CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 def

Raadscommissie Onderwijs, Zorg en Armoedebestrijding 17 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 en subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 (VN2023-027092)19.965 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Opmerkingen voor publicatie: Te publiceren in: Uiterlijk bekendmaken op: Niet eerder bekendmaken dan op: Consolideren op overheid.nl Gevolgen voor de werking van een andere regeling: Externe informatieve bijlage voor de leesbaarheid: Andere bijzonderheden:

Gemeenteblad zo snel mogelijk n.v.t. Ja Nee n.v.t. n.v.t.

Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over subsidieverlening sociale basis (Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025) De raad van de gemeente Amsterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 21 december 2023 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2, tweede lid van de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023, besluit de volgende verordening vast te stellen:

Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 definities In deze subsidieverordening wordt verstaan onder: - aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling: medewerker die binnen een organisatie zorg draagt voor de borging van procedures voor het handelen bij huiselijk geweld en kindermishandeling en optreedt als expert bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling; - alliantie: een groep van rechtspersonen, die uitvoering geeft aan alle kernfuncties in een stadsdeel; - ASA 2023: Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023; - beweegnetwerk: het geheel van contacten en organisaties op het gebied van sporten en bewegen, zorg- en welzijn en partners in de sociale basis met laagdrempelig sport- en beweegaanbod; - boekjaarsubsidie: een boekjaarsubsidie als bedoeld in de ASA 2023, met dien verstande dat deze wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes jaar - buurtteam: team dat in een buurt van Amsterdam advies, informatie, ondersteuning en zorg biedt aan volwassenen; - collectieve maatschappelijke dienstverlening: collectieve activiteiten waaronder laagdrempelige vormen van informatie en advies, trainingen en groepsbijeenkomsten; - college: college van burgemeester en wethouders;

-

eenmalige subsidie: een eenmalige subsidie als bedoeld in de ASA, met dien verstande dat de uitvoering binnen het kalenderjaar valt; ervaringsdeskundige: iemand die is opgeleid om eigen ervaringen te gebruiken om anderen te ondersteunen; GOS (gebiedsgerichte opgaven sociaal): de door het dagelijks bestuur in ieder stadsdeel vastgestelde, meerjarige sociale opgaven die leidend zijn in de sociale basis en richtinggevend voor het sociaal domein; huis van de wijk: een sociale accommodatie met een centrale rol in een bepaald gebied; jongerencentrum: een sociale accommodatie met een centrale rol in een bepaald gebied gericht op jongeren; kernfuncties: wijkoverstijgende functies in de sociale basis, die overal in een stadsdeel beschikbaar moeten zijn en uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel; kwetsbare situatie: gestapelde problematieken op het gebied van gezondheid en bestaanszekerheid voor die doelgroepen zoals in het beleidskader is bedoeld; mantelzorger: iemand die langdurig, intensief en onbetaald zorg en ondersteuning geeft aan een ander met wie diegene een persoonlijke band heeft en die ondersteuning behoeft door een beperking in gezondheid; OKT: Ouder- en Kindteam; organisatie binnen Amsterdam waar ouders, kinderen, jongeren en professionals die met jeugd werken, terecht kunnen met vragen en zorgen over opvoeden, opgroeien en gezondheid; participatie: in staat zijn

om zelfstandig en volwaardig te kunnen deelnemen aan de maatschappij; pedagogische basisinfrastructuur: alles wat te maken heeft met het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren; penvoerder: een aangewezen deelnemer van een samenwerkingsverband die mede namens de andere deelnemers aan het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient; preventie: voorkomen van en vroegtijdige ondersteuning bieden bij problemen zoals in het Beleidskader sociale basis 2025-2030 staat beschreven; respijtzorg: een tijdelijke overname van de taken van de mantelzorger; sociale accommodatie: een laagdrempelige en toegankelijke accommodatie voor en door bewoners waar zij elkaar ontmoeten, participeren en activeren; stadsdeel als bedoeld in de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022, waarbij onder stadsdeel ook het stadsgebied Weesp wordt verstaan; sociale basis: fundament van gemeentelijk stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen; sociaal weefsel: zeer lokaal netwerk van buurtgenoten, die op die wijze een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en saamhorigheid in de buurt, aansluitend op de doelstellingen van de sociale basis; stadsbrede functies: functies die niet gebiedsspecifiek kunnen worden georganiseerd; vrijwillige inzet: onbetaalde inzet voor een ander of groep met een ondersteuningsbehoefte of voor activiteiten (in de buurt);

vrijwilliger: iemand die zich onbetaald en belangeloos inzet voor anderen die hulp of informele zorg nodig hebben, of bijdraagt aan activiteiten (in de buurt); zelfredzaamheid: het vermogen om dagelijkse activiteiten zelfstandig te kunnen doen.

Artikel 1.2 Toepasselijkheid Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 De Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023 is van overeenkomstige toepassing, tenzij daarvan in deze verordening uitdrukkelijk wordt afgeweken. Artikel 1.3 Doel subsidieverordening

2

1.

Deze verordening maakt het mogelijk subsidie te verlenen voor activiteiten die een bijdrage leveren aan het bereiken van de doelen uit het Beleidskader Sociale Basis 2025-2030 zoals op 24 januari2024 vastgesteld door de gemeenteraad en de per gebied uitgewerkte GOS. 2. Het doel van deze verordening is het stimuleren van een breed, laagdrempelig en vrij toegankelijk aanbod van activiteiten en voorzieningen in de buurt. Dit aanbod is gericht op het vergroten van gelijke kansen om gezond te worden en gezond te blijven, het vergroten van gelijke kansen op bestaanszekerheid en het vergroten van gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd en gelijke kansen op veerkrachtige en zorgzame buurten. Artikel 1.4 Bevoegdheid college 1. Het college is bevoegd om subsidie te verlenen op grond van deze verordening. 2. Het college kan in afwijking van artikel 1, onderdeel c, van de ASA 2023 een boekjaarsubsidie verstrekken voor een periode van maximaal zes jaar; 3. Het college kan in afwijking van artikel 1, onderdeel e, van de ASA 2023 een eenmalige subsidie verlenen waarvan de uitvoering binnen het kalenderjaar dient te vallen.

Artikel 1.5 Aanvrager Indien een subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder, draagt deze de verantwoordelijkheid voor de naleving van de eisen in deze subsidieverordening alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling. De daarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan het samenwerkingsverband. Artikel 1.6 Bij de aanvraag in te dienen In aanvulling op artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: 1. een activiteitenplan dat aansluit bij de periode waar subsidie voor wordt aangevraagd en waarin wordt uitgewerkt: a. de activiteiten en de doelgroep(en) waarop deze zijn gericht; b. uitwerking van waarom en op welke manier de aanvrager voldoet aan de criteria zoals beschreven bij de verdeelsleutel in het hoofdstuk waarop wordt aangevraagd; 2. het ingevulde begrotingsformat zoals beschikbaar gesteld op de website; 3. het ingevulde formulier sociale basis zoals beschikbaar gesteld op de website; 4.

In het geval een subsidie wordt aangevraagd door een penvoerder namens een samenwerkingsverband: de door alle partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst waarin is beschreven op welke wijze deelnemende partijen bijdragen aan de werkzaamheden en de wijze waarop de besluitvorming, de verdeling van taken, rollen en de financiering binnen het verband is geregeld. Artikel 1.7 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 8 van de ASA 2023 kan het college een te verlenen subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren als: a. naar het oordeel van het college sprake is van een activiteit waarin al op andere wijze wordt voorzien of waarvoor voorliggende financiering is voorgeschreven of mogelijk is; 3

b. de activiteiten naar het oordeel van het college te grote risico’s met zich mee brengen voor de ontwikkeling, gelijke behandeling, gezondheid of veiligheid van deelnemers of andere betrokkenen; c. de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze subsidieverordening of niet passen binnen de subsidiabele activiteiten per hoofdstuk zoals in deze subsidieverordening omschreven. Artikel 1.8 Verlening onder ontbindende voorwaarde Het college verleent een boekjaarsubsidie onder de ontbindende voorwaarde dat: 1. van het totaal van de activiteiten van de kernfuncties, een of meer activiteiten niet, danwel onvoldoende wordt uitgevoerd; 2. een alliantie zodanig wordt gewijzigd dat de activiteiten uit het activiteitenplan naar het oordeel van het college onvoldoende bijdragen aan het doel van deze subsidieverordening of niet in overeenstemming zijn met gemeentelijk beleid; 3. de samenstelling van de alliantie zodanig wijzigt dat dit naar de beoordeling van het college geen solide basis vormt om de rechtmatigheid of doelmatigheid van de verstrekte subsidies te waarborgen. Artikel 1.9 Begrotingsvoorbehoud Een subsidie wordt verstrekt onder de voorwaarde dat er jaarlijks voldoende middelen voor de sociale basis op de door de gemeenteraad vast te stellen begroting worden opgenomen.

Artikel 1.10 Aanvullende verplichtingen Naast de verplichtingen op grond van artikel 9 en 10 van de ASA 2023, worden aan de subsidieverlening de volgende verplichtingen verbonden: a. accommodaties waar publieksgerichte activiteiten plaatsvinden zijn goed bereikbaar, fysiek toegankelijk, bruikbaar en veilig en de activiteiten zijn sociaal toegankelijk en inclusief voor alle Amsterdammers; b. de activiteiten vinden plaats in een gezonde omgeving zodat de gezondheid van de deelnemers wordt beschermd en deelnemers optimaal worden gefaciliteerd om gezond te leven; c. in communicatie over activiteiten wordt rekening gehouden met Amsterdammers die laaggeletterd zijn of visuele of auditieve beperkingen hebben; d. activiteiten zijn herkenbaar en vindbaar voor Amsterdammers; e. de subsidieontvanger die rechtstreeks werkt met de Amsterdammer, heeft een geïmplementeerde Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling en wijst een aandachtsfunctionaris binnen de organisatie aan. Kleine informele partijen bij wie dit niet haalbaar is, maken samenwerkingsafspraken met een professionele organisatie die wel een aandachtsfunctionaris heeft; f. het voor zover mogelijk, gelet op de aard van de werkzaamheden, hebben en uitvoeren van een vastgesteld vrijwilligersbeleid; g.

professionals en vrijwilligers die rechtstreeks werken met jeugdigen, Amsterdammers in een kwetsbare situatie, ouderen, of Amsterdammers met regieverlies, zijn in het bezit van een geldige verklaring omtrent gedrag (VOG);

4

h. professionals en vrijwilligers zijn bereid om onderdeel te zijn van netwerken rondom de Buurtteams en de OKT’s en werken met hen samen als er sprake is van gedeelde zorg of als hulpvragen complex zijn; i. het hanteren van gedragsregels met betrekking tot het voorkomen van en omgaan met (seksueel) grensoverschrijdend gedrag; j. indien activiteiten worden uitgevoerd die in het kader van effectiviteit worden onderzocht door of in opdracht van de gemeente dient de subsidieontvanger aan dit onderzoek mee te werken. Artikel 1.11 Aanvullende verplichting voor subsidies die voor meer jaren zijn verleend 1. De ontvanger van een subsidie die voor meer jaren is verstrekt overlegt in afwijking van artikel 12 van de ASA 2023 jaarlijks voor 1 november de volgende gegevens: a. een tussentijdse verantwoording met een verslag waaruit blijkt in hoeverre de beoogde doelstellingen en resultaten van dat jaar worden gerealiseerd en gewenste inhoudelijke bijstellingen voor het komende jaar; b. een financieel verslag over de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten betreffende dat jaar; c. een verslag met betrekking tot de gevolgen van het financiële resultaat op de egalisatiereserve; d. indien noodzakelijk een aangepaste meerjarenbegroting. 2.

In afwijking van artikel 13 van de ASA 2023 vormt de ontvanger van een boekjaarsubsidie of een subsidie die voor meerdere jaren is verleend een egalisatiereserve zoals bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht ten behoeve van de door het college gesubsidieerde activiteiten en maakt deze egalisatiereserve inzichtelijk in de administratie. Artikel 1.12 Bij verantwoording in te dienen gegevens In aanvulling op artikel 16 van de ASA 2023 wordt bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie een financiële verantwoording met een gelijke indeling als de bij de aanvraag verlening ingediende begroting overgelegd. Artikel 1.13 Intrekking subsidieverlening Zolang de subsidieverlening niet is vastgesteld kan het college de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen indien; a. minder middelen dan begroot beschikbaar zijn voor de gesubsidieerde activiteiten, of; b. de ontvanger van de subsidie de activiteiten naar het oordeel van het college niet naar behoren uitvoert, of; c. een beleidswijziging van de subsidiabele activiteiten dit vereist. Artikel 1.14 Openstellen voor nieuwe aanvragen 1.

Het college kan gedurende de looptijd van de verordening, een nieuwe aanvraagtermijn openstellen voor activiteiten als: a. artikel 1.8 wordt toegepast; b. er gedurende de looptijd van de verordening voor bepaalde activiteiten rijksmiddelen, provinciale middelen of coalitiemiddelen beschikbaar komen;

5

c.

indien er middelen beschikbaar komen na intrekking van een subsidieverleningsbeschikking. 2. Het college is bevoegd om bij toepassing van het eerste lid in nadere regels de subsidiabele activiteiten te omschrijven en de voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen en deelt de nieuwe aanvraagtermijn mee in het gemeenteblad.

Hoofdstuk 2 Stadsbrede functies Artikel 2.1 Subsidiabele activiteiten voor de stadsbrede functies Het college kan een boekjaarsubsidie verlenen voor maximaal 6 jaar gericht op de uitvoering van stadsbrede functies. Deze inzet moet zich richten op één of meer van de volgende activiteiten: a. beheren en matchen van vraag en aanbod met betrekking tot vrijwillige inzet; b. organiseren van deskundigheidsbevordering voor professionals en vrijwilligers die werkzaam zijn binnen de sociale basis, op het gebied van vrijwillige inzet; c. organiseren van deskundigheidsbevordering voor professionals en/of vrijwilligers die werkzaam zijn binnen de sociale basis, voor Amsterdammers in een kwetsbare situatie; d. waar mogelijk zelfstandig en structureel sporten of bewegen van Amsterdammers met een fysieke beperking, met name jeugdigen (gehandicaptensport). Artikel 2.2 Subsidieplafond Het college stelt voor de activiteiten genoemd in artikel 2.1 een subsidieplafond vast. Artikel 2.3 Verdeelsleutel subsidieplafond 1. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag voor een boekjaarsubsidie of de gevraagde subsidie zou kunnen worden verleend of wordt geweigerd op grond van artikel 1.7 en 2.8. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid.

Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken om tot een optimale mix van activiteiten te komen. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de aanvrager blijk geeft te beschikken over benodigde kennis en expertise om de te subsidiëren activiteiten uit te kunnen voeren en de rest van de sociale basis te faciliteren; b. de mate waarin de aanvrager aantoont samen te werken met partners die zij met expertise en deskundigheidsbevordering wil faciliteren; c. de mate waarin ervaringskennis wordt betrokken bij activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd; d. de mate waarin al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; e. gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en cultuursensitiviteit; f. de prijs-kwaliteitverhouding; g. de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken; h. de mate waarin de aanvrager blijk geeft van methodisch werken. Artikel 2.4 De aanvrager

6

1. Subsidie voor activiteiten als genoemd onder artikel 2.1 kan uitsluitend worden aangevraagd door een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. Artikel 2.5 Bij de aanvraag in te dienen In aanvulling op artikel 1.6 worden aan het activiteitenplan de volgende eisen gesteld; a. uit het plan blijkt dat de activiteiten zijn afgestemd met andere partners zodat activiteiten in samenhang dekking over de stad geven; b. uit het plan blijkt hoe inclusie en diversiteit is verankerd in het aanbod; c. uit het plan blijkt hoe wordt voldaan aan de verplichtingen genoemd in artikel 1.10 en 2.9. Artikel 2.6 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor een boekjaarsubsidie voor de stadsbrede functies kan vanaf 1 maart 2024 worden ingediend en dient uiterlijk 6 mei 2024 te worden ingediend. Artikel 2.7 Beslistermijn In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASA 2023 beslist het college uiterlijk 29 juli 2024 op een aanvraag voor een boekjaarsubsidie. Artikel 2.8 Aanvullende weigeringsgronden In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als de activiteiten naar het oordeel van het college gebiedsgericht uitgevoerd kunnen worden. Artikel 2.9 Aanvullende verplichtingen In aanvulling op de verplichtingen in artikel 1.10 wordt aan de verlening de verplichting verbonden dat: a.

De subsidieontvanger beschikt over een klachtenprotocol waarbij de gemeentelijke ombudsman als tweedelijns instantie is opgenomen; b. Subsidieontvangers werken mee aan het vormgeven van indicatoren voor monitoring en aan het vormgeven van een gezamenlijke leerlijn die met partners en de gemeente wordt ontwikkeld.

Hoofdstuk 3: Kernfuncties Artikel 3.1 Subsidiabele activiteiten voor de kernfuncties Het college kan een boekjaarsubsidie verlenen voor maximaal 6 jaar gericht op de uitvoering van kernfuncties aan één alliantie per stadsdeel. Deze inzet moet zich richten op alle volgende activiteiten: a. buurtwerk: professionele inzet, gericht op het opzoeken, toeleiden, ondersteunen en meedoen van (groepen) bewoners, vrijwilligers, informele netwerken en partners die zich in willen zetten voor een betere buurt en voor elkaar;

7

b. coördinatie op vrijwillige inzet: samenwerken met (informele) organisaties die vrijwillige inzet bieden, zodat op kwaliteit en kwantiteit samen wordt opgetrokken. Het signaleren en agenderen van trends en ontwikkelingen, het ontsluiten van aanbod en het faciliteren van adequate verwijzingen voor onder andere de buurtteams; c. coördinatie, faciliteren en versterken van beweegnetwerken met uitzondering van stadsdeel Oost en West: samenwerken en afstemmen dat het aanbod in het beweegnetwerk per stadsdeel structureel, passend en bekend is bij alle betrokkenen in het sociaal domein. De kernfunctie biedt ondersteuning bij het opzetten en/of doorontwikkelen en/of versterken van beweegnetwerken in de stadsdelen. De communicatie richting organisaties én de Amsterdammer is essentieel; d. coördinatie en ondersteuning van collectieve maatschappelijke dienstverlening en uitvoering van dat deel van deze dienstverlening dat professioneel ondersteund is; e. exploitatie, beheer en coördinatie van programmering van de huizen van de wijk en jongerencentra: werkzaamheden gericht op het duurzaam faciliteren van het gebruik van deze accommodaties, zodat activiteiten mogelijk worden gemaakt en er gedurende openingstijden voldoende aansluitend aanbod is; f. jongerenwerk: een voorziening in de pedagogische basisinfrastructuur.

Vakkundige, gekwalificeerde jongerenwerkers focussen zich op de begeleiding bij het opgroeien in de maatschappij en de ontwikkeling van jongeren in de leeftijd van ongeveer 10 – 23 jaar. Het zwaartepunt ligt hierbij op groepswerk. Eén op één begeleiding kan hier uit voortvloeien maar is niet het uitgangspunt. Jongerenwerk werkt outreachend en maakt op eigen initiatief contact met jongeren; g. kinderwerk: een voorziening in de pedagogische basisinfrastructuur. Onder kinderwerk verstaan wij het sociaal werk met kinderen tot 12 jaar voor kinderen die meer ondersteuning kunnen gebruiken. Het kinderwerk wordt door pedagogen uitgevoerd, en; h. Veldwerk/ straathoekwerk: een (ambulant) gerichte voorziening voor jongeren van ongeveer 16 – 27 jaar, gericht op complexe en meervoudige problematieken waarin jongeren veelal individueel gecoacht en ondersteund worden. Artikel 3.2 Subsidieplafond a. Het college stelt voor de kernfuncties genoemd in artikel 3.1 per stadsdeel een subsidieplafond vast; b. Het college stelt voor stadsdeel Nieuw West een separaat subsidieplafond voor de kernfunctie jongerenwerk vast. Artikel 3.3 Verdeelsleutel subsidieplafond 1. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie zou kunnen worden verleend of wordt geweigerd op grond van artikel 1.7 en 3.8. 2.

Alle aanvragen van dezelfde alliantie die niet worden geweigerd op grond van het eerste lid worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het vierde lid; 3. In afwijking van het tweede lid geldt voor de aanvragen voor de kernfunctie jongerenwerk voor stadsdeel Nieuw West die niet worden geweigerd op grond van het eerste lid, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit artikel 3.3 vierde lid. 4. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de activiteiten aansluiten bij de GOS en de focus vanuit de sociale basis; b. de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft te beschikken over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners in de sociale basis rondom de brede sociale opgave; c. de mate waarin blijk wordt gegeven van voldoende kennis en expertise van gekwalificeerd personeel op de uitvoering van desbetreffende kernfunctie;

8

d. de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft van samenwerking met en doorverwijzing aan en van de buurtteams en OKT’s; e. de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis en expertise om alle doelgroepen in alle gebieden te bedienen; f. de mate waarin uitvoering wordt gegeven aan de faciliterende rol richting partners, bewoners en kleine initiatieven; g. de mate waarin al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; h. gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie of cultuursensitiviteit; i. de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis over emanciperende krachten in de stad en/of groepen die te maken hebben met uitsluiting of achterstelling; j. de mate van continuïteit van dienstverlening aan de Amsterdammer; k. de prijs-kwaliteitverhouding; l. de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken; m. de mate waarin de aanvrager blijk geeft van methodisch werken. Artikel 3.4 De aanvrager 1. Subsidie voor activiteiten als genoemd onder artikel 3.1 kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, onderdeel uitmakend van een alliantie. 2. Een rechtspersoon kan per stadsdeel met maximaal één alliantie een aanvraag indienen. 3.

In uitzondering op het eerste lid kan de activiteit als bedoeld in artikel 3.1 onder f uitsluitend in het stadsdeel Nieuw West worden aangevraagd door een penvoerder die geen onderdeel uitmaakt van een alliantie in Nieuw West. Artikel 3.5 bij de aanvraag in te dienen In aanvulling op artikel 1.6 wordt aan het activiteitenplan de volgende eisen gesteld: 1. Voor de aanvragen voor de allianties op kernfuncties geldt dat uit het plan dient te blijken: a. dat het een gezamenlijk plan is, waarbinnen de aanvrager aangeeft wat het eigen aandeel is; b. hoe de samenwerking is georganiseerd; c. dat het alle kernfuncties uit artikel 3.1 bevat; d. hoe inclusie en diversiteit is verankerd in het aanbod; e. hoe wordt voldaan aan de verplichtingen genoemd in artikel 1.10 en 3.9. 2. In afwijking van het eerste lid, onder a, geldt voor aanvragen op de kernfunctie jongerenwerk in stadsdeel Nieuw West dat uit het plan en de begroting dient te blijken dat het gaat om een gezamenlijk plan waar binnen duidelijk is welke partner welk deel van de uitvoering voor zijn rekening neemt. Artikel 3.6 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor boekjaarsubsidie voor de kernfuncties kan vanaf 1 maart 2024 worden ingediend en dient uiterlijk 6 mei 2024 te worden ingediend.

Artikel 3.7 Beslistermijn In afwijking van artikel 7, eerste lid van de ASA 2023 beslist het college uiterlijk 29 juli 2024 op een aanvraag voor een boekjaarsubsidie voor de kernfuncties.

9

Artikel 3.8 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als naar oordeel van het college uit de aanvraag blijkt dat niet alle kernfuncties voldoende dekkend worden uitgevoerd. Artikel 3.9 Verplichtingen 1. In aanvulling op de verplichtingen in artikel 1.10 worden aan de verlening de verplichtingen verbonden: a. Rechtspersonen hebben een aantoonbare binding met het stadsdeel; b. De subsidieontvanger voor de activiteit de exploitatie, beheer en coördinatie van programmering van de huizen van de wijk en jongerencentra zorgt dat er binnen de sociale accommodatie voldoende ruimte beschikbaar is voor activiteiten voor en door bewoners; c.

Specifiek voor de kernfunctie jongerenwerk geldt conform de Raadsbrief Vakkundig Jongerenwerk dat: - jongerenwerkwerkers en/of kinderwerkwerkers dienen ingeschreven te zijn bij het Registerplein specifiek voor ‘Kinder- en jongerenwerkers’: een geldige VOG maakt onderdeel uit van die inschrijving; - als de kernfunctie wordt uitgevoerd door meerdere partners, gaat het om een beperkt aantal partners die duidelijk aangeven hoe zij de totale opgave in het stadsdeel gezamenlijk bedienen; - er organisatorisch vermogen moet zijn om mee te bewegen op veranderende opgaven; - er structureel wordt deelgenomen en mede invulling wordt geven aan de Vakacademie; - voldoende expertise moet zijn om alle doelgroepen in alle gebieden te bedienen; - goed samengewerkt moet worden met (informele) partners die activiteiten voor jongeren uitvoeren, met OKT’s voor jeugdigen/gezinnen waar (mogelijk) zorg nodig is, met het Veldwerk en met partners actief in het domein van Jeugd en Veiligheid. d. Betrekken van bewoners en inzet van ervaringsdeskundige in de doorontwikkeling van het aanbod; e. de subsidieontvanger beschikt over een klachtenprotocol waarbij de gemeentelijke ombudsman als tweedelijns instantie is opgenomen; f. Subsidieontvangers werken mee aan het vormgeven van indicatoren voor monitoring en aan het vormgeven van een gezamenlijke leerlijn die met partners en de gemeente wordt ontwikkeld. 2.

De ontvanger van de subsidie als bedoeld in artikel 3.4, tweede lid, is verplicht om binnen een half jaar onderdeel uit te maken van de brede alliantie van kernfuncties in het stadsdeel Nieuw West.

Hoofdstuk 4: Gebiedsgerichte opgaven sociaal Paragraaf 4.1: Betreffende activiteiten voor de gebiedsgerichte opgaven sociaal gericht op volwassenen Artikel 4.1.1 Subsidiabele activiteiten gericht op het vergroten van de kansen op een goede gezondheid en bestaanszekerheid en gelijke kansen op veerkrachtige en zorgzame buurten voor volwassenen voor één of meerdere gebieden 10

Het college kan een boekjaarsubsidie verlenen voor maximaal 6 jaar gericht voor een of meerdere uit te voeren laagdrempelige, groepsgerichte activiteiten in GOS gericht op volwassenen, waaronder vallen: a. het bieden van praktische hulp en ondersteuning om zelfstandig te kunnen functioneren in het dagelijkse leven; b. het vergroten en onderhouden van vaardigheden die nodig zijn voor een goede gezondheid en bestaanszekerheid, in het bijzonder gericht op Amsterdammers die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken; c. activiteiten gericht op ontmoeting, dialoog, activering en sporten & bewegen; d. exploitatie en beheer van accommodaties met een buurtfunctie, zoals een buurtkamer; e. het vervullen van een sleutelfunctie in het gebied om Amsterdammers die zelf de weg niet vinden door te verwijzen naar activiteiten, professionele hulp of voorzieningen; f. het bieden van informele respijtzorg ter ondersteuning van mantelzorgers; g. gericht op het bevorderen van de mentale gezondheid; h. bevorderen van de inclusiviteit van de samenleving; i. herdenken van leed ervaren door ongelijkheid, het stilstaan bij bestaande ongelijkheid en het vieren van successen in het streven naar een meer gelijke samenleving; Artikel 4.1.2 Subsidieplafond Het college stelt voor de activiteiten genoemd in artikel 4.1.1 op de GOS gericht op volwassenen per stadsdeel een subsidieplafond vast.

Artikel 4.1.3 Verdeelsleutel subsidieplafond 1. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie zou kunnen worden verleend of wordt geweigerd op grond van artikel 1.7. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken om tot een mix van activiteiten te komen die optimaal aansluit bij de GOS over de gebieden. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de activiteiten aansluiten bij de GOS en de focus vanuit de sociale basis; b. de mate waarin blijk wordt gegeven van de financiële continuïteit en continuïteit van de activiteiten; c. de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft te beschikken over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners rondom de brede sociale opgave; d. de mate waarin bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten de betrokkenheid van bewoners en/of ervaringsdeskundigen is geborgd; e. de mate waarin al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; f. gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en cultuursensitiviteit; g.

de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis over emanciperende krachten in de stad en/of groepen die te maken hebben met uitsluiting of achterstelling; h. de prijs-kwaliteitverhouding; i. de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken; j. de mate waarin de aanvrager blijk geeft van methodisch werken. Artikel 4.1.4 De aanvrager

11

Subsidie voor activiteiten als genoemd onder 4.1.1. kan uitsluitend worden aangevraagd door: 1. a. rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid; b. natuurlijke personen. 2. In afwijking van de ASA 2023 kan een natuurlijke persoon voor maximaal 6 jaar subsidie ontvangen tot een maximum van €50.000 per boekjaar. Artikel 4.1.5 bij de aanvraag in te dienen a. dat het plan en de activiteiten aansluiten bij de GOS in het gebied waar subsidie voor wordt gevraagd; b. dat de activiteiten aansluiten op of in samenwerking met andere partners in het gebied en hoe deze worden uitgevoerd in de samenwerking; c. toegelicht wordt hoe wordt voldaan aan de verplichtingen genoemd in artikel 1.10 en 4.1.8. Artikel 4.1.6 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor een boekjaarsubsidie voor de GOS gericht op Amsterdamse volwassenen kan vanaf 1 maart 2024 worden ingediend en dient uiterlijk 6 mei 2024 te worden ingediend. Artikel 4.1.7 Beslistermijn In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASA 2023 beslist het college op een aanvraag voor een boekjaarsubsidie uiterlijk 29 juli 2024. Artikel 4.1.8 Aanvullende verplichtingen In aanvulling op de verplichtingen in artikel 1.10 wordt aan de verlening de verplichting verbonden: a.

dat activiteiten gericht op sporten en bewegen wordt uitgevoerd personen met minimaal een afgeronde sportopleiding niveau 2 voor een assistent of niveau 3 voor een professional; b. subsidieontvangers werken mee aan het vormgeven van een gezamenlijke leerlijn die met partners en de gemeente wordt ontwikkeld.

Paragraaf 4.2: Voorschriften voor betreffende activiteiten voor de gebiedsgerichte opgaven sociaal gericht op de Amsterdamse Jeugd Artikel 4.2.1 Subsidiabele activiteiten 1. Het college kan een boekjaarsubsidie verlenen voor een of meerdere uit te voeren activiteiten in GOS, zoals bedoeld in artikel 4.1.1 aanhef en onder a. t/m i., gericht op de Amsterdamse jeugd. 2. In aanvulling op het eerste lid kan het college een boekjaarsubsidie verlenen voor een of meerdere uit te voeren activiteiten in GOS gericht op Amsterdamse jeugd: a. laagdrempelige ondersteuning van ouders of gezinnen door een vrijwilliger of steungezin ten behoeve van ontwikkelingsstimulering bij kinderen, versterken draagkracht rond ouderschap en opvoeding;

12

b. activiteiten buiten het curriculum van scholen voor en door jeugdigen gericht op het stimuleren van talent en de ontwikkeling van andere dan cognitieve vaardigheden die op school worden geleerd; c. activiteiten gericht op het vergroten van zelfvertrouwen, het ontwikkelen van de eigen identiteit, emancipatie en weerbaarheid van jeugdigen en jongvolwassenen; d. mentoraten en studie of huiswerkbegeleiding. Artikel 4.2.2 Subsidieplafond Het college stelt voor de GOS gericht op de Amsterdamse jeugd, als bedoeld in artikel 4.2.1 per stadsdeel een subsidieplafond vast. Artikel 4.2.3 Verdeelsleutel subsidieplafond 1.Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie kan worden verleend of (gedeeltelijk) wordt geweigerd op grond van artikel 1.7. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid. Hierbij worden afzonderlijke activiteiten van vergelijkbare aard met elkaar vergeleken om tot een mix van activiteiten te komen die optimaal aansluit bij de GOS over de gebieden. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de activiteiten aansluiten bij de GOS en de focus vanuit de sociale basis; b. de mate waarin blijk wordt gegeven van de financiële continuïteit en continuïteit van de activiteiten; c.

de mate waarin de organisatie in de aanvraag blijk geeft te beschikken over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en aantoonbare samenwerking met partners rondom de brede sociale opgave; d. de mate waarin bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten de betrokkenheid van bewoners en/of ervaringsdeskundigen is geborgd; e. de mate waarin al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; f. gerichtheid op preventie, inclusie, cohesie en cultuursensitiviteit; g. de mate waarin blijk wordt gegeven van kennis over emanciperende krachten in de stad en/of groepen die te maken hebben met uitsluiting of achterstelling; h. de prijs-kwaliteitverhouding; i. de mate waarin blijk wordt gegeven van doorontwikkeling van aanbod en innovatieve manieren van werken; j. de mate waarin de aanvrager blijk geeft van methodisch werken. Artikel 4.2.4 De aanvrager Subsidie voor activiteiten als genoemd onder 4.1.1. kan uitsluitend worden aangevraagd door: 1. a. rechtspersonen met een volledige rechtsbevoegdheid; b. natuurlijke personen. 2. In afwijking van de ASA 2023 kan een natuurlijke persoon voor maximaal 6 jaar subsidie ontvangen tot een maximum van €50.000 per boekjaar. Artikel 4.2.5 bij de aanvraag in te dienen In aanvulling op artikel 1.6 wordt aan het activiteitenplan de volgende eisen gesteld:

13

a. dat het plan en de activiteiten aansluiten bij de GOS in het gebied waar subsidie voor wordt gevraagd; b. dat de activiteiten aansluiten op of in samenwerking met andere partners in het gebied en hoe deze worden uitgevoerd in de samenwerking; c. toegelicht wordt hoe wordt voldaan aan de verplichtingen genoemd in artikel 1.10 en 4.1.8. Artikel 4.2.6 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor een boekjaarsubsidie voor de GOS gericht op de Amsterdamse Jeugd kan vanaf 1 maart 2024 worden ingediend en dient uiterlijk 6 mei 2024 te worden ingediend. Artikel 4.2.7 Beslistermijn In afwijking van artikel 7, eerste lid van de ASA 2023 beslist het college uiterlijk 29 juli 2024 op een aanvraag voor een boekjaarsubsidie. Artikel 4.2.8 Aanvullende verplichtingen In aanvulling op de verplichtingen in artikel 1.10 worden aan de verlening de verplichtingen verbonden dat: a. activiteiten gericht op sporten en bewegen wordt uitgevoerd personen met minimaal een afgeronde sportopleiding niveau 2 voor een assistent of niveau 3 voor een professional; b. in aanvulling op artikel 1.7 lid f geldt voor de professionals en vrijwilligers die met jeugdigen werken dat zij in het bezit zijn van een VOG op screeningsprofiel, risicogebied personen, screening 84 belast zijn met de zorg van minderjarigen; c.

subsidieontvangers werken mee aan het vormgeven van een gezamenlijke leerlijn die met partners en de gemeente wordt ontwikkeld.

Hoofdstuk 5: sociaal weefsel Paragraaf 5.1: activiteiten voor een boekjaar gericht op de doelstelling van de sociale basis Artikel 5.1.1 Subsidiabele activiteiten Het college kan een boekjaar subsidie verlenen voor maximaal 1 boekjaar voor activiteiten gericht op het vergroten van gelijke kansen op: a. een goede gezondheid; b. bestaanszekerheid; c. de Amsterdamse jeugd; d. veerkrachtige en zorgzame buurten. Artikel 5.1.2 Subsidieplafond 1. Het college stelt voor de boekjaarsubsidie als bedoeld in artikel 5.1.1 per stadsdeel jaarlijks een subsidieplafond vast. 2. Per aanvraag kan het college maximaal €50.000 verlenen per boekjaar. 14

Artikel 5.1.3 Verdeelsleutel subsidieplafond 1. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie kan worden verleend of (gedeeltelijk) wordt geweigerd op grond van artikel 1.7 en 5.1.8. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden onderling vergeleken en gerangschikt langs de criteria uit het derde lid. 3. De rangschikking wordt bepaald op basis van de volgende criteria: a. de mate waarin de activiteiten aansluiten bij de doelstellingen van de sociale basis; b. de mate waarin uit de aanvraag verbinding met en kennis van de wijk of buurt en partners blijkt; c. de mate waarin bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten overige bewoners of ervaringsdeskundigen zijn betrokken; d. de mate waarin al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; e. de prijs-kwaliteitverhouding. Artikel 5.1.4 De aanvrager Subsidie voor activiteiten als genoemd onder 5.1.1 kan worden aangevraagd door: 1. rechtspersonen; 2. natuurlijke personen. Artikel 5.1.5 bij de aanvraag in te dienen In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: a. een activiteitenplan waarin een omschrijving van de activiteiten staat en de doelgroep(en) op wie de activiteiten zijn gericht; b. een begrotingsformat zoals beschikbaar gesteld op de website; c.

hoe wordt voldaan aan de verplichtingen genoemd in artikel 1.10. Artikel 5.1.6 Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag voor subsidie voor het boekjaar 2025 kan vanaf 1 maart 2024 worden ingediend en dient uiterlijk 6 mei 2024 te worden ingediend. 2. Een aanvraag voor subsidie voor de boekjaren 2026 tot en met 2030 wordt voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd ingediend. Artikel 5.1.7 Beslistermijn Artikel 7 van de ASA 2023 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.1.8 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden.

15

Paragraaf 5.2: Voorschriften voor betreffende eenmalige activiteiten gericht op de doelstelling van de sociale basis Artikel 5.2.1 Subsidiabele activiteiten Het college kan een eenmalige subsidie verlenen voor activiteiten gericht op; a. het vergroten van gelijke kansen op een goede gezondheid; b. het vergroten van gelijke kansen op bestaanszekerheid; c. het vergroten van gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd; d. het vergroten van gelijke kansen op veerkrachtige en zorgzame buurten; e. het inrichten, beheren, exploiteren en programmeren van sociale accommodaties. Artikel 5.2.2 Subsidieplafond 1. Het college stelt voor de eenmalige subsidie, als bedoeld in artikel 5.2.1, per stadsdeel jaarlijks een subsidieplafond vast; 2. Het college kan gedurende het kalenderjaar per stadsdeel subsidieplafonds vaststellen ten behoeve van éénmalige subsidie voor één of meer activiteiten genoemd in artikel 5.2.1, indien lopende het kalenderjaar rijksmiddelen, provinciale middelen of coalitiemiddelen voor deze activiteiten beschikbaar komen. Artikel 5.2.3 Verdeelsleutel subsidieplafond 1. Het college beoordeelt na ontvangst van een aanvraag of de gevraagde subsidie kan worden verleend of (gedeeltelijk) wordt geweigerd op grond van artikel 1.7 en 5.2.8. 2. De aanvragen die niet worden geweigerd, worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld.

Artikel 5.2.4 De aanvrager Subsidie voor activiteiten als genoemd onder 5.2.1 kan worden aangevraagd door: a. rechtspersonen; b. natuurlijke personen. Artikel 5.2.5 bij de aanvraag in te dienen In afwijking van artikel 6, tweede lid, van de ASA 2023 worden bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens en stukken overgelegd: a. een activiteitenplan waarin staat: i. een omschrijving van de activiteiten; ii. de doelgroep(en) op wie de activiteiten zijn gericht; iii. een toelichting op welke wijze de activiteiten kenbaar gemaakt worden. b. een begrotingsformat zoals beschikbaar gesteld op de website. Artikel 5.2.6 Aanvraagtermijn Aanvragen voor een éénmalige subsidie kunnen tussen 1 december voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd tot en met 1 december van het boekjaar waarop ze betrekking hebben, worden ingediend. 16

Artikel 5.2.7 Beslistermijn Artikel 7 van de ASA2023 is van overeenkomstige toepassing. Artikel 5.2.8 Weigeringsgronden In aanvulling op artikel 1.7 kan het college geheel of gedeeltelijk weigeren een subsidie te verlenen als: a. de activiteiten naar het oordeel van het college onvoldoende aansluiten bij de doelstellingen vanuit de sociale basis; b. de aanvrager naar het oordeel van het college niet of onvoldoende beschikt over verbinding met en kennis van de wijk en de buurt en met partners; c. naar het oordeel van het college bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten niet of onvoldoende overige bewoners of ervaringsdeskundigen zijn betrokken; d. naar het oordeel van het college in het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet; e. voor uitvoering van de activiteiten een hoger bedrag of meer uren inzet wordt gerekend dan door het college redelijk wordt geacht; f. de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd al is gestart of heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 6.1 Vervallen Subsidieregeling sociale basis Amsterdam 2024 De Subsidieregeling sociale basis Amsterdam 2024 zoals vastgesteld in de collegevergadering van 27 juni 2023, vervalt van rechtswege nadat de laatste subsidie die op basis van deze regeling is verleend, is vastgesteld, maar in ieder geval op 1 juli 2026. Artikel 6.2 Inwerkingtreding en looptijd verordening Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 maart 2024 en vervalt van rechtswege nadat de laatste subsidie die op basis van deze verordening is verleend, is vastgesteld maar in ieder geval op 1 juli 2034. Artikel 6.3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 Aldus vastgesteld in de vergadering van 24 januari 2024 De burgemeester Femke Halsema De gemeentesecretaris Peter Teesink

17

Toelichting bij de subsidieverordening Deze toelichting maakt integraal onderdeel uit van de Subsidieverordening sociale basis Amsterdam 2025 (verder de subsidieverordening). Deze toelichting valt uiteen in twee delen: In het Algemene deel van de Toelichting wordt ingegaan op:  Leeswijzer verordening  de relatie met de Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 (ASA) alsmede  op de sociale basis en de plek die zij heeft in het sociale stelsel in Amsterdam. In het tweede deel van de Toelichting, wordt aandacht besteed aan verschillende artikelen van deze verordening en hoe deze geïnterpreteerd moeten worden. Daarbij zal specifiek aandacht worden besteed aan de vraag waarom er in een bepaald artikel sprake is van aanvulling op of afwijking van een bepaling in de ASA Algemene toelichting Leeswijzer verordening In het eerste hoofdstuk van deze verordening zijn de bepalingen uitgewerkt die gelden voor alle onderdelen van de sociale basis. Ongeacht voor welk onderdeel subsidie wordt aangevraagd gelden deze bepaling altijd. Vervolgens zijn de aanvullende bepalingen per onderdeel in de hoofdstukken twee tot en met vijf uitgewerkt.  Wordt subsidie aangevraagd voor stadsbrede functies, dan gelden dus bepalingen uit hoofdstuk 1 en 2: lees dan ook de toelichting op hoofdstuk 1 & 2.

 Wordt subsidie aangevraagd voor kernfuncties, dan gelden bepalingen uit hoofdstuk 1 en 3: lees dan ook de toelichting op hoofdstuk 1 & 3.  Wordt subsidie aangevraagd voor gebiedsspecifieke opgaven, dan gelden bepalingen uit hoofdstuk 1 en 4: lees dan ook de toelichting op hoofdstuk 1 & 4.  Wordt subsidie aangevraagd voor activiteiten in het sociaal weefsel, dan gelden bepalingen uit hoofdstuk 1 en hoofdstuk 5: lees dan ook de toelichting op hoofdstuk 1 & 5. Wordt subsidie aangevraagd op meerdere onderdelen, dan gelden uiteraard de bepalingen uit hoofdstuk 1 en de bepalingen zoals vastgelegd in de hoofdstukken behorend bij die onderdelen. We subsidiëren die activiteiten die binnen de desbetreffende laag horen. Het is niet mogelijk om bijvoorbeeld de activiteiten van de kernfuncties in het onderdeel gebiedsgerichte opgaven sociaal aan te vragen. Relatie met de ASA Het subsidiestelsel in Amsterdam wordt gevormd door de algemene wet bestuursrecht (Awb), de algemene subsidieverordening Amsterdam (ASA) en nadere regelingen en bijzondere subsidieverordeningen. In sommige gevallen is het wenselijk deels van de bepalingen van de ASA af te wijken. In dat geval kan een bijzondere subsidieverordening worden vastgesteld. Dit is het geval bij de subsidieregeling voor het kader sociale basis. De sociale basis binnen het sociale stelsel van Amsterdam.

18

De sociale basis is er voor alle Amsterdammers. Het is het fundament van ons stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen. De plek waar Amsterdammers elkaar vinden, ontmoeten en waar sociale cohesie ontstaat. In een stevige sociale basis wordt maximaal ingezet op het ontdekken van talenten en het benutten van kansen en mogelijkheden om mee te kunnen doen. Tegelijkertijd is de sociale basis de plek waar Amsterdammers die (tijdelijk) een steuntje in de rug nodig hebben, terecht kunnen voor laagdrempelige vormen van ondersteuning. En waar zij vaardigheden kunnen versterken om zo veel mogelijk zelfredzaam te worden en te blijven. Die functie wordt van steeds groter belang. Want maatschappelijke ontwikkelingen hebben verschillen tussen Amsterdammers vergroot: verschillen in kansen op een goede gezondheid, kansen op goed onderwijs en bestaanszekerheid en kansen op een goede fysieke leefomgeving. Ook is het beroep op specialistische vormen van zorg en ondersteuning toegenomen, terwijl de middelen die daarvoor beschikbaar zijn onder druk staan. Een stevige sociale basis maakt het mogelijk om lichte vormen van ondersteuning eenvoudig en dichtbij Amsterdammers te organiseren. Waar mogelijk helpen Amsterdammers elkaar. Hiermee ontstaat een belangrijke preventieve werking, wat de behoefte aan zwaardere ondersteuning kan beperken.

De sociale basis is niet van de gemeente, maar van alle Amsterdammers. In de activiteiten die Amsterdammers met en voor elkaar willen organiseren heeft de gemeente geen sturende, maar veel meer een ondersteunende en faciliterende rol. Dat betekent dat de gemeente een beperkte rol heeft in de maakbaarheid van dit deel van sociale basis. Op het meer institutionele deel van de sociale basis, is de gemeente wel sturend. Om focus aan te brengen wordt gestuurd op inzet op de opgaven in de stad en op de benodigde samenwerking op die opgaven. In het beleidskader sociale basis Amsterdam 2025-2030 (kader) zijn de doelstellingen die we als gemeente hebben voor de sociale basis en wat we gaan doen om samen met bewoners en partners die doelstellingen te behalen beschreven. Deze Subsidieverordening is in lijn met dit kader opgesteld en maakt de uitvoering en daarmee het behalen van de doelstellingen mogelijk. In het beleidskader sociale basis kiezen we voor steviger vormgeving van de samenwerking met bewoners, partners, en tussen partners onderling. Dat maakt het aanbod voor Amsterdammers beter vindbaar en herkenbaarder. Dat doen we door de sociale basis anders in te richten. We onderscheiden daarin: 

Sociaal weefsel: dat wat bewoners veelal op vrijwillige basis voor en met elkaar organiseren, dat maakt er sterke netwerken ontstaan in buurten en wijken. Het overgrote deel van deze initiatieven van Amsterdammers bestaat zonder enige bemoeienis van de overheid. Als gemeente hebben we vooral een faciliterende rol, niet een sturende. We gaan ervoor zorgen dat de administratieve last voor kleine subsidies zo laag mogelijk is. De regels die van toepassing zijn op het sociaal weefsel zijn terug te vinden in hoofdstuk 5 van deze verordening.

Partners met een cruciale rol op gebiedsspecifieke opgaven: tussen de vaak kleine initiatieven in het sociale weefsel en grote functies zoals het buurtwerk en jongerenwerk, zit nog veel meer. Partners die geworteld zijn in een specifieke buurt, gebied, of gebieden. Deze partners leveren vaak een cruciale bijdrage aan de opgave vanuit de sociale basis. Het kan gaan om professioneel georganiseerde organisaties, maar net zo goed om (een collectief van) bewoners of een informeel initiatief. De regels die van toepassing zijn op partners met een cruciale rol op gebiedsspecifieke opgaven zijn terug te vinden in hoofdstuk 4 van de verordening.

19

Kernfuncties: wijkoverstijgende functies die overal in het stadsdeel beschikbaar moeten zijn ongeacht de opgave. Het volume in verschillende gebieden kan wel verschillen afhankelijk van de opgave. Deels gaat het om fysieke plekken zoals huizen van de wijk en jongerencentra en deels gaat het om functies die vanuit dit soort fysieke plekken worden uitgevoerd. Voor de uitvoering van deze kernfuncties is continuïteit en stabiliteit nodig want ze vervullen een sleutelrol in het stadsdeel. Deze functies worden uitgevoerd door een alliantie van een aantal partners. Deze partners hebben een belangrijke rol in het faciliteren van de rest van de sociale basis in het stadsdeel/stadsgebied en zijn het eerste aanspreekpunt bij vragen vanuit de sociale basis voor partners zoals de buurtteams en de ouder- en kindteams. Voor de ondersteuning vanuit deze kernfuncties geldt dat uitvoering wordt gedaan door daarvoor gekwalificeerd personeel. De regels die van toepassing zijn op de kernfuncties zijn terug te vinden in hoofdstuk 3 van de verordening.

Stadsbrede functies: voor specifieke doelgroepen over de stad Het uitgangspunt voor de sociale basis is gebiedsgericht. Dat is niet in altijd van toepassing. In sommige gevallen is er specifieke kennis en kunde nodig op problematiek die fluctueert over de stad en is dit daardoor niet efficiënt en wenselijk om dit gebiedsgericht uit te voeren. Ook zijn er functies die vanuit één fysieke locatie in de stad worden uitgevoerd, maar de hele stad bedienen. Dat zijn de stadsbrede functies. Deze partners faciliteren de rest van de sociale basis met expertise op de specifieke doelgroepen. Daarnaast gaat het om ondersteuning voor van groepen die vanwege schaalgrootte en een fluctuerende doelgroep niet gebiedsspecifiek georganiseerd kan worden. De regels die van toepassing zijn op de stadsbrede functies zijn terug te vinden in hoofdstuk 2 van de verordening.

Een stevige sociale basis staat of valt met de vrijwillige inzet van Amsterdammers en met de verbindingen die zij met elkaar aangaan en organiseren. Voor die verbindingen is het belangrijk dat de sociale basis inclusief is zodat alle Amsterdammers mee kunnen doen. Het is nog steeds niet vanzelfsprekend dat alle Amsterdammers ongeacht gender, leeftijd, geloof, culturele identiteit, seksuele oriëntatie of beperking kunnen meedoen in de samenleving. Activiteiten in de sociale basis moeten zo veel mogelijk toegankelijk zijn voor alle Amsterdammers. Tegelijkertijd is er soms extra inspanning nodig om een bepaalde groep Amsterdammers in de veiligheid van de eigen groep een extra steuntje te geven. Als het gaat om anti-discriminatie en inclusie richten we ons niet alleen op Amsterdammers die deelnemen aan activiteiten. We verwachten ook van partners dat zij hieraan aandacht besteden in de interne organisatie. We vragen ook van partners om in hun subsidieaanvraag aan te geven hoe zij inclusie en anti-discriminatie verankeren in hun aanbod. Zonder vrijwillige inzet is er geen sociale basis. Wat Amsterdammers met en voor elkaar doen is het sociale weefsel van de stad. Vinden en binden van vrijwilligers is steeds moeilijker. Dat komt bijvoorbeeld door vergrijzing, individualisering en krapte op de arbeidsmarkt.

Daarom is het stimuleren en ondersteunen van vrijwillige inzet een speerpunt vanuit de sociale basis. Onder invloed van de maatschappelijke ontwikkelingen van de afgelopen jaren zijn verschillen tussen Amsterdammers gegroeid. We willen ervoor zorgen dat alle Amsterdammers kunnen blijven meedoen in de stad. Opeenstapeling van achterstanden vormt een belemmering voor Amsterdammers en is van invloed op de kansen voor een volgende generatie. Die spiraal willen we

20

doorbreken. De focus vanuit de sociale basis wordt gelegd op bouwen aan kansengelijkheid. Hiervoor zijn vier hoofddoelen vastgesteld: 1. Gelijke kansen op een goede gezondheid 2. Gelijke kansen op bestaanszekerheid 3. Gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd 4. Gelijke kansen op veerkrachtige en zorgzame buurten Ad 1. Gelijke kansen op een goede gezondheid We hanteren de uitgangspunten van Amsterdam Vitaal en Gezond en het raamwerk Van zorg(en) naar gezondheid. Dit betekent dat de focus op gezondheid verweven is in alles wat we doen binnen de sociale basis. We zorgen er voor dat activiteiten zo veel mogelijk plaatsvinden in een gezonde omgeving door dit als verplichting bij subsidieverlening op te leggen. We voeren actief met partners het gesprek waarom we dit belangrijk vinden en hoe zij daaraan een bijdrage kunnen leveren. We sluiten met informatie en activiteiten aan op de gezondheidsvaardigheden van Amsterdammers en zetten erop in die vaardigheden te vergroten. Daarnaast zetten we ons in voor een gezonde leefstijl. Bewegen speelt hierin een belangrijke rol. Bewegen kan ook een opstap zijn naar sportdeelname, zelf of bij een sportclub. Laagdrempelige en structurele beweeg- en sportactiviteiten hebben een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid. We investeren in Amsterdammers in de meeste kwetsbare situaties en in de meest kwetsbare gebieden in de stad.

Ook investeren we het meest in doelgroepen waar de stapeling van risico’s het hoogst is, daarbij ligt extra focus op ouderen, chronisch zieken, Amsterdammers met klachten op het gebied van mentale gezondheid en jeugd en gezin. Naast de focus op deze doelgroepen ook inzet wordt gepleegd op andere doelgroepen waaronder statushouders en Amsterdammers met een licht verstandelijke beperking. Ad 2. Gelijke kansen op bestaanszekerheid Vanuit de sociale basis wordt in het kader van bestaanszekerheid ingezet op de thema’s armoede en schulden, participatie (naar werk) en het versterken van basisvaardigheden. Vanuit de sociale basis is laagdrempelige ondersteuning beschikbaar, dichtbij Amsterdammers in de eigen omgeving. De sociale basis levert een belangrijke bijdrage aan een opstap naar werk met collectief en voorliggend aanbod, zoals het buurtwerk en specifieke activiteiten gericht op participatie, empowerment en emancipatie. Ook bieden we vanuit de sociale basis laagdrempelige plekken waar mensen terecht kunnen voor informatie en advies over de mogelijkheden die er voor hen zijn om hun basisvaardigheden te verbeteren. En wordt informeel aanbod georganiseerd om vaardigheden te versterken, waaronder de inzet van taalcoaches, conversatielessen en computerlessen. Ad 3. Gelijke kansen voor de Amsterdamse jeugd Vanuit het jeugdstelsel heeft de sociale basis met name een preventieve rol.

Activiteiten in de sociale basis zijn gericht op het voorkomen van problemen bij alle Amsterdamse ouders en jeugdigen (universele preventie) en het ondersteunen van die groepen die een verhoogd risico hebben op problemen of waar al sprake is van beginnende problematiek (selectieve preventie). Inzet is gericht op het normaliseren van de hobbels die het leven soms kent. Ook is er aandacht voor het ondersteunen en verstevigen van beschermende factoren rondom jeugdigen. Bij beschermende factoren gaat het onder andere om het sociale netwerk rondom een jeugdige maar ook om steun, waardering van positief gedrag, het kunnen leveren van een betekenisvolle bijdrage en een constructieve tijdsbesteding. Hierin heeft het jongerenwerk als kernfunctie een belangrijke 21

rol, omdat de kernfunctie dekkend is over het gehele stadsdeel. Daarop aanvullend worden er gebiedsgericht activiteiten voor jongeren uitgevoerd wat het totaal aanbod voor jongeren ontsluit. Ad 4. Gelijke kansen op veerkrachtige en zorgzame buurten De sociale basis heeft een belangrijke rol in het versterken van zorgzame en veerkrachtige buurten. Hierbij gaat het om het versterken van sociale cohesie, om het bevorderen en stimuleren van samenredzaamheid en om het ondersteunen van bewoners die naar elkaar omzien. Vanuit de gemeente versterken en ondersteunen we deze energie en de goede ideeën van Amsterdammers om hieraan bij te dragen. Dit doen we deels zelf, en deels vragen we aan partners om hierin een rol te spelen. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 definities aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling: medewerker die binnen een organisatie zorg draagt voor de borging van procedures voor het handelen bij huiselijk geweld en kindermishandeling, zoals vastgelegd in de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling 2019. De aandachtsfunctionaris treedt op als expert bij een vermoeden van huiselijk geweld en kindermishandeling. kernfuncties: wijkoverstijgende functies in de sociale basis, die overal in een stadsdeel beschikbaar moeten zijn en uitgevoerd worden door gekwalificeerd personeel.

GOS: (gebiedsgerichte opgaven sociaal) de door het dagelijks bestuur in ieder stadsdeel vastgestelde, meerjarige sociale opgaven. Deze zijn leidend voor inzet vanuit de sociale basis. De activiteiten worden hieraan getoetst. Voor verlengd bestuurders is de gebiedsopgave een belangrijk sturingsinstrument. Zij gebruiken deze om periodiek het gesprek te voeren met de partners in gebieden en kijken met die partners langs de opgave naar hoe het gaat in een gebied. sociale accommodatie: laagdrempelige en toegankelijke accommodatie voor en door bewoners waar zij elkaar ontmoeten, participeren en activeren. sociale basis: fundament van gemeentelijk stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen. De sociale basis richt zich op de informele zorg. Het is de plek waar Amsterdammers elkaar vinden, ontmoeten en waar sociale cohesie ontstaat. In de sociale basis werken bewoners, vrijwilligers en professionals samen om een breed en laagdrempelig aanbod aan activiteiten in de buurt te realiseren. De gemeente faciliteert de sociale basis rondom de gebiedsopgave sociaal. pedagogische basisinfrastructuur: alles wat te maken heeft met het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Het gaat over hoe volwassenen met kinderen omgaan; thuis, op school, bij de vereniging en op straat en waar zij komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13657214/2