TKN 13 - Grondzaken (31) Bijlage 2 Bijlage bij Reactie wethouder Bewoners EGW.pdf
Tekst van het document
Bijlage Reactie wethouder en portefeuillehouder op Brief Bewoners van EGW Aan Van
Bewoners van Entreegebied Gulden Winckel Wethouder M. van Doorninck en portefeuillehouder M. Poorter
Datum
10-12-2020
Beste bewoners van Entreegebied Gulden Winckel, Naar aanleiding van uw schrijven, ontvangt u bij deze puntsgewijs onze reactie ten aanzien van uw vragen. 1. Kan er een budget worden vrijgemaakt om ons voorstel tot een realiseerbaar plan uit te werken? Antwoord Het College ziet geen aanleiding om het zorgvuldig doorlopen planvormingstraject opnieuw uit te voeren. Er heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden met de buurt. We hebben gaande het participatietraject de uiteenlopende adviezen die we hebben ontvangen, zorgvuldig onderzocht, meegewogen en overgenomen waar mogelijk. We zijn ervan overtuigd dat de plannen hierdoor beter zijn geworden juist omdat we zoveel hebben kunnen ophalen uit de buurt en ook heel veel punten wel een plek hebben kunnen geven, zoals ruimte voor vergroening, afsluiten van de Willem Leevendstraat voor autoverkeer, realiseren van een gemengde buurt zowel qua woningbouw als qua werken. Meer ruimte voor ontmoeting en meer oog voor kwaliteit openbare ruimte en sociale cohesie. Zoals ook verwoord in het participatieverslag bij het projectbesluit zijn de adviezen van de buurt waar dat kon meegenomen in de planvorming. De adviezen en reacties hebben geleid tot beter inzicht in het functioneren van het gebied zelf en tot verdere aanscherping van de stedenbouwkundige visie.
Daarbij zijn sommige punten niet altijd meteen aan de orde voor deze fase, maar deze zaken zullen meegenomen worden in de volgende fase. Denk dan aan bijvoorbeeld suggesties voor het ontwerp in de openbare ruimte. Het doel van het projectbesluit (waar de stedenbouwkundige visie deel van uitmaakt) is om de corporaties, de gemeente en eventueel andere partners, een kader te bieden. Er ligt een goed en realistisch plan waarmee een kwaliteitsslag voor het gebied kan worden gerealiseerd, woningen kunnen worden toegevoegd en de openbare ruimte kan worden verbeterd. Het college van B&W heeft ingestemd met het projectbesluit en in de volgende planfase, het investeringsbesluit, kunnen de plannen verder uitgewerkt worden. Hierbij zal wederom veel ruimte worden geboden aan de buurt om in gesprek te gaan.
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2020 Pagina 2 van 4
2. Kan verdere planvorming worden uitgesteld tot het onderzoek naar het participatie traject is afgerond? Antwoord Het DB van stadsdeel West alsmede de stadsdeelcommissie hebben ingestemd cq positief geadviseerd op het projectbesluit. In het bijgevoegde stadsdeeladvies is aangegeven dat het stadsdeel geheel achter de plannen staat. Ook is uitgesproken dat er een zorgvuldig en intensief participatietraject is doorlopen, zoals door de stadsdeelcommissie bij de advisering op het principebesluit (dd 12 februari 2019) ook was gevraagd. Hier is uitgebreid gehoor aan gegeven. Naar aanleiding van de kritiek op de plannen en op de participatie door een groep bewoners heeft de stadsdeelcommissie voorgesteld om tegemoet te komen aan de wens van deze groep bewoners om het participatie-traject te evalueren, met als doel om hier lering uit te trekken. Dat is de reden dat er een evaluatie plaats vindt van het doorlopen participatietraject. Het college van B&W en het dagelijks bestuur West kijken uit naar de resultaten van de evaluatie, met als doel om de leringen en verbeterpunten mee te nemen naar volgende fases in de participatie – waaronder de investeringsbesluitfase en mogelijk ook voor andere projecten. 3.
Kan de ontbrekende parkeerbalans voor de planning alsnog worden opgemaakt, ook al wordt hierover in het Advies Parkeernormen gezegd dat in deze fase van de planvorming het programma nog onvoldoende is uitgewerkt? Antwoord Ten behoeve van het investeringsbesluit (projectfase III) zal een actuele parkeerbalans en een actualisatie van het verkeerskundig onderzoek worden uitgevoerd. Het is gebruikelijk om dit pas in projectfase III definitief op te stellen, omdat in deze fase het programma definitief kan worden bepaald. Uit het parkeeradvies die voor projectfase II is uitgevoerd, is de verwachting dat de uitkomsten van het parkeeronderzoek de haalbaarheid van de plannen niet in de weg staan. Daarmee is voor deze fase voldoende bekend. Nadat het programma van de corporaties in de investeringsbesluitfase (fase III) is bepaald, wordt de parkeerbalans opgemaakt en het verkeersonderzoek geactualiseerd. Bij het investeringsbesluit wordt vervolgens definitief bepaald of wordt voldaan aan alle geldende beleidsnormen. 4.
Kan er een FSI-berekening worden gemaakt voor de drie afzonderlijke gebieden in het plan? De nu gehanteerde FSI-berekening zijn alleen gemaakt voor het gehele gebied en geven daarom geen goed inzicht in de mate van verdichting in de afzonderlijke gebiedsdelen? Antwoord Het college van B&W heeft het projectteam Entreegebied Gulden Winckel gevraagd een FSI-berekening voor de drie afzonderlijke deelgebieden na te gaan en met u te delen, zie bijlage. Uit de berekening blijkt dat bij een toevoeging van 30.000 m2 en verdeeld over de plots conform de stedenbouwkundige visie niet afwijken van andere verdichtingsopgaves.
Gemeente Amsterdam
Datum 10 december 2020 Pagina 3 van 4
Voor meer informatie over de FSI en de volumestudies, zie ook de bijlage ‘Volumestudies’ uit het Bijlagenboek bij de Stedenbouwkundige Visie. 5. Waarom wordt er in de plannen gesproken over 276 woningen (exclusief 250 studentenwoningen) in het plangebied terwijl wij met een eigen telling tot niet meer dan 185 woningen in het plangebied komen? Dit zorgt voor een vertekende vergelijking met het aantal toe te voegen woningen. Antwoord Wij herkennen dit getal van 276 niet. Op dit moment bevinden zich ongeveer 480 woningen in het gebied (waarvan circa 250 studentenwoningen). Dit is gebaseerd op het aantal adressen in het plangebied. In het plangebied EGW bevinden zich 480 adressen (waarvan 257 adressen in het Elseviergebouw waar de studentenwoningen en het hostel zijn gevestigd), en 233 woonadressen in het overige deel van het plangebied, bestaande uit de woningen in de Willem Leevendstraat en Sarah Burgerhartstraat. Het aantal woningen dat met de verdichtingsopgave kan worden toegevoegd ligt tussen de 400-500 en is dus ongeveer een verdubbeling van het huidige aantal woningen.
6. Waarom wordt er met twee maten gemeten als het gaat om bescherming van de monumenten? (Witboek kreeg monumenten status en Lindenbaum, zijnde een monument, wordt deel gesloopt) Antwoord In aanloop van de planvorming heeft Eigen Haard reeds de mogelijkheden onderzocht voor herontwikkeling van de voormalige Wereldbibliotheek Lindenbaum. In samenspraak met de afdeling Monumenten & Archeologie heeft de gemeente aangegeven geen onoverkomelijke bezwaren te hebben tegen sloop van het bouwdeel bedrijfshal met aanbouwen t.b.v. drukkerij en binderij, gelegen op het achter terrein van het complex van de Wereldbibliotheek). Wel heeft de gemeente de voorwaarde gesteld dat een nieuwbouwplan ter plaatse goed aansluit op het te handhaven en te restaureren hoofdgebouw Voor woningcorporatie Eigen Haard en de gemeente ligt hiermee een goede basis om de planontwikkeling ter hand te kunnen nemen. Het college van B&W heeft met het projectbesluit bestuurlijk besloten dat woningcorporatie Eigen Haard de ruimte krijgt om zijn nieuw toe te voegen volume te situeren op de locatie van de loods, op voorwaarde dat dit zorgvuldig en in goed overleg met Monumentenzorg wordt ingepast. Ook voor Witboek geldt dat in overleg met de gemeente de ontwikkelingsmogelijkheden nader dienen te worden onderzocht.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de scholendriehoek als groene openbare ruimte in zijn geheel een monumentaal karakter heeft waardoor de uitbreidingsmogelijkheden in dit deel van het plangebied al beperkt is. De gemeente is het niet met u eens dat hier met twee maten wordt gemeten.
Gemeente Amsterdam
7.
Datum 10 december 2020 Pagina 4 van 4
Waarom houdt de gemeente zich niet aan de eigen uitgangspunten van de principenota. Antwoord De gemeente heeft in het projectbesluit een bandbreedte opgenomen voor het maximaal toe te voegen volume van 27.500-33.000 m2. In de principenota staat opgenomen dat er ruimte is voor toevoeging van maximaal 27.500 m2 (dit is tevens het bestaande volume). In de principenota had echter moeten staan dat er ruimte is voor ongeveer een verdubbeling van het huidige volume. De gemeente erkent dat het niet handig is geweest om een exact getal op te nemen in de principenota, terwijl het hier een verkenningsfase betrof. In een principenota wordt in de regel een uitspraak gedaan over een bandbreedte toe te voegen volume. Voor de principenota Entreegebied Gulden Winckel zijn vier volumescenario’s verkend. De gemeente heeft het volumescenario van 27.500-33.000 m2 volumetoevoeging (scenario 2, tot 33.000 m2), als realistisch inpasbaar geacht. De volumestudies waarvan de volume bandbreedtes hoger zijn (tot 42.000 m2 (optie 3) en 55.000 m2 (optie 4)) werden als niet realistisch inpasbaar geacht. In de projectbesluitfase, waarbij de haalbaarheid is onderzocht, is gebleken dat het maximum toe te voegen volume tussen de 27.500-33.000 m2 ligt. Voor de corporaties ligt in deze bandbreedte de financiële ondergrens om het plan financieel rond te krijgen.
De gestelde bandbreedte toe te voegen volume, betekent niet dat daadwerkelijk 33.000 m2 gebouwd zal worden. De corporaties hebben de intentie uitgesproken om te onderzoeken waar en hoeveel volume het minder kan. Tegelijkertijd is echter een minimum volume nodig om het volledige plan te kunnen realiseren, waaronder de kwaliteitsimpuls in de openbare ruimte.
Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid
Maarten Poorter Portefeuillehouder Grondzaken dagelijks bestuur West