Schriftelijke bijdrage van dhr Paul van Eerden – inzake agendapunt 8 Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode
Tekst van het document
Ondersteuning motie Stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost Betreft: Motie van het lid Luqman, Stadsdeelcommissie Amsterdam Zuidoost inzake Erkenning van misstanden contractarbeid in de koloniale post-slavernij periode (vanaf 1873) Aan: Raadscommissie Financiën, Kunst en cultuur, Diversiteit (FKD) Van: Stadsdeelcommissie Zuidoost, fractie Bewoners Amsterdam Zuidoost (BAZ) Vergaderdatum: 03 juli 2025
Ik ben, namens Bewoners Amsterdam Zuidoost, mede-indiener van de voorliggende motie. Deze motie verdient het, in alle mogelijke opzichten, om gehonoreerd te worden door uitvoering te geven aan waar om wordt verzocht. De geschiedenis van contractarbeiders blijkt verrassend onbekend in Amsterdam zelfs bij mensen die tot nazaten van die contractarbeiders gerekend kunnen worden. De omvang en de ernst van de misstanden die in de betrokken koloniale periode bestonden rechtvaardigen ruime aandacht voor het onderwerp contractarbeid alleen. Een belangrijk onderdeel van de motie betreft de realisatie in Amsterdam Zuidoost van een monument ter erkenning van de geschiedenis en het leed van alle groepen die in de post-slavernij periode als contractarbeiders naar de koloniën werden gebracht. Dit monument moet een tastbare plek worden voor herdenking en bewustwording. Brasa Park en Nelson Mandelapark worden als mogelijke locaties voorgesteld. De motie wordt gesteund door alle fracties, op 1 na, die in de Stadsdeelcommissie Zuidoost zijn vertegenwoordigd. De bezwaren vanuit die fractie betreffen, eenvoudig samengevat, dat de plaatsing van een monument ontijdig zou zijn en belangrijker nog, dat er geen monument voor uitsluitend contractarbeiders zou mogen komen maar alleen een monument ter nagedachtenis van slachtoffers van de koloniale periode in (de meest) brede zin.
Helaas komt deze zienswijze ook in de reactie van het dagelijks bestuur terug. De plaatsing van een monument voor contractarbeid nu zou ontijdig zijn want zou volgtijdelijk moeten plaatsvinden op de herdenking van het slavernijverleden, zo wordt gesteld. Er bestaat al een aantal jaren een monument (in Oost) ter nagedachtenis van het slavernijverleden en er is voor dat onderwerp ook tot op de dag van vandaag veel aandacht geweest. De idee is echter dat het onderwerp slavernijverleden eerst moet zijn afgerond alvorens er bijzondere aandacht voor het onderwerp contractarbeid mag zijn. Het slavernijverleden zal echter niet in enig voorzienbare
toekomst, wellicht zelfs nooit, volledig worden afgerond. Het betreft een zeer merkwaardig argument. De rechtvaardiging voor de zelfstandige aandacht van het slavernijverleden zou er dan in liggen dat tot slaaf gemaakten op de koloniale tijdlijn de enige koloniale slachtoffers waren tot aan juli 1873. De contractarbeiders verschenen eerst later op die koloniale tijdlijn en maakten daarvan toen niet alleen maar samen met andere groepen, zoals de vrijgemaakte slaven en de inheemse bevolking, deel uit. De idee dat zelfstandige aandacht voor een groep niet aan de orde mag zijn als er gelijktijdig sprake van wat dan heet een “complexe gedeelde geschiedenis” is absurd. De exclusiviteitsclaim voor het slavernijverleden is ook nog eens onjuist. Voor juli 1873 maakten tal van bevolkingsgroepen deel uit van de Nederlandse koloniën in het Oosten. In de transAtlantische koloniale gebieden vormden tot slaaf gemaakten weliswaar uiteindelijk een meerderheid maar was er ook een inheemse bevolking aanwezig die ook gruwelijk slecht door de kolonisator werd bejegend maar in de regel niet tot slaaf werd gemaakt. Overigens is de weerstand tegen de motie wel te verklaren. Ons staatshoofd sprak het al uit: Keti Koti; de ketenen verbroken, andere tijden breken aan.
Wat de vrijgemaakte slaven echter direct meemaakten is dat alleen als je geld hebt de vrijheid niet duur is en dat andere tijden niet vanzelfsprekend veel betere tijden betekenen. De omstandigheden waarin de vrijgemaakte slaven na 1 juli 1873 kwamen te leven bleven erbarmelijk. Zij werden economisch gemarginaliseerd juist door de komst van de contractarbeiders die een groot gedeelte van hun werkzaamheden overnamen. Het is de tragiek van Suriname dat veel nabestaanden van tot slaaf gemaakten tot op de dag van vandaag de contractarbeiders de slechte situatie van na 1 juli 1873 meer lijken kwalijk te nemen dan de echte schuldige en dat was de kolonisator. Het is juist ook belangrijk om de periode van contractarbeid te belichten om de voortgezette pijn van tot slaaf gemaakten onder de aandacht te brengen. Ik hoop dat de directie van het nog te realiseren slavernijmuseum de wijsheid zal hebben om de periode van contractarbeid ook in de programmering op te nemen. De kwartiermaker van dat museum heeft in ieder geval aan aangegeven zich te richten op verbinding en ook de bruine mens (zo noemt hij de Aziaat) in het verhaal te betrekken.
Bewoners Amsterdam Zuidoost P.A. (Paul) van Eerden