Schriftelijke bijdrage Tijn Croon, Eline Baert, Josephine Hoendervangers, Amber Bosse - Veilige en toegankelijke zwemplekken in de stad
Tekst van het document
Beste leden van stadsdeelcommissie centrum, Voor een bewoner van de haarlemmerbuurt kost het 41 minuten om naar de meest dichtbij zijnde officiele zwemplek van mijn gemeente te fietsen, het nieuwe meer. Iets sneller, zo’n 35 minuten als de pont meezit, ben ik in het twiske, maar dan zit ik inmiddels ook in de zaanstreek. Op een snikhete zomerse dag zijn dat afstanden waar ik als jonge gezonde vrouw mij misschien nog wel aan durf te wagen, maar het overgrote deel van mijn stadgenoten niet. Feitelijk heb je als centrumbewoner dus geen plek waar je als het warm is in de open lucht zonder toegangskaartje kunt zwemmen en weet dat het water waar je dat in doet schoon en veilig is. Het alternatief is dat je afreist naar een van de vele wildzwemplekken in de stad: het marineterrein, het entrepotdok, de westelijke eilanden. Net zoals vele andere amsterdammers kun je hier op eigen risico gaan zwemmen. En die risico’s zijn er nogal wat. De gemeente onthoudt zich van het beter en leuker maken van deze plekken: er staan borden over wat er allemaal mis kan gaan, als er al trappetjes zijn doen ze vaak pijn aan je voeten, en met uitzondering van het marinetterein is er geen enkele infrastructuur op het water die je veiligheid kan garanderen.
Maar wat mij het meest dwars zit is dat ik geen informatie kan vinden over de waterkwaliteit van wildzwemplekken, die nogal eens kan fluctureren, en bijvoorbeeld na een flinke zomerse bui rap kan afnemen. Anders dan op straat en in parken, eigenlijk in alle openbare ruimtes in de stad, worden we in het water als bewoners nogal de in de steek gelaten. Het water is nu eigenlijk vooral van de plezier- en de scheepsvaart. Als bewoner met een steeds belangrijker wordende behoefte op afkoeling, beweging, contact met de natuur, recreatie die GEEN geld kost, en verbinding met de buurt waarin je woont, lijken we de mogelijkheden van het water te zijn vergeten; en dat terwijl onze stad uit zoveel water bestaat. Als we om ons heen kijken in Europa staan we daar best alleen in. Van zwembare steden als kopenhagen, bern, zurich, wenen en stockholm, weten we dat zwemmen in de stad de leefbaarheid verhoogt, dat er meetbare voordelen zijn op psychische en fysieke gezondheid, dat er minder hittestress voorkomt en dat bewoners zich meer thuisvoelen in hun stad. Vandaag de dag hebben zelfs steden als Parijs en Londen zich gecommiteerd aan het zwembaar maken van hun waterwegen; de seine en de thames. Dat het IJ niet in dit lijstje voorkomt vind ik, en vele zwemmers met mij, een groot gemis voor mijn stad, en ook een beetje ongemakkelijk.
Want een sociale stad als Amsterdam zou zich toch moeten inspannen om de al schrale publieke ruimte die ze heeft, zo bruikbaar, veilig en prettig mogelijk te maken voor haar inwoners, en– helemaal gelet de uitdagingen waar we de komende tijd als stad voor staan- niet haar angst voor aansprakelijkheid boven haar verantwoordelijkheden te stellen. Ik hoop dat mijn stad de komende jaren een voorbeeld neemt aan de steden om haar heen en start met het echt zwembaar maken van haar water. Dat plekken als het entrepotdok en marineterrein officiele zwemlocaties worden met informatie over de waterkwaliteit, met inspanningen van gemeente om de waterkwaliteit ook echt te verbeteren, en met de
bijbehorende inclusieve infrastructuur. Ik hoop dat stadsdeel centrum hier het voortouw in kan nemen. Dankuwel,