Schriftelijke reactie Fietsersbond RO 24-03-2021
Tekst van het document
Inspraak bij vergadering raadscommissie RO 24-3-2021, bij punt 16
De missing link in de Sprong over het IJ: het Stenen Hoofdveer Gemma Kenter Eva van den Berg Ed Eringa Fietsersbond Amsterdam
Figuur 1. Voorstel voor inrichting van het IJ uit het eindadvies van D’Hooghe et al. (2020) met Stenen Hoofdveer (omcirkeld).
De commissie-D’Hooghe bracht in juni 2020 een baanbrekend concept-inrichtingsplan voor het IJ, weergegeven in het overzicht hierboven (eindadvies D’Hooghe, p.90). Een belangrijk onderdeel hiervan dat op korte termijn nodig is is nog onderbelicht: de verplaatsing van het Distelwegveer naar het Stenen Hoofd, waarmee deze veerverbinding onderdeel wordt van de fietsring rond het centrum. Hiermee wordt het snelst groeiende deel van de IJ-oevers ontsloten en wordt het inrichtingsplan een logisch vervolg op de Visienota van D’Hooghe, waarin een verbinding bij het Stenen Hoofd als meest waardevolle van alle onderzocht verbindingen werd beoordeeld. Hoewel de nieuwe verbindingen in de komende 10 jaar alle in het oostelijke IJ liggen, is verbetering in het westelijke IJ het snelst nodig.
1
Omdat een vaste verbinding bij het Stenen Hoofd in 2020 onhaalbaar bleek, is een veerverbinding logisch als plan B: op dezelfde manier kwamen plannen voor geoptimaliseerde veerverbindingen bij het IJplein en Java-eiland in 2016 en 2020 tot stand. Voor de goede orde: het door D’Hooghe en ons voorgestelde Stenen Hoofdveer is totaal anders dan de tijdelijke veerverbinding tussen Distelweg en de Westerdoksdijk, in gebruik tijdens de werkzaamheden aan de Pontsteiger enkele jaren geleden (figuur 2). Deze verbinding had vergeleken met het Distelwegveer een langer vaartraject, een slechtere aansluiting op het fietsnetwerk, een even lage vaarfrequentie en een lagere vervoerswaarde.
Figuur 2. Het IJ bij de Buiksloterham in bovenaanzicht met de trajecten van het Distelwegveer (geel), het tijdelijke veer naar de Westerdoksdijk (oranje) en het voorgestelde Stenen Hoofdveer (groen). Rechtsboven de Ridderspoorweg, linksonder de Barentszstraat. Het voorgestelde traject houdt op naast de kop van het Stenen Hoofd, de voormalige aanlegsteiger van de Holland-Amerikalijn waaraan parallel een aanlegsteiger gebouwd kan worden. In blauw de betonde vaargeul van het IJ.
De argumenten voor een Stenen Hoofdveer samengevat: 1. Noodzaak: de Buiksloterham ontwikkelt zich snel maar heeft geen goede verbinding met het centrum voor fietsers en voetgangers. Dit verhoogt de druk op het dichtstbijzijnde alternatief, het Buiksloterwegveer. 2. Wenselijkheid: goede verbindingen voor fietsers en voetgangers stimuleren duurzame mobiliteit en verlagen in de Buiksloterham de druk op autowegen zoals de Klaprozenweg. Een Stenen Hoofdverbinding heeft een hoge vervoerswaarde, (Visienota commissie oeververbindingen Rijkswateren, december 2019), veel hoger dan het Distelwegveer. 3. Missing link: een Stenen Hoofdverbinding sluit de fietsring rond het centrum via de Barentszstraat (zuid) en een al geplande nieuwe brug over het Tolhuiskanaal bij het Asterpad (noord). Een Stenen Hoofdveer zou precies tussen de geadviseerde Haparandabrug en Buiksloterwegveer in komen te liggen (figuur 1).
2
Mogelijke argumenten tegen een Stenen Hoofdveer: 4. Vervoerswaarde: het Distelwegveer heeft een lage vervoerswaarde. Oorzaken zijn een lage frequentie, beperkte vaartijden, een lang vaartraject (700 meter) en slechte aansluiting op het fietsnetwerk aan de noordzijde. Verplaatsing naar het Stenen Hoofd verkort het vaartraject tot 350 meter en verbetert de inbedding in het fietsnetwerk, waardoor het veer veel efficiënter kan worden ingezet. Het vaartraject van het tijdelijke veer naar de Westerdoksdijk was 1000 meter lang. 5. Nautische inpasbaarheid: een Stenen Hoofdveer vaart in hetzelfde deel van het IJ als het Distelwegveer en tijdelijke Westerdoksveer. Het nieuwe Stenen Hoofdveer lijkt nautisch dus goed inpasbaar, ook omdat de vaargeul ter plaatse relatief ver van de IJ-oevers ligt (figuur 2). We hopen dat u wilt besluiten om ook de Buiksloterham en het Stenen Hoofdveer te betrekken in de uitvoering van het advies van de commissie-D’Hooghe. De locatie van de noordelijke aanlanding kan nader bepaald worden, maar de IJ-oever tegenover het Stenen Hoofd is er klaar voor (figuur 3).
Gezien de vergevorderde ontwikkeling van de Buiksloterham adviseren wij de frequentie van het Distelwegveer nu al te verhogen, naast de aanleg van de nieuwe aanlandingen.
Figuur 3. Zicht op het Stenen Hoofd vanaf de Grasweg (locatie met ster), 20-3-2021.
3