Ruimtelijk kader Singelgracht_2024.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone 2025-2050 November 2024
Opgave
p. 3
1. Analyse
1.1. Stedenbouwkundige en culturele ontwikkeling 1.2. Relatie met aangrenzende buurten 1.3. Verkeerskundig 1.4. Groen 1.5. Waterhuishoudkundig 1.6. Klimaatadaptatie 1.7. Ondergrond en bovengrond 1.8. Ruimteclaims 1.9. Conclusie
2. Ontwerpprincipes
p. 5-6 p. 7-9 p. 9-14 p. 14 p. 14 p. 15 -17 p. 17 p. 18-19 p. 20-21
2.1. Het halssnoer en de parels 2.2. Het snoer 2.3. De Parels
p. 22- 23 p. 24-37 p. 38-49
3. Materialenlijst
p. 50
4. Literatuurlijst
p. 51
Colofon
p. 52
Is het functioneren van het hart van Amsterdam denkbaar zonder de Singelgracht en zijn directe omgeving? Deze 8 kilometer lange ‘Singelgrachtzone’ vormt het overgangsgebied tussen de oude binnenstad en de 19e eeuwse gordel, en juist deze strategische ligging maakt het tot een bijzonder dynamisch, veelkleurig en veelzijdig gebied. Diezelfde bijzondere ligging maakt dat het voortdurend dienstbaar is geweest aan de vele aangrenzende wijken. Het gebied heeft zich ook steeds weer aangepast aan veranderende stedelijk-maatschappelijke ontwikkelingen en eisen. De Singelgrachtzone vormt weliswaar een historisch, stedenbouwkundig en verkeerskundig samenhangend weefsel, maar het is in de loop der tijd gefragmenteerd en verrommeld geraakt. Daarmee wordt onvoldoende recht gedaan aan de grote potentie ervan en daarbij is de zone onvoldoende toegerust op de snel veranderende rol in het geheel van de stad. Het is een even prikkelende als noodzakelijke uitdaging om de Singelgrachtzone gereed te maken voor de toekomst. Dit Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone 2023-2050 vormt hiervoor de grondslag. Dit document vormt de actualisering van de Nota van Uitgangspunten Singelgrachtzone uit 1997 en de Nota Ruimtelijke Randvoorwaarden Singelgrachtzone uit 2003.
Op basis van deze documenten zijn verschillende (deel)projecten uitgevoerd zoals de Mauritskade tussen het Wereldmuseum (vh Tropenmuseum) en de Wibautstraat. Hoewel de beginselen uit 2003 nog steeds overeind staan heeft de gemeentelijke Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (SIRK) geadviseerd tot actualisatie ervan. In de afgelopen 25 jaar heeft de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Amsterdam forse veranderingen ondergaan. Zo maakt de stad een grote infrastructurele transitie door, ten gunste van het lopen, fietsen en openbaar vervoer(ov), en met een beduidend kleinere rol voor de auto. In 2023 heeft de gemeente het koersdocument ‘Amsterdam maakt ruimte’ gelanceerd, de start van een brede discussie met Amsterdammers over de toekomst van de openbare ruimte in de stad. In het publieke domein gaat het allang niet meer primair over verkeer en mobiliteit, maar ook over verblijfskwaliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Maar er zijn nog meer aanleidingen voor actualisatie. In de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (2021) is het ‘lussenmodel’ gelanceerd, om het doorgaande verkeer door de stad te minimaliseren. In december 2023 ging de maximumsnelheid in de meeste straten van Amsterdam, waaronder die in de Singelgrachtzone, omlaag naar 30 kilometer per uur.
In de gemeentelijke Groenvisie 2020-2050 (2020) staat de ambitie om de Hoofdgroenstructuur te verbinden met groene straten, kades en oevers. Onder de noemer ‘The Green Mile’ heeft een aantal bedrijven en instellingen langs de Stadhouderskade zich verenigd om zich in te zetten voor de duurzame leefbaarheid van deze ‘meest vervuilde en ongezonde straat in Amsterdam’. Voor de toekomst van dit gebied is een en ander
van zeer grote betekenis: De Singelgrachtzone wordt van een drukke, vol geparkeerde verkeersader omgevormd tot een groene gordel, met op de ‘binnenring’ (aan de centrumzijde van de Singelgracht) ruim baan voor openbaar vervoer en fietsers, langs de Singelgracht veel groen voor voetgangers, flora & fauna en op de ‘buitenring’ gepaste ruimte voor het noodzakelijke auto-, vracht- en ander verkeer.
Opgave
Inhoud
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 3
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 5
1
ANALYSE
De toestand van de stad in 1612, voor de grote uitbreiding. De molens en de lijnbanen zijn getekend, de bouwblokken nog niet. (Bron: Stadsarchief,SAA 010001000605)
1.1 Stedenbouwkundige en culturele ontwikkeling De Singelgrachtzone heeft in de loop van de tijd ingrijpende stedenbouwkundige ontwikkelingen en transformaties ondergaan. Deze weerspiegelen telkens de veranderende sociaal-culturele, economische en omgevingsfactoren die de groei en ontwikkeling van de stad hebben gevormd. Feitelijk maakt de Singelgracht deel uit van het unieke plan van de grachtengordel, uit de 17e eeuw. Dit plan was nodig om de snelgroeiende bevolking en economie van Amsterdam te huisvesten én om het waterpeil in de stad onder controle te houden. Daarnaast vormde de grachtengordel de broodnodige uitbreiding van het transportnetwerk over water. De nieuwe grachten werden als een waaier rondom de oude binnenstad gelegd. Dit bezorgde Amsterdam de befaamde stadsplattegrond.
Aanleg in twee fases (Derde en Vierde Uitleg) In 1613 werd gestart met de eerste fase, de zogenaamde Derde Uitleg, het westelijke deel, inclusief de Jordaan, tot aan de huidige Leidsegracht. In 1663 startte de twee fase, de Vierde Uitleg, vanaf de Leidsegracht tot aan de Nieuwe Vaart, aan de oostzijde van de stad, met de beroemde Gouden Bocht en de Plantage. Bij elke fase werd steeds begonnen met de stadswal aan de buitenzijde, De Schans genaamd. Rond 1663 was de volledige wal van acht kilometer aangelegd. De wal met de brede Singelgracht bepaalde twee eeuwen het beeld van de landkant van de stad. We kennen deze nu als de Singelgrachtzone. De Singelgrachtzone is, als onderdeel van de grachtengordel, Rijks beschermd stadsgezicht. De Singelgrachtzone maakt geen onderdeel uit van het Unesco Werelderfgoed-gebied, maar valt wel in de bufferzone ervan. Aanvankelijk vormde de Singelgrachtzone de grens tussen stad en platteland, later tussen de binnenstad en de rest van Amsterdam. Daarmee vervulde de zone in de loop der tijd verschillende, steeds wisselende functies. Initieel doel van de Singelgracht was om de stad te beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Daarom werd hij aangelegd als brede en diepe gracht met hoge wallen en bastions. Langs de 60 meter brede waterweg werden 8 poorten en 26 verdedigingstorens gebouwd om de stad te beschermen.
Later werd de gracht ook gebruikt voor het transport van goederen over water. De Singelgrachtzone
6 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 7
veranderde geleidelijk in een belangrijk gebied voor de handel in specerijen en textiel. Het raakte bebouwd met woonhuizen, pakhuizen en andere gebouwen met een handelsfunctie. Omstreeks 1850 had de Hollandse Waterlinie de verdedigingsfunctie van de Singelgrachtzone vervangen. De stadsmuren werden afgebroken en de stadswallen en bolwerken afgegraven. Deze laatsten verloren hun karakteristieke hoekige vorm. De gracht werd deels gedempt. Op de ontstane ruimte kwamen woningen en industriële gebouwen.
1883 De Singelgracht genormaliseerd en de bolwerken vergraven, vergelijkbaar met de huidige situatie. In blauw de aanplempingen tussen de voormalige bolwerken.
Vanaf 1894 breidde Amsterdam zich verder uit met de ‘19e eeuwse gordel’. De Singelgracht was niet langer de buitengrens van de stad. De gracht werd minder breed en elders in de Singelgrachtzone werden sommige grachten zelfs volledig gedempt. Straten werden verbreed om het verkeer beter door te laten stromen. Het gebied werd ook opnieuw ingedeeld en er werden nieuwe gebouwen opgericht. Door deze ontwikkelingen heeft het centrumdeel van de Singelgrachtzone vooral bebouwing uit de 19de en 20ste eeuw, in tegenstelling tot de rest van het centrum van Amsterdam.
Cultuur in de Singelgrachtzone De Singelgrachtzone was niet alleen een belangrijke plek voor de handel en, later, de industrie, het gebied heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de culturele geschiedenis van Amsterdam. De stad groeide in de 17de eeuw in korte tijd uit tot het centrale pakhuis van de wereld. Maar het was niet alleen een magneet voor de handel - ook in intellectueel en godsdienstig opzicht was het een aantrekkelijke vestigingsplaats. Door het internationale handelsnetwerk, de vele bezoekers en inwoners van buitenlandse komaf, was er volop kennis van de wereld. Zo werd Amsterdam (ook) ‘een intellectueel pakhuis’: kaarten, atlassen, kranten, boeken en tijdschriften werden in allerlei talen gedrukt en verkocht. Daarnaast had Amsterdam een florerende kunstmarkt. De Singelgrachtzone was een belangrijke ‘aanlandplek’ voor al deze activiteiten. Omdat er nog relatief veel ruimte was, werd de zone aan het einde van de 19e eeuw, in de zogeheten ‘tweede gouden eeuw van Amsterdam’, de vestigingsplek van tal van grote sociaal-culturele instellingen zoals het Rijksmuseum, het Paleis van Volksvlijt, de Stadsschouwburg en de Vrije Gemeente (het latere Paradiso). De eeuwenoude reputatie van Amsterdam als tolerante, open stad is wat tot op de dag van vandaag vele wereldburgers aantrekt. In de jaren 1960-70 werd de stad een brandpunt van de tegencultuurbeweging.
De Singelgrachtzone, met zijn deels vervallen en verlaten (industriële) panden, werd de thuisbasis van vele kunstenaars, muzikanten en politieke activisten. Deze periode van culturele en sociale onrust heeft een blijvend stempel gedrukt op het gebied, waarbij veel van zijn gebouwen en openbare ruimtes in verband worden gebracht met de beweging. Paradiso, De Melkweg en de Stadsschouwburg zijn tot op de dag van vandaag belangrijke culturele instituten.
1.2 Relatie met aangrenzende buurten De Singelgrachtzone is functioneel, stedenbouwkundig en architectonisch nauw verbonden met de wijken die erlangs liggen, zowel aan de binnen- als aan de buitenzijde.
Aan de binnenzijde: Jordaan De Jordaan, uit de Derde Uitleg (1613), was bedoeld als woon- en werkgebied voor de lagere klassen. Het bestaat tot op de dag van vandaag overwegend uit smalle straatjes en steegjes. De binnentuinen van de bouwblokken zijn in de loop der tijd goeddeels volgebouwd. Er is dus weinig (groene) (openbare) ruimte. Voor de hedendaagse Jordanezen vormen de Marnixplantsoenen en het Frederik Hendrikplantsoen, alle gelegen in de Singelgrachtzone, de dichtstbijzijnde openbare groene plekken van enige omvang. Van de oorspronkelijke elf radiaalgrachten in de Jordaan zijn er zes gedempt. Met name de Rozengracht, maar ook de Westerstraat en de Elandsgracht vormen tegenwoordig belangrijke ontsluitingsroutes vanuit de Binnenstad, die uitkomen in de Singelgrachtzone. Langs de Marnixstraat staan verschillende grote panden, zoals het Hoofdbureau van Politie en het Turngebouw (‘De Krakeling’), waarvoor in de Jordaan geen ruimte was. Weteringschans De buurten ter hoogte van de Weteringschans, sluiten direct aan op het zuidelijk deel van de Grachtengordel uit de Vierde Uitleg (vanaf 1663). Ze volgen min of meer de schaal en structuur van de hoofdgrachten en zijn dan ook veel ruimer van opzet dan de Jordaan. De bebouwing is er doorgaans voornamer. Het gebied kent twee grote, groene openbare ruimtes: het Weteringplantsoen en het Frederiksplein.
Het bood en biedt ruimte aan tal van grotere bouwwerken, zoals de cultuurinstellingen nabij het Leidseplein, het Huis van Bewaring (het huidige Max Euweplein), het Paleis van Volksvlijt en later: De Nederlandsche Bank. Weesperbuurt/Plantage De Weesperbuurt en de Plantage, het laatste deel van de Vierde Uitleg, hebben weer een heel ander karakter. De Plantage is ruim en parkachtig van opzet. Mede omdat de grond er goedkoper was zijn langs de Sarphatistraat en de Singelgracht tal van grotere volumes neergezet zoals kazernes en een ziekenhuis - tegenwoordig doorgaans met andere bestemmingen. Zo herbergt het gebied nu onder meer de Roeterseilandcampus van de Universiteit van Amsterdam en de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Op de hoek met de Amstel verrees eind 19e eeuw het prestigieuze Amstelhotel. De Weesperstraat/-plein, die ter hoogte van de Singelgracht overgaat in de Wibautstraat, is een verkeersader en een concentratie van grootschalige kantoor- en onderwijsgebouwen.
8 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 9
Legenda
Aan de buitenzijde: Uitbreiding buiten de Singelgracht Vanaf 1894 breidde Amsterdam zich verder uit buiten Singelgracht, op basis van het plan van ir Kalff. De gracht werd bijna overal rechtgetrokken, maar op enkele plaatsen is het oude, bochtige verloop nog te zien. Hoewel in het plan de voornaamste radialen vanuit de Binnenstad werden doorgetrokken, wordt de Singelgracht(zone) nog immer vaak als een barrière ervaren. Hoewel de 19e eeuwse gordel op tal van stedenbouwkundige en architectonische punten een eenheid vormt, zijn er wel degelijk verschillen tussen de buurten. De Vondelpark-, Museumplein- en Concertgebouwbuurten zijn onmiskenbaar voor de hogere klassen gebouwd – de overige buurten meer voor de kleinere portemonnee. Niettemin vormt de bebouwing langs bijna de gehele Nassau-, Stadhouders- en Mauritskade uiterlijk een ‘gouden rand’, ongeacht de buurt erachter. (Ook) de buitenkant van de Singelgrachtzone kent tal van grote cultuurpaleizen, zoals het Rijksmuseum en het Wereldmuseum (voorheen Tropenmuseum). Het Wester-, Vondel- en Oosterpark hebben directe ingangen aan de Singelgracht. Ook het – groene - Museumplein grenst nagenoeg direct aan de zone.
detailhandel horeca,uitgaan & toerisme sport,activiteiten & ontmoeting groene plekken onderwijs zorg wonen
1.3 Verkeerskundig ‘Nolli-kaart’ Deze tweedimensionale plattegrond (‘Nollikaart’) maakt zichtbaar dat er in de buurten rondom de Singelgracht weinig openbare ruimte is. De Singelgrachtzone biedt zowel bewoners en bezoekers als planten en dieren, in een brede zone rondom, de broodnodige leefruimte.
Legenda toegangelijke publieke ruimte massa (gebouwen)
Infrastructurele transitie Amsterdam maakt een grote infrastructurele transitie door, waarbij het fietsen, lopen en openbaarvervoergebruik worden bevorderd en de rol van de auto teruggedrongen. De maximumsnelheid is inmiddels teruggebracht tot 30 km/uur. In de openbare ruimte ligt de nadruk niet meer alleen op doorstroming, maar ook op verblijf en leefbaarheid. Dat betekent dat straatprofielen zullen veranderen. Door haar strategische ligging speelt de Singelgrachtzone een zeer belangrijke rol in de transitie. De Singelgrachtzone is de hoofdontsluiting rond het centrum voor bijna alle vormen van verkeer. De S100-buitenring – met onder meer Nassau- en Stadhouderskade – is dit voor de auto. De binnenring – onder meer Marnixstraat en Weteringschans - heeft voor het openbaar vervoer dezelfde status en staat binnen het fietsnetwerk bekend als de Eerste Fietsring. Veel straten en kades zijn intensief gebruikte routes voor voetgangers. Voor de stadsnatuur is de Singelgrachtzone een belangrijke verbinding naar andere groengebieden. Alles komt hier samen en op plekken kan dat knellen, vooral als snelheden te ver uit elkaar liggen. Ook de kennis en het verkeersgedrag bij de Amsterdammer of toerist loopt uiteen van hoe het hier ‘werkt’. Mensen nemen in dit gebied op heel verschillende manieren deel aan het verkeer.
Men is onderweg naar werk of naar huis, naar een afleveradres, naar het café, naar een museum, op bezoek bij familie, aan het wandelen met de hond, aan het sporten, aan het chillen op de weide, enzovoorts.
Functiekaart Deze kaart met niet-woonfuncties toont niet alleen de veelheid en grotediversiteit aan functies in de Singelgrachtzone, maar ook de relatieve concentratie ervan nabij de radialen, zogeheten ‘stadsstraten.’ Niettemin is het deel van de radiaal binnen de Singelgrachtzone vaak betrekkelijk ‘ijl‘, door de dominante auto-infrastructuur (bijvoorbeeld tussen Rozengracht en De Clerqstraat).
10 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 11
Autoparkeren In de Singelgrachtzone (zie de grenzen in de kaart) zijn op dit moment (nog) 5.160 openbare autoparkeerplekken (pp) op het maaiveld aanwezig, 2.686 in de binnenring en 2474 in de buitenring. Van de 2.686 openbare pp in de binnenring zijn er 1.269 gesitueerd tussen de Singelgracht en de noordelijke zijde van de Sarphatistraat, Weteringschans en Marnixstraat en 531 in de overige straten (zie tekening). Van de 2.474 openbare pp in de buitenring zijn er 548 gesitueerd langs het water en 422 langs de gevelkant van de S100 (dus 970 pp in totaal langs de S100). In de NvU Singelgrachtzone (1997) is vastgelegd dat pp die het zicht op het water belemmeren worden opgeheven. Tegelijkertijd werd de Singelgrachtzone zoekgebied voor ondergronds parkeren, teneinde het parkeren op het maaiveld in de directe omgeving terug te dringen. Inmiddels zijn de Albert Cuypgarage (onder de Boerenwetering) met 600 pp en de Singelgrachtgarage met 800 pp aangelegd. In de Singelgrachtzone, of op kleine afstand ervan, zijn hiermee 7 parkeergarages, goed voor in totaal 3.046 pp (inclusief de nieuwe Singelgrachtgarage). Door de realisatie van de Singelgrachtgarage kunnen in beginsel circa 800 pp in de directe omgeving worden opgegeven, voor een belangrijk deel in de Singelgrachtzone zelf. Bij de Albert Cuypgarage bleek dat na verloop van tijd steeds meer mensen afstand deden van hun auto.
Hierdoor kon er ook ruimte gemaakt worden op andere locaties in de buurt en kon een deel van de Stadhouderskade als wandelboulevard in gericht worden. Als dit bij Singelgrachtgarage gebeurd zouden in de geest van het oorspronkelijke kader eerst de parkeerplaatsen langs de Singelgracht opgeheven moeten worden.
Totaal 5160 pp op het maaiveld
Autonetwerk In de toekomst wordt het doorgaande verkeer door het centrum van de stad zoveel mogelijk geweerd en via lussen naar de ring A10 teruggeleid. De buitenring is nu een heel belangrijke doorgaande route voor auto’s en heeft ook de verkeerskundige term S-100 gekregen. Het doorgaande autoverkeer zal in de toekomst steeds meer geweerd worden. Ter hoogte van het Vondelpark en het Leidseplein kan dan bijvoorbeeld alleen nog autoverkeer met een ontheffing doorrijden. De bereikbaarheid van het gebied en haar omgeving staat niet ter discussie. De kleinere rol voor het autoverkeer en de lagere maximum snelheid bieden de ruimte om het tracé waar mogelijk (verder) terug te brengen tot tweebaansweg, met eventueel ook smallere rijbanen.
Omgevingsvisie Amsterdam 2050. Netwerk auto en hubs: ambitie om in stappen naartoe te werken.
OV-netwerk en -haltes De gehele binnenring is een belangrijk onderdeel van Plusnet openbaar vervoer (OV). Op de buitenring behoren kleine stukken tot Plusnet OV: bij het Leidsebosje en het Vondelpark en nabij het Wereldmuseum (voorheen Tropenmuseum). De rest van het tramspoor op de buitenring behoort tot Hoofdnet Tram. Het deel van de Nassaukade tussen Overtoom en Elandsgracht ligt binnen het Hoofdnet Bus. De meeste haltes (tram en bus) zijn te vinden in de binnenring. Daar zijn ook stations (Weesperplein en Vijzelgracht) voor twee metrolijnen te vinden. Concentraties van haltes bevinden zich op het Marnixplein, de Rozengracht, het Leidseplein, het Weteringpark, het Weesperplein en het Alexanderplein. Deze OV-Hubs dragen bij aan een goede verbinding met de rest van de stad, maar creëren ook hoge netwerkdruk, moeilijk regelbare kruispunten en onveilig ervaren locaties. Deze hubs hebben voldoende ruimte nodig om goed te kunnen functioneren, met name ruimte voor voetgangers.
Aantal autoparkeerplekken (pp) en parkeerdruk
Legenda
OV-netwerk en haltes
Avond parkeerdruk 0-60% 60-80%
Legenda
80-90% 90-95%
plusnet bus
95% en meer
hoofdnet bus
Aantal parkeerplekken
plusnet tram
111 totaal openbare pp
hoofdnet tram
111 openbare pp langs
metrolijn
Singelgracht
111 openbare pp 1ste fietsring
111 pp garages parkeergarages
3.046pp in
parkeergarages (inclusief de 800pp van Marnixgarage)
1.269
970pp tussen
Singegracht en gevels
pp tussen Singelgracht en de noordelijke kant van gevels langs Saphatistraat, Weteringschans, Marnixstraat etc. (zonder zijstraten)
bushaltes tramhaltes metrohaltes OV hubs
12 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 13
Fietsnetwerk De hele binnenring is onderdeel van het Plusnet Fiets en staat bekend als de Eerste Fietsring. Een klein deel van de buitenring (Nassaukade) behoort tot het Hoofdnet Fiets. De binnenring en het stuk van de buitenring tussen het Leidsebosje en het Vondelpark behoren tot de drukste fietsroutes in de stad. De Singelgrachtzone kent maar liefst 12 black spots, met name op kruispunten. Veel ongelukken hebben mede te maken met de onduidelijke en onveilige inrichting van de kruispunten met veel oversteken. Langs de buitenring zijn 74 oversteken vanuit de zijstraten, waarvan 22 bij bruggen naar de binnenring. Ook in de overige 52 gevallen is het oversteken vaak onveilig of ingewikkeld -zo moeten fietsers soms tegen de richting in fietsen om de gewenste oversteek te maken.
52 zijstraten
Voetgangersnetwerk Het voetgangersnetwerk is in tegenstelling tot de andere mobiliteitsnetwerken geen officieel vastgesteld netwerk, maar de Singelgrachtzone laat niettemin een helder patroon van druk en minder druk belopen routes zien (zie Heatmap Strava, Joggers) Op de flanken (van Haarlemmerplein tot ongeveer de Overtoom en van de Amstel tot de Dijksgracht) zijn de grootste loopstromen vooral geconcentreerd in de zogeheten stadsstraten. In het middendeel, van Leidseplein tot Amstel, is het patroon diffuser en breidt het fijnmazige, drukke netwerk in het centrum zich over de Singelgracht uit in de Helmers- en de Vondelparkbuurt, het Museumkwartier en de Pijp. Door de sterk op het autoverkeer en -parkeren geënte inrichting staat het wandelen in de Singelgrachtzone onder druk - een rondje om het centrum langs de binnen- of buitenring is vaak moeizaam of soms zelfs onmogelijk.
22 bruggen
Fietsnetwerk en blackspots
Legenda
Voetgangersnetwerk
plusnet hoofdnet drukke fietsroutes (data van 2011)
Legenda plusnet
blackspot (data van 2011)
hoofdnet
brug
pleinen
straat
parken
Rozengracht
Elandsgracht
Ongevallen 2019 tot/met 2023 (bron:
screenshot van www.via.nl)
Weesperpoort Weteringschans Westeinde & Oosteinde
Sporters De Singelgrachtzone, met name de oostkant van de buitenring, is een populaire route voor joggers, en een belangrijke aanlooproute richting een rondje Westerpark, Vondelpark, Amstel, Oosterpark of Flevopark. De voorkeur voor een hardlooproute hangt af van factoren als vrije loopruimte, beloopbaarheid, veiligheid, verkeersluwte en omgevingskwaliteit. Op deze punten scoort de buitenring beter dan de binnenring. Joggers zijn voetgangers maar ze bewegen sneller en willen graag doorlopende routes met weinig barrières en pauzes. Op smalle voetpaden of trottoirs zijn de verschillende snelheden soms storend voor elkaar. Voor gemengde routes met langzame en snellere voetgangers moet de vrije loopruimte daarom groter zijn dan het minimum van 3 meter. Een doorlopende, groene en aantrekkelijke wandelroute over de buitering is dus ook zeer wenselijk voor hardlopers, om te beginnen met verbeteringen aan de westzijde.
Heatmap Strava (Joggers) Legenda drukker
minder druk
14 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 15
Verkeer over water Tot de jaren 1970 werd nog veel over de grachten vervoerd, maar de laatste decennia maakt vooral de pleziervaart er de dienst uit. Om de overvolle straten te ontlasten is het goederenvervoer over water de afgelopen jaren weer nadrukkelijk in de belangstelling komen te staan. De Singelgracht(zone) vormt hierbij een belangrijke schakel. Er zijn meer dan 100 ligplaatsvergunningen op de oevers van de Singelgracht afgegeven die ook vaak op- en afstapplekken zijn. Er zijn verschillende jachthavens en langs alle vrije oevers kunnen privé-bootjes afgemeerd worden. Water is ook cruciaal voor de natuur, zowel als leefgebied als waarin of langs dieren voortbewegen. Voor landgebonden dieren biedt de oever de kans om door de drukke stad te gaan. Bruggen zijn de kans om langs de oever onder de brug door het verkeer te ontwijken, maar meestal zijn ze nu vaak een obstakel.
1.5 Waterhuishouding Op Europees niveau is er de Kaderrichtlijn Water (KRW), die als doel heeft een goede waterkwaliteit en ecologische toestand te bereiken in oppervlakte- en grondwaterlichamen. De Singelgracht is onderdeel van een KRW waterlichaam. De Singelgracht regelt de waterhuishouding in de aangrenzende buurten, van zowel de aanen afvoer van grondwater als de afvoer van regenwater. In het grachtenrijke centrum en west is de invloed minder groot dan in Zuid en Oost. Bebouwing of andere activiteiten mogen geen belemmering vormen voor de grondwaterstromen van en naar de Singelgracht. Er moet vrije interactie plaatsvinden tussen het grondwater en het oppervlaktewater van de Singelgracht en het grondwater in de omgeving. Kadeconstructies blijven aan beide zijden van de Singelgracht ongewijzigd voor wat betreft de waterdoorlatendheid.
1.6 Klimaatadaptatie De gemeente Amsterdam heeft de ambitie om in 2050 zoveel mogelijk klimaatadaptief te zijn ingericht. De leefomgeving moet bestand zij tegen extreme weersomstandigheden. Het betreft de aandachtsvelden: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen. Ten aanzien van klimaatadaptie heeft de Singelgrachtzone een belangrijke functie, vanwege de ruime opzet, het water, de bomen en de dichtbevolkte gebieden hieromheen.
1.4 Groen Hoewel de grachten van oudsher systematisch beplant zijn met bomen, en de binnentuinen achter de grachtenhuizen veelal lommerrijk zijn, kent de binnenstad weinig openbare groene plekken. Feitelijk vormt, vanuit het centrum gezien, de Singelgrachtzone het eerste gebied waar het groen zich op een grotere schaal manifesteert. Na het slechten van de verdedigingswerken werd aan de buitenzijde een allee met iepen aangeplant en ontstonden kleine parken. Na de Tweede Wereldoorlog werden de iepen vervangen door platanen. Dit is nu de overheersende boom in de Singelgrachtzone. De plataan komt laat in blad, waardoor in het voorjaar planten onder de bomen goed groeien en bloeien kunnen. In de buitenring van de Singelgracht is het groen meer grootschalig en landschappelijk, terwijl groen in de binnenring kleinschalig, parkachtig en gevarieerder is. De Singelgracht verbindt als groen lint het groen langs de binnenstad met het landelijk gebied.
Groene verbindingen Hoofdgroenstructuur Legenda groene linten groene straten en paden landschap eilanden over IJ landschap parken Stadsnatuur gebieden water
Gevoelstemperatuur _PET Legenda 29 oC 32 oC 35 oC 38 oC 41 oC
Hitte Dankzij de ligging, de breedte en de lengte is de zone belangrijk voor de verkoeling in de stad. Door hittelocaties te beplanten met bomen en ander groen worden schaduwrijke, koele verblijfsplekken gecreëerd. Wanneer deze aan het water gelegen zijn geven ze op een hete dag een verlaging van de gevoelstemperatuur van gemiddeld 14°C. Een koele plek wordt gedefinieerd als een plek van minstens 200 m2 waarbij het op een gemiddelde warme zomerdag onder de 35°C gevoelstemperatuur blijft. Voor bewoners mag de loopafstand tot zo’n koele plek maximaal 300 m zijn. Met name de Helmersbuurt-Oost, de Oude Pijp en de Leidsebuurt kennen lange loopafstanden tot koele plekken. Bankjes op bereikbare afstanden zijn hier onmisbaar als rustplek in de schaduw. Het is eveneens van groot belang om schaduw te creëren langs de intensief gebruikte fiets- en looproutes. De richtlijn voor het schaduwpercentage op belangrijke routes is ≥ 40%.
16 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 17
1.7 Ondergrond en bovengrond De bovengrondse inrichting van een gebied bepaalt voor een belangrijk deel de ondergrondse, maar het omgekeerde is evenzeer waar: de Amsterdamse ondergrond is inmiddels zo vol met kabels en leidingen dat dit een bepalende rol heeft bij de inrichting van het maaiveld. Zo hebben netwerkbeheerders hun kabels liever niet onder het asfalt liggen, echter, kabels en leidingen in bermen of onder trottoirs beperken weer de ruimte voor boomwortels en daarmee voor bomen. In de verdichtende stad neemt het aantal tegenstrijdige bovengrondse en ondergrondse belangen toe. Soms kan het wenselijk zijn om de bovengrondse inrichting aan te passen aan cruciale ondergrondse infrastructuur, of omgekeerd. Het wordt steeds urgenter om te zoeken naar geschikte combinaties van boven- en ondergronds gebruik, en hiervoor specifieke zones te reserveren.
Loopafstand tot koelte Legenda <200m 200-300m 300-400m 400-500m >500m
Droogte Door de langere hitte- en droogteperiodes wordt de kans groter op droogteschade aan bijvoorbeeld de veenbodem, vegetatie en funderingen, als gevolg van een verlaagde grondwaterstand. Hierbij spelen ook gebied-specifieke kenmerken een rol als bodemopbouw, funderingstypes en infiltratiekansen. De Singelgrachtzone en de aanpalende buurten hebben voordeel van het feit dat het water in de gracht in verbinding staat met het grondwater: in natte tijden heeft de gracht een ontwaterende functie op de grondwaterstand en in droge tijden een water toevoerende. Hiertoe is het van belang dat de sponswerking van de bodem zo optimaal mogelijk wordt gehouden of gemaakt. Wateroverlast In de toekomst zullen extreme regenbuien frequenter voorkomen. In het Omgevingsprogramma Riolering en Hemelwaterverordening wordt gewerkt met een maatgevende extreme bui van 70 mm in 1 uur. De openbare ruimte dient zo goed mogelijk ingericht te zijn op het verwerken van dergelijke hoosbuien. In Amsterdam hanteert men een drietrapstrategie: het water 1. vasthouden, 2. bergen en 3. afvoeren. Op de Nassau- en de Stadhouderskade kunnen op enkele locaties aanzienlijke ophopingen van regenwater ontstaan. Maatregelen zijn hier urgent. Overstromingen De Singelgracht ligt binnen de stadsboezem van Amsterdam. Deze wordt op een constante hoogte van NAP -0,40 m gehouden.
De stadsboezem heeft een belangrijke taak voor de waterhuishouding tijdens overstromingen. De hoofdwegen in de Singelgrachtzone vormen belangrijke evacuatieroutes bij watersnood.
De ondergrondse infrastructuur van de Singelgrachtzone is van groot belang, voor het gebied zelf en ook voor de aangrenzende buurten. Maar ook hier is het schipperen met de ruimte. In de buitenring vormt de bomenlaan aan de waterkant onderdeel van het historische casco van Amsterdam. Vanwege de ondergrondse groeiruimte voor de bomen is daar nauwelijks ruimte voor kabels en leidingen. Aan de gevelkant is het wenselijk om de ruimte onder de voorzieningsstrook vrij te houden voor bomen en ondergrondse afvalcontainers. In de binnenring is in de ondergrond weinig ruimte vanwege het krappe(re) straatprofiel en de veelheid aan bovengrondse functies zoals het Plusnet OV en het Plusnet Fiets. Op deze route is de kans op hittestress groot. Om hier meer schaduw te creëren is de aanplant van meer bomen zeer wenselijk.
Met een 3D-tool kan het ondergrondse en bovengrondse ruimtegebruik goed in kaart worden gebracht. De tool geeft in 3 stappen informatie. De eerste stap gaat over de beschikbare ruimte in de ondergrond voor nieuw ruimtegebruik op basis van de bestaande situatie. De tweede is het testen van het nieuwe ontwerp op basis van de bestaande K&L en de derde is het verlengingsvoorstel van K&L om de doelstellingen zoveel mogelijk te bereiken. Zo ontstaat er een integraal ontwerp voor de openbare ruimte die duurzaam in stand te houden is. Hieraan zal na de vaststelling van dit ruimtelijk kader gewerkt worden.
Voorbeelden van de 3D tool Claims Ondergrond (1ste stap)
Hemelwater 70mm Legenda 0-0,025m 0,025-0,05m 0,05-0,1m 0,1-0,2m 0,2-0,3m 0,3-1m
Er wordt binnen een project gebied gezocht naar plekken zonder verharding. Hoe groter de afstand tot een kabel of leiding, tot een bestaande boom, of tot bestaande verharding, hoe geschikter de locatie is voor een nieuwe boom. Waarbij de rode lijnen uiteraard de kabels en leidingen zijn, blauwe cirkels zijn 3m buffer rondom de bomen en de groene vlakken dus potentiele boomlocaties.
18 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 19
1.8 Repetitieve ruimteclaims De groei en verdichting van de stad, de klimaatadaptatie, de energietransitie enzovoorts vergroten het aantal claims op de openbare ruimte van de Singelgrachtzone. Niet alles kan overal worden geaccommodeerd. Er zullen dus keuzes gemaakt moeten worden. De ondergrondse ruimteclaims - beworteling, klimaatadaptatie en kabels & leidingen - zijn in principedoorsnedes weergegeven. Bovengronds gaat het, naast de ‘lange lijnen’, zoals de infrastructuur voor de verschillende verkeerssoorten, om plek specifieke ruimteclaims. Deze laatste zijn hieronder opgesomd:
Legenda
• Autoparkeren: Autoparkeren claimt de meeste ruimte, niet alleen in oppervlak, maar ook als volume. Het ontneemt het zicht op het stedelijk schoon. De afgelopen 20 jaar is veel inpandige en ondergrondse parkeergelegenheid gebouwd. Dat heeft niet automatisch geleid tot vermindering van parkeerplaatsen op straat. • Laad- & losplekken: Laad- & losplekken nemen ook een groot deel van openbare ruimte in. De inzet van venstertijden voor laden & lossen en parkeren, biedt kansen om de ruimtedruk te verminderen. • Taxistandplaatsen : In de Singelgrachtzone zijn veel uitgaanscentra en hotels te vinden. Hier moeten taxi’s ook kunnen halteren. Deze plekken zijn als taxistandplaatsen aangewezen. • Touringcarhaltes: Haltes voor touringcars zijn alleen bedoeld om passagiers te laten inen uitstappen. De chauffeur mag maximaal 10 minuten blijven staan. Een dergelijke halte vraagt veel ruimte. • Bus-en tramhaltes: Bus-en tramhaltes hebben een precieze vormgeving en maat. Vervoerders streven naar doorstroming, efficiëntie, toegankelijkheid, veiligheid en comfort. In de Singelgrachtzone zijn niet alleen haltes nodig, maar ook voetgangersruimte om op en over te stappen. • Fietsparkeren: Het fietsgebruik en –parkeren neemt toe, met steeds omvangrijker rijwielen (fatbike, bakfiets).
Ook in de Singelgrachtzone is de ruimteclaim van het fietsparkeren inmiddels fors, en concurreert deze onder meer met de vrije doorloopruimte op de trottoirs. • Afvalcontainers: Afvalcontainers doen een ruimteclaim op het maaiveld en in de ondergrond. Ze moeten zoveel mogelijk geclusterd worden en de maximale loopafstand vanaf de woning is 150m. • Terrassen : Terrassen horen bij de stad. Maar op belangrijke kruispunten en wandelroutes belemmeren ze regelmatig de vrije doorgang op de trottoirs. De minimale maat voor de vrije doorloopruimte in de terrasvergunning is vaak onvoldoende. • Rederijen en botenverhuur: Rederijen en botenverhuurders bezetten ruimte op en langs het water (gebouwtjes, wachtruimte, steigers, afvalcontainers, oplaadstations, etc.) • Overslagpunten watertransport: Voor het transport over water is voor de overslag ruimte langs de kade nodig. Drie locaties zijn vastgesteld, maar er zijn meer nodig. In een vervolgstudie zullen andere locaties in beeld gebracht worden. • Woonboten: Woonboten claimen ruimte op en langs het water (ligplek, loopplank, kadekast). In verschillende gevallen is openbare ruimte toegeëigend en fysiek afgescheiden met hekken, beplanting e.d. De vrije loopruimte en het zicht op de Singelgracht is hierdoor belemmerd. • Nutsgebouwen en meterkasten: Nutsgebouwen zijn noodzakelijke, kleine gebouwen in de openbare ruimte.
Ze nemen in aantal toe en worden steeds groter. Ze vormen niet alleen een obstakel op verkeersroutes, maar belemmeren ook vaak het zicht op het water.
Gezamenlijke ruimte claims Legenda minste ruimteclaims
meeste ruimteclaims
20 | Analyse
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 21
Kansenkaart
1.9 Conclusie
Uit voorgaande analyse is de Kansenkaart gevormd met de volgende belangrijkste punten: • De Singelgrachtzone wordt als gebiedsontsluitingsweg 30 km/h per uur ingericht. Het doorgaande verkeer op de S100 wordt beperkt. • Het parkeren langs de kade op de buitenring wordt opgeheven ten behoeve van andere, broodnodige functies. De binnenring is optimaal ingericht voor fietsers en openbaar vervoer. De vrije loopruimte voor voetgangers en sporters wordt waar mogelijk verbeterd. • De buitenring wordt gebiedsontsluitingsweg 30 km en als aaneengesloten wandelboulevard met veilige oversteken optimaal ingericht voor voetgangers en sporters. • Langs de oever komt een aaneengesloten, ecologische verbindingszone en wordt de dubbele bomenrij hersteld. Boven- en ondergronds wordt ruimte gecreëerd voor klimaatadaptie. • Tussen gevels en wandelboulevard wordt boven- en ondergronds ruimte gecreëerd voor energietransitie. • De functie van bijzondere plekken wordt versterkt binnen het geheel van de Singelgrachtzone en bieden ruimte aan verblijf, groen en klimaatadaptatie. • Er wordt extra ruimte gereserveerd voor (wortels van) bomen. • De verbindende rol van de bijzondere plekken/objecten tussen de binnen- en de buitenring wordt versterkt. • Er wordt voldoende ruimte gecreëerd voor noodzakelijke plaatsgebonden ruimteclaims.
Door de in de tijd steeds veranderende functie en betekenis heeft de Singelgrachtzone een geheel eigen stedenbouwkundig, architectonisch en programmatisch karakter gekregen. Het langgerekte gebied is een gevarieerd en tegelijkertijd samenhangend, stedelijk landschap, met vaak solitaire, historische gebouwen, moderne hoogbouw, parken, plantsoenen, bruggen en waterwegen. Hoewel de zone een eenheid vormt, heeft elke windrichting een eigen ontstaansgeschiedenis en daarmee een eigen uitstraling. Aan elk deel werden specifieke eisen gesteld die pasten bij de behoeftes van het desbetreffende tijdperk. De Singelgrachtzone heeft sterke stedenbouwkundige en functionele relaties met de aangrenzende wijken. Opvallend is ook de grote dienstbaarheid aan deze wijken (verkeersafwikkeling, aanleg broodnodige plantsoenen, vestiging grotere bedrijfspanden en voorzieningen). Deze voortdurend veranderende dienstbaarheid heeft mede geleid tot verrommeling en fragmentatie van de zone. Ondanks de talloze functieveranderingen is opmerkelijk veel van de eerste bebouwing in de zone behouden, met relatief goed bewaarde façades en hun decoratieve elementen. Door de afgeschuinde hoeken, kenmerkend voor veel van de bouwblokken in de 19deeeuwse gordel, lijken de kruispunten in de zone optisch groter. De vele, grote, solitaire gebouwen in het gebied fungeren als architecturale bakenpunten.
Met name door de forse autoverkeersfunctie en bijbehorende infrastructuur vormt de Singelgracht (nog) te veel een fysieke èn gevoelde barrière tussen de oude stad en de 19e eeuwse gordel. Vooral nabij de radialen (de kruispunten, de bruggen) kan hieraan veel worden verbeterd. Juist hier komt het historische erfgoed van de Amsterdamse binnenstad in contact met de stedelijke ontwikkelingen van de 19e eeuw. Dit bijzondere contrast draagt niet alleen bij aan de unieke charme van het dit overgangsgebied, maar kan ook nog veel beter worden benut. Voor de groen-recreatieve ambities in de Singelgrachtzone kan worden teruggegrepen op de historie van het gebied als wandelallee. De oevers langs het water worden weer teruggebracht van een verharde autoparkeerzone naar een wandel- en verblijfsgebied onder een bladerdak. Door zijn ligging en omvang speelt de Singelgracht(zone) een vooraanstaande rol op het gebied van klimaatadaptatie en de waterhuishouding in de stad. Het aantal en de variatie in ruimteclaims in de Singelgrachtzone neemt in snel tempo toe. Daarbij wordt de verstrengeling tussen de bovengrondse en ondergrondse functies steeds complexer. Dit Ruimtelijke Kader Singelgracht 2023-2050, is mede bedoeld om het samengaan van de verschillende claims in goede banen te leiden.
Legenda
Vondelpark
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 23
2.1 Het halssnoer en de parels
2
ONTWERPPRINCIPES
De Singelgrachtzone is een van de belangrijkste hoofdstructuren in het bijzondere, stedelijke weefsel van Amsterdam. De gracht met de voormalige bolwerken en schansen, parken en plantsoenen, bruggen en zijgrachten, lanen en wegen vormt het overgangsgebied tussen het historische centrum en de 19de-eeuwse gordel. De kans en opgave is om deze grootschalige structuur op te waarderen en te ontwerpen als een samenhangend, toekomstbestendig stedelijk landschap. Zie het als het vervaardigen van een prachtig halssnoer om het centrum van Amsterdam. Doorgaande structuren zoals het water, de oevers, de straten en de groenstroken vormen het snoer van de ketting. De bruggen, pleinen, kruisingen, plantsoenen, kunstwerken paviljoens en iconische gebouwen zijn de parels. Het snoer zorgt voor de samenhang in de gehele zone; deze cohesie vormt dan ook de basis voor de ontwerpprincipes. De parels mogen afwijkende ontwerpprincipes hebben, zolang ze maar dienstbaar blijven aan het grotere geheel. Het basisprincipe voor het ontwerp is een doorlopende, groene gordel met wandelboulevards. In dit Ruimtelijk kader worden de generieke ontwerpprincipes uitgewerkt die niet in bestaand beleid bepaald zijn. Het gaat om zonering, maatvoering, materiaalgebruik, beplanting en meubilair. Ze worden hieronder beschreven en verduidelijkt met afbeeldingen en tekeningen.
Met de actualisatie van het Ruimtelijke Kader Singelgrachtzone wordt het basisprincipe van een doorlopende wandelboulevard bestendigd en ruimhartiger doorgevoerd. De nieuwe inrichtingsprincipes zijn gericht op leefbaarheid, toekomstbestendigheid, flexibiliteit, klimaatadaptatie, biodiversiteit, de gezonde stad en duurzaam beheer.
24 | Ontwerpprincipes
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 25
A. water (inclusief soms woonboten of rederij) Er zijn geen specifieke ontwerpprincipes over het water getekend. Algemeen geld dat het wateroppervlak nooit verkleind mag worden, dat er geen woonschepen bij mogen komen en dat er geen uitbreiding van jachthavens mogelijk is. Water is gekoppeld met de oevers en kademuren. De geplande ingrepen van het programma bruggen en kademuren (PBK) en de ontwerpprincipes van dit ruimtelijk kader hebben als doel de verbetering van de (ecologische) waterkwaliteit en het behoud en optimalisatie van de doorvaarbaarheid. De min. doorvaarthoogte die wordt nagestreefd is 1.80+NAP. Naast de vrije doorvaarbaarheid van de gracht liggen er ook ruimteclaims, zoals laad- & losplekken, jachthavens, woonboten, rederijen en bootverhuur. Langs alle andere vrije oevers mogen privé bootjes aangemeerd worden. Dit ruimtegebruik beperkt zich niet alleen tot de ruimte in het water maar ook erlangs. Soms zijn kleine gebouwen, ruimte voor wachtrijen, oplaadstations, leveranties e.d. nodig. Uitgangspunt is dat de promenade wordt vrijgemaakt van visuele barrières (behoudens incidentele objecten).
90o
90o
tijdelijk busjesparkeren voor rederij
voozieningszone
De verschillende lijnen van het snoer
G
F
E DC B A
Ontwerpprincipe rederij/bootverhuur
A
Buitenring
Binnenring
Woonboten zijn via loopplanken toegankelijk, dus een stukje van de kade is nodig om dit te kunnen bereiken. Daarnaast zijn bolders, kadekasten en andere voorzieningen nodig. In veel gevallen zijn geleidelijk delen van de openbare ruimte in beslag genomen. Afgezien van het illegaal privatiseren van openbare ruimte blokkeren ze ook het zicht op het water door hoge planten of een hek. Soms zelfs laat de inrichting geen loopruimte meer over voor wandelaars. Woonboten zijn toegankelijk en gefaciliteerd met een verharde ‘deurmat’ voor de loopplank. De oevers zijn ten alle tijde openbaar. Het toe-eigenen van openbare ruimte langs de oevers is niet toegestaan. Het zicht op de Singelgracht moet in alle gevallen open gehouden worden. Er moet voldoende ruimte zijn voor de ingangen van woonboten of de wachtrijen bij rederijen.
2.2 Het snoer Het snoer bestaat uit de volgende lange lijnen: A. water B. oever en kademuur C. smalle, natuurlijke oeverstrook (inclusief bomenrij) D. wandelboulevard of wandelpaden E. bredere, groene strook of parkstrook (inclusief bomenrijen) F. verkeersinfrastructuur G. gevelrij Deze lijnen van het snoer zijn doorlopend of worden slechts kort onderbroken, zijn van hetzelfde materiaal of kleur en hebben meestal eenvormige afmetingen, zoals oevers, wegen en paden. Maar ook repetitieve objecten, bijvoorbeeld bankjes, bomen, fietsparkeervoorzieningen, verlichting etc. vormen de samenhang. Het geheel van deze lijnen vormt een eenheid, die het straatprofiel van de binnen- en buitering bepaalt.
90 o 90 o
Ontwerpprincipe ingang woonboot met brede groenestrook langs het water
Ontwerpprincipe ingang woonboot zonder groenstrook langs het water
26 | Ontwerpprincipes
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 27
Oeverzone voor kademuren Materiaalgebruik De ruimtes voor rederijen, de ingangen van woonboten en andere intensief belopen of sterk hellende delen worden bestraat met gele klinkers (dikformaat). Keer- en zitmuren zijn uitgevoerd in metselwerk van rode baksteen en/of van graniet. In deze omgeving vervuilt beton teveel. Steigers en vlonders voor rederijen en naar woonboten zijn altijd van hout en relingen zijn wit of zwartgroen (RAL 6012) gekleurd.
B. oever & kademuur Er wordt zoveel mogelijk gestreefd naar stedenbouwkundig herstel met natuurvriendelijke oevers, die refereren aan het omliggende landschap rondom Amsterdam van vroeger. Daarmee wordt de Singelgrachtzone versterkt als ecologische verbinding, zowel voor water- als landgebonden natuur. Is een natuurvriendelijke oever op een bepaalde plek niet haalbaar, dan kunnen dras- en plasbermen worden overwogen, of eventueel drijvende bundels van wilgentenen met waterplanten. De barrièrewerking van bruggen kan met maatregelen langs het water relatief eenvoudig worden ondervangen. Een groene oever staat het aanmeren van bootjes niet in de weg. Vanwege de glooiingen liggen de boten sowieso verder in het water. De beplanting voorkomt ook ophopend zwerfafval tussen wal en schip. Bij kademuren zal aanvullend (ontwerpend) onderzoek plaats moeten vinden. Langs de Singelgracht zijn er verschillende soorten kadeconstructies te vinden. De meest voorkomende zijn de met basalt belegde glooiingen, maar met name bij bruggen komen ook kademuren voor. De glooiingen uit basalt en de kademuren zijn vaak rijkelijk begroeid met diverse flora, soms met zeer zeldzame soorten zoals het steenhavikskruid nabij het Wereldmuseum. Voor de flora zijn er 3 ruigtes geclassificeerd: droge voedselarme ruigte, 1m
Kademuur met drijvende oeverbegroeiing op wilgentenen, met palen ingeklemd tegen de kade of glooiing
Kademuur met onderwaterbegroeiing
droge voedselrijke ruigte en natte strooisel ruigte. Bij renovatie van kademuren worden, afhankelijk van de oriëntatie, een aantal ingrepen gedaan die kruidachtige begroeiing op oevers en kademuren bevorderen die past bij de natuurlijke oriëntatie. Met een speciale kalkmortel en constructie om de muren boven waterpeil vochtig te houden wordt de kans op muurflora verder vergroot. Onder de deksloven worden uitsparingen van 3 cm vrijgehouden waar natuurlijk substraat zich kan verzamelen en muurflora zich kan ontwikkelen. Onder water kan de oeverbescherming zo gemaakt worden dat de vestiging en groei van waterplanten bevorderd wordt. Is dit niet mogelijk dan kunnen ook dras- en plasbermen aangebracht worden.
Oeverzone voor oeversteen geglooide kades
Materiaalgebruik Omwille van de natuurinclusiviteit wordt op de oevers zo min mogelijk gewerkt met deksloven. Indien de halfverharding om civieltechnische redenen toch opgesloten moet worden, gebeurt dat bij voorkeur op manieren die ontwikkeling van water- en oeverplanten stimuleren en daarmee de oever als ecologische verbinding versterken. De gekozen oplossing moet er zo natuurlijk en ‘niet-constructief’ mogelijk uitzien. Ligt er in de bestaande situatie direct verharding naast de kadeconstructie, dan is de glooiing meestal afgedekt met een deksloof uit natuursteen, meestal basalt of basaltlava. Bij vervanging moet de nieuwe deksloof altijd van basalt of een donker graniet zijn. Een deksloof van beton of ander poreus materiaal is niet toegestaan. De deksloof is 60 cm breed en 25 cm hoog.
Natuurvriendelijke oever
Glooiing met plas-drasoever
Beplanting De beplanting in het water en op de oever mag nooit houtig zijn. Hoge oeverplanten zoals riet en lisdodde zijn niet toegestaan. Beplanting die wordt aangeplant is altijd inheems uit de streekeigen genenbank. Kruidachtige beplanting die zich er van nature vestigt en niet invasief is wordt niet bestreden. De ontwikkeling van onderwaterplanten moet waar mogelijk gestimuleerd worden. Bijkomend voordeel van een begroeide oever is dat het veel zwerfvuil afvangt dat normaal gezien het water inwaait. Door tijdens de jaarlijkse onderhoudsronde van de begroeiing het afval eruit te halen dragen begroeide oevers bij aan de waterkwaliteit.
28 | Ontwerpprincipes
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 29
C. smalle groene strook langs de oever De smalle groene strook langs de oever op de kade is verbonden met het groen op de glooiing en in het water. Het geheel van gradiënten vormt de nieuwe groene oeverzone van de Singelgracht. Zo ontstaat er een aaneengesloten, groene zoom langs het water. Die verbondenheid is, in tegenstelling tot al het andere groen in de zone, alleen hier te creëren. De breedte van deze zoom moet bij glooiingen 1m breed zijn, bij kademuren 2m, mits het straatprofiel aan alle functies voldoende ruimte biedt. Alleen als er werkelijk onvoldoende ruimte is, wordt van de groene strook afgezien (zie doorsnedes oeverzone voor kademuren). In principe worden in deze smalle groene strook geen banken en ander straatmeubilair geplaatst. Beplanting De bomenlaan langs het water in de buitenring vormt een van de belangrijkste elementen voor de ruimtelijke en visuele samenhang binnen de Singelgrachtzone. De bomenlaan bestaat uit minimaal 2 en liefst 3 of meer bomenrijen. Een derde bomenrij is alleen mogelijk bij een tweerichtingenfietspad aan de gevelzijde. Het plantverband van de bomen is kruislings. Waar mogelijk worden gaten in de bomenrij opgevuld met nieuwe bomen, om het oude beeld van de ‘boulevard onder de boomlanen’ te herstellen. De nieuwe bomen worden op 1m afstand van de oeverrand geplant.
De regelmatige plantafstand binnen de bomenrij wordt consequent doorgevoerd. Het karakter van de Singelgracht wordt mede bepaald door de over het water hangende takken. Voor de doorvaarbaarheid is het opkronen tot 3 meter boven de stamvoet ruim voldoende. Boven de wandelboulevard is de 7opkroon-hoogte maximaal 3 meter en aan de rijwegzijde wordt de gebruikelijke meter aangehouden. De bomen langs de oever zijn in principe platanen (thans 80%). Omdat er relatief weinig dieren op de plataan voorkomen, is gedacht aan de vervanging door een andere inheemse boomsoort die een grotere bijdrage kan leveren aan de biodiversiteit. Omvorming kan echter alleen op basis van inboet. Dit tast de natuurlijke samenhang ernstig aan. Omdat de plataan laat in blad komt zijn de oevers van nature prachtig begroeid met oeverplanten. De hoofdsoort blijft daarom plataan, ook omdat in de zijstraten en nabij de kruispunten al veel andere boomsoorten te vinden zijn. De bomen langs de Singelgracht aan de binnenring zijn en blijven vooral iepen met en brede kroon. Langs de
Het oorspronkelijke karakter van de bommerijke wandelboulevard
Lijnbaansgracht staan met name lindes.
D. wandelboulevard Uit de gebiedsanalyse van de Singelgrachtzone blijkt dat met name voetgangers er op dit moment zeer matig gefaciliteerd zijn. Er ligt een uitgelezen kans en opgave om, langs het water in de buitenring, de oorspronkelijke, doorlopende, lommerrijke wandelboulevard in ere te herstellen. Hoewel de vrije doorloopruimte is in Amsterdam in beginsel minimaal 2m breed is, moet de wandelboulevard minimaal 3m breed worden, vanwege de vele typen voetgangers, met uiteenlopende snelheden (wandelaars, toeristen, sporters). Deze breedte houdt het ontwerp bovendien adaptief. Om de attractiviteit van de Singelgracht zoveel mogelijk te benutten wordt de wandelboulevard zo dicht mogelijk langs het water gelegd.
Smalle oeverzone
bestaande situatie (een boomrij)
Optie 1: fietspad aan beide kanten
Optie 2: tweerichtingefietspad
Bredere oeverzone
Maximale opkroonhoogtes boven de wandelboulevard en aan de rijwegzijde
bestaande situatie (dubbele boomrij)
Optie 1: fietspad aan beide kanten
Optie 2: tweerichtingefietspad
30 | Ontwerpprincipes
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 31
E. bredere groene strook (inclusief boomrij) Tussen de wandelboulevard en het verharde verkeerareaal is ruimte voor een brede(re) groene strook. De breedte is minimaal 2m en waar mogelijk breder, waardoor het zelfs een plantsoen wordt. Dit is onder meer afhankelijk van de fietspad-variant: het twee richtingen fietspad heeft een bredere groenstrook. De groenstrook functioneert als een “beschermingszone” tussen het drukke stadsverkeer en het rustigere wandelgebied. De beplanting moet hier als groene deken aan bijdragen, waarbij overzicht, zowel t.a.v. de sociale als de verkeersveiligheid en het vrije uitzicht op het water gewaarborgd wordt. De vormgeving moet aansluiten op het karakter van de bolwerken en/of de landschapsstijl die in de 19de eeuw bij de inrichting van parken en plantsoenen toegepast werd. Indien de oeverzone smal is wordt gekozen voor de rechte lijn. Een gebogen variant is alleen mogelijk bij voldoende breedte. Hiermee kunnen plekken ontstaan voor activiteiten langs het water, bijvoorbeeld voor sport of spel.
Een gebogen variant is mogelijk bij voldoende breedte in de oeverzone. Die variant biedt kansen voor activiteiten langs het water (bvSporttoestellen of speltoestellen)
De niet geblokkerde uitzichten op het water door de verschillende gebruikers
Materiaalgebruik De wandelboulevard wordt halfverhard aangelegd. Dit komt zowel de parkachtige sfeer als de boomwortels ten goede. De bomen wortelen zeer oppervlakkig, waardoor asfalt of elementverharding regelmatig wordt ‘opgedrukt’. Een duurzaam doorlatende halfverharding wordt door het wandelen steeds vlak gelopen. Het gebruikte materiaal mag niet gemakkelijk verbrijzelen of kalk bevatten, waardoor het verdicht en ondoorlatend wordt. Om de samenhang tussen de verschillende materialen te behouden moet de halfverharding net als de klinkers (die bij de ruimtes voor rederijen, de ingangen van woonboten en andere intensief belopen of sterk hellende delen worden gebruikt) een zandkleurige uitstraling hebben. De halfverharding wordt ook in de grotere parkachtige delen (de parels) gebruikt. Waar de halverharding niet toepasbaar is door intensief gebruik, op hellingen bv naar een brug of bij oversteken, worden zandkleurige klinkers (waalformaat) gebruikt. Waalformaat omdat dit formaat beter aansluit op de geaccidenteerde architectuur van de bruggen. De Singelgracht is historisch gezien de primaire stedenbouwkundige structuur. De meeste radialen zijn later ontstaan. De samenhang van de parallelle lijnen langs de Singelgracht moet dus benadrukt worden.
De schampruimte tussen fietspad en rijweg aan de waterkant wordt ook met gele klinkers verhard, net als voor rederijen, onder bankjes en bij andere verbijzonderde plekken, met name ook als de gebruiksdruk intensief is. Indien ergens in dit voetgangersgebied de toepassing van asfalt noodzakelijk is wordt deze afgewerkt met een toplaag van blanke bitumen en ingewalst met een steenslag uit hetzelfde materiaal als van de halfverharding. De opsluiting van verharding is altijd zo onzichtbaar mogelijk, dus met Cortenstaal of een verzonken opsluitband 10/20. Tussen halfverharding en groen komt net zoals in alle parken van Amsterdam geen opsluiting. Aan de gevelzijde worden plantvakken opgesloten met 15/15 trottoirbanden afgewerkt met Amsterdamse steenslag.
Om het gebruik van dit gebied voor iedereen mogelijk te maken zijn om de 150 meter zitplekken langs de wandelboulevard gewenst. Deze zitruimte met bankjes, en een opstelplek voor een rolstoel of scootmobiel, komt in de brede groene strook (dus niet in de vrije doorloopruimte). Deze plekken worden verhard met gele klinkers om plassen voor de banken te voorkomen. Alleen de Amsterdamse ‘canapébank’ van 2.10 of 1.30 m en de lantaarnpaal 1883 met Ritterarmatuur wordt toegepast. Naast de oversteken bij de bruggen moet er binnen 300m een oversteek over de rijweg mogelijk zijn. Om het legen van de prullenbakken beheerbaar te houden worden deze
afstand tussen zitplekken
zitplek met 2 bankjes in de brede groenstrook
zitplek met 1 bankje in de brede groenstrook
32 | Ontwerpprincipes
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 33
alleen bij oversteekpunten geplaatst. Binnen de 300m is er dan een afvalbak waarbij bedrijfswagens niet over de wandelboulevard hoeven te rijden om de bakken te legen. In de ontwerpprincipes is te zien hoe en waar deze zijn ingepast. Er is daar dus altijd laad- en losruimte waardoor het verkeer op dit Plusnet niet gestremd wordt.
Afstand tussen ovesteken en afvalbakken plaatsing
voetganger
sbeweginge
n
afvalhub
tijdelijk vuilnisbusjesparkeren
afvalbakken bij bruggen
afvalbak bij overstekken: brede groenstrook
afvalbak bij overstekken: minimale breedte groenstrook
In de Singelgrachtzone zijn er inmiddels al veel nutsgebouwen, die niet alleen het zicht op het water blokkeren, maar ook de ruimte voor voetgangers beperken. Alle trafo’s moeten daarom zoveel mogelijk achter de rooilijn van de gevels komen. Indien daar geen mogelijkheden zijn, is (in afstemming met een ontwerper openbare ruimte) inpassing alleen mogelijk in de brede groenstrook, en dan in de lijn van de bomen. Dit mogen alleen ‘peperbussen’ (originele type) of oplossingen zijn lager dan 1,5m. Op basis van dit kader ontwikkeld de Singelgrachtzone met haar oevers tot een stadspark. Algemeen moet als norm voor bebouwing een maximum gelden. Dit maximum moet vergelijkbaar zijn als wat in de hoofdgroenstructuur geld. dit dient nader onderzocht te worden.
Voorkeur oplossing: locatie peperbus trafo aan de gevelkant.
Locatie van peperbus trafo,indien achter de rooilijn van de gevels geen mogelijkheden zijn.
Voor het transport over water, zowel van leveranties als afval, zijn overslagplekken nodig. Het hiervoor benodigde depot aan de kade, bijvoorbeeld bij afvalhubs, wordt in principe op een schip gecreëerd, mits het de vrije doorvaart niet belemmert. inpassing hiervan is altijd een ontwerpopgave. De verkeersruimte voor deze plekken wordt verhard met klinkers. In principe worden in het eindbeeld alle parkeerplekken, of andere voorzieningen voor vervoer, aan de waterkant opgeheven. In een overgangssituatie kunnen aan de rijweg nog langsparkeerplekken aan deze zijde behouden blijven, mits er geen fietspad meer ligt.
Beplanting De beplanting moet aansluiten bij het oorspronkelijke karakter van de Singelgrachtzone: het voormalige bolwerk en de wandelboulevard met landschappelijke parken en plantsoenen. Oorspronkelijk bestond de begroeiing uit gras en bomen. Op bepaalde plekken kan dit worden aangevuld met een lage beplanting van heesters en kruiden. Dit vraagt om schaduwrijke groeiomstandigheden. Bij uitzondering zijn struiken als hoogteaccent gewenst, bijvoorbeeld om een nutsgebouw of afvalhub te maskeren. De soorten langs de rijweg moeten bestand zijn tegen strooizouten. Na de bladval moet het platanenblad van de onderbegroeiing verwijderd worden. De begroeiing is opgebouwd uit drie lagen:
De bomen: • In het snoer bestaat het boomtype voor 90% uit platanen • In de parels bestaat het boomtype voor uit 30% platanen en voor 70 % uit een gemengd type dat bijdraagt aan de schoonheid en identiteit van de plek, de biodiversiteit, etc. • Langs de binnenring en de Lijnbaansgracht worden vooral iepen en lindes toegepast. De struiken: • Er wordt terughoudend gebruik gemaakt van grotere, solitaire, meerstammige struiken. Deze worden opgesnoeid tot 1,5m in verband met zicht/doorzicht • Er komen groepen middelhoge heesters van maximaal 1,5 meter. Deze worden altijd geplant in ovale groepen van 5-7m2 en in clusters van 2 tot 4 losse groepen bij elkaar gezet. De afstand tussen de clusters is minimaal 3x de lengte van het cluster. De groepen liggen minimaal 2 meter vanaf het wandelpad. Het groene vloerkleed: • Het ‘groene vloerkleed’ bestaat uit ruig gras van maximaal 10 cm hoog met lage stinzeflora, of uit • extensief gemaaid bloemrijkgras van maximaal 30 cm met stinzeflora of uit • onderbeplanting van een eenduidig tapijt met vaste planten, grassen, bollen en lage heesters. Vanwege de biodiversiteit, het winterbeeld en de beheerbaarheid bestaat deze begroeiing voor 50-60% uit heesters.
34 | Ontwerpprincipes
Ruimtelijk Kader Singelgrachtzone | 35