CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke bijdrage Hans Verbeek inzake agendapunt 3

Raadscommissie Algemene Zaken 8 mei 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek2.846 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de Commissie AZ Stadhuis 5-5-2025

Betreft: bijdrage aan referendum-verordening, agenda AZ 8-5-2025, punt 3 https://amsterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/1360997

Geachte Commissieleden, In de jaren 2022-2024 voltrok zich het debacle van het referendum over de Hoofd Groen Structuur HGS, met de Referendumcommissie is uw Presidium nu met concrete voorstellen gekomen om lessen te trekken en herhaling te voorkomen. Belangrijke stappen zijn gezet, het Presidium is daarin te bescheiden door misschien wel de belangrijkste stap niet eens op te nemen in de was>wordt-lijst, de invoering in artikel 2 lid 1 van een nieuw referendumtype: naast het raad-gevend referendum maakt het voorstel nu ook een raad-plegend referendum mogelijk, waarbij niet bewoners maar uw Raad zelf het initiatief neemt om met een referendum na te gaan hoe de bewoners denken over door u te maken afwegingen. Anderzijds schiet het voorstel voor een nieuwe verordening op tal van punten nog tekort, ook technisch. Bijvoorbeeld door tegenstrijdigheid tussen de was>wordt-lijst en de conceptverordening en onvoldoende uitwerking van de spelregels voor het nieuwe referendum-type. Hierop gaat paragraaf 1 t/m 13 nader in, voorzien van concrete suggesties om de tekst van de concept-verordening op peil te brengen. De suggesties voor hoofdstuk 3 van de concept-verordening werken navenant door naar de hoofdstukken 4, 5 en 6. Nadere toelichting geef ik desgewenst graag. Met vriendelijke groet, Hans Verbeek

1. Samenhang tussen de was>wordt-lijst en de voorgestelde nieuwe verordening De was>wordt-lijst moet evident één-op-één aansluiten op de voorgestelde nieuwe referendum-verordening maar dit blijkt niet het geval te zijn. Bijvoorbeeld luidt de tekst van artikel 42 lid 1 in de was>wordt-lijst “ De Subsidieregeling referendum Amsterdam 2023 bevat nadere regels voor de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een subsidie van campagneactiviteiten en over de uitbetaling ervan. “ terwijl die tekst in artikel 42 lid 1 van de concept-verordening niet voorkomt.

Deze tegenstrijdigheid roept tenminste 2 vragen op: -> welke van deze 2 teksten van artikel 42 is de werkelijk door het Presidium bedoelde wijziging van de vigerende referendum-verordening; -> geeft de was>wordt-lijst buiten artikel 42 wel een betrouwbaar beeld van de wijzigingen ten opzichte van de vigerende referendum-verordening. Oplossing: uitsluitsel hoe het zit en correctie van de was>wordt-lijst en/of correctie van de concept-referendum-verordening, met bijhouden van de wijzigingen ten opzichte van de geagendeerde versie(s).

2. Raad-gevend en raad-plegend referendum Het Presidium stelt voor om een nieuw soort referendum in te voeren waarbij niet bewoners maar de Raad zelf het initiatief neemt tot een referendum. Dit referendum-type is als raad-plegend referendum terecht toegevoegd in artikel 2 lid 1. De terminologie raad-gevend en raad-plegend is een beetje verwarrend want natuurlijk is ook een raad-plegend referendum raad-gevend, in dit geval niet ongevraagd maar op initiatief van de Raad. De definitie van raadplegend referendum ontbreekt ten onrechte in artikel 1 en de definitie van initiatiefnemers is ten onrechte niet aangepast. Bovendien is het Presidium vergeten om de spelregels van het raadplegend referendum uit te werken. In de 1e plaats ontbreekt een deel van de spelregels voor dit nieuwe referendumtype. Immers, de spelregels voor het raadgevend referendum zijn in hoofdstuk 3 niet mede van toepassing verklaard op het raadplegend referendum. In de 2e plaats behandelt artikel 44 alleen de initiatiefvoorstellen van raadsleden, hier ontbreekt dat onder de ontwerpraadsbesluiten van artikel 2 lid 4 niet alleen de initiatiefvoorstellen van raadsleden vallen maar ook de voordrachten die B&W aan de Raad voorlegt, evident ook over díe ontwerpraadsbesluiten kan de Raad initiatief tot een raadplegend referendum nemen. Oplossing: a.

conform artikel 2 lid 4 in artikel 1 de definitie raadplegend referendum toevoegen: raadplegend referendum: een referendum over een ontwerpraadsbesluit dat door de raad wordt ingesteld op voorstel van één of meer raadsleden b. artikel 2 lid 4 aldus wijzigen: Een referendum op initiatiefOp voorstel van één of meer raadsleden kan de raad besluiten tot een raadplegend referendum is mogelijk over een ontwerpraadsbesluit. c. conform artikel 2 lid 4 in artikel 1 de definitie initiatiefnemers als volgt wijzigen: initiatiefnemer(s): de kiesgerechtigden die het initiatief nemen voor een referendum, alternatief burgervoorstel of volksinitiatief, dan wel de raad als

de raad heeft besloten tot een raadplegend referendum; d. conform artikel 2 lid 4 artikel 44 lid 3 aldus wijzigen: De Initiatief- en referendumcommissie toetst het initiatiefvoortstelvoorstel om een raadplegend referendum te houden aan de in artikel 3 gestelde uitzonderingen en adviseert of een raadplegend referendum kan worden gehouden. e. de titel van hoofdstuk 3 als volgt wijzigen: Raadgevend Rreferendum over een ontwerpraadsbesluit of voorgenomen collegebesluit f. artikel 44 lid 6 aldus wijzigen: De artikelen in hoofdstuk 2, 3 en 7 zijn, voor zo ver van toepassing,van overeenkomstige toepassing.

3. Primaat van de politiek Het debacle van het HGS-referendum begon bij de vraagstelling van het referendum, die kon door voorschriften in de vigerende verordening niet worden toegesneden op de HGS die uw Raad in varianten in overweging had. Kortom, groter falen van een referendum-verordening is niet denkbaar maar gelukkig, mijn oproep dd. 3-11-2024 blijkt gehoor te hebben gevonden, ook op dit punt heeft het Presidium een belangrijke stap gezet: artikel 14 lid 3 van de voorgestelde verordening biedt de mogelijkheid de vraagstelling van het referendum waar nodig af te stemmen op de bestuurlijke afwegingen die voorliggen. Hierbij wijst het Presidium in de Toelichting van de verordening terecht op het risico van politieke kleuring maar dat is in artikel 14 lid 1 ondervangen door de verplichte en openbare advisering door de Referendumcommissie en doordat de Raad zelf beslist over de naamgeving en de vraagstelling van het referendum. Echter, de formulering in lid 3 dat de vraagstelling “ in beginsel “ vast ligt kan nog steeds het misverstand oproepen dat de Raad niet over de vraagstelling zou gaan.

Oplossing: artikel 14 lid 3 als volgt wijzigen: De vraagstelling dient kort en helder te zijn en luidt in beginsel: “Bent u voor of tegen het ontwerpraadsbesluit respectievelijk voorgenomen collegebesluit (titel van het ontwerpraadsbesluit/ voorgenomen collegebesluit)?” maar kan worden toegesneden op de politiek-bestuurlijke afwegingen die de raad moet gaan maken.

4. Overstappen In hoofdstuk 5 van de concept-verordening heeft het Presidium terecht een regeling toegevoegd voor overstap naar een andere vorm van referendum dan de vorm waarvoor het inleidende verzoek is ingediend. Hierbij is de term “ wijzigingsverzoek “ een te grote vlag voor de lading, voor de hand ligt om te spreken van een overstapverzoek zodat je direct begrijpt waar het over gaat. Nog niet geregeld is de situatie die ontstaat als een overstapverzoek wordt afwezen, bijvoorbeeld omdat het vereiste aantal rechtsgeldige ondersteuningsverklaringen er niet is. Oplossing: a. overal in de verordening en de Toelichting daarvan de term “ wijzigingsverzoek “ vervangen door overstapverzoek . b. als artikel 28a toevoegen: 1. Indien het overstapverzoek wordt afgewezen kunnen de initiatiefnemers binnen 7 dagen na de afwijzing bij de voorzitter van de raad schriftelijk kenbaar maken of ze het oorspronkelijke referendum-verzoek handhaven dan wel intrekken. 2. Indien de voorzitter van de raad het bericht in de zin van lid 1 niet binnen 7 dagen na de afwijzing van het overstapverzoek heeft ontvangen vervalt het oorspronkelijke referendum-verzoek van rechtswege.

5. Referendumkrant Niet alleen met de vraagstelling van het HGS-referendum is het danig misgegaan, ook de referendumkrant faalde. Terwijl het HGS-referendum ging over een reeds geamendeerd en verder te amenderen raads-besluit is B&W lijnrecht tegen de duale verhoudingen in uitspraken gaan doen over wat de raad zou gaan beslissen en de initiatiefnemers van het referendum begonnen eveneens in de referendumkrant een discussie over groen-thema’s buiten de scope van de HGS zodat behalve de vraagstelling ook de referendumkrant niet was toegesneden op de voorliggende politiek-bestuurlijke afwegingen van de Raad. Het voorstel van het Presidium voor de nieuwe referendum-verordening gaat in artikel 6 en artikel 43 aan dit falen van de krant ten onrechte voorbij. Oplossing: a. conform het vigerende artikel 5 lid 1-f artikel 6 lid 1 als volgt wijzigen: De Initiatief- en referendumcommissie heeft tot taak de raad en het college te adviseren over: (.......) i. de referendumkrant als bedoeld in artikel 43, waaronder de vraag of de concept-krant is toegesneden op de door de raad te maken politiekbestuurlijke afwegingen;

b. conform het vigerende artikel 5 lid 1-f de Toelichting op artikel 43 als volgt wijzigen: De Initiatief- en referendumcommissie houdt toezicht op het gehele referendumproces ter borging van de objectiviteit en onpartijdigheid van de informatie. De Initiatief- en referendumcommissie brengt dus geen advies uit over de redactie van de referendumkrant.

6. Uitzonderingen De vigerende referendum-verordening kent tal van uitzonderingen, besluiten waarover géén referendum kan worden gehouden. Het HGS-referendum geeft op dit punt geen aanleiding tot wijzigingen, om andere redenen heeft het Presidium in artikel 3 van de nieuwe verordening nieuwe uitzonderingen opgenomen maar die lijken onjuist, op z’n best onduidelijk. In de vigerende verordening zijn de uitzondering limitatief geformuleerd zodat voor een ieder bij voorbaat klip & klaar is waarover een referendum mogelijk of onmogelijk is. Echter, al dan niet op aangeven van de Referendumcommissie wil het Presidium het lijstje uitzonderingen een open eind geven door de formulering in artikel 3 lid 2 welke besluiten “ in ieder geval “zijn uitgezonderd. Dit kan in rede de bedoeling niet zijn, als de Referendumcommissie of het Presidium nieuwe uitzonderingen gewenst acht moeten ze daarmee nu komen zodat bij overneming door uw Raad een ieder bij voorbaat weet waarover een referendum mogelijk of onmogelijk is. Daarnaast zegt de Referendumcommissie in de was>wordt-lijst nog een advies te gaan uitbrengen over de vraag of het Omgevingsplan al niet (deels) referendabel is / moet zijn. Echter, over de HGS is al een referendum gehouden terwijl de HGS deel uitmaakt van het Omgevingsplan, dus het Omgevingsplan is sowieso deels referendabel.

Zodra de Referendumcommissie met welke uitzonderingen dan ook komt kunnen die eenvoudig alsnog aan de referendum-verordening worden toegevoegd. Oplossing: artikel 3 lid 2 aanhef als volgt wijzigen: Van referenda, alternatieve burgervoorstellen of volksinitiatieven zijn in ieder geval uitgezonderd:

7. Vaststelling van de uitslag In artikel 15 lid 1 stelt het Presidium voor om bij het tellen van de stemmen de blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing te laten. Dit lijkt op artikel 10 lid 1 van de vigerende referendum-verordening maar is wezenlijk iets anders; zoals het nu in artikel 15 staat kan in rede de bedoeling niet zijn.

Oplossing: artikel 15 lid 1 als volgt wijzigen: Het centraal stembureau stelt vast hoeveel stemmen voor dan wel tegen het ontwerpraadsbesluit of voorgenomen collegebesluit zijn uitgebracht dan wel blanco of ongeldig zijn uitgebracht, alsmede het aantal bij volmacht uitgebrachte stemmen, waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten.

8. Subsidieverlening Het Presidium stelt in artikel 42 lid 4 van de concept-referendum-verordening voor om op de subsidies voor referendum-activiteiten de Algemene Subsidieverordening Amsterdam ASA 2023 niet van toepassing te verklaren. Echter, ook de Subsidieregeling referendum Amsterdam 2023 die de raad in 2023 bij het HGS-referendum hals over kop heeft moeten invoeren is niet meer vigerend. Althans, dit staat in artikel 15 lid 1 van die verordening maar dit blijkt niet als je verordening opzoekt op de wettelijk voorgeschreven vindplaats. Kortom, deze subsidieverordening is kennelijk verkeerd ingevoerd op de wettelijke site https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR699761/1 en ten onrechte vermeld in artikel 42 lid 1, althans in de versie van artikel 42 lid 1 die in de was>wordt-lijst staat. In artikel 42 lid 3 van de concept-referendum-verordening zegt het Presidium dat de raad met inachtneming van een advies van de Initiatief- en referendumcommissie “ nadere regels “ vast stelt voor de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor een subsidie van campagneactiviteiten en over de uitbetaling ervan. Echter, sinds 31-12-2024 zijn er helemaal geen regels, dus de regels die er alsnog moeten komen zijn alleen nadere regels als de ASA 2023 toch maar wel van toepassing wordt verklaard. Kortom, de aanpak van het Presidium in lid 3 en lid 4 is inconsistent.

Oplossing: a. Per omgaande alsnog op de site https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR699761/1 invoeren dat de Subsidieregeling referendum Amsterdam 2023 ingaande 31-12-2024 niet meer van kracht is. b. Artikel 42 van de concept-referendum-verordening aanpassen op a en b en de was>wordt-lijst navenant op orde brengen. c. Met een nieuwe subsidieregeling niet nogmaals wachten tot een volgend referendum-verzoek maar in Q-3 van 2025 de subsidieverlening alsnog naar behoren regelen.

9. Afronding van de besluitvorming In artikel 10 lid 1 en artikel 15 lid 5 stelt het Presidium terecht voor om een termijn te stellen waarbinnen de raad zijn besluitvorming na een referendum moet afronden. Echter, de gestelde termijn van maximaal 2 maanden is niet altijd haalbaar, bijvoorbeeld niet als een referendum kort voor het zomerreces wordt gehouden en/of de raad besluit tot hertelling van de stemmen. Bovendien ontbreekt een termijn waarbinnen de raad tot hertelling kan besluiten. Het Presidium heeft het over onherroepelijk vaststaan van de uitslag maar voor zo ver ik als niet-jurist overzie is een uitspraak van de raad in de zin van artikel 15 lid 3 niet aanvechtbaar. Hoe dit ook zij, definitieve uitslag lijkt beter. Oplossing: a. artikel 10 lid 1 als volgt wijzigen: Wanneer een inleidend verzoek wordt ingewilligd, wordt de besluitvorming over het ontwerpraadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen dan wel het voorgenomen collegebesluit waarop het verzoek zich richt, aangehouden tot maximaal twee maanden nadat het referendum heeft plaatsgevonden dan wel tot onherroepelijk vaststaat dat geen referendum wordt gehoudenna de eerste raadsvergadering na de definitieve uitslag van het referendum. b.

artikel 15 lid 4 als volgt wijzigen: De raad kan uiterlijk in de eerste raadsvergadering waarin de uitslag van het referendum als ingekomen stuk of agendapunt op de agenda staat besluiten tot een hertelling. c. artikel 15 lid 5 als volgt wijzigen: Zo mogelijk neemt de raad tegelijkertijd met de uitspraak als bedoeld in het derde lid, maar niet later dan twee maanden nadat het referendum is gehouden, een besluit over het onderwerp van het referendum. Dit besluit wordt in ieder geval genomen binnen twee maanden na de eerste raadsvergadering na de definitieve uitslag van het referendum.

10. Initiatiefnemers Initiatiefnemers tot een referendum zijn veelal groepen bewoners zonder organisatorische rechtspersoon. Daarom voorziet de vigerende referendum-verordening er in dat de initiatiefnemers zich kunnen doen vertegenwoordigen door minimaal 3 en maximaal 7 van hen. Bij mijn weten heeft het HGS-referendum geen aanleiding gegeven om dit anders te gaan regelen maar toch stelt het Presidium al dan niet op aangeven van de Referendumcommissie in artikel 7 lid 1-c voor om de mogelijkheid dat een grote groep zich laat vertegenwoordigen te schrappen. Echter, dit kan in rede de bedoeling niet zijn.

Oplossing: artikel 7 lid 1-c als volgt wijzigen: de naam, adres, woonplaats, geboortedatum en handtekening van minimaal drie en maximaal zeven initiatiefnemers die gerechtigd zijn het initiatief te vertegenwoordigen.

11. Indiening van verzoeken Terecht signaleert het Presidium in de was>wordt-lijst dat de wijze van indiening van de verschillende soorten van verzoeken klip & klaar moet zijn. Echter, de voorstellen in hoofdstuk 3 van de concept-verordening schieten tekort, navenant in hoofdstuk 4, 5 en 6. Voor de hand ligt dat de contactgegevens worden opgenomen in het site-bericht inzake referendums. Oplossing: a. in hoofdstuk 3 en navenant in hoofdstuk 4, 5 en 6 als nieuw artikel 6a invoegen: De verzoeken in het kader van dit hoofdstuk 3 dienen te zijn gericht aan de raad en schriftelijk te worden ingediend bij de voorzitter van de raad. b. artikel 11 lid 1 aanhef als volgt wijzigen: Een definitief verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad en bevat:

12. .Geldigheid ondersteuningsverklaringen In artikel 9 lid 5 stelt het Presidium voor dat de ingediende ondersteuningsverklaringen vervallen bij het inwilligen van een inleidend verzoek om een referendum te houden. Echter, de verklaringen moeten natuurlijk ook komen te vervallen bij het afwijzen van een inleidend verzoek, bijvoorbeeld omdat het aantal rechtsgeldige verklaringen tekort schiet. Oplossing: artikel 9 lid 5 als volgt wijzigen: De voor een inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen vervallen bij het inwilligen of afwijzen van het inleidende verzoek.

13. Behandeling van klachten De vigerende referendum-verordening spreekt van klacht-behandeling, het Presidium stelt in artikel 6 lid 5 van de nieuwe verordening voor om daar een meldings-procedure van te maken en ook de afhandeling van de meldingen in handen van de Referendumcommissie te leggen. Echter, hierin ontbreekt het cruciale beginsel van hoor & wederhoor. Bovendien heeft de Referendumcommissie geen zeggenschap zodat de commissie ook bij klachten of meldingen moet volstaan met advies.

Oplossing: artikel 6 lid 5 als volgt wijzigen: De Initiatief- en referendumcommissie is belast met de behandeling en na hoor & wederhoor afhandeling van of advisering over meldingen over incorrecte uitvoering van deze verordening, de voorlichting of informatievoorziening en de wijze waarop campagnes worden gevoerd. De Initiatief- en referendumcommissie kan haar oordeel openbaar maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15501865/1