CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke bijdrage Aarifa Mohamed (RWS) inzake bestemmingsplan Buiksloterham 9e partiele herziening

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 12 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Inspreekmoment Publiek1.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Retouradres Postbus 2232 3500 GE Utrecht

G Gemeente Amsterdam T.a.v. de Raadscommissie Ruimtelijke Ordening Weesperstraat 430 1018 DN AMSTERDAM marleen.nieuwenhuis@amsterdam.nl secretariaatRO@amsterdam.nl

Rijkswaterstaat West-Nederland Noord Surinamepad 90 2035 VS Haarlem Postbus 2232 3500 GE Utrecht T 088 - 79 74 500 F 088 - 79 74 501 www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Mw. Aarifa Mohamed Adviseur loket ruimtelijke ordening

Datum 3 februari 2025 Onderwerp Advies en/of inspraak Bestemmingsplan Buiksloterham 9e partiele herziening

Geachte Raadscommissie Ruimtelijke Ordening van de gemeente Amsterdam, Inleiding Op 15 januari heb ik kennisgenomen van het besluit van het college van B&W om het Bestemmingsplan Buiksloterham 9e partiele herziening voor te dragen om vastgesteld te worden.

T 06 2717 0039 aarifa.mohamed@rws.nl Ons kenmerk RWS-2025/2629 Uw kenmerk Bijlage(n) -

Van mijn kant was er echter nog een inbreng die ik tijdens de ontwerpfase niet in heb kunnen inbrengen. Vandaar dat ik u deze brief als advies en/of inspraak stuur, zodat u die mee kunt nemen tijdens de commissievergadering op 12 februari 2025. Op 15 november 2024 heb ik de huidige versie van het bestemmingsplan en een ambtelijke reactie ontvangen. De reactie was een reactie op een ambtelijke reactie van RWS van 25 oktober 2024, op het ontwerp bestemmingsplan Buiksloterham 9e herziening, versie augustus 2024. Uit de reactie en alle versies van het bestemmingsplan maak ik op dat u twee stukken land wilt maken, aan weerszijden van de pontaanlanding, ter hoogte van het einde van de Distelweg, in het IJ. Daarnaast maak ik uit de reactie en alle versies van het bestemmingsplan op dat de landaanwinning(en) hoofdzakelijk zijn ingegeven vanuit de wens een plek te vinden voor het (her)gebruik van, in meer al dan niet mindere mate, verontreinigde grond. Zo valt uit de reactie, de versies van het bestemmingsplan en de Herijking Investeringsbesluit Buiksloterham (HIB), op te maken dat voor 25 oktober 2024, er een voornemen was matig tot sterk verontreinigde grond te (her)gebruiken voor het maken van de landaanwinning(en).

Na 25 oktober 2024 is dat voornemen aangepast en lijkt er in plaats van matig tot sterk verontreinigde grond, (door u zo genoemde) toepasbare grond (her)gebruikt te gaan worden voor het maken van land in het IJ. Daarbij is aangegeven dat de toepasbare grond zal bestaan uit grond die de interventiewaarden voor waterbodems én de maximale waarde bodemfunctieklasse industrie, uit tabel 2, van bijlage B, van de regeling Bodemkwaliteit, niet zal overschrijden.

Pagina 1 van 2

Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

Wat opvalt aan het bestemmingsplan en de reacties, is dat: 1. onvoldoende gespecificeerd wordt wat de huidige kwaliteit van de (water)bodem is; 2. onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd is of de huidige (water)bodem(kwaliteit) geschikt is voor het maken van het door u gewenste land/park; 3. onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd is wat de uiteindelijke bodemkwaliteit gaat zijn van de nieuw te maken stukken land in het IJ; 4. er geen rekening gehouden lijkt te worden met de specifieke zorgplicht zoals omschreven in artikel 2.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal); 5. u vooral op zoek lijkt te zijn naar een plek om van uw verontreinigde grond af te komen en dat daardoor de technische en milieu-hygiënische haalbaarheid van de “functie” groen/park overschaduwd lijkt te worden;

Datum 3 februari 2025 Ons kenmerk RWS-2025/2629

Voorbeelden en overwegingen Huidige kwaliteit van de (water)bodem en de zorgplicht In het bestemmingsplan staat de kwaliteit van de huidige waterbodem ten NoordWesten van de pontaanlanding omschreven als heterogeen sterk verontreinigd met zware metalen en de kwaliteit van waterbodem ten Zuid-Oosten van de pontaanlanding staat omschreven als heterogeen licht tot sterk verontreinigd met zware metalen. Wat echter niet vermeldt staat in het bestemmingsplan, is dat de aangeleverde bodemonderzoeken erop wijzen dat voornamelijk in de bovenste sliblaag interventiewaarde overschrijdingen zijn aangetroffen en dat de vaste waterbodem onder de sliblaag (vrijwel) niet verontreinigd is. De kwaliteit van de vaste waterbodem is volgens de bodemonderzoeken namelijk altijd toepasbaar op zowel land- als waterbodem. Gevolg van bovenstaande tekortkoming is dat niet omschreven en onderbouwd is welk effect het achterlaten van de sterk verontreinigde sliblaag heeft, op de kwaliteit van de toe te passen grond en nieuw te maken landbodem.

Bij Rijkswaterstaat vragen wij ons af of er door het achterlaten van de verontreinigde sliblaag niet een nieuwe bodemverontreiniging ontstaat in het nieuw te maken land/park, door bijvoorbeeld vermenging met en/of uitloging vanuit het slib? Ook vragen we ons af of het correct is om de kwaliteit van de sliblaag als bepalend voor de bodemkwaliteit van de (water)bodem te beschouwen? Uiteindelijk is de sliblaag, naar verhouding, namelijk maar een dunne laag en een klein deel van de huidige en toekomstige bodem die preventief verwijderd zou kunnen worden door bijvoorbeeld te baggeren. Bij het toepassen van grond in oppervlaktewater is voorts paragraaf 4.124 van het Bal het wettelijke kader. Daarnaast geldt de specifieke zorgplicht (artikel 2.11 van het Bal) dat voorschrijft dat: 1. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging getroffen moeten worden; 2. alle best beschikbare technieken toegepast moeten worden; 3. geen significante milieuverontreiniging veroorzaakt mag worden;

Pagina 2 van 4

Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

4. alle passende maatregelen getroffen moeten worden voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan; 5. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk gehouden wordt.

Datum 3 februari 2025 Ons kenmerk RWS-2025/2629

Toekomstige kwaliteit landbodem In een ambtelijke reactie van de gemeente d.d. 15 november 2024 staat aangegeven dat paragraaf 3.6.1 en paragraaf 3.6.2 een verplicht onderdeel zijn in een bestemmingsplan, waarin beschreven wordt wat de kwaliteit van de bodem is en wordt en of deze geschikt is voor de beoogde functie. De genoemde paragrafen voldoen daar echter niet (in voldoende mate) aan. Naast het gegeven dat in de huidige waterbodem alleen de sliblaag sterk verontreinigd is, wordt namelijk ook niet gespecificeerd wat de kwaliteit van de toekomstige landbodem exact gaat zijn, rekening houdende met het gegeven dat Rijkswaterstaat, op grond van paragraaf 4.124 van het Bal, beoordeeld wat het mag en/of moet zijn aan de hand van: 1. bodemonderzoeken plus een correcte omschrijving van de kwaliteit van de ontvangende waterbodem en; 2. de specifieke zorgplicht zoals omschreven in artikel 2.11 van het Bal; 3. het gegeven dat het toepassen van grond een lozingsactiviteit is, zoals bedoeld in paragraaf 3.2.26, artikel 3.48o, tweede lid van het Bal en; 4. het gegeven dat toepassingen van grond of baggerspecie functioneel moeten zijn op grond van artikel 4.1269 van het Bal en dat het functioneel zijn onderbouwd moet worden op grond van artikel 4.1266 van het Bal en; 5. er niet meer grond toegepast mag worden dan nodig voor de functie van de toepassing en; 6.

het gegeven dat er met het oog op het beschermen van het milieu, in het kader van een functionele toepassing, alleen grond of baggerspecie toegepast mag worden die voldoet aan (zie artikel 4.1272 van het Bal): 6.1 de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, vierde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor de kwaliteitsklasse waarin de ontvangende waterbodem volgens dat besluit is ingedeeld en; 6.2 de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, tweede lid, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor grond van de kwaliteitsklasse industrie als sprake is van toepassen van grond in een oppervlaktewaterlichaam; en 6.3 de kwaliteitseisen, bedoeld in artikel 25d, derde lid, van het Besluit bodemkwaliteit, die gelden voor baggerspecie van de kwaliteitsklasse matig verontreinigd als sprake is van toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam. Gevolg is dat op voorhand niet duidelijk is of uw bestemmingsplan voor de nieuw te maken stukken land uitvoerbaar en functioneel is. Gronddump Het beeld ontstaat dat er meer waarde gehecht wordt aan het verwijderen van verontreinigde grond dan aan het realiseren van de “functie” groen/park en dat zal uw bedoeling niet zijn. In het bestemmingsplan staat bijvoorbeeld: “Zoals reeds

Pagina 3 van 4

Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

benoemd dient het bestemmingsplan in eerste instantie om capaciteit te creëren voor het onderbrengen van grond.”. Een toepassing van grond die in eerste instantie een gronddump is, wordt in artikel 4.1269 van het Bal echter niet aangewezen als functionele toepassing en is dan ook niet toegestaan op grond van het Bal.

Datum 3 februari 2025 Ons kenmerk RWS-2025/2629

Conclusie Ik heb begrepen dat het Bestemmingsplan Buiksloterham 9e partiële herziening, reeds aan u is voorgedragen om te worden vastgesteld. Ik kan met het bestemmingsplan echter (nog) niet instemmen en verzoek u, gelet op de overwegingen, om het bestemmingsplan aan te laten vullen met: 1. een specifiekere omschrijving van de huidige (water)bodemkwaliteit met daarin een onderscheid tussen vaste waterbodem en sliblaag; 2. een onderbouwing waaruit blijkt dat door het achterlaten van de sterk verontreinigde sliblaag geen nieuwe bodemverontreiniging ontstaat; 3. een onderbouwing waaruit blijkt dat u alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging treft; 4. een onderbouwing waaruit blijkt dat, voor zover er verontreiniging van de nieuw te maken bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; 5. een duidelijke en specifieke omschrijving en onderbouwing van de kwaliteit van de toekomstige (land)bodem die past bij de kwaliteit van de huidige (vaste) bodem en de toekomstige functie; 6. meer aandacht en zorgvuldigheid m.b.t. het vraagstuk of het bestemmen van uw grond(en) wel of niet functioneel is. Tot slot attendeer ik u er voor de volledigheid op dat het, om milieuverontreiniging te voorkomen, heel gangbaar is in Nederland om sterk verontreinigd slib af te voeren naar daarvoor bedoelde stortplaatsen dan wel baggerdepots.

Mocht u vragen hebben met betrekking tot dit schrijven of behoefte hebben aan toelichting, over bijvoorbeeld de baggerdepots, dan kunt u daarvoor contact opnemen met de in de kantlijn vermelde contactpersoon. De contactpersoon van Rijkswaterstaat staat u graag te woord.

Hoogachtend, DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT, namens deze, hoofd afdeling Vergunningsverlening Rijkswaterstaat West-Nederland Noord

De heer M.H. van der Hoeve

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15124751/1