Schriftelijke bijdrage deel 2 Nicole Schuil inzake agendapunt 7
Tekst van het document
Een nieuwe sport -en beweegnorm In een stad die steeds meer verdicht, neemt de druk op de beschikbare ruimte toe. Terwijl het aantal huizen groeit, krimpt de beschikbare ruimte voor essentiële aspecten zoals sport, infrastructuur, maatschappelijke voorzieningen en groen. Het stapelen van woningen betekent ook het opstapelen van eisen voor groen en sport, wat resulteert in een knelpunt binnen het huidige beleid. Deze situatie leidt tot een vermeende 'strijd' tussen groen en sport, waarbij groen vaak het onderspit dreigt te delven. Vooral nu, met de toenemende uitdagingen van klimaatverandering, blijft groen van essentieel belang om steden leefbaar te houden. Groene ruimtes bieden niet alleen verkoeling en biodiversiteit, maar dragen ook bij aan de mentale en fysieke gezondheid van bewoners, net zoals sport. Talloze onderzoeken tonen aan dat interactie met groen stress vermindert en de algemene gezondheid bevordert. Hetzelfde geldt voor sport, waarbij regelmatige lichaamsbeweging essentieel is om gezondheidsproblemen te voorkomen en de druk op de gezondheidszorg te verlichten. Met de huidige druk op de beschikbare ruimte is het verleidelijk om sport en groen te integreren en sportparken tot ‘park’ daarmee ‘groen’ te bombarderen, maar dit mag niet ten koste gaan van groene gebieden.
Kunstmatige sportvelden dragen immers niet bij aan biodiversiteit, waterberging, verkoeling of luchtkwaliteit. Daarentegen is het cruciaal om bestaande sportparken te verrijken met hoogwaardig groen. Het herzien van de huidige kwantitatieve sportnormen is noodzakelijk. In plaats van te focussen op vierkante meters per woning, moeten we overstappen naar een norm gebaseerd op sport- en beweeguren per inwoner, gebaseerd op het beweegadvies van de Gezondheidsraad uit 2017. Deze verschuiving stelt ons in staat om het aanbod van sportfaciliteiten af te stemmen op de behoeften van bewoners, in plaats van louter op het aantal woningen.
Van m2 per woning naar uren per inwoner De Gezondheidsraad heeft in 2017 ‘beweegrichtlijnen’ geformuleerd. Deze richtlijnen omschrijven per leeftijdsgroep (kinderen, volwassenen, ouderen) hoeveel uur er tenminste matig intensief bewogen en gesport moet worden en hoe vaak er aan spierversterkende oefeningen gedaan moet worden. Deze richtlijn zou de basis moeten voor het sportaanbod in onze stad. Elke bewoner zou de mogelijkheid moeten hebben om een bepaald aantal uren per week te sporten en te bewegen, en het aanbod van sport -en beweegfaciliteiten moet daarop worden afgestemd. Aantal beweeg-uren per m2 of voorziening Onderzoek hoeveel ‘sport -en beweeguren’ een bepaalde faciliteit oplevert en voor welke groep. Een sportschool van x-aantal vierkante meters heeft gemiddeld x-aantal bezoekers per dag en levert dus x-aantal beweeguren/ per m2 op. Zo kan je dat voor allerlei voorzieningen berekenen zo ook voor speeltuinen, hardlooproutes, openbare sportvoorzieningen en volkstuinen. Door op deze manier naar sport -en beweegfaciliteiten te kijken en dit naast de demografische ontwikkelingen te leggen, kan je genoeg van de juiste soort voorzieningen in een gebied inplannen. Op deze manier is dus niet het aantal woningen leidend dat zich vertaalt in een aantal m2 sport, maar is het aantal inwoners en hun sport -en beweegbehoefte leidend.
Op deze manier kunnen kleinere faciliteiten met minder m2 die intensief gebruikt worden een grotere bijdrage leveren aan deze ‘nieuwe norm’ dan hele grote sportvelden die relatief weinig gebruikt worden.
Demografische ontwikkeling Houd rekening met demografische ontwikkeling van een gebied en de daarbij behorende sport en beweegbehoefte. Het behoeft geen lange uitleg dat verschillende (leeftijds)groepen een verschillende sport -en beweegbehoefte hebben. Zo zal je 65-plussers minder snel op het hockeyveld treffen, maar misschien wel meer bij een dansles of wandelclub, peuters en kleuters zijn gebaat bij zwemles en tieners zijn te vinden op de skatebaan of bij urban sports. Bij nieuw te ontwikkelen buurten (en ook bij bestaande) buurten kan gekeken worden naar de verwachte demografische ontwikkeling van een buurt en het sport -en beweegaanbod kan daarop afgestemd worden. Dit voorkomt dat er sportfaciliteiten voorzien worden waar nauwelijks gebruik van gemaakt wordt. Neem sport op als bestemming in de gebouwde omgeving De gebouwde omgeving en de nog nieuw te ontwikkelen buurten, hebben bestemmingsplannen met daarin verschillende bestemmingen zoals maatschappelijk, wonen, horeca, retail en bedrijfsruimte. Maak van ‘sport’ ook een officiële bestemming van de gebouwde omgeving. Op deze manier is het voor sportaanbieders eenvoudiger om een goede locatie te vinden voor hun bedrijf en kan sport ook gewaarborgd worden in de wijk.
Er moet echter wel op gelet worden dat het hierdoor niet uitgesloten wordt dat sport ook nog op andere locaties kan gehuisvest worden dan die welke zijn bestemd als sport. Omarm innovatieve oplossingen Het is belangrijk dat sportfaciliteiten in de buurt van de woning te vinden zijn, dat verhoogt de kans dat mensen gaan (en blijven) sporten. Richt sportdaken in op de grotere gebouwen, zo houdt je op de grond ruimte over voor hoogwaardig groen. Amsterdam is een stad met veel (open) water; onderzoek waar er mogelijkheden zijn om watersport faciliteiten te maken of uit te breiden en maak meer veilige, openbare zwemlocaties. Tuinieren is ook bewegen Erken tuinieren als volwaardige vorm van beweging; tuinparken, stadslandbouwprojecten en buurtmoestuinen leveren hiermee een belangrijke bijdrage aan een nieuwe beweegnorm. Daarnaast leveren deze plekken een waardevolle bijdrage aan biodiversiteit en klimaatadaptie en zijn het sociale ontmoetingsplekken. Intensiveer het gebruik van de huidige sportparken Een groot deel van de tijd liggen de sportvelden er leeg en verlaten bij, dat moet anders en beter kunnen. Verder valt op dat op een sportpark waar meerdere verenigingen gevestigd zijn, soms iedere vereniging zijn eigen kantine heeft. Maak gecombineerde kantines, de ruimte die vrijkomt kan ingericht worden als extra sportvelden.
Het is ook het overwegen waard om deze sportkantines, die veelal een horeca vergunning hebben, een functie als buurthoreca te geven; denk aan een gezellig eetcafé of op dagen dat er door de verenigingen geen gebruik van gemaakt wordt een fijne buurtkroeg. Op deze manier is er ook meer levendigheid op de sportparken die buiten de tijden van trainingen en wedstrijden vaak zo verlaten zijn. En uiteraard is het van belang om het groen dat een sportpark omzoomd van hoogwaardige kwaliteit te laten zijn met veel (inheemse) bomen en struiken. Het sociale aspect Het is natuurlijk evident dat bij (veld)sportverenigingen het sociale aspect een grote en belangrijke rol speelt. Maar ook bij anders en -ongeorganiseerde sporten is er zeker een sociaal aspect. Veel
sportscholen hebben een koffiehoek waar mensen na het sporten nog gezellig napraten, bij de bootcampclubjes in het park komen mensen in contact met buurtgenoten, rondom een skatebaan vormt zich een ‘community’ van jongeren, de dansavondjes in de buurthuizen zijn een mooie ontmoetingsplek voor ouderen. Misschien zijn deze vormen van sociale cohesie wat ‘losser’ dan bij een sportvereniging, maar er zijn ook heel veel mensen die juist deze manier van sociaal contact als prettiger ervaren, wat meer ongedwongen. Heel veel mensen voelen zich thuis bij een vereniging, maar bedenk dat er ook net zoveel mensen zijn voor wie de ‘wekelijkse verplichting’, de ‘groepsdruk’ en het ‘presteren’ (je moet immers winnen met je team) een te grote druk is. Biedt ook voor deze groep mensen alternatieve waar zij lekker kunnen bewegen. Reduceer niet elke vorm van individueel sporten of ongeorganiseerd sporten tot een rondje hardlopen of een trapveldje, het kan zoveel meer zijn dan alleen dat. Maak het groen beweegvriendelijk De Gezondheidsraad is duidelijk: richt de omgeving zo in dat het in de stad mogelijk is om te recreëren in het groen, dit zet mensen aan tot bewegen. Parken lenen zich uitstekend om lekker in de buitenlucht te bewegen, mits ze goed zijn ingericht. Buiten bewegen is laagdrempelig en voor veel groepen toegankelijk.
Kijk goed naar het potentieel van watersporten, outdoorsporten en urban sports in de publieke ruimte. Met een beetje creatief denken, is er opeens veel meer mogelijk dan nu op het eerste gezicht zo lijkt. Kortom, laten we streven naar een harmonieuze samenwerking tussen sport en groen in plaats van een onnodige strijd. Door het herzien van beleidsnormen en het omarmen van innovatieve oplossingen, kunnen we een stad creëren die zowel gezond als leefbaar is voor al haar inwoners.