Schriftelijke bijdrage Nicolas Aeilkema
Tekst van het document
09-05-2024 Amsterdam Beste voorzitter en raadsleden, Ik ben Nicolas, een Joodse student Rechtsgeleerdheid aan de UvA van 19 jaar. Met het oog op de ontwikkelingen die recentelijk op en rond de universiteitscampus hebben plaatsgevonden, schrijf ik deze brief. Als Joodse student voel ik een sfeer die geen ruimte biedt aan meningen die verschillen van de opvattingen van de pro-Palestina demonstranten. De reacties waarmee Joodse studenten geconfronteerd worden zijn vaak vijandig en fel. Er heerst in zekere zin een klimaat van intimidatie gericht tegen Joodse studenten die opkomen voor Israël. Zo is de situatie in sommige gevallen zelf zodanig geëscaleerd dat de politie Joodse studenten adviseert om niet meer naar de campus te komen, in verband met intimidatie. Dit is volstrekt onacceptabel en ik verzoek dat de gemeenteraad en diens organen zich inzetten om de veiligheid van deze studenten te verbeteren. De emoties die het huidige conflict tussen Israël en Hamas oproept zijn complex en intens. Het verstoren van de openbare orde en het bezetten van universiteitsgebouwen biedt echter nergens oplossingen voor en maakt de sfeer grimmiger. Hoewel ik de noodzaak van de inzet van politiegeweld ten zeerste betreur, ben ik ervan bewust dat het gedrag van deze groep relschoppers geenszins kan worden toegestaan.
De bezettingen op de campus gaan gepaard met grootschalige vernielingen, het scanderen van vele dubieuze leuzen en zelfs buitensporig geweld tegen de politie. De studenten die naar de campus komen om simpelweg hun colleges of werkgroepen te volgen zijn de dupe van een aantal onruststokers die onze universiteit verwoesten. Het recht om te demonstreren is een groot goed, maar dat moet wel binnen de perken van de wet blijven. De oproerkraaiers die onder andere de ravage op het Roeterseiland hebben aangericht kunnen zich hier kennelijk niet in vinden. Om te zorgen dat de universiteit geen plek wordt waar intimidatie van andersdenkenden de orde van de dag wordt, is het van belang dat er ingegrepen wordt bij wanordelijke acties, zoals deze zich in de laatste weken hebben voorgedaan. Verder verlang ik van de gemeente om demonstraties, van welke politieke kleur dan ook, zoveel mogelijk te faciliteren, indien deze rustig en zonder strafbaar gedrag verlopen. Het is dan ook van groot belang dat de ‘driehoek’ en de gemeente(raad) in de toekomst direct ingrijpt bij bezetting van universiteitsgebouwen en -terrein, opdat de rust en orde in Amsterdam gewaarborgd worden. Dit is nodig, omdat het nu duidelijk is dat de bezetters uit zijn op escalatie en geen interesse hebben in een toegestane vorm van protesteren.
De kans dat het uit de hand loopt, wordt groter des te langer de bezetters hun gang kunnen gaan en zich kunnen voorbereiden op een confrontatie met de politie. Daarnaast is het vandaliseren van monumentale panden, zoals op het Binnengasthuisterrein, een affront jegens de stad en diens erfgoed. Ik hoop verder op een spoedig einde aan deze saga van vernieling en wanorde en dat de rust weer terugkeert in de stad. Met vriendelijke groet, Nicolas Aeilkema