CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

SV235 21 Beantwoording schriftelijke vragen Boomsma inzake cannabisgebruik kwetsbare jongeren en aanschaf door minderjarigen

Raadscommissie Algemene Zaken 23 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Cannabisgebruik kwetsbare jongeren en aanschaf door minderjarigen, schriftelijke vragen Boomsma en antwoorden college Nr. VN2021-0256645.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Beantwoording schriftelijke vragen

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 12 juli 2021 Zorg Simone Kukenheim GGD Amsterdam) Beantwoording schriftelijke vragen van het lid Boomsma inzake cannabisgebruik door kwetsbare jongeren en de aanschaf ervan door minderjarigen

Geachte leden van de gemeenteraad, Op 21 mei 2021 heeft het college schriftelijke vragen ontvangen van het lid Boomsma inzake cannabisgebruik door kwetsbare jongeren en de aanschaf ervan door minderjarigen. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen aan. Toelichting door de vragenstellers Cannabisgebruik door jongeren is buitengewoon ongewenst, omdat dit schade aanricht aan het brein, en aan hun bereidheid en capaciteit om aan een zinvolle toekomst te bouwen. Daarom is het een belangrijk beleidsdoel om drugsgebruik te voorkomen en zo lang mogelijk uit te stellen. Het drugsgebruik van jonge Amsterdammers wordt onderzocht door het programma Jij en Je gezondheid, de GGD, en in de jaarlijkse Antenne-onderzoeken. Deze onderzoeken bestaan uit zowel kwalitatieve als kwantitatieve analyse in de vorm van een panelonderzoek en een survey onder verschillende groepen. Het teruglezen van de bestaande onderzoeken en specifiek Antenne-onderzoeken van de afgelopen jaren roept een aantal vragen op, met name ten aanzien van het middelengebruik door kwetsbare jongeren, zoals blijkt uit interviews met jongerenwerkers, en specifiek jongeren in de jeugdzorg. Daarnaast roept het vragen op over de aanschaf van cannabis door minderjarigen in coffeeshops, die ook interessant zijn in het licht van de plannen voor het bestrijden van straathandel en de handhaving van het i-criterium.

Antenne 2020 is een corona-special met een andere vorm. In Antenne 2019 staat dat onder kwetsbare jongeren, blowen volgens jongerenwerkers moet worden beschouwd als “het kernprobleem.” Cannabis wordt veel frequenter gebruikt dan alcohol, en door sommige jongeren dagelijks. Zo constateert een jongerenwerker in Noord dat “dagelijks blowen en overlast veroorzaken in de wijk is “genormaliseerd in zijn groep. (…) Ook andere jongerenwerkers constateren: “Blowen en problemen thuis of op school vormen een giftige cocktail.” Ook Antenne 2018 constateert dat jongeren eerder beginnen met blowen dan met alcohol, en in sommige groepen buurtjongeren, iedereen blowt. Daarnaast staat er dat velen verslaafd zijn, zonder zich dat te realiseren: “Ze zeggen dat ze niet verslaafd zijn, maar elke dag 5-6 joints?” En: “Veel jongeren onderschatten de risico’s van frequent blowen en de vertraging die het heeft op het maken van keuzes voor de nabije toekomst.” Antenne 2017: “In de groep (…) blowt iedereen: ze

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 2 van 13

zien het als een way of life. Sommigen blowen al vanaf hun veertiende. Elke dag 5 joints roken is geen uitzondering. (…) Slapen zonder eerst te blowen is net zo moeilijk als wakker worden zonder een joint. “Ze hebben vaak niet door hoe groot het negatieve effect is op hun dagelijkse leven.” Antenne 2016: “Cannabis blijft een aantrekkelijk middel en is in veel groepen de populairste drug. De professionals zien vaak stevige blowers in groepjes zonder dagbesteding. (…) [Jongerenwerker] “merkt hoe vanzelfsprekend blowen voor sommigen is. Ze zeggen dat ze geen drugs gebruiken, terwijl ze wel nog blowen.” (…) Blowers in straatgroepen zijn vaak al op jonge leeftijd (13-16 jaar) begonnen. De meerderheid van de groep rookt een paar joints per dag. “Vooral de groep laagopgeleide jongeren met gedragsstoornissen vindt hij [de jongerenwerker] problematisch. Ze houden bij hoog en laag vol dat ze niet verslaafd zijn, terwijl hun hele leefpatroon door het veelvuldige blowen wordt gedomineerd. Vergeleken met blowen denken professionals dat de problematiek met andere middelen, uitzonderingen daargelaten, over het algemeen meevalt.” Antenne 2016 heeft ook specifiek onderzoek gedaan naar MBO-scholieren, waar het recente cannabisgebruik met 22 procent hoger ligt dan onder scholieren.

Antenne 2015: “Cannabis is [onder buurtjongeren] veruit de populairste drug en in elke groep wordt mild tot stevig geblowd. Sommigen zijn al voor hun 15e jaar met blowen begonnen. Blowen gebeurt vaak in groepsverband. Terwijl slechts zo’n 10% van de groep Marokkanen bij Kees (140a) in Amsterdam west drinkt, blowen ze bijna allemaal, wat niet altijd goed uitpakt. “Van cannabis raken ze bijna allemaal in de war.” (…) “Ze beginnen op vroege leeftijd, raken na verloop de draad kwijt, en hun leven wordt alleen maar chaotischer.” Antenne 2014: “Wat betreft het middelengebruik onder de buurtjongeren zien de professionals cannabis als het grootste probleem, met name in groepen waar bijna iedereen dagelijks blowt. Ze beginnen soms al rond hun 14e jaar met experimenteren. De forse gebruikers roken bijna elk uur een joint. “(…) [jongerenwerker] Fared (83a) ziet ook een patroon waarbij het blowgedrag problemen van buurtjongeren kan ver- sterken of veroorzaken. Onder invloed vertonen ze verward gedrag, lijkend op een bipolaire stoornis of schizofrenie. De symptomen worden minder zodra ze een poos stoppen met gebruik. Andere gevolgen zijn: agressiviteit naar de ouders, inactiviteit, vergeetachtigheid en het verslechteren van schoolprestaties.” Antenne 2013 bevat geen onderzoek naar groepen buurt- of straatjongeren maar richt zich op andere panels.

Antenne 2012 deed wel onderzoek naar ‘buurtjongeren’: “In de jongste groep tot 15 jaar heeft 10% wel eens geëxperimenteerd. Van de oudere groepen blowt drie kwart, waaronder veel dagelijks. De meesten roken minstens twee à drie joints per dag. (…) De joint wordt gezien als dagelijks brood, dat niet voor een speciaal moment wordt gereserveerd. Professionals waarschuwen al jaren voor kwetsbare jongeren die blowen. Vaak zonder dat ze er erg in hebben, stapelen de problemen zich op. (…) Wie blowt om de stress te temperen bevindt zich op glad ijs. Afspraken en sociale verplichtingen worden steeds minder nagekomen, met een groeiend isolement tot gevolg. De schoolprestaties gaan eronder leiden.” Antenne 2009 constateerde al dat ongeveer driekwart van de buurtjongeren ervaring heeft met blowen en een flink deel dagelijks blowt. “Blowen wordt een doel op zich wat tot passiviteit leidt, waardoor ze nog minder voor elkaar krijgen.” (…) “De jonge generatie is nog naïef, en vindt het gebruik van softdrugs vaak onschuldig. Het dagelijks roken van wiet of hasj zien zij niet als een probleem.” In 2012 waarschuwden professionals dus ‘al jaren’ voor zeer zorgelijke, frequente en veelvoorkomende cannabisgebruik met name onder kwetsbare jongeren. Jaar in jaar uit wordt op

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 3 van 13

deze problematiek gewezen, maar ook in de meest recente studie moeten professionals constateren dat blowen een ‘kernprobleem’ is van deze jongeren, en dat het gebruik sterk is genormaliseerd in deze groep. De negatieve effecten van cannabisgebruik treffen dus vooral kwetsbare jongeren in Amsterdam. Een aantal keer heeft Antenne ook specifiek onderzoek gedaan naar jongeren in de jeugdzorg. In 2006, 2012, en 2019 ging het om jongerentussen 16 en 19 die specialistische jeugdhulp ontvangen van Spirit. In 2019 werd geconstateerd dat de helft blowde, en 42 procent daarvan blowde dagelijks. Conclusie van het onderzoek is dat een op de drie jongeren in de jeugdzorg ‘riskant’ blowgedrag vertoont. 20 procent doet dat ook wel eens op school. “Blowen onder school of werktijd is eerder regel dan uitzondering bij de huidige blowers” (p.124). In 2019 werd meer geblowd in de jeugdzorg dan in het vorige onderzoek in 2012. In 2019 blowde 18 procent dagelijks (Antenne 2019 pag.121) en in 2012 was dat nog maar 7 procent (Antenne 2012 pag. 102).2 Aanschaf cannabis door minderjarigen In 1996 werd via een wijziging van het J-criterium van de AHOJ-G criteria de minimumleeftijd om cannabis te mogen kopen verhoogd van 16 tot 18 jaar. Jongeren onder de 18 mogen niet meer in coffeeshops komen, laat staan drugs kopen.

Toch blijkt uit verschillende onderzoeken en enquêtes dat veel minderjarige jongeren drugs gebruiken en ook nog steeds aangeven cannabis aan te schaffen in coffeeshops: hetzij direct, hetzij via een oudere vriend of vriendin. Teruglezend in de Antenne-onderzoeken is te zien dat tussen 2007 en 2011 bij enquêtes een onderscheid is gemaakt tussen ‘zelf kopen’ en ‘laten kopen’. Tussen 1993 is zeven keer een survey gehouden onder leerlingen in het voortgezet onderwijs, de laatste in 2011. Deze cijfers zijn in bijlage 1 bij deze vragen op een rij gezet. Tabel 1 toont dat het percentage oudere leerlingen dat zelf cannabis aanschaft sinds 1993 gestaag was toegenomen: van 18 procent in 1993 tot 28.7 procent in 2011. Daarbij schommelde het percentage dat dit in coffeeshops doet, steeds rond de 50 procent (tabel 2). Zelfs brugklassers bleven in toenemende mate zelf cannabis kopen: meer dan 25 procent, terwijl dat volgens deze gegevens in 2007 überhaupt niet voorkwam. Van de brugklassers die zelf cannabis kopen, kocht zestig procent dat in coffeeshops. Van de derdeklassers haalt 36,3 procent van de leerlingen die zelf cannabis kopen dat in een coffeeshop.

Antenne 2012 constateert ook dat 37 procent van de groep minderjarige blowers (in dit onderzoek betreft dat jongeren in de jeugdzorg) nog steeds zelf hun cannabis halen in coffeeshops, hoewel ze daar wettelijk gezien niet mogen komen (pag. 101). In haar beantwoording van februari 2013 op de schriftelijke vragen van het CDA van 3 augustus 2012 over o.a. dit onderwerp, wijst het college ook op Antenne 2012: “Daaruit blijkt dat 14% van de blowende derdeklassers zelf hun wiet of hasj koopt, waarvan twee derde (10% van het totaal) dit in een coffeeshop heeft gekocht. In het EMOVO-onderzoek 2012 is aan tweedeklassers van het voorgezet onderwijs in Amsterdam gevraagd waar ze hun cannabis aanschaffen. Van alle aanschafmogelijkheden die blowende jongeren noemen, wordt in 16% van de gevallen de coffeeshop genoemd. (…) Tussen de 10 en 20% van de blowende jongeren haalt zijn cannabis uit de coffeeshop.” En ook in Antenne 2019 wordt weer geconstateerd: “Cannabis op straat is net zo makkelijk verkrijgbaar als in de coffeeshop.” De aanschaf van cannabis door minderjarigen, ook in coffeeshops, is dus een zeer hardnekkig probleem.

De laatste keer dat onderzoek is gedaan naar cannabisgebruik onder scholieren was, voor zover bekend bij de indieners, door de GGD Amsterdam in 2016, met vragenlijsten onder meer 1.076 leerlingen in de 5e en 6e klassen van havo en vwo (Dijkshoorn, Schilthuis en Van Bakkum 2016). Daarin werd geconstateerd dat de helft van die leerlingen ooit cannabis heeft gebruikt, met als

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 4 van 13

gemiddelde startleeftijd 14,9 jaar. Een kwart van de leerlingen uit klas 5 en 6 had in de afgelopen maand cannabis gebruikt. Het gebruik ligt twee keer zo hoog als gemiddeld in Nederland. In dit onderzoek werd geen onderzoek gedaan, voor zover bekend, naar de vraag hoe leerlingen aan de cannabis komen. Daarom was het niet mogelijk om de tabellen in bijlage 1 aan te vullen met recente cijfers. Het college kan de gestelde vragen als volgt beantwoorden. 1. In de Genotsmiddelenmonitor 2020 staan cijfers over het cannabisgebruik onder jongeren in de 2e, 4e, 5e en 6e klas havo/vwo, en MBO. Deze cijfers komen uit ‘Jij en je Gezondheid’ voor leerlingen in de 2e en 4e klas en waren recent; voor de 5e en 6e-klassers gaat het om het GGDonderzoek uit 2016, en voor het MBO uit het Antenne-onderzoek van datzelfde jaar. De Amsterdamse gezondheidsmonitor Jeugd gaat over 2e-klassers (13-14 jaar) en 4e-klassers (1516 jaar). De leeftijdscategorie van de reguliere Amsterdamse gezondheidsmonitor is 19 t/m 64 jaar. a) Klopt het dat er geen recentere cijfers zijn voor leerlingen in het MBO dan 2016, en is het college bereid hier nieuw onderzoek naar te laten verrichten? Antwoord: Voor het MBO is het laatste onderzoek inderdaad uit 2016. Het MBO wordt in een cyclus van vijf jaar door Antenne onderzocht. Voor komend leerjaar staat er weer een Antenne onderzoek onder MBO studenten gepland.

De resultaten worden halverwege 2022 verwacht. b) Klopt het dat er geen recente cijfers zijn voor havo/vwo leerlingen in de 5e en 6e klas dan van het GGD-onderzoek uit 2016? Is het college bereid om hier opnieuw onderzoek naar te laten verrichten? Antwoord: Het onderzoek onder havo/vwo bovenbouw leerlingen is inderdaad voor het laatst in 2016 is uitgevoerd. Middelengebruik (met name cannabis, lachgas en alcohol) is opgenomen in de nieuwe jongvolwassen-monitor die nu wordt uitgevoerd door de GGD Amsterdam, GGD Holland Noorden, GGD Zaanstreek-Waterland en GGD Flevoland. Deze monitor zal meer inzicht bieden in het middelengebruik van jongeren tussen de 16 en 25 jaar. De resultaten worden verwacht in het najaar 2021. De uitkomsten hiervan zijn door de online opzet niet 1 op 1 te vergelijken met de uitkomsten van het onderzoek havo/vwo uit 2016. c) Is het college het eens met de indieners dat het zinnig is om regelmatig het cannabisgebruik onder deze twee bovenstaande groepen te onderzoeken, om te kunnen monitoren hoe het gebruik zich ontwikkelt, en deze gegevens mee te nemen in de genotsmiddelenmonitor? Antwoord: Het college onderkent het belang om het middelengebruik van scholieren en MBO studenten regelmatig te monitoren. Het onderzoek onder MBO studenten wordt elke vijf jaar uitgevoerd. Zoals hierboven ook aangegeven wordt in de komende maanden de Jongvolwassenenmonitor

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 5 van 13

uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn door de online opzet niet 1 op 1 te vergelijken met uitkomsten van het MBO onderzoek of het onderzoek havo/vwo uit 2016. Een vergelijking met de regio’s Hollands-Noorden, Zaanstreek-Waterland en Flevoland is dan natuurlijk wel mogelijk. Daarnaast is de Antenne monitor niet de enige bron van informatie over het gebruik van cannabis onder jongeren. Ook onze (individuele) contactmomenten/onderzoeken zijn daar op gericht en het is ook een aandachtspunt van hulpverleners en het onderwijs (zie ook antwoord op de vragen hieronder). 2. Deelt het college de opvatting van de geciteerde professionals in het Antenne-onderzoek dat blowen het ‘kernprobleem’ is van de beschreven groepen kwetsbare jongeren? En deelt het college de conclusie dat het cannabisgebruik onder kwetsbare minderjarige jongeren uiterst zorgwekkend is, en al vele jaren een zeer hardnekkig patroon vormt, dat specifieke aandacht vergt? Antwoord: Cannabisgebruik onder kwetsbare jongeren is extra zorgelijk, omdat dit vaak als dempend middel wordt gebruikt om onderliggende problemen te vergeten. De onderliggende problematiek: weinig perspectief, laag zelfbeeld, weinig steunend netwerk, huisvesting/stageproblematiek, gebrekkige gezondheidsvaardigheden en algemene ontwikkeling is naar onze opvatting het kernprobleem van de jongeren.

Het terugdringen van cannabisgebruik onder deze groep jongeren vraagt een speciale manier van werken, met begrip voor de leefwereld van de jongeren en waar de integrale zorg voorop hoort te staan. Jellinek werkt nauw samen met Streetcornerwork en jongerenwerk om deze groepen te bereiken. In het gezondheidspreventief drugsbeleid heeft problematisch cannabisgebruik extra aandacht. Specifiek voor jongeren (18-23 jaar) in de maatschappelijke opvang inventariseren we het cannabisgebruik en de factoren die daarbij een rol spelen. We kijken ook naar het draagvlak en mogelijke interventies binnen de maatschappelijke opvang-instellingen om het cannabisgebruik in deze zeer kwetsbare groep terug te dringen. Op basis van de inventarisatie ontwikkelen we een implementatieplan voor de verdere verbetering van preventie, vroeg-signalering en toeleiding naar hulpverlening. 3. Deze Antenne-onderzoeken naar kwetsbare jongeren berusten op gesprekken met jongerenwerkers. Is het college het eens met de indieners dat het geschetste patroon en de conclusies van die rapporten, aanleiding geven voor een uitgebreider onderzoek naar middelengebruik onder kwetsbare jongeren, om nog beter zicht te krijgen op de problematiek? Antwoord: Zoals hierboven aangegeven is er al uitgebreid onderzoek naar cannabis gebruik onder jongeren.

Het college is het dan ook niet met de indieners eens dat er uitgebreider onderzoek nodig is om nog beter zicht te krijgen op de problematiek. Op dit moment loopt een inventarisatie naar het cannabisgebruik van jongeren in de maatschappelijk opvang (zie ook antwoord op de vorige vraag) waarvoor we interviews en gesprekken met de jongeren voeren. Samen met de andere (lopende) onderzoeken geeft dit ons genoeg zicht op de problematiek van deze kwetsbare jongeren (zie ook het antwoord bij vraag 2).

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 6 van 13

De recente voortgangsrapportage van het programmaplan Gezondheidspreventief Drugsbeleid beschrijft de lopende programma’s om drugsgebruik door jongeren te ontmoedigen. Een van de actielijnen is het ‘uitstel eerste gebruik jongeren’. Zo is er het programma ‘Helder op School’, dat op 12 scholen wordt aangeboden, een nieuw lesprogramma ‘Samen Fris’, ontwikkeld door het Trimbos-instituut, dat op elf scholen wordt aangeboden, en de interventie ‘Drank en Drugs op het MBO, dat op 12 scholen wordt aangeboden. Deze aantallen scholen zouden zijn gebaseerd op het aantal scholen waar een vraag leeft en deze problematiek speelt, zo stelt de brief van het college van 3 november 2020 als antwoord op de motie Boomsma voor concrete doelstellingen voor terugdringen drugsgebruik. 4. In hoeverre zijn deze programma’s specifiek toegesneden op het ontmoedigen, uitstellen en voorkomen van gebruik door groepen buurtjongeren of kwetsbare jongeren, zoals beschreven in de Antenne-onderzoeken, dan wel specifiek op jongeren in de jeugdzorg? In hoeverre lukt het om deze groepen daarmee te bereiken? Bestaan hiervoor specifieke, op deze doelgroep toegesneden maatregelen? Antwoord: De twaalf MBO scholen in Amsterdam zijn zorgvuldig uitgekozen op hoog risico profielen.

Met behulp van een vast open spreekuur wordt de toegang tot Jellinek voor zowel de docenten, als het zorgteam en natuurlijk de jongeren, laagdrempeliger. Bij jongerenwerkorganisatie Combiwel is Jellinek ook vast aanwezig om op locatie in de Diamantbuurt contact te leggen met de kinderen, jongeren, hun ouders én de professionals te voorzien van consultatie en advies. Eerder heeft Jellinek in Zuid een integrale aanpak opgezet met jongerenwerk, de IPA, politie en handhaving, straatcoaches en de projectleiders Jeugd en veiligheid. De programma’s van ‘Helder op School’, zoals ‘Frisse Start’ en ‘Samen Fris’ worden uitgevoerd op de scholen waar uit het gezondheidsprofiel blijkt dat hier meer sprake is van middelengebruik. Daarnaast is er ook Moti-4, een kortdurende preventieve interventie gericht op het stoppen van problematisch middelengebruik en waar nodig motiveren naar behandeling. Deze methode is in 2020 vernieuwd en wordt onder kwetsbare jongeren succesvol ingezet. Er is ook een LVB variant voor jongeren met een praktisch ontwikkelniveau. Ter voorkoming of verergering van middelengebruik biedt peer-educatieproject Connect van Jellinek voorlichtingen aan kwetsbare groepen over onder meer cannabis in Amsterdam. Dit doen zij in wijken aan buurtjongeren, maar ook binnen jeugdzorginstellingen of voorzieningen als Kamers met Kansen en Studiezalen.

Peereducatieproject Mama Papa Cares ondersteunt kwetsbare ouders in Zuidoost die met middelengerelateerde opvoedproblematiek te maken hebben.

5. Een van de geconstateerde problemen in de Antenne-onderzoeken van de afgelopen tien jaar is dat het cannabisgebruik bij deze groepen kwetsbare jongeren sterk genormaliseerd is, en dat jongeren de kwalijke effecten van hun gebruik onderschatten en miskennen. Welke

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 7 van 13

pogingen worden ondernomen specifiek om dit te corrigeren? Is daarvan een specifieke aanpak of interventie? Antwoord: In een preventief adviesgesprek op locatie wordt het middelengebruik verhelderd en een relatie gelegd tussen klachten/zaken die niet zo goed gaan en cannabisgebruik. De moti-4 interventie zoals hierboven beschreven gaat een aantal stappen verder en is een actieve werkvorm om de jongere met zijn/haar zijn cannabisgebruik te laten stoppen. Tenslotte zijn ook de ouders of het steunend netwerk een belangrijke schakel om te beïnvloeden middels adviesgesprekken waarin opvoedtips worden aangereikt. Ook wordt een dialoog tussen ouder/opvoeder en jongere door Jellinek gefaciliteerd. 6. Welke acties zijn de afgelopen jaren ondernomen om het cannabisgebruik onder kwetsbare groepen jongeren te ontmoedigen en terug te dringen? Antwoord: Er wordt nauw samengewerkt met jeugdzorginstellingen. Zo wordt bijvoorbeeld aan pleegouders met behulp van interactief theater en storytelling voorlichting gegeven en gewerkt aan een goede begeleiding van kwetsbare kinderen rondom middelengebruik. Daarnaast worden instellingen als HVO Querido en andere MO-organisaties voorzien van training en consultatie. Zie verder ook het antwoord op de vragen 2 en 8. 7.

Gezien het zeer hoge gebruik onder deze kwetsbare jongeren, deelt het college de opvatting dat het terugdringen van het gebruik onder deze groep, een belangrijke prioriteit dient te zijn van het gehele Gezondheidspreventieve Drugsgebruik?

Antwoord: Drugsgebruik door jongeren (tot 18 jaar) is ongewenst omdat dit gevolgen kan hebben voor het, in ontwikkeling zijnde, puberbrein. Middelengebruik op jonge leeftijd kan op korte termijn leiden tot gedragsproblemen en concentratiestoornissen, en op de lange termijn tot depressie, verslaving en andere gezondheidsschade. Jongeren kunnen zelf de risico’s van alcohol en drugs minder goed inschatten en ze zijn veel minder bereid om met deze risico’s rekening te houden. Daarom is een van de actielijnen van het gezondheidspreventief drugsbeleid dan ook uitstel eerste gebruik door jongeren. Daarop ondernemen we op meerdere terreinen actie: door middel van programma’s op scholen, waarin ook de ouderbetrokkenheid een grote rol heeft, maar ook het terugbrengen van cannabisgebruik onder specifieke groepen jongeren. Zoals hierboven al genoemd wordt op dit moment aandacht besteed aan een zeer kwetsbare groep jongeren tussen de 18 en 23 jaar die in de maatschappelijk opvang verblijven. Zowel de omvang van de problematiek als de mogelijkheden om hierop in te zetten worden geïnventariseerd. Daarnaast wordt in de preventieve interventies op het VO en het MBO aandacht besteed aan het terugdringen van gebruik. In de Helder op School aanpak worden zowel jongeren zelf, als de ouders en de school betrokken.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 8 van 13

8. Hoe reageren politieagenten en boa’s als zij op straat (minderjarige) jongeren tegenkomen die cannabis gebruiken? Bestaat daarvoor een handelingsinstructie over hoe daarmee om te gaan? Zo ja, wat is die? Verschilt dit per persoon? Wordt dit bijgehouden en bestaan daar cijfers over? Antwoord: In Nederland is het voor iedereen verboden om drugs te hebben. Bij minderjaren (onder de 18 jaar), wordt wietbezit niet gedoogd. Jongeren mogen bijvoorbeeld ook niet met 1 gram wiet rondlopen, want er wordt altijd proces-verbaal opgemaakt en de (soft)drugs worden ingenomen. Drugsgebruik is wel toegestaan. Gemeenten kunnen een blowverbod invoeren voor bepaalde gebieden. Amsterdam heeft dat gedaan voor bepaalde buurten waar jongeren veel overlast gaven. In Amsterdam geldt op schoolpleinen voor VO en MBO en op speelplaatsen ook een verbod op het bezit van wiet voor meerderjarigen. Jongeren onder de achttien die betrapt worden op het gebruik van cannabis op straat, worden hierover zowel door de politie als de boa’s, stevig op aangesproken. Hoeveel jongeren op straat cannabis gebruiken wordt niet bijgehouden, dus daar bestaan geen cijfers over. 9.

Als door jongerenwerkers of andere betrokkenen wordt geconstateerd dat jongeren dagelijks blowen of anderszins problematisch gebruik vertonen, hoe wordt daar dan op gereageerd? Worden dan aanvullende maatregelen getroffen of pogingen ondernomen om de jongeren daarvan te weerhouden, of van af te helpen? Zo ja, hoe? Hoeveel van dergelijke trajecten of interventies zijn de afgelopen jaren ondernomen? Antwoord: Vroegsignalering blijft belangrijk en alle drempels die jongeren, ouders én professionals beletten om hulp te zoeken, moeten zoveel als mogelijk worden opgeheven. Dat is een belangrijk onderdeel van het werk van jongerenwerkers maar ook van leerkrachten en andere professionals betrokken bij jongeren. Zie over de interventies de antwoorden op andere vragen hierover. 10. Jaarbericht 2020 van de Nationale Drugsmonitor van Trimbos stelt: “Amsterdam is gebleken dat van de jongvolwassen gewelddadige veelplegers 13% problematisch blowt. Het blowen belemmert hun dagelijks functioneren en 29% heeft wel eens een delict gepleegd onder invloed van cannabis (GGD Amsterdam, 2014).” Zijn er meer recente onderzoeken over cannabisgebruik onder jongvolwassen veelplegers en het gebruik van cannabis voor- of tijdens delicten? Antwoord: Zie het antwoord op eerdere vragen over bestaande en lopende onderzoeken over het gebruik van cannabis onder jongeren. 11.

Kan het college aangeven hoeveel mensen in Amsterdam verslaafd zijn aan cannabis, en specifiek hoeveel minderjarigen/jongeren verslaafd zijn?

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 9 van 13

Antwoord: Op basis van de gegevens van de onderzoeken kunnen we geen uitspraken doen over hoeveel mensen er verslaafd zijn aan cannabis, wel over het gebruik door jongeren en de frequentie daarvan. Hoewel ieder gebruik van cannabis door jongeren onwenselijk is, is het wekelijks gebruik van cannabis een indicatie van problematisch gebruik. Afhankelijkheid/ verslaving kan op basis van de beschikbare data niet in kaart worden gebracht.

Gebruik door 13-14-jarigen Cannabis gebruik 2016-2017 (% respondenten AGM) Ooit 3,9 Maandelijks 1,0 Wekelijks 0,6

Gebruik door 15-16-jarigen Cannabis gebruik 2016-2017 (% respondenten AGM) Ooit 19,7 Maandelijks 6,5 Wekelijks 3,7

2017-2018 (% respondenten AGM) 3,3 0,9 0,5

2017-2018 (% respondenten AGM) 17,6 6,1 3,2

2018-2019 (% respondenten AGM) 4,3 0,9 0,6

2018-2019 (% respondenten AGM) 19,3 7,5 4,0

Het wekelijks gebruik onder jongeren is niet significant toegenomen tussen 2016 en 2019. De Jongvolwassenen-monitor kan meer inzicht geven in het cannabas gebruik van (iets) oudere jongeren. 12. Kan het college aangeven hoeveel mensen hulp zoeken bij officiële instanties voor cannabisgebruik of verslaving, hoeveel daarvan jongeren betreft, en hoe deze getallen zich de afgelopen zes jaar hebben ontwikkeld? En mocht deze informatie niet beschikbaar zijn: is het college dan bereid om dit uit te zoeken? Antwoord: Op verzoek van het college heeft Jellinek cijfers aangeleverd over de instroom bij de verslavingszorg, eerste diagnose cannabisverslaving.

Jellinek geheel Jaar 2016 2017 2018 2019 2020

Absolute aantallen 1045 1089 1175 1204 997

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Percentage van totaal aantal aanmeldingen 14,1% 16,7% 16,8% 17,5% 17,2%

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 10 van 13

Jellinek Jeugd Jaar Absolute aantallen Percentage van totaal aantal aanmeldingen 2016 81 51,9% 2017 50 49,5% 2018 62 59,6% 2019 48 47,5% 2020 36 44,5% NB: De cliënten zijn niet altijd woonachtig in Amsterdam Hoewel de cliënten van Jellinek niet altijd woonachtig in Amsterdam zijn en de gegevens van de (kleinere) verslavingsbehandelingen hier in meegenomen zijn, geeft het toch een goed beeld van de veranderingen binnen de verslavingszorg voor cannabis. Zoals uit de tabellen blijkt onder jongeren cannabisgebruik de grootste reden voor aanmelding bij Jellinek verslavingszorg. Wel zien we zowel in het geheel als voor de jeugd (zowel absoluut als relatief) sinds 2016 een daling in het aantal aanmeldingen. 13. Wat zijn de meest recente cijfers van onderzoek over gebruik van cannabis door scholieren en/of minderjarigen? Is er sinds het onderzoek door de GGD uit 2016 nog vergelijkbaar onderzoek verricht? Antwoord: De meest recente cijfers van Jij en Je Gezondheid (12 tot 14-jarigen) zijn van schooljaar 2018-2019. Deze zijn gepubliceerd op de website Gezondheid in Beeld van de GGD Amsterdam. Door de schoolsluitingen zijn er in schooljaar 2019-2020 en schooljaar 2020-2021 onvoldoende respondenten voor betrouwbare cijfers beschikbaar. In het komende schooljaar zullen er naar verwachting weer meer vragenlijsten worden afgenomen. Zie verder het antwoord op eerdere vragen hierboven. 14.

Waarom is in de Antenne-onderzoeken vanaf 2011 geen onderzoek meer gedaan specifiek naar scholieren uitgesplitst in brugklassers, derdeklassers en oudere leerlingen? Is het college het eens met de indiener dat het handig zou zijn om jaarlijks dergelijke onderzoeken naar gebruik te verrichten om goed zicht te hebben op de problematiek, en zodat de uitkomsten met elkaar vergelijkbaar zijn van jaar tot jaar? Is het college bereid om de onderzoekers achter de Antenne-rapporten te vragen om voor het volgende onderzoek opnieuw het middelengebruik op scholen te onderzoeken, dan wel een andere relevante instantie om dit jaarlijks te peilen? Antwoord: Met de start van Jij en Je Gezondheid in het Voortgezet Onderwijs is besloten de Antenne onderzoeken te richten op groepen buiten het Voortgezet Onderwijs, waaronder MBO studenten. Het Antenne onderzoek onder MBO studenten wordt elke vijf jaar uitgevoerd. Dat levert voldoende inzicht in de trends. De cijfers over scholieren uit Jij en Je Gezondheid worden gepubliceerd op de website Gezondheid in Beeld van de GGD Amsterdam.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 11 van 13

15. Bij het GGD-onderzoek uit 2016 stond dat een aantal scholen niet meedeed met de vragen naar middelengebruik. Hoe ziet het college dit? Welke reden hebben scholen daarvoor gegeven? Is het college bereid om met deze scholen in gesprek te gaan, om ze te motiveren om alsnog medewerking te verlenen, om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de problematiek? Antwoord: Voor het onderzoek uit 2016 hebben 22 van de 30 havo/vwo scholen deelgenomen aan het onderzoek. Meestal is de reden voor weigering drukte en/of het al deelnemen aan ander onderzoek. Tijdens de werving voor dergelijk onderzoek worden scholen benaderd via directies, zorgcoördinatoren en wordt ook via de OSVO gecommuniceerd. Per onderzoek wordt bekeken of er vanuit het bestuur extra aandacht voor medewerking gegeven moet worden. In het genoemde onderzoek was de respons voldoende om uitspraken te kunnen doen over het gebruik onder havo/vwo bovenbouw leerlingen. 16. Trimbos instituut heeft een ‘Samen Fris’ programma opgezet, die ouders en scholen helpt om samen afspraken te maken. Hiertoe zouden digitale materialen voor online oudervoorlichting worden verspreid.

Zijn deze materialen verspreid? Aan hoeveel ouders? Zijn deze ook geschikt voor kwetsbare jongeren, en zo nee, zijn er digitale programma’s specifiek voor deze groep? Antwoord: De digitale ouder-materialen van het programma ‘Samen Fris’ zijn een integraal onderdeel van deze methode en worden dus altijd ingezet als het lesprogramma wordt gebruikt. Schooljaar 2018/2019 was het eerste jaar dat ‘Samen Fris’ werd ingezet en werden de ouders van 500 leerlingen bereikt. In schooljaren daarna verhinderde de coronacrisis de implementatie. In 2020 is wel een filmpje over opvoeden en alcohol, gamen en cannabis onder ouders via de scholen verspreid dat door 657 ouders is bekeken. In schooljaar 2020/2021 zijn door de GGD ongeveer 390 ouders bereikt met online ouderavonden. Ook Jellinek is overgestapt op digitale ouderavonden. Het digitaal bereiken van ouders heeft grote voordelen zoals een hogere opkomst en het bereiken van ouders die niet fysiek naar school willen komen, maar het is moeilijk te zeggen in welke mate ouders van kwetsbare jongeren worden bereikt. Naast het digitale aanbod worden ouders ook bereikt door ouderbijeenkomsten in de wijk en via ouderbijeenkomsten op het MBO. 17.

Heeft het college zicht op cannabisgebruik op scholen en/of schoolpleinen, oftewel tijdens schooltijd? Op hoeveel Amsterdamse scholen is dit de afgelopen jaren geconstateerd? Hoe wordt dit bijgehouden? Antwoord: Scholen en schoolpleinen zijn rookvrij. Roken en ook het gebruik van cannabis vindt dan ook meestal niet op school zelf of op schoolpleinen plaats, maar elders in de wijk. Scholen houden zelf een incidenten registratie bij. Als leerlingen betrapt worden op cannabisgebruik onder schooltijd zal dit per school geregistreerd worden en neemt de school zelf maatregelen. Er vindt geen

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 12 van 13

centrale registratie plaats. De school is de eerst aangewezen om passende de maatregelen te nemen. 18. Het onderzoek van de GGD uit 2016 bevat de conclusie: “Meer aandacht is nodig voor het adviseren van deze ouders over hoe zij in de opvoeding aandacht kunnen besteden aan middelengebruik, zowel aan het bespreekbaar maken hiervan als aan het stellen van grenzen. In het preventiebeleid gericht op de jeugd moet rekening gehouden worden met mogelijke ongewenste neveneffecten van voorlichting aan niet- gebruikers. Zo kan voorlichting over drugs niet-gebruikende jongeren nieuwsgierig maken of impliciet de boodschap geven dat drugsgebruik blijkbaar normaal is [12]. Bij het ontwikkelen van schoolinterventies voor deze leeftijdsgroep is het daarom van belang rekening te houden met de ontwikkelingsleeftijd van jeugdigen en de fase van gebruik waarin zij zich bevinden [14].” Hoe ziet het college dit risico van ongewenste neveneffect van voorlichting aan niet gebruikers? Op welke manieren probeert men dit effect thans te voorkomen? Antwoord: In de preventie van middelengebruik wordt nadrukkelijk rekening gehouden met het risico op averechts effecten bij niet-gebruikers. Voorlichting aan basisschoolleerlingen wordt onder andere om deze reden door GGD en Jellinek niet gegeven en sterk ontraden als het zich wel voordoet.

De lesmethoden van Helder op School zijn er op gericht om averechtse effecten te voorkomen. De methoden zijn, afhankelijk van de leeftijdsgroep, gericht op het leren maken van keuzes, het stellen van duidelijke normen, het leren omgaan met groepsdruk en het ontwikkelen van de eigen wilskracht. De informatie over de middelen zelf, wordt bewust beperkt gehouden en richt zich met name op het ontzenuwen van mythes en het versterken van de negatieve sociale norm. In de docentenworkshops, waarin de docenten getraind worden om met de methode te werken, wordt ook aandacht besteed aan hoe averechtse effecten voorkomen kunnen worden. 19. Hoe vaak is er de afgelopen vijf jaar een minderjarige aangetroffen in een coffeeshop? Antwoord: De politie heeft de afgelopen vijf jaar geen aanwezigheid van een jongere in een coffeeshop in Amsterdam bij de burgemeester gemeld. 20. Welke bestuurlijke maatregelen zijn nu van toepassing? Worden er op dit moment ‘mystery shoppers’ ingezet om te kijken of mogelijk aan minderjarigen wordt verkocht? Hoe vaak is dat de afgelopen vijf jaar gedaan? Wat is de huidige stand van zaken inzake het handhavingsarrangement? Antwoord: Het handhavingsarrangement voor coffeeshops is van toepassing voor overtredingen van de AHOJG-criteria (waarbij de J staat voor de aanwezigheid van een jeugdige in een coffeeshop).

Daarbij is sprake van een stappenplan (stap 0-4, van waarschuwen tot uiteindelijk sluiting exploitatie) met een verjaringstermijn van drie jaar per stap. Er wordt bij controles van coffeeshops geen gebruik gemaakt van zogenaamde mystery shoppers.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 12 juli 2021 Pagina 13 van 13

21. Beschikt het college over meer informatie of nadere onderzoeken die inzicht geven in het fenomeen dat minderjarigen kopen in coffeeshops, die ev. In staat zouden stellen om de tabellen in bijlage 1 te actualiseren en die antwoord geven op vragen zoals: Speelt dit vooral op bepaalde scholen of onderwijstypen, buurten of groepen? Gebruiken de jongeren valse identiteitsbewijzen, of wordt aan deze jongeren überhaupt geen legitimatie gevraagd? Gaat het om jongeren die er oud uitzien? Wat is een profielschets van de leerlingen die cannabis kopen in coffeeshops? Zo ja, kan het college deze onderzoeken beschikbaar stellen aan de raad? Zo nee: Is het college het eens met de CDA-fractie, dat het om de drempel om te gaan of blijven blowen zo hoog mogelijk te maken, belangrijk is om zo goed mogelijk te weten hoe, waar, op welke manier en aan wie deze drugs worden verkocht? En is het college bereid om nader onderzoek te (laten) doen naar de aard en omvang van de aanschaf van cannabis door minderjarigen, hetzij op straat, hetzij in/uit coffeeshops? Antwoord: Zoals hierboven ook al aangegeven is het verboden voor coffeeshops om cannabis aan jeugdigen te verkopen. Voor overtredingen is het handhavingsarrangement voor coffeeshops van toepassing. Het is aan de coffeeshops om te zorgen dat jongeren geen cannabis kunnen kopen, ondermeer door het checken van de legitimatie van klanten.

Daarmee wordt de drempel (namelijk het niet beschikbaar zijn) om te gaan blowen voor jongeren hoger. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, Simone Kukenheim Wethouder Zorg

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10551840/1