Schriftelijke Reactie Werkgroep Wonen op samenwerkingsafspraken
Tekst van het document
Reactie werkgroep wonen van de FNV Amsterdam op de samenwerkingsafspraken
Geachte leden van de Commissie Woningbouw en Volkshuisvesting van de Gemeente Amsterdam,
De werkgroep wonen van de FNV Amsterdam constateert dat de samenwerkingsafspraken onvoldoende zijn in het licht van de volkshuisvestelijke opgaven. Een noodzakelijke woningproductie van 7.500 woningen per jaar wordt jaar-op-jaar niet gehaald. Een te verwachten jaarlijks in aanbouw te nemen aantal van 1.900 tot 2.500 sociale huurwoningen is onvoldoende. Met een inzet op een groei van de sociale woningvoorraad van 1.500 tot 2.500 woningen wordt de afname van de sociale woningvoorraad van tienduizenden huurwoningen in de afgelopen decennia te traag gecompenseerd. Het weglekken van woningen uit de beschikbare voorraad door liberalisatie, verkoop en sloop blijft groot. De werkgroep vindt daarom verkoop van sociale huurwoningen contraproductief. Bovendien zijn veel afspraken ‘boterzacht’ en worden deze telkens weer herijkt in het kader van ontwikkelingen, ‘knelpunten en het versterken van de uitvoering’. De afspraken in het hoofdstuk Leefbaarheid zijn de facto louter procesafspraken. Er is sprake van ‘terughoudendheid’ bij liberalisatie. Voor de FNV is het volkshuisvestelijk belang (zoals dit bij de nee, tenzij-regeling over verkoop ter sprake komt), niet het rondkrijgen van de businesscase, maar wel dat bij ingrepen in ieder geval de huidige bewoners er op vooruitgaan.
En dus niet van een slechte/matige woning opnieuw naar een slechte/matige woning gaan of van te klein naar een weer te kleine woning moeten verhuizen. Of zelfs uit hun buurt en sociale netwerk worden verdrongen omdat er geen adequaat vervangend aanbod en garantie daarop in hun buurt wordt aangeboden. De FNV-werkgroep begrijpt heel goed dat de financiële positie van de woningbouwcorporaties in de afgelopen jaren onder druk heeft gestaan. Ook willen wij met passie strijden voor afschaffing van ATAD en vennootschapsbelasting. Wij zijn vanzelfsprekend tegen kortingen op het gemeentefonds. Wat wij van de woningbouwcorporaties vragen, is dat zij tot het uiterste gaan en de belangen van huidige huurders en woningzoekenden vooropstellen, door bijvoorbeeld meer te lenen. We realiseren ons dat dit een claim legt op de beschikbare middelen voor de nabije en middellange termijn, maar wat moet dat moet. De huurdersvertegenwoordiging bij de samenwerkingsafspraken bestaat uit de FAH. De werkgroep Wonen vindt dit te smal. Wij stellen voor om bij jaarlijkse rapportages (respectievelijk herijkingen) ook actieve bewonersgroepen op stadsdeel-/wijkniveau (bijvoorbeeld RAN) en het HNA te betrekken, om zo een diversere en meer representatieve huurdersvertegenwoordiging te verwezenlijken.
De ambitie om 27.000 tot 33.000 woningen te verduurzamen is prijzenswaardig maar niet voldoende, want in de Samenwerkingsafspraken staat dat minimaal 13.000 en maximaal 16.000 woningen met een E-, F- of G-label niet zullen worden verduurzaamd. Waar wel verduurzaamd wordt, moet verduurzaming samengaan met het opheffen van achterstallig onderhoud en het verhelpen van kwalitatieve gebreken. Ook hier geldt dat bewoners overtuigd moeten worden dat zij er op vooruitgaan. Dat betekent dat zij geen hogere lasten moeten betalen voor verbeteringen, ook niet indirect via hogere energierekeningen. De ophef over het stadswarmtetarief van de Gentiaanbuurt in Noord en in andere wijken in de stad onderstreept de noodzaak van harde contractuele garanties.
Met een sterke focus op inbreiding geldt wel het besef dat dit gebeurt in bestaand stedelijk weefsel. De operatie moet geen andere vitale delen beschadigen. Dit houdt minimaal in dat ecologische en stedenbouwkundige waarden behouden worden en het liefst versterkt. Dit is in het bijzonder een opgave in wijken zoals Noord en Nieuw-West. Dat vereist een goede balans en zorgvuldigheid. Dat is lastig, maar niemand beweert dat zoiets makkelijk is. Al decennialang hebben honderden huishoudens te kampen met te krappe huisvesting en onvoldoende aanbod van grotere woningen. In de samenwerkingsafspraken wordt gekoerst op doorstroming. Bestaande maatregelen zoals van Hoog naar Laag en van Groot naar Beter leveren te weinig grotere woningen op. Het met coaches verleiden van ouderen om uit grote woningen te verhuizen levert wellicht iets op. Toch hebben we scepsis of dit voldoende is. De ‘verleiding’ moet minimaal financieel aantrekkelijk zijn en vervangende huisvesting moet in dezelfde buurt beschikbaar zijn zodat het sociale netwerk behouden kan blijven. Met de voortdurende verkoop van woningen op de begane grond en van sociale huurwoningen in de hele stad krimpt het aanbod in veel wijken, wat de doorstroom verder onder druk zet. Om stedelijke vernieuwingsprocessen te laten slagen is nieuwbouw van grotere woningen noodzakelijk.
De aantallen beschikbare grotere woningen moeten hierbij aansluiten. Verkoop van grotere woningen (groter dan 100m2), zoals toegestaan aan Lieven de Key, is dweilen met de kraan open en absoluut ongewenst. De FNV-werkgroep vraagt zich af wat in de samenwerkingsafspraken bedoeld wordt met ‘passende woonlasten’. Wordt hier aansluiting gezocht bij de definitie van het Nibud? De IAH, (de Inkomens Afhankelijke Huurverhoging) is aan veel huurders die het treft niet uit te leggen. Doorstromen naar een middelhuurwoning is vaak niet mogelijk door schaarste. Bovendien wordt de IAH buiten de huursom gehouden. Op deze manier dient de IAH geen volkshuisvestelijk doel maar enkel de financiën van de verhuurder. Een visie op doelgroepen ontbreekt. We noemen drie knelpunten: leerkrachten, studenten en zgn. ‘bankslapers.’ Om goed onderwijs te kunnen garanderen is huisvesting van leerkrachten onontbeerlijk. Wat het gebrek aan leerkrachten in kwetsbaardere wijken betekent hoeven we niet uit te leggen. Met betrekking tot de studentenhuisvesting willen de partijen ‘een lokale invulling geven aan het LAS’. Wij roepen de partijen op met concrete aantallen tot het jaar 2030 te komen. Wij willen ook een lans breken voor een specifieke aanpak van een groep jongeren: de zgn. ‘bankslapers’, ook wel ‘spookjongeren’ genoemd.
Het gaat om duizenden jongeren die om diverse redenen niet meer in het ouderlijk huis kunnen wonen en ergens (tijdelijk) onderdak hebben gevonden, maar buiten alle regels vallen en vaak onbekend zijn bij officiële instanties. Dat maakt deze jongeren uiterst kwetsbaar voor het moeten leveren van ‘tegenprestaties’. Het volkshuisvestelijk doel moet, bij de aanpak van een woning, wijk of woonblok, op z’n minst een verbetering van de woonsituatie van de betrokken bewoners opleveren. In dat kader is een ‘terugkeergarantie’ voor deze bewoners noodzakelijk, of het nou gaat om renovatie of sloop/nieuwbouw. Soms wordt een terugkeergarantie opgenomen in het sociaal plan, maar vaak ook niet. Dat bleek recentelijk bij protesten van bewoners bij het sloopproject Johannes Greivestraat in Nieuw-West. Juist om te voorkomen dat bewoners zich verdrongen voelen en van een slechte woning naar een slechte of kleinere woning moeten verhuizen, is die garantie van belang. Omdat in de praktijk lang niet alle bewoners daar gebruik van maken moet dit haalbaar zijn. Het is aan bewoners om de keuze te kunnen maken om wel of niet terug te keren. Op een recent gehouden bijeenkomst van de werkgroep Stedelijke Ontwikkeling van de PvdA over de Samenwerkingsafspraken werd de terugkeergarantie door ons noodzakelijk genoemd. Het antwoord
daarop van wethouder Van Dantzig was dat dit ‘al in de Samenwerkingsafspraken staat’. Dit is onjuist. We roepen de gemeenteraad op om de toezegging uit het Amsterdams Akkoord per motie te waarborgen en alsnog op te nemen de Samenwerkingsafspraken: ‘bewoners van gesloopte woningen krijgen een terugkeergarantie in de buurt en we kijken daarbij naar een geschikte woning passend bij inkomen en gezinssituatie. Thuiswonenden kinderen boven de 18 jaar worden meegerekend bij het gezin. We spreken een woonlastengarantie af zodat dat de woonlasten hetzelfde blijven voor een woning van dezelfde grootte.
Wij wensen u veel wijsheid toe. Namens de werkgroep Wonen FNV Amsterdam