Schriftelijke bijdrage Studenten van de Universiteit van Amsterdam
Tekst van het document
Geachte leden van de raad,
Op woensdag 8 mei, net voor middernacht, zijn wij, vreedzame demonstranten, op gewelddadige wijze van het Rokin naar het Rembrandtplein gedwongen door de politie. Honden en stokken werden ingezet om de mensenmassa op te jagen. Lopen was niet effectief genoeg; we moesten rennen om onszelf in veiligheid te brengen. Eenmaal op het Rembrandtplein werd duidelijk dat de intimidatie hier niet tot een einde kwam en de spanning hier niet verbroken kon worden, aangezien velen politieauto’s en -busjes ons op stonden te wachten. Twee van de vijf uitgangen waren volledig geblokkeerd door de politie, waardoor de mogelijkheid om het plein te verlaten beperkt werd en de angst om ingesloten te worden toenam. Toen duidelijk werd dat de politie geen verdere actie kon ondernemen en de rust terugkeerde, overlegden we (elf in totaal) hoe we het beste veilig naar huis konden gaan. Op dat moment stopte een politiebusje en zes mannen van het arrestatieteam sprongen op ons af met stokken. Eén van ons was overduidelijk het doelwit en hij is op brute wijze geslagen en meegenomen. Wij, de achtergebleven demonstranten, zijn in paniek weggerend. Deze “ingreep” van de politie was zowel fysiek als mentaal gewelddadig. Niemand van ons voelt zich momenteel veilig in deze stad. We kunnen niet slapen, aangezien het geschreeuw van onze vriend nog nagalmt in onze gedachten.
Het is ongelofelijk, niet te bevatten, dat dit de manier is waarop de politie reageert op een vreedzaam protest in een land zoals Nederland, in een stad zoals Amsterdam.
Hoogachtend,
Studenten van de Universiteit van Amsterdam