CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

Samenvatting rapport RHK

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 29 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Update AEB Nr. VN2022-0177675.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HaskoningDHV Nederland B.V. Industry & Buildings

Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Goedgekeurd door:

Gemeente Amsterdam Royal HaskoningDHV 22 april 2022 BI5586IBNT002F02 Projectgerelateerd Royal HaskoningDHV

Onderwerp:

Bestuurlijke samenvatting analyse biomassa AEB

De memo die u nu leest is een samenvatting van een uitgebreider rapport van ons. Deze memo bevat de belangrijkste bevinden en onze conclusies. Deze memo start met de conclusies in het tekstkader hieronder. Op de volgende pagina’s zijn de onderzoeksvragen van de gemeente in een tekstkader.

Conclusies De markt van biomassa dat door AEB’s BEC verstookt kan worden is in de tweede helft van 2021 sterk veranderd. Er is krapte ontstaan waardoor de prijzen sterk zijn gestegen en leveringen in gevaar kwamen. AEB leek met unieke langlopende contracten goed gepositioneerd te zijn, maar dit bleek in de praktijk niet het geval te zijn. AEB is sindsdien bezig de oorspronkelijk beoogde biomassa (chips en shreds) toch uit de markt te halen en tegelijkertijd ook te zoeken naar nieuwe biomassastromen. AEB’s relatieve concurrentiepositie ten opzichte van andere Nederlandse partijen kent voors en tegens: Enerzijds hebben ze in vergelijking met andere biomassa-installaties in Nederland minder marktkennis en is de installatie beperkter geschikt voor andere soorten biomassa door de beperkte rookgasreiniging, maar anderzijds lijken ze relatief hoge prijzen voor de biomassa te kunnen betalen. Omdat we verwachten dat de biomassamarkt moeilijk zal blijven de komende jaren en marktpartijen aangeven dat zij verwachten dat krapte blijft en import nodig zal zijn, verwachten wij ook voor AEB dat import de komende jaren waarschijnlijk moeilijk te voorkomen is. Wanneer in de toekomst biomassa van grotere afstanden zal moeten komen, zal dat de besparing van broeikasgasemissies ten opzichte van fossiele energie lager zijn.

Een voorlopige berekening laat zien dat de impact van meer wegtransport klein is en van transport per schip uit het buitenland wat groter. In beide gevallen wordt op basis van deze voorlopige berekeningen aan de minimum Europese eisen m.b.t. ketenemissies voldaan. De investeringsbeslissing in 2018 is mede genomen op basis van een document van AEB waarin AEB zich committeert aan het alleen gebruiken van ‘Better Biomass’ (= NTA8080) gecertificeerde biomassa. Het is gebleken dat ook niet Better Biomass gecertificeerde biomassa gebruik wordt. Aan de bij subsidieverstrekking gestelde rapportageverplichtingen is in 2020 voldaan: AEB heeft door een accountant een ‘assurance rapport’ laten opstellen waarin verklaard wordt dat aan de eisen voldaan is en heeft deze aan subsidieverstrekker RVO opgestuurd. Assurance rapporten over de jaren 2021 en 2022 zullen uitwijzen of in deze jaren ook voldaan is. Het is ons echter niet duidelijk geworden óf, hóe en door wie inhoudelijk naar de duurzaamheid is gekeken. Wij raden AEB aan hier meer grip op te krijgen.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

1/11

Onderzoeksvragen van de gemeente Amsterdam •

Beoordeling van en advies over de heroverweging AEB.

•

Wat is de beschikbaarheid van de biomassa die geschikt is voor de BEC (AEB) die voldoet aan de duurzaamheidscriteria, herkomstcriteria en past binnen de huidige vergunningen in relatie tot de vraag in Nederland. o

In september 2021 heeft AEB gecommuniceerd dat de 150 km grens haalbaar was, wat eind 2021 niet zo bleek te zijn. Wat voor ontwikkelingen hebben op de markt plaatsgevonden dat de beschikbaarheid van biomassa binnen de 150 km grens tussen sept – dec 2021 is veranderd?

o

Welke prognose bestaat voor de beschikbaarheid van de geschikte biomassa voor AEB de komende vijf jaar?

o

Wat zijn de alternatieve mogelijkheden waar de biomassa vandaan kan komen?

•

Voldeed de biomassa, door AEB verkregen uit Spanje, aan de SDE duurzaamheidseisen?

•

In hoeverre is buitenlands biomassa nodig om onder de uitstootnormen te blijven, gesteld in de verkregen vergunning(en) van het AEB?

1

Aanleiding en inleiding

De Bio-EnergieCentrale (BEC) van het AEB Amsterdam (hierna: AEB) is een met houtige brandstoffen (biomassa) gestookte warmte-kracht installatie. De BEC verbrandt resthout uit landschap (snoeien), houtverwerking en compostering1, produceert elektriciteit (‘kracht’) voor het openbare net en levert warmte aan het warmtenet in Amsterdam Noord. Mogelijk wordt in de toekomst ook warmte geleverd aan de industrie. De installatie is gerealiseerd vanuit de wens om de via het warmtenet geleverde warmte klimaatneutraler te maken. Met een opgesteld vermogen van 40 - 41 MW aan brandstof en een SDE+-subsidie voor 7.500 bedrijfsuren per jaar kan de installatie theoretisch maximaal 110.000 – 120.000 ton/jaar aan houtige brandstof verbranden. De houtige brandstoffen bestaan uit: • Houtsnippers uit landschapsonderhoud en compostering; • Gescheiden ingezameld grof tuinhout van particulieren; • Reststromen en bijproducten uit houtverwerking; • A-hout2. AEB heeft eind 2018 bij de investeringsbeslissing over de BEC zichzelf gecommitteerd aan een aantal afspraken3 over de biomassa die verstookt zal worden om zodoende de duurzaamheid hiervan te borgen. Afgesproken is dat de biomassa Better Biomass is gecertificeerd en afkomstig is uit een gebied binnen een wegtransportafstand van 150 kilometers.

1

2 3

“De aan BPA geleverde biomassa bestaat uit snoeihout en een zeer kleine fractie aan afvalhout uit de houtverwerkende industrie: takken, twijgen, kleine spaanders en zaagselresten. Van dit type biomassa is het uitgesloten dat er papier of spaanplaat van gemaakt kan worden. Daarvoor is het materiaal van te lage kwaliteit”. Reststromen in de vorm van afgedankte verpakkingen en andere producten uit onbehandeld hout. A-hout heeft een lager vochtgehalte (circa 25% dan vers hout (chips, shreds) (circa 45%). Deze afspraken zijn volgens AEB en gemeentelijke organisatie niet formeel vastgelegd en hebben volgens deze partijen geen juridische status.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

2/11

Begin februari 2022 werd middels een brief van AEB aan de gemeente duidelijk dat aan één van deze afspraken niet is voldaan: Er is biomassa verstookt uit Spanje. Het AEB heeft laten weten daartoe gedwongen te zijn door de biomassa-marktomstandigheden. Naar aanleiding van een motie van de Gemeenteraad heeft de gemeente Amsterdam ons, advies- en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV, op 2 maart opdracht gegeven deze biomassamarkt te onderzoeken en hierover te rapporteren. In hoofdstuk 2 gaan we in op de specifiek gestelde onderzoeksvragen. Op 25 februari heeft de directie van het AEB een memo opgesteld met een toelichting op de gemaakte keuzes. Op verzoek van de gemeente Amsterdam gaat ons onderzoek ook op deze memo van AEB in (hoofdstuk 3).

2

Vragen en antwoorden

Om zo helder, concreet en direct mogelijk antwoord te geven op de vragen vanuit de gemeentelijke organisatie zijn in deze paragraaf de aan Royal HaskoningDHV gestelde vragen letterlijk opgenomen en worden de vragen zo expliciet mogelijk beantwoord. Uw eerste vraag met betrekking tot de heroverweging van AEB beantwoorden we in hoofdstuk 3. De vragen hebben een blauwe achtergrond. Ons meest beknopte antwoord in een paar zinnen staat daar direct onder met een groene achtergrond. Daarna volgt een toelichting. Achtergronden en verdere details zijn in het achtergronddocument opgenomen. Vraag 1: Wat is de beschikbaarheid van de biomassa die geschikt is voor de BEC (AEB) die voldoet aan de duurzaamheidscriteria, herkomstcriteria en past binnen de huidige vergunningen in relatie tot de vraag in Nederland. Het aanbod aan bij de BEC inzetbare houtstromen is ongeveer 1.500 – 2.000 kiloton/jaar (uitgaande van ‘vers hout’ dat een typisch vochtgehalte heeft van 45%). De maximale theoretische vraag bij bioenergiecentrales in Nederland is ongeveer 1.700 – 1.800 kiloton/jaar. Er is een zekere structurele krapte aan houtige brandstof.

De jaarlijks in Nederland vrijkomende hoeveelheid houtige reststromen die conform de omgevingsvergunning geschikt is voor inzet in de BEC van AEB bedraagt: • houtsnippers uit groenonderhoud4 en compostering of uit landschapsverandering (bijvoorbeeld bouwrijp maken), grof tuinafval: 1.050 - 1.150 kiloton (45% vocht); • Reststromen en bijproducten uit houtverwerking: 100 – 150 kiloton (25% vocht); • A-hout5: 125 - 500 kiloton (25% vocht), deels ook hergebruikt in hoogwaardigere toepassingen (zie Vraag 4). Ter vergelijking, de tussen 2012 en nu toegekende SDE+ / SDE++ subsidies voor bioenergieprojecten gebaseerd op gebruik van verse houtige biomassa en schone reststromen geven een maximale jaarvraag van 1.700 – 1.800 kiloton houtige biomassa (45% vocht). De balans tussen vraag naar en aanbod aan verse houtige biomassa en schone reststromen is eerder bediscussieerd in de Tweede Kamer6. 4

5 6

Groenonderhoud betreft snoeien, knotten, rooien van vegetatie in bos, landschap (bijvoorbeeld langs wegen) en in bebouwde omgeving (plantsoenen, parken, etc.). Verhouding tussen de uit bebouwde omgeving : landschap : bos afkomstige hoeveelheden biomassa brandstoffen is circa 50% : 30% : 20%. Reststromen in de vorm van reststromen van meubelproductie, afgedankte verpakkingen (kratten, pallets) en andere producten uit onbehandeld hout zonder verf, lijm en verduurzamingsmiddelen. Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20172018-3108.html

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

3/11

Voor een reflectie op de capaciteiten van AEB voor contractering van vers en schoon resthout, zie Hoofdstuk 3. Wat betreft duurzaamheidscriteria (zie ook vraag 5) merken we het volgende op: • Een deel van de houtsnippers en bijproducten zal FSC en PEFC gecertificeerd hout betreffen. FSC en PEFC gecertificeerd bos en daaruit geoogst hout voldoet aan de meeste van de binnen de SDE++ / RED II geldende duurzaamheidseisen7. Er moet daarnaast worden getoetst of bij productie van elektriciteit en/of warmte een broeikasgas emissiereductie > 70% (een eis van de RED II) wordt gehaald. • Een deel van de houtsnippers uit groenonderhoud en compostering zal afkomstig zijn van Better Biomass gecertificeerde toeleveranciers. Better Biomass gecertificeerde brandstof voldoet aan alle binnen de SDE++ / RED II geldende duurzaamheidseisen. Er is echter geen marktoverzicht van deze hoeveelheden in Nederland. Het is ook niet duidelijk geworden (de leverancier liet ons weten dit zelf niet te weten) welke hoeveelheden van de bij de BEC van AEB verbrandde houtige brandstoffen gecertificeerd was onder FSC, PEFC of Better Biomass of een ander door de Europese Unie geaccrediteerd schema8. AEB heeft geen documentatie gedeeld waaruit blijkt dat de bij de BEC verbrandde houtige brandstof voldeed aan de duurzaamheidseisen uit RED II.

AEB laat jaarlijks een ‘assurance rapport’ opstellen door een accountant en stuurt deze naar RVO (Rijksdienst voor ondernemend Nederland; de uitvoeringsinstantie van de SDE+ subsidieregeling). Deze is wettelijk verplicht door de subsidiebeschikking (4 maanden na afloop jaar in te dienen). De laatst ingediende versie is die over biomassa ingekocht in 2020. Vraag 2: In september 2021 heeft AEB gecommuniceerd dat de 150 km grens haalbaar was, wat eind 2021 niet zo bleek te zijn. Wat voor ontwikkelingen hebben op de markt plaatsgevonden dat de beschikbaarheid van biomassa binnen de 150 km grens tussen sept – dec 2021 is veranderd? Er is in de tweede helft van 2021 extra krapte ontstaan op de markt voor houtsnippers en snoeihout. Er zijn verschillende oorzaken, zowel structurele als tijdelijke.

Door geraadpleegde marktpartijen zijn voor deze extra krapte de volgende redenen genoemd: • Hogere aardgasprijs – meer vraag naar alternatieven (waar mogelijk); • Koude en lange winter (2020 – 2021) – meer vraag naar brandstof; • Natte winter – minder aanvoer uit landschap, bos, bebouwde omgeving; • Covid – daardoor is budget van gemeenten onder druk komen te staan, die dat deels opvangen door bezuiniging op groenonderhoud; • Stikstofbeleid – door minder bouw van woningen, infrastructuur komt er ook minder groen vrij bij bouwrijp maken van grond; • Verandering in bosbeheer, waarbij areaal waarop eindkap plaatsvindt wordt beperkt tot 0,5 hectare; • Aanbod aan dood en aangetast hout uit Duitsland en Nederland is inmiddels aan het opdrogen of is inmiddels gecontracteerd door additionele vraag in met name Duitsland. Zie ook hoofdstuk 3 waar we ingaan op de biomassa markt en de positie van AEB daarin.

7

8

RED II is de tweede Renewable Energy Directive (richtlijn hernieuwbare energie). Dit is een Europese richtlijn waarin ook eisen m.b.t. de duurzaamheid van biomassa in opgenomen zijn. Wanneer biomassa hier niet aan voldoet mag het niet meetellen als hernieuwbare energie. Voor een overzicht van geaccrediteerde schema’s: https://energy.ec.europa.eu/topics/renewable-energy/biofuels/voluntaryschemes_en

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

4/11

Vraag 3: Welke prognose bestaat voor de beschikbaarheid van de geschikte biomassa voor AEB de komende vijf jaar? Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vraag en aanbod in de komende vijf jaar significant zal wijzigen. De recente (tijdelijke) krapte kan daarom de komende blijven of opnieuw voordoen. Aanbod aan geschikte biomassa: • Er zijn geen concrete aanwijzingen dat het potentiële aanbod aan resthout uit houtverwerking, landschapsonderhoud en compostering de komende vijf jaar significant gaat veranderen. Er kan volgens Probos, 2018 theoretisch nog ongeveer 30% meer hout uit landschap en met name bos (300 – 350 kiloton/jaar, 45% vocht) worden gemobiliseerd. Inzamelen en afvoeren van dit hout is echter relatief duur en vindt om die reden tot nu toe niet plaats. Het praktische aanbod zal mede afhangen van bijvoorbeeld de mate waarin stikstofwetgeving een rem zet op woningbouw en aanleg van infrastructuur of de mate waarin gemeenten budget vrijmaken voor groenonderhoud. Vraag naar geschikte biomassa: • In de periode tot 2027 zal de subsidie aflopen van een aantal met houtsnippers gestookte bioenergiecentrales. Er is echter ook SDE++-subsidie voor levensduurverlenging voor “ketel op vaste of vloeibare biomassa ≥5 MWth” en “Levensduurverlenging ketel op vaste of vloeibare biomassa 0,5-5 MWth”.

Het is daarom zeer onzeker dat aflopen van de SDE++-subsidie ook leidt tot afname van de vraag naar houtige brandstoffen. Mogelijk komt er op de langere termijn extra vraag naar vers en schoon resthout door ontwikkeling van technologie voor productie van chemische grondstoffen uit resthout. Momenteel worden processen ontwikkeld om fossiele grondstoffen (aardolie) te vervangen door biogene grondstoffen. Dit gebeurt nu nog op kleine schaal waardoor het nauwelijks effecten op de marktvraag heeft, maar dit zal de komende jaren opgeschaald worden. Vanuit duurzaamheidsoogpunt zijn deze toepassingen in het algemeen duurzamer. Daarnaast is de toegevoegde waarde hoger waardoor de chemie meer voor de biomassa zal kunnen betalen dan energieproducenten. Mocht deze ontwikkeling zich voordoen, dan zal dit leiden tot kleiner worden van het aanbod aan schoon en vers resthout voor bioenergie centrales. Vraag 4: Wat zijn de alternatieve mogelijkheden waar de biomassa vandaan kan komen? Binnen de nu toegepaste soorten biomassa kan geschoven worden in het aandeel ervan, bijvoorbeeld tijdelijk minder houtchips en meer A-hout. Daarnaast kan geïmporteerd worden. Tot slot kunnen andere soorten biomassa gebruikt worden, zolang dit (vergunning)technisch mogelijk is.

Door marktpartijen en AEB zijn voor de korte termijn als opties genoemd: • Schoon, ongeverfd resthout – zogenaamd A-hout Er is volgens gesprekken met handelaren en exploitanten van andere bioenergie-installaties momenteel meer aanbod dan vraag naar A-hout. Andere gebruikers van A-hout zijn bijvoorbeeld spaanplaatproducenten, producenten en reparateurs van transportpellets en producenten van strooisel voor hobbydieren (konijnen, cavia’s e.d.). Dit overschot wordt momenteel wel minder door het aantrekken van de vraag voor andere toepassingen. Hergebruik van A-hout is hoogwaardiger en wenselijker. Gebruik als brandstof is in principe ook uitgesloten in het genoemde AEB memorandum. • Import van (schone) houtsnippers uit andere landen

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

5/11

• Eventueel ook reststromen uit andere sectoren, bijvoorbeeld voorbewerkte stengels van planten uit de glastuinbouw Dit betreft echter brandstoffen met een lagere kwaliteit, bijvoorbeeld hoger asgehalte, meer chloor, meer stikstof. De kwaliteit is lager omdat het een lager energetisch rendement oplevert, meer as (niet brandbaar deel dat geen energie oplevert en afgevoerd moet worden) en/of leidt tot meer schadelijke emissies naar de lucht. Vanwege de bestaande beperkte rookgasreiniging van de BEC van AEB zal het aandeel van dit soort brandstoffen in de totale brandstofmix van de BEC beperkt moeten blijven – tenzij AEB op korte termijn investeert in uitbreiding daarvan. Voor langere termijn: In principe kan de gemeente zelf voor meer groen (parken, plantsoenen, bomen) zorgen, bijvoorbeeld in het kader van hitte-eiland bestrijding. Bij onderhoud daarvan zal snoeisel vrijkomen. Vraag 5: Voldeed de biomassa, door AEB verkregen uit Spanje, aan de SDE duurzaamheidseisen? Formeel zijn de huidige SDE++ duurzaamheidseisen niet van toepassing op de bij de BEC van AEB verbrandde vaste biomassa omdat de SDE+ subsidie in het voorjaar van 2016 beschikt is en er toen geen duurzaamheidseisen gesteld werden aan dit type biomassa.

Of de biomassa – ook al is dit formeel niet noodzakelijk - zou voldoen aan de huidige SDE++ duurzaamheidseisen is vanwege niet beschikbaar zijn van informatie voor Royal HaskoningDHV niet vast te stellen. Momenteel zijn in de Algemene uitvoeringsregeling SDE duurzaamheidseisen van kracht voor het type vaste biomassa, dat AEB gebruikt. Deze duurzaamheidseisen zijn echter alleen van toepassing bij bioenergiecentrales waarvoor ná 21 december 2018 SDE-subsidie is aangevraagd en waarvan het vermogen boven een in de REDII9 gestelde grenswaarde10 ligt. Voor de BEC van AEB is in 2016 SDE+-subsidie toegekend. De bij de BEC van AEB verbrandde vaste biomassa hoeft daarom niet te voldoen aan de huidige SDE++ duurzaamheidseisen. Over de uit Spanje geïmporteerde partij houtsnippers is weinig informatie gedeeld door AEB en leverancier van deze partij. AEB en de leverancier hebben alleen laten weten dat het een lading van 3.200 ton houtsnippers uit eucalyptus plantages betreft, die per schip is aangevoerd vanuit Spanje (Malaga volgens de gemeente). Het is voor ons onduidelijk of de houtsnippers zijn gecertificeerd onder een vrijwillig, door de EU geaccepteerd duurzaamheidsschema. Het is voor ons ook onduidelijk of gegevens met betrekking tot duurzaamheid beschikbaar zijn, zoals zouden moeten worden gerapporteerd onder de huidige (dus niet de 2016 regeling die geldt voor AEB) SDE++/REDII.

Het is daarom voor ons niet vast te stellen of de biomassa – ook al is dit formeel niet noodzakelijk - zou voldoen aan de huidige SDE++ duurzaamheidseisen. Of voldaan wordt aan de SDE+ voorwaarden zoals deze voor AEB gelden op basis van hun SDE+ beschikking uit 2016 zal blijken wanneer het assurance rapport door de accountant zal worden opgesteld (uiterlijk 30 april 2023 aangezien de biomassa in 2022 is ingekocht) en door RVO is geaccepteerd. Zoals ook aangegeven onder Vraag 1, is ook voor de andere bij de BEC van AEB verbrandde partijen houtige biomassa geen informatie met betrekking tot duurzaamheid met Royal HaskoningDHV gedeeld. Ook voor deze partijen kunnen wij niet concluderen of de verstookte biomassa voldeed aan de huidige 9

De Renewable Energy Directive (versie II uit 2018), de Europese wet waarin onder andere de duurzaamheidseisen voor vaste biomassa brandstoffen en de verbrandingsinstallaties waarin de biomassabrandstoffen worden verbrand. 10 Voor het type bioenergiecentrale zoals BEC van AEB 20 MW brandstof. De BEC van AEB valt met 40 MW er ruim boven.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

6/11

SDE++ duurzaamheidseisen en in welke mate de biomassa eventueel was gecertificeerd onder Better Biomass of een ander schema. Één van de leveranciers heeft aangegeven dat de herkomst van alle geleverde biomassa goed gedocumenteerd is. De geleverde biomassa betreft reststromen. Herkomst en verplaatsing van reststromen dient wettelijk te zijn gedocumenteerd middels vrachtbrieven per transport. Wij vinden het aannemelijk dat dit inderdaad allemaal gedocumenteerd is. Overigens refereert AEB zelf naar gecertificeerde biomassa in de memo ‘Afweging biomassagebruik in relatie tot emissie en financiële gevolgen BEC’ van 25-02-2022. Op bladzijde 2, laatste zin van 4e alinea van paragraaf ‘aanleiding’ staat: “Tot slot speelde de subsidievoorwaarde van de SDE+ om uitsluitend met gecertificeerde biomassa te werken.” Welke certificering hier wordt bedoeld is niet uit de tekst op te maken 11. Vraag 6: In hoeverre is buitenlands biomassa nodig om onder de uitstootnormen te blijven, gesteld in de verkregen vergunning(en) van het AEB? Theoretisch niet. Er komt in Nederland jaarlijks voldoende volume aan schone houtsnippers vrij. Praktisch gezien is er waarschijnlijk wel import nodig omdat vraag en aanbod in de tijd niet in balans zijn, zoals geïllustreerd bij behandeling van voorgaande vragen.

3

Beoordeling van en advies over de heroverweging AEB.

Op 25 februari heeft AEB een memo van 8 pagina’s opgesteld: ‘Afweging biomassagebruik in relatie tot emissie en financiële gevolgen BEC’. U vraag hierover beantwoorden we in dit hoofdstuk. Vraag: Beoordeling van en advies over de heroverweging van AEB We volgen in de beantwoording de indeling van de memo van AEB. Hierbij halen we telkens de titel en paginanummer van de hoofdstukken in de memo aan. We verwijzen voor details regelmatig naar het bijbehorende achtergronddocument. ‘In het kort’ (pagina 1) In deze samenvatting op één pagina staat geen informatie die verderop in het document niet genoemd wordt. We bespreken deze punten daarom hieronder. ‘Aanleiding’ In deze tekst staat de historie van de aankoop van het complete project en de opstart van de installatie beschreven. Het betreft feitelijke informatie die we bevestigd hebben gekregen in onze gesprekken met AEB en in verschillende documenten die we gelezen hebben. We merken op: • De memo beschrijft waaraan de BEC moet voldoen. Hier worden de vergunningseisen genoemd, de eisen gesteld door de SDE subsidie en de regionale herkomst van de biomassa (straal van 150 km) rondom Amsterdam). Ook wordt genoemd ‘tot slot speelde de subsidievoorwaarde van de SDE+ om uitsluitend met gecertificeerde biomassa te werken’. Hierover merken we op dat in het

11

Als dit refereert aan certificeringsschema’s voor duurzame biomassa, dan zou er in principe per lading een aantal gegevens beschikbaar moeten zijn over bijvoorbeeld energiegebruik in de keten, broeikasgasemissies in de keten, herkomst en omvang van de geleverde partij, aard van het houtige materiaal. Deze informatievoorziening moet – wanneer SDE duurzaamheidseisen van toepassing zijn - uiterlijk 1 januari 2023 op orde zijn. Daarnaast dient AEB zelf volgens de tekst op de RVO-website vóór 1 juli 2022 aan te tonen dat er een certificeringsaanvraag voor de BioEnergieCentrale van AEB zelf in behandeling is bij een conformiteitbeoordelingsinstantie (CBI) of verificateur van een erkend REDII-certificeringsschema en dient de BEC per 1 januari 2023 te zijn gecertificeerd voor een onder de REDII door de Europese Commissie erkend certificeringsschema.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

7/11

•

memorandum12 uit 2018 striktere duurzaamheidseisen zijn toegezegd dan die de SDE+ vraagt, namelijk dat alle biomassa ‘Better Biomass’ is gecertificeerd. In ons rapport gaan we hier dieper op in. De partijen waarmee de biomassa leveringscontracten zijn afgesloten (als onderdeel van het complete aangekochte project) blijken nu niet, minder of tegen hogere prijzen te kunnen leveren. Ook blijken de leveringscontracten niet afdwingbaar te zijn. Met andere woorden: met een in gebrekestelling geeft AEB aan ook de leveringen volgens contract niet te krijgen. In het achtergronddocument gaan we uitgebreid hierop in.

Milieuprestaties BEC (pagina 2 - 3) AEB gaat hier specifiek in op problemen die er geweest zijn met het voldoen aan de ammoniak emissienormen. Dit probleem doet zich voor wanneer er een groot aandeel shreds worden verstookt t.o.v. houtchips. De aanpassing heeft ertoe geleid dat nu tot 50% shreds verstookt kan worden terwijl aan de emissienormen voldaan wordt. Daarnaast gaat de tekst in op ‘performance tests’ die uitgevoegd zijn t.b.v. garanties van de leverancier. We merken op: • De emissie-gerelateerde problemen die tot aanpassing van de installatie hebben genoopt waren inderdaad te voorzien. • Omdat shreds goedkoper zijn dan chips is de aanpassing goed te begrijpen. Het maakt de installatie flexibeler. Waarschijnlijk zijn genoemde aanpassingen in overleg met Vyncke (leverancier installatie) doorgevoerd, aangezien de performancetest voor de aangepaste installatie en niet voor het oorspronkelijke ontwerp is uitgevoerd. • AEB noemt verplichte performance testen die uitgevoerd moeten worden om garanties niet te verliezen. Dit zijn bekende verplichten en we vinden het verstandig dat AEB deze tijdig en volledig heeft uitgevoerd. • In onze gesprekken heeft AEB ook aangegeven dat de Spaanse biomassa geleverd is om zeker te zijn van voldoende biomassa om op ‘vol vermogen’ (nodig voor de performance tests) te kunnen draaien.

Dit is naar ons oordeel een goede reden om meer dan tijdens normale operatie zeker te zijn van voldoende voorraad. Marktomstandigheden biomassa (pagina 3) AEB beschrijf hier hun visie op de biomassamarkt en hun positie biomassa uit de markt te halen. We merken op: • Wij hebben vastgesteld dat in het laatste kwartaal van 2021 inderdaad de markt voor houtchips en shreds zoals AEB deze inkoopt krap is geworden en de prijzen sterk zijn gestegen. Dit komt overeen met de periode waar u specifiek naar vraagt: september tot en met december 2021. Er is hier sprake van een trendbreuk. Dit stellen we vast op basis van gedocumenteerde marktprijzen door erkende West-Europese energie- en commodity-marktanalisten. In een aantal vraaggesprekken met Nederlandse marktpartijen (contacten uit ons eigen netwerk) is dit bevestigd. We onderschrijven daarom de marktsituatie zoals AEB deze hier schetst. Wellicht wat het met het bieden van een hogere prijs dan de marktprijs, en met goede marktcontacten, mogelijk zou zijn geweest biomassa van de benodigde kwaliteit van de Nederlandse markt te kopen. Zekerheid daarover kunnen we niet geven. Het zou ook kunnen dat het op een bepaald moment, precies toen AEB het nodig had voor de

12

AEB Amsterdam, Biomass Plant Amsterdam – Duurzame stadswarmte uit regionaal resthout, Vertrouwelijk - Niet ter verspreiding, AEB2018/16894, 25 september 2018.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

8/11

performance tests (zie hierna) het niet te verkrijgen was en buitenlandse biomassa de enige mogelijkheid was. • AEB noemt dat de gecontracteerde leveranciers niet aan hun leveringsverplichtingen kunnen voldoen. Één leverancier kan niets meer leveren en er wordt nu alleen met de andere overgebleven leverancier heronderhandeld. Zoals eerder genoemd blijken de contracten met gecontracteerde volumes en afgesproken prijzen dus niet afdwingbaar. In de genoemde vraaggesprekken met marktpartijen is ook gesproken over het functioneren van de markt en contractafspraken. Hieruit blijkt dat vergelijkbare biomassacentrales ten opzichte van AEB biomassa leveringscontracten hebben met een veel groter aantal leveranciers (tientallen tegenover 2 van AEB) en dat deze contracten kortlopend zijn (1, hooguit 2 jaar tegenover 12 jaar van AEB). In meerdere vraaggesprekken is genoemd dat langlopende contracten niet werken omdat het vaak niet afdwingbaar is. Afweging (pagina 3 - 4 ) AEB beschrijft hier het knelpunt dat ontstaan is, namelijk voldoen aan 1 binnen wettelijke vergunning opereren (emissies); 2 biomassa van binnen 150 km straal; 3 financieel rendabel opereren. Aan alle drie voldoen bleek voor AEB in de huidige markt niet mogelijk. AEB koos daarom aan welke van deze drie ‘knoppen’ ze gaan draaien. We merken op: • Binnen de vergunning opereren, ‘knop 1’, is een absolute voorwaarde.

Hieruit volgen beperkingen in de te verstoken biomassa, vooral het eerdergenoemde aandeel shreds. Bij een hoger aandeel shreds kan niet aan de emissie-eisen voldaan worden. AEB zoekt hierin op een verantwoorde manier de veilige grenzen. • AEB kiest voor het draaien aan ‘knop 2’ om financieel rendabel (‘knop 3’) te blijven. In het achtergronddocument beschrijven we de consequenties hiervan op de duurzaamheid en CO2besparing. We concluderen dat het mogelijk is aan deze ‘knop 2’ te draaien zonder grote negatieve impact op de duurzaamheid en CO2-besparing. Het is echter erg belangrijk dat deze impact inzichtelijk gemaakt wordt omdat er ook keuzes gemaakt kunnen worden die wél een sterk negatieve impact kunnen hebben. Dit inzicht heeft AEB niet kunnen geven. In onderstaande tabel hebben wij – uitsluitend ter illustratie van de effecten van transportafstand - de impact van meer transport per vrachtwagen indicatief 13 verwerkt. Hieruit blijkt dat de emissies slechts weinig toenemen bij grotere transportafstanden per vrachtwagen. Broeikasgasemissiereductie ten opzichte van fossiele referentie

13

Transportafstand, km

50

100

150

200

250

Electriciteit

95,9%

95,3%

94,8%

94,2%

93,7%

Warmte

97,4%

97,0%

96,7%

96,3%

96,0%

Dit is indicatief omdat we bij de berekening een aantal parameters hebben moeten aannemen.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

9/11

•

AEB maakt verderop in de heroverweging de ‘knop 3’ kwantitatief door een maximumprijs te bepalen die nog betaald kan worden voor de biomassa. De voorlopige berekening is voor eigen verantwoordelijkheid door Royal HaskoningDHV uitgevoerd en is alleen ter illustratie van de orden van grootte van de bijdragen van transport bedoeld. Vanwege ontbreken van informatie over de ingekochte biomassa is niet duidelijk of: • De gehanteerde transportafstanden correct en representatief zijn; • Welke andere directe en indirecte ketenemissies bij oogst, logistiek en inzet als brandstof optreden • Of – bij hout afkomstig uit beheerd bos – er sprake is van duurzaam bosbeheer.

Ondernomen acties (pagina 4) AEB beschrijft hier wat sinds eind 2021 gedaan is om de problemen op te lossen nadat duidelijk werd dat de leveranciers niet aan hun verplichtingen konden voldoen. We merken op: • AEB zoekt sinds de leveringsproblemen naar alternatieve brandstoffen. Dit is een logische en voor de hand liggende stap. Uit ervaring weten we echter dat het deels overstappen op andere biomassastromen lastig en tijdrovend is. • AEB noemt dat geprobeerd is ‘Amsterdamse biomassa’ allemaal naar AEB te laten gaan, maar dat dit lastig is i.v.m. contracten en de vrije markt. Dit is een bekende wens van lokale overheden en lokale biomassacentrales. Dat dit niet af te dwingen is in een vrije markt is ook bekend. Het verbaast ons daarom niet dat dit ook hier niet lukt. • AEB heeft een ingebrekestelling gestuurd naar de leveranciers. Dit zien wij als een logische formele stap. Omdat de contracten niet of lastig afdwingbaar lijken, is AEB met de leverancier die nog kán leveren gaan heronderhandelen. Ook daarvan denken wij dat het de juiste stap is. Lange juridisch procedures zullen niet leiden tot het op korte termijn aantrekken van biomassa.

Op- en afstook BEC (pagina 4 - 5) In dit stuk beargumenteert AEB dat het telkens uit bedrijf nemen en weer in bedrijf nemen van de installatie als gevolg van tekorten aan biomassa slecht is voor de technische installatie en leidt tot meer schadelijke emissies naar de lucht. We merken op: • Het is bekend dat dit zogenaamde ‘op- en afstoken’ leidt tot meer emissies naar de lucht. Dit is daarom inderdaad een reden om dit te vermijden. Financiële afweging (pagina 5 - 7) In deze tekst presenteert AEB een financiële afweging waarin het stilleggen afgezet wordt tegen een hoge biomassa prijs. We merken op: • Het is niet mogelijk de juistheid van deze business case berekeningen te verifiëren. Dit zou een veel diepgaandere analyse vragen en ook kennis van het gekoppelde warmtenet. • We halen uit deze analyse wel een maximum prijs die AEB kan betalen binnen een rendabele business case. Deze prijs ligt fors boven de huidige (ook al hoge) marktprijs waardoor de concurrentiepositie van AEB vanuit dit perspectief gunstig is.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

10/11

Korte termijnoplossing (pagina 7) AEB schetst hier de korte termijnoplossingen. We merken op: • AEB stelt dat het gerechtvaardigd is tijdelijk biomassa met een hogere prijs en biomassa buiten de straal van 150 km te gebruiken dit stookseizoen. Hierop is elders in dit document en het achtergronddocument al gereflecteerd. • AEB stelt de installatie stil te leggen wanneer niet al emissie-eisen (concentraties) en -vrachten (hoeveelheden) voldaan kan worden. Dat lijkt ons de enige juiste werkwijze. • Wanneer de BEC stilgelegd wordt moeten andere bronnen voor de warmte aangewend worden. We onderschrijven AEB’s stelling dat dit leidt tot meer CO2-emissies. • Tot slot schrijft AEB over een brief van AVR. Dit valt buiten de scope van ons onderzoek en gaan we dus niet op in. Lange termijnoplossing (pagina 8) AEB gaat hier in op termijnoplossingen. We merken op: • AEB benoemt nog eens dat ze zoeken naar alternatieve biomassastromen. Hier zijn we eerder al ingegaan. In het achtergronddocument is dit verder uitgewerkt. • AEB onderzoekt investeringen in de rookgasreiniging waardoor ze meerdere en ‘lagere kwaliteiten’ biomassa kunnen verstoken. Dit lijkt ons een verstandig en kansrijk onderzoek, parallel aan het zoeken van andere soorten biomassa.

22 april 2022

BI5586IBNT002F02

11/11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11605504/1