Schriftelijke bijdrage Marjolein Ossewaarde
Tekst van het document
Afgelopen woensdag 8 mei nam ik deel aan het steunprotest voor de beze9ng van UvA Oudemanhuispoort uit solidariteit met de genocide in Gaza. Ik stond bij metrohalte Rokin voor de Langebrugsteeg, rond een uur of 18:00. Toen ik aankwam hoorde ik al dat bij het Academiegebouw de ontruimingen waren begonnen. Ook voor de toegang naar de Langebrugsteeg stond er een Hental aan bewapende poliHeagenten, terwijl de demonstranten en ikzelf leuzen riepen uit solidariteit. Het was allemaal erg gemoedelijk en ook toen verschillende agenten zich door de menigte bewogen, was er geen verzet vanuit de demonstranten. De situaHe escaleerde vanuit de kant van de poliHe toen er een busje, waarschijnlijk voor arrestanten, kwam aanrijden en deze niet doorgelaten werd. De demonstranten, waaronder ikzelf, bleven staan, maar verzeKen ons verder niet. We bleven vredig. Rond diezelfde Hjd, toen het busje tot sHlstand kwam, werden er plots door de poliHe meer relpoliHe in skinny jeans tevoorschijn gehaald en poliHehonden die luid blaNen. Ook begon de poliHe steeds meer op ons in te lopen, zodat we vast zaten tussen het busje en de poliHe. Hier ging het allemaal erg snel. De poliHe begon zonder waarschuwing met het slaan met wapenstokken en richKe opzeKelijk op kwetsbare lichaamsdelen, voornamelijk ook hoofden. Sommigen schopten met brute kracht.
Ik en veel anderen naast mij werden agressief belaagd met stoten en schoppen en vielen op de grond. Het lukte mij om op te staan. Toen ik omkeek zag ik meer mensen liggen. Ik probeerde ze overeind te helpen. Sommigen van deze mensen werden nog steeds door de agenten belaagd of werden vertrapt. Sommigen lagen voor de wielen van het busje, waar ze ook vertrapt werden door de hoeveelheid demonstranten die probeerde te vluchten of weerstand te bieden. Terwijl ik bezig was met mensen van de grond rapen, belande ik per ongeluk op de voorlinie. Hier werd ik voor de zoveelste keer geraakt, maar deze keer enorm hard op mijn hoofd door een agent met wapenstok. Mijn hoofd begon te suizen en te piepen door de kracht waarmee de wapenstok op mijn hoofd belandde. Verblind door de paniek en adrenaline lukte het mij om de massa te ontvluchten. Ik weet nauwelijks meer hoe, omdat er conHnu mensen om mij heen geraakt werden en de demonstranten enorm dicht op elkaar stonden door het omsingelen van onze groep. Toen ik eenmaal ontsnapt, werd ik opgevangen door een vriendelijke arts die mij fysiek ondersteunde, omdat ik erg gestrest, geshockeerd en duizelig was. Een ambulance was net weggereden met een andere zwaargewonde demonstrant die met spoed naar het ziekenhuis moest, maar de kans dat de poliHe meer ambulances bij het Rokin zou laten komen was onwaarschijnlijk.
Mijn beste kans om een ziekenhuis te bereiken, was met een taxi of iemand die een auto dicht bij had staan. Terwijl ik op de grond zat te wachten, werd ook duidelijk dat er nog veel anderen gewond waren geraakt. De arts ter plaatse moest snel verder om anderen te helpen die ook gewond waren door de poliHe. De mensen om mij heen konden gelukkig wel met veel moeite een verbandtrommel vinden. Bovendien had ik het geluk dat een vriendin van mij, die dicht bij het bezeKe academiegebouw stond, nog niet was herkend door de poliHe en, door het afdoen van haar Keffiyeh en te doen alsof ze een voorbijganger was, nog kon ontsnappen om naar mij toe te komen. Als ze dit niet had gedaan, had de poliHe haar niet vrijgelaten, zoals bij veel anderen gebeurde.
Ook had ik het geluk dat ik bij iemand belande die een bar bezat dichtbij Rokin en mij naar een ziekenhuis kon brengen. DesalnieKemin waren er veel anderen die vele malen erger gewond waren dan ik. Hoewel mijn hele gezicht onder het bloed zat en het bloeden maar niet stopte, werd er over mensen heengelopen en werden mensen geslagen met wapenstokken, veelal op hun hoofd, alsof ze iets fout hadden gedaan. Het handelen van de poliHe was excessief en buitensporig, zonder te stoppen wanneer de demonstrant in kwesHe al op de grond lag. Ze belaagden mensen die omstanders waren, puur omdat ze te dichtbij stonden en/of opnames maakten van hun geweldplegingen. Zulk buitensporig geweld tegen vreedzame demonstranten mag en kan niet gebeuren.