Schriftelijke bijdrage Tania Davison inzake agendapunt 3
Tekst van het document
Notitie overgangsregeling evenementenvergunningen Amsterdam 1. Inleiding De gemeente Amsterdam wenst met de nieuwe verdeling van evenementenlocaties te voldoen aan de Europese Dienstenrichtlijn. Dit beleid moet objectief, transparant en evenredig zijn. Dat geldt ook voor de invoering van het beleid. Daar maken organisatoren zoals ik zich ernstig zorgen over, omdat een overgangsperiode geheel ontbreekt. Dat leidt tot disproportionele gevolgen. Niet alleen voor organisatoren en hun bedrijfscontinuïteit, maar ook voor de gemeente Amsterdam en haar inwoners. Tot nu toe is de praktijk dat organisatoren jaarlijks een vergunning krijgen voor de locatie waar zij hun evenement organiseren. De nieuwe regeling maakt daaraan abrupt een einde. Wij bepleiten daarom een goede overgangsregeling.
2. Overgangsrecht is toegestaan en noodzakelijk De Dienstenrichtlijn staat overgangsrecht toe.1 Wel moet overgangsrecht “tijdelijk, proportioneel en nietdiscriminerend” zijn. Dit is bevestigd in de rechtspraak. Dat overgangsrecht toelaatbaar is, volgt ook uit het advies dat de gemeente bij hoogleraar Wolswinkel heeft ingewonnen. 2 Juist bij de invoering van een nieuw stelsel, is er ruimte voor overgangsrecht.3 Overgangsrecht is noodzakelijk en gerechtvaardigd in een of meer van de volgende gevallen4 : - hoge vaste lasten en investeringen; - disproportionele schade door plotselinge beleidswijziging; - belang van continuïteit voor bewoners, buurt en stad. - disproportionele schade door plotselinge beleidswijziging; - belang van continuïteit voor bewoners, buurt en stad. Alleen bij zwaarwegende belangen zoals acuut gevaar voor veiligheid, gezondheid of milieu kan een overgang achterwege blijven, maar daarvan is hier geen sprake.
3. Bescherming van zittende organisatoren Amsterdamse organisatoren zijn vrijwel volledig afhankelijk van hun jaarlijks verleende vergunningen in Amsterdam. Zij voelen zich “sitting ducks” nu organisatoren uit het hele land – op basis van de nieuwe regeling– zonder risico kunnen inschrijven, terwijl lokale partijen alles te verliezen hebben. Voor 2026 hebben zich met het oog op de aangekondigde nieuwe verdeelsleutel al tientallen (!) organisatoren uit heel Nederland aangemeld voor de paar beschikbare plekken. Aan de andere kant kost het vinden van een nieuwe evenementenlocatie inclusief de daarvoor benodigde vergunningen, Amsterdamse organisatoren zomaar 2 tot 4 jaar, nog afgezien van de hoge investeringskosten die daarmee gemoeid zijn. Amsterdam is een van de zeer weinige gemeentes die met een verdeelsleutel werken, waardoor inschrijven op plekken van andere organisatoren in den lande niet reëel is. Daarmee wordt de prijs van abrupte invoering bijzonder hoog. Amsterdamse partijen kunnen hun hele bedrijf kunnen verliezen. Zonder overgangsregeling dreigen faillissementen, banenverlies, leegstand van locaties en verlies van kwaliteit en draagvlak in de stad. Daar staat tegenover dat organisatoren locaties vaak zelf tot een succes hebben gemaakt. Ze hebben jarenlang intensief geïnvesteerd in planvorming, deskundigenberichten, adviezen bodem- en groenherstel, optimalisatie en 1
Europese Dienstenrichtlijn, 2006/123/EG, art. 12 lid 2 Zicht op schaarse vergunningstelsels” is op p. 31-32 3 HR 2019, ECLI:NL:HR:2019:2007 (Rondvaartboten Amsterdam); HvJ EU, C-458/14 en C-348/22 (Strandconcessies) en ook bij kansspelvergunningen zien we dat overgangsrecht moet worden meegenomen. 4 De Nederlandse handleiding Dienstenrichtlijn (ECER, update 2020) bevestigt dat overgangsperiodes zijn toegestaan om investeringen en opgebouwde posities te beschermen, zolang ze tijdelijk, proportioneel en nietdiscriminerend zijn https://www.rijksoverheid.nl/documenten/brochures/2020/02/01/handleidingdienstenrichtlijn 2
niet in de laatste plaats in de relatie met de buurt. Uit de participatie volgt dat het leeuwendeel van de omwonenden de voorkeur geeft aan continuïteit i.p.v. van iedere (e paar) jaar een nieuwe organisator die het wiel op een locatie moet uitvinden. Verder hebben zittende organisatoren de afgelopen jaren intensief meegedacht en meegeschreven aan het nieuwe beleid. Dit vergde buitensporig veel tijd, energie en middelen. Uit de Visie Evenementen 2025–2035 blijkt verder dat 80% (!) van de Amsterdammers tevreden is met het huidige aanbod. Er is dus geen maatschappelijk draagvlak voor abrupte verstoring.
4. Conclusie Overgangsrecht is blijkens het Europees recht mogelijk en geboden. Toch blijft de gemeente m.b.t. overgangsrecht in gebreke, kennelijk op advies van wel zeer voorzichtige juristen. Maar dit gaat over een redelijke belangenafweging. Of Amsterdam de organisatoren die de afgelopen jaren een rijk Amsterdams evenementenaanbod ontwikkelden, een redelijke en serieuze kans geeft om deze 180-graden draai in het vergunningverleningsbeleid te overleven. Wij verzoeken u om die reden om een redelijke overgangsperiode van minimaal 5 jaar na inwerkingtreding van het nieuwe stelsel. Ter vergelijk: in de Amsterdamse rondvaartbotenzaak werd een overgangsperiode van 15 jaar opgenomen!