Schriftelijke bijdrage Henri Sarolea
Tekst van het document
Van: Advocatenkantoor mr. H.A. Sarolea sarolea@sarolea.nu Onderwerp: Extra vergadering raadscommissie AZ - demonstraties bij de UvA Datum: 9 mei 2024 om 12:22 Aan: k.kreuger@raad.amsterdam.nl Kopie: f.abdi@raad.amsterdam.nl, f.asruf@raad.amsterdam, m.belkasmi@raad.amsterdam.nl, a.bouhassani@raad.amsterdam.nl , k.hirsch@amsterdam.nl, Bert.keesman@raad.amsterdam.nl, b.minderhoud@raad.amsterdam.nl, a.namane@raad.amsterdam.nl, g.noordzij@raad.amsterdam.nl, i.runderkamp@raad.amsterdam.nl, r.hofland@raad.amsterdam.nl, s.aslami@raad.amsterdam.nl, m.lust@raad.amsterdam.nl, e.moeskops@raad.amsterdam.nl, k.norbruis@amsterdam.nl, erik.schmit@raad.amsterdam.nl, a.tasliyurt@raad.amsterdam.nl, awehkamp@raad.amsterdam.nl, m.williams@raad.amsterdam.nl, abakker@raad.amsterdam.nl, t.didderen@raad.amsterdam.nl, marc.emmerik@raad.amsterdam.nl, j.krom@amsterdam.nl , mischa.meerburg@amsterdam.nl, d.de.vos@amsterdam.nl, r.alberts@raad.amsterdam.nl, e.bobeldijk@raad.amsterdam.nl, j.haijen@amsterdam.nl, s.khan@raad.amsterdam.nl, f.hakiki@raad.amsterdam.nl, s.koyuncu@raad.amsterdam.nl, e.mangal@raad.amsterdam.nl, ayacoubi@raad.amsterdam.nl, r.havelaar@raad.amsterdam.nl, j.badal@raad.amsterdam.nl, s.koppejan@amsterdam.nl, l.lochtenberg@raad.amsterdam.nl, r.wijmenga@raad.amsterdam.nl, I.Nadif@raad.amsterdam.nl, y.bentoumya@raad.amsterdam.nl, fatinbouali@raad.amsterdam.nl,
elisabeth.ijmker@raad.amsterdam.nl, c.van.munster@amsterdam.nl, p.nijhof@amsterdam.nl, j.van.pijpen@raad.amsterdam.nl, k.van.der.veen@raad.amsterdam.nl, a.veenhoff@raad.amsterdam.nl, m.yemane@raad.amsterdam.nl, d.wijnants@raad.amsterdam.nl, k.burgers@raad.amsterdam.nl, m.von.gerhardt@amsterdam.nl, s.hijlkema@raad.amsterdam.nl, stijn.nijssen@raad.amsterdam.nl, l.staartjes@raad.amsterdam.nl, j.broersen@raad.amsterdam.nl, i.garmy@raad.amsterdam.nl, i.hendriks@amsterdam.nl, f.konings@raad.amsterdam.nl, j.veldhuyzen@raad.amsterdam.nl, n.ahmadi@raad.amsterdam.nl, marcella.perdok@amsterdam.nl, anton.van.schijndel@raad.amsterdam.nl, tanay.bilgin@raad.amsterdam.nl, c.van.haarlem@raad.amsterdam.nl, t.russcher@raad.amsterdam.nl Geachte heer Kreuger, We leven momenteel in een tijd dat in de beeldvorming de wereld op vele plaatsen letterlijk in brand staat en ook jongeren met eigen ogen zien hoe her en der onschuldige burgers, waaronder heel veel kinderen, de dood vinden of enorm worden getraumatiseerd, door al het geweld, de bommen, het gehuil en de honger. U bent uw politieke carrière gestart bij een partij die ook wel eens goede standpunten innam en op sommige dossiers liet zien goed vooruit te kunnen kijken, zoals ten tijde van het referendum over de Oekraïne en haar waarschuwingen aan de toen gevestigde partijen dat Europa op termijn een oorlog ‘ingerommeld' dreigde te worden.
Later bent u overgestapt op een beweging JA, die niet onbescheiden pretendeert altijd 'het juiste antwoord' in huis te hebben als er politiek op concrete gebeurtenissen gereageerd behoort te worden of als anderszins de langere termijn vraag aan de orde is waar we met zijn allen heen (moeten) gaan en hoe? De afgelopen week lijkt u flink te zijn geraakt door met name de erupties in Amsterdam van ongebruikelijk hoog opgelaaide emoties van woede van studenten en andere mensen, van wie u de meesten niet kent. Emoties die zoals u weet alles te maken hebben met het enorme actuele lijden van heel veel mensen in en nabij de Gaza strook. Ik hoop dat in het debat dat hierover binnenkort plaats vindt in de gemeenteraad u zich waardig zult opstellen en bereid bent om het bevragen van de burgemeester en de gedachtenwisseling naar een hoger niveau te tillen dan alleen het voor de bühne luid afgeven op mensen waarvan u de meesten niet kent en niet weet wat hen dagelijks beweegt. De manifestatie van uit woede uit de straat gelichte stenen en provisorisch gemaakte barricades hoort natuurlijk niet, maar zoals u weet gebeurt dat echt in ons land hoogst incidenteel en - en daar gaat het vooral om - vallen ze helemaal in het niet bij de afschuwelijke beelden die heel veel jongeren student of niet - op dit moment via vele kanalen dagelijks op hun netvlies krijgen.
De balans aan uw kant, JA nodig voor het vinden van het juiste antwoord, zou zoek zijn als u niet ook oog zou hebben voor al die afschuwelijke oorlogsbeelden, en begrip voor de psychologische effecten daarvan op menigeen. Ik hoop dat u dat met mij eens bent en niet te snel het woord ’tuig’ in de mond neemt. Voorts te uwer informatie, en misschien weet u het al: al meer dan honderd jaar geleden maakten - in de aanloop naar de op 2 november 1917 door de Britse minister van Buitenlandse Zaken afgegeven naar hem genoemde ‘Balfourverklaring’ - sommige wijze vakgenoten van u zich grote zorgen over het door deze verklaring oorlogen ingerommeld te worden en het zich gaan voltrekken van drama’s zoals die zich (opnieuw) op 7 oktober 2023 tot en met vandaag voltrokken hebben in Israël en de Gazastrook. Op 2 november 1917 zegde de toenmalige Britse regering in een verklaring ondertekend door Balfour steun toe aan de zionistische federatie voor de vestiging in Palestina van een ‘national home’ voor het Joodse volk’. Deze verklaring vormde in feite het eerste ‘besluit’ in het proces van de latere totstandkoming van de staat Israël, waarbij ik opmerk dat het woord ‘staat' in de verklaring niet genoemd is, maar dat er gesproken wordt van een 'national home’.
Daarbij merk ik op dat de manier waarop deze Balfour destijds over Joden sprak niet bepaald verheffend was, net zoals heden ten dage regelmatig sommige politici te snel ‘roeptoeteren' over allemaal groepen mensen die hier niet horen, terwijl ze er fysiek wel zijn. Hoe gebrekkig en omstreden uit oogpunt van juridische legitimatie de in de context van de Eerste Wereldoorlog tot stand gekomen Balfour verklaring mogelijk ook is geweest als we deze - wat wel altijd heel gemakkelijk is met terugwerkende kracht toetsen aan pas later ontwikkelde inzichten en vastgestelde rechtsnormen (de pijler onder de verklaring werd gevormd onder invloed van een mix van oud-historische religieuze aanspraken en diverse in opkomst zijnde verbindingen en economische belangen) laat dat onverlet dat destijds op verzoek van de wijze vakgenoten van u die ik zojuist noemde een belangrijke voorwaarde in de Balfourverklaring is opgenomen: de voorwaarde dat de ‘civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine’ niet aangetast zouden mogen worden. De tekst van de Balfourverklaring voeg ik om die reden voor u bij zodat u deze, als u dat wilt, eventueel kunt gebruiken bij het bepalen van wat JA het juiste antwoord is op de op dit onderwerp betrekking hebbende vragen waarmee u in uw politieke loopbaan en daarbuiten ongetwijfeld nog geconfronteerd zal worden.
Het is natuurlijk duidelijk dat de in de Balfourverklaring opgenomen zeer belangrijke voorwaarde in de loop van de geschiedenis meermalen op dramatische schaal is geschonden zonder dat hiertegen naar behoren handhavend is opgetreden, een situatie waarvoor waarschijnlijk mede het grote nog steeds aanwezige schuldbesef veroorzaakt door de holocaust een belangrijke verklaring vormt. De niet handhaving van de voorwaarde leidde al de vorige eeuw en meermalen tot ernstig geëscaleerde conflicten en zelfs oorlog. Ondanks dat de voorwaarde een valse schijn van veiligheid heeft gecreëerd en tot nu toe niet goed handhaafbaar is gebleken (zelfs niet door de VN) laat dat onverlet dat de intentie van de voorwaarde een goede is en een vrede tussen mensen blijvend beoogt te dienen. Niemand kan ontkennen dat de Balfourverklaring deze heldere voorwaarde bevat, en dat deze historische voorwaarde deel uitmaakt van het ooit verkregen groene licht en de westerse steun voor het opbouwen van het ‘national home’ , de staat Israël. Als binnenkort onder Israëliërs en Palestijnen hopelijk minder verbitterde politici van een jongere generatie de touwtjes overnemen stijgt,
eventueel met deze verklaring als ‘hulp’ in de hand en de wetenschap dat het recht ook regels omtrent verjaring - en daarmee een soort van vergeving - kent, de kans op een duurzame tweestaten oplossing. En verkleint daarmee ook in Amsterdam de kans op de gebeurtenissen die u nu zo getroggeld hebben. Tot slot: het zou mooi zijn - en de kans op een waardig verloop van het naderende debat in de gemeenteraad vergroten - als u het initiatief zou willen nemen voor een voorstel om bij de aanvang twee minuten stilte in acht te nemen ter nagedachtenis aan alle onschuldige burgerslachtoffers gevallen in de periode van 7 oktober 2023 tot nu in Israël en de Gazastrook. In afwachting, Met vriendelijke groet, Henri Sarolea advocaat