RIB Afdoening EDO
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief Afdoening toezegging
Aan:
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam Datum 9 december 2025 Portefeuille(s) Energietransitie Portefeuillehouder(s): Zita Pels Behandeld door Ruimte en Duurzaamheid + bestuurszaken.rd@amsterdam.nl) Onderwerp
Afdoening toezegging TA2025-001559 uit de commissievergadering van 27 november 2025
Geachte leden van de gemeenteraad, In uw vergadering van 27 november 2025 heb ik op een vraag van lid Havelaar (CDA) en lid Kreuger (JA21) , toegezegd u nader te informeren over de EDO. De exacte toezegging luidt: voorafgaand aan de raadsvergadering een technische onderbouwing te geven van de 20%. De toezegging is gedaan in de raadscommissie DC 27 november bij agendapunt 5: instemmen met raadsvoordracht bestedingsvoorstel EDO Klimaatfonds. Via deze brief doe ik deze toezegging af. Daarnaast worden ook aanvullende vragen die gesteld zijn beantwoord. Tijdens de raadscommissie van donderdag 27 november zijn verschillende vragen gesteld over de onderbouwing van de geraamde kosten van de Energiedienstenorganisatie (EDO) en over de positie en kenmerken van energiegemeenschappen in Amsterdam. Deze notitie geeft antwoord op de gestelde vragen, voorafgaand aan de raadsvergadering van 11 december 2025. De vragen hadden onder meer betrekking op: • De technische onderbouwing van de aanname dat 20% van de CO2 reductie kan worden toegerekend aan de bijdrage van de EDO, en • verduidelijking van de rol, organisatie en lokale worteling van energie-initiatieven en energiegemeenschappen, waaronder Amsterdam Energie en NDSM Energie. Onderstaand treft u de beantwoording van deze vragen.
Er wordt kort ingegaan op de juridische en beleidsmatige context, waaronder de ontwikkeling van de verordening lokaal eigendom. Vraag: Havelaar (CDA) om voorafgaand aan de raadsvergadering een technische onderbouwing te geven van de 20% (reductie van de EDO zoals omschreven in het bestedingsvoorstel); Om een indicatie te geven van de mogelijke CO2 besparing toont het bestedingsvoorstel de gemeentelijke plannen en de ambities van de energiegemeenschappen (vertegenwoordigd in APEC) voor warmte, zon en wind. Daarnaast zullen ook energiebesparing en integratie van energiesystemen een rol spelen in vermindering van CO2 uitstoot. Deze zijn in de berekening
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 9 december 2025 Pagina 2 van 4
buiten beschouwing gelaten omdat het op dit moment nog niet mogelijk is hiervoor een zinvolle inschatting te maken. We gaan in de berekening uit van de aanname dat 20% van de maximale hernieuwbare opwek aan de EDO kan worden toegerekend. De argumentatie hiervoor is als volgt: • Dat een deel van de projecten geen doorgang kan vinden zonder de EDO. • De kans van slagen van energieprojecten zal toenemen door de EDO. • De EDO zorgt voor versnelling en grotere efficiency, door professionele ondersteuning en leren van eerdere ervaringen. Het exacte percentage is nu nog niet betrouwbaar te bepalen. Daarom hanteren we een aanname van 20% van de verwachte opwek en CO₂-reductie. Dit is volgens de landelijke koepelorganisatie Energie Samen een conservatieve inschatting. Zodra de EDO operationeel is en praktijkdata beschikbaar komt, kan een nauwkeuriger inschatting worden gemaakt. Vraag Kreuger (JA21) om informatie te verstrekken aan de raad over energiecoöperaties Onderstaand de definitie van energiegemeenschappen waarin een rol is weggelegd voor kleine ondernemingen (bron: kenniscentrum Europa Decentraal, 2025). Energiegemeenschappen (conform EU-richtlijnen) Om burgerparticipatie in hernieuwbare energieprojecten verder te stimuleren, heeft de Europese Unie het concept van ‘energiegemeenschappen’ geïntroduceerd in de energiewetgeving.
Via energiegemeenschappen kunnen burgers, lokale overheden en kleine ondernemingen gezamenlijk energie opwekken, delen en verkopen. Energiegemeenschappen vormen een samenwerkingsverband tussen burgers, eventueel aangevuld met lokale overheden, zoals gemeenten, en kleine ondernemingen. De EU-richtlijnen onderscheiden twee typen energiegemeenschappen: de energiegemeenschap van burgers en de hernieuwbare energiegemeenschappen. Energiegemeenschappen van burgers zijn vastgelegd in de Elektriciteitsrichtlijn (2019/944), terwijl hernieuwbare energiegemeenschappen worden geregeld in de Richtlijn Hernieuwbare Energie (2018/2001). De EU-richtlijnen zijn in Nederland omgezet in de Energiewet, die per 1 januari 2026 in werking treedt. In Nederland zijn veel bestaande energie-initiatieven georganiseerd als stichtingen of coöperaties, maar ook andere rechtsvormen, zoals een B.V., kunnen worden gebruikt om bottom-up energieopwekking, -deling en -opslag mogelijk te maken. De Energiewet stelt kaders en voorwaarden aan energiegemeenschappen, maar de verdere invulling van formele kaders in lokaal beleid moet deels nog worden uitgewerkt. Energie-initiatieven en energiecoöperaties kunnen op termijn energiegemeenschappen worden, maar dit is niet automatisch het geval. Bron: Europa Decentraal, geraadpleegd in 2025
Vraag Kreuger (JA21): In welke mate opereren Amsterdam Energie en NDSM Energie lokaal en zijn zij lokaal geworteld in de gemeente Amsterdam.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 9 december 2025 Pagina 3 van 4
Amsterdam Energie • De leden van Amsterdam Energie bestaan vrijwel uitsluitend uit Amsterdammers met daarnaast een enkele kleine onderneming (denk aan horeca). Van de leden is >95% woonachtig in de gemeente Amsterdam. De enkeling die niet meer in Amsterdam woont, wilde na verhuizing lid blijven. • De bestuursleden van Amsterdam Energie zijn onbezoldigd en hebben geen financieel belang. Als onderbouwing hiervan kan iedereen die hierin geïnteresseerd is de jaarverslagen en jaarrekeningen raadplegen, deze zijn beschikbaar op de website: https://amsterdamenergie.nl/over-ons/jaarverslagen/
NDSM Energie • NDSM is de een ondernemerscoöperatie, in 2013 opgericht om windenergie te ontwikkelen. Dat is (vooralsnog) niet gelukt ondanks de investeringen die de bedrijven zelf ook in het voortraject hebben gedaan. Wel worden leden aangemoedigd zon, besparing en andere maatregelen te realiseren. De leden zijn op de website te vinden, allemaal lokaal of met sterke lokale binding:
• •
Eventuele opbrengsten van de coöperatie worden direct herinvesteerd in het gebied, zonder winstoogmerk. Ook bij NDSM ontvangt het bestuur geen vergoeding. Dit is dit terug te zien in de boekhouding/ jaarrekeningen.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 9 december 2025 Pagina 4 van 4
Daarnaast is een vraag gesteld over de eigendom van de windontwikkeling aan de Noorder IJ-plas, door Wind Ontwikkeling Amsterdam Noord bv (WOAN). De betrokken energiecoöperaties NDSM Energie (50% aandelen) en de burgercoöperaties (Zuiderlicht, Amsterdam Energie en de Windvogel elk 16,7% aandelen). Voor de eigendomsstructuur en de samenwerking tussen deze partijen kan de Notitie Financiele Participatie geraadpleegd worden. Verordening lokaal eigendom grootschalige elektriciteitsopwek In het collegebesluit om energiegemeenschappen te positioneren in de energietransitie (19-11-’24) is toegezegd dat de term lokaal eigenaarschap/eigendom ten behoeve van zon, wind en warmte en andere vormen van energieopwekking verder uitgewerkt zou worden. Voor elektriciteitsopwek (zon en wind) wordt uitvoering gegeven in de vorm van een verordening lokaal eigendom. Daarnaast wordt voorgesteld beleid te ontwikkelen in 2026 voor huur,- en erfpachtuitgiftes en aanbestedingscriteria. Deze legt vast wat lokaal eigendom inhoudt en welke regels daarvoor gelden bij projecten voor grootschalige elektriciteitsopwek. Een verordening geldt voor iedereen. De verordening lokaal eigendom legt inspanningsverplichtingen op aan de producent (dat kan ook een energiegemeenschap zijn) voor het streven naar 50% lokaal mede-eigendom.
De verordening heeft uitsluitend betrekking op elektriciteitsopwek, omdat dit wordt geregeld in de Energiewet, die op 1 januari 2026 in werking treedt. Vanuit de VNG is er een conceptverordening opgesteld die als vertrekpunt wordt gebruikt om te komen tot een verordening lokaal eigendom voor de gemeente Amsterdam. In de conceptverordening wordt het volgende beschreven: • lokaal eigendom: het juridisch en economisch in (mede-)eigendom hebben van een installatie en de opwek die met die installatie wordt gerealiseerd door de kring van partijen in de nabije omgeving van die installatie. Definities als ‘nabije omgeving’ en ‘kring van partijen’ worden verder uitgewerkt via een participatietraject. Dit traject loopt tot halverwege januari, gevolgd door een terinzagelegging. De besluitvorming van de gemeenteraad volgt in de tweede helft van 2026 (zie bijlage voor meer informatie over de verordening en het participatietraject). Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Zita Pels Wethouder Duurzaamheid Energietransitie en Circulaire Economie
Bijlagen 1. Participatieplan Verordening Lokaal Eigendo
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl