CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Stedelijke evaluatie buurtbudgetten definitief.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 11 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de evaluatie buurtbudgetten (VN2024-010686)16.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

“

“Buurtcollectieven kunnen meer evaluatief optrekken. Achteraf meer uitwisselen met de ambtenaren.“ - Bewoner Zuidoost

Wat kan er beter? Tijd en capaciteit Bewoners ervaren vaak dat de tijd en moeite die nodig zijn voor het aanvragen en uitvoeren van initiatieven niet opwegen tegen wat het initiatief hen of de buurt oplevert. Bij sommige bewoners vermindert dit de motivatie om nog eens een initiatief in te dienen. “De beleving van tijd en moeite? Dan is het echt een lachertje.“ Bewoner collectief Zuidoost

“

“Ik moest steeds grote bedragen voorschieten, soms wel 1000 euro en dan duurde het lang voordat ik het terug kreeg van de gemeente Amsterdam.“ Dat voelde soms wel machteloos - bewoner Oost “Ik ben naast mijn werk ongeveer 4 uur per week bezig met buurtbudgetten” - Bewoner Nieuw-West

Behoefte aan beter informatiebeheer bij interne wisselingen Bewoners hebben bij de uitvoer vaak een ambtenaar die hen begeleidt. In de beleving van bewoners wisselden deze ambtenaren soms van baan. Bewoners ervaren dit als vervelend. Het zorgt voor vertragingen en verlies van informatie. Bewoners hebben het gevoel steeds weer opnieuw te moeten beginnen. “Er is een versnippering van informatie” - bewoner Oost

“

“Bij een wisseling intern is er meteen vertraging“ - bewoner Weesp “Eén contactpersoon dat zou handig zijn, nu is er zoveel wisseling“ bewoner Oost.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 56

57

2. Resultaten

2. Resultaten

Transparantie proces Bewoners ervaren het proces van een buurtbudget aanvragen en uitvoeren niet altijd als inzichtelijk. Zo ervaren bewoners onduidelijkheden over spelregels of ontbreekt communicatie over waar de buurtbudgetten voor bedoeld zijn. Er is behoefte aan transparante communicatie. “Je hebt geen grip/zicht op de verdeling/besteding van toegekend budget. Dat zit bij de gemeente Amsterdam.” - Nieuw-West

“

“Had ik helemaal idee ingediend voor 15k terwijl er blijkbaar alleen ingediend mocht worden onder de 5k.” - bewoner Weesp “Vanuit de gemeente Amsterdam wordt er niet goed gecommuniceerd over waar de budgetten in model C voor bedoeld zijn.” - Buurtcollectief Zuid

Betere ondersteuning Bewoners hebben behoefte aan nog meer ondersteuning vanuit de gemeente Amsterdam op verschillende niveaus. Van hulp bij het verzamelen van stemmen tot hulp bij het organisatorisch opzetten van een initiatief. En van hulp bij het schrijven van een plan tot hulp bij het aanvragen van vergunningen. Ook hebben bewoners behoefte aan hulp voor het promoten van een gerealiseerd initiatief (“Hoe zorg je dat buurtbewoners komen?”).

“

“Er zou meer betrokkenheid van de ambtenaar mogen zijn, nu hing het heel erg af welke ambtenaar je kreeg. Soms had je goede die echt met je meedacht (een turbobegeleider)“ - bewoner Centrum “Ik wil bijvoorbeeld meer begeleiding bij hoe je je idee verspreidt. Nu wint degene met het grootste netwerk” - bewoner Weesp “Wij hebben geen website ofzo en zijn ook niet zo digitaal vaardig” Bewoner Zuidoost

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

58

Haalbaarheidtoets Bij de haalbaarheidstoets vallen vaak nog initiatieven af die van bewoners veel stemmen hadden gekregen. Dat zorgt voor teleurstelling voor de bewoners die het plan indienen en verwarring bij bewoners die stemden (“We hadden dit initiatief toch gekozen?”).

“

“Heel plan ingediend en toen bleek dat het niet doorging bij de haalbaarheidstoets. Dat was teleurstellend” - Bewoner Zuid “Ik had veel tijd en moeite in een plan gestopt en toen ging het niet door” - Bewoner Weesp

Perceptie van oneerlijkheid Het indienen van een buurtinitiatief is voor alle typen Amsterdammers toegankelijk: bewoners, stichtingen, sociale ondernemers. Zo dienen zzp‘ers of sociale ondernemingen soms hun bestaande onderneming als buurtinitiatief in. Bewoners zien dit als een oneerlijke strijd. Bewoners vinden dat deze ondernemers vaak al subsidie krijgen of bijvoorbeeld een groot netwerk hebben en daardoor makkelijk stemmen voor hun initiatief kunnen verzamelen. “ Een organisatie met bestuur is iets anders, die kunnen subsidie aanvragen” - bewoner Weesp

“

“Een yogaleraar komt dan met het idee van yogalessen voor de buurt. Dan denk ik dat is niet de bedoeling” - West “Een vereniging mag ook andere subsidiepotjes aanspreken. Is dat eerlijk tegenover een losse bewoner die een leuk idee heeft?“ bewoner Weesp “Laat het burgerideeën zijn en geen ZZP’ers die een zakelijk belang hebben, dat zie je ook gebeuren” - bewoner Oost

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

59

2. Resultaten

3.0 Resultaten

Aanbevelingen Maak alle regels van wie en hoe bewoners mee mogen doen aan buurtbudgetten transparant en inzichtelijk. Als alle regels duidelijk zijn voor bewoners, dan neemt dat gevoelens van oneerlijkheid weg. Formuleer een duidelijk antwoord op de volgende vragen: • Wie mag er meedoen? En hoe kun je sociale ondernemers, die vaak waardevolle initiatieven hebben, ondersteunen én tegelijkertijd zorgen dat amateurbewoners ook een buurtinitiatief kunnen aanvragen en realiseren? Als je duidelijk communiceert dat buurtbudgetten voor verschillende groepen (sociale ondernemingen, stichtingen, amateurbewoners) beschikbaar zijn, kan dit al fricties wegnemen. • Hoe vaak mag je meedoen? • Hoeveel initiatieven mag je indienen? • Wat voor soort initiatieven zijn het meest haalbaar? Laat voorbeelden zien of maak een haalbaarheidstoets die bewoners zelf kunnen doorlopen. Ondersteun bewoners in het hele proces van het aanvragen tot het uitvoeren van een buurtinitiatief. Dit om ongelijkheid tegen te gaan. • Communiceer duidelijk de spelregels, stel kaders over wat voor soort initiatieven haalbaar zijn en laat inspirerende voorbeelden zien. Zet dit prominent op de buurtbudgetten website die elk stadsdeel heeft. • Help bewoners hoe ze een plan voor hun initiatief opschrijven. Stadsdeel Zuid is een inspirerend voorbeeld.

Daar organiseerden betrokken ambtenaren na een gezamenlijke brainstormfase, een wekelijks inloopuur om samen met bewoners initiatieven verder te smeden. Dit zou ook met instructievideo‘s kunnen of met tooling. • Help bewoners in de ‘stemronde’ bij het verzamelen van stemmen. Niet iedereen is even computer- en communicatief vaardig. Faciliteer bijvoorbeeld het maken van een flyer. • Neem als ambtenaar een rol van ‘Meedenker’ aan. Denk mee met de bewoners wat wél kan. Als er een regel in de weg zit, hoe kun je om die regel heen werken? Ondervang interne wisselingen. Maak een online dossier, zoals bij de huisarts, zodat bij elke wisseling van ambtenaar de volgende ambtenaar kan lezen waar een bewoner en zijn/haar initiatief staat. Maak dit ook inzichtelijk voor bewoners. Dit vergroot hun gevoel van controle.

60

“

Ik probeer met Stichting Curinesa buurtbewoners die in een sociaal isolement verkeren te koppelen aan een maatje uit de buurt. Ik hoop ze daarmee het gevoel te geven dat ze meetellen en het vertrouwen dat ze mee kunnen doen in onze maatschappij.

61

2. Resultaten

2. Hier Resultaten een titel

2.2 Verschillen tussen de modellen In de opdrachtomschrijving voor deze evaluatie is de gemeente Amsterdam op zoek naar verschillen tussen de modellen die voor buurtbudgetten gehanteerd worden. Gesproken ambtenaren geven tijdens onze interviews echter aan nooit exact een model te gebruiken en soms delen van de verschillende modellen samen te voegen. Aangezien elk stadsdeel een eigen interpretatie en invulling aan de modellen geeft, is het lastig om hier conclusies aan te verbinden. Ondanks dat het lastig is gebleken de modellen één op één te vergelijken, delen we vijf bevindingen ten aanzien van de verschillende modellen die we hebben kunnen achterhalen. 1. In sommige modellen zitten dialoogvormen automatisch al meer ingebakken. In een aantal modellen (Model C, B1 en B2) zitten dialoogvormen automatisch meer verweven in het proces van het aanvragen en doorlopen van een buurtbudget dan bijvoorbeeld Model A. Zo organiseren buurtcollectieven (Model C) vaker dialoogavonden om te praten over mogelijke buurtinitiatieven waar bewoners naartoe kunnen. Deze dialogen brengen verschillende thema’s die bewoners belangrijk vinden aan het licht. Dit zien wij als een positief element dat ook in andere modellen (zoals model A) meer ingezet kan worden.

“

“Wij organiseerden een avond een gesprek te hebben over wat er beter kan in de wijk” - Bewoner collectief Zuidoost “Juist in een buurt (zoals Gein) waarvan men dacht ‘daar is het wel goed en gaat het goed’ brachten buurtbudgetten juist problemen in de wijk op kaart (problemen werden zichtbaar, door de ideeën die mensen aandragen). De wijk werd daardoor sterker.“ - Bewoner Zuidoost

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

62

63

Hier een titel

2. Resultaten

2. In modellen waar stemmen (Model A en B1) en het verzamelen van likes (Model A) zitten, ervaren bewoners het proces van buurtbudgetten niet altijd als eerlijk. Het verzamelen van likes en stemmen door bewoners om hun initiatief verkozen te krijgen, beleven bewoners niet altijd als een eerlijke strijd. Bewoners hebben het gevoel dat je een sterk sociaal netwerk moet hebben, sociale- en communicatieve vaardigheden, en digitale handig moet zijn. Vooral bij het verzamelen van likes hebben bewoners behoefte aan hulp bij hoe je je initiatief verkoopt of hoe je een poster maakt om over je initiatief te vertellen. Ook al stemmen er misschien uiteindelijk zoveel mensen dat de grootte van je netwerk niet uitmaakt, beleven bewoners dit soms wel zo. Model C en B2 lijken iets minder gevoelig voor deze perceptie van oneerlijkheid. Om (perceptie van) ongelijkheid tegen te gaan in modellen waar stemmen en likes verzamelen zitten, hebben bewoners behoefte aan concrete ondersteuning (“Hoe maak je een poster” of “Hoe vertel ik over mijn initiatief“). Bij beleidsdoelstelling 5 op pagina 57 staan hier concrete aanbevelingen voor.

“

“Dat stemmen hangt gewoon af van: wie heeft het grootste netwerk?“ bewoner Weesp “Je moet maar een club achter je hebben, het is net het songfestival“ - bewoner Zuid

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 3. Adviesgroepen niet altijd representatief In sommige buurten die Model B2 hanteren, zijn er adviesgroepen die initiatieven van bewoners beoordelen en uitkiezen. De gesproken ambtenaren ervaren deze adviesgroepen niet altijd als representatief. De ambtenaren horen dat bewoners deze adviesgroepen ook als intimiderend kunnen ervaren. Dit kan andere bewoners tegenhouden om hun initiatieven te presenteren. Vaak bestaan deze adviesgroepen uit bewoners die al lang actief zijn in de buurt en die een ‘ons kent ons’ sfeer met elkaar hebben. Het is belangrijk om bij model B2 representatieve adviesgroepen te waarborgen. Of te zorgen dat er meer roulatie zit in de mensen die in de adviesgroep zitten. Zo voelen verschillende bewoners zich welkom om deel te nemen aan de dialoog en om hun initiatieven te presenteren.

“

“Meer diverse vertegenwoordiging in de adviesgroepen om een breder scala aan initiatieven te stimuleren.“ De huidige groep zit er een lange periode en hebben veel macht” - ambtenaar West “Je moet maar een pitch durven geven (en goed in zijn) voor de adviesgroep” - ambtenaar West

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 64

65

2. Resultaten

Hier een titel

4. In het community based model (model C) en co-creatie (model B1 en B2) ervaren bewoners dat zij laagdrempelig input kunnen geven. Dit wordt gewaardeerd. Buurtcollectieven (model C) spreken vaak verschillende bewoners die bij hen binnenlopen en nemen dit als startpunt voor de dialoog. Bewoners kunnen zo op een laagdrempelige manier input geven over wat hun wensen zijn in de buurt. Zo hoeven bewoners niet meteen een heel plan te schrijven en delen zij toch wat ze belangrijk vinden in de buurt. In Model B (variant 1 en 2) zitten vaker co-creatie elementen, waarbij bewoners net als bij model C laagdrempelig input kunnen geven. Daarmee bieden deze modellen meer ruimte voor indirect zeggenschap. Dit heeft positieve effecten op de inclusiviteit van buurtbudgetten. Het biedt ruimte voor meer verschillende soorten bewoners om mee te doen. Dit zien wij als een positief element dat ook in andere modellen (zoals model A) meer ingezet kan worden. “We organiseerde thematafels om het over thema’s in de buurt te hebben” - Ambtenaar Zuid

“

“In Zuid gingen we met een koffiekar de straat op en spraken we actief mensen aan om naar een thema-avond te komen. Dat werkte goed” - stadsdeel Zuid “Wij organiseerden een avond een gesprek te hebben over wat er beter kan in de wijk” - Bewoner collectief Zuidoost “Grootste wens een fysieke plek waar mensen kunnen samenkomen om het over die buurtbudgetten te hebben. - bewoner Zuidoost

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

66

67

Hier een titel

2. Resultaten

5. Model C legt veel verantwoordelijkheid bij de collectieven. Specifiek voor buurtcollectieven (Model C) hebben collectieven behoefte aan budget voor zelforganisatie vooraf. In Model C krijgen buurtcollectieven een buurtbudget bedrag toegekend van de gemeente Amsterdam. Daarmee kunnen zij verschillende initiatieven starten. Dit geeft hen veel verantwoordelijkheid. Dat is positief en ook uitdagend. Ineens zijn zijn verantwoordelijk voor een grote hoeveelheid geld. Soms voelen de buurtcollectieven zich nog niet professioneel genoeg georganiseerd om deze verantwoordelijkheid goed tot uiting te brengen.

“

“Wij waren wel redelijk georganiseerd, maar ik heb ook collectieven gezien bij wie dit niet was” - Bewoner Zuidoost “Wie neemt het over als ik er niet meer ben, vraag ik mij weleens af?” - Bewoner Zuidoost

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

68

69

2. Resultaten

2.3 Analyse stadsdelen onderling (bestuurders en ambtenaren) Samenvatting & insteek van de analyse Dit subhoofdstuk vergelijkt de stadsdelen onderling, op basis van gesprekken met stadsdeelbestuurders en direct betrokken ambtenaren. De focus is onderscheidende elementen per stadsdeel uit te lichten. De structuur per stadsdeel daarin als volgt: een samenvatting op basis van gevoerde gesprekken in combinatie met een selectie aan quotes ter onderbouwing. Voor alle stadsdelen zijn een bestuurder en een ambtenaar besproken, met uitzondering van Zuidoost (alleen ambtenaar) en West (alleen bestuurder).

2. Resultaten

1. Zuid - Model A, B1 en C Samenvatting Stadsdeel Zuid heeft door middel van proefondervindelijk leren sinds 2020 bepaald dat een aanpak op buurtniveau het best werkt voor het stadsdeel. Zuid is van een combinatie van Model A en B1, overgestapt naar het gebruik van B1 en C. Hierin wordt er op 3 gebieden extra gefocust. Dat betekent dat 60% van het budget het hele stadsdeel toekomt, en 40% voor de focusgebieden is gereserveerd. Deze gebieden wisselen over tijd; na 10 jaar is het hele stadsdeel aan de beurt geweest. Een belangrijke beweegreden voor deze kleinschaliger aanpak is gevoelde competitie tussen buurten, waarbij grotere buurten consistent wonnen van kleinere buurten en er sprake was van oververtegenwoordiging (80%) van ‘groen’ initiatieven. Het gevolg van de nieuwe aanpak is dat bewoners in andere buurten kunnen meedoen en dat ingediende initiatieven socialer van aard zijn geworden. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van een gezamenlijke iftar in de Diamantbuurt. Verder heeft de buurtgerichte aanpak ervoor gezorgd dat er blijvende groepen actief zijn, zoals Buurttuinen in Buitenveldert. Het succes van kleinschaliger is niet uniek voor Zuid; ook in bijvoorbeeld Noord heeft men dit effect ervaren. De kleinschaliger aanpak zorgt tegelijkertijd voor een grotere capaciteitsvraag.

Zo moeten bijvoorbeeld 300 initiatieven beoordeeld worden, en de persoonlijke aandacht verdeeld worden over een grotere groep bewoners. Dit zorgt ervoor dat het proces door betrokken ambtenaren als zwaar wordt ervaren. “Als mensen het meerdere keren niet halen, organiseer je frustratie. Buurtbudgetten op de grootschalige schaal, zorgt voor competitie tussen buurten. De sterkere buurten winnen dan.” - Bestuurder Zuid

“

“Zodra we kleinschaliger gingen werken, werden de initiatieven socialer.” - Bestuurder Zuid “Het heet buurtbudgetten, niet stadsdeel budgetten.” - Bestuurder Zuid “Je geeft mensen vertrouwen, dat de gemeente vertrouwen heeft in hen.” - Ambtenaar Zuid

70

71

2. Resultaten

2. Resultaten

2. Nieuw-West - Model A

3. Zuidoost - Model C

Samenvatting

Samenvatting

Stadsdeel Nieuw-West nam deel aan de pilot in 2019 in Slotermeer, en inmiddels wordt Model A aangehouden in het hele stadsdeel. Uit gesprekken komt naar voren dat dit stadsdeel, meer dan andere stadsdelen, probeert vanuit bestuur bij te sturen op de aard van ingediende initiatieven. Dit heeft er mee te maken dat bewoners plannen indienen die te maken hebben met (achterstallig) onderhoud van de openbare ruimte of veiligheid. Ingediende plannen in de openbare ruimte is iets wat stadsbreed voorkomt, een specifieke focus op onderhoud en zeker veiligheid is wel afwijkend.

Stadsdeel Zuidoost is het enige stadsdeel dat Model C gebruikt, een model dat zich specifiek leent voor het opbouwen van organisatie en opbouw van een platform. Zuidoost stimuleert meer dan in andere stadsdelen investeringen in de opleiding en scholing van initiatiefnemers. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het opstellen van een financiële boekhouding. Dit vergroot zelforganiserend vermogen binnen buurten. Het nadeel is wel dat er sterkere afhankelijkheid van specifieke individuen (of groepen) ontstaat; verhuizen ze of stoppen ze, dan valt ook de kennis weg.

Wat verder opvalt in Nieuw-West zijn vernieuwende manieren om bewoners onderdeel van buurtbudgetten te maken. Zo kunnen bewoners via een voice clip op Whatsapp een plan indienen, in hun eigen taal. Het eerste plan werd in het Pools ingediend. Daarnaast is er een viaduct, onder leiding van een kunstenaar, geschilderd in samenwerking met ongeveer 45 bewoners. Ook is participatie relatief hoog: vorig jaar zijn er 330 plannen ingediend, met een stemmings percentage van 9%.

In Zuidoost is er relatief veel ondersteuning en begeleiding van derde partijen, zoals Stichting Woon. Dit kent twee redenen. Ten eerste gaat Model C ervan uit dat elke buurt een buurtcollectief heeft, dat blijkt in Zuidoost echter niet overal het geval. Daarnaast zijn er incidenten geweest die tot frictie tussen bewoners hebben gezorgd. Het meest sprekende voorbeeld is de situatie waarin een bewoner haar eigen uitvaart had bekostigd met buurtbudgetten. De betrokkenheid van een derde, bemiddelende partij lijkt positieve effecten te hebben voor zowel bewoners als de algehele perceptie van buurtbudgetten.

Tot slot is de afstand tussen overheid en bewoner relatief groot in dit stadsdeel. Bewoners associëren contact met de gemeente voornamelijk met rekeningen en boetes, of ervaren te veel stress op dagelijkse basis om deel te nemen aan buurtinitiatieven. Ook kent dit stadsdeel de grootste laaggeletterdheid van de stad.

Meer dan in andere stadsdelen (want: Model C), vraagt de analyse van ingezette capaciteit ten opzichte van impact om een blik die meerdere jaren vooruit kijkt. De opstartkosten zijn namelijk relatief hoger, bijvoorbeeld omdat er geld gaat naar het opleiden van deelnemende bewoners.

“Taal mag geen barrière zijn. Onze eerste aanvraag was Pools. Mensen kunnen bij ons ook indienen met een voice clip in een speciaal aangemaakt Whatsapp account. Dat laatste werkt goed.” Bestuurder Nieuw-West.”

“

“Met 30 tot 60 mensen en een kunstenaar is er samengewerkt om een donker viaduct kleur te geven en daarmee het gevoel van onveiligheid te verminderen.” - Ambtenaar Nieuw-West “Bereik in Nieuw-West gaat niet vanzelf. Veel mensen denken: is dit de incasso?” - Bestuurder Nieuw-West.” “Ik overweeg meer beperkingen: je ziet dat veel projecten opgevoerd worden die te maken hebben met achterstallig onderhoud van de openbare ruimte.” - Bestuurder Nieuw-West

72

“Reserveer een deel van het budget voor het opkrikken van de organisatie en een professionaliseringsslag.” - Ambtenaar Zuidoost

“

“We moeten verder kijken dan 1 jaar, want de opstartkosten zijn heel hoog.” - Ambtenaar Zuidoost “In de perfecte wereld zie ik de gemeente alleen als geldschieter.” Ambtenaar Zuidoost “Model C gaat ervan uit dat elke buurt een buurtcollectief heeft. Dat is niet zo.” - Ambtenaar Zuidoost

73

2. Resultaten

2. Resultaten

4. Oost - Model A, B

5. Noord - Model B

Samenvatting

Samenvatting

Stadsdeel Oost nam deel aan de pilot in 2019 in Slotermeer, en inmiddels Oost is, net als bijvoorbeeld West, al enige jaren bekend met participatief begroten via Oost Begroot (Model A). Oost werkt met bewoners samen om thema’s te bepalen en het stadsdeel geeft aan meer in co-creatie met bewoners te willen doen en deelname laagdrempeliger te maken. Dit zijn kenmerken van model B. De switch richting een nadruk op co-creatie heeft te maken met lage opkomst bij thema bepalingen. Daarnaast blijken de gekozen thema’s later beperkend te werken voor initiatieven die vanuit bewoners komen.

Stadsdeel Noord heeft veel mensen bij elkaar gebracht via het Antwerps model, een spelvariant om met elkaar in gesprek te gaan. Dit kan worden gezien als een variant op model B, co-creatie. Daarnaast is Noord een groot stadsdeel met veel variatie tussen buurten, en wordt aangegeven dat succes groter wordt wanneer de schaal kleiner wordt. Dit laatste wordt ook genoemd in Zuid. Anders dan in Zuid kent Noord relatief veel armoedeproblematiek.

Opvallend in Oost is dat er een aantal buurten relatief kwetsbaar zijn, maar wel een sterke sociale cohesie kennen. Bijvoorbeeld de Indische buurt. Dat komt onder meer doordat er veel organisaties en stichtingen actief zijn in de buurten. Dit lijkt er voor te zorgen dat de gemeente in deze buurten in relatief nauw contact met bewoners staat. Dit inzicht wordt onderstreept door de grote meerwaarde die men ervaart door het voeren van gesprekken op straat met bewoners. Dit helpt vooral bij bewoners die post van de gemeente normaal weggooien. Dit laatste is niet uniek voor Oost, en komt onder andere ook in Nieuw-West en Zuidoost voor. De ‘keerzijde’ van veel actieve professionals in de buurten, is dat er relatief veel sociale ondernemers deelnemen aan buurtbudgetten. Het resulteert in sommige gevallen in een kleine groep indieners die continu terugkomt, en daarnaast op meerdere manieren hun weg naar de gemeente weet te vinden: ze gaan ‘shoppen’. “Ik ben er trots op dat ambtenaren en bewoners dichter bij elkaar komen.” - Bestuurder Oost “Buurtbudgetten is alleen maar een middel.” - Bestuurder Oost

“

Dit uit zich onder meer een relatief groot aantal projecten in de openbare ruimte met daarin een focus op het opknappen of opruimen van de buurt. Daarnaast gaat ongeveer een derde van de initiatieven over ‘groen’. Dit is een parallel met NieuwWest. Maar anders dan in Nieuw-West wordt er vanuit het bestuur niet actief bijgestuurd op de inhoud van ingediende plannen. Ook valt op dat stemmen, zowel de uitkomst als het proces eromheen, frictie tussen bewoners onderling en tussen bewoners en de gemeente heeft veroorzaakt. Anders dan in Zuidoost is er geen derde partij die in gevallen van vermeende fraude bemiddeld heeft, maar heeft de gemeente zelf onderzoek gedaan.

“

“Er zijn voorbeelden waarbij alle stemmen van 3 IP adressen kwamen. Dan doet de gemeente Amsterdam onderzoek. Andere indieners waren heel boos.” - Ambtenaar Noord “Veel mensen in Noord zijn laaggeletterd of niet digitaal vaardig. Dit geeft ‘sterke’ bewoners een voordeel, omdat stemmen digitaal gaat.” - Ambtenaar Noord “We gaan dit jaar niet stemmen, dat is beter met Noord.” Ambtenaar Noord

“Op straat spreek je iedereen.” - Ambtenaar Oost “Alles wat van bewoners komt, is goed.” - Ambtenaar Oost “Bewoners willen bijvoorbeeld gewoon samen koken en samen zijn. Maar het thema was duurzaamheid. Toen gingen bewoners de tekst aanpassen: we gaan praten over duurzaamheid.” - Ambtenaar Oost

74

75

2. Resultaten

2. Resultaten

6. Centrum - Model A, B

7. West - Model A, B2

Samenvatting

Samenvatting

Stadsdeel Centrum werkt met Model A, en heeft tussentijds een uitstap gemaakt naar Model B. Die uitstap had niet de gewenste effecten; de invloed van buurtbewoners in het buurtcomité zou er te groot van worden. Om deze reden gaat het stadsdeel verder met Model A. Om toch op kleinere schaal te kunnen werken, wordt er gedacht aan 12 tot 13 buurtcombinaties. In gevoerde gesprekken komt ook naar voren dat Centrum een aantal succesvolle, terugkerende initiatieven kent met een sociaal karakter. Voorbeelden hiervan zijn ‘Klassiek op het Amstelveld’ en ‚De Tiffeltafel‘. Het fenomeen dat buurtbewoners met een sterk netwerk, succesvoller gebruik maken van buurtbudgetten komt in vrijwel alle stadsdelen voor. In Centrum is hier ook sprake van. Opvallend is dat dit in mindere mate het gevolg lijkt van aanwezige sociaal ondernemers (zoals in Oost en West), maar dat het gaat om ‘amateurs’ met een groot netwerk.

Stadsdeel West werkt met Begroot (model A) en met buurtbudgetten (model Net als Oost hanteert WestWest twee modellen van participatief begroten: West Begroot B2). Voor West Begroot is van de plannen die genoeg stemmen behalen altijd een (Model A) en buurtbudgetten (Model B2). West wordt stadsbreed gezien als groot aandeel fysieke plannen. Bij buurtbudgetten zijn het juist vaak vooral sociale voorloper van de stadsdelen als het gaat over deze democratische instrumenten. plannen. Om het aandeel sociale plannen wat meer kans te geven binnen West Het inzetten van beide,vorige zorgteditie ervoor dat er variatie initiatieven binnen West Begroot, is het budget verdeeld in 50% aan fysiek en 50% activiteiten. Dat doorgang vindt.resultaten, en leverde in de vorm van activiteiten meer sociale gaf zeer goede plannen op. Uit het gesprek met de bestuurder komt naar voren dat de meeste ingediende plannen sociaal hebben: bijvoorbeeld danslessen. verder Vorig jaareen is de regel karakter ingevoerd dat iemand maximaalkooktweeofkeer mee magWat doen met opvalt is dat West vaker gebruik gemaakt hetzelfde planinen daneen eenpaar jaar sociaal verplichtondernemers pauze moet nemen. Dit omhebben ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk om mee teveel doen met West Begroot en niet vaniedereen buurtbudgetten. Hoewelkans dezeheeft ondernemers stemmen krijgen, probeert steeds dezelfde groep bewoners.

Maar er was best wat teleurstelling over deze regel. West terugkerende aanwezigheid te beperken om ruimte te geven aan andere West is nu in deopgesteld stadsdeelcommissie over het wel of niet bewoners. Zogesprek is nu demet regel dat na 2 keer hetzelfde plan teafschaffen hebben van de regel voor dejaar editie West Begroot 2025. ingediend, één nietvan mag worden meegedaan.

Tot slot valt op dat de gewenste rol van de gemeente in de uitvoering van plannen sterk wisselt. In sommige gevallen verwachtten bewoners dat de gemeente hun plan volledig voor ze zou uitvoeren, daar waar anderen het liefst zo min mogelijk bemoeienis van de gemeente wenste bij het uitvoeren en budgetteren. “Mensen stemmen elk jaar op ‘Klassiek op het Amstelveld’ en de Tiffeltafel.” - Ambtenaar Centrum

“

“Bewoners die een groot netwerk hebben of aangesloten zijn bij een stichting, hebben meer bereik bij het indienen van een voorstel.” Ambtenaar Centrum “Bewoners wensen de gemeente Amsterdam succes met het uitvoeren van hun plan.” - Ambtenaar Centrum “Bewoners wilden het liefst dat de gemeente Amsterdam niet betrokken was bij de besteding van middelen. We hebben wel een toezichthoudende functie. Een kostenpost als ‘overige kosten’ kan niet.” - Ambtenaar Centrum

76

77

2. Resultaten

3.0 Het onderzoek

8. Weesp - Model A Samenvatting Weesp werkt op dit moment met Model A, Weesp Begroot. Dat werkt goed voor het stadsdeel dat afwijkt van andere stadsdelen. Weesp is bijvoorbeeld een stuk kleiner: er wonen er 22 duizend mensen, wat neerkomt op ongeveer een zesde van stadsdeel Oost. Ook ligt het percentage stemmers hoger dan in andere stadsdelen: tussen de 20% en 25%. Het stemproces werkt erg positief onder bewoners, ‘het zoemt rond’. Dat is opvallend omdat in andere stadsdelen zoals bijvoorbeeld Noord en Zuid, ook naar voren is gekomen dat het stemproces voor frictie en onvrede kan zorgen. Hoewel buurtbudgetten als positief ervaren wordt door bewoners, is er ook frustratie die voortkomt uit wisselingen bij de gemeente die voor ruis bij de uitvoer zorgde. Ook is er een voorbeeld waarbij een ingediend plan voor van een jeu de boulesbaan voor veel boosheid onder bewoners heeft gezorgd. Net als in andere stadsdelen zijn bewoners met een sterk netwerk of een onderneming actief binnen buurtbudgetten, maar meer dan in gesprek met andere stadsdelen wordt hier ook de meerwaarde van benadrukt. Zo is Buurtbuik een goedlopend initiatief.

“

78

“In de overdracht is veel misgegaan. Er is veel ruis ontstaan we zijn er laat achter gekomen dat alles stil lag.” - Ambtenaar Weesp “Er stemmen ongeveer 20%, misschien wel 25% als je alleen stemgerechtigden hebt.” - Bestuurder Weesp “Het concept is door Weespers omarmd. Het is een veel kleiner gebied.” - Ambtenaar Weesp

79

2. Resultaten

3.0 Het onderzoek

2.4 Analyse behoeften evaluatie-format en proces

Model A

We ontwikkelden een evaluatieformat dat in de toekomst stadsbreed kan worden ingezet bij evaluaties. Het evaluatieformat heeft drie varianten: model A, model B1/B2 en model C. Het format is in samenwerking met onderzoekers van de gemeente Amsterdam gecreëerd. Vervolgens is het format tijdens de evaluatie ingezet, en aangescherpt op basis van voortschrijdend inzicht. De uitgangspunten van het format zijn: Faciliterend:

Hanteerbaar:

Inzichtelijk:

80

Het format moet het gesprek tussen bewoner en ambtenaar faciliteren en vergemakkelijken, zonder dat dit in een discussie uitmondt. Het format moet voor gebruikers logisch en vanzelfsprekend in gebruik zijn, en toepasbaar voor alle stadsdelen. De vrije ruimte onder elke processtap, geeft de mogelijkheid om op te schrijven hoe er precies invulling aan een processtap werd gegeven. Dit omdat er niet altijd strikt aan de modellen gehouden wordt.

Het format moet helpen om zo snel mogelijk van evaluatie naar concrete verbeteringen op processtappen te komen.

81

3.0 Het onderzoek

Model B1/B2

82

3.0 Het onderzoek

Model C

83

Hier een titel

Hier een titel

3.0 Advies en vervolgproces

84

85

3. Advies en vervolgproces

3.1 Belangrijkste aanbevelingen voor het vervolgproces In de Resultaten (hoofdstuk 2) worden inzichten gepresenteerd zonder er een mening aan te geven. We zien meerwaarde in alle beschreven inzichten. Om de inzichten in een toekomstig verbeterproces toe te passen, zullen keuzes gemaakt moeten worden om ze gefaseerd en haalbaar te implementeren. Vanuit onze ervaringen - opgedaan tijdens dit onderzoek, en als social design bureau - geven we advies met welke acties er hoogstwaarschijnlijk het meeste effect wordt bereikt op de lange termijn. Daarnaast lichten we er ook graag een aantal aanbevelingen uit die volgens ons juist op korte termijn, met relatief weinig capaciteit of middelen een positief effect kunnen hebben om de beoogde doelstellingen van buurtbudgetten te behalen.

3. Advies en vervolgproces

1. Focus op inclusiviteit: maak buurtbudgetten toegankelijk voor álle bewoners van Amsterdam Overkoepelend is de huidige inrichting (2023) van de buurtbudgetten te weinig inclusief. Om een initiatief voor een buurtbudget in te dienen en uit te voeren moet je veel tijd en cognitieve capaciteit hebben. Je moet sociaal vaardig zijn, kunnen lezen en schrijven, je initiatief kunnen verkopen, een groot netwerk hebben, de weg binnen de gemeente Amsterdam kennen en sterk in je schoenen staan. Ook indirect zeggenschap geven aan bewoners kan inclusiever. Er liggen kansen om zowel actief zeggenschap (zelf een initiatief indienen en uitvoeren) en indirect zeggenschap (bijvoorbeeld door middel van stemmen of deelnemen aan co-creatie) toegankelijker te maken. Dit vraagt om het anders inrichten van het huidige proces van het aanvragen van buurtbudgetten, zodat bewoners laagdrempelig kunnen participeren. Zo kan er meer multimediaal gedacht worden. Sommige stadsdelen zetten al meerdere manieren van indienen in. Nieuw-West heeft gewerkt met gesproken Whatsapp berichten om een plan in te dienen en er zijn veel varianten van ondersteuning bij het indienen. Voor inclusie is het wenselijk om in alle stadsdelen zulke vormen toe te passen. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 2.

Bied als gemeente Amsterdam constante en kwalitatieve ondersteuning De gemeente Amsterdam heeft weinig beschikbare capaciteit om bewoners ondersteuning te bieden rondom buurtbudgetten, maar bewoners zelf ook. Het indienen en uitvoeren van een initiatief is een hoop werk. Van plannen schrijven tot begrotingen indienen. Dit vraagt ook leiderschap van bewoners. Zij moeten, met beperkte kennis van het ambtelijk systeem, hun weg zien te vinden in regels en vergunningen. Betere begeleiding in dit proces is gewenst: 1. Bewoners hebben behoefte aan constante en kwalitatieve ondersteuning om hun initiatieven te realiseren. 2. In een sessie met projectleiders van buurtbudgetten werd geopperd om te verkennen of bewoners meer ambtelijke bevoegdheden kunnen krijgen. Bijvoorbeeld tijdelijk buitengewoon ambtenaar kunnen worden. Dit is een discussie die gevoerd zou kunnen worden binnen de gemeente Amsterdam. 3. Reik middelen aan om het beleidsspel beter te begrijpen. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

86

87

3. Advies en vervolgproces

3. Bepaal de (maatschappelijke) effecten van buurtbudgetten volgens een aantal terugkerende principes. Tijdens dit onderzoek werd in een sessie met projectleiders van buurtbudgetten duidelijk dat de projectleiders ervaren dat het succes van buurtbudgetten nu vaak wordt bepaald aan de hand van cijfers en feiten. Bijvoorbeeld: Hoeveel bewoners dienen een initiatief in? Hoeveel bewoners stemmen? Maar de effecten van buurtbudgetten zijn niet altijd ‘hard’ te meten of te bewijzen. De maatschappelijke effecten die buurtbudgetten teweegbrengen blijken vaak in beperkte mate meetbaar, komen op verschillende momenten (pas) tot uiting (binnen een week na introductie, tot een jaar na introductie) of blijven volledig ongrijpbaar. Buurtbudgetten hebben vaak ook invloed op ‚zachtere‘ aspecten, zoals relaties, waarden, motivaties, denkbeelden, kennis en vaardigheden. Deze aspecten zijn ook belangrijk om mee te nemen in het gesprek over het succes van buurtbudgetten. Om een volledig beeld te krijgen van de prestaties, afgezet tegen de doelstellingen die de gemeente Amsterdam met buurtbudgetten heeft, is het belangrijk om aanvullende impactprincipes te gebruiken. Deze worden hieronder beschreven. Ons advies is om in toekomstige evaluaties de uitkomsten te categoriseren aan de hand van de drie onderstaande principes.

Zo kun je een rijkere uitspraak doen over de verschillende effecten van buurtbudgetten. Dit geeft meer handvatten voor het voeren van de discussie over buurtbudgetten binnen de gemeente Amsterdam. De drie aanvullende principes voor het bepalen van impact zijn: Bepaal de maatschappelijke impact op straat en systeem ‘Straat’ gaat over de letterlijke context waarin buurtbudgetten plaatsvinden. Dus de impact op de buurt, het vraagstuk, de direct betrokken bewoners en de betrokken ambtenaren. ‘Systeem’ impact gaat over het effect op het systeem in bredere zin: een bredere groep bewoners (breder dan de enkel de buurt), een bredere groep organisaties en effecten op langere termijn. Dit kan ook betekenen dat het beleid van een stadsdeel structureel verandert vanwege het succes van een buurtinitiatief. Of dit uit zich bijvoorbeeld in nieuw beleid rondom democratie of een fundamenteel andere inrichting van buurtbudgetten. Bepaal directe en indirecte effecten Om een realistisch beeld te creëren bij de effecten van initiatieven en het proces van buurtbudgetten, is het handzaam onderscheid te maken tussen directe en indirecte effecten die het buurtinitiatief creëert. De focus ligt nu te veel op directe effecten, door ook de indirecte effecten mee te nemen, ontstaat er een volledig(er) beeld.

Dit onderscheid gaat over de mate waarin buurtbudgetten te verbinden zijn aan de veranderingen die veroorzaakt zijn.

3. Advies en vervolgproces

Bepaal positieve en negatieve impact Een hoge beoordeling van een ingediende aanvraag voor een buurtbudget leidt niet automatisch tot goede uitkomsten, zeker niet in een veld waar veel krachten samen spelen. Kijk naar zowel de positieve als negatieve effecten die initiatieven teweegbrengen. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 4. Stimuleer initiatieven in het sociale domein In de beleving van een aantal bewoners (uit deze evaluatie) worden in de huidige opzet (2023) van buurtbudgetten kleine initiatieven in de publieke ruimte vaker ingediend of uitgekozen dan initiatieven in het sociale domein. Bewoners ervaren dat deze initiatieven niet altijd bijdragen aan sociale cohesie, terwijl bewoners dit wel belangrijk vinden en dit ook een beleidsdoelstelling is. Natuurlijk zorgen sommige initiatieven in de publieke ruimte ook indirect voor sociale cohesie. Bijvoorbeeld een bankje waar mensen elkaar ontmoeten. Er liggen kansen om initiatieven in het sociale domein meer te stimuleren omdat deze vaak een directe relatie met sociale cohesie hebben. Enerzijds omdat sociale cohesie een van de beleidsdoelstellingen is, en omdat initiatieven in het sociale domein hier aan bij kunnen dragen. Anderzijds omdat juist de initiatieven in de openbare ruimte vaak in de moeilijkheden van regels en vergunningen terechtkomen.

Dit ontneemt plezier voor zowel bewoner als ambtenaar om deel te nemen aan buurtbudgetten. Het stimuleren van initiatieven in het sociale domein kan op vier niveaus: 1. Procesbegeleiding in hoe bewoners naar sociale thema’s kunnen kijken en de ontwikkeling van initiatieven. Hoe breng je een waardevolle dialoog op gang? Hoe genereer je kansrijke initiatieven? 2. Initiatieven in het sociale domein vragen om een verkenningsproces om een juiste (sociale) fit te krijgen in en met de buurt. Tijdens dat verkenningsproces komen vragen naar boven als: Wie doet er mee? Hoe haakt het in op het ritme van de buurt? Hoe krijgen bewoners het georganiseerd? Om ruimte hiervoor te faciliteren kun je het buurtbudget voor initiatieven in het sociale domein ook als experimenteerruimte inrichten. Hierbij kunnen bewoners experimenteren met initiatieven. Als een initiatief naar meer smaakt en concreter wordt, dan kan er gekeken worden of het initiatief geleidelijk ingericht kan worden en kunnen mensen stap voor stap inhaken. Door het buurtbudget óók toe te kennen aan initiatieven die deze experimenteerruimte (nog) nodig hebben, neemt de kans mogelijk toe dat er meer succesvolle initiatieven in het sociale domein succesvol worden.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

88

89

3. Advies en vervolgproces

3.0 Het onderzoek

3. Communiceer de verschillende vormen in het sociale domein waar bewoners aan kunnen denken in het begin van het proces. Dit kan helpen de dialoog op gang te brengen over wat er nodig is in de buurt. Laat inspirerende voorbeelden zien van succesvolle sociale initiatieven en betrek sociale ondernemers in de buurt. Zij kunnen met hun kijk andere bewoners meenemen in hun manier van denken en hen inspireren. Communiceer dit multimediaal: flyer, website, social media. 4. Richt twee potjes in voor buurtbudgetten. Eenmalige toekenning en meerjaren subsidies. Meerjarige toekenning brengt uiteraard een ander risico en afhankelijkheden met zich mee. We adviseren daarom om dit volgens een stagegate model te doen. Zo’n model geeft de gemeente Amsterdam de mogelijkheid om op een veilige manier langdurige samenwerkingen aan te gaan, door elke (nieuwe) fase te kunnen accorderen aan de hand van doelstellingen. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 5. Overweeg of democratisering eenvoudiger kan Buurtbudgetten is een middel om voor democratisering te zorgen. De achterliggende gedachte kent draagvlak, maar onderdelen van de uitvoering blijken voor zowel bewoner als ambtenaar complex. Het gevolg is krapte in capaciteit, afhakende bewoners of bewoners die buiten beeld blijven. Twee concrete suggesties: 1.

Kan de gemeente Amsterdam terugkerende thema‘s borgen die voortkomen uit ingediende initiatieven in reguliere processen en dienstverlening? Om dit te bereiken, kan de gemeente Amsterdam beginnen met het opzetten van een gestructureerd systeem dat de identificatie, analyse en integratie van terugkerende thema‘s mogelijk maakt. Bijvoorbeeld door alle initiatieven die worden ingediend te registreren en evalueren in een centrale database. Door deze gegevens te analyseren, kunnen patronen en thema‘s worden ontdekt, variërend van specifieke behoeften in een bepaalde buurt tot bredere kwesties die stadsbreed spelen. Vervolgens kan de gemeente deze thema’s verwerken in haar reguliere processen en dienstverlening. Op deze manier hoeven bewoners niet voor iedere fase opnieuw aan te vragen en hoeft de gemeente Amsterdam het niet opnieuw te beoordelen. Aan de andere kant, wordt de wens van de bewoners over wat zij belangrijk vinden in hun buurt wel uitgevoerd. 2. Op buurtniveau worden nu succesvolle initiatieven uitgevoerd en succesvolle processen doorlopen. Zo’n buurtinitiatief heeft nu qua impact en governance de buurt zelf als plafond. Terwijl successen ook opgeschaald kunnen worden.

Kan de gemeente Amsterdam zulke initiatieven en processen schalen naar stadsniveau? Dus als een buurtinitiatief structureel iets bijdraagt aan de beleidsdoelen en thema’s waar de gemeente Amsterdam aan wil werken, hoe kan de gemeente Amsterdam dit dan uitbouwen?

90

91

3. Advies en vervolgproces

3.2 Vijf acties om op korte termijn toe te passen In deze paragraaf geven we de vijf belangrijkste acties weer om de beoogde doelstellingen van de gemeente Amsterdam rondom Buurtbudgetten op korte termijn (2024) beter te behalen. 1. Laat de modellen los. Het is belangrijk om te realiseren welk doel de drie modellen dienen en waarom het essentieel is om eraan vast te houden? Realiseer daarnaast voor wie dit belangrijk is: ambtenaren, bestuurders of bewoners? Het risico is dat het aanvragen van buurtbudgetten een te technische exercitie wordt, in dienst van een systeem in plaats in dienst voor bewoners. De verschillende stadsdelen gebruiken nu variaties en combinaties van de drie modellen. Laat stadsdelen na vijf ‘oefenjaren’ op basis van geleerde lessen zelf hun model schrijven, en zoek naar uniformiteit op het gebied van doelen, evaluaties en rapportage van effecten. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 2. Faciliteer het gesprek binnen de gemeente Amsterdam hoe te kijken naar buurtbudgetten. Uit de evaluatie komt naar voren dat de huidige principes van buurtbudgetten niet altijd even helder zijn voor de verschillende ambtenaren binnen de gemeente Amsterdam. Weten de ambtenaren wat de doelen zijn? Welke houding naar bewoners gewenst is? Ambtenaren ervaren in hun werk rondom buurtbudgetten nu spanningen en ongemak.

Het erkennen hiervan en gesprek op gang brengen kan deze spanning verminderen. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 3. Richt beter de communicatiestromen in tussen ambtenaren werkzaam in verschillende domeinen binnen de gemeente Amsterdam. Zorg voor betere communicatie tussen projectleiders van buurtbudgetten en ambtenaren werkzaam in de openbare ruimte. Het frustreert bewoners dat dit nu niet goed gebeurt. Zo krijgen bewoners soms een fysieke plek toegewezen voor hun initiatief waar door ambtenaren van de publieke ruimte plotseling iets anders wordt gedaan. Betere communicatie binnen de gemeente Amsterdam voorkomt teleurstelling en vergroot het gevoel van eigenaarschap bij bewoners. Concreet zou dit kunnen betekenen: Link de dossiers van initiatieven aan het dossier met plannen voor de openbare ruimte. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

3. Advies en vervolgproces

4. Communiceer heldere kaders voor het aanvragen en uitvoeren van een buurtbudget initiatief. De kaders van buurtbudgetten zijn niet altijd helder en concreet voor bewoners van de gemeente Amsterdam. Ons advies is om heldere kaders te communiceren op de volgende punten. Soms zijn de kaders er al en kunnen ze beter gecommuniceerd worden. Daarnaast laat deze evaluatie zien dat bewoners en ambtenaren ook behoefte hebben om een aantal kaders duidelijker te definiëren: Kader 1: Deelname aan buurtbudgetten Communiceer heel transparant over wat de voorwaarden zijn om mee te doen en wie er mee kan doen. Leg duidelijk uit dat zowel ZZP’ers, amateurbewoners en sociale ondernemingen mee mogen doen en waarom. Kader 2: Openbare ruimte 1. Het succes van initiatieven in de openbare ruimte valt of staat met goede kaders. Communiceer duidelijk over wat wel kan en laat dit zien met duidelijke en sprekende voorbeelden. Zo temper je vooraf de verwachtingen en voorkom je teleurstellingen achteraf. 2. Er is behoefte van bewoners om kritisch te kijken naar kaders voor initiatieven in de publieke ruimte. Wanneer hoort een aangedragen initiatief bij buurtbudgetten en wanneer hoort het eigenlijk gewoon bij de reguliere taken van ambtenaren werkzaam in de publieke ruimte? Kader 3: Continuering Bekijk het kader van continuïteit van buurtbudgetten opnieuw.

Een buurtbudget is nu voor max een jaar, terwijl sommige initiatieven gebaat zijn bij langer onderhoud. Hoe kan er gezorgd worden voor continuïteit? 5. Faciliteer onderlinge samenwerking en kennismaking tussen bewoners/ collectieven. Het delen van ervaringen werkt ‘verlichtend’; bewoners zien dat zij niet alleen zijn en dat buurtgenoten met vergelijkbare uitdagingen worstelen als zij zelf. Bewoners kunnen elkaar helpen en versterken door in contact te komen. Dit kan door bewoners letterlijk met elkaar aan tafel te zetten. Hier is behoefte aan. Het scheelt de gemeente Amsterdam tijd en capaciteit: initiatieven worden niet dubbel ingediend (en dus twee keer getoetst) en kunnen bewoners elkaars onvervulde behoeften vervullen (zodat de gemeente Amsterdam dit niet hoeft te doen). Het is handig om hier als gemeente Amsterdam een vast format voor te ontwikkelen, zodat het organiseren van deze matching niet onnodig veel tijd in beslag neemt. Denk aan het opzetten van een platform waar bewoners onderling gelinkt kunnen worden. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

92

93

3. Advies en vervolgproces

3.0 Het onderzoek

3.3 Aanbevelingen voor toekomstige gemeentebrede evaluatie Hieronder geven we de vier adviezen om toekomstige evaluaties goed op te zetten. 1. Zet ambtenaar en bewoner samen aan tafel Betrek bij toekomstige evaluaties zowel ambtenaren als bewoners. Uit deze evaluatie bleek dat zowel ambtenaren als bewoners het waardevol vinden om samen aan tafel te zitten. Ze wisselen perspectieven uit, leren van elkaar, en begrijpen elkaars wereld (systeem- en leef) beter. Het betrekken van beide perspectieven creëert een waardevolle dialoog wat wel en niet goed gaat binnen de huidige opzet van buurtbudgetten. Er ontstaat meer wederzijds begrip en vertrouwen tussen bewoner en ambtenaar. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 2. Stel je ontvangend op Laat bewoners hun ervaringen delen, en probeer weg te blijven van een inhoudelijke reactie die tot discussie leidt. Dit zorgt namelijk voor minder succesvolle of zelfs contraproductieve evaluaties. Het doel van de evaluatie is op te halen hoe bewoners het proces en de samenwerking ervaren, en niet wie er gelijk heeft. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 3. Durf de modellen los te laten Zie de modellen als een onderdeel van de evaluatie waar succesvolle elementen in zitten het proces van buurtbudgetten goed in te richten.

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci 4. Buurtbudgetten blijven een iteratief proces Het proces van buurtbudgetten is telkens leren en bijschaven in wat wel en niet goed werkt. Probeer er als ambtenaar ook door die bril naar te kijken. Denk niet te snel in ‘nee’ door regels en vergunningen, maar ga stap voor stap op zoek hoe een wens van een bewoner of initiatief wel mogelijk zou kunnen worden. Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inci

94

95

Dit onderzoek is tot stand gekomen in samenwerking met:

Opdrachtgever - Gemeente Amsterdam Betrokken vanuit Gemeente Amsterdam -Chaheed Chekhchar, Marije Bierlaagh en Olga Leijten Projectleider onderzoek A/BZ - Nadine Komduur en Pepijn Kip Onderzoekers A/BZ - Nadine Komduur, Pepijn Kip en Zoe Sluisdom Ontwerp en visualisatie - Roaa Alhaj Saleh Fotografie - Maarten Delobel

97

Social design bureau

Social design bureau Afdeling Buitengewone Zaken (2011) onderzoekt en verbetert complexe maatschappelijke vraagstukken. Door ongeziene en lastig bereikbare doelgroepen te betrekken bij co-creatieve verbeterprocessen stelt Afdeling Buitengewone Zaken de doelgroep centraal in de vraagstukken waaraan ze werkt. Daarbij werkt ze toe naar maatschappelijke impact op zowel straat als systeemniveau. Om zo transities te onderzoeken, bloot te leggen of te versnellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14465515/1