Second opinion brandveiligheid
Tekst van het document
Hoe deze berekeningen verlopen zijn vooral afhankelijk van de invoerwaarden, zoals de omvang van de vuurlast, windsnelheden die van buitenaf op de ruimte inwerken, en dergelijke. De modellen geven een hoge mate van detail, maar dit moet niet verward worden met een hoge mate van nauwkeurigheid: dat is onder andere afhankelijk van de nauwkeurigheid van de invoer (rotzooi in, is rotzooi uit). Toch kunnen deze modellen helpen om een inschatting te maken van de tijd die nodig (RSET) of beschikbaar (ASET) is om een ruimte te kunnen ontruimen. Ook voor ontruimingsmodelleringen geldt het principe dat de kwaliteit van de invoer bepalend is voor de uitkomsten. Daarbij zijn sommige parameters (zoals loopsnelheid) eenvoudiger te doorgronden dan anderen (zoals de modellering van de wind). Desondanks is het onontkoombaar dat er altijd bepaalde inschattingen en aannames gedaan moeten worden, voor het bepalen van de invoer. Zeker bij CFD-modellen van brandontwikkeling en in minder mate van ontruimingsmodellen is de toetsing van de modellen aan echte praktijk beperkt.27 Een ander punt van aandacht is dat in bovengenoemde modelleringen de kansfactor geen rol speelt: een model geeft alleen weer hoe de mogelijke ontwikkeling eruitziet indien de brand die de simulatie heeft doorgerekend zich voordoet.
Daar waar de modellen de mogelijke gevolgen berekenen is de factor kans verpakt in de selectie en beschrijving van het te modelleren scenario. Voor de kansfactor bestaat geen gestandaardiseerde benadering (net zoals dat ook voor bepaling van de gevolgen niet bestaat), anders dan dat gekeken wordt naar historische data, faalkansen van bepaalde onderdelen van bijvoorbeeld aanwezige installaties en dat er een soort expert-inschatting wordt gemaakt hoe groot de daadwerkelijke kans is dat een brand zich
26 Brandweeracademie (2018), 10 jaar fatale woningbranden onderzocht, Arnhem: Instituut Fysieke
Veiligheid.
27 R. Van Mierlo en A. Tromp (2013), Fire Safety Engineering. Delft, Efectis.
25
voordoet, en welk scenario dan het meest waarschijnlijk is. Het model blijft echter een model, een daadwerkelijke situatie kan anders zijn. Dat maakt dat er ook altijd discussie mogelijk is over het gekozen scenario en de aannames die gedaan worden ten aanzien van de kansfactor. Essentieel is om de daarin gevolgde werkwijze en gemaakte afwegingen te onderbouwen en te documenteren. Dus bij toepassen van het gelijkwaardigheidsprincipe hoort een navolgbaar traject van de bepaling van doelstellingen in het verlengde van het Bouwbesluit. Daarbij hoort de onderbouwing van keuzes/afwegingen in maatgevende scenario’s (kans), onderbouwde bepaling van gevolgen (effect) en weging van uitkomsten (risicobeoordeling).
26