdeling 3.1
Algemene bepalingen
Paragraaf 3.1.1
Compensatienorm per afwateringsgebied
Gereserveerd.
Paragraaf 3.1.2 Algemene indieningsvereisten meldingen / informatieplicht Artikel 3.1.2.1 Algemene gegevens bij een melding of informatieverplichting Lid 3.1.2.1.1 Een melding of de verstrekking van gegevens en bescheiden wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam, het adres, de woonplaats en het telefoonnummer van degene die de activiteit verricht of doet verrichten; b. de geografische aanduiding van de locatie waar de activiteit wordt verricht, door: 1º. een situatietekening; 2º. een kaart met een functionele schaal die is voorzien van een noordpijl en waarop de ligging van de locatie ten opzichte van de omgeving is aangegeven; 3º. foto's; of 4º. een ander geschikt middel; c. een omschrijving van de aard, de omvang, de reden en het doel van de voorgenomen activiteit; d. indien de activiteit voor bepaalde tijd is: het tijdstip waarop de activiteit wordt beëindigd; e. de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen en de verwachte duur ervan; en f. als de melding wordt ingediend door een gemachtigde: zijn naam, adres, woonplaats en telefoonnummer. Lid 3.1.2.1.2 Ten hoogste 48 uur na een wijziging van de naam of het adres, worden de gewijzigde gegevens aan het bestuur verstrekt.
Lid 3.1.2.1.3 Van een wijziging van de verwachte datum en het verwachte tijdstip waarop met de activiteit wordt begonnen, wordt melding gedaan aan het bestuur zo spoedig mogelijk na de wijziging en in ieder geval voordat met de activiteit wordt gestart. Lid 3.1.2.1.4 Het is verboden bij het verrichten van de activiteit af te wijken van de gegevens en bescheiden die bij de melding zijn verstrekt, zonder dit ten minste vier weken voor die afwijking te melden.
28
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
Lid 3.1.2.1.5 Als niet binnen een jaar na indiening is begonnen met de activiteit wordt een nieuwe melding gedaan.
Artikel 3.1.2.2 Gegevens en bescheiden op verzoek Lid 3.1.2.2.1 Op verzoek van het bestuur worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te beoordelen of de algemene regels en de maatwerkvoorschriften voor de activiteit toereikend zijn. Lid 3.1.2.2.2 Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
Artikel 3.1.2.3 Meetplicht Lid 3.1.2.3.1 Degene die een wateronttrekkingsactiviteit verricht, inhoudende het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening of het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening, meet de in elk kwartaal onttrokken hoeveelheid grondwater of geïnfiltreerd water met een nauwkeurigheid van ten minste 95%. Lid 3.1.2.3.2 Voor kortdurende of seizoensgebonden onttrekkingen of infiltraties kan het dagelijks bestuur van het waterschap in de voorschriften van de omgevingsvergunning voor de wateronttrekkingsactiviteit of, als geen omgevingsvergunning is vereist, bij maatwerkvoorschrift bepalen dat de hoeveelheid over een kortere tijdsspanne wordt gemeten. Lid 3.1.2.3.3 Degene die een wateronttrekkingsactiviteit verricht, inhoudende het in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater door een daarvoor bestemde voorziening, meet de kwaliteit van dat water door het nemen van representatieve monsters en analyseren van de in de tabel opgenomen parameters met de in die tabel aangegeven frequentie. PM TABEL{ wordt overgenomen uit bruidsschat}
Lid 3.1.2.3.4 Uiterlijk op 31 januari van elk jaar of, als de onttrekking of infiltratie is beëindigd, binnen een maand na het tijdstip van beëindiging, worden aan het dagelijks bestuur van het waterschap de volgende gegevens verstrekt: a. de in het voorgaande kalenderjaar gemeten hoeveelheden onttrokken grondwater en geïnfiltreerd water; en b. de kwaliteit van het geïnfiltreerde water. Lid 3.1.2.3.5 Het eerste tot en met het vierde lid gelden niet: a. voor wateronttrekkingsactiviteiten als bedoeld in de artikelen 6.34, eerste lid, onder b en c, en 16.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
29
Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht - concept
b. voor zover in deze Waterschapsverordening is bepaald dat geen metingen hoeven te worden verricht.
Artikel 3.1.2.4 Gegevens en bescheiden bij een aanvraag De aanvrager verstrekt bij een aanvraag van een omgevingsvergunning de gegevens en bescheiden zoals weergegeven in Bijlage IV, kolom 3, voor de daarbij aangegeven activiteiten.
Afdeling 3.2
Inhoudelijke regels activiteiten
Paragraaf 3.2.1 infiltreren
Grondwater onttrekken en water
Artikel 3.2.1.1 Specifieke zorgplicht Lid 3.2.1.1.1 Voor grondwateronttrekkingen, waarvoor geen vergunning is vereist, houdt de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.3.1.3, in de kernzone en beschermingszone van een waterkerend dijklichaam, in de kernzone en beschermingszone van een half-verholen waterkering en in een waterkerende constructie, in ieder geval in dat na het beëindigen van de grondwateronttrekking de gaten in de bodem waterdicht worden afgedicht met bentoniet of kleikorrels, zoveel mogelijk overeenkomstig de oorspronkelijke bodemopbouw. Lid 3.2.1.1.2 Voor grondwateronttrekkingen, waarvoor geen vergunning is vereist, houdt de specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 2.2.1.3, buiten de kernzone en beschermingszone van een waterkerend dijklichaam, buiten de kernzone en beschermingszone van een half-verholen waterkering en buiten een waterkerende constructie, in ieder geval in dat voor een korte (bron)bemaling, korte bodemsanering of een pompproef: a. de grondwaterstand niet wordt verlaagd tot meer dan 0,5 meter onder het ontgravingsniveau; b. in gebieden met houten paalfunderingen: 1º. rondom de bouwput goed aaneensluitende damwanden worden aangebracht om uitspoeling te voorkomen; 2º. de grondwaterstand buiten de damwand niet wordt verlaagd tot onder de bovenzijde van de houten paalfundering van de bebouwing die in de invloedsfeer van de bemaling staat; 3º.