CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke bijdrage Jan Schrijver inzake agendapunt 3. Basisregeling Omgevingsplan

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 4 september 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek1.533 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke Inspraakbijdrage over Basisregeling Omgevingsplan door Jan Schrijver T.b.v. Raadscommissie RO 4-9-2024, Agendapunt 3 N.a.v. ingediende zienswijzen en de Nota van Beantwoording geef ik u de volgende aandachtspunten mee over de participatie bij omgevingsvergunningen. 1. Inconsequente en ondoorgrondelijke invulling van de Basisregeling. Adressant 3 merkt terecht op dat de regeling ondoorgrondelijk is. De gemeente antwoordt dat het Omgevingsplan alle, eerder verspreide regelingen m.b.t. omgevingsvergunningen bundelt en dat het daardoor (met name in afd. 4.2.) inderdaad veel is geworden. Echter, adressant 1 merkt op dat ten onrechte procedurele voorwaarden m.b.t. participatie voor aanvragen in de Basisregeling ontbreken. De gemeente antwoordt dat deze eisen al voortvloeien uit de landelijke Omgevingsregeling (artikel 7.4.) en dus hier niet hoeven te worden opgenomen. Bij buitenplanse activiteiten is participatie zelfs verplicht, maar ook hierover geen woord in de uitgebreide Basisregeling voor Het Omgevingsplan! Dit is inconsequent en voor burgers die willen weten wat er van hen verlangd wordt niet handig. Ze moeten dus toch nog gaan shoppen in diverse wettelijke bepalingen en vinden juist niet in de Basisregeling alle voorschriften bij elkaar. Daarom voorgestelde oplossing: voeg in afd. 4.2.

van de Basisregeling toe het vereiste Participatieverslag bij aanvragen voor omgevingsvergunningen. Verderop blijkt dat de gemeente vooral onwillig is om iets over participatie door aanvragers van omgevingsvergunningen te regelen. 2. Wil de gemeenteraad echt niet meer doen voor bevordering van goede participatie? Adressant 1 (= ondergetekende) en adressant 3 willen dat overeenkomstig Amsterdams participatiebeleid zoveel mogelijk participatie ook bevorderd wordt bij activiteiten van particulieren in de leefomgeving. De landelijke wetgever heeft hier in de genoemde Omgevingsregeling art. 7.4. strakke beperkingen aan gesteld, maar niet elke (al dan niet informele) gemeentelijke sturing is daarmee uitgesloten. B&W willen hier echter niet aan. De gemeenteraad heeft niet voor niets een Participatiehandreiking in het leven geroepen voor dit doel. Artikel 16.55 lid 4 stelt gemeenten in staat om aan aanvragers een formulier aan te bieden1. Dit is bij uitstek een gelegenheid om concrete uitwerking te geven aan de Participatiehandreiking. Waar anders dan in de Basisregeling voor het Omgevingsplan? B&W stellen in de Nota van Beantwoording: “De wijze waarop geparticipeerd wordt, is niet in de Omgevingswet geregeld en daarmee vormvrij.” Het door inspreker gesuggereerde formulier (bijlage) laat de wijze van participatie ook vrij, maar is wel richtsnoer.

Er is een groot verschil tussen regeldwang en volstrekte vrijblijvendheid. Alles wijst erop dat de gemeente de laatste lijn kiest. Ook als aanvragers zich niets aantrekken van de omwonenden, is het ook goed. Dat kan de bedoeling van het gemeentelijk participatiebeleid niet zijn. Voorgestelde oplossing: neem in de Basisregeling het voorgestelde formulier voor het participatieverslag op en zorg dat VTH is toegerust om feedback te geven in het geval dat 1

16.55 lid 4: Voor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kunnen in het omgevingsplan ook regels worden gesteld over de door de aanvrager te verstrekken gegevens en bescheiden

uit het verplichte participatieverslag blijkt dat de participatie volstrekt onvoldoende was. 3. Organisatorische voorwaarden ter bevordering van participatie in de leefomgeving Om te bevorderen dat de wens van de gemeenteraad die blijkt uit de Participatiehandreiking (voor particuliere aanvragers) en de Participatieverordening (voor gemeentelijke activiteiten in de leefomgeving) realiteit wordt, zijn nog enkele aanvullende maatregelen nodig. De lacunes voor een werkzame praktijk betreffen: - de communicatie in de pre-fase vóórdat een initiatief met impact op de leefomgeving wordt gestart. Initiatiefnemers moeten op de hoogte gesteld worden over hetgeen van hen wordt verwacht voordat ze een aanvraag kunnen indienen. Voor iedereen moet duidelijk en in eenvoudige taal een stappenplan met voorbeelden beschikbaar zijn. Een helpdesk wordt ingericht (met tussenkomst van de gebiedsmakelaars?). Belangrijk is dat de suggesties en eisen goed te vinden zijn. Momenteel treffen we op www.amsterdam.nl alleen relevante informatie aan onder de rubriek ‘Wonen en leefomgeving’. Dat is veel te beperkt qua handreiking (hoe voer je overleg) en qua reikwijdte (niet alleen bij verbouwing, ook bij andere vergunningen). Het ligt voor de hand om voor abonnees van ‘Berichten over de buurt’ ook attendering van voorgenomen aanvragen zichtbaar te maken.

Initiatiefnemers zouden hiertoe via de gemeente een melding moeten kunnen plaatsen. - de begeleiding en concretisering van de gewenste participatie tijdens de voorbereiding van aanvragen; verslaglegging daarvan in de aanvraag (zie het voorgestelde formulier voor dat verslag). De gemeente biedt initiatiefnemers inspiratie aan voor het inrichten van een passend participatieproces, allemaal nog voordat er sprake kan zijn van een aanvraag. De Participatiehandreiking heeft die functie al ten dele, is alleen voor nietingewijden niet makkelijk te vinden. Ook kan desgevraagd worden verwezen naar handzame literatuur. In de terminologie van de Participatieverordening mikt de communicatie op het niveau van ‘reageren’ (= consulteren), wèl met zinvolle interactie over gebleken meningsverschillen. - bij de toetsing van de aanvraag mag het bevoegd gezag alleen bij de buitenplanse afwijkingen verplichtingen opleggen; bij de binnenplanse afwijkingen mag de gemeente wel informeel feedback geven. Zo kan de passage in de Nota VTH beleid in de fysieke leefomgeving op blz. 48 ook worden uitgelegd. Voor toetsingscriteria verwijs ik naar bijlage 2 van deze notitie. Voorgestelde oplossing: organisatorische lacunes op de aangegeven wijze op te vullen. Hoogachtend, Jan Schrijver

BIJLAGE 1 voorbeeld-formulier Verslag van aangeboden overleg en/of participatie In te dienen als bijlage bij de vergunning-aanvraag naam vergunning-aanvrager: . . . . . . . . . . . . . . . . . datum van de aanvraag: . . . . . . . . . . . . aard van het plan in de aanvraag: . . . . . . . . . . . . 1. Aan wie en hoe is overleg en/of participatie aangeboden:

2. Welke informatie is verstrekt? Hoe is gecommuniceerd?

3. Wat waren de reacties:

datum van dit verslag: . . . . . . . . . . ______________________________________________________________________

TOELICHTING (ELDERS TE VERMELDEN): 1. 1.1. Aankondiging/Uitnodiging: Aan wie/hoe is overleg en/of participatie aangeboden? 1.1 Waarom deze selectie van personen/instanties? 1.2. Hoe gecommuniceerd/uitgenodigd? 1.3. Wanneer is informatie hierover uitgegaan? 2. 2.1. Informatie en interactie: Hoeveel tijd was beschikbaar voor bestudering en reactie? 2.2. Hoe kon nadere toelichting worden verkregen? 2.3. Welke opgevraagde informatie is niet verstrekt, redengeving? 2.4. Op welke wijze werd gecommuniceerd? 2.5. Was er gelegenheid tot het voeren van mondeling overleg? Meerdere ronden? 2.6. Welke voorwaarden waren daarbij geschapen voor een open gedachtewisseling? 2.7. Verslag(en) van het overleg svp meesturen. 3.3.1. Reacties:Tegengestelde belangen…. 3.2. Afwijkende meningen …. 3.3. Constructieve suggesties…. 3.4. Hoe is daarmee omgegaan: Overgenomen, gemodificeerd, afgewezen? 3.5. Motivering bij (gedeeltelijke) afwijzing, in lijn met algemeen belang 3.6. Meningen van de participanten over het proces: 3.7. Wat was uw eigen ervaring met de participatie? 3.8 Evaluatie over de ondersteuning van de kant van de gemeente:

BIJLAGE 2 Mogelijke toetsingscriteria voor goede participatie 1. Onvoldoende betrokkenen zijn geïnformeerd of uitgenodigd. Betrokkenen zijn niet beperkt tot degenen die binnen zoveel meter van het object wonen. Afhankelijk van de impact van het project, kunnen bijvoorbeeld mensen die last krijgen van geluid of trillingen of van verkeersdrukte ertoe gerekend worden. Als het initiatief invloed heeft op erfgoed of groen, zijn ook lokale belangenverenigingen die deze belangen behartigen betrokkenen. De wijze van informeren en uitnodigen is vrij, mits doeltreffend. De gemeente is behulpzaam met adressen of persoonlijke contacten en met ‘Berichten over de buurt’. 2. Betrokkenen hadden niet (tijdig) toegang tot alle relevante informatie. In principe zijn alle onderdelen van het plan die een ruimtelijke impact hebben relevant, en initiatiefnemers moeten daarom tekeningen en motivaties behorende bij het plan beschikbaar stellen tijdens de participatie. Er zijn wel uitzonderingen, zaken die niet openbaar gemaakt hoeven te worden, bijvoorbeeld als ze de concurrentiepositie van initiatiefnemer kunnen schaden en zaken die nog niet bekend zijn. 3. Betrokkenen konden hun mening niet (volledig) naar voren brengen. Dit is bijvoorbeeld het geval als de termijn die de initiatiefnemer heeft geboden om te reageren te kort was, weer afhankelijk van de complexiteit en de impact van het initiatief.

Soms is reageren in verschillende fasen van de planvorming nodig. De tijdsfactor is niet het enige hier. Met respect behandelen van alle betrokkenen is nodig voor procedurele rechtvaardigheid van het proces en om ieders inbreng naar voren te krijgen. Praktische zaken betreffen de wijze van reageren en van de verslaglegging (belangrijk als ook mondelinge en telefonische reacties worden toegelaten). Vraag ook steeds om toestemming om NAW-gegevens te mogen vermelden in het verslag. 4. De initiatiefnemer heeft niet of onvoldoende gereageerd op inbreng van betrokkenen. Wanneer de initiatiefnemer een idee afwijst of een belang minder zwaar laat wegen dan een ander belang, moet de initiatiefnemer laten zien dat hij de reactie heeft begrepen en overwogen, maar dat er gegronde redenen zijn om de wens van de betrokkene niet over te nemen. Deze 'gegronde redenen’ dienen ook in lijn te liggen met het algemeen belang, zoals dat uit het gemeentelijke beleid blijkt. 5. De initiatiefnemer motiveert onvoldoende of uitsluitend vanuit zijn eigen belang waarom de inbreng van betrokkenen niet (volledig) wordt overgenomen. Wensen van omwonenden die zouden leiden tot een financieel onhaalbare businesscase, mogen wel om die reden door de initiatiefnemer terzijde worden geschoven. Maar andere verbeteringen zijn serieuze overweging waardig. 6.

De initiatiefnemer informeert de gemeente niet, onvolledig of incorrect over het doorlopen participatieproces. Alle bovengenoemde aspecten zijn bij voorkeur zodanig in het aanvraagformulier/participatieverslag verwerkt dat de gemeente ze op basis daarvan kan beoordelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14477474/2