Richtlijn financieel amendement
Tekst van het document
Richtlijn amendementen met financiële gevolgen Om een amendement op te nemen in de begroting is het noodzakelijk dat deze: - aansluit bij het niveau van autorisatie door de raad. Dit is vastgelegd in de Financiële verordening, artikel 5 (zie hieronder). - een toelichtende tekst bevat die direct opgenomen kan worden in de begroting. Uitgangspunt is dat voor de inzet van extra middelen ook dekking beschikbaar moet zijn en dat deze dekking in het amendement staat Checklist voor amendementen met financiële gevolgen Om amendementen met een financiële component op de juiste manier te kunnen verwerken in de begroting, is het van belang om in het (dictum van het) besluit in ieder geval de volgende onderdelen op te nemen: a. het bedrag/de bedragen die meer of minder aan een bepaald doel worden besteed; b. het jaar/de jaren waar het amendement betrekking op heeft (incidenteel voor jaar x, meerjarig voor de jaren x tot en met x, structureel vanaf jaar x); c. of het een aanpassing betreft van de baten of de lasten. Indien beide worden gewijzigd, schrijft de BBV-regelgeving voor dat de bedragen dienen te worden gesplitst in bedrag voor de baten en bedrag voor de lasten. d. Het programma én programmaonderdeel waar het amendement betrekking op heeft (waar wordt het budget verhoogd en welk budget wordt verlaagd).
Als het bedrag uit een reserve komt of naar een reserve toe gaat moet deze ook vermeld worden. e. Toelichting over de activiteit die door de extra inzet van middelen wordt uitgevoerd, waarmee antwoord wordt gegeven op de verplichte BBV-vragen ‘wat willen we bereiken’ en ‘wat gaan we daarvoor doen’). Op deze wijze wordt direct inzichtelijk op welke plek(ken) en met welke bedragen de begroting moet worden gewijzigd. Aandachtspunten 1. Bij omvangrijke wijzigingen in budget moet een afweging gemaakt worden of de doelstellingen in de begroting, bij de activiteiten moet worden aangepast. Indien met een amendement een verordening wordt gewijzigd, dient dat te worden opgenomen in het besluit. 2. Bij wijzigingen van belastingtarieven dient rekening te worden gehouden met de steeds hogere eisen die de rechter stelt aan de zorgvuldigheid, motivering en evenredigheid van een besluit (een zorgvuldige belangenafweging maakt daar onderdeel van uit). Als verordeningen daar niet aan voldoen, kan de rechter ingrijpen via exceptieve toetsing. 3. Veel van de gevraagde informatie is te vinden in de Digitale Begroting 2026. Mocht je er niet uitkomen, aarzel niet om contact op te nemen met de griffie via raadsbox@amsterdam.nl of met de Dienst Middelen en Control (DMC) via begroting@amsterdam.nl
Voorbeeld Besluit - om vanaf [jaar] [activiteit benoemen] - de lasten van programma [programma x, doelstelling y], structureel te verhogen met [€ bedrag] vanaf [jaar] - dit te dekken met een [structurele/incidentele] verhoging van de baten [programma x, doelstelling y], door [toelichting] - dienovereenkomstig de [belastingverordening] aan te passen (indien van toepassing)
Verordening van de raad van de gemeente Amsterdam houdende regels over het financiële stelsel (Gewijzigde financiële verordening Amsterdam 2024) Artikel 5 Autorisatie begroting, investeringsruimte en investeringskredieten 1 De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting: a. de totale lasten en baten op programmaniveau en de lasten en baten per onderdeel daarvan als het programma is onderverdeeld; b. de mutaties in reserves op programmaniveau en per onderdeel daarvan als het programma is onderverdeeld; c. de in de begroting opgenomen investeringsruimte van een portfolio; d. het overzicht algemene dekkingsmiddelen; e. het overzicht kosten van overhead; f. de geraamde vennootschapsbelasting. 2. Voor: a. investeringen die een bedrag van € 25 miljoen na aftrek van bijdragen van derden te boven gaan of b. investeringen waarvan de gemeenteraad dat bij de begrotingsbehandeling aangeeft legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor een investeringskrediet aan de gemeenteraad ter vaststelling voor. 3. De begroting bevat voorstellen voor wijziging van de begroting van het lopende jaar, voor zover die de toleranties voor programmaonderdelen en reserves als opgenomen in artikel 6 lid 2 van deze financiële verordening te boven gaan of die de investeringsruimte van het lopende jaar betreffen. 4.
De raad autoriseert met het vaststellen van een begrotingswijziging het aanpassen van de begroting waar de wijziging de onder lid 1 genoemde onderdelen raakt.