Schriftelijke bijdrage mw. Scharwachter inzake agendapunt 13
Tekst van het document
De gevolgen van een onterechte arrestatie zijn groot, voor demonstrant en samenleving Geachte gemeenteraad van Amsterdam, Toen op 6 mei jl. de eerste Nederlandse studentenkampeeractie tegen de genocide van Israël op de Palestijnen en voor rechtvaardigheid in Palestina op de Roeterseilandcampus van de Universiteit van Amsterdam begon, kon u niet verbaasd zijn geweest: wereldwijd waren dergelijke acties al even aan de gang en ook uit de geschiedenis kennen we voorbeelden waarin studenten voorop lopen in de strijd tegen apartheid en voor internationale solidariteit. De universiteit is daar een logische plek voor: niet alleen omdat het wetenschappelijk onderwijs juist studenten opleidt om de maatschappij kritisch te analyseren, maar ook omdat universiteiten zelf banden (kunnen) hebben met universiteiten in apartheidsregimes, waarmee die regime veelal zowel direct als indirect gesteund wordt. Academische boycots blijken een effectieve maatregel te zijn en ook verschillende Israëlische wetenschappers roepen universiteiten in het westen op om hieraan deel te nemen. Bovendien: universiteiten vervullen als maatschappelijke en democratische instellingen een bredere rol dan enkel onderwijs, wat het des te relevanter maakt dat studenten een demonstratie tot hen richten.
Waar de redenen voor de studentendemonstratie begrijpelijk zijn, is het handelen van het bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Driehoek van de gemeente Amsterdam dat allerminst. Dat het met geweld in het holst van de nacht opdoeken van het kamp buitenproportioneel was, heeft u naar mijn begrip al in diezelfde week in de raad besproken. Dat het hardhandig de kop indrukken van het protest zou leiden tot enerzijds verdere escalatie in de dagen erna en anderzijds een chilling effect op de langere termijn lag ook in de lijn der verwachting. In deze brief wil ik echter focussen op de reden dat de commissie Algemene Zaken vandaag opnieuw over dit protest spreekt: het feit dat het Openbaar Ministerie heeft bevestigt dat de juridische grondslag voor ontruiming illegitiem was en de demonstranten dus onterecht als verdachte zijn aangemerkt. Dat maakt de bovengenoemde, zeer onwenselijke gevolgen van het handelen door de Driehoek des te meer onverteerbaar. Ze hadden voorkomen kunnen, nee, moeten worden.
Aangezien het me onwaarschijnlijk lijkt dat de Driehoek niet op de hoogte was dat de grond 'erfvredebreuk' bij een demonstratie op het terrein van een semi-openbare instelling niet van toepassing is (notabene de demonstranten zelf waren hiervan zeer goed op de hoogte), en ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat de keus om hier toch op te vorderen voortkomt uit de ambitie die burgemeester Halsema in het begin van haar eerste ambtsperiode heeft geuit dat zij geen meerdaagse kampeeracties tijdens haar bewind wilde toestaan (iets wat juridisch sowieso niet bij voorbaat kan worden bepaald, maar dat terzijde), maakt het extra kwalijk. Graag vraag ik uw aandacht voor nog twee gevolgen die de onterechte arrestaties en onnodige geweldsescalatie hebben gehad aan de hand van een specifiek voorbeeld. Tijdens het protest was ook een volksvertegenwoordiger van GroenLinks uit een andere provincie aanwezig. U vraagt zich zeker af wat dit statenlid hier te zoeken had. Toen nog zijnde student had ik hem meegevraagd, aangezien de organisatoren van het protest ook aan niet-studenten hun solidariteit hadden gevraagd. Immers, het is niet
ongebruikelijk, ongewenst of verboden om aan studentenprotesten deel te nemen zonder zelf student (aldaar) te zijn. U heeft het zelf waarschijnlijk ook gemerkt toen het Rokin op 8 mei vol liep: veel niet-studenten steunen het studentenprotest en willen eraan bijdragen, door zelf ook mee te doen of door bijvoorbeeld benodigdheden te doneren. Afin, nu dat veelgehoorde misverstand uit de weg is geruimd, vertel ik u graag wat dit statenlid na de onterechte arrestatie is overkomen, omdat ik denk dat het exemplarisch is voor wat ook anderen is of heeft kunnen overkomen. Omdat zijn deelname aan het protest is opgemerkt door zijn collega's in de Provinciale Staten van Gelderland (met dank aan een van onze stadsdeelcommissieleden die deze wetenswaardigheid via het platform X besloot te verspreiden in een onmiskenbare poging zijn partij GroenLinks in diskrediet te brengen), heeft de PVV-fractie daar aangedrongen op een integriteitsonderzoek.
Immers, politiek ambtsdragers behoren de wet niet te overtreden, al gaat dat niet helemaal op in relatie tot het demonstratierecht - ook op volksvertegenwoordigers is het demonstratierecht van toeassing! Het integriteitsonderzoek heeft niets uitgewezen (of er een strafbaar feit was gepleegd kon daar niet worden vastgesteld en de seponering van het OM volgde pas later; bovendien zijn de bepalingen van de integriteitscode ook niet bedoeld om een collega-statenlid te berechten wanneer diegene mogelijk het ambt schade toe zou brengen), maar het kwaad was al geschied. Ik hoef hier niet verder in te gaan op wat de exacte consequenties voor dit statenlid waren, maar u kunt zich er vast wat bij voorstellen wanneer de kranten al volstaan met jouw arrestatie. Dat die later onterecht is gebleken (quelle surprise!), kan veel van die schade niet ongedaan maken. De moraal van dit verhaal is: het arresteren van mensen die hun demonstratierecht uitoefenen en daarbij wettelijk niets verkeerd doen kan grote consequenties hebben voor mensen in bijvoorbeeld hun werkende leven. Dit statenlid is daarin niet uniek. U kunt zich voorstellen dat de kans op onterechte en vaak ook willekeurige arrestatie ertoe leidt dat mensen minder snel geneigd zijn om hun fundamentele demonstratierecht te beoefenen, uit angst voor mogelijke consequenties in hun verdere leven.
Dit chilling effect is een zorgwekkende ontwikkeling voor onze democratie, waarin het demonstratierecht een groot goed is. Dat brengt me bij het tweede gevolg dat ik in deze brief graag uitlicht: bovengenoemd voorbeeld illustreert hoe het onterecht ontruimen van de kampeeractie bijdraagt aan het narratief van uiterst rechtse, antidemocratische krachten die in Nederland momenteel niet alleen sterk aanwezig zijn, maar zich zelfs in het centrum van de macht bevinden. Ik prijs progressieve, lieve stad Amsterdam altijd graag voor haar inzet om ondanks de landelijke tendensen haar eigen koers te varen en hier ook tegenwicht tegen te bieden. Wat er op 6 mei en in de dagen daarna is gebeurd, doet echter het tegenovergestelde: deze antidemocratische politieke krachten hebben de arrestaties aangegrepen als bevestiging van hun betoog dat demonstranten - in het bijzonder wanneer zij opkomen voor het internationaal recht in de context van Israël en Palestina louter opruiende onruststokers zijn, in plaats van mensen die hun fundamentele recht uitoefenen en opkomen voor rechtvaardigheid. Dat mijn stad Amsterdam heeft gehandeld op een manier die vooral vanuit die antidemocratische hoek op goedkeuring kan rekenen, baart mij grote zorgen. Het is daarom dat ik u oproep om het handelen van
6 mei aan te grijpen om een nieuwe koers in te slaan: een waarin Amsterdam weer pal voor het demonstratierecht staat. In deze barre politieke tijden is het belangrijker dan ooit om dit recht te koesteren en daarmee de ruimte om te demonstreren waar burgers recht op hebben te garanderen en optimaal te faciliteren. Juist heldhaftig, vastberaden en barmhartig Amsterdam zou een bastion voor democratie en rechtsstaat moeten zijn. Ik roep u, de raad, daarom op de schadelijke repercussies van de onterechte arrestaties op 6 mei voor het demonstratierecht in acht te nemen en het stadsbestuur te bewegen zich voortaan een hernieuwde, pro-democratische grondhouding richting het demonstratierecht aan te meten. Met vriendelijke groet, Sabine Scharwachter