CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke bijdrage Raoul Meester namens Meester advocaten

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek3.444 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Meester Advocaten Raoul Meester

Aan: De leden van de Tijdelijke Algemene Raadscommissie Gemeente Amsterdam Amstel 1 1011 PN Amsterdam Datum: 15 juni 2026 Betreft: Behandeling agendapunten horecabeleid, Wijzigingsbesluit Omgevingsplan en Raadsinformatiebrief afdoening moties – vergadering 17 juni 2026

Geachte commissieleden, Inleiding en hoedanigheid Meester Advocaten heeft namens vele horecaondernemers en nog meer horecabedrijven in Amsterdam inspraakreacties op het nieuwe horecabeleid 2025 en zienswijzen op het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan ingediend. Namens meerdere ondernemers en bedrijven zal ik ook inspreken, nu de spreektijd beperkt is, zal ik deze middels een overzicht aan u kenbaar maken (bijlage). Onze cliënten exploiteren uiteenlopende horecabedrijven in de stad. Zij worden allen in meer of mindere mate geraakt door het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (hierna: "het Wijzigingsbesluit") en het bijbehorende Horecabeleid 2025 (Actualisatie 2026) dat u op woensdag 17 juni 2026 ter behandeling voorligt. Wij wenden ons tot u in uw hoedanigheid van volksvertegenwoordigers, voordat de gemeenteraad een definitief besluit neemt. Deze brief heeft betrekking op twee agendapunten die op 17 juni 2026 worden behandeld: •

•

Agendapunt 9: de Raadsinformatiebrief ter afdoening van toezegging TA2026-000160 over de afhandeling van de bij het Horecabeleid 2025 aangenomen moties (VN2026007166), gedagtekend 14 april 2026 (hierna: "de RIB"); Agendapunt 47: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties.

Wij verzoeken u vriendelijk doch dringend de navolgende bezwaren en aandachtspunten te betrekken bij uw beraadslagingen en besluitvorming ten aanzien van beide agendapunten. Achtergrond: ingediende zienswijzen en beantwoording Meester Advocaten heeft namens haar cliënten zienswijzen ingediend in het kader van het Ontwerp Wijzigingsbesluit. Deze zienswijzen zijn beantwoord in de Nota van beantwoording zienswijzen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam (hierna: "de Nota van

Beantwoording"). Wij hebben de Nota van Beantwoording, de voorgenomen wijzigingen, de bijbehorende stukken en de RIB bestudeerd. Wij erkennen dat een aantal zienswijzen heeft geleid tot positieve aanpassingen, zoals: •

• • • •

•

de toezegging dat bij omzetting van horecacategorieën naar zwaartecategorieën als uitgangspunt geldt dat de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan worden overgenomen; de uitbreiding van de dansvloermogelijkheid voor middelzware horeca (voor bedrijven die op grond van het bestemmingsplan al over die mogelijkheid beschikten); de verhoging van het maximale geluidniveau voor lichte horeca en reguliere horeca van 75 dB(A) naar 77 dB(A); de verduidelijking dat het meegeven van consumpties voor consumptie elders (afhaal) is toegestaan voor alle zwaartecategorieën, mits van ondergeschikte omvang; de toezegging dat alle bestaande horecaterrassen met een geldende exploitatievergunning een omgevingsvergunning voor het terras van rechtswege zullen verkrijgen; de mogelijkheid voor reguliere horeca om een persoonsgebonden ontheffing van openingstijden te krijgen.

Wij waarderen deze aanpassingen. Zij zijn echter onvoldoende om de grote risico's die het Wijzigingsbesluit voor onze cliënten meebrengt weg te nemen. De hiernavolgende bezwaren blijven onverminderd van kracht. Nog bestaande risico's en bezwaren ten aanzien van het Wijzigingsbesluit Onzekerheid bij omzetting naar zwaartecategorieën Het Wijzigingsbesluit introduceert vier zwaartecategorieën: lichte horeca, reguliere horeca, middelzware horeca en zware horeca. Hoewel als uitgangspunt geldt dat bij omzetting de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan worden overgenomen, wordt uitdrukkelijk voorbehouden dat in uitzonderlijke situaties van dit uitgangspunt kan worden afgeweken. Dit voorbehoud is onaanvaardbaar vaag. Het is geenszins uitgesloten dat de gemeente van deze mogelijkheid niet slechts in uitzonderlijke gevallen zal gebruiken, maar veeleer regulier. Dan wreekt zich het ontbreken van objectieve criteria om te toetsen of er sprake is van een uitzonderlijke situatie. Het risico van willekeur ligt op de loer, met vergaande gevolgen voor de betrokken ondernemers. De indeling in zwaartecategorieën is bovendien onvoldoende flexibel voor bedrijven wier activiteiten niet naadloos binnen één categorie passen, maar wel al vele jaren een bestaand en bekend concept exploiteren en ook altijd hiervoor een exploitatievergunningen hebben gekregen.

Een gedwongen indeling in een te lichte categorie heeft zeer vergaande financieel nadelige gevolgen: verlies van omzet, aantasting van de bedrijfswaarde en serieuze continuïteitsrisico's. Onze cliënten stellen de gemeente Amsterdam op voorhand aansprakelijk voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste omzetting.

Concreet voorbeeld 1: Barça Bar & Restaurant gevestigd aan het Marie Heinekenplein, drijft thans een exploitatie die op grond van het geldende bestemmingsplan is toegestaan, waaronder (ook) gelegenheid bieden tot dansen. Indeling in de categorie reguliere horeca zou betekenen dat bepaalde onderdelen van de exploitatie, zoals onder meer dansen, niet langer zijn toegestaan, hetgeen zal leiden tot omzetderving. Concreet voorbeeld 2: Club Prime (Rembrandtplein 22) en Club John Doe (Rembrandtplein 31) illustreren de risico's van het Wijzigingsbesluit voor langdurig vergund nachthorecagebruik. Beide clubs beschikken over jarenlange exploitatievergunningen met ruime openingstijden en dansen als wezenlijk onderdeel van hun concept, maar dreigen door de categorie-omzetting - die primair gebaseerd is op de bestemmingsplansystematiek in plaats van het feitelijke vergunde gebruik - te worden ingedeeld in middelzware horeca in plaats van zware horeca (uitgaan). Dit zou een drastische beperking van openingstijden en exploitatiemogelijkheden tot gevolg hebben die volledig haaks staat op een al decennialang rechtmatige en bij de gemeente bekende bedrijfsvoering.

De enige vangnetregeling die het Wijzigingsbesluit biedt - de persoonsgebonden ontheffing van artikel 3.86 Omgevingsplan - is volstrekt ontoereikend: zij vervalt bij bedrijfsoverdracht, heeft geen duurzaam karakter en tast daarmee zowel de overdraagbaarheid als de ondernemingswaarde aan, hetgeen tot onaanvaardbare gevolgen en schade leidt. Beperking geluidsnorm voor reguliere horeca (77 dB(A)) De bepaling dat binnen lichte horeca en reguliere horeca muziek met een geluidsniveau hoger dan 77 dB(A) niet is toegestaan, is in de praktijk niet werkbaar. Een restaurant met circa 20 bezoekers kent reeds een omgevingsgeluidniveau van meer dan 77 dB(A). Indien achtergrondmuziek wordt gespeeld op een niveau dat voor gasten hoorbaar is, zal deze norm structureel worden overschreden. Dit betekent in feite dat vrijwel ieder restaurant met achtergrondmuziek in overtreding is zodra het Wijzigingsbesluit van kracht wordt. Wij wijzen erop dat artikel 9.28 van het Omgevingsplan al een toetsingskader voor muziekgeluid biedt: bij muziekgeluid boven 70 dB(A) bij aanpandige woningen en boven 80 dB(A) bij vrijstaande bedrijven is een akoestisch onderzoek vereist. Het Omgevingsplan biedt daarmee expliciet ruimte voor hogere muziekgeluidniveaus, mits voldoende geluidsisolatie wordt toegepast.

De voorgestelde norm van 77 dB(A) voor reguliere horeca is onnodig beperkend, niet onderbouwd en sluit niet aan bij de praktijk. Beperking 'to go' en verwarmd/niet-verwarmd onderscheid De beperking van afhaalverstrekkingen tot niet-verwarmde etenswaren voor bestaande bedrijven met een horeca 4 exploitatievergunning, is in de praktijk onlogisch en niet handhaafbaar. Daarnaast wordt het jarenlange toegestane gebruik van vergunde bedrijven als Bagels & Beans, Vlaamsch Broodhuys, Surinaamse eetzaken, etc. onredelijk beperkt met ook nog eens aanzienlijke financieel nadelige gevolgen. Een lunchroom die warme kaasbroodjes, verwarmde bagels of tosti's verstrekt, zou op grond van het Wijzigingsbesluit in overtreding zijn. Dit onderscheid snijdt geen hout: er bestaan voldoende andere criteria om onderscheid te maken tussen reguliere horeca en fastfoodhoreca.

Bovendien bestaat onduidelijkheid over de vraag of het meegeven van niet-verwarmde etenswaren voor alle zwaartecategorieën automatisch geldt, of dat daarvoor nog een aparte locatieaanwijzing vereist is. Deze onduidelijkheid leidt tot rechtsonzekerheid voor ondernemers. Beperking openingstijden en onzekerheid rondom ontheffingen Het Wijzigingsbesluit introduceert vervroegde sluitingstijden: in het weekend zijn de maximale openingstijden voor reguliere horeca en fastservicebedrijven 02.00 uur. Ruimere openingstijden dan opgenomen in het Omgevingsplan komen met het Wijzigingsbesluit te vervallen, ook wanneer de geldende exploitatievergunning ruimere tijden toestaat. Hoewel voor fastfoodhoreca en zware horeca (uitgaan) een maatwerkontheffing mogelijk is, zijn de volgende bezwaren van toepassing: • • •

•

•

Het systeem wijzigt van “ja, mits”, naar “nee, tenzij”; De aanvraag voor een maatwerkvoorschrift zijn een extra administratieve last voor de ondernemers; Bij elke ontheffingsaanvraag kunnen bezwaren worden ingediend, waardoor ondernemers die jarenlang verantwoord hebben geëxploiteerd opnieuw worden geconfronteerd met onzekerheid en belemmeringen; De ontheffing is persoonsgebonden en niet-overdraagbaar, hetgeen ingrijpt op de onderlinge verhoudingen binnen bedrijven (zoals vennootschappen of vof’s) en leidt tot onaanvaardbare afhankelijkheid van één persoon; Aan ontheffingen kunnen voorwaarden worden verbonden die onder de huidige regelgeving niet voor de hand liggen.

Onze cliënten die momenteel rechtmatig gebruik maken van ruimere openingstijden moeten die mogelijkheid zonder onnodige belemmeringen kunnen behouden. Concreet voorbeeld: ik verwijs hiervoor naar de eerder genoemde exploitatie van Club Prime en John Doe. Inperking van de openingstijden leidt tot een aanzienlijke omzetderving in de nachtelijke uren, terwijl er nooit sprake is geweest van klachten of overlast. Dansvloer: verlies van bestaande rechten voor bepaalde categorieën Horecabedrijven in de categorie reguliere horeca en middelzware horeca die nu over de planologische mogelijkheid beschikken van een dansvloer als onderdeel van hun restaurant of café (tot maximaal 20% van het bruto-vloeroppervlak), lijken die mogelijkheid te verliezen onder het Wijzigingsbesluit. Ik verwijs hierbij onder meer, doch niet uitsluitend, naar het hiervoor reeds genoemde voorbeeld van Barça Bar & Restaurant. Terrasschotten: verlies van reeds gedane investeringen (hoogte 1,80 m) In een laat stadium - via een motie - is de maximale hoogte van terrasschotten teruggebracht van 1,80 meter naar 1,50 meter. Gedurende zeven jaar was de maximale hoogte van 1,80 meter consequent gehanteerd. Ondernemers hebben op basis hiervan substantiële investeringen gedaan in kwalitatieve terrasschotten. Onze cliënten hebben het gerechtvaardigd vertrouwen gehad dat de norm van 1,80 meter gehandhaafd zou blijven.

Afwijking hiervan op het allerlaatste moment is in strijd met het

vertrouwensbeginsel (artikel 3:2 Awb jo. de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over gewekte verwachtingen). Hierbij wordt nog extra aandacht gevraagd voor de gevolgen van deze verlaging van de terrasschotten op de geluidsemissie. Het geluiddempende effect van de schotten neemt met de verlaging immers af, hetgeen juist in het kader van uw beleidsdoelstelling een onwenselijke ontwikkeling is. Vergunning van rechtswege voor terrassen: onduidelijkheid over voorwaarden Hoewel alle bestaande horecaterrassen met een geldende exploitatievergunning een omgevingsvergunning voor het terras van rechtswege zullen ontvangen, kan aan deze vergunning voorwaarden worden verbonden. Het is onduidelijk welke voorwaarden in specifieke gevallen worden opgelegd. Wij beschouwen dit als een verslechtering ten opzichte van de huidige situatie, waarbij de terrasexploitant meer rechtszekerheid had over de aan de vergunning verbonden voorschriften. Overgangsbepaling bij bedrijfsoverdracht De overgangstermijn van drie jaar bij vervroeging van sluitingstijden geldt momenteel niet bij overname van een bedrijf door een nieuwe exploitant. Dit leidt tot ongelijkheid tussen zittende ondernemers en opvolgende exploitanten en bemoeilijkt de verhandelbaarheid van horecabedrijven.

Een gelijk speelveld vereist dat de overgangsbepaling voor alle horecabedrijven geldt, ongeacht of de exploitatie wordt overgenomen. Oneerlijke concurrentie door supermarkten en andere detailhandel: een fundamenteel gelijkspeelveld-vraagstuk Een punt dat in het Wijzigingsbesluit en het bijbehorende Horecabeleid volledig onderbelicht blijft, betreft de ongelijke behandeling van horecaondernemers ten opzichte van supermarkten en andere detailhandelsformules die in toenemende mate dezelfde producten aanbieden zonder te vallen onder de horecaregelgeving. Supermarkten verstrekken inmiddels op grote schaal verse etenswaren voor directe consumptie - warme en koude broodjes met beleg, sushi, maaltijdsalades, opgewarmde snacks, koffie en overige dranken inclusief alcoholhoudende dranken - terwijl zij daarvoor geen exploitatievergunning als bedoeld in de APV nodig hebben. Cliënten van Meester Advocaten worden op specifieke locaties - waaronder aan de JC Boulevard en in het centrum- rechtstreeks geconfronteerd met supermarkten die dezelfde 'to go'producten aanbiedt als de horecabedrijven in de directe omgeving, maar dan tegen structureel lagere prijzen, zonder de lasten van een exploitatievergunning, zonder de beperkingen van het Horecabeleid en buiten het bereik van de handhavingsregimes die voor horecaondernemers wél gelden.

Dit leidt tot een situatie van oneerlijke concurrentie die door het Wijzigingsbesluit niet wordt geadresseerd. Integendeel: het Wijzigingsbesluit legt horecaondernemers aanvullende beperkingen op - striktere 'to go'-normen, geluidsnormen, openingstijden - terwijl de supermarktconcurrent ongehinderd dezelfde markt bedient. De rechtvaardiging voor het nieuwe onderscheid tussen verwarmde en niet-verwarmde 'to go'-producten is in het licht hiervan geheel onbegrijpelijk: een horecaondernemer die een warme koffie mee verstrekt bij een koud

broodje is in overtreding, terwijl de supermarkt op dezelfde straat een volledige warme maaltijd voor directe consumptie kan verstrekken zonder enige belemmering. Het gelijkheidsbeginsel - verankerd onder andere in de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - vereist dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld. Het is niet aanvaardbaar dat steeds verdergaande regulering van de horecasector gepaard gaat met het volledig ongereguleerd laten van functioneel vergelijkbaar gebruik in de detailhandel. Belangrijk is ook dat de exploitatievergunning tevens voorwaarden geeft om de openbare orde te beschermen. De praktijk leert bezoekers van evenementen en voetbalwedstijden (grootschalig) alcoholhoudende dranken in een nabijgelegen supermarkt kopen om deze vervolgens op straat te nuttigen. Dit ongeclausuleerde en door de supermarkten gefaciliteerde alcoholgebruik heeft inmiddels al meermaals tot ongeregeldheden geleid met politie-inzet tot gevolg. Reactie op de Raadsinformatiebrief afdoening moties horecabeleid 2025 (agendapunt 9) Naast het voorgaande wenst Meester Advocaten de commissie ook te wijzen op een aantal ernstige zorgen naar aanleiding van de Raadsinformatiebrief van 14 april 2026 (RIB), die op 17 juni 2026 als afzonderlijk agendapunt wordt behandeld.

Deze brief beantwoordt vragen van uw commissie over de afhandeling van de moties die zijn aangenomen bij de vaststelling van het Horecabeleid 2025 en bevat voor onze cliënten meerdere onbevredigende elementen. Maatwerkontheffing openingstijden fastfoodhoreca: ontbreken van meetbare criteria Motie 121 verzocht het college om als uitgangspunt op te nemen dat fastfoodhoreca binnen een straal van 150 meter van zware horeca een maatwerkontheffing krijgt tot één uur na sluitingstijd van de zware horeca. In de RIB erkent het college dat het uitgangspunt "verlenen tenzij" geldt en dat bestaande fastfoodbedrijven de ontheffing "in principe" krijgen. Wij constateren echter het volgende: •

•

•

Het college stelt expliciet dat geen meetbare indicatoren op voorhand kunnen worden vastgesteld om te bepalen wanneer een locatie aanvaardbaar is. Iedere aanvraag wordt beoordeeld op basis van de specifieke locatie en de maatregelen die de ondernemer bereid is te nemen. Dit biedt onvoldoende rechtszekerheid voor ondernemers die nu reeds moeten investeren en plannen op basis van hun verwachte openingstijden na 2026. De aanvraagvereisten zijn omvangrijk: de ondernemer moet onder meer inzicht geven in bezoekersdrukte, een uitgebreid bedrijfsplan overleggen, bereikbaarheidsaspecten onderbouwen en aannemelijk maken waarom de reguliere afwijkmogelijkheden niet volstaan. Dit legt een disproportionele bewijslast bij de ondernemer neer, terwijl het uitgangspunt "verlenen tenzij" een omgekeerde bewijslast zou rechtvaardigen. Naast de omgevingsplanvergunning is tevens toestemming van de burgemeester op grond van de APV vereist (artikel 3.15 lid 1 van het wijzigingsvoorstel). Hoewel de RIB stelt dat één aanvraag volstaat, zijn het in feite twee afzonderlijke toetsen met verschillende beoordelingskaders. Dit vergroot de onzekerheid en procedurele belasting voor ondernemers.

Stadsdelen kunnen maatwerkontheffingen uitsluiten: risico van willekeurige gebiedsaanwijzingen

De RIB bevestigt dat stadsdelen in hun uitvoeringsbeleid gebieden kunnen aanwijzen waar geen maatwerkontheffingen worden verleend. Hoewel het college stelt dat dit slechts in "zeer uitzonderlijke gevallen" met een goede motivering kan, en dat het college het uitvoeringsbeleid uiteindelijk vaststelt, biedt deze constructie in de praktijk onvoldoende bescherming. Het is immers aannemelijk dat stadsdelen - die elk hun eigen politieke en ruimtelijke afwegingen maken - gebieden aanwijzen op een wijze die de facto neerkomt op een algehele blokkade van maatwerkontheffingen in bepaalde wijken of straten. Daarmee wordt de bescherming die motie 121 beoogde te bieden, vrijwel volledig uitgehold. De commissie wordt gevraagd het college te verplichten helder, afdwingbaar en tijdgebonden kaders op te stellen voor de stadsdelen bij het aanwijzen van dergelijke gebieden, zodat rechtsgelijkheid gewaarborgd is. Overgangstermijn: geen bescherming bij bedrijfsoverdracht (herhaling bezwaar 3.8) De RIB bevestigt dat de overgangstermijn van drie jaar (tot 2029) voor bestaande ondernemers niet geldt voor ondernemers die een horecabedrijf overnemen of starten op een locatie waar nu nog geen horeca is. Zij krijgen per direct te maken met de nieuwe, strengere openingstijden. Dit is voor de horecamarkt fnuikend.

De verhandelbaarheid van horecabedrijven wordt ernstig beperkt: een koper die een goed lopend nachtcafé overneemt, wordt per direct geconfronteerd met vroegere sluitingstijden, terwijl de verkoper deze nog drie jaar mag hanteren. Dit leidt tot een aanzienlijke waardevermindering van dergelijke ondernemingen en dreigt bedrijfsoverdrachten onmogelijk te maken. De commissie wordt opgeroepen te vragen of de overgangstermijn ook van toepassing kan worden verklaard op bedrijfsovernames, teneinde een gelijk speelveld te creëren en investeringen in de horecasector te beschermen. Klachten direct naar ondernemers (motie 138): geen oplossing voor de ondernemer In motie 138 is het college verzocht horecaondernemers zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van klachten over hun zaak. Het college heeft in de RIB definitief geconcludeerd dat automatisch doorsturen van meldingen niet uitvoerbaar is vanwege technische complexiteit en privacy beperkingen. Wij begrijpen de technische bezwaren, maar de conclusie dat de kwestie daarmee is afgedaan, achten wij onbevredigend. Het gevolg is dat een horecaondernemer te laat en te weinig geïnformeerd wordt over klachten, terwijl hij wel het risico loopt op handhaving of intrekking van zijn vergunning.

Wij roepen de commissie op het college te vragen alternatieve oplossingen te onderzoeken die wél uitvoerbaar zijn, zoals een periodiek (wekelijks of maandelijks) geanonimiseerd overzicht van meldingen per buurt of straat, toegankelijk voor betrokken ondernemers. Nachtcultuur en creatieve ruimte: te weinig concreet Deze alinea verwijderen? De RIB verwijst voor het behoud van de nachtcultuur naar de gebiedsgerichte uitwerking door de stadsdelen. Meester Advocaten heeft namens cliënten in de nachthorecasector al eerder aangegeven dat dit onvoldoende is. Een verwijzing naar toekomstig uitvoeringsbeleid door stadsdelen biedt geen juridisch afdwingbare garantie voor de bescherming van nachtculturele functies. Wij verzoeken de commissie te vragen op welke termijn dit uitvoeringsbeleid wordt vastgesteld en op welke wijze tussentijdse rechtszekerheid wordt geboden aan ondernemers in de nachthoreca. Juridisch kader

Onze bezwaren zijn mede gebaseerd op de volgende juridische grondslagen: • Vertrouwensbeginsel (art. 3:2 Awb; vaste jurisprudentie ABRvS inzake gewekte verwachtingen): ondernemers mochten er gedurende het langdurige beleidsproces op vertrouwen dat bestaande exploitatiemogelijkheden zouden worden gerespecteerd; • Rechtszekerheidsbeginsel (art. 3:46 Awb): de indeling in zwaartecategorieën, de afwijkingsmogelijkheid en het ontbreken van meetbare criteria voor maatwerkontheffingen zijn onvoldoende transparant en concreet; • Evenredigheidsbeginsel (art. 3:4 lid 2 Awb): de bezwarende bepalingen - de geluidsnorm van 77 dB(A), de beperking van openingstijden, de verlaging van terrasschottenhogte en de omvangrijke aanvraagvereisten voor maatwerkontheffingen - zijn niet evenredig in verhouding tot het beoogde doel; • Gelijkheidsbeginsel (art. 1 Grondwet; art. 3:4 Awb): de ongelijke behandeling van horecaondernemers ten opzichte van supermarkten die functioneel gelijkwaardige activiteiten ontplooien is niet gerechtvaardigd; evenmin is gerechtvaardigd dat overnemende exploitanten geen aanspraak kunnen maken op de overgangstermijn; • Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG): de beperkingen dienen te worden getoetst op noodzakelijkheid en evenredigheid; • Eigendomsrecht (art.

1 Eerste Protocol EVRM): gedwongen inperking van bestaande exploitatiemogelijkheden zonder toereikende compensatie kan een ontoelaatbare inbreuk op het eigendomsrecht opleveren.

Wij benadrukken dat dit geen theoretische risico's zijn, maar reeds nu tastbare onzekerheden die investeringsbeslissingen blokkeren, bedrijfsfinanciering bemoeilijken en de verhandelbaarheid van de betrokken ondernemingen aantasten. Oproep aan de commissie Wij roepen u op om bij de behandeling van beide agendapunten en de advisering aan de gemeenteraad: • •

•

•

• •

Aanpassing te bepleiten van de geluidsnorm voor reguliere horeca, zodat de norm van 77 dB(A) als zelfstandige beperking voor reguliere horeca wordt geschrapt; Zekerheid te bieden dat de afwijkingsgrond bij omzetting naar zwaartecategorieën maximaal wordt beperkt en niet zal worden toegepast in gevallen waarbij bestaande rechten in het geding zijn; De ontheffingsmogelijkheid voor openingstijden zaaksgebonden te maken in plaats van persoonsgebonden, en te waarborgen dat ondernemers die thans ruimere openingstijden hanteren deze behouden; Gelijkstelling te bewerkstelligen van bestaande rechten voor dansvloeren in alle categorieën, conform de planologische mogelijkheden in de geldende bestemmingsplannen; De maximale hoogte van terrasschotten op 1,80 meter te handhaven, gelet op de gedurende zeven jaar gewekte verwachtingen en de reeds gedane investeringen; De overgangsbepaling bij inperking van sluitingstijden ook van toepassing te verklaren bij bedrijfsoverdracht, teneinde een gelijk speelveld te borgen en investeringen te beschermen;

•

•

•

•

•

De onduidelijkheid over de voorwaarden die kunnen worden verbonden aan van rechtswege verkregen terrasvergunningen weg te nemen door in het besluit een uitputtende limitering van mogelijke voorwaarden op te nemen; De gemeente te verzoeken een gelijk-speelveld-analyse uit te voeren naar de concurrentiepositie van horecaondernemers ten opzichte van supermarkten en detailhandel die 'to go'-producten aanbieden; Het college te verzoeken meetbare en kenbare criteria op te stellen voor de beoordeling van maatwerkontheffingen voor openingstijden, zodat ondernemers vooraf weten waar zij aan toe zijn, en de disproportionele aanvraagvereisten te verlichten; Duidelijke en tijdgebonden kaders te stellen aan de stadsdelen voor het aanwijzen van gebieden waar geen maatwerkontheffingen worden verleend, zodat ongerechtvaardigd gebruik van die bevoegdheid wordt voorkomen; Het college te verzoeken alternatieve oplossingen te onderzoeken voor het tijdig informeren van ondernemers over klachten en meldingen, zodat ondernemers in staat zijn adequaat te reageren vóórdat handhavingsrisico's ontstaan.

Een levendige, gevarieerde en economisch gezonde horecasector is een fundamenteel onderdeel van Amsterdam als internationale stad. Het is in het belang van de stad dat dit beleidsproces resulteert in regels die werkbaar zijn, die bestaande rechten eerbiedigen en die ondernemers de rechtszekerheid bieden die zij nodig hebben om te investeren en te ondernemen. Aanbod tot overleg Meester Advocaten is bereid de in deze brief uiteengezette bezwaren en aandachtspunten nader toe te lichten, desgewenst in een gesprek met een of meerdere leden van de commissie. Wij vertrouwen er in ieder geval op dat u onze bezwaren zorgvuldig zult meewegen in uw verdere besluitvorming. Hoogachtend, Meester Advocaten

Bijlagen:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17087385/1