CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

RIGO Evaluatie jongerencontract

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 30 juni 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Raadsinformatiebrief over de resultaten Evaluatie jongerencontracten Nr. VN2022-01838827.125 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Uit het groepsgesprek dat we hebben gehouden met verhuurmedewerkers en verhuurmanagers van de meeste corporaties in Amsterdam bleek met name dat het beleid rondom jongerencontracten nog niet zo vast staat, en dat er ook hier en daar verschillend tegenaan wordt gekeken. Sommige corporaties geven bijvoorbeeld alleen jongerencontracten uit bij tijdelijke complexen, anderen juist in een groot deel van hun voorraa d. Er werd ervaren dat onze vragen op een bepaalde manier nog vroeg komen, sommige corporaties hadden nog geen huurcontracten opgezegd, of nu net, dus wisten nog niet hoe het uit zou gaan pakken.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

51

De grootste vraag over het beleid was: wat zien we nu als een ‘schrijnend geval’? Een aantal corporaties gaf aan dat ze, zo lang die discussie nog niet beslecht is, een harde lijn communiceren naar de huurders. Eén verhuurder heeft recent besloten om alle contracten waar kinderen wonen, te verlengen. De andere corporaties kiezen daar op dit moment niet voor, voor hen voelt dat niet als rechtvaardig richting de andere jongeren op de wachtlijst. De lijn die zij aanhouden is dat er alleen verlenging wordt gegeven als iemand fysiek niet in staat is om te verhuizen, door ziekte. ‘Als je niet kunt opstaan van je bed in de week van je einddatum van je contract, krijg je verlenging.’ Meerdere corporaties gaven aan dat de eerste rechtszittingen binnenkort plaatsvinden. De gang naar de rechter is door de corporaties geïnitieerd omdat mensen weigeren te vertrekken. 17 Bij bewoners is er, ondanks dat iedereen goed begrijpt wat de voorwaarden van hun eigen contract zijn, wel bij velen onduidelijkheid over of er nu een mogelijkheid is tot verlenging. 35% van de geënquêteerden gaf aan dat ze hadden gehoopt of verwacht om kans te maken op verlenging. Sommige van de geïnterviewden leerden over het bestaan van die mogelijkheid door onze enquête, en anderen waren daar al langer mee bezig: ‘Ik vind ook dat er vage en onduidelijke dingen i n het contract staan, bijv.

over ‘schrijnende’ gevallen, wat is dat dan? Heel onduidelijk allemaal. Ik moest op een gegeven moment na 5 jaar uit mijn woning, maar ik kreeg weer een nieuw jongerencontract. Wat heel raar was, dat ik weer op mijn ‘oude’ woning kon reageren, hij stond gewoon weer op WoningNet. Hoezo moest ik er dan uit?’ ‘Door corona kan ik nog geen vaste baan vinden in mijn veld, echt bad timing met school. Op dit moment probeer ik twee jaar verlenging te krijgen, dat is mogelijk, staat in mijn contract. Ze [de corporatie] zijn niet echt behulpzaam, attent. Sinds een jaar ben ik hier al mee bezig, het loopt heel langzaam. Ik zit nog in het aanvraagproces, en ik krijg steeds vage antwoorden, ik weet nog steeds niet of ik verlenging kan krijgen. Er is nu ook een sociaal werker die me er mee probeert te helpen. Ik heb tijd nodig om iets te vinden, na corona is het lastig.’ ‘Ik zit er elke dag mee, als je belt zeggen ze gewoon ‘je moet eruit, zoek het uit’. Maar je blijft toch elke week reageren, en je komt niet eens in aanmerking voor een bezichtiging. Ik weet dat er verlenging bestaat, maar dat moet echt een uitzonderlijke situatie zijn, maar daar val ik denk ik niet onder. Bij mij slapen mijn twee kinderen op dezelfde kamer als mijn man en ik. Is dat geen uitzonderlijke situatie? Je belt zo vaak, maar je wordt niet geholpen, iedere keer krijg ik iemand anders aan de lijn.

Het zou fijn zijn als er iemand is die een dossier onderhoudt, er wordt gewoon echt gezegd ‘zoek het uit’. Ze zeggen ook helemaal niks over die twee jaar verlenging.’

17

Inmiddels is al een aantal keer een gang naar de rechter geweest. Die zijn tot nu toe allemaa l door de corporaties gewonnen.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

52

De toekomst Zoals uit de vorige stukken al naar voren kwam maken veel geïnterviewden zich zorgen over de toekomst. We hebben ze uitgebreid gevraagd naar hun plannen en dromen, hoe en waar ze zoeken naar vervolghuisvesting. Daarnaast is de enquête door 210 mensen ingevuld (van de 1.623) die hun jongerenwoning alweer verlaten hadden. Hierdoor hebben we aan de ene kant data over wat mensen echt hebben gedaan die het al wel gelukt is om te verhuizen, en aan de andere kant data over hoe moeilijk het kan zijn om daar in te slagen. Ex-huurders De enquêterespondenten die aangaven hun jongerenwoning verlaten te hebben, hebben in 46% van de gevallen 2 tot 4 jaar op het contract gewoond. 41% is al binnen twee jaar vertrokken. Ter vergelijking: uit deze registraties (de Microdata) bleek dat de in de jaren 2017 tot en met 2020 vertrokken bewoners gemiddeld 1,9 jaar op het adres hebben gewoond. Tweederde (66%) geeft aan in Amsterdam te zijn blijven wonen. Dit komt nagenoeg exact overeen met de Microdata. Let wel: de meerderheid van de bewoners is op het moment van onderzoek nog niet vertrokken. Het onderzoek komt te vroeg om te achterhalen hoe het vergaat met degenen die pas op het laatste moment (moeten) vertrekken. figuur 39 Aantal jaar jongerencontract, n = 210

Langer dan 5 jaar, want ik heb meermaals met een jongerencontact gehuurd; 3

Ik heb (bijna) de volledige 5 jaar op het jongerencontract gehuurd; 24

Korter dan 1 jaar; 34

1 tot 2 jaar; 53

2 tot 4 jaar; 96

De meeste van de vertrokken respondenten zijn na de beëindiging van hun jongerencontract verhuisd zijn naar een vrije sector huurwoning op hun naam (42%). Daarnaast geven 36 respondenten aan verhuisd te zijn naar een andere sociale huurwoning op hun naam. 12 % van de respondenten heeft een huis gekocht en nog eens 10% is ingetrokken bij zijn of haar partner. Bijna alle respondenten hebben een andere woning gevonden, zes respondenten geven aan dakloos of thuisloos te zijn geworden na afloop van hun jongerencontract.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

53

figuur 40 Woonplek na jongerencontract, n = 206

Ik ben verhuisd naar een huurwoning in de vrije sector (met huurcontract op mijn naam); 42% Ik ben verhuisd naar een andere sociale huurwoning (met huurcontract op mijn naam); 17% Ik heb een woning gekocht; 12% Ik ben ingetrokken bij mijn partner; 10% Ik ben ingetrokken bij ouders of familie; 5% Ik ben een kamer gaan huren; 4% Ik ben naar het buitenland vertrokken; 3% Ik ben dakloos of thuisloos; 3% Ik ben ingetrokken bij vrienden; 2% Anders; 1% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

Het is deze respondenten in de meeste gevallen dus gelukt om een andere woonruimte te bemachtigen. Echter, dat vonden ze niet makkelijk. Zo’n 70% benoemt dat het moeilijk tot onmogelijk was. Een klein deel geeft aan geen moeite te hebben gehad om nieuwe woonruimte te vinden, zo’n 15%. figuur 41 Nieuwe woonruimte vinden, n = 207

Zeer makkelijk; 5% Makkelijk; 8% Onmogelijk; 15%

Zeer moeilijk; 29%

Niet moeilijk, niet makkelijk; 17% Moeilijk; 25%

Wat er dan zo moeilijk werd gevonden, is te zien in onderstaande figuur; daar is gevraagd welke knelpunten werden ervaren. Daarbij wordt het vaakst genoemd dat er te veel concurrentie is van andere woningzoekenden. Ook te weinig inschrijfduur bij WoningNet en te weinig inkomen worden regelmatig genoemd.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

54

figuur 42 Knelpunten bij het vinden van woonruimte, meerkeuzevraag. N=143

Te veel concurrentie van andere woningzoekenden; 118 Te weinig inschrijfduur bij WoningNet; 92 Te weinig inkomen; 83 Te weinig interessant / geschikt woningaanbod; 60 Te weinig spaargeld / vermogen; 58

0

20

40

60

80

100

120

140

Toch lijkt de verhuizing vanaf het jongerencontract voor degenen die reeds zijn vertrokken een positieve stap te zijn geweest. Let wel, dit is een selectieve groep, namelijk degenen die al (ruim) voor het einde van het contract verhuisd zijn, niet de ‘blijvers’ die pas op het laatste moment moeten vertrekken. Het overgrote deel van de vertrokken respondenten gaf aan er qua woonkwaliteit op vooruit te zijn gegaan (ruim 70%). Iets meer dan 10% gaf aan juist achteruit te zijn gegaan in woonkwaliteit na de beëindiging van het jongerencontract. Respondenten konden hun antwoord op deze vraag verder toelichten. De volgende zake n worden vaak benoemd door respondenten die aangegeven vooruit te zijn gegaan in woonkwaliteit: de huidige woning is groter, ligt op een betere locatie, van betere kwaliteit, of een contract voor onbepaalde tijd. Respondenten die achteruit zijn gegaan beno emen: minder goede locatie (soms buiten Amsterdam), minder groot, hogere woonlasten. Tot slot is aan respondenten die al verhuisd waren gevraagd of zij nog een keer willen huren met een jongerencontract. Het was daarbij mogelijk meerdere antwoorden te gev en. Het vaakst wordt daarbij benoemd dat men liever niet nog een keer een woning wil huren omdat de tijdelijkheid niet meer past bij de woonwensen (93 keer genoemd) en omdat de tijdelijkheid te veel onzekerheid en onrust geeft (90 keer benoemd).

Toch zijn er ook respondenten die wel nog een keer een woning met een jongerencontract zouden willen huren, met name de huurprijs is daarbij een relevante factor en het feit dat er weinig andere opties zijn voor jonge woningzoekenden in Amsterdam.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

55

figuur 43 Opnieuw huren met jongerencontract, meerkeuzevraag. N=205

Nee, vanwege gezinssituatie / gezinsuitbreiding; 58 Nee, de tijdelijkheid van het jongerencontract past niet meer bij mijn woonwensen; 93 Nee, de tijdelijkheid van het jongerencontract geeft me te veel onzekerheid / onrust; 90

Ja, omdat ik liever een 5 jaar contract dan een 2 jaar contract heb; 16 Ja, omdat ik het leuk vind om in een complex met andere jongeren te wonen; 12 Ja, er zijn weinig andere opties; 43 Ja, vanwege de prijs/kwaliteit verhouding; 31 Ja, vanwege de huurprijs; 56 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

Huidige huurders De geïnterviewden woonden allen op dit moment op een jongerencontract, de meesten meer dan 3 jaar, en sommigen moesten er in de komende zes maanden uit. 18 De meesten hadden geen idee waar ze hierna naartoe konden, en waren daar erg bezorgd over. Er is door alle respondenten veel en creatief gezocht naar oplossingen. ‘Ik kom nog steeds absoluut niet in aanmerking [voor sociale huurwoningen], ik maak me erg zorgen. Want wat na die 5 jaar? Ik zit toch met een kind. Ik heb niemand die mij kan opvangen, niemand waar ik naar toe kan gaan. Het is echt een erg groot stresspunt in mijn leven. Ik sta nog steeds echt ergens op plek 200 of zo.’ Mensen kijken daarbij ook zeker breder dan Amsterdam. Eén stel had in Zeeland en in Den Helder naar huizen gekeken, en iedereen had in de hele MRA gezocht. Iemand had in Lelystad naar een koophuis gekeken dat zo verloederd was dat het een ton opknapwerk nodig had, en serieus overwogen daar naar toe te gaan. Mensen keken ook naar antikraak. Iemand is met een groep in zelfbeheer woningen aan het bouwen, maar weet niet hoe de jaren tussen het einde van het jongerencontract en het betrekken van de zelfbouw overbrugd kunnen worden. De kunstenaar die we hebben gesproken dacht aan Rotterdam, maar omdat het daar nu ook heel moeilijk is geworden, leek het buitenland de enige optie.

‘Veel van mijn vrienden en netwerk zijn al naar het buitenland gegaan. ’ We spraken een leraar die in Amsterdam had kunnen komen werken en wonen vanwege de voorrangsregeling, inmiddels te veel verdiende en zich nu samen met partner inschreef op elk nieuwbouw eengezinswoningenproject in de hele regio Amsterdam en Utrecht. Eén respondent stond op het punt om weer bij de ouders in te trekken. Iemand anders was twee van de vijf jaar op het jongerencontract ernstig ziek geweest. Diegene had gehoopt nu meer te verdienen, maar door de 18

In de enquête is in het spoor met huidige huurders alleen gevraagd naar erv aringen nu, vanwege overwegingen over de lengte van de enquête, en omdat toekomstplannen en zorgen moeilijk in een enquête te vangen zijn. Daarom gaat dit stuk alleen over de verhalen van de geïnterviewden.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

56

ziekte had zijn carrière op pauze gestaan, dus gaat hij binnenkort bij iemand inwonen in Noord-Holland. Dat is de enige optie en hij was er een beetje verdrietig over Amsterdam te moeten verlaten. De ouders met kinderen zaten misschien nog wel het meest met hun handen in het haar. Iemand beschreef dat als ze terug zouden moeten naar hun ouders, hun g ezin niet bij elkaar kon blijven. Daarom was het stel iedereen in hun buurt gaan vragen, of er misschien iemand weinig thuis is, dat ze dan een deel van de week die woning zouden kunnen onderhuren. Iemand anders zei dat een oudere buurvrouw had aangeboden dat het hele gezin bij haar in kon trekken. Een derde had de daklozenopvang gebeld om te vragen of ze daar als gezin bij elkaar konden blijven. In alle gesprekken spraken mensen dus grote zorgen uit, en er waren veel gevoelens van machteloosheid. In die zin kunnen we stellen dat in de ervaring van de geïnterviewden het jongerencontract grote invloed heeft op toekomstplannen. Algemene eindreflecties van de huurders Het verdelen van schaarste is en blijft zeer lastig en er zijn daar geen optimale keuzes in te maken. Een huurder verwoordde dit ‘verdelingsvraagstuk-gevoel’ vanaf zijn positie: ‘Ik vergelijk het altijd met een rij voor een winkel, jij staat in de rij en er komen mensen in de rij voor je staan terwijl je zelf nog staat te kijken wat er nou gebeurt.

Voor iedereen is er eigenlijk geen andere optie, dat snap ik ook. Dat maakt het zo lastig.’ Anderen merkten op in brede zin: ‘Uiteindelijk wil niemand een tijdelijk contract, het is een noodoplossing die geboden wordt. Het is voor iedereen, ook voor mensen die een kind krijgen of hebben, een noodoplossing, als ze een andere optie hadden dan hadden ze dat wel gedaan. Om dat niet toegankelijk te maken voor die groep vind ik ook wel weer lastig, ga je ze dan bij hun ouders laten blijven wonen? Ook lastig. Dit is echt noodoplossing om doorstroming te bevorderen, met of zonder kind. ’ ‘Ik vind het wel kwalijk om te horen hoe sommige mensen in de politiek en in de raad van mening zijn of het idee hebben dat jongerencontracten voor starters zijn. Dat het een gift is aan hun. Ik begrijp dat er ergens een begin principe is, dat je starters een opening moet geven in de woningmarkt in Amsterdam. Maar de reden dat ze zo’n naar contract getekend hebben, is omdat we geen andere keuze meer hebben. Het is geen gift, het is het enige wat wij nu zouden kunnen accepteren als je eigenlijk wat zelfstandiger wilt wonen. Het is niet voor de jongeren, het wordt ze aangedaan, het is hoe ze tegenwoordig leven.

’ ‘Wanneer ben je een starter? Als je 35 bent, ben geen starter meer op de woningmarkt, maar voordat je genoeg geld hebt om een beetje een fatsoenlijke woning te kunnen betalen word je toch steeds ouder. Het wordt steeds moeilijker, als je eenmaal start op de woningmarkt, start je niet meer met je studio of kleine appartement. Er is een enorme mismatch met wat een starter nou is. Ook op de huurmarkt. Je wilt gewoon iets wat past bij je levensfase.’

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

57

Bijlage Onderzoeksmethode en respons Er is een enquête uitgezet onder iedereen die momenteel een woning huurt op een jongerencontract, en onder ex-huurders die tot twee jaar geleden een jongerencontract hebben gehad. Met de resultaten uit deze enquête proberen we inzicht te krijgen in de ervaringen, beweegredenen en keuzes van huurders met een jongerencontract. Het jongerencontract wordt ingezet voor verschillende groepen jongeren, zoals jonge gezinnen, uitstroom maatschappelijke opvang en beroepsgroepen (politie, zorg en onderwijs). Er is voor gekozen om voor bepaalde specifieke groepen jongeren die huren met een jongerencontract extr a vragen toe te voegen, door middel van routing in de enquêtevragen. Daarnaast zijn enkele vragen over de invloed van De corona-pandemie op de wooncarrière van jongeren gedurende of na afloop van hun jongerencontract, toegevoegd. 1.525 respondenten hebben de enquête volledig ingevuld. Daarbovenop hebben nog 175 respondenten de enquête gedeeltelijk ingevuld. Deze gedeeltelijk ingevulde enquête wisselen van ingevuld tot de 1e of 2e pagina, tot de een -na-laatste pagina. Omdat gedeeltelijk ingevulde enquêtes nog bruikbare data kunnen opleveren, hebben we deze deels ingevulde enquêtes meegenomen in de analyse. Dit brengt het totale aantal (deels) bruikbare, ingevulde enquêtes op 1.623. Dit brengt de responspercentage op 19,8%.

We geven per vraag aan wat het aantal niet-ingevulde vragen is. Het aantal niet-ingevulde vragen aan het begin van de enquêtes kan dus hoger liggen dan van de vragen aan het einde van de enquête, doordat respondenten ergens gedurende enquête zijn gestopt met invullen. Ook zijn er verschillende sporen in de enquête waarbij een bepaalde groep respondenten vragen heeft beantwoord, waar dat van toepassing is geven we dat aan. Naast de enquête zijn er focusgroepen en interviews afgenomen. Er zijn drie focusgroepen gehouden met jongeren die op een jongerencontract wonen. Alle jongeren die daar aanwezig waren, hadden zelf aangegeven tijdens het invullen van de enquête, dat ze bereid waren om mee te doen aan aanvullend onderzoek. Het was de bedoeling om een vierde focusgroep te laten plaatsvinden, maar binnen de categorie die we wilden ondervragen (uitstromers uit MO/BW) waren er niet genoeg aanmeldingen. Daarom is gekozen om in plaats daarvan meer jongeren individueel te interviewen. Naast interviews en focusgroepen hebben we ook met een heel aantal jongeren kortstondig kwalitatief contact gehad.

Sommige deelnemers hadden in het laatste veld van de enquête, waar werd gevraagd of ze mee zouden willen doen aan vervolgonderzoek, een lang open antwoord getypt, omdat ze geen tijd of mogelijkheid hadden om nog aanvullend geïnterviewd te worden, maar wel graag wilden aangeven hoe ze het zien. Andere jongeren hebben per email of telefoon geantwoord nadat we ze benaderden voor vervolgonderzoek. We kregen ook een aantal vragen van mensen die heel graag mee wilden doen, als dit voor hen zou opleveren dat hun contract verlengd kon worden of dat iemand ze zou helpen met zoeken naar vervolghuisvesting. Na onze aanvullende uitleg over de aard van het onderzoek hebben sommigen van hen alsnog deelgenomen aan een focusgroep of interview, anderen zijn in plaats daarvan verder gaan zoeken naar een oplossing voor hun eigen huisvestingsprobleem.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

58

Naast jongeren zelf, hebben we ook betrokken professionals gesproken. Er is een groepsinterview geweest met verhuurmedewerkers van de Amsterdamse corporaties 19, en daarnaast is er contact geweest met verschillende organisaties die werken met jongeren en/of met huurders. Ook zij komen in dit hoofdstuk aan bod. In totaal zijn er nu 16 jongeren gesproken, variërend in leeftijd van 23 tot 32. Alle opleidingsniveaus waren vertegenwoordigd in deze groep, en mensen met werk in zeer veel verschillende velden, in (vaste) loondienst, ondernemers, studenten en mensen die niet werken, mensen in de bijstand tot aan mensen die aangeven nu teveel te v erdienen voor sociale huur. Er is een statushouder gesproken, iemand die is uitgestroomd uit maatschappelijke opvang, iemand op een tweede jongerencontract, alleenstaande ouders en stellen, met 1 tot 4 kinderen. Het is een beperkte doorsnede in aantallen, maar desalniettemin een doorsnede van de groep. De verhalen van jongeren in dit rapport worden anoniem weergegeven. Dit betekent dat we geen namen gebruiken bij de quotes, en niet zullen aangeven welke quotes ‘bij elkaar horen’, dat wil zeggen van één persoon afkomstig zijn.

Dit is zeer belangrijk in onderzoek dat gaat over basisbehoeften; te allen tijde moet worden gegarandeerd dat iemand eerlijk mee kan doen aan een onderzoek, zonder daarmee risico te lopen dat ze frictie krijgen met hun verhuurder. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen verhalen uit groepsinterviews en individuele interviews.

Enquête: uitkomsten per vraag De vragen 1 tot en met 6 hebben betrekking op de woonsituatie van respondenten, nu en in het verleden (voor respondenten die nu geen jongerencontract meer hebben) en over hun huishoudenssituatie. Vraag 1 Wat is je woonsituatie? De meeste respondenten die de enquête hebben ingevuld, wonen in een woning in een permanent woongebouw op basis van een jongerencontract, n amelijk 64%. Een kwart van de respondenten woont in een tijdelijk woongebouw met een jongerencontract. Van de respondenten geeft 13% aan dat ze op dit moment geen jongerencontract meer hebben.

19

Gesproken is met medewerkers van Stadgenoot, De Key, De Alliantie en Rochdale.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

59

figuur 44 Huidige woonsituatie, n = 1.623

Ik heb nu geen jongerencontract meer, maar ik heb er wel één gehad; 13%

Ik huur een woning in een tijdelijk woongebouw op basis van een jongerencontract ; 23%

Ik huur een woning in een permanent woongebouw op basis van een jongerencontract; 64%

Vraag 2 Wat was je leeftijd bij je eerste jongerencontract? Zo’n 40% van de respondenten geeft aan bij hun eerste jongerencontract tussen de 26 -28 jaar te zijn geweest. Dit is in lijn met wat we eerder hebben gezien in hoofdstuk 3: het accent ligt op de ‘oudere jongeren’. Dit is niet verwonderlijk, aangezien oudere jongeren vanwege hun leeftijd veelal een hogere inschrijfduur hebben, en daarmee meer kans maken op een woning met jongerencontract dan jongeren in lagere leeftijden. Nog eens ongeveer 40 % van de jongeren was tussen de 22 en 26 jaar bij aanvang van hun eerste jongerencontract. De jongste groepen, respondenten die tussen de 18 en 22 jaar hun eerste jongerencontract kregen, maken zo’n 20% van het totaal aantal respondenten uit. figuur 45 Leeftijd bij eerste jongerencontract, n = 1.623

700

37%

600 500 400

300 11% 11%

200 100

0%

0%

1%

1%

2%

4%

8% 10%

12%

3%

0%

0%

0%

0%

0%

-

Vraag 3 Wat is je huidige leeftijd? Onderstaande figuur laat zien dat de meeste respondenten nu tussen de 26 en 30 jaar zijn, dat is zo’n 60% van het totaal aantal respondenten. Er is ook een groep re spondenten die nu

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

60

ouder dan 30 jaar is, dat is zo’n 8% van het totaal aantal respondenten. Zo’n 25% heeft nu een leeftijd tussen de 22 en 26 jaar. figuur 46 Huidige leeftijd, n = 1.623

18%

300 250

16%

15%

14%

200 8% 9%

150

50

6%

5% 5%

100

0% 0% 1% 1%

2%

2%

0% 0% 0% 0%

0

Vraag 4 Aantal jongerencontracten die respondenten hebben gehad Het merendeel van de respondenten heeft één jongerencontract ge had, zo’n 85%. Zo’n tien% heeft twee contracten gehad en 23 respondenten hebben aangegeven drie contracten of meer te hebben gehad. figuur 47 Aantal jongerencontracten, n = 1.623

1.600

87%; 1.411

1.400

1.200 1.000 800 600 400 12%; 189

200

1%; 18

0%; 3

0%; 2

3 contracten

4 contracten

5 contracten

1 contract

2 contracten

Vraag 5 Vink aan wat van toepassing is (huishoudenssituatie) [ meerdere antwoorden mogelijk] Er is respondenten gevraagd naar hun (bijzondere) huishoudenssituatie. Daarbij konden de respondenten meerdere antwoorden aanvinken. De meesten gaven aan dat de antwoordopties behorende bij vraag vijf niet op hen van toepassing zijn. Respondenten hebben 206 keer aangegeven dat de optie ‘ik woon samen met mijn partner’ op hen van toepassing is. Ook

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

61

geven respondenten 80 keer aan voorrang te hebben gekregen op een woning met jongerencontract omdat zij een baan in het onderwijs, de zorg, de politie of als kunstenaar hebben. Sommige respondenten zijn statushouder, 65 keer is dit aangevinkt. 59 keer is benoemd dat men samen met partner en kind(eren) woont en 59 keer dat men samen met kind(eren), maar zonder partner woont. Tot slot wordt 16 keer door respondenten aangegeven dat zij uitgestroomd zijn uit de maatschappelijke opvang. figuur 48 Huishoudenssituatie, m eerkeuzevraag, n = 1.623

Ik ben uitgestroomd uit de maatschappelijke opvang; 16 Ik woon zonder partner, maar met mijn kind(eren); 59 Ik woon samen met mijn partner en mijn kind(eren); 62 Ik ben een statushouder; 65 Ik heb voorrang gekregen door mijn baan in het onderwijs, de zorg, de politie of als kunstenaar; 80 Ik woon samen met mijn partner; 206

Geen van bovenstaande; 1.147 0

200

400

600

800

1.000

1.200

1.400

Vraag 6 Wat was je huishoudsamenstelling bij het begin van je jongerencontract? Het overgrote deel, 86% van het totaal aantal respondenten, geeft aan alleenwonend zonder kind(eren) te zijn bij het begin van het jongerencontract. De meerderheid van de bewoners in woningen met een jongerencontract is bij aanvang van het contract alleenstaand, namelijk 85%. Ongeveer één tiende van de respondenten woonde samen met een partner zonder kinderen bij het begin van het jongerencontract. Da arnaast woont nog een klein percentage alleen met kind(eren) of samen met een partner met kind(eren) aan het begin van het jongerencontract.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

62

figuur 49 Huishoudenssamenstelling begin jongerencontract, n = 1623

Niet ingevuld; 1% Alleenwonend met kind(eren); 2%

Samenwonend zonder kind(eren); 9% Samenwonend met kind(eren); 2%

Alleenwonend zonder kind(eren); 86%

Twee sporen: met en zonder jongerencontract Bij vraag 7 tot en met 15 zijn er twee sporen mogelijk voor specifieke respondenten: vraag 7 en vraag 8 zijn gesteld aan respondenten die op dit moment een woning huren met een jongeren contract. Vraag 9 tot en met 15 zijn gesteld aan respondenten die in het verleden met een jongerencontract hebben gehuurd, maar dat nu niet meer doen. Respondenten die op dit moment een woning huren met een jongerencontract Vraag 7 Wat is de reden dat je hebt gekozen voor een woning met een jongeren contract? [meerdere antwoorden mogelijk] Er is respondenten gevraagd naar de reden dat zij kozen voor een woning met een jongerencontract 20. Het vaakst wordt daarbij benoemd dat het de enige optie was waarvoor men volgens de wachtlijst in aanmerking kwam (1000 keer aangevinkt). Daarnaast wordt de reden dat het de enige (betaalbare) optie bij gebrek aan een betaalbaar alternatief (855 keer) en de kans die het biedt om de eerste jaren betaalbaar te kunnen wonen (452 keer), vaak genoemd. Anders namelijk is 34 keer ingevuld, we benoemen de meest gegeven antwoorden. 21 keer is benoemd dat iemand statushouder is en dus geen woning heeft gekozen, maar via de gemeente de woning met jongerencontract heeft toegewezen gekregen. Zeven keer is bij de optie anders, namelijk.. benoemd dat men de woning via loting heeft gekregen.

Twee keer is de verandering van contract benoemd (bijvoorbeeld van anti -kraak naar een jongerencontract, en ook twee keer is benoemd dat men de woning met jongerencontract kreeg vanuit een bijzonder woonproject (bijvoorbeeld woning als beloning).

20

Dit is een meerkeuze vraag, dat betekent dat de totaaloptelling van de antwoorden afwijkt, omdat respondenten meerdere opties konden aanvinken.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

63

figuur 50 Reden keuze jongerencontract, meerkeuzevraag, n = 1377

Het is het enige waarvoor ik volgens de wachtlijst in aanmerking kwam; 36% Het is de enige (betaalbare) optie bij gebrek aan een alternatief; 31% Het is een mooie kans om de eerste jaren betaalbaar zelfstandig te kunnen wonen; 16% Het geeft mij stabiliteit en rust om mijn leven en eventueel carrière op te bouwen; 10% Het huren met een jongerencontract voelt als iets dat past bij de levensfase; 4% Ik heb er op dat moment niet over nagedacht; 2% Anders; 1% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

Vraag 8 Waar denk je dat je nu zou wonen als je niet via je huidige jongerencontract zou wonen? Er is tot slot aan respondenten met een huidig jongerencontract gevraagd waar zij denken te zouden wonen zonder het jongerencontract. De meeste respondenten geven aan dan bij hun ouders/familie in Amsterdam te zullen wonen. Een iets kleiner deel geeft aan inwonend of op kamers in Amsterdam te zullen wonen. Ongeveer 15% geeft aan dit niet te weten, en zo’n 10% vermoedt dat zij dan buiten Amsterdam zouden wonen. Slechts een klein deel van de respondenten vermoedt in een sociale huurwoning of particuliere huurwoning te zullen wonen zonder jongerencontract (samen zo’n 10%). figuur 51 Woonlocatie zonder jongerencontract, n = 1377

Bij mijn ouders of familie in Amsterdam; 23% Inwonend bij anderen (een gedeelde woning) of op kamers in Amsterdam; 18% Ik weet het niet; 17% Niet ingevuld; 15% Niet in Amsterdam; 14% In een andere sociale huurwoning in Amsterdam; 6% In een huurwoning in de vrije sector in Amsterdam; 4% Anders; 3%

0%

5%

10%

15%

20%

25%

Ex-huurders van een jongerencontract Respondenten die nu geen jongerencontract meer hebben, maar er wel één gehad hebben. Vraag 9 Hoe lang heb je uiteindelijk op je jongerencontract gehuurd?

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

64

De meeste respondenten (ruim 70%) geven aan tot vier jaar een woning met een jongerencontract te hebben gewoond. 25% van de respondenten geven aan tot twee jaar met een jongerencontract te hebben gehuurd. Deze bevinding is in lijn met elders in deze rapportage (paragraaf 3.3). Daar wordt aangegeven dat niet iedereen wacht tot het laatste moment met vertrekken. Er zijn dus veel bewoners die korter in de woning verblijven. Zoals eerder genoemd is dit te verklaren door het feit dat het gaat om mensen die zich in een turbulente levensfase bevinden. Jonge mensen verhuizen om allerlei redenen: werk, studie, relaties et cetera. Het vertrek hoeft dus niet primair ingegeven zijn door de noodzaak om b innen vijf jaar door te stromen. figuur 52 Aantal jaar jongerencontract, n = 210

Langer dan 5 jaar, want ik heb meermaals met een jongerencontact gehuurd; 3

Ik heb (bijna) de volledige 5 jaar op het jongerencontract gehuurd; 24

Korter dan 1 jaar; 34

1 tot 2 jaar; 53

2 tot 4 jaar; 96

Vraag 10 Ben je na afloop van het jongerencontract in Amsterdam blijven wonen? Vervolgens is respondenten gevraagd of zij na het aflopen van het jo ngerencontract in Amsterdam is blijven wonen. Zo’n twee derde van de respondenten geeft aan nog in Amsterdam te wonen. Eén derde woont niet meer in Amsterdam.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

65

figuur 53 Wel of niet in Amsterdam gebleven, n = 210

Nee; 34%

Ja; 66%

Vraag 11 Waar ben je na het jongerencontract gaan wonen? Het antwoord op deze vraag laat zien dat de meeste respondenten na de beëindiging van hun jongerencontract verhuisd zijn naar een vrije sector huurwoning op hun naam (42%). Daarnaast geven 36 respondenten aan verhuisd te zijn naar een andere sociale huurwoning op hun naam. 12% van de respondenten heeft een huis gekocht en nog eens 10% is ingetrokken bij zijn of haar partner. figuur 54 Woonplek na jongerencontract, n = 206

Ik ben verhuisd naar een huurwoning in de vrije sector (met huurcontract op mijn naam); 42% Ik ben verhuisd naar een andere sociale huurwoning (met huurcontract op mijn naam); 17% Ik heb een woning gekocht; 12% Ik ben ingetrokken bij mijn partner; 10% Ik ben ingetrokken bij ouders of familie; 5% Ik ben een kamer gaan huren; 4% Ik ben naar het buitenland vertrokken; 3% Ik ben dakloos of thuisloos; 3% Ik ben ingetrokken bij vrienden; 2% Anders; 1% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

35%

40%

45%

Bijna alle respondenten hebben een andere woning gevonden, zes respondenten geven aan dakloos of thuisloos te zijn geworden na afloop van hun jongerencontract.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

66

Vraag 12 Hoe moeilijk of makkelijk vond je het om aan nieuwe woonruimte te komen? Een groot deel van de respondenten geeft aan het moeilijk te hebben gevonden om aan een nieuwe woonruimte te komen. Zo’n 70% benoemt dit, variërend van moeilijk tot onmogelijk. Een klein deel geeft aan geen moeite te hebben gehad om nieuwe woonruimte te vinden, zo’n 15%. figuur 55 Nieuwe woonruimte vinden, n = 207

Zeer makkelijk; 5% Makkelijk; 8% Onmogelijk; 15% Niet moeilijk, niet makkelijk; 17%

Zeer moeilijk; 29%

Moeilijk; 25%

Vraag 13 Wat zijn de grootste knelpunten bij het vinden van een volgende woonruimte? [meerdere antwoorden mogelijk] Er is aan respondenten gevraagd wat zij zien als de grootste knelpunten bij het vi nden van nieuwe woonruimte . Daarbij wordt het vaakst genoemd dat er te veel concurrentie is van andere woningzoekenden. Ook te weinig inschrijfduur bij WoningNet en te weinig inkomen worden regelmatig genoemd. figuur 56 Knelpunten bij het vinden van woonruimte, meerkeuzevraag. N=143

Te veel concurrentie van andere woningzoekenden; 118 Te weinig inschrijfduur bij WoningNet; 92 Te weinig inkomen; 83 Te weinig interessant / geschikt woningaanbod; 60 Te weinig spaargeld / vermogen; 58

0

20

40

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

60

80

100

120

140

67

Vraag 14 Is je woonkwaliteit van je huidige woning erop voor- of achteruit gegaan na het opzeggen/ontbinden van het jongerencontract? Ook is aan respondenten in dit spoor (op dit moment geen jongeren contract, wel gehad in het verleden), gevraagd of zij van mening zijn er in hun woonkwaliteit op vooruit te zijn gegaan, gelijk zijn gebleven of achteruit zijn gegaan. Het overgrote deel van de respondenten geeft aan er qua woonkwaliteit op vooruit te zijn gegaan (ruim 70%). Iets meer dan 10% geeft aan juist achteruit te zijn gegaan in woonkwaliteit na de beëindiging van het jongerencontract. Respondenten konden hun antwoord toelichten. De volgende zaken worden vaak benoemd door respondenten die aangegeven vooruit te zijn gegaan in woonkwaliteit: de huidige woning is groter, ligt op een betere locatie, van betere kwaliteit, of een contract voor onbepaalde tijd. Respondenten die achteruit zijn gegaan benoemen: minder goede locatie (soms buiten Amsterdam), minder groot, hogere woonlasten. figuur 57 Woonkwaliteit bij opzeggen / ontbinden jongerencontract, n=207

Geen mening; 7%

Achteruit; 12% Gelijk; 10%

Vooruit; 71%

Vraag 15 Zou je nog een keer willen huren met het tijdelijke jongerencontract? [Meerdere antwoorden mogelijk] Tot slot is aan respondenten in dit spoor gevraagd of zij nog een keer willen huren met een jongerencontract. Het was daarbij mogelijk meerdere antwoorden te geven. Het vaakst wordt daarbij benoemd dat men liever niet nog een keer een woning wil huren omdat de tijdelijkheid niet meer past bij de woonwensen (93 keer genoemd) en omdat de tijdelijkheid te veel onzekerheid en onrust geeft (90 keer benoemd). Ook de reden dat de gezinssituatie of gezinsuitbreiding het niet gewenst maakt om nog een keer een woning met een jonge rencontract te huren wordt regelmatig genoemd (58 keer). Toch zijn er ook respondenten die wel nog een keer een woning met een jongerencontract zouden willen huren, met name de huurprijs is daarbij een relevante factor en het feit dat er weinig andere opti es zijn voor jonge woningzoekenden in Amsterdam.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

68

figuur 58 Opnieuw huren met jongerencontract, meerkeuzevraag. N=205

Nee, vanwege gezinssituatie / gezinsuitbreiding; 58 Nee, de tijdelijkheid van het jongerencontract past niet meer bij mijn woonwensen; 93 Nee, de tijdelijkheid van het jongerencontract geeft me te veel onzekerheid / onrust; 90

Ja, omdat ik liever een 5 jaar contract dan een 2 jaar contract heb; 16 Ja, omdat ik het leuk vind om in een complex met andere jongeren te wonen; 12 Ja, er zijn weinig andere opties; 43 Ja, vanwege de prijs/kwaliteit verhouding; 31 Ja, vanwege de huurprijs; 56 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

Vanaf hier komen de sporen weer samen Vraag 16 Was het vooraf duidelijk dat je huurcontract met een jongerencon tract na 5 jaar afloopt? Onderstaande figuur laat zien dat de meeste respondenten ervan op de hoogte zijn dat een huurcontract met jongerencontract na vijf jaar afloopt (95 % weet dit). Van deze respondenten had 35% wel gehoopt of verwacht in aanmerking te komen voor een verlenging van twee jaar. Slechts een heel klein deel (twee% oftewel 33 respondenten) weet niet dat het jongerencontract na vijf jaar afloopt. figuur 59 Aflopen jongerencontract, n = 1623

Nee; 33

Niet ingevuld; 50

Ja, maar ik had verwacht of gehoopt dat ik aanmerking zou komen voor 2 jaar verlenging; 571 Ja; 969

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

69

Vraag 17 De volgende stellingen gaan over de invloed van de tijdelijkheid van het jongerencontract op jouw leven. Geef per stelling je mening. Er is aan respondenten een zevental stellingen voorgelegd met betrekking tot de tijdelijkheid van het jongerencontract. Een opvallend resu ltaat komt naar voren bij de laatste stelling, waaruit blijkt dat voor veel respondenten (meer dan 60 %) de tijdelijkheid van het jongerencontract van invloed is (geweest) op hun gemoedsrust. figuur 60 Invloed tijdelijkheid jongeren contract, n = 1623 Door de tijdelijkheid van het jongerencontract voel/voelde ik mij minder veilig Door de tijdelijkheid van het jongerencontract voel/voelde ik mij minder betrokken bij de buurt Door de tijdelijkheid van het jongerencontract voel/voelde ik mij minder thuis in de buurt De tijdelijkheid van het jongerencontract heeft invloed op mijn carrière (wel of niet van baan veranderen) Door de tijdelijkheid van het jongerencontract stel/stelde ik mijn wens om een gezin te beginnen uit Door de tijdelijkheid van het jongerencontract stel/stelde ik mijn wens om samen te wonen uit De tijdelijkheid van het jongerencontract heeft/had effect op mijn gemoedsrust Zeer eens

Eens

Niet eens, niet oneens

Oneens

12%

14%

16%

14%

29%

24%

14%

22% 23%

14%

20%

14%

28%

16%

19%

14%

23%

19%

13%

11% 11% 12% 32% Zeer oneens

9%

15% 21% 32%

8% 5%

15%

7% 5%

17%

7% 5%

14%

13% 5%

15%

29%

5%

15%

32%

5%

10% 10% 7% 8% 5%

Weet ik niet / n.v.t

Niet ingevuld

Vraag 18 Voor welke groepen jongeren zou volgens jou, ondanks de tijdelijkheid van het jongerencontract, het jongerencontract nog meer beschikbaar moeten zijn? Op dit moment is het jongerencontract beschikbaar voor alleenstaande jonge ren in Amsterdam. Er is aan respondenten gevraagd welke groepen nog meer in aanmerking zouden moeten komen voor het jongerencontract. Het grootste deel van de respondenten geeft daarbij aan dat jongeren die (gaan) samenwonen in aanmerking zouden moeten kom en voor een jongerencontract (43% geeft dit aan). Ook voor jongeren met kinderen moet het jongerencontract beschikbaar zijn, vind 31%. Ongeveer een vijfde van de respondenten is van mening dat geen van de genoemde groepen in aanmerking zou moeten komen voo r het jongerencontract.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

70

figuur 61 Beschikbaarheid jongerencontract voor groepen, n = 1 .623

Geen van bovenstaande; 343

Niet ingevuld; 77

Jongeren die (gaan) samenwonen; 693

Jongeren met kinderen; 510

Vraag 19 De volgende stellingen gaan over de invloed die de corona-pandemie heeft (gehad) op de planning van je volgende woonstap/zoektocht naar een nieuwe woning. Geef per stelling je mening. Er is tevens een viertal stellingen voorgelegd aan respondenten over de invloed van corona op de woon carrière van respondenten. Wat opvalt is dat een groot deel van de respondenten (ruim 60%) aangeeft ondanks corona prettig te kunnen blijven wonen in eigen studio of appartement. figuur 62 Invloed van de c orona-pandemie, n = 1623

Tijdens Corona ervaarde ik minder concurrentie van andere 4% 9% woningzoekenden (bijv. buitenlandse studenten en expats) Tijdens Corona was het voor mij moeilijker om naar een andere woning te zoeken (bijvoorbeeld door beperkte bezichtigingen, veranderend aanbod)

20%

Vanwege Corona ervaarde ik extra stress door de tijdelijkheid van mijn jongerencontract

19%

Ondanks Corona ben ik prettig blijven wonen in mijn eigen studio/appartement

21%

Zeer eens

Eens

Niet eens, niet oneens

Oneens

15%

18%

21%

18%

17%

13%

15%

31%

15%

25%

43%

Zeer oneens

6%

Weet ik niet

20%

6%

6%

10% 7% 6%

10% 9% 6% 5% 6%

Niet ingevuld

Statushouders Er zijn een aantal specifieke vragen aan statushouders gesteld. In totaal hebben 65 statushouders de vragenlijst ingevuld.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

71

Vraag 20 Ben je bekend met de ruggensteunregeling en wil je er gebruik van maken of heb je er gebruik van gemaakt? Er is aan statushouders met een jongerencontract die de enquête hebben ingevuld gevraagd of zij bekend zijn met de ruggensteunregeling. Als statushouders door het COA worden toegewezen aan de gemeente Amsterdam, en zij hebben nog niet de leeftijd van 28 jaar bereikt, krijgen zij net als de andere inwoners van Amsterdam in de leeftijdsgroep een vijfjarencontract. Als dit contract afloopt en zij hebben zelf geen andere vervolghuisvesting gevonden, krijgen zij eenmalig een woning met een contract voor onbepaalde tijd aangeboden door de gemeente, en dit is de ruggensteunregeling. Het grootste deel van de re spondenten (34 van de 54) geeft aan niet bekend te zijn met de ruggensteunregeling; 19 van de 54 respondenten kennen het en willen er gebruik van maken. figuur 63 Ruggensteunregeling stat ushouders, n = 54

Nee, ik ben niet bekend met de ruggensteunregel ing; 34

Ja, en ik wil er gebruik van maken.; 19 Ja, en ik heb er gebruik van gemaakt; 1

Vraag 21 Heb je zelfstandig een nieuwe woning gezocht toen je jongerencontract afliep? Het grootste deel van de statushouders die de enquête hebben ingevuld geeft aan nog niet zelfstandig naar een nieuwe woning te hebben gezocht (zo ’n 60%). Daarvan heeft 35% hulp gevraagd bij het zoeken, bijvoorbeeld bij de gemeente, een woningcorporatie, buurtteams, buren of vrienden. Iets meer dan een derde van de respondenten heeft zelfstandig gezocht maar niks kunnen vinden. Slechts een klein deel (drie respondenten) is het gelukt zelfstandig een nieuwe woning te vinden.

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

72

figuur 64 Zelfstandig woonruimte zoeken, n = 5 5

Nee, maar ik heb hulp gevraagd (bijvoorbeeld van de gemeente, een woningcorporatie, buurtteams, de buren of vrienden); 13

Ja en ik heb een andere woning kunnen vinden; 3 Ja, maar ik heb niets kunnen vinden; 20

Nee, ik heb nog niet gezocht; 19

Vraag 22 Welke invloed heeft/had het jongerencontract op het opbouwen van een zelfstandig leven in Nederland? Tot slot is statushouders gevraagd welke invloed het jongerencontract heeft (gehad) op het opbouwen van een zelfstandig leven in Nederland. Opvallend is, is dat een groot deel van de respondenten (25 van de 65, dat is 45%) aangeeft dat het jongerencontract een belemmerende werking heeft gehad op de mogelijkheid om stappen te zetten in het leven, zoals het krijgen van kinderen, het vinden van werk of het volgen van een opleiding. Zo ’n 20% is juist het tegenovergestelde van mening: het jongerencontract heeft een positief effect gehad op de mogelijkheid tot het zetten van stappen in het leven van de respondent. figuur 65 Invloed jongerencontract op zelfstandig leven, n = 5 5

Het huren met een tijdelijk jongerencontract is/was voor mij geen probleem. Het wonen in een groot jongeren complex heeft mij juist bevorderd om stappen te maken in mijn leven, zoals het krijgen van kinderen of het volgen van een opleiding; 11

Het huren met een tijdelijk jongerencontract heeft geen invloed (gehad) bij het opbouwen van een zelfstandig leven; 7 Weet ik niet; 12

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

Het huren met een tijdelijk jongerencontract heeft mij belemmerd om stappen te maken in mijn leven, zoals het krijgen van kinderen of het volgen van een opleiding of het vinden van werk; 25

73

Uitstroom MO Er is één aparte vraag gesteld aan respondenten die zijn uitgestroomd uit de maatschap pelijk opvang. In totaal zijn er 16 uitstromers die de enquête hebben ingevuld. Vraag 23 Heeft iemand je benaderd dat het tijd was om alvast te gaan zoeken naar vervolghuisvesting omdat je jongerencontract bijna afloopt / af liep? De meeste respondenten die uitstromen uit de maatschappelijke opvang geven aan dat zij niet benaderd zijn alvast te gaan zoeken naar vervolghuisvesting (bij afloop jongerencontract), maar dat zij wel voorbereid waren door de uitleg bij het tekenen van het huurcontract (58%) . Eén derde geeft aan op de hoogte te zijn gebracht hierover door de zorginstelling waar ze cliënt waren. figuur 66 Uitstroom MO, n = 12

Ja, de woningcorporati e van wie ik huur; 0

Nee, maar ik was erop voorbereid, omdat het bij het tekenen van mijn huurcontract duidelijk was uitgelegd; 7

Evaluatie jongerencontract Amsterdam

Ja, de zorginstelling / organisatie bij wie ik vroeger cliënt was; 1

Nee, en de opzeggingsbrief kwam dan ook als een verassing; 4

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11846062/1