Stedelijke evaluatie buurtbudgetten definitief.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
Een stadsbrede evaluatie van buurtbudgetten
Hier een titel
Leeswijzer Inhoudsopgave
In dit rapport worden de volgende termen gebruikt, hier volgt per term een korte toelichting:
Leeswijzer
5
Over uitvoeders van het onderzoek
7
Samenvatting
8
1.0 Het onderzoek
13
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding van de evaluatie Doelstellingen en onderzoeksvragen Modellen per stadsdeel van gemeente Amsterdam Doelgroep en werving Verantwoording van de (methoden voor de ) evulatie
2.0 Resultaten
27
3.0 Advies vervolgproces
83
2.1. Beleidsdoelen versus ervaringen van bewoners 2.2. Verschillen tussen de modellen 2.3. Analyse stadsdelen onderling (bestuurders & ambtenaren) 2.4. Analyse behoeften evaluatie-format en proces
3.1 3.2
Belangrijkste aanbevelingen voor het vervolgproces Aanbevelingen voor toekomstige gemeente-brede evaluatie
Buurtbudgetten
Adviesgroep
Het buurtbudget is een budget dat de gemeente Amsterdam beschikbaar stelt voor een buurt, gebied of buurtnetwerk. Bewoners kunnen hiermee hun buurt verbeteren.
In West is een adviesgroep betrokken bij buurtbudgetten. Een adviesgroep bestaat uit een vaste groep bewoners en wordt ondersteund door de gebiedsmakelaars. De adviesgroep adviseert over het toekennen van het buurtbudget.
Bewoner
Stem
Een bewoner is een Amsterdammer die wel of niet een buurtbudget heeft aangevraagd.
In sommige modellen kunnen bewoners stemmen op ingediende initiatieven.
Modellen Stadsdelen bepalen zelf hoe de uitwerking van buurtbudgetten in hun stadsdeel er precies uitziet. Daarvoor is keuze uit drie modellen.
Model A: ‘Amsterdam begroot’: dit is het model waarbij alle bewoners binnen het stadsdeel kunnen stemmen op ideeën voor de buurt. Iedereen kan deelnemen. Model B (twee varianten): ‘Co-creatie’: het stadsdeel en de bewoners bepalen in co-creatie de thema’s, spelregels en het proces. Dit kan op verschillende manieren uitgevoerd worden. Model C: ‘Community based begroot’: het buurtbudget gaat naar een bestaande bewonersgroep. Het proces wordt door buurtbewoners zelf vormgegeven.
2
3
Over de uitvoeders van dit onderzoek Social design bureau Afdeling Buitengewone Zaken (2011) onderzoekt en verbetert complexe maatschappelijke vraagstukken. Door ongeziene en lastig bereikbare doelgroepen te betrekken bij co-creatieve verbeterprocessen stelt Afdeling Buitengewone Zaken de doelgroep centraal in de vraagstukken waaraan ze werkt. Daarbij werkt ze toe naar maatschappelijke impact op zowel straat als systeemniveau. Om zo transities te onderzoeken, bloot te leggen of te versnellen. Afdeling Buitengewone Zaken werkte de afgelopen 13 jaar aan uiteenlopende verbetertrajecten voor nagenoeg alle ministeries, alle grote gemeenten en publieke dienstverleners. Zo verbeterden ze de manier hoe toeslagen aangevraagd kunnen worden (Ministerie SZW - 2023), ontwikkelden ze een zachte landing voor jongeren die uit detentie komen (Ministerie J&V - 2022) en richtten ze het programma Maatschappelijke Diensttijd stap voor stap in (Ministerie OC&W). Afdeling Buitengewone Zaken is initiatiefnemer van de Social Design Showdown. Een leer- en verbeterprogramma waarbij het social design werkveld onder andere reflecteert op de samenwerking met ambtenaren.
Projectleider
Nadine Komduur / Pepijn Kip Onderzoek
Pepijn Kip, Nadine Komduur, Zoë Sluisdom Ontwerp en visualisatie
Roaa Alhaj Saleh Fotografie
Maarten Delobel
5
Samenvatting Aanleiding Social design bureau Afdeling Buitengewone Zaken (2011) voerde in opdracht van de gemeente Amsterdam, van november 2023 tot maart 2024, een stadsbrede evaluatie om inzicht te krijgen in het functioneren van het middel ‘buurtbudgetten’. Buurtbudgetten geven Amsterdammers de mogelijkheid om, binnen kaders, aan te geven hoe hun leefwereld verbeterd kan worden en die verbeteringen ook zelf daadwerkelijk te realiseren met behulp van een financiële bijdrage van de gemeente Amsterdam.We onderzochten hoe de huidige opzet en uitvoering van buurtbudgetten bijdraagt aan de vijf beleidsdoelstellingen die de gemeente zichzelf heeft gesteld rondom buurtbudgetten. Uitvoer onderzoek De evaluatie bestond uit focusgroepen met bewoners en ambtenaren. Per stadsdeel (Noord, Oost, Zuid, West, Centrum, stadsgebied Weesp, Nieuw-West en Zuidoost) spraken we circa vier bewoners en gemiddeld twee betrokken ambtenaren. Simultaan vonden diepte-interviews met ambtenaren, stadsdeelbestuurders en de wethouder plaats. Ook werd er straatonderzoek gedaan om een bredere groep Amsterdammers te spreken. Resultaten Buurtbudgetten worden door direct betrokkenen (ambtenaren en bewoners) als overwegend positief ervaren. Bewoners ervaren betrokkenheid met hun buurt, eigenaarschap en zijn trots op hun uitgevoerde initiatieven.
Er ontstaan nieuwe ontmoetingen tussen buurtbewoners, ook door deelname aan de initiatieven. De begeleiding vanuit de
6
gemeente Amsterdam wordt overwegend positief ervaren, al liggen er kansen om dit nog beter vorm te geven. Tegelijkertijd ervaren bewoners moeilijkheden in het proces van indienen en toewijzing en zijn onderdelen in de uitvoering zowel voor bewoner als ambtenaar complex. Met betrekking tot de beleidsdoelstellingen gaat een aantal zaken goed, en liggen er kansen om de inrichting van buurtbudgetten nog beter te laten aansluiten bij de doelstellingen. Deze evaluatie laat een kritische kijk op buurtbudgetten zien. Dit betekent niet dat buurtbudgetten geen potentie hebben, het betekent dat de opzet beter kan worden ingericht. Dit met oog op de beleidsdoelstelling en de beleving van bewoners en ambtenaren.
gesproken Whatsapp berichten een plan indienen, ook zijn er veel varianten van ondersteuning bij het indienen.
Dit zijn de belangrijkste vijf aanbevelingen waarmee het verschil kan worden gemaakt om de inzet van buurtbudgetten te verbeteren.
3.Bepaal de (maatschappelijke) effecten van buurtbudgetten volgens een aantal terugkerende principes. Binnen de gemeente Amsterdam wordt de discussie over het succes van toegewezen buurtbudgetten vaak gevoerd aan de hand van geselecteerde cijfers en feiten. Om een volledig beeld te krijgen van de prestaties, afgezet tegen de doelstellingen die de gemeente Amsterdam met buurtbudgetten heeft, is het belangrijk om aanvullende principes te gebruiken. De maatschappelijke effecten die buurtbudgetten teweegbrengen blijken vaak in beperkte mate meetbaar, komen op verschillende momenten (pas) tot uiting of blijven volledig ongrijpbaar. Ons advies is om bij het meten van de maatschappelijke effecten van buurtbudgetten gebruik te maken van een aantal terugkerende principes. Dit zijn: Maatschappelijke impact op straat en systeem, direct en indirecte effecten en positieve en negatieve impact.
1. Focus op inclusiviteit: maak buurtbudgetten toegankelijk voor álle bewoners van Amsterdam. Er liggen kansen om zowel actief zeggenschap (zelf een initiatief indienen en uitvoeren) en indirect zeggenschap (bijvoorbeeld door middel van stemmen of deelnemen aan co-creatie) toegankelijker te maken. Dit vraagt om het anders inrichten van het huidige proces van het aanvragen van buurtbudgetten, zodat bewoners laagdrempelig kunnen participeren. Een mogelijke aanbeveling: er kan er meer multimediaal gedacht worden. Nu is er in sommige stadsdelen één manier om in te dienen en is het voor inclusie wenselijk om bewoners een keuze te geven die aansluit bij hun vaardigheden. Nieuw-West is daarbij een inspirerend voorbeeld. Daar konden bewoners via een
2. Bied als gemeente Amsterdam constante en kwalitatieve ondersteuning Het indienen en uitvoeren van een initiatief is een hoop werk voor bewoners. Van plannen schrijven tot begrotingen indienen. Dit vraagt ook leiderschap van bewoners. Zij moeten, met beperkte kennis van het ambtelijk systeem, hun weg zien te vinden in regels en vergunningen. Ook wisselen ambtenaren soms van functie, waardoor informatie over bewoners en hun initiatief verloren gaat. Bewoners hebben behoefte aan constante en kwalitatieve ondersteuning om hun initiatieven te realiseren.
4. Stimuleer initiatieven in het sociale domein Er liggen kansen voor buurtbudgetten om initiatieven in het sociale domein meer te stimuleren. Enerzijds omdat sociale cohesie een van de beleidsdoelstellingen is, anderzijds omdat juist de initiatieven in de openbare ruimte (die nu vaak worden ingediend) vaak in de moeilijkheden van regels en vergunningen terechtkomen. Initiatieven in het sociale domein zijn niet één op één hetzelfde als sociale cohesie maar hebben over het algemeen wel een direct verband met elkaar. Deze activiteiten brengen mensen samen, bevorderen interactie en betrokkenheid, en helpen bij het opbouwen van relaties en gemeenschapsgevoel. Natuurlijk daargelaten dat een initiatief in de openbare ruimte ook kan bijdragen aan sociale cohesie. Een mogelijke weg: Initiatieven in het sociale domein vragen om een verkenningsproces om een juiste (sociale) fit te krijgen in en met de buurt. Tijdens dat verkenningsproces komen vragen naar boven zoals: Welke personen haken aan op het initiatief? Hoe haakt het initiatief in op het ritme van de buurt? Hoe krijgen we het initiatief voor de lange termijn georganiseerd? Om in de opzet van buurtbudgetten ruimte te creëren voor initiatieven in het sociale domein, kun je het buurtbudget voor initiatieven in het sociale domein ook als experimenteerruimte inrichten.
Bij zo‘n experimenteerruimte krijgen aanvragers ruimte om hun initiatief verder vorm te geven en experimenteren. Als een initiatief naar meer smaakt en concreter wordt, dan kan er gekeken worden of het initiatief geleidelijk ingericht kan worden en kunnen mensen stap voor stap inhaken. Door
7
Hier een titel
het buurtbudget óók toe te kennen aan initiatieven die deze experimenteerruimte (nog) nodig hebben, neemt de kans mogelijk toe dat er meer succesvolle initiatieven in het sociale domein succesvol worden. 5. Overweeg of democratisering eenvoudiger kan Buurtbudgetten is een middel om voor democratisering (meer zeggenschap en eigenaarschap voor bewoners) te zorgen. De achterliggende gedachte kent draagvlak, maar onderdelen van de uitvoering blijken voor zowel bewoner als ambtenaar complex. Het gevolg is krapte in capaciteit, afhakende bewoners of bewoners die buiten beeld blijven. Twee concrete suggesties: • Kan de gemeente Amsterdam terugkerende thema’s die voortkomen uit ingediende initiatieven in reguliere processen en dienstverlening borgen? Op deze manier hoeven bewoners niet continu opnieuw aan te vragen en de gemeente het niet te beoordelen. Aan de andere kant, wordt de wens van de bewoners wel uitgevoerd. • Op buurtniveau worden nu succesvolle initiatieven uitgevoerd en succesvolle processen doorlopen. Zo’n buurtinitiatief heeft nu qua impact en governance de buurt zelf als plafond. Terwijl successen ook opgeschaald kunnen worden.
Kan de gemeente Amsterdam zulke initiatieven en processen schalen naar stadsniveau? Dus als een buurtinitiatief structureel iets bijdraagt aan de beleidsdoelen en thema’s waar de gemeente Amsterdam aan wil werken, hoe kan de gemeente Amsterdam dit dan uitbouwen?
8
9
Hier een titel
Hier een titel
1.0 Onderzoek
10
11
1. Onderzoek
1.1 Aanleiding van de evaluatie Sinds 2019 zijn in Amsterdam buurtbudgetten geïntroduceerd, eerst via pilots in enkele stadsdelen en sinds 2021 via de subsidieregeling buurtbudgetten voor alle stadsdelen. Hoewel er afzonderlijke evaluaties door de stadsdelen zijn uitgevoerd, ontbreekt een integrale gezamenlijke (stadsbrede) terugblik op het functioneren van het middel buurtbudget. Door stadsbreed te evalueren op buurtbudgetten kunnen we de resultaten per stadsdeel goed met elkaar vergelijken. Zo ontstaat een betrouwbare en inzichtelijke evaluatie waarmee het functioneren van buurtbudgetten goed kan worden geduid. Deze evaluatie vormt de grond op basis waarvan mogelijke beleidsherzieningen kunnen plaatsvinden. Het doel van de evaluatie is om vast te stellen in welke mate de beleidsdoelstellingen van buurtbudgetten worden behaald met de huidige inrichting ervan. Amsterdammers (directe) zeggenschap geven over de besteding van middelen.
1. Onderzoek
Deze huidige vijf doelen van besteding van buurtbudgetten zijn in het kort: 1
Amsterdammers (directe) zeggenschap geven over de besteding van middelen.
2
Het op gang brengen van de dialoog over wat er nodig is en wat bewoners verwachten van hun buurt.
3
Het stimuleren van betrokkenheid en cohesie in de buurt.
4
Het vergroten van eigenaarschap voor de directe leefomgeving.
5
Empowerment en stimuleren van zelforganisatie in de buurt.
De waarde van deze evaluatie is alsvolgt: Er bestaat geen evaluatie die bij alle stadsdelen op dezelfde wijze, op hetzelfde moment is uitgevoerd. Daarmee zijn de inzichten lastig te vergelijken. Ongehoorde doelgroepen - mensen die geen relatie hebben met buurtbudgetten - zijn bij bestaande evaluaties vaak niet betrokken. Er is niet eerder gekeken naar de verschillen tussen het gebruik van de verschillende modellen die ingezet worden bij buurtbudgetten. Bestaande evaluaties kijken (te) weinig naar de formulering van de huidige beleidsdoelen. Het is noodzakelijk om een diepgaand begrip te krijgen wat begrippen als zeggenschap en sociale cohesie betekenen.
12
13
1. Onderzoek
1.2 Doelstellingen en onderzoeksvragen Zoals in 1.1 beschreven was het doel van de evaluatie om vast te stellen in welke mate de beleidsdoelstellingen van buurtbudgetten worden behaald met de huidige inrichting ervan. In de gesprekken met de bewoners lag de focus op de ervaringen van de bewoners over het deelnemen aan buurtbudgetten. Deze ervaringen brachten ons inzichten om uitspraken te doen over de mate waarin de beleidsdoelstellingen behaald zijn. Verder bestaan er binnen de gemeente Amsterdam een aantal beelden en (voor) oordelen rondom de huidige insteek van buurtbudgetten. Deze zijn ons door de gemeente Amsterdam meegegeven en ook in de gesprekken met bewoners, ambtenaren en bestuurders onderzocht. Deze zijn in de evaluatie geformuleerd als onderzoeksvragen: 1. In hoeverre staat de ingezette capaciteit in verhouding met de werkelijke toegevoegde waarde? 2. In hoeverre bereiken buurtbudgetten nu vooral de reeds goed geïnformeerde, vaker hoger opgeleide, bewoners? 3. In hoeverre is er sprake van een ‚bloembakkenbudget‘: kleine niet wezenlijke veranderingen, in plaats van structurele verbeteringen? 4. In hoeverre beperken de gestelde (en bestaande) eisen voor de openbare ruimte het speelveld voor bewonersinitiatieven? 5. In hoeverre en hoe beïnvloedt het competitieve element, zoals online verkiezingen voor projectselectie, saamhorigheid binnen een buurt? 6.
Hoe groot is de rol van sociale ondernemers ten opzichte van ‘normale’ indieners? 7. Wat is de invloed van de jaarlijkse beslissing rondom de voortzetting van buurtbudgetten op betrokken bewoners? 8. Als initiatieven structurele financiering nodig hebben, hoe beïnvloedt dat de afhankelijkheidsrelatie met de gemeente Amsterdam en in hoeverre leidt dit tot onhoudbare projecten?
14
1. Onderzoek
Aanvullend een inkijk in een aantal vragen die we stelden tijdens de focusgroepen: 1. Hoe heb je van buurtbudgetten gehoord? 2. In het proces van aanvragen (en eventueel uitvoeren) en meedoen aan buurtbudgetten, wat ging er goed en niet goed? 3. Hoe is het contact met de gemeente Amsterdam tijdens het gehele proces van indienen tot het uitvoeren van het initiatief? 4. Hoe ben je tot je initiatief gekomen? 5. Wat ging er goed? Wat ging er niet goed? 6. Hoe reageren buurtgenoten op je initiatief? 7. Wat zit jou of buurtgenoten in de weg om een initiatief in te dienen? 8. Wat zou jij veranderen aan buurtbudgetten? 9. Wat gebeurde er na de oplevering van het project?
15
1. Onderzoek
3.0 Het onderzoek
1.3 Modellen per stadsdeel van gemeente Amsterdam In deze evaluatie hebben we ons gericht op algemene en stadsdeel specifieke inzichten en aanbevelingen. De ervaringen die we ophaalden bleken moeilijk 1-op-1 te koppelen aan een specifiek model. Bijvoorbeeld omdat een bewoner hier geen weet van heeft, of omdat een stadsdeel meerdere modellen hanteert in verschillende periodes. Ondanks dat het lastig is gebleken de modellen één op één te vergelijken, worden in dit onderzoeksdocument (hoofdstuk 2.2) vijf bevindingen beschreven ten aanzien van de verschillende modellen. Buurtbudgetten kent verschillende modellen, te weten:
Model A
Amsterdam begroot
16
Model B1/B2
Model B1- Cocreatie op buurtniveau Model B2 - Doorlopend, niet competitief
Model C
Community based
17
1. Onderzoek
1.4 Doelgroep en werving Voor de uitvoer van dit onderzoek zijn twee verschillende doelgroepen gesproken. De eerste doelgroep betreft uiteenlopende bewoners vanuit de verschillende stadsdelen van de gemeente Amsterdam. Door hen te betrekken in de evaluatie kon het functioneren van buurtbudgetten worden geëvalueerd vanuit het perspectief van de gebruiker voor wie het instrument buurtbudgetten primair is ontwikkeld. Dit is de persoon die een buurtbudget aanvraagt, een initiatief ontwikkelt en betrokken is bij de uitvoering van het initiatief. Bewoners die alleen ‘stemmen’ zijn ook een grote doelgroep van buurtbudgetten. Dit onderzoek heeft zich met name gefocust op bewoners die een buurtinitiatief hebben ingediend.
Deze eerste doelgroep deelden we op in drie verschillende types 1
Bewoners van de gemeente Amsterdam die bekend zijn met buurtbudgetten en succesvol een buurtbudget hebben aangevraagd.
2
Bewoners van de gemeente Amsterdam die bekend zijn met buurtbudgetten die niet succesvol een buurtbudget hebben aangevraagd.
3
“Niet deelnemers”. Bewoners die geen plan indienen en niet stemmen.
1. Onderzoek
De tweede doelgroep die betrokken is bij de evaluatie van buurtbudgetten betreft verschillende ambtenaren van de gemeente Amsterdam. Deze doelgroep deelden we onder in twee types: 1
Ambtenaren die direct betrokken zijn bij buurtbudgetten. Bijvoorbeeld in het centrale beleid rondom buurtbudgetten. Of in de uitvoer van buurtbudgetten, bijvoorbeeld per stadsdeel.
2
Ambtenaren die niet betrokken zijn bij (het inrichten of uitvoeren van) buurtbudgetten, maar in de dagelijkse uitvoering van hun werkzaamheden te maken krijgen met buurtbudgetten. Bijvoorbeeld omdat er in de openbare ruimte, die ze beheren, een buurtinitiatief middels buurtbudgetten wordt goedgekeurd of dat zij een initiatief moeten beoordelen op haalbaarheid.
Type 1 ambtenaren werden betrokken in de uitgevoerde focusgroepen bij alle stadsdelen en het stadsgebied van de gemeente Amsterdam. De selectie voor de te betrekken ambtenaren werd gemaakt door de projectleider van de evaluatie buurtbudgetten. We spraken in totaal tien ambtenaren, van zowel type 1 als 2.
Een derde doelgroep waren één wethouder en vijf bestuurders.
Types 1 en 2 van deze doelgroep zijn geselecteerd en uitgenodigd door de gemeente Amsterdam. Deze doelgroep is betrokken bij de evaluatie via de verschillende focusgroepen die we uitvoerden per stadsdeel. In totaal zijn er van type 1 en type 2 gezamenlijk circa 22 bewoners betrokken. Deze bewoners waren afkomstig uit zes stadsdelen en het stadsgebied Weesp. Uit het stadsdeel West zijn type 1 en 2 via focusgroepen niet betrokken vanwege een organisatorische miscommunicatie. Type 3 is betrokken door Afdeling Buitengewone Zaken. Dit type 3 betreft toevallig passanten en vormt daarmee een steekproef onder Amsterdammers. Deze bewoners van de gemeente Amsterdam werden geworven en betrokken bij drukbezochte locaties in de openbare ruimte, bijvoorbeeld op de wekelijkse markt. Dit type 3 is betrokken in de stadsdelen Zuid, West en Zuidoost. Deze stadsdelen zijn gekozen omdat elk van de stadsdelen een ander model van de buurtbudgetten hanteert. We spraken gemiddeld ruim 15 personen per bezocht stadsdeel van type 3. Het totaal aantal gesproken personen van type 3 is 45 personen verspreid over de drie bezochte stadsdelen. buurtinitiatief hebben ingediend.
18
19
1. Onderzoek
3.0 Het onderzoek
1.5 Verantwoording van de (methode voor de) evaluatie Voor deze evaluatie zijn drie participatieve evaluatiemethoden gebruikt. Door tijdens de evaluatie af te wisselen tussen deze drie evaluatiemethoden konden we, in de korte doorlooptijd van het evaluatieproces, zowel snel als diepgaand uiteenlopende perspectieven op buurtbudgetten verwerken. Voor deze evaluatie maakten we gebruik van focusgroepen straatonderzoek en diepteinterviews.
Gebruikte evaluatiemethoden Focusgroepen
Een focusgroep betreft een plenaire sessie waarbij meerdere ervaringsdeskundigen met buurtbudgetten (Bewoners, type 1 en 2) gezamenlijk, in kruisbestuiving, reflecteren op hun ervaringen met buurtbudgetten. Tijdens deze sessies reflecteerden bewoners gezamenlijk op: • De aanleiding om een buurtbudget aan te vragen (voorafgaand) • Het aanvragen van een buurtbudget bij de gemeente Amsterdam en de organisatie daartoe. • Het goedgekeurd krijgen van een buurtbudget en het realiseren van het buurtinitiatief. • De periode na realisatie van het buurtinitiatief. • De samenwerking met de gemeente Amsterdam en het stadsdeel specifiek Om de sessie te faciliteren maakten we gebruik van een evaluatiemiddel dat wij iteratief ontwikkelden. De reis van ‘voor het eerst horen van buurtbudgetten’ tot ‘realisatie’ staat daar stapsgewijs afgebeeld. Bewoners konden een paar processtappen uitkiezen waar ze over wilden vertelden. Dit kon iets positiefs of negatiefs zijn. De focusgroep werd uitgevoerd bij alle zeven stadsdelen en het stadsgebied van de gemeente Amsterdam. Bij deze sessies was ook
20
21
1. Onderzoek
Straatonderzoek
Diepte-interview
22
Een straatonderzoek is een vorm van onderzoek waarbij buurtbudgetten geëvalueerd wordt op een openbare, drukbezochte locatie, met bewoners van Amsterdam. Hierbij is het bij de onderzoekers niet bekend wat de relatie van de passerende bewoners van Amsterdam is met buurtbudgetten. Door de toevallige voorbijgangers steekproefsgewijs te bevragen, kan een algemeen idee worden gevat van onder andere de bekendheid van buurtbudgetten, het nut en het doel. Om het interview met de doelgroep (type 3) te ondersteunen maakten we gebruik van een gespreksstarter. Dit was een korte quiz a la de Slimste Mens (“Wat weet jij van buurtbudgetten“). Een gesprek tijdens het straatonderzoek met de doelgroep duurde gemiddeld 5 tot 15 minuten.
Aanvullend op evaluatiemethode 1 en 2 maakten we gebruik van diepte-interviews. Aan de hand van deze methode werd met geselecteerde personen diepgaand geëvalueerd op het functioneren van buurtbudgetten. We voerden 12 diepte-interviews met onder andere betrokken ambtenaren, bestuurders en de wethouder. Elk interview duurde ongeveer 1.5 uur. In sommige diepte-interviews zaten meerdere bestuurders aan tafel.
23
Hier een titel
Hier een titel
2.0 Resultaten
24
25
2. Resultaten
3.0 Het onderzoek
2.1 Beleidsdoelen versus ervaringen van bewoners In deze paragraaf worden de ervaringen van de gesproken bewoners van Amsterdam rondom buurtbudgetten beschreven. Deze inzichten worden gebruikt om antwoord te vinden op de vraag in welke mate de verschillende beleidsdoelstellingen van de buurtbudgetten worden behaald. Hieronder worden per beleidsdoelstelling de resultaten besproken. Dat gaat volgens de volgende opbouw:
26
Samenvatting
Een samenvatting van de bevindingen
Onderzoek
Hoe er in dit onderzoek gekeken is naar de beleidsdoelstelling
Wat gaat er goed?
Inzichten en quotes over wat er goed gaat in het proces van buurtbudgetten
Wat kan er beter?
Inzichten en quotes over wat er beter kan in het proces van buurtbudgetten
Aanbevelingen
Concrete aanbevelingen om de inrichting van buurtbudgetten nog beter te laten aansluiten bij de gestelde doelstelling en beleving van bewoners.
27
3.0 Resultaten
2. Resultaten
Beleidsdoelstelling 1
Amsterdammers (directe) zeggenschap geven over de besteding van middelen. Samenvatting Buurtbudgetten zijn in de basis een goed middel om Amsterdammers zeggenschap te geven over de verdeling van middelen. Bewoners worden enthousiast dat zij zeggenschap krijgen én hebben relevante gedachten over wat er beter kan in de buurt. Toch ligt er een kans om buurtbudgetten inclusiever en toegankelijker te maken, zodat een grotere groep Amsterdammers kan meebepalen over hun buurt. In de huidige opzet (2023) van buurtbudgetten hebben bewoners de beleving dat een initiatief indienen voor een buurtbudget meer iets is voor bewoners met privileges. Bewoners ervaren dat het indienen van een initiatief veel tijd en cognitieve capaciteit kost. En dat het belangrijk is om een groot sociaal netwerk te hebben. Als deze beleving klopt, dan zouden buurtbudgetten ook aan ongelijkheid kunnen bijdragen. Er liggen zowel kansen om actief zeggenschap (zelf een initiatief indienen en uitvoeren) en indirect zeggenschap (bijvoorbeeld door middel van stemmen of co-creatie) te vergroten.
Onderzoek
“ 28
Ik organiseer verschillende activiteiten in de buurt met het buurtbudget. Zo zorgden we er tijdens de feestdagen voor dat 150 mensen met een kleine portemonnee toch een kerstpakket kregen. Wij organiseren bij het Vrouwencentrum ook filmavonden, kooklessen en taallessen.
Aan de hand van het uitgevoerde onderzoek kwamen vijf verschillende niveaus van het begrip zeggenschap naar voren: 1. Actief en direct zeggenschap: bewoner bedenkt zelf een initiatief. 2. Indirect zeggenschap: bewoners stemmen op initiatieven van anderen. 3. Gedelegeerd zeggenschap: De bewoners kiest een vertegenwoordiger (denk aan: een collectief). 4. Co-creëren: samen in een groep bepalen bewoners wat belangrijk is in de buurt en worden initiatieven ontwikkeld. 5. Diversiteit in deelname: de mate waarin alle bewoners gehoord worden of alleen bepaalde groep.
29
2. Resultaten
2. Resultaten
Wat gaat er goed?
Wat kan er beter?
Bewoners/collectieven waarderen het krijgen van zeggenschap Bewoners en collectieven waarderen de (directe) zeggenschap die zij krijgen over hun buurt. Ze krijgen energie van het bedenken van initiatieven voor de buurt en ervaren trotse gevoelens als een initiatief is uitgevoerd. Ook voelen bewoners zich serieus genomen door de gemeente Amsterdam. Er wordt naar ze geluisterd.
Beperkt bereik Er zijn bewoners/stemmen die nu niet worden gehoord. Zo waren de meeste bewoners die wij op straat spraken niet bekend met buurtbudgetten, terwijl zij wel relevante gedachten en ideeën hadden over hun buurt. Een enkeling had er weleens van gehoord. Bewoners die wij op straat spraken hadden vaker het idee dat het voor bewoners is die heel actief zijn in de buurt. Ze voelen zich niet aangesproken om ook een initiatief voor de buurt kunnen in te brengen. Bewoners die wel actief meedoen aan buurtbudgetten, krijgen de indruk dat jongeren en mensen met een migratieachtergrond minder vaak een initiatief indienen.
“Ik heb bewoners zien veranderen. De gemeente Amsterdam gaat mij echt geen geld geven, naar: wow ik ga ervoor.” - Bewoner Noord
“
“Het is mooi om wat te mogen bedenken voor je buurt” - Bewoner Centrum “Bij de opening van speeltoestel werd ik overlopen door 100 kinderen.” - Bewoner Nieuw-West
Co-creatie als vorm van zeggenschap wordt gewaardeerd Bewoners ervaren het co-creëren en community based begroten als een fijne manier van initiatieven voor de buurt delen. Zij hoeven niet meteen een heel plan te schrijven en kunnen toch delen wat zij belangrijk vinden in de buurt.
“
“We nodigden bewoners uit op een avond om mee te denken wat ze zouden willen voor de buurt. Bewoners vonden dat leuk” - Bewoner collectief Zuidoost “Meer co-creatie op grote thema’s. Samen bepalen dat gesprek hebben dat zou fijn zijn” - Bewoner Weesp
“Nooit van gehoord, voor wie is het?“ - Straatgesprek Zuid
“
“Er is een hele lage betrokkenheid onder mensen van niet Nederlandse komaf.” - Bewoner Noord Tijd, capaciteit en vaker dezelfde soort bewoners Ongeacht het model (Model A, B1/B2 en C) dat gehanteerd wordt, beleven bewoners dat het indienen van een buurtbudget veel persoonlijke tijd en cognitieve capaciteit kost. Bewoners vinden het opstellen van een projectplan, inclusief begroting, beheerplan en vergunningen veel werk en krijgen de indruk dat dit andere bewoners kan (die deze vaardigheden niet bezitten) tegenhouden om een initiatief in te dienen. Er worden vanuit de gemeente Amsterdam op dit moment wel vele vormen van ondersteuning aangeboden. Toch krijgt een aantal bewoners de indruk dat het vaker één specifiek type bewoner is dat een buurtbudget indient: actieve bewoners, met veel tijd, digitaal en planvaardig, financieel inzicht en een groter sociaal netwerk.
“ 30
“In de flat zijn er zeker mensen die iets zouden willen doen alleen we weten er niet van” - Straatgesprek West
“Doordat het indienen en schrijven tijd kost krijg je alleen hetzelfde soort mensen” - Bewoner Zuid
31
2. Resultaten
“
2. Resultaten
“Het zijn nu allemaal witte clubjes. We hebben voor het eerst een vrouw van Marokkaanse komaf die mee komt prikken. Die was helemaal enthousiast.” - bewoner Noord “Het kost echt heel veel tijd. Ik stop mij ziel en zaligheid erin“ bewoner Centrum
Stemmen Uit de evaluatie komt naar voren dat in de huidige stemopzet van buurtbudgetten een bepaalde groep bewoners niet wordt bereikt. Zo worden brieven met de afzender van de gemeente Amsterdam door een deel van de bewoners gewantrouwd en geassocieerd met ‘iets moeten’. De brieven worden weggegooid. Het is interessant te verkennen hoe de groep die geen brieven opent op een andere manier betrokken kan worden. “Veel bewoners negeren officiële brieven van de gemeente Amsterdam. “Je kijkt of je iets moet betalen of doen en dan gooi je de brief weg”. - bewoner Centrum
“
“Als ik een brief van de gemeente Amsterdam krijg kijk ik of ik iets moet doen of betalen en dan gooi ik het weg“ - Straatgesprek Zuid
“Stemmen is te moeilijk voor de doelgroep waar ik mee werk.” Nieuw-West Likes en stemmen verzamelen Bewoners beleven het verzamelen van likes en stemmen om hun initiatief verkozen te krijgen niet altijd als een eerlijke strijd. Bewoners hebben het gevoel dat je een sterk sociaal netwerk moet hebben en goede communicatieve- en digitale vaardigheden. Vooral bij het verzamelen van likes hebben bewoners behoefte aan hulp in hoe je je initiatief ‘verkoopt’ of hoe je een poster maakt om over je initiatief te vertellen.
32
“Als je een stichting bent, heb je automatisch veel volgers en win je makkelijker“ - bewoner Oost.
“
“Mijn idee verloor want de moeder van een jongetje met een ander plan die had een veel groter bereik op Facebook” - bewoner Weesp “Mensen kunnen wel wat hulp in de communicatie gebruiken” bewoner Centrum
Aanbevelingen Breng buurtbudgetten nog beter onder de aandacht bij doelgroepen die nu minder bereikt worden. 1. Kom nog meer op plekken waar de doelgroep komt. In de huidige opzet van buurtbudgetten wordt dit al gedaan maar dit kan vergroot worden. Stadsdeel Zuid is een inspirerend voorbeeld, daar gingen ze met een bakfiets, koffie en thee de straat op. Ga nog vaker de straat op. De moskee in. Langs bij middelbare scholen. Bijvoorbeeld voor jongeren: Start samenwerkingen met middelbare scholen om via lessen jongeren te betrekken bij het bedenken van initiatieven voor de buurt. 2. Buurtcollectieven en sleutelfiguren in de buurt zijn een goede manier om buurtbudgetten onder de aandacht te brengen bij bewoners. In Model C wordt al veel gewerkt met sleutelfiguren en buurtcollectieven. De strategie zou nog meer uitgebouwd kunnen worden, ook bij andere stadsdelen. 3. Geef buurtbudgetten een andere naam. Een naam op B1 niveau en is daarom niet voor iedereen begrijpelijk. Het woord ‘budget’ is geen B1 taalgebruik. Een naam op B1 niveau zou kunnen zijn “Buurtgeld”. Nieuw-West is daarbij een inspirerend voorbeeld. Daar konden bewoners via een gesproken Whatsapp berichten een plan indienen, ook zijn er veel varianten van ondersteuning bij het indienen.
33
2. Resultaten
3.0 Resultaten
Maak direct zeggenschap toegankelijker. Het gaat niet alleen over communiceren dat buurtbudgetten bestaan, maar ook de hele reis van aanvragen tot uitvoeren kan laagdrempeliger. Denk aan: 1. Bewoners kunnen initiatieven opgeven, maar hoeven niet zelf het hele plan te schrijven en financiën te argumenteren. In een paar zinnen kunnen bewoners een initiatief voor de buurt indienen. Organiseer vervolgens een co-creatie sessie om deze plannen in een groep van bewoners verder uit te werken. Model B1 hanteert deze aanpak al. In andere modellen zou dit element ook geïmplementeerd kunnen worden. 2. Bied vanaf het begin ondersteuning aan. Dit zouden ook instructievideo‘s kunnen zijn, die uitleggen hoe je jouw initiatief onder woorden brengt of hoe je een begroting maakt. 3. Richt het proces van buurtbudgetten zo in dat het past bij verschillende doelgroepen. Stem met deze doelgroepen vooraf af hoe zij mee willen doen.
Maak stemmen (indirect zeggenschap) op initiatieven van bewoners uit de buurt toegankelijker. Dit kan bijdragen aan een betere vertegenwoordiging van de buurt. Denk aan: 1. Maak stemmen multimediaal, dus bijvoorbeeld een brief, een stempaal bij de supermarkt en via een mail. Zo geef je bewoners de keuze en sluit het beter aan bij hun vaardigheden. Met één vorm (een brief) sluit je direct ook mensen uit. 2. Een andere afzender dan de gemeente Amsterdam zou een bredere groep aan kunnen spreken. Maak een eigen uitstraling voor buurtbudgetten. Ook de stembrief zou in deze uitstraling kunnen, met de afzender bijvoorbeeld klein op de achterkant. Buurtbudgetten is een democratie-feestje, zo mag het er ook uitzien. 3. Maak de beleving van het stemproces eerlijker, zodat bewoners niet het gevoel hebben dat degene met het grootste sociale netwerk wint. Verken of de Equal Shares Methodiek een eerlijker resultaat geeft. In deze methode wordt geprobeerd om de stem van elke deelnemer evenveel gewicht te geven. Dit in vergelijking tot ‘stemmen’ waar de wil van de meerderheid wint. Meer info op: https://equalshares.net/
“ 34
Ik ben er trots op dat we de buurttuin Kadoelen gerealiseerd hebben. Er is een avonturenpad, een zandbak en een jeu de boulesbaan. Het ziet er inmiddels prachtig uit. Dat heeft veel voeten in de aarde gehad, maar het was het allemaal waard.
35
3.0 Resultaten
2. Resultaten
Beleidsdoelstelling 2
“
Ik organiseer dagen waarop we gaan schoonmaken en probeer mensen bewust te maken van zwerfafval. We maken schoonmaken ook makkelijker door grijpers uit te delen. Ik ben er trots op dat we dit nu al vijf jaar doen en er echt continuïteit is ontstaan in het schoonhouden van IJburg.
Het op gang brengen van de dialoog over wat er nodig is en wat bewoners verwachten van hun buurt. Samenvatting Bewoners van de gemeente Amsterdam weten over het algemeen heel goed wat er beter kan in hun buurt. Om daar invulling aan te geven zien ze buurtbudgetten als een waardevol middel. Er liggen kansen om het deelnemen aan de dialoog over wat bewoners verwachten van hun buurt laagdrempeliger en inclusiever in te richten. In sommige modellen, zoals model C, B1 en B2, zitten dialoogvormen automatisch meer ingebakken in het proces van het aanvragen en doorlopen van een buurtbudget dan bijvoorbeeld Model A. Deze dialogen brengen verschillende thema’s die bewoners belangrijk vinden aan het licht. Naast co-creatie en bijeenkomsten georganiseerd door buurtcollectieven, is het waardevol om ook op andere manieren de dialoog over wat bewoners verwachten in hun buurt te stimuleren. Dit kan het aantal bewoners dat bereikt wordt met buurtbudgetten vergroten. Deze dialoog op gang brengen over wat er nodig is en wat bewoners verwachten van hun buurt kan op verschillende manieren: 1. Zorg dat bewoners op een hele laagdrempelige manier inbreng kunnen geven Faciliteer laagdrempelige manieren voor buurtbewoners om hun input te geven zonder de noodzaak om naar bijeenkomst of sessie te komen.
Bijvoorbeeld, ga de straat op met een microfoon en vraag bewoners: „Wat zou jij veranderen in de buurt?“ Dit vergroot de participatie en diversiteit van bewoners en ideeën.
36
2. Organiseer een “Grand Tour” Organiseer als gemeente Amsterdam buurtwandelingen (een tour door de buurt) om samen met bewoners de buurt te verkennen en potentiële initiatieven te identificeren. Door bewoners samen door de buurt te laten lopen en rond te laten kijken, creëer je een omgeving waarin bewoners in gesprek met elkaar kunnen raken over wat zij belangrijk vinden in hun buurt. Dit vergroot de kans op.
37
2. Resultaten
2. Resultaten
Onderzoek
Aanbevelingen
Het onderzoek belichtte de dialoog op gang brengen op verschillende niveaus: 1. Laagdrempeligheid: Hoe kan je deelnemen aan de dialoog over wat er nodig is en wat bewoners verwachten van hun buurt? 2. Inclusiviteit en diversiteit: Is er ruimte voor alle bewoners om deel te nemen aan de dialoog én wordt er ook naar hen geluisterd?
Focus op een inclusief dialoog. 1. Faciliteer een laagdrempelig manier om input te geven voor de dialoog. Veel bewoners hebben wel waardevolle gedachten over de buurt maar weinig tijd. Het zou waardevol zijn om deze potentiële initiatieven wel te vangen, misschien wil een andere bewoner er wel mee aan de slag. In Zuid en Zuidoost gebeurt dit bijvoorbeeld ook al, daar konden bewoners op een groepsavond input geven en meedenken over wat zij belangrijk vinden. Maar niet iedereen voelt zich aangesproken om naar een avond te komen, verken ook andere varianten om laagdrempelige input te vangen. Denk aan: Ga als gemeente Amsterdam de straat op en laat bewoners laagdrempelig initiatieven voor de buurt opperen. Zuid is een inspirerend voorbeeld, daar gaan ze al met een kar de straat op. Dit kan in voxpop-stijl. Zo worden verschillende stemmen gehoord. 2. Organiseer als gemeente Amsterdam een “Grand Tour” door de buurt. Bewoners kunnen deelnemen aan een buurtwandeling en leren nieuwe dingen over de buurt waar zij wonen. Door samen door de buurt te lopen en rond te kijken, faciliteer je een omgeving waarin een gesprek tussen bewoners kan ontstaan over wat er nodig zou kunnen zijn in de buurt.
Wat gaat er goed? Een vraag op straat start al het gesprek Het straatonderzoek liet zien dat bewoners veel gedachten hebben over wat er beter kan in hun buurt. Door de vraag te stellen, werden waardevolle observaties en potentiële initiatieven genoemd.
“
“Weet je wat ik zou willen? Een vertrouwenspersoon voor kwetsbare jonge moeders in de buurt.“ - straatgesprek Zuidoost “Een mooie plek om samen muziek te maken” - bewoner Zuidoost
Wat kan er beter? Beperkt bereik Bewoners krijgen de indruk dat bepaalde groepen nu minder vaak deelnemen over wat er nodig is in de buurt en wat bewoners verwachten van hun buurt. Jongeren en mensen met een migratieachtergrond worden daarbij vaker genoemd.Het betrekken van deze groepen bij de dialoog over de verwachtingen en mogelijkheden in hun buurt kan bijdragen aan een sterker gemeenschapsgevoel.
“ 38
“ Doe iets met scholen, laat kinderen meedenken en meedoen“ bewoner Centrum “Doe iets samen met scholen ofzo, nu zijn er helemaal geen jongeren betrokken” - West (dit was een ambtenaar, doordat de focusgroep met west niet doorging)
39
3.0 Resultaten
2. Resultaten
Beleidsdoelstelling 3
Het stimuleren van betrokkenheid en cohesie in de buurt. Samenvatting Het aanvragen van en deelnemen aan buurtbudgetten heeft een positief effect op betrokkenheid en sociale cohesie in de buurt. Bewoners van de gemeente Amsterdam grijpen de mogelijkheid die buurtbudgetten biedt aan en gaan met buurtbudgetten aan de slag. Er ontstaan hierdoor nieuwe ontmoetingen tussen bewoners. Actieve bewoners en collectieven komen in contact met elkaar en wisselen informatie uit over het aanvragen en uitvoeren van hun initiatieven. Ze pakken daarbij geregeld samen initiatieven op. Ook ontstaan er nieuwe ontmoetingen tussen bewoners die deelnemen aan een buurtinitiatief. Twee grote kansen die deze uit de evaluatie naar voren kwamen: 1. Stimuleer initiatieven in het sociaal domein Overkoepelend beogen buurtbudgetten een vergaande vorm van zeggenschap bij de bewoner te leggen. Zo wordt besluitvorming over wat er nodig en gewenst is in een buurt gedemocratiseerd. Soms staat dit een ander beoogd beleidsdoel, het stimuleren van sociale cohesie, in de weg. In de beleving van een aantal bewoners worden specifieke initiatieven in de publieke ruimte vaker ingediend of uitgekozen dan initiatieven in het sociale domein. Bijvoorbeeld een houtsnipperpad. Bewoners krijgen de indruk dat deze initiatieven minder bijdragen aan sociale cohesie.
Initiatieven in het sociale domein, zoals buurthuizen, buurtfeesten of sociale activiteiten, hebben over het algemeen een direct verband met het bevorderen van sociale cohesie. Het stimuleren van initiatieven in het sociale domein is dan ook wenselijk. Ook omdat initiatieven in de openbare ruimte vaker stranden bij de haalbaarheidstoets dan initiatieven in het sociale domein. In die zin is een succesvol initiatief voor bewoners ook makkelijker te realiseren in het sociale domein. Er liggen kansen om betere begeleiding te bieden bij het op gang brengen van de dialoog rondom sociale thema’s en het ontwikkelen van initiatieven. Ook ligt er een kans om het proces van het aanvragen en uitvoeren zo in te richten dat initiatieven rondom sociale thema‘s makkelijker tot stand komen.
“ 40
Wat mooi is: qua leeftijdssamenstelling is dit de oudste buurt van Nederland. Deze mensen komen vaak bijna niet meer buiten, maar deze pluktuin is toch een reden waarom ze nog naar buiten gaan. Ze willen de veranderingen in de tuin zien en komen hier ook graag een praatje maken.
2. Faciliteer onderlinge kennisdeling tussen actieve bewoners Er ligt een kans om actieve bewoners die initiatieven indienen en uitvoeren nog meer in contact te brengen met elkaar. Door deze bewoners in verbinding te brengen kunnen zij kennis en ervaring uitwisselen. Ze kunnen samen optrekken en van elkaar leren. Dit vergroot de betrokkenheid van bewoners.
41
2. Resultaten
2. Resultaten
“Die community building zie je erg. De collectieven hebben contact met elkaar, leren van elkaar en brengen elkaar verder. Dat is een groot goed“ - bewoner collectief Zuidoost
Onderzoek
Het onderzoek bracht verschillende niveaus van sociale cohesie aan het licht: 1. Netwerken onderling: tussen actieve buurtbewoners en buurtcollectieven. Sociale participatie: Bewoners die op de gerealiseerde buurtinitiatieven afkomen. 2. Vertrouwen in de buurt en bewoners onderling.Sociale inclusie: versterkt het verbindingen tussen nieuwe groepen en bewoners?
Wat gaat er goed? Sociale participatie Er is animo onder bewoners om deel te nemen aan de initiatieven. Dit zorgt voor sterkere connecties en sociale cohesie binnen (sociale) groepen. Ook ontstaan er nieuwe verbindingen tussen bewoners van andere (sociale) groepen. “Het gevoel van in onze buurt kunnen we dingen doen is wel heel versterkend geweest“ - bewoner centrum
“
“Het IJmeer schoon zorgt wel voor cohesie in de buurt. Het zijn wel losse groepen, echt nieuwe mensen samenbrengen is moeilijk, maar mensen vinden het leuk iets te doen met elkaar voor de buurt.“ bewoner Oost
Sterkere netwerken onderling Sociale cohesie tussen actieve bewoners in de buurt wordt versterkt. Bewoners en buurtcollectieven zoeken elkaar op in het proces van indienen en uitvoeren van initiatieven. Ze leren van elkaar, wisselen tips uit en trekken samen op.
42
“Ik heb heel veel mensen leren kennen, je bouwt een netwerk.” Bewoner Nieuw-West
“Ik heb ontzettend veel sociale contacten op gedaan.” - Bewoner Nieuw-West
Vertrouwen in de buurt Uitgevoerde initiatieven dragen positief bij aan de sociale cohesie en vertrouwen tussen bewoners onderling.
“
“Verschillende groepen zijn zelf sterker geworden (koken met Ghanezen)“ - bewoner collectief Zuidoost
“Ik leerde wel nieuwe mensen kennen door de borrel die we organiseerden met het Bloemenlint“ - Bewoner oost
“
“
“Dat activerende, zelf likes verzamelen zorgde wel dat je nieuwe mensen leert kennen. - bewoner Centrum
“Ik ben het meest trots op de samenhang die we hebben tussen de vrijwilligers en de gasten die komen. We zijn heel lokaal en hebben al snel een grote groep vrijwilligers aan ons kunnen binden en zij hebben allemaal weer haakjes met de mensen die komen eten.” Bewoner Oost “Juist in een buurt (zoals Gein) waarvan men dacht ‘daar is het wel goed en gaat het goed’ brachten buurtbudgetten juist problemen in de wijk op kaart (problemen werden zichtbaar, door de ideeën die mensen aandragen). De wijk werd daardoor sterker. - Bewoner Zuidoost
Wat kan er beter? Inclusie: Wie komen er niet af op de buurtinitiatieven Voor bewoners blijft het lastig inschatten wie in de buurt niet deelneemt aan gerealiseerde buurtinitiatieven en hoe groot deze groep bewoners is. Bewoners met een initiatief vinden het soms lastig om bewoners te enthousiasmeren om deel te nemen aan hun initiatief.
“
“Het is moeilijk in te schatten wie er achter de voordeur blijft zitten.“ bewoner collectief Zuidoost “Als eenmaal het initiatief er is, om dan mensen te werven om mee te doen aan je activiteiten dat is moeilijk. Soms is de cohesie er gewoon niet, dan zou ik support willen hebben in de communicatie van mijn initiatief. - bewoner Zuidoost
43
2. Resultaten
2. Resultaten
Wat kan er beter? Inclusie: Wie komen er niet af op de buurtinitiatieven Voor bewoners blijft het lastig inschatten wie in de buurt niet deelneemt aan gerealiseerde buurtinitiatieven en hoe groot deze groep bewoners is. Bewoners met een initiatief vinden het soms lastig om bewoners te enthousiasmeren om deel te nemen aan hun initiatief.
“
“Het is moeilijk in te schatten wie er achter de voordeur blijft zitten.“ bewoner collectief Zuidoost “Als eenmaal het initiatief er is, om dan mensen te werven om mee te doen aan je activiteiten dat is moeilijk. Soms is de cohesie er gewoon niet, dan zou ik support willen hebben in de communicatie van mijn initiatief. - bewoner Zuidoost
Sociale cohesie Er is een wens bij een aantal bewoners om meer initiatieven te stimuleren die bijdragen aan sociale cohesie. Dit kunnen zowel initiatieven in het sociale domein zijn als initiatieven in de openbare ruimte met een sociaal element. “Het doel is toch sociale cohesie? Dan moeten die initiatieven ook winnen” - Bewoner Weesp
“
Onenigheid tussen bewoners Bewoners ervaren soms frustratie en onenigheid als ze draagvlak moeten creëren bij medebewoners. Zo kwam het voor dat bewoners niet te spreken waren over een initiatief dat een andere bewoner aan het uitvoeren was. Deze frictie onderling kan zorgen voor verminderde cohesie in de buurt.
“
“Ik heb bepaalde buren die mij niet meer aankijken. Er zijn twee kampen ontstaan“ - bewoner Oost “Er wordt binnen Molenwijk veel onderling misgund.” - Bewoner Noord
Van elkaar leren Bewoners die meedoen in het indienen en uitvoeren van een initiatief hebben de behoefte om te leren van andere bewoners en zouden hier in meer gefaciliteerd willen worden door de gemeente Amsterdam .
“
“Faciliteer dat bewoners meer samen in gesprek kunnen, maar niet in de vorm van een bewonersavond daar komt niemand op af” bewoner Oost. “Verbind bewoners eerder met elkaar. Organiseer een avond met hoe doe jij dat en jij. Zo kan je leren van elkaar“ - bewoner centrum “Of een forum om samen mee te denken“ - bewoner Centrum
“Vooral de mensen die groen willen die stemden, daardoor werden die ideeën vaker gekozen”. - bewoner Centrum “Kern moet vernieuwing zijn, de gemeente scherp houden en niet het zoveelste bijenhotel.” - Bewoner Noord “Hier in de buurt hebben we ook wel geld, dus dan krijg je weer een tuintje. Lijkt mij niet de bedoeling“ - Straatgesprek Zuid
44
45
2. Resultaten
4. Resultaten
Aanbevelingen Stimuleer ook initiatieven in het sociale domein. Richt het proces van het aanvragen tot het uitvoeren van buurtbudgetten zo in dat initiatieven rond sociale thema‘s een duidelijke plek krijgen: 1. Oormerk als gemeente Amsterdam altijd een deel van beschikbare geld voor initiatieven rond sociale thema’s. 2. Verken tooling die het mogelijk maakt en makkelijker maakt om over sociale uitdagingen na te denken. Zo is er al een Participatietool gebiedsontwikkeling. Doel van deze tool is om met doelbewuste ontwerpvragen bewoners te betrekken bij de ontwikkeling van hun gebied. Zulke digitale tools kun je ook ontwerpen om bewoners na te laten denken over sociale thema’s in de buurt of een tool die helpt om initiatieven te ontwikkelen. 3. Verken of een buurtbudget soms ook meer structureel kan worden toegekend. Nu krijg je een buurtbudget vaak eenmalig terwijl een initiatief in het sociale domein, net als veel initiatieven in de openbare ruimte overigens, vaker een doorlopend budget nodig heeft. 4. Faciliteer de dialoog over sociale thema’s en het ontwikkelen van passende initiatieven. Organiseer als gemeente Amsterdam co-creatie sessies of bijeenkomsten voor bewoners. In een aantal modellen (bijvoorbeeld Model B1/ B2 en C) zit dit al. Het zou waardevol zijn om dit in alle modellen toe te passen.
Als bewoners onderling het gesprek voeren over wat goed en slecht gaat in de buurt, komen sociale behoeften en onzichtbare onderwerpen (zoals kansenongelijkheid, armoede en veiligheid op straat sneller aan het licht) in de buurt sneller aan het licht. Laat tijdens de sessies ook inspirerende voorbeelden zien.
“ 46
Met Buurtplatform Mama Florijn werken we aan verschillende thema’s en daaraan gekoppeld activiteiten. Het is voor mij belangrijk dat wij als buurt zelf nadenken hoe we deze wijk willen vormgeven en we daar ook deels zelf over bepalen: een stukje eigenaarschap. Ik wil bewoners een stem geven.
47
3.0Resultaten 2. Resultaten
2. Resultaten
Beleidsdoelstelling 4
Het vergroten van eigenaarschap voor de directe leefomgeving. Samenvatting Buurtbudgetten versterken het gevoel van eigenaarschap onder bewoners voor hun buurt. Het indienen en uitvoeren van initiatieven door bewoners leidt tot een grotere betrokkenheid, gevoelens van verantwoordelijkheid en trots. Om dit gevoel van eigenaarschap nog verder te versterken, bracht dit onderzoek twee kansen aan het licht: 1. Betere interne communicatie Betere communicatie en coördinatie tussen projectleiders van buurtbudgetten en ambtenaren werkzaam in de openbare ruimte is belangrijk. Dit voorkomt conflicten zoals het onverwacht plaatsen van een hockeyveld op een locatie waar een buurtbudgetproject gepland stond. Door deze communicatie beter te stroomlijnen voelen bewoners zich meer serieus genomen en erkend in hun initiatieven. Dit vergroot hun gevoel van eigenaarschap.
“ 48
2. Duidelijkheid over voortgang van initiatieven Duidelijkheid en transparantie over de voortgang en het onderhoud van buurtinitiatieven zijn nodig voor het vergroten van eigenaarschap. Vooral bij projecten in de openbare ruimte is er vaak onzekerheid over de verantwoordelijkheid voor het onderhouden van de initiatieven. In hoeverre kan een uitgevoerd initiatief bijvoorbeeld bij het regulier onderhoud van de openbare ruimte opgepakt worden?
Ik organiseer prikdagen waarop we schoonmaken, maar probeer de buurt ook mooier te maken. Zoals dit viaduct dat nu geschilderd is. Ik ben er trots op dat we nu echt samen Slotervaart zijn en er een kern van vaste mensen is die deze buurt mooier willen maken.
49
2. Resultaten
2. Resultaten
Onderzoek
Wat kan er beter?
Deze evaluatie belichtte eigenaarschap met betrekking tot buurtbudgetten op vier niveaus kunnen bekijken: 1. Ervaren bewoners directe invloed op hun leefomgeving? 2. Voelen bewoners verantwoordelijkheid voor hun initiatief en buurt? 3. Zijn bewoners trots op hun buurt of initiatief? 4. Continuering: Voelen bewoners zich voor langere tijd eigenaar over hun initiatief?
Inclusie: Niet serieus genomen Bewoners ervaren het als frustrerend dat ambtenaren werkzaam in de ‘openbare ruimte’ en ambtenaren werkzaam rondom buurtbudgetten niet goed genoeg communiceren met elkaar. Zo krijgen bewoners soms een fysieke plek toegewezen voor hun initiatief waar dan plotseling door ambtenaren van de publieke ruimte heel iets anders wordt gerealiseerd. Dit neemt een gevoel van eigenaarschap over de leefomgeving bij bewoners weg. Bewoners voelen zich niet serieus genomen.
Wat gaat er goed? Verantwoordelijkheidsgevoel Bewoners voelen de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van hun initiatief en vinden het belangrijk het verkregen geld goed te besteden.
“
“Je wilt dat het geld goed besteed wordt, stel dat het niet goed gaat. Of je teveel aan overhead besteed.“ - Buurtcollectief Zuidoost
Trotse gevoelens Bewoners die een initiatief hebben kunnen uitvoeren zijn trots.
“
50
“We hebben 300 daken vergroend, dat vinden mensen te gek”. Bewoner Noord “Als ik zie hoe groepen samenkomen bij mijn initiatief, dan maakt dat mij echt blij” - Bewoner Weesp
“
“Nu lag er ineens een hockeyveld op een veldje waar wij een buurtbudget initiatief op zouden doen. Nu voelen wij ons niet serieus genomen“ - buurtbewoner collectief “De gemeente Amsterdam ging afval zitten vermaaien op een veld, terwijl ik een initiatief heb rondom afval opruimen. Ik voel mij ook niet serieus genomen“ - bewoner oost. “Dan wint een plan maar heeft de gemeente Amsterdam al hele andere plannen voor de plek“ - Bewoner Zuid
Initiatieven opschalen Er is bij een aantal bewoners behoefte om initiatieven op te schalen. Als er een initiatief is dat goed werkt, waarom komt dat niet in heel Amsterdam?
“
“Waarom zouden we steeds zelf voor onze buurt het wiel uitvinden?” bewoner Weesp “De gemeente Amsterdam kan weinig op grotere schaal uitvoeren, bijvoorbeeld rondom het illegaal dumpen van afval - Bewoner Noord
Continuering Bewoners hebben behoefte aan duidelijke afspraken over de continuering van hun initiatief. Een buurtbudget is een toekenning van één jaar, daarna is het geld ‘op.’ Bewoners het gevoel dat de gemeente Amsterdam zich daarna ook niet ontfermt over de voortzetting van initiatieven. Daardoor verloederen de plekken soms. Dit is vooral bij initiatieven in de publieke ruimte een probleem. Het beleefde eigenaarschap van bewoners over hun initiateiven is daarmee soms van korte duur.
51
2. Resultaten
2. Resultaten
“De gemeente Amsterdam moet ervoor zorgen dat initiatieven goed onderhouden worden en dat plannen die haalbaar zijn, worden opgenomen in het beleid voor langdurige effecten. - bewoner Weesp
“
“Ik moet elk jaar weer opnieuw geld aanvragen, waarom krijg ik het niet voor 5 jaar?” - bewoner Centrum “Er worden vaker initiatieven voor fruitbomen ingediend, maar dan vraag ik mij af wie gaat dat onderhouden?” - Bewoner Noord “De kinderen worden groot, maar hoe moet ik dan de buurt blijven verbinden met dit?“ - Bewoner Noord
Teleurstellingen door regels en vergunningen Bewoners ervaren moeilijkheden in de uitvoering van hun initiatieven. Ze stuiten op gedoe met regels en vergunningen. Het vermindert het gevoel eigenaarschap dat bewoners ervaren over hun buurt. Dit ontmoedigt sommige bewoners om (nog eens) een initiatief in te dienen. Bewoners hebben de behoefte dat er flexibeler kan worden omgesprongen met regels. “Ik wil een welkomstboog en dan moet ik een vergunning. Nu probeer ik alles te bedenken waar ik de gemeente Amsterdam niet voor nodig heb“ - bewoner Oost
“
“Er was een initiatief uitgevallen, toen dachten we, dan doen we van dat geld een groot diner voor de buurt. Nu hebben wij een schuld van 2000 euro omdat een plan niet achteraf goedgekeurd kan worden.” - echtpaar Centrum “Er was een jonge jongen die zelfmoord had gepleegd. Daar wouden wij als buurt iets mee, want iedereen was geschokt. Ad hoc het geld daarvoor gebruiken kon niet“ - Bewoner bewonerscollectief
Aanbevelingen Communiceer heldere kaders op welke soort initiatieven een grote kans van slagen hebben in de openbare ruimte. Dit om teleurstellingen te voorkomen. Wees duidelijk over wat wel kan en laat dit zien met duidelijke en sprekende voorbeelden. Voorbeeldkaders: • Groenprojecten zoals bloemen kunnen vaak wel. Bomen planten is ingewikkelder dan komt je met kabels in de grond in aanmerking. • Verkeerskundige initiatieven zijn ingewikkeld, denk aan een drempel in de straat. Zorg voor betere communicatie tussen projectleiders van buurtbudgetten en ambtenaren werkzaam in de openbare ruimte. Concreet zou dit kunnen betekenen: • Link de dossiers van initiatieven aan het dossier met plannen voor de openbare ruimte. • Laat ambtenaren werkzaam in de openbare ruimte direct contact opnemen met bewoners en hun initiatieven wanneer de gemeente plannen heeft voor een specifieke buurt. Faciliteer dat er een contactmogelijkheid tussen hen is. Zo kunnen potentiële conflicten met lopende initiatieven snel worden opgemerkt en voorkomen. Neem als ambtenaar de rol van ‘Meedenker’ aan. Denk in ‘ja’ en durf flexibel om te springen met de regels. Dit vraagt binnen de organisatie ook om een dialoog waar eventuele speelruimte zit en waar niet. Faciliteer beter de continuering van een buurtinitiatief. Specifiek in de openbare ruimte.
Maak binnen de gemeente Amsterdam voor heldere afspraken rondom: • Komt er budget beschikbaar om lopende initiatieven voort te zetten? • Wie is verantwoordelijk voor het voortzetten en onderhouden van buurtinitiatieven? Vraag bewoners bijvoorbeeld vooraf of zij open staan voor medebeheer van opgeleverde initiatieven in de openbare ruimte.
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor inciint
52
53
3.0 Resultaten
2. Resultaten
Beleidsdoelstelling 5
Empowerment en stimuleren van zelforganisatie in de buurt. Samenvatting Empowerment en zelforganisatie gaan over het vermogen van bewoners om samen te werken en initiatief te nemen voor de verbetering van de eigen buurt. Uit de evaluatie blijkt dat bewoners motivatie hebben en zich verantwoordelijk voelen om iets positiefs voor de buurt te organiseren. Bewoners hebben ook genoeg gedachten over wat er beter kan in de buurt. Kansen liggen vooral om dit als gemeente Amsterdam nog beter te faciliteren. Om bewoners nog meer autonomie en empowerment te laten ervaren, brengt dit onderzoek twee kansen naar voren: 2. Bied kwalitatieve ondersteuning Bied bewoners kwalitatieve en continue ondersteuning in het proces van het aanvragen en uitvoeren van buurtbudgetten. De hele reis kan nog beter begeleid worden. Vooral ook ondersteuning bij de gemeentelijke regels en vergunningen die nodig zijn voor buurtinitiatieven kan bewoners aanmoedigen om deel te nemen.
“ 54
2. Communiceer helder Bewoners hebben behoefte aan betere communicatie en transparantie vanuit de gemeente Amsterdam over het proces van aanvragen en uitvoeren van buurtbudgetten. Wie mag er bijvoorbeeld meedoen en wat zijn de spelregels waar een initiatief aan moet voldoen?
Ik ben het meest trots op de samenhang die is ontstaan tussen de vrijwilligers en de gasten die bij de Buurtbuik komen. We zijn heel lokaal en hebben al snel een grote groep vrijwilligers aan ons kunnen binden en zij hebben allemaal weer haakjes met de mensen die komen eten.
55
2. Resultaten
2. Resultaten
Onderzoek
Het onderzoek belichtte empowerment en zelforganisatie op verschillende niveaus. 1. Enerzijds kan een bewoner “empowered” worden in het succesvol aanvragen en uitvoeren van een buurtbudget. Dus bewoners en collectieven krijgen vanuit de gemeente Amsterdam de kennis, vaardigheden, middelen en ondersteuning om initiatieven te ontwikkelen en uit te voeren. 2. Anderzijds gaat het over het “empoweren” van (kwetsbare) bewoners in de buurt om mee te denken over en mee te doen met wat er nodig is in een buurt. Dit deel is veelal bij doelstelling 1 beantwoord (pagina 31)
Wat gaat er goed? Steeds beter worden Het aanvragen van een buurtbudget en uitvoeren van een initiatief beleven bewoners ook een iteratief en lerend proces. Hoe vaker bewoners dit proces doorlopen, hoe beter het gaat. Het herhalende karakter van buurtbudgetten faciliteert in die zin zelforganisatie.
“
“Je leert met de tijd meer en beter hoe het moet“ - echtpaar Centrum “Ik heb eerste negen ideeën ingediend, nu word ik er er beter in. bewoner Centrum
Ondersteuning al positief Bewoners ervaren de ondersteuning die zij van de gemeente Amsterdam krijgen in het aanvragen en uitvoeren van een buurtbudget als positief. Er kan laagdrempelig en makkelijk contact met een ambtenaar worden gemaakt. “Woon! Ondersteunde heel goed!” - bewoner collectief Zuidoost
“
“Het contact met Mario (uitvoerder gemeente Amsterdam) is er goed.” - Bewoner Nieuw-West Begeleiding vanuit project coördinator, buurtwerker en gebiedsmakelaar is goed Bewoner Noord
Onderlinge uitwisseling werkt positief Tijdens de sessies van dit onderzoek observeerden we dat er begrip ontstond tussen ambtenaar en bewoner. Er werden nummers en kennis uitgewisseld. Vanuit beide kanten zag je deze behoefte. Ook bewoners onderling wisselen ervaringen en diensten uit. Er is behoefte om dit nog meer te doen.