CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke reactie mw. Van der Veen AZ 08-04-2021

Raadscommissie Algemene Zaken 8 april 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek1.699 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Politieke uitspraken door burgemeester Halsema over Netanyahu’s kritiek op het ICC en BDS Op dinsdag 16 maart 2021 sprak Femke Halsema als burgemeester van Amsterdam op een videoconferentie van 32 steden in de hele wereld over bestrijding van antisemitisme. Zij misbruikte dit als platform voor politieke uitspraken tegen de Israëlische premier Netanyahu over het ICC en BDS. Als burgemeester bespotte Halsema Netanyahu’s verontwaardiging over het besluit van een Pre-Trial Chamber van het Internationaal Strafhof (ICC), dat dit hof rechtsmacht toekomt te oordelen over vermeende oorlogsmisdaden op de Westoever en in Gaza op klacht door de 'Staat van Palestina'. Op 5 februari 2021 oordeelde een Pre-Trial Chamber van het ICC, dat dit Strafhof bevoegd zou zijn (ook) Israëlische politieke en militaire leiders en soldaten te vervolgen voor vermeende oorlogsmisdaden in Gaza sinds 2014. Het kwalificeerde ‘Palestina’ als staat en acht het Hof daarom bevoegd te oordelen op aanklacht van vermeende oorlogsmisdaden op de Westoever en in Gaza. De claim van rechtsmacht van het ICC over ‘Staat’ en ‘grondgebied’ van ‘Palestina’ is volkenrechtelijk nog steeds uiterst aanvechtbaar. Maar volgens Halsema komt het Strafhof onaantastbaar rechterlijk gezag toe. In nationale verhoudingen behoren regering en parlement zich van kritiek op rechterlijke uitspraken te onthouden op grond van de machtenscheiding.

Dit constitutioneel grondbeginsel leidt echter uitzondering, als rechterlijke oordelen manifest getuigen van grove overschrijding van grenzen aan en misbruik van eigen rechtsmacht, van haat wegens geloof, ras of geslacht, andere vormen van stelselmatige willekeur of politieke inmenging. Dan zouden kabinet en Tweede Kamer toch noodgedwongen – bij uitzondering – moeten ingrijpen. Is een rechterlijke uitspraak ‘laatste woord’, ook als het internationale verdragsverplichtingen schendt? In internationale verhoudingen (m.u.v. EU-recht) heerst geen trias politica. Dit is een bij uitstek politieke sfeer. In het volkenrecht bepalen staten hun onderlinge verplichtingen via verdragen, ‘statenpraktijk’ en eigen ‘opinio juris’, gewoonterecht. Het internationaal recht kent slechts enkele belangrijke verdragen met rechtstreekse werking voor burgers, de mensenrechtenverdragen. Internationaal strafrecht was juridisch lang ondenkbaar. De internationale straftribunalen voor Joegoslavië, Rwanda, Cambodja en Oost-Timor zijn bijzondere zware gevallen, gericht op één (voormalige) staat en bij verdrag ingesteld. Rechtsmacht van het Internationaal Strafhof kan alleen volgen uit het Statuut van Rome, waarmee staten, partij bij dit verdrag, het ICC instelden en op grond van ratificatie van amendementen op dit Statuut (misdrijf van agressie).

Toetreding en ratificatie van dit verdrag staat alleen open voor staten. Kernvraag is, of ‘Palestina’ volkenrechtelijk nu als staat kan gelden, als staat kon toetreden tot het ICC Statuut of een klacht over vermeende oorlogsmisdaden op de Westoever (inclusief Oost-Jeruzalem) en Gaza aan de ICC Aanklager kon voorleggen. Die volkenrechtelijke status wordt bepaald door het Verdrag van Montevideo over erkenning van staten, het Weens Verdragenverdrag over vorming, werking en wijziging van verdragen en de vraag naar internationaalrechtelijke gelding van de Oslo Akkoorden. Over het antwoord hierop verschillen staten en rechtsgeleerden wereldwijd van mening, ook als ‘amicus curiae’ bij het Hof’. Alleen als “Palestina”’s klacht ontvankelijk is, mag de ICC Aanklager strafrechtelijk onderzoek instellen. Deze vraag legde ICC Aanklager Fatou Bensouda voor aan een uit drie rechters bestaande Pre-Trial Chamber. De voorzitter, Péter Kovács, achtte ‘Palestina’ nog niet ontvankelijk als Staat, maar werd overstemd door beide andere rechters. Zij volstonden ermee aan te sluiten bij de keuze door de Assemblee van Staten-Partij bij het ICC om ‘Palestina’ toe te laten. Bij uitstek een politieke stap. 1

Dit politieke karakter van besluitvorming rond ‘Palestina’ wordt versterkt door de wijze, waarop een definitie van het ‘misdrijf van agressie’ in het ICC Statuut van Rome in 2010 is ingevoegd. De Assemblee van Staten, in Kampala bijeen, kwam moeizaam tot vaststelling van de tekst van twee amendementen. Via een Memorandum of Understanding poogden diplomaten de vragen te beantwoorden, in hoever uitoefening van rechtsmacht over agressie door het ICC afhangt van ratificatie en niet-partijen raakt. Volgens het Weens Verdragen geldt een multinationaal verdrag tussen partijen, die een amendement ratificeerden, zoals geamendeerd, en jegens partijen, die niet ratificeerden, in de oorspronkelijke vorm. Onderdanen van niet-partij staten zijn niet van de werking van het ICC Statuut uitgesloten, als het land, op wiens grondgebied gestelde misdaden plaatsvonden, een erkende staat is en partij bij het ICC Statuut of een ad hoc verklaring aflegt, dat het de rechtsmacht van dit Strafhof in een militair conflict aanvaardt. Dat geldt ook het misdrijf van agressie. Daar kan een diplomatieke MoU geen verandering in brengen. Slechts 41 landen ratificeerden de Kampala-amendementen, ‘Palestina’ als 30e en Nederland in 2016. Heel Afrika (m.u.v. Botswana), Azië, Australië, Noord-, Midden- en Zuid-Amerika (m.u.v.

Argentinië, Chili en Uruguay) en de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad deden dit niet. Israël als zondebok? De VS en Israël namen intensief aan de opstelling van het ICC Statuut deel, maar zagen gaandeweg, hoe dit werd gepolitiseerd en werden uiteindelijk geen partij. Canada maakte bij eigen toetreding tot het ICC Statuut het voorbehoud, dat het ‘Palestina’ niet als staat erkent. Nederland zweeg daar helaas over. Over deze rechtsmachtsclaim door het ICC zei Netanyahu op 5 februari 2021 in een videoboodschap: “Vandaag heeft het ICC opnieuw bewezen dat het een politiek orgaan is en geen gerechtelijke instelling. Het ICC negeert de echte oorlogsmisdaden en achtervolgt in plaats daarvan de staat Israël, een staat met een sterke democratische regering die de rechtsstaat heiligt, en die geen lid is van het ICC. In deze beslissing schond het ICC het recht van democratieën om zichzelf te verdedigen tegen terrorisme, en speelde het in de kaart van degenen die de pogingen om de cirkel van vrede uit te breiden ondermijnen. (…) Wanneer het ICC Israël onderzoekt wegens nepoorlogsmisdaden, is dit puur antisemitisme.” Burgemeester Halsema stelde hier quasi-neutraal tegenover: "Je mag kritiek hebben op het beleid van Nederland.

Mensen moeten ook het beleid van de staat Israël kunnen bekritiseren," , maar zij voegde hier gelijk aan toe, dat het verkeerd is om "het bekritiseren van een daad van de staat Israël gelijk te stellen met jodenhaat." Daarna volgde haar adder onder het gras, tegen de Israëlische premier: ‘Als iemand “voor politiek gewin” zegt dat een gerechtelijk onderzoek door het Internationaal Strafhof naar een statelijke partij in Gaza antisemitisme is, dan onderschat je ten diepste de betekenis van antisemitisme en de duistere uitkomsten van antisemitisme nu en in de geschiedenis.’ Een dramatische reprimande van een meisje uit een keurig christelijk gezin jegens een joodse premier, wiens familie ook de volkerenmoord door de Nazi’s op de Europese joden onderging, het trauma van de Shoah, dat de Israëlische bevolking en joden wereldwijd dragen. Netanyahu’s vader, in 1910 als Benzion Mileikowsky geboren, emigreerde in 1920 als kind naar Palestina, werd zionist en geschiedschrijver. Zijn broer Yonathan sneuvelde in de Israëlische bevrijdingsactie van het door Palestijnen gekaapte vliegtuig in Entebbe. Zelf raakte hij gewond bij bevrijding van de gijzelaars uit de gekaapte Belgische Sabenavlucht 571 bij Tel Aviv, vocht in 1973 in de Jom Kippoeroorlog ter verdediging van zijn land tegen de ondergang.

Israëlische leiders worden dagelijks geconfronteerd met aanslagen op burgers, zij moeten optreden. 2

Als Amsterdams burgemeester meende Halsema op de burgemeestersconferentie over bestrijding van antisemitisme echter te moeten uitdragen, dat de rechtsmacht van het ICC een onaantastbaar gegeven is en Netanyahu de wereld met zijn verwijt van antisemitische besluitvorming ‘bedroog’ (‘deceived’). Ook kapittelde ze iedereen, die voorstelt om oproepen tot Boycot Divestering en Sancties tegen Israël (BDS) te beteugelen en rechterlijk te toetsen. Zij ontkende strafbaarheid daarvan en acht alle uitingen vrij. Zo miskent zij de antidiscriminatiebepalingen in ons nationaal strafrecht (artikel n 137 c-g Sr), ter uitvoering van de beide VN Verdragen tot uitbanning van Racisme en van alle vormen van Vrouwendiscriminatie. Als burgemeester ontbeerde ze elke democratische legitimatie persoonlijke politieke uitspraken te doen. Halsema meent ten onrechte de grenzen te mogen bepalen van wat valt onder strafbare uitingen van jodenhaat en oproepen tot antisemitisme. Nederlandse burgemeesters gaat niet over de inhoudelijke reikwijdte van de vrijheid van meningsuiting, alleen over bewaring van openbare orde bij demonstraties. Ook sprak Halsema over daden van ‘State actors’ als onderworpen aan de rechtsmacht van het ICC. Frappant, die beperking tot plegers, die namens een staat ageren, kenmerkend voor het misdrijf van agressie.

Oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de mensheid, genocide bovenal, worden ook door veel andere personen, soldaten, rebellen en burgers, gepleegd, vallen onder de ongeamendeerde materiële rechtsmacht van het ICC. Wie souffleerde Halsema, Nederlandse rechtsgeleerden van het Right’s Forum? Burgemeester Halsema verdedigde in haar toespraak het recht op te roepen en te ageren voor Boycot, Divestment en Sancties (BDS) tegen Israël als legitieme politieke actie. De burgemeester van Frankfurt wil daarentegen zijn joodse bevolking juist bescherming bieden tegen BDS als vorm van antisemitisme. De BDS-beweging stelt Israël als Apartheidstaat voor, die zij van de wereldkaart weg wil vagen, plaats moet maken voor Palestina op basis van ‘one man one vote’. De joodse bevolking daarbinnen wordt dan een minderheid ten opzichte van moslim en christelijke Arabieren in Israël, Gaza en op de Westoever. Nog verzwaard, als ook (achterklein)kinderen van de oorspronkelijke Palestijnse vluchtelingen naar Israël mogen ‘terugkeren’. BDS beoogt het einde van Israël als joods thuisland en het recht op terugkeer van joden. De voorstelling van het staatkundig en maatschappelijk stelsel van Israël als vorm van Apartheid is vals.

BDS ontkent het zelfbeschikkingsrecht van het Joodse volk, op grond waarvan Israëls bestaansrecht in de Twee-Statenresolutie van de VN in 1947 en de staat Israël in 1948 internationaal juist werd erkend. Bij oproepen tot BDS gaat het naast economische boycot en sancties vooral om wereldwijde uitsluiting van Israëlische joodse academici en kunstenaars van deelname aan alle uitwisseling van geestelijk leven, universele weigering van alle dialoog. Uitbanning van boeken, wetenschap, muziek en kunst. Boycot van elke vorm van vredelievende menselijke interactie, gericht tegen joodse Israëliërs, niet op christelijke of moslim Arabische inwoners van Israël en Palestijnen, is een vorm van anti-joodse actie. Laat Nederland en de Amsterdamse gemeenteraad hiertegen politiek actie ondernemen en de lesinhoud over aardrijkskunde en geschiedenis aan onze scholen en universiteiten wetenschappelijk onderzoeken. Wat leert onze jeugd over de Nazi-machtsgreep in Europa, collaboratie door Oost-Europese staten en ook Nederlandse autoriteiten onder Duitse bezetting, vervolging, volkerenmoord op de Europese joden? Met vriendelijke groet, A. van der Veen,

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9974556/1