TAC advies Liergouw-Dorpsweg Ransdorp 29-31 - tijdelijke bouwweg
Tekst van het document
Bezoekadres Weesperplein 8 1018 XA Amsterdam Postbus 2758 1000 CT Amsterdam amsterdam.nl/TAC
Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur (TAC) Retouradres: Postbus 2758, 1000 CT Amsterdam
B&W - voor deze de directie van Ruimte en Duurzaamheid t.a.v. C. Serno Postbus 2758 1000 CT Amsterdam
Datum
17 juni 2025
Behandeld door Secretariaat TAC Telefoon
06 53878566 / 06 23457013 secretariaatTAC@amsterdam.nl
Onderwerp
TAC advies Liergouw–Dorpsweg Ransdorp 29-31 – tijdelijke bouwweg
Geachte Carolien Serno, Op 8 april 2025 heeft u de TAC om advies gevraagd in het kader van een BOPA voor de realisatie van een tijdelijke bouwweg door het veenweidegebied tussen de Liergouw en het perceel van openbare basisschool De Weidevogel in Ransdorp, te Amsterdam Noord. Er is strijd met het Omgevingsplan omdat deze functie voor bouwverkeer niet is toegestaan binnen het gebruiksdoel ‘Agrarisch met waarden – Kerngebied veenweide’. Op basis van de aangeleverde informatie beoordeelt de TAC dit initiatief als niet inpasbaar. Aangezien het hier gaat om een initiatief in de Hoofdgroenstructuur, is een advies van de Technische Advies Commissie (TAC) vereist. Dit advies vormt een noodzakelijk onderdeel van de toetsing aan de uitgangspunten zoals vastgelegd in het instrumentarium voor de Hoofdgroenstructuur van de ‘Structuurvisie Amsterdam 2040 – Economisch sterk en duurzaam’ (2011). Primair dient de aanvraag getoetst te worden aan het gebied specifieke beleids- en toetsingskader stadsrandpolder Waterland (19 september 2012). Daarnaast valt het plangebied onder het groentype ‘stadsrandpolder’ op basis van het genoemde beleidskader Hoofdgroenstructuur.
Recentelijk heeft de TAC in Landelijk Noord eveneens ge(pre)adviseerd over een tijdelijke bouwweg voor bouwverkeer tussen de Durgerdammerdijk en de Liergouw (respectievelijk op 20 december 2024 en op 1 april 2025) en de verlenging van een tijdelijk bouwdepot nabij Zunderdorp (advies volgt nog).
Gemeente Amsterdam
17 juni 2025 TAC advies Liergouw-Dorpsweg Ransdorp 29-31 – tijdelijke bouwweg Pagina 2 van 4
Plan Voor ligt een plan voor de realisatie van een tijdelijke bouwweg door het weiland nabij Ransdorp, voor een periode van maximaal twee jaar. Volgens de aangereikte informatie wordt de bouwweg 200 meter lang en 4 meter breed en bedraagt het totale oppervlak verharding hiervan 1.631 m2. De bouwweg loopt vanaf de Liergouw, door het weiland en maakt dan een haakse bocht en wordt via de sloot verbonden met het perceel van de basisschool (adres Dorpsweg Ransdorp 29-31). De weg wordt uitgevoerd als een platenbaan van draglineschutten van hout. De benodigde gronddam ter hoogte van de sloot valt net buiten de begrenzing van de Hoofdgroenstructuur. De tijdelijke bouwweg is nodig voor het bouw- en transportverkeer voor de sloop- en nieuwbouw van een schoolgebouw op de locatie van de openbare basisschool in Ransdorp. Van de bestaande toegangsweg – Dorpsweg Ransdorp - wordt aangegeven dat deze smal is en onvoldoende draagkracht heeft voor zwaar verkeer. Gesteld wordt dat intensief gebruik ervan door vrachtverkeer niet haalbaar is zonder schade aan de weg, huizen en overlast voor bewoners. Vanuit de omgeving is er weerstand tegen het gebruik van deze route voor bouwtransport vanwege verkeersveiligheid, trillingen en geluidsoverlast.
Vandaar dat als voorwaarde aan de onherroepelijke bouwvergunning voor de nieuwbouw van de school (januari 2025) is verbonden, dat bij de uitvoering geen trillingen mogen worden veroorzaakt door bouwverkeer. Mede om het risico op schade aan monumentale panden te voorkomen. Op basis hiervan wordt voorliggende alternatieve routing via het veenweidegebied voorgesteld. Het zettingsonderzoek wijst uit dat dit leidt tot een bodemdaling van 25 centimeter na 546 dagen. Er is een herstelplan bij de stukken gevoegd om de schade nadien zo goed mogelijk te herstellen. De conclusie van de QuickScan ecologie luidt dat er geen beschermde soorten zijn aangetroffen, maar dat de werkzaamheden van het initiatief wel kunnen leiden tot verstoring van de aanwezige flora en fauna. Dit vraagt om het zoveel als redelijkerwijs mogelijk is voorkomen vanuit de Omgevingswet van mogelijke verstoring of aantasting ervan. Zo dient de aanleg van de bouwweg buiten het broedvogelseizoen plaats te vinden. De stadsecoloog concludeert dat deze tijdelijke bouwweg onwenselijk is in het veenweidelandschap, vanwege de verstoring van de weidevogels en de daar aanwezige kwetsbare rugstreeppadden en ringslangen kolonie.
Advies Op grond van de door u verstrekte informatie1 constateert de TAC dat dit initiatief niet inpasbaar is in de Hoofdgroenstructuur. De strekking van het advies is dan ook ‘negatief’. Afwenteling op het landschap De wens tot sloop-nieuwbouw van deze basisschool in Ransdorp staat niet ter discussie, deze is sympathiek en noodzakelijk. Ook is het de TAC volkomen duidelijk dat hiertoe sloop- en bouwmateriaal aan- en afgevoerd moeten worden. De wijze waarop is inderdaad een grote logistieke uitdaging. Het voorstel om hiertoe een tijdelijke bouwweg van 200 meter lengte vanaf de school door de weilanden naar de Liergouw te realiseren is voor de TAC een ‘onbegaanbare weg’. In plaats van het probleem op te lossen, wordt het verplaatst vanuit het dorp naar de Hoofdgroenstructuur. Dit leidt tot onomkeerbare – en daarmee onaanvaarbare – schade aan dit cultuurhistorisch unieke veenweidelandschap, de bodem en de natuurwaarden. 1 Aanvraagformulier Samenvatting (20 februari 2025), Tekening tijdelijke bouwweg DO (12 februari 2025), Bijlage
Geotechnische engineering (10 september 2024), Gespreksverslag bewoners (19 juli 2024), Rapportage Akoestisch onderzoek bouwweg (1 november 2021), Rapportage trilling en monitoringsplan sloop-nieuwbouw (8 oktober 2024), Quickscan flora en fauna (9 februari 2024), Nader onderzoek rugstreeppad (3 februari 2025), Herstelplan tijdelijke bouwweg (22 maart 2024), TAC Informatie bouwweg Liergouw Ransdorp (geen datum) en het TAC formulier (1 mei 2025)
Gemeente Amsterdam
17 juni 2025 TAC advies Liergouw-Dorpsweg Ransdorp 29-31 – tijdelijke bouwweg Pagina 3 van 4
Structureel anders oplossen Soms is er een legitieme reden om hier toch tijdelijk medewerking aan te geven. In dit geval is de TAC niet overtuigd van de noodzakelijkheid en wenselijkheid van deze tijdelijke bouwweg in het landschap. Hoe vervelend ook voor de huidige bewoners, de Dorpsweg vormt al jaar en dag de centrale verkeersader door de dorpskern van Ransdorp, waar ook vrachtwagens komen en huizen verbouwd worden. De argumentatie om de aan en afvoer van materialen via de Dorpsweg te ontzien, geldt even zozeer voor een routing door het kwetsbare, eeuwenoude en open veenweidelandschap. We hebben het hier over de aan en afvoer van grote hoeveelheden materiaal welke op deze wijze tot onherstelbare aantasting van de Hoofdgroenstructuur leidt. De problemen die bij de bouw nu naar voren komen waren van tevoren bekend of hadden dat moeten zijn. Een dergelijke risico inschatting van de met deze herontwikkeling gepaard gaande materiaal transport had ten tijde van de vergunningverlening voor de sloop-nieuwbouw al ingecalculeerd moeten worden. Deze nadien afwentelen op het landschap beschouwt de TAC als een niet acceptabel alternatief vanuit de landschappelijke doelstellingen voor dit gebied.
Bovendien schept het een precedent richting een groeiend aantal tijdelijke bouwweg- en depot aanvragen in Landelijk Noord, waar krappe infrastructuur en kwetsbare bebouwing en landschap overal spelen. De TAC heeft behoefte aan een bestuurlijke standpunt inname rondom deze principiële kwestie. De weg van de minste weerstand is de makkelijkste, maar gaat in tegen de wens van duurzaam landschapsbehoud. Een vereiste om het bouwverkeer met lichtere of kleinere voertuigen uit te voeren is wellicht kostbaarder, maar vanuit de doelstellingen van landschapsbehoud voor de hand liggend. Een werkwijze en materieeltoepassing op maat, die op andere kwetsbare plekken in de historische binnenstad van Amsterdam en in dorpskernen in het land al jaar en dag gangbaar is, vraagt om navolging in het landelijk gebied. Meer algemeen pleit de TAC voor het voorschrijven van een structureel andere werkwijze en bouwtechniek (bijvoorbeeld door met waalpalen te werken en opbouw in bouwsegmenten) in het landelijk gebied voor bouwprojecten als deze. Beoordeling inpasbaarheid Toevoeging van infrastructuur in de Hoofdgroenstructuur is in het algemeen niet inpasbaar. Dit is een weidevogelgebied, dat door meer dan sporadisch agrarisch verkeer zal worden gehinderd.
Een tijdelijke, doch nieuwe doorsnijding van het open landschap is vanuit de doelstellingen van het groentype ‘stadsrandpolder’ binnen de Hoofdgroenstructuur ongewenst. De impact zal blijvend zijn, zowel vanuit visueel oogpunt als vanuit de draagkracht van het landschap. Iets wat bevestigd wordt vanuit het bij de stukken aangereikte landschappelijke, ecologische en hersteladvies. De ondergrond zal onomkeerbaar beschadigd en veranderd worden en het gebruik door weidevogels kan niet zonder meer worden gecompenseerd. Weidevogels zijn conservatief en laten zich niet makkelijk verplaatsen. De TAC vraagt zich af of deze impact voldoende is afgewogen tegen de destijds aan de bouwvergunning verbonden eis van tegengaan van trillingen ter hoogte van de Dorpsweg. De voorziene bodemzetting van 25 centimeter voor het gebruik van 2 jaar van deze bouwweg is onacceptabel fors. Een dergelijke versteviging zorgt op het gehele traject voor onherstelbare schade aan de ondergrond van het landschap. Het zal ertoe leiden dat het aanwezige veen hier sneller en blijvend inklinkt. Zelfs als de in het herstelplan meegegeven maatregelen 1-op-1 worden opgevolgd, kunnen de bodem- en natuurwaarden niet volledig worden hersteld. Opvulling van de ontstane geul in de bovenlaag met een zelfde veenbodem toplaag voorkomt dit niet.
Hoewel er ecologisch advies is ingewonnen in de vorm van een quickscan flora en fauna en er aanvullend onderzoek naar de rugstreeppadkolonie is uitgevoerd, is de TAC niet overtuigd van het uitblijven van ecologische consequenties tijdens de werkzaamheden en nadien. De weg gaat precies door een perceel dat onderdeel uitmaakt van de Weidevogelgebieden Provinciale Verordening (2018). Hoewel dit voor de TAC niet het primaire toetsingskader betreft en ons bovendien onbekend is of deze verordening onder de nieuwe Omgevingswet nog vigeert, wordt de aanleg van nieuwe infrastructuur in deze beschermde gebieden evenals in het Hoofdgroenstructuur beleid hier als niet inpasbaar aangemerkt.
Gemeente Amsterdam
17 juni 2025 TAC advies Liergouw-Dorpsweg Ransdorp 29-31 – tijdelijke bouwweg Pagina 4 van 4
Vanuit de QuickScan ecologie zijn alleen de effecten van het aanleggen van de weg onderzocht. De externe werking van de weg op weidevogels (verstoring of verlies aan weidevogelleefgebied) maakt hier geen onderdeel van uit. Dit terwijl de verstoringsrange van de transporten tot circa 200 meter vanaf de weg uitstralen. Door de weg twee jaar lang te gebruiken – ook al is dit buiten het broedseizoen - zal ontegenzeggelijk een gedeelte van de polder ongeschikt worden als broedgebied. Welke oppervlakte dit precies is, is afhankelijk van de soort, van de verstoringsgevoeligheid van deze soort en van de exacte locatie van de weg. Door de landschappelijke verandering in grondgebruik wordt het feitelijke broedgebied verkleind. Ook de mogelijke extra eutrofiëring (afhankelijk van de materiaalkeuze bij het opvullen van de grond) na het weghalen van de weg doet afbreuk aan de kwaliteit van het weidevogelgebied. Een bijkomend mogelijk negatief effect is dat de weg kan leiden tot vergroting van de broeddruk op andere gebieden. De verstoorde vogels moeten nieuw broedgebied gaan zoeken, en broedgebied is schaars. Dit betekent dat meer vogels in een kleiner oppervlak terecht komen, wat weer zal leiden tot meer territoriumconflicten, wat weer ten koste gaat van de hoeveelheid beschikbare energie voor de vogels, waardoor ze minder fit aan het broedseizoen beginnen.
Dit kan indirect een negatief effect hebben op het uiteindelijke broedsucces. Uit de meest recente weidevogelinventarisaties – en bevestigd vanuit het uitgevoerde ecologisch onderzoek – vervult dit perceel op dit moment slechts een beperkte functie voor weidevogels. Desondanks wijst de TAC erop dat broedende vogels altijd beschermd zijn vanuit de Omgevingswet, ongeacht de periode van het jaar. In de praktijk betekent dit veelal dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen (groefweg 15 maart tot 15 juli) uitgevoerd mogen worden. De TAC attendeert – in lijn met de meegegeven maatregelen vanuit het ecologisch onderzoek – op uw verantwoordelijkheid om bij een eventuele start met de werkzaamheden binnen het broedseizoen een ecoloog te betrekken, om de eventuele aanwezigheid van broedvogels binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden vooraf uit te sluiten. Ook de demping van watergangen vraagt om een nauwe samenwerking met een ecoloog om te voorkomen dat vissen onnodig gedood worden. In het geval toch overwogen wordt om gemeentelijke medewerking te verschaffen aan een tijdelijke bouwweg in het veenweidegebied ten behoeve van de sloop-nieuwbouw van deze school, geeft de TAC graag twee suggesties mee gericht op het nadien versterken van dit gebied voor weidevogels.
Om het negatieve effect door kwaliteitsverlies voor weidevogels enigszins te mitigeren kan het beheer van het perceel worden omgevormd van intensief agrarisch graslandbeheer naar een meer op weidevogels gestuurd beheer. Wat op deze locatie van meerwaarde kan zijn is de ontwikkeling van een kruiden- en faunarijk grasland, wat als foerageergebied (of mogelijk zelfs nestlocatie) voor verschillende soorten weidevogels kan dienen. Dit is verdergaand dan het inzaaien met weidemengsel zoals in het herstelplan wordt voorgesteld. Ook kan gedacht worden aan de omzetting van één van de slootoevers in een natuurvriendelijke oever met een plasdras berm, zodat weidevogels hier makkelijker voedsel kunnen vinden. De TAC wordt graag binnen een termijn van 3 maanden geïnformeerd over hoe u met dit negatieve advies wenst om te gaan. Hoogachtend,
Dr. M.C. van Schendelen Voorzitter Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur