RIB - Voortgang proces onderzoek Doorstroom in Broedplaatsen.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door
Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 25 februari 2025 Kunst en Cultuur Touria Meliani Kunst en Cultuur/Ateliers en Broedplaatsen bestuurszaken.ezc@amsterdam.nl Voortgang proces onderzoek Doorstroom in Broedplaatsen
Geachte leden van de gemeenteraad, Het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 werd op 17 april 2024 behandeld in de commissie FKD en op 24 april 2024 in de gemeenteraad. Bij het presenteren van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 is aangekondigd dat er onderzoek wordt gedaan naar het doorstroombeleid dat in 2016 van start is gegaan. In de vergadering van de gemeenteraad van 24 april 2024 heeft uw raad bij de behandeling van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 motie 163 van raadslid Emmerik inzake ‘onderzoek alternatieven om uitstroom te beperken’ aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd bij de uitvoer van het onderzoek doorstroom in broedplaatsen belangenorganisaties, de CAWA en kunstenaars mee te nemen in het onderzoeksproces. Met deze brief informeer ik u over de voortgang en het proces van het onderzoek en de wijze waarop mede uitvoering wordt gegeven aan de motie. Ook informeer ik u over het besluit van het college niet voor 2027 te starten met uitvoering van de nu nog geldende doorstroomregeling. Achtergrond Het op dit moment geldende doorstroombeleid dat in 2016 is ingevoerd, maakt het mogelijk dat creatieven die sinds 2016 een door de gemeente gesubsidieerde broedplaats ruimte huren (ook wel CAWA-ruimte), na tien jaar gebruik gemaakt te hebben van de ruimte, plaats moeten maken voor nieuwe creatieven.
In de betreffende broedplaatsen geldt dit alleen voor de CAWA-ruimte, de ruimte waar wij als gemeente een maximaal tarief hebben afgesproken met het broedplaatsinitiatief en de ruimte waar de subsidie voor wordt gegeven. In broedplaatsen is er gemiddeld sprake van 60 procent CAWA-ruimte. Voor broedplaatsen die voor 2016 zijn gesubsidieerd eisen we geen doorstroom op basis van de regeling, maar vragen we de huurder wel waar mogelijk doorstroom te realiseren. Voor de individuele ateliers in eigendom van de gemeente hanteren we eveneens de doorstroomregeling sinds 2016. Huurders die voor 2016 zijn gestart met huren vallen niet onder de doorstroomregeling. Het doorstroombeleid is in 2016 onder andere ingevoerd in reactie op de uitkomsten van de Vraagmonitor broedplaatsen Amsterdam 2009. Hieruit bleek dat er veel vraag naar ruimte was van met name jonge, startende kunstenaars die moeite hebben een plek te vinden. Dat zou
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 februari 2025
betekenen dat in 2026 de eerste kunstenaars op basis van dit beleid hun werkplek zullen moeten verlaten om ruimte te maken voor nieuwe kunstenaars. Sinds de invoering is het doorstroombeleid punt van discussie geweest in de gemeenteraad. Nu de ingangsdatum van 2026 dichterbij komt, en daarmee ook het moment dat de eerste kunstenaars op basis van dit beleid hun ruimte vrij moeten maken, wil het college zeker weten dat de uitgangspunten voor de regeling nog valide zijn, het beoogde effect wordt behaald en dat de vooren nadelen in balans zijn. Het aanbod in de stad is schaars en de ruimte die beschikbaar is dient zo toegankelijk mogelijk te zijn. Niet voor niets geeft het gemeentebestuur in het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 aan: “Kunstenaars zijn op zoek naar continuïteit. Een kunstenaarscarrière is niet lineair en succes, zowel artistiek als financieel is vaak fluctuerend. Dan ben je gebaat bij een betaalbaar atelier voor de lange termijn. Daarnaast zijn er jaarlijks nieuwe kunstenaars die een plek zoeken. Zij kloppen op de deur en geven aan geen ruimte te kunnen vinden om hun carrière verder te brengen.
Dat betekent dat we op zoek moeten naar een manier om de schaarste zo goed mogelijk te verdelen.”1 Met de huidige inzet van het gemeentebestuur op het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 groeit het oppervlak aan broedplaatsen in Amsterdam, maar de schaarste blijft ten opzichte van de groei van de stad ongeveer gelijk, omdat de vraag naar ruimte onverminderd groot blijft. Dat betekent dat het dilemma over doorstroom in broedplaatsen niet is weggenomen. Het recente tijdelijk verdwijnen van broedplaatsen SUP en Lely, laat nog eens zien hoe cruciaal deze voorzieningen zijn voor het kunst- en cultuurklimaat in de stad. Hier staat gelukkig tegenover dat SUP als werkplek voor minimaal 5 jaar door kan en Lely, in een kleinere vorm, voor minimaal 20 jaar door kan met woon- en werkplekken. De successen nemen echter niet weg dat de impact van een gedwongen (tijdelijke) verhuizing en de daarbij behorende zoektocht naar een nieuwe, betaalbare plek, enorm is. Als college proberen we waar mogelijk dit te ondervangen door meer broedplaatsen in de stad te faciliteren, maar daarmee zijn de uitdagingen voor de betreffende kunstenaars niet meteen weggenomen. Het onderzoek naar doorstroom Het college is volgens de planning die met uw raad is gedeeld ten tijde van het vaststellen van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023 – 2026 in 2024, reeds gestart met het doorstroomonderzoek.
Ook wordt mede uitvoering gegeven aan de motie van raadslid Emmerik door een klankbordgroep samen te stellen waarin alle gewenste en benodigde partijen zijn vertegenwoordigd. De klankbordgroep bestaat uit een vertegenwoordiging van kunstenaars, broedplaatsen, stadmakers, CAWA, de Kunstenbond en Platform BK. Met deze samenstelling vertegenwoordigt de klankbordgroep een representatieve afspiegeling van broedplaatsen, gebruikers, en potentiële gebruikers van broedplaatsen in Amsterdam. Mede op basis van de input van deze klankbordgroep zijn in juli 2024 vijf onderzoeksbureaus benaderd, waarvan er drie offertes hebben ingediend. Na beoordeling van de offertes is de offerte van het consortium DPG-Ipsos eind oktober 2024 als beste beoordeeld en is aan hen opdracht verleend. In januari 2025 is de verdere onderzoeksopzet Broedplaatsenbeleid - Gemeente Amsterdam
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 25 februari 2025
besproken met de klankbordgroep. Verder zal de klankbordgroep adviseren op de uitkomsten van het onderzoek en zullen de adviezen van de leden bij besluitvorming aan de raad worden aangeboden. DPG is gespecialiseerd in kwalitatief onderzoek en heeft ervaring met het vraagstuk van aansluiting tussen (broedplaatsen)beleid en praktijk. Zo voerden zij al eerder onderzoeken uit naar de (rand)voorwaarden van goed broedplaatsbeleid. Daarnaast adviseren zij gemeenten en culturele organisaties over strategie en transities, én over de ontwikkeling van cultureel vastgoed. Bij Ipsos ligt de focus op kwantitatief onderzoek, zij hebben veel ervaring met de selectie en toepassing van vestigings- en werkgelegenheidscijfers.
Na input van de klankbordgroep en overleg met het consortium is een voorlopige onderzoeksvraag geformuleerd: “In welke mate draagt het bestaande doorstroombeleid bij aan een goed kunstklimaat in de stad en de doelstellingen van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid?” Naar aanleiding daarvan worden de volgende vragen onderzocht: • Wat is de te verwachten groei in beschikbaarheid van CAWA-ruimtes in de Amsterdamse broedplaatsen ten gevolge van het doorstroombeleid? • Wat is de te verwachten impact van het beleid op de kunstenaars die hun ruimte zullen moeten verlaten? • Wat is de te verwachten impact van het beleid op het kunstklimaat van de stad? • Wat is de recente en te verwachten groei in aanbod van CAWA-ruimtes in de broedplaatsen, ateliers en atelierwoningen in Amsterdam? • Hoe ziet de vraag(ontwikkeling) naar CAWA ruimtes er uit? • Hoe verhouden deze factoren zich tot elkaar? Het college wil benadrukken dat de impact van de regeling voor zittende huurders een wezenlijk onderdeel van het onderzoek is. Naast de cijfermatige aspecten van een doorstroombeleid is ook het menselijke aspect in relatie tot doorstroom belangrijk. We kijken daarom nadrukkelijk ook naar de vraag wat er gebeurt met kunstenaars wanneer deze door het doorstroombeleid hun huidige werkplek dienen te verlaten.
Planning en start uitvoering beleid Bij de raadsbehandeling in april 2024 van het Atelier- en Broedplaatsenbeleid 2023-2026 is de planning met uw raad gedeeld. Deze planning is verder uitgewerkt. De einddatum is gelijk gebleven en de uitgewerkte planning ziet er nu als volgt uit: Datum Tot nu Januari 2025 Februari 2025
Actie - Startgesprekken (met klankbordgroep), deskresearch, verkennende interviews - Duidingssessie met klankbordgroep: definitieve onderzoeksvraag geformuleerd en vragenlijsten uitgezet - Economische analyse werkgelegenheid
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Maart 2025 April/mei 2025 Juni 2025 Juli 2025
-
Datum 25 februari 2025
Duidingssessie resultaten met klankbordgroep Rapportage Vaststelling reactie van het college op het onderzoek Onderzoeksresultaten ter kennisname naar commissie en in het geval van voorgestelde wijzigingen naar de gemeenteraad. Het onderzoeksresultaat wordt daarnaast voorzien van: 1. een reactie van het college waarom beleidswijziging al dan niet nodig is en 2. een advies van de leden van de klankbordgroep naar aanleiding van het onderzoek.
Uitstel invoering van het huidige doorstroombeleid naar 2027 Naar verwachting zullen de uitslagen van het onderzoek in juli 2025 worden behandeld in de gemeenteraad. Dat betekent dat het voor de betreffende kunstenaars en makers een kleine zes maanden van tevoren duidelijk is wat er met het doorstroombeleid gaat gebeuren en wat dit betekent voor hun praktijk. Voor kunstenaars wier huurcontract begin 2026 afloopt, betekent dit, in verband met het doorstroombeleid, dat zij slechts een half jaar van tevoren weten waar zij aan toe zijn. Dat acht het college te kort. Het college heeft daarom besloten, los van de uitkomsten van het onderzoek en in afwachting van de discussie en mogelijke besluitvorming van uw raad over de uitkomsten van het onderzoek, niet voor 2027 te starten met uitvoering van de doorstroomregeling. Daardoor hebben kunstenaars nu al duidelijkheid dat, zelfs als het bestaande doorstroombeleid in stand blijft, er in alle gevallen voldoende tijd zit tussen de bekendmaking van het (nieuwe) beleid en de uitvoering ervan, evenals een eventueel vertrek uit de werkruimte. Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Touria Meliani Wethouder Kunst en Cultuur
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl