CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB motie 325.24 diff afvalstoffenheffing en toezegging aspect duurzaamheid.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 6 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief over de afvalstoffenheffing (afdoening van motie 325.24 van het lid Lust c.s. en de toezegging aspect duurzaamheid aan het lid Koppejan) (VN2025-014267)1.631 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief Afdoening motie

Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door Onderwerp

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 17 september 2025 Financiën Hester van Buren Belastingen (bestuurszaken.belastingen@amsterdam.nl) Afdoening motie 325.24 van het lid Lust (D66) c.s. (TA2024-000919) en afdoening toezegging aspect duurzaamheid aan het lid Koppejan (CDA) (TA2024-001646)

Geachte leden van de gemeenteraad, In de vergadering van de gemeenteraad van 17 juli 2024 heeft uw raad motie 325.24 van raadslid Lust (D66) c.s. aangenomen (TA2024-000919). Daarin wordt het college gevraagd om: ▪ ▪

▪ ▪

Prijsdifferentiatie van afvalstoffenheffing te onderzoeken op basis van het aantal mensen dat staat ingeschreven op een adres;1 Hierbij in ieder geval twee varianten te onderzoeken, namelijk: − het aantal ingeschreven personen op een adres en − het aantal ingeschreven 18+’ers op een adres; Hierbij uit te gaan van budgetneutraliteit, waarbij er dus geen inkomstenverlies of opbrengstverhoging is vergeleken met de huidige situatie; De effecten van deze differentiaties op betaalbaarheid voor eenpersoonshuishoudens, 2persoonshuishoudens tot en met n-persoonshuishoudens alsmede de administratieve lasten en uitvoerbaarheid te onderzoeken.

In deze brief worden de uitkomsten het onderzoek gepresenteerd waarmee uitvoering aan deze motie is gegeven. Fiscaal-juridische mogelijkheden nadere prijsdifferentiatie afvalstoffenheffing De wet schrijft niet voor hoe een gemeente haar tarieven voor de afvalstoffenheffing moet bepalen. Dit betekent niet dat een gemeente hierin volledig vrij is2: ▪ ▪

1

de afvalstoffenheffing is een bestemmingsheffing. Dat betekent dat de heffing maximaal kostendekkend mag worden ingericht (Wet milieubeheer artikel 15.33). gemeentelijke belastingen mogen daarnaast niet afhankelijk worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen (Gemeentewet artikel 219, lid 2).

1 eenpersoonshuishoudens, 2-persoonshuishoudens tot en met n-persoonshuishoudens

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 september 2025 Pagina 2 van 5

Dit betekent niet dat tariefdifferentiatie niet is toegestaan. Tariefdifferentiatie mag, mits hiervoor een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond bestaat. Is die er niet, dan handelt de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur. Het kostenveroorzakersbeginsel ‘de gebruiker betaalt’, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal ingeschreven personen op een adres, wordt gezien als een voldoende objectieve en redelijke grond voor nadere prijsdifferentiatie. Verschillende gemeenten hebben op basis van dit principe gekozen voor meerdere tariefgroepen. Van de G4 gemeenten hanteren Rotterdam en Den Haag allebei een systeem met drie tarieven (éénpersoons-, tweepersoons en drie of meer persoonshuishouden), terwijl Utrecht sinds 2024 ook een tarief kent voor huishoudens met vier of meer personen. Differentiatie naar aantal ingeschrevenen niet houdbaar Alhoewel het in beginsel fiscaal-juridisch mogelijk is om een systeem in te richten waarbij wordt geheven naar het aantal ingeschrevenen, wordt een dergelijke benadering niet houdbaar geacht. Een dergelijk stelsel is vanwege de complexiteit en bewerkelijkheid niet uitvoerbaar. Het zou leiden tot een zeer uitgebreid tarievenstelsel.

Omdat 97% van de huishoudens in Amsterdam in de categorie 1 tot en met 5 personen valt, zou het effect op de lastenverdeling voor de meeste huishoudens bovendien relatief beperkt zijn, maar zou een heffing naar het aantal personen voor (heel) grote gezinnen leiden tot zeer grote lastenstijgingen. Het is in dat verband van belang om op te merken dat het niet is toegestaan om minderjarigen uit te zonderen of vrij te stellen, omdat er voor een onderscheid naar leeftijd geen redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. Gebruiker betaalt Om recht te doen aan het principe ´de gebruiker betaalt´ zou nadere differentiatie aangebracht kunnen worden door het aantal tariefgroepen in Amsterdam uit te breiden uitbreiden van de huidige twee naar drie of vier tariefgroepen (huishoudens met drie of meer personen of huishoudens met drie personen en huishoudens met vier of meer personen’. Bij het overwegen van het aanbrengen van nadere differentiatie in de afvalstoffenheffing is het belangrijk dat aandacht wordt besteed aan een solide motivering en belangenafweging. We zien dat de rechter hier bij het toetsen van belastingverordeningen en belastingtarieven steeds nadrukkelijker op ingaat. In dat verband dient rekening te worden gehouden met het gegeven dat afvalproductie niet lineair is. Anders gezegd: twee personen produceren niet twee keer zoveel afval als één persoon.

Een onderzoek uit 2011 van de Nederlandse vereniging voor afval- en reinigingsdiensten (NVDR) onder 15 gemeenten wees uit dat grotere huishoudens gemiddeld minder afval produceren per persoon, waarbij elk extra gezinslid gemiddeld een steeds kleinere bijdrage levert aan de afvalproductie. Dit pleit voor een systeem met afnemende tarieven per persoon. Amsterdam hanteert op dit moment al zo’n systeem, waarbij het tarief voor twee- en meerpersoonshuishoudens 11/3 keer dat van eenpersoonshuishoudens bedraagt. Toevoegen van een tarief voor huishoudens met drie of meer personen Den Haag en Rotterdam hanteren beide een tarievenstructuur waarin drie tarieven worden onderscheiden: een tarief voor éénpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens en huishoudens met drie of meer huishoudens.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 september 2025 Pagina 3 van 5

Het budgetneutraal toevoegen van een tarief voor huishoudens met drie personen of meer zou zorgen voor een verschuiving in de lasten voor de verschillende groepen huishoudens. De verschuivingen per categorie zijn afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden ten aanzien van de tarieven. In de onderstaande tabel wordt een aantal indicatieve scenario’s gepresenteerd, waarbij een systematiek van afnemende tarieven als uitgangspunt wordt gehanteerd (logaritmische benadering). In het eerste scenario is het verschil tussen de verschillende tariefgroepen verhoudingsgewijs het grootst, in het derde scenario zijn de verschillen het kleinst. Huishouden

N

2025

1 persoon 2 personen 3 of meer

208.656 136.308 103.411

€ 352 € 469 € 469

Scenario 1 € Δ € 282 - 19% € 477 + 2% € 591 + 26%

Scenario 2 € Δ € 328 - 7% € 455 - 3% € 529 + 13%

Scenario 3 € Δ € 344 - 2% € 448 - 5% € 509 + 8%

Uit de tabel valt op te maken dat bij de keuze voor een aanzienlijk lager tarief voor eenpersoonshuishouden (in scenario 1 gaat het om een daling van 19%), huishoudens met 3 of meer personen ruim een kwart meer zouden moeten gaan betalen om op dezelfde baten uit te komen. Omgekeerd geldt dat een hoger tarief voor eenpersoonshuishoudens (om en nabij het tarief dat in 2025 wordt gevraagd) voor een beperktere stijging voor huishoudens met drie personen of meer zorgt. Het gaat hier nadrukkelijk om indicatieve scenario’s en tarieven. Mocht gekozen worden voor nadere differentiatie, zullen de tarieven o.a. op basis van de gewenste lastenverdeling tussen de verschillende tariefgroepen, de kostenontwikkeling van de afvalketen en het belastbare areaal moeten worden berekend. Nadere differentiatie tot huishoudens met vier personen of meer In Utrecht is gekozen voor verdere differentiatie, door naast een tarief voor drie personen ook een tarief te introduceren voor huishoudens met vier personen of meer. De onderstaande tabel laat een indicatie zien van de impact van een vierde tariefgroep op de tarieven afvalstoffenheffing. Huishouden

N

2025

1 persoon 2 personen 3 of meer 4 of meer

208.656 136.308 48.511 54.900

€ 352 € 469 € 469 € 469

Scenario 1 € Δ € 276 - 22% € 467 0% € 579 + 23% € 659 + 40%

Scenario 2 € Δ € 323 - 7% € 448 - 3% € 521 + 13% € 573 + 22%

Scenario 3 € Δ € 340 - 3% € 442 - 6% € 502 + 7% € 544 + 16%

Zoals uit de tabel kan worden opgemaakt, zou de toevoeging van een tarief voor huishoudens van 4 of meer personen een zeer beperkt effect hebben op de tarieven voor één en twee persoonshuishoudens ten opzichte van de scenario’s waarin met drie tarieven wordt gerekend: het

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 september 2025 Pagina 4 van 5

verschil is in absolute zin beperkt tot enkele euro’s. Voor huishoudens met vier of meer personen zou dit echter een behoorlijke tariefstijging betekenen (tot 40% in scenario 1). Betaalbaarheid afvalstoffenheffing De hierboven gepresenteerde indicatieve scenario´s laten zien wat de impact op de hoogte van de afvalstoffenheffing zou zijn bij uitbreiding van de tariefgroepen. De onderstaande tabel biedt een weergave van de tarieven die in 2025 worden gehanteerd in de G4 gemeente, zodat de verschillende scenario´s hieraan kunnen worden gespiegeld. Aantal personen 1 2 3 4

Amsterdam 2025 € 352,00 € 469,00 € 469,00 € 469,00

Den Haag

Rotterdam

Utrecht

€ 403,68 € 453,72 € 496,44 € 496,44

€ 365,10 € 437,40 € 473,50 € 473,50

€ 313,05 € 400,80 € 477,20 € 542,55

Administratieve lasten en uitvoerbaarheid Bij de berekende tarieven is nog geen rekening gehouden met mogelijk hogere lasten voor de uitvoering, omdat deze mede afhangen van de definitieve keuzes en daardoor lastig in te schatten zijn. Ook is nog geen rekening gehouden met eventuele effecten op kwijtschelding. Systeemtechnisch gezien zijn er in beginsel geen belemmeringen om verdere differentiatie in te voeren, mits dit beperkt blijft tot één of enkele tariefgroepen. In algemene zin geldt dat eventuele wijzigingen in de tarievenstructuur vragen om aanpassingen in de systemen en heffingsprocessen van Belastingen. Om die aanpassingen zorgvuldig te kunnen doorvoeren en testen kan een aangepaste tarievenstructuur niet eerder dan per 2027 worden ingevoerd.

Toezegging aspect duurzaamheid Daarnaast heb ik in uw raadscommissievergadering DC van 28 november 2024 bij de behandeling van het agendapunt Vaststellen kader Schoon en Afvalvrij (2025 – 2028) aan het lid Koppejan (CDA) toegezegd te onderzoeken om het aspect duurzaamheid verder uit te splitsen in de afvalstoffenheffing (TA2024-001646). Een afzonderlijke uitsplitsing naar duurzaamheid blijkt in de praktijk niet uitvoerbaar. Daarvoor zou voor alle kostenelementen van de afvalketen moeten worden vastgesteld in welke mate duurzaamheid daarin is verdisconteerd en welk prijsverschil dit veroorzaakt. Dat is niet mogelijk, omdat duurzaamheidseisen tegenwoordig een integraal onderdeel zijn van aanbestedingen en bedrijfsvoering.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 17 september 2025 Pagina 5 van 5

Duurzaamheid moet volgens het college niet als een aparte categorie in de heffing worden gezien, maar als onderdeel van de norm.

Het college beschouwt de motie en toezegging hiermee als afgehandeld. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Hester van Buren Wethouder Financiën

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16124542/1